Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Internationaal Cyberspace Verdrag

— Ontwerp voor een demilitarisering van cyberspace—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
First edition: 2015 — Last edition: 19 December, 2016

Verwante teksten
Index Oorlog in Cyberspace — Internet als slagveld
Index Oekraïne vs. Rusland — Een nieuwe fase in de cyberoorlog?
Index Doemsdag in Cyberspace — Een hypothetische constructie
Index Jihad in Nederland — Kroniek van een aangekondigde politieke moord
Index CyberJihad Internationaal

Preambule

Voor vrede en veiligheid in cyberspace
Cyberspace vormt een nieuwe uitdaging op het gebied van de internationale vrede en veiligheid. Cyberaanvallen met digitale wapens hebben inmiddels zo’n niveau bereikt dat zij een vergelijkbaar effect kunnen hebben als een conventionele militaire aanval. Cyberaanvallen bedreigen niet alleen de nationale veiligheid, maar ook de internationale rechtsorde en de economische vrijheid. Dit Verdrag beoogt de vrede en veiligheid in cyberspace te bevorderen door versterking van internationale politieke samenwerking en toepassing van het internationale recht.

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen dat het in het belang van de gehele mensheid is dat cyberspace uitsluitend voor vreedzame doeleiden wordt gebruikt en niet het toneel wordt van militaire strijd noch het voorwerp van internationale geschillen.

Het doel van dit verdrag is het stimuleren van het vreedzaam gebruik van cyberspace en het uitbannen van het gebruik van cyberwapens.

Jurisdictie in cyberspace vereist een duidelijke verankering in het internationale recht. De artikelen van dit Verdrag sluiten aan op het Antarctisch Verdrag (1959), het Ruimte Verdrag (1967), de Maan Overeenkomst [1979) en meer algemeen op het Handvest van de Verenigde Naties (1970).

Index Artikelen

Artikel 1: Gemeenschappelijk erfgoed

  1. Cyberspace is een provincie voor de hele mensheid. Het is een gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid dat voor alle staten gelijkelijk en vrij toegankelijk is.

  2. Alle activiteiten in cyberspace dienen in overeenstemming te zijn met de regels van het volkenrecht, in het bijzonder het Handvest van de Verenigde Naties. Daarbij gaat het in het bijzonder om de beginselen van het volkenrecht inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen de Staten in het belang van de handhaving van de internationale vrede en veiligheid en van de bevordering van internationale samenwerking en wederzijds begrip.

Index


Artikel 2: Uitsluitend vreedzaam
  1. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplichten zich om cyberspace uitsluitend te gebruiken voor vreedzame doeleinden.

  2. Over cyberspace kan geen soevereiniteit worden opgeëist. Cyberspace is geen object van nationale toeëigening door middel van een soevereiniteitseis of door middel van gebruik, blokkade of bezetting.

  3. Zolang dit Verdrag van kracht is levert geen enkele handeling of activiteit gronden op voor het doen gelden, ondersteunen of betwisten van aanspraken op territoriale soevereiniteit in cyberspace; evenmin worden hierdoor in cyberspace soevereiniteitsrechten geschapen. Zolang dit Verdrag van kracht is kunnen geen nieuwe aanspraken of uitbreidingen van reeds bestaande aanspraken op territoriale soevereiniteit in cyberspace geldend worden gemaakt.

Index


Artikel 3: Geen geweld - geen wapens
  1. Elke dreiging met of gebruik van digitaal geweld of enige andere vijandige daad of dreiging daarmee is in cyberspace verboden.

  2. De Staten staten die Partij zijn bij dit Verdrag brengen geen cyberwapens of kwaardaardige software in de computersystemen en netwerken die het ongestoord functioneren van internet en mobiele communicatie faciliteren.

Index


Artikel 4: Verantwoordelijkheid voor schade
Staten zijn verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door software die door hen gebouwd en in cyberspace verspreid is.

Index


Artikel 5: Besmetting van cyberspace
  1. De Staten die Partij zijn bij dit verdrag dienen schadelijke besmetting van cyberspace te vermijden en actief te bestrijden.

  2. Privéondernemingen en privépersonen die actief zijn in cyberspace zijn en blijven onder supervisie en jurisdictie van de staat (of staten) waarin die ondernemingen of personen zijn gevestigd.

  3. Elke activiteit in cyberspace valt in laatste instantie per definitie en altijd onder de jurisdictie van een staat of een groep staten die elkaar verantwoording verschuldigd zijn voor de wijze van gebruik van cyberspace.

Index


Artikel 6: Bescherming kritische infrastructuren
De Staten die Partij zijn bij dit verdrag onthouden zich van het ontwikkelen, verspreiden en gebruiken van digitale wapens die de infrastructuur van cyberspace zelf of van de daarvan afhankelijke kritische infrastructuren te ontregelen, degraderen of vernietigen.

Index


Artikel 7: Waarnemers aanwijzen
  1. Ten einde de doelstellingen van dit Verdrag te bevorderen en te verzekeren dat de bepalingen ervan worden nageleefd, heeft ieder der Verdragsluitende Partijen welker vertegenwoordigers gerechtigd zijn deel te nemen aan de in artikel IX van dit Verdrag bedoelde vergaderingen, het recht waarnemers aan te wijzen die belast zullen worden met het uitvoeren van alle in dit artikel bedoelde inspecties.

  2. Deze waarnemers moeten onderdanen zijn van de Verdragsluitende Partij die hen aanwijst. De namen van de waarnemers worden medegedeeld aan elk der andere Verdragsluitende Partijen die het recht hebben waarnemers aan te wijzen; de beëindiging van hun mandaat wordt eveneens aan die Verdragsluitende Partijen medegedeeld.

  3. De aangewezen waarnemers hebben te allen tijde volledige vrije toegang tot alle delen van cyberspace om daar inspecties uit te voeren.

Index


Artikel 8: Bijeenkomsten
De vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen komen binnen twee maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag te Amsterdam bijeen, en vervolgens met passende tussenpozen en op daarvoor geschikte plaatsen, voor het uitwisselen van gegevens, het plegen van overleg over aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die betrekking hebben op cyberspace, en het formuleren, bestuderen en aan hun regeringen aanbevelen van maatregelen ter bevordering van de beginselen en doelstellingen van dit Verdrag,

Index


Artikel 9: Nalevingsverplichting
Iedere Verdragsluitende Partij neemt de verplichting op zich, gepaste maatregelen te nemen, die in overeenstemming dienen te zijn met het Handvest der Verenigde Naties, om te voorkomen dat in cyberspace activiteiten worden ontplooid die in strijd zijn met de beginselen of de doelstellingen van dit Verdrag.

Index


Artikel 10: Beslechten van Geschillen
  1. Indien tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen een geschil ontstaat over de uitleg of de toepassing van dit Verdrag treden deze Verdragsluitende Partijen met elkaar in overleg om het geschil te regelen door middel van onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage, gerechtelijke uitspraak of door een ander vreedzaam middel te hunner keuze.

  2. Ieder zodanig geschil dat niet op deze wijze kan worden geregeld, wordt, steeds met goedkeuring van alle bij het geschil betrokken partijen, ter beslechting voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof; indien evenwel over het voorleggen van het geschil aan het Hof geen overeenstemming kan worden bereikt, ontslaat dit de betrokken partijen niet van de verplichting te blijven zoeken naar een oplossing van het geschil met alle in het eerste lid van dit artikel genoemde vreedzame middelen.

Index


Artikel 10: Verdragswijzigingen
  1. Dit Verdrag kan te allen tijde met algemene instemming der Verdragsluitende Partijen worden gewijzigd of geamendeerd. Dergelijke wijzigingen of amendementen worden van kracht wanneer de depot-regering van al deze Verdragsluitende Partijen mededeling heeft ontvangen dat zij de wijziging of het amendement hebben bekrachtigd.

  2. Dergelijke wijzigingen of amendementen worden vervolgens voor iedere andere Verdragsluitende Partij van kracht, wanneer de depot-regering van die Verdragsluitende Partij mededeling heeft ontvangen dat zij de wijziging of het amendement heeft bekrachtigd. Iedere zodanige Verdragsluitende Partij van wie binnen twee jaar na het van kracht worden van de wijziging of van het amendement geen mededeling van bekrachtiging is ontvangen, wordt na het verstrijken van deze termijn geacht opgehouden partij te zijn bij dit Verdrag.

  3. Indien na verloop van 10 jaar, te rekenen van de inwerkingtreding van dit Verdrag af, een der Verdragsluitende Partijen, zulks door middel van een aan de depot-regering gerichte kennisgeving verzoekt, wordt zo spoedig mogelijk een Conferentie van alle Verdragsluitende Partijen belegd om de werking van het Verdrag aan een onderzoek te onderwerpen.

  4. Alle wijzigingen of amendementen van dit Verdrag die tijdens een dergelijke Conferentie worden goedgekeurd door de meerderheid van de ter Conferentie vertegenwoordigde Verdragsluitende Partijen, worden onmiddellijk na de Conferentie door de depot-regering ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Partijen en worden van kracht overeenkomstig lid a van dit artikel.

  5. Indien een dergelijke wijziging of een dergelijk amendement niet binnen twee jaar na het tijdstip waarop de wijziging of het amendement ter kennis van alle Verdragsluitende Partijen is gebracht, van kracht is geworden, kan iedere Verdragsluitende Partij op elk ogenblik na het verstrijken van die termijn de depot-regering mededelen dat zij dit Verdrag opzegt; deze opzegging wordt twee jaar nadat de depot-regering deze mededeling heeft ontvangen van kracht.

Index


Artikel 11: Bekrachtiging en depot-regering
  1. Dit Verdrag dient door de ondertekenende staten te worden bekrachtigd. Het staat open voor toetreding door iedere staat die lid is van de Verenigde Naties of door iedere andere staat die met instemming van alle Verdragsluitende Partijen welker vertegenwoordigers het recht hebben deel te nemen aan de in artikel 8 bedoelde vergaderingen wordt uitgenodigd tot het Verdrag toe te treden.

  2. De bekrachtiging van of de toetreding tot dit Verdrag geschiedt door iedere staat overeenkomstig zijn grondwettelijke procedure.

  3. De akten van bekrachtiging en de akten van toetreding worden nedergelegd bij de regering van Nederland [@@], die hierbij als depot-regering wordt aangewezen.

  4. De depot-regering stelt alle ondertekenende en toetredende staten in kennis van het tijdstip van nederlegging van iedere akte van bekrachtiging of van toetreding, alsmede van het tijdstip waarop het Verdrag in werking treedt en iedere aangebrachte wijziging of ieder aangebracht amendement van dit Verdrag van kracht wordt.

  5. Zodra alle ondertekenende staten hun akten van bekrachtiging hebben nedergelegd treedt dit Verdrag voor die staten en voor de staten die hun akten van toetreding hebben nedergelegd, in werking. Daarna treedt het Verdrag voor iedere toetredende staat in werking op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van toetreding.

  6. Dit Verdrag wordt door de depot-regering geregistreerd overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Index Slotoverweging

Cyberspace moet een gedemilitariseerde zone worden waarbij een internationaal agentschap toezicht houdt op de ontwikkeling en het gebruik van cyberwapens. Bij niet-vreedzame activiteiten in cyberspace is de VN-Veiligheidsraad bevoegd tot ingrijpen zodra de internationale vrede en veiligheid aan de orde zijn.

Het Cyberspace Vredesverdrag zal niet van vandaag op morgen gesloten kunnen worden. Daarvoor is het nog te vroeg. Maar er kunnen wel een aantal voorzichtige stappen worden gezet naar meer stabiliteit. Een eerste stap naar een systeem van wapenbeheersing in cyberspace is het ontwikkelen van normen voor staten die gebaseerd zijn op wederzijds eigenbelang.

Index Bronnen over internationale verdragen

  1. Boer, Linanne / Lodder, Arno R. [2012]
    Cyberwar: What Law to Apply? And to Whom?
    Leukfeldt/Stol (eds.) Cyber Safety: An Introduction. Eleven Publishing.

  2. Bogaard, P.I. [2011]
    Satelliet bepaalt succes van missie
    VOV (Vereniging Officieren Verbindingsdienst), 3.2011.

  3. Boothby, William [2009]
    Weapons and the Law of Armed Conflict.
    Oxford, UK: Oxford Scholarship Online.

  4. Byers, Michael [2005]
    War Law: Understanding International Law and Armed Conflict
    New York: Grove Press.

  5. ChinaDaily

  6. Crimes of War

  7. Droege, Cordula

  8. Ducheine, Paul A.L.

  9. Ducheine, Paul A.L. / Voetelink, J.E.D. [2011]
    Cyberoperaties: naar een juridisch raamwerk
    Militaire Spectator, 180(6):273-286.

  10. Dunlap, Charles J. [2011]
    Perspectives for Cyber Strategists on Law of Cyberwar
    Strategic Studies Quarterly, Spring 2011: 81-99.

  11. EastWest Institute (EWI)

  12. Ellis, Bryan W. [2001]
    The International Legal Implications and Limitations of Information Warfare: What Are Our Options? [pdf]

  13. European Union

  14. Financial Times

  15. Gjelten, Tom [2010]
    Shadow Wars: Debating Cyber ‘Disarmament’
    World Affairs, November/December 2010.

  16. Guardian, The

  17. Hathaway, Oona et al. [2012]
    The Law of Cyber-Attack
    California Law Review, Vol. 817

  18. Hernalsteen, Wim [2006/7]
    Het statuut van de Maan, Antarctica en de Diepzeebodem in het Internationale Recht
    In: jura falcons, 43(4): 559-680.

  19. Koh, Harold Hongju
    • [2010] The Obama Administration and International Law
      Speech, American Society of International Law, 25 March 2010.
    • [2012] International Law in Cyberspace
        Presents cutting-edge issues of international law: how do we apply old laws of war to new cyber-circumstances, staying faithful to enduring principles, while accounting for changing times and technologies? Do established principles of international law apply to cyberspace? Is cyberspace a law-free zone, where anything goes? Do cyber activities ever constitute a use of force? May a State ever respond to a computer network attack by exercising a right of national self-defense? Do jus in bello rules apply to computer network attacks? Must attacks distinguish between military and nonmilitary objectives? Must attacks adhere to the principle of proportionality? How should states assess their cyber weapons? What role does state sovereignty play?
      Harvard International Law Journal, Vol. 54.

  20. Libicki, Martin C. | - Rand Corporation

  21. Lucas, George, R.

  22. Markoff, John / Kramer, Andrew E. [2009]
    US and Russia Differ on a Treaty for Cyberspace
    New York Times, 27 June 2009

  23. Menthe, Darrel [1998]
    Jurisdiction In Cyberspace: A Theory of International Spaces
    Michigan Telecommunications & Technology Law Review, 4.

  24. Mueller, Benjamin [2014]
    The Laws of War and Cyberspace
    London: LSE.

  25. Mueller, John / Friedman, Benjamin [2012]
    The Cyberskeptics
    CATO Institute, 3.1.2012

  26. NATO

  27. National Security Journal (NSJ) - Harvard Law School

  28. NRC

  29. Owens, William / Dam, Kenneth / Lin, Herbert (eds.) [2009]
    Technology, Policy, Law and Ethics Regarding U.S. Acquisition and Use of Cyberattack Capabilities
    Committee on Offensive Information Warfare, National Research Council.
    Washington, DC: National Academies Press.

  30. Reijnen, G.C.M. [1999]
    Het begin van het ruimterecht
    Ruimtevaart, Augustus 1999.

  31. Reisman, W. Michael / Antoniou, Chris T. (eds.) [1994]
    The Laws of War.
    New York: Vintage.

  32. Roscini, M. [2010]
    World Wide Warfare - Jus ad bellum and the Use of Cyber Force
    In: A. von Dogdandy / R. Wolfrum (eds.) [2010] Max Planck Yearbook of United Nations Law, Volume 14: pp. 85-130.

  33. Spiegel, Der

  34. StrategyPage

  35. Telegraaf, De

  36. Times, The

  37. U.S. Department of Defence [1999]
    An Assessment of International Legal Issues in Information Operations [.doc]

  38. Voetelink, Joop [2005]
    Inzet van Nederlandse militairen en de Rules of Engagement
    Carré, 5.

  39. Volkskrant, De

  40. Washington Post, The

  41. Washington Times, The

  42. Webwereld

  43. Wired

  44. Xinhuanet

  45. Ziolkowski, Katherina J.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

19 December, 2016
Eerst gepubliceerd: Mei, 2015