Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Internet gebruik(ers)   English Version

— Geografie en Demografie van Internet —

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam


Cybergeografie
Internationaal
    Hoeveel mensen?
    Hoeveel informatie?
    Hoeveel verkeer?
    Hoeveel geld?
Amerika
    Grootste internet-natie ter wereld
    Digitale kloven in ongelijke samenleving
    Gebruik van internet
    Veralledaagsing van internetgebruik
Europa
Nederland
    Groei van internet
    Domeinnamen
    Gebruik
    Handel
    Onderzoeksbureaus
Diversiteit: digitale kloven dichten
    Globalisering en polarisering
    Digitale kloof
    Nieuwe gebruikers
Informatie bronnen


CyberGeografie

Ons lokale leven speelt zich af in geografisch afgebakende eenheden, zoals huis, kantoor, straat, café, trein, voetbalveld, of dancing. Het internet tijdperk lijkt een eind gemaakt te hebben aan elke geografische indeling. Maar toch vertoont de virtuele werkelijkheid van het internet een eigensoortige geografie. Het is een geografie die is opgebouwd uit netwerken en knooppunten die informatiestromen transporteren die op bepaalde locaties worden gemaakt en beheerd. Cyberspace is als zodanig geen ‘tastbare’ ruimte, maar de informatieprocessen die haar constitueren zijn wel degelijk verankerd in de lokale wereld. De informatieruimte van het internet komt tot stand door telecommunicatieve verbindingen tussen computers en computernetwerken. Het internet is dus geen monolitische of plaatsloze ‘cyberspace’ , maar veeleer een serie nieuwe technologieën die door diverse mensen in diverse plaatsen van de lokale wereld worden gebruikt.

Cybergeografie is het onderzoek naar de ruimtelijke structurering van computernetwerken die op het internet zijn aangesloten. Het omvat een breed spectrum geografische verschijnselen, zoals onderzoek naar de fysieke infrastructuur, de informatiestromen en de demografie van de virtuele gemeenschappen. De geografische eigenaardigheden van het internet kunnen vanuit drie —elkaar aanvullende— perspectieven worden onderzocht: de technische geografie, de ruimtelijke verdeling van de gebruikers, en de economische geografie van internetproductie [Castells 2001:208].

De technische geografie verwijst naar de telecommunicatieve infrastructuur van het internet, de verbindingen tussen computers die het internetverkeer organiseren (routers) en de verdeling van de bandbreedte van het internet (de specifieke verdelingen van de telecommuncatielijnen die gericht zijn op het uitwisselen van informatiepakketten). Via een ingewikkeld patroon van mogelijke routes is elk knooppunt verbonden met elk ander knooppunt. Amerika speelt een centrale rol in de internetverbinding tussen diverse landen. De technische structuur van het internet was in sterke mate gecentraliseerd rond Amerika, maar inmiddels is deze hegemonie gerelativeerd door de opkomst van nieuwe knooppunten in andere werelddelen, met name in Europa. De strategische verschillen tussen de afzonderlijke landen worden kleiner. Zij worden vervangen door een globaal systeem van technische afhankelijkheid tussen de metropolen van de wereld.

De geografie van de gebruikers verwijst naar de ongelijke territoriale verdeling van het internet. Deze ongelijkheid komt niet alleen tot uiting in het aantal internetgebruikers, maar ook in de penetratiegraad in verhouding tot de bevolking van elk land. Voor een sociologie van het internet moet de eigenaardige geografie van cyberspace in kaart worden gebracht en geanalyseerd. Het is niet verwonderlijk dat het gebruik van het internet in territoriale of nationale termen sterk gedifferentieerd is. De ongelijkheid in het gebruik van het internet volgt de patronen van de algemene ongelijke verdeling van technologische infrastructuur, ontwikkelingsniveau van de voortbrenging van goederen en diensten, de klasse-, beroeps- of groepsgewijze verdeling van bronnen en beloningen, en het educatieve niveau. De online geografie weerspiegelt offline realiteiten. Dit betekent ook dat het geografische patroon zich in de loop der tijd wijzigt. De algemene verwachting is dat het gebruik van het internet zich in de loop der jaren op brede schaal zal verspreiden en dat dit in ieder geval zal gebeuren in de meest ontwikkelde landen en in de grootstedelijke gebieden van zich ontwikkelende naties.

"It would be too narrow a vision to consider the Internet industry as made up exclusively of Internet manufacturers, Internet software companies, Internet service providers, and Internet portals. The commercial Internet is not just about web companies, it is about companies in the web. Thus, we need an assessment of the geography of Internet content providers at large; that is, of the Internet domains of all kinds that generate, process, and distribute information. Since information is the key product of the Information Age, and the Internet is the fundamental tool for the production and communication of this information, the economic geography of the Internet is, by large and large, the geography of Internet content providers" [Castells 2001:213-4].
De economische geografie van de internetproductie vertoont echter nog steeds grote dispariteiten. Dit geldt in het bijzonder voor de productie van internettechnologieën en -apparaten, maar zeker ook voor de producenten van internetsoftware en mediadiensten en voor de Internet Service Providers. De producenten van de hard- en software van het internet zijn gevestigd in enkele innovatieve centra. Deze ‘technopolen’ [Castells/Hall 1994] zijn compacte ruimtelijke concentraties van grote ondernemingen en innovatieve starters, alsmede hun ondersteunende leveranciers, die gelokaliseerd zijn in een kleine aantal technologische knooppunten, meestal aan de rand van grote metropolitische gebieden, die vervolgens met elkaar verbonden worden door telecommunicatie en luchtverkeer. De geografie van het internet wordt in zeer sterke mate bepaald door de ruimtelijke verdeling van de Internetproviders.

In demografische studies wordt antwoord gegeven op vragen zoals:

We hebben statistische informatie nodig over het internetverkeer om haar omvang en gebruikspatronen te begrijpen. Dat is niet eenvoudig omdat er niet één statistisch bureau is dat de groei van het internet in kaart brengt. We moeten werken met gegevens van diverse ‘census-takers’ die proberen tegemoet te komen aan de behoefte aan harde gegevens over de geografie van het internet.

Om de fantasie te stimuleren hebben we bovendien behoefte aan visualiseringsstudies waarin gebruik gemaakt wordt van geografische metaforen om iets te doen wat schijnbaar niet kan: het in kaart brengen van een non-ruimte die we ‘cyberspace’ noemen. Om cyberspace te begrijpen moeten we het zichtbaar maken. Er bestaat een grote variëteit aan geografische metaforen en stijlen om het landschap van cyberspace in kaart te brengen.

Index Internationaal

Hoeveel mensen?
Hoeveel mensen gebruiken het internet en waar komen deze gebruikers vandaan?

“Leveranciers van internet diensten en ontwikkelaars van hardware doen agressieve pogingen om de toegang tot het internet gemakkelijker en goedkoper te maken. Ondertussen worden door de revolutie in actieve informatieleverantie en gemakkelijke toegang tot het internet van nieuwe computers de deuren geopen voor miljoenen nieuwe klanten” [Ross Scott Rubin, hoofd van Jupiter’s Internet Group].
De drie belangrijkste factoren die het internetgebruik van consumenten bepalen zijn: apparaten, bandbreedte en browsers. De infrastructuur van de netwerken is sterk verbeterd, de bandbreedte wordt steeds groter, de internetbladerprogramma’s springen over elkaar heen in functionaliteit en gebruiksgemak, en de op consumenten en burgers gerichte inhoud neemt elke dag toe. Al deze factoren samen leiden ertoe dat er steeds meer mensen online gaan.

Hoeveel mensen maken gebruik van het internet? En hoe zijn deze gebruikers over de wereld verdeeld? De volgende grafiek geeft een beeld van het aantal mensen dat wereldwijd gebruik maakt van het internet.

Hoeveel internetgebruikers?
Bron: NUA Internet Surveys

Hoewel het internet meestal wordt aangeduid als een ‘globaal’ netwerk, was het lange tijd een overwegend Noord-Amerikaans verschijnsel. In de beginjaren van het internet kwamen ongeveer tweederde van alle gebruikers uit de VS en Canada. In november 1998 was dat al teruggelopen tot zo’n zestig procent. In 2002 namen beide landen nog slechts 30 procent voor hun rekening. In november 2005 was dit verder gedaald tot 23 procent en in december 2011 bedroeg het slechts 12%.

Hoewel het aantal internetgebruikers met Engels als moedertaal in 2001 daalde tot 45%, bleven Engelstalige websites domineren met ongeveer 78% van alle websites en 96% van de commerciële websites [State of the Internet, United States Internet Council & ITTA Inc]. In december 2011 waren nog altijd meer dan 56% van alle websites Engelsstalig. van De Engelse taal wordt door slechts 10% van de mensen op de wereld begrepen.

De globalisering van het internet heeft zich in de afgelopen jaren verder doorgezet. Dit is vooral het gevolg van de toenemende PC-penetratie in de wereld, de deregulatie van telecommunicatiesector (lagere prijzen) en de verzadiging van de internet-prenetratie in de meest ontwikkelde landen.

Het internet is een van de jongste en snelst groeiende media in de wereld. De groei van het internet neemt nog steeds toe. Dit is een indicatie dat het internet haar hoogste expansieperiode nog niet heeft bereikt. Het internet heeft een niveau bereikt waarop mensen zich kunnen concentreren op de inhoud en de technologie kunnen negeren. De expansieve wereldwijde groei in het gebruik van het internet heeft ertoe geleid dat haar architectuur zich moest aanpassen met een nieuwe IP structuur en nieuwe 'Top Level' en meertalige domeinen.

In december 2011 wordt het aantal internetgebruikers in de wereld geschat op meer dan 2.367 miljoen. Opgesplitst naar werelddelen:

(in miljoenen) Nov. 1998 Sept. 1999 Nov. 2000 Sept. 2002 June 2006 Dec. 2011
Wereld Totaal 149,75 201,00 407,00 605,60 1.043,10 2.257,23
Afrika 0,80 1,72 3,11 6,31 23,65 139,88
Azië/Pacific 25,92 33,61 104,88 187,24 380,40 1.016,80
Europa 30,86 47,15 113,14 190.91 294,10 500,72
Midden-Oosten 0,78 0,88 2,40 5,12 18,20 77,02
Canada & USA 87,00 112,4 167,12 182,67 227,47 273,07
Zuid Amerika 4,50 5,29 16,45 33,35 79,96 235,82
Bron: NUA Internet Surveys + InternetWorldStats

De ervaring leert dat voorspellingen over toekomstig internetgebruik uitermate problematisch zijn - de prognoses schieten telkens aanzienlijk te kort en moeten keer op keer worden bijgesteld. Zo laat de grafiek van NUA (uit 2000) zien dat men voor het jaar 2005 een aantal internetgebruikers verwacht dat al in 2002 is overschreden. Medio 2006 waren er dan 1 miljard internetgebruikers. Nog geen 5 jaar later was dit aantal meer dan verdubbeld.

Ondanks alle pogingen om de digitale kloof ook op internationaal vlak te overbruggen bestaan er nog grote verschillen tussen de continenten. Ook in Afrika lijkt het gebruik van het internet inmiddels zijn ‘take off’ fase bereikt te hebben. Maar als men het meer ontwikkelde Zuid-Afrika en Noord Afrika niet meetelt, maakt slechts een op de 250 Afrikanen van het internet gebruik, terwijl dit in Noord-Amerika en Europa een op de twee is.

Een van de snelste groeiers in Azië is China. In 1997 waren er slechts 620.000 Chinese internetgebruikers. Aan het einde van 2001 waren er naar schatting 28,7 miljoen Chinese burgers online. Eind 2002 was dit aantal al gestegen tot 59,1 miljoen en aan het einde van 2003 steeg het aantal internetters met maar liefst 48 procent tot 79,5 miljoen [China Internet Network Information Center (CNNIC)]. Voor 2005 wordt het aantal Chinese internetters geschat op 103 miljoen. Zoals verwacht streefde China in dat jaar Japan voorbij in termen van internetgebruikers. Na de USA, met meer dan 200 miljoen internetgebruikers is China de grootste online natie ter wereld. Met een bevolking van meer dan 1,3 miljard, vormt China de grootste potentiële internetmarkt in de wereld. Medio 2006 bedroeg het totaal aantal internetter 123 miljoen, en was de participatiegraadgraad gestegen tot 9,4%.

Hoewel de USA nog steeds de grootste internetpopulatie heeft, is de participatiegraad (internetgebruik per hoofd van de bevolking) niet het hoogste ter wereld. De USA loopt in dit opzicht achter op de Scandinavische landen. De internetpenetratie in Zweden was in september 2002 al gestegen tot 67,81%, terwijl dit medio 2002 in de USA bijna 60% was (in Nederland net iets meer dan 60% en helemaal aan de top IJsland met bijna 70%). In 2006 zien we hetzelfde beeld. De Zweedse internetpenetratie was in dat jaar 74,9%, terwijl dit in de USA 68,6% bedroeg (in Nederland 65,9% en IJsland 75,9%).

De huidige geografische verspreiding van het internet is van diverse factoren afhankelijk. De meest krachtige factor die het niveau van internettoegang en -gebruik bepaalt is de rijkdom van een natie. Er blijkt een duidelijk positieve relatie te bestaan tussen het bruto nationaal product van een natie en graad van internetpenetratie.

De geografie van het globale internet wordt mede bepaald door de politieke vrijheid om toegang tot het internet te krijgen en te kiezen wat men wil zien en doen. In een aantal landen in de wereld zijn deze vrijheden in meer of mindere mate beperkt. In het ergste geval proberen regeringen om het internet volledig te verbieden (zoals Myanmar) of de toegang te beperken en te controleren (zoals China en Vietnam). In andere langen bestaan er restricties en censuur op wat mensen online kunnen doen (zoals Singapore). Gelukkig onderkennen veel regeringen het enorme potentieel van het internet en gebruiken het om burgers te informeren en digitale dienstverlening te stimuleren.

Bij alle euforie over de expansieve groei van het internet moet wel worden bedacht dat minder dan 2% van de wereldbevolking feitelijk toegang heeft tot het internet. In de geïndustrialiseerde landen met slechts 15% van de wereldbevolking wonen 88% van alle internetgebruikers. In Zuid Azië zijn minder dan 1% van de mensen online terwijl daar eenvijfde van de wereldbevolking woont [UN Human Development Report, 1999, chap. 2]. In Afrika is de situatie nog veel slechter. Het hele continent heeft de beschikking over minder telefoonlijnen dan de stad Manhattan of Tokyo. Minder dan 1% van de Afrikanen had in 2002 toegang tot het internet. In Nederland waren er op dat moment meer mensen op het internet aangesloten dan op het hele Afrikaanse continent. Eind 2005 steeg de internetpenetratie in Afrika tot 2,5% (22,7 miljoen internetgebruikers) en in medio 2006 tot 2,6% (23,6 miljoen). Zelfs wanneer er goede telecommunicatiesystemen waren, zouden de meeste mensen uit de arme landen toch nog uitgesloten zijn van de netwerk-maatschappij vanwege hun ongeletterdheid en gebrek aan basale computervaardigheden. De kern van een effectief beleid voor alle nieuwe technologieën is en blijft: investeren in onderwijs.

Index


Hoeveel informatie?
Het internet is strikt genomen een samenstel van computernetwerken waarbinnen informatiestromen worden getransporteerd die op bepaalde locaties worden gemaakt en beheerd. De omvang van het internet kan dus ook gemeten worden in de hoeveelheid informatie die via het internet wordt verstuurd. Een onderzoeksgroep van de UC Berkeley School of Information Management & Systems heeft een poging gedaan om te meten hoeveel informatie er elk jaar in de wereld wordt geproduceerd [How Much Information?]. Voor het internet wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen het oppervlakte en het diepteweb. Het oppervlakte-web is wat de meeste mensen kennen als het ‘Web’, namelijk een groep die bestaat uit statische, publiek toegankelijke web pagina’s. Dit is een relatief klein deel van het gehele web. Het diepte-web bestaat uit gespecialiseerde databases and dynamische websites die via het internet toegankelijk zijn. Dit diepte web is niet breed bekend bij ‘gemiddelde’ surfers, ook al is de informatie die op dit diepte web beschikbaar is zo’n 400 tot 500 maal groter dan de informatie op het oppervlakte web.

Bij een tweede meting over 2002 wordt de omvang van het oppervlakte-web geschat op 170 terabytes en het diepte-web op 91.850 terabytes. Email genereert jaarlijks ongeveer 400.000 terrabytes nieuwe informatie. Instant messaging genereert per dag 5 miljard berichten, of 274 terabytes per jaar [How Much Information - 2003].
Het oppervlakte-web bestaat bij benadering uit 2,5 miljard documenten, met een groeitempo van 7,3 miljoen pagina’s per dag. De gemiddelde omvang van opppervlakte pagina’s varieert naar schatting tussen de 10 kbytes per pagina tot 20 kbytes per pagina. De totale hoeveelheid informatie van het oppervlakte-web varieert dus ergens tussen de 25 tot 50 terabytes informatie [inclusief html codes en plaatjes]. De tekstuele informatie wordt geschat op 10 tot 20 terabytes. De 7,3 miljoen nieuwe pagina’s die per jaar aan het oppervlakte web worden toegevoegd zorgen ervoor dat er elke dag zo'n 0,1 terabytes nieuwe informatie [inclusief html] voor ons beschikbaar is.

Daar moet dan de informatie bij worden opgeteld die via het diepte web - online databanken, dynamische pagina’s, intranet sites enz. - beschikbaar wordt gesteld. Het diepte web bevat naar schatting 550 miljard web-gerelateerde documenten, met een gemiddelde pagina-omvang van 14 kbytes. Het overgrote deel van deze informatie - 95% - is publiek toegankelijk. Als deze informatie op een plaats zou worden opgeslagen, dan is er 7.500 terabytes opslagruimte nodig. Dat is 150 maal zoveel opslagruimte dan nodig zou zijn voor het hele oppervlakte web (zelfs als men uitgaat van de hoogste schatting van 50 terabytes voor het oppervlakte web). Van deze informatie is 56% actuele inhoud (exclusief html), zodat er naar schatting 4.200 terabytes gegevens bestaan.

Het internet is een gigantische oceaan van informatie. De kunst is om te leren zwemmen in die oceaan en er niet in te verdrinken.

Index


Hoeveel verkeer?
IDC voorspelt dat het volume van het internetverkeer dat door eindgebruikers wordt gegenereerd jaarlijks bijna zal verdubbelen tot 2008. Het internetverkeer zal toenemen van 180 petabits per dag in 2002 naar 5.175 petabits per dag tegen het einde van 2007. In 2007 zullen internetgebruikers elke dag een hoeveelheid informatie transporteren die gelijk is aan 64.000 keer de volledige Library of Congress.

Een van de impulsen van deze groei van verkeersvolume is de permanente toename van het aantal internetgebruikers in de wereld. Maar de belangrijkste impuls voor internetverkeer is de adoptie van breedband verbindingen.

Index


Hoeveel geld?
De groei van het internet gaat gepaard met een vergroting van het aantal gebruikers dat goederen en diensten verkoopt en koopt via het internet. Hierdoor neemt ook de bedrijvigheid op het internet ('e-commerce') aanzienlijk toe.

Dec. 1995 Dec. 2000
Gebruikers 16.100.000 163.000.000
Apparaten die toegang verschaffen tot internet 12.600.000 233.300.000
Gebruikers die producten of diensten kopen 24 % 28 %
USA gebruikers die producten of diensten kopen 29 % 45 %
Economisch bedrijvigheid $ 3 miljard $ 100 miljard

De inkomsten uit elektronische handel nemen in hoog tempo toe. IDC Research verwacht dat in 2004 de totale inkomsten uit elektronische handel gestegen zullen zijn tot 2,7 triljoen dollar. Dit is het gecombineerde effect van het toenemend aantal internetgebruikers dat goederen of diensten online aanschaft, en de groei in de gemiddelde uitgave per transactie. Het wereldwijde gemiddelde bedrag per online shopper was in 2002 bijna 500 euro per maand.

Opvallend is dat het aandeel internetgebruikers dat producten en diensten online koopt in 2002 niet gestegen zijn. Volgens het Global eCommerce Report van juni 2002 bleef het aandeel gebruikers dat online aankopen deed in 2002 steken op 15 procent — hetzelfde als in 2001. De stijging van het aantal mensen online zorgde ervoor dat de elektronische handel toch toenam. Bovendien wordt er steeds meer geld uitgegeven aan relatief dure items zoals vakanties en uitstapjes.

De Verenigde Staten is nog steeds de natie met het grootste aandeel internetgebruikers die online winkelen (32% procent).

Boeken en cd's zijn nog steeds de meest populaire goederen die via internet worden gekocht. De online verkoop van PC hardware en software is inmiddels van de tweede plaats verdrongen door de verkoop van vakantiereizen en boekingen van uitstapjes. Mensen lijken steeds meer vertrouwen te krijgen in winkelen en bestellen via internet. Toch is er nog veel onzekerheid over de veiligheid van online aankopen, met name als er informatie over de credietkaart moet worden verstrekt. Mannen lijken hier iets minder last van te hebben. Zij besteden in ieder geval substantieel grotere bedragen online dan vrouwen.

Internet kan op verschillende manieren worden gebruikt bij de aankoop van producten of diensten. Mensen gebruiken internet niet alleen om direct goederen of diensten te bestellen of kopen. Zij gebruikt internet vooral ook als informatiebron om vervolgens de producten en diensten via traditionele kanalen af te nemen.

Index U.S.A.

De grootste internet-natie ter wereld
Het absoluut en relatief grootste aantal internetgebruikers woont in de Verenigde Staten. Volgens de NUA-peiling van november 2000 hadden ruim 153 miljoen Amerikanen toegang tot het internet. Dat is 55,8% van de bevolking. In november 2002 was dit aantal gestegen tot ruim 165 miljoen met een penetratiegraad van bijna 60%. In november 2005 waren er meer dan 203 miljoen Amerikaanse internettters en steeg de penetratiegraad tot 68,7%.

Internetgebruikers in USA, aantallen en penetratiegraad

Uit de grafiek is duidelijk af te lezen dat rond de eeuwwisseling een scherpe afvlakking van de groei van het aantal internetgebruikers in de USA is opgetreden. Het internet groeit nog wel, maar de groeipercentages zijn aanzienlijk lager dan in het laatste decennium van de vorige eeuw.

Volgens Nielsen/Netratings waren er in november 2002 187,7 miljoen internetgebruikers in de USA. De gemiddelde Amerikaanse internetgebruikers surft per maand 52 minuten op het internet en bezoekt deze 1307 webpagina's. Gemiddeld wordt een webpagina iets minder dan 1 minuut bekeken.

Index


Ditigale kloven in een ongelijke samenleving
"There is a growing digital divide between those who have access to the digital economy and the Internet and those who don't, and that divide exists along the lines of education, income, region and race. ... If we want to unlock the potential of our workers, we have to close that gap" [President Clinton, toespraak in Anaheim, California, 1999].
Ondanks de sterke groei van het aantal internetgebruikers blijft de digitale kloof bestaan. De Amerikanen die geen internettoegang hebben behoren meestal tot de lagere inkomensgroepen en de etnische minderheden. Niet-internetgebruikers zijn ook vaker werkloos dan internetgebruikers. Inkomen is een doorslaggevender factor dan etnische achtergrond: de relatief welgestelden in minderheidsgroepen maken bijna evenveel gebruik van het internet als de dominante blanke groep.

De ongelijke toegang tot het internet in de USA is gedocumenteerd in de surveys van het Commerce Department van de NTIA (National Telecommunications and Information Administration). De onderzoeksrapporten van 1995, 1998, 1999, 2000 en 2001 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de bevolkingsstudies van het U.S. Census Bureau. Zij geven een gedetailleerd antwoord op de vraag of de ongelijkheid in internettoegang is toegenomen of niet. De algemene conclusie is dat de ongelijkheid van de toegang tot het internet blijft bestaan, maar dat de meeste digitale kloven kleiner zijn geworden. Zoals de ongelijkheid in inkomen afneemt wanneer het inkomen van de lagere inkomensgroepen sneller stijgt, zo neemt ook de ongelijkheid in computer- en internetgebruik af wanneer het gebruik onder degenen met de laagste gebruikersgraad sneller toeneemt. En dat is precies wat deze rapporten laten zien: het groeitempo van het internetgebruik is bijna systematisch negatief gecorreleerd met de penetratiegraad in elke groep. Dat wil zeggen dat het computer- en internetgebruik het snelste groeit onder groepen met lagere gebruiksratios, zoals mensen met lagere inkomens, met minder opleiding, uit etnische minderheidsgroepen en ouder dan 60 jaar. Toch blijft vooral het gezinsinkomen een belangrijke indicator voor de vraag of iemand een computer of internet gebruikt.

  1. Inkomen
    Zowel het computer- als het internetgebruik is in de loop der tijd in alle inkomenscategorieën telkens toegenomen. Ook bij individuen die leven in huishoudens met lagere inkomens is het internetgebruik aanzienlijk gegroeid. Onder mensen met de laagste huishoudelijke inkomens (minder dan $15,000 per jaar) is het internetgebruik toegenomen van 9,2 procent in october 1997 tot 25 procent in september 2001. Het internetgebruik neemt ook sneller toe onder mensen met lagere inkomens. Het internetgebruik van mensen die in huishoudens leven met een inkomen van minder dan $15.000 vertoont een jaarlijkse groei van 25 procent (in de periode tussen December 1998 en september 2001). In dezelfde periode groeide het internetgebruik van mensen met een huishoudelijk inkomen van $75.000 of meer met 11 procent per jaar. Toch hebben mensen met een hoog inkomen nog steeds een grotere kans om computer- en internetgebruiker te zijn dan degenen die leven van een laag inkomen.

  2. Arbeidsmarkt Status
    Mensen die betaalde arbeid verrichten maken meer gebruik van het internet dan niet-werkenden. In 2001 was 73,2 procent van de werkenden computergebruiker en 65,4 procent internetgebruiker. Van de niet-werkenden was slechts 40,8 procent computergebruiker en 36,9 procent internetgebruiker.

  3. Opleiding
    Ook het opleidingsniveau is een discriminerende factor. Hoe hoger het opleidingsniveau des te meer kans heeft men om computer- of internetgebruiker te zijn. Van de mensen met een bachelor's graad of hoger heeft in september 2001 meer dan 80 procent toegang tot het internet. Voor mensen met een high-school diploma is dit 40 procent en voor mensen zonder diploma 12,8 procent. Tegelijkertijd is het internetgebruik het snelst toegenomen onder mensen met lagere opleidingsniveaus.

    Beschrijvende statistieken kunnen geen afdoende antwoord geven op de vraag waarom een bepaalde groep individuen meer of minder gebruik maakt van het internet. Dat komt omdat demografische kenmerken vaak onderling samenhangen. Zo hebben mensen met hogere inkomens vaak ook een hoger opleidingsniveau. De relatie tussen internetgebruik en opleidingsniveau zou er dus slechts op kunnen wijzen dat mensen met hogere opleidingsniveaus vaak hogere inkomens hebben. Bij nader onderzoek blijkt echter dat inkomen en opleidingsniveau onafhankelijke effecten hebben op internetgebruik. Mensen met lagere opleidingsniveaus die leven in huishoudens met een relatief hoog inkomen maken minder gebruik van het internet dan mensen met een hoger opleidingsniveau die leven in huishoudens met lage inkomens.

  4. Leeftijd
    Het computer- en internetgebruik zijn sterk verbonden met de leeftijd van het individu. Computers en internet worden het meest gebruikt door kinderen en teenagers, gevolgd door mensen tussen 26 en 55. Oudere mensen gebuiken computers en internet het minst. De toename van internetgebruik is verdeeld over alle leeftijdsgroepen. Deze algemene opwaartse verschuiving in de leeftijdsdistributie is het gevolg van twee factoren. Ten eerste de absolute toename van het internetgebruik en ten tweede een cohorte effect. Mensen die 55 jaar waren in 1995 behoren nu immers tot de categorie van de 55+. Daarbij wordt verondersteld dat mensen die het internet gebruikten toen zij jonger waren dit waarschijnlijk ook zullen blijven doen.

  5. Geslacht
    Ook in de USA waren internetters van het eerste uur voornamelijk mannen. Tussen october 1997 en augustus 2000 is dit verschil in internetgebruik tussen mannen en vrouwen volledig verdwenen. In september 2001 was de internetgebruiksgraad 53,9 procent voor mannen en 53,8 procent voor vrouwen. Uit sommige studies blijkt zelfs dat er in de USA sinds 2000 meer vrouwen op het internet zijn dan mannen en dat vrouwen ook meer tijd online besteden dan mannen.

  6. Geografie: Stad of Platteland
    Van 1998 tot 2001 is de vooral groei van het internetgebruik van mensen op het platteland sterk gestegen (met jaarlijks 24%). Het internetgebruik van mensen op het platteland benadert nu het nationale gemiddelde. In de stedelijke gebieden neemt het internetgebruik ook toe, maar de groei is lang lang niet zo snel als in landelijke gebieden (gemiddeld 19 procent per jaar).

  7. Etniciteit
    Het voortbestaan van de etnische digitale kloof wijst erop dat het informatietijdperk niet kleurenblind is. In elk NTIA-onderoek blijkt dat blanken en Aziatisch-Amerikanen hogere gebruiksgraden hebben dan zwarten en Hispanics. In 2001 had 60 procent van de blanken en Aziatisch-Amerikanen toegang tot het internet, terwijl slechts 39,8 procent van de Afrikaans-Amerikanen en 31,6 procent van de Hispanics toegang had. Ook de etnische digitale kloof lijkt zichzelf te verkleinen doordat de groeicijfers voor de achtergebleven groepen significant hoger zijn dan bij de relatief geprivilegeerde groepen. De gemidddelde jaarlijkse toename van internetgebruik is voor zwarten 31 procent, voor Hispanics 26 procent, voor Aziatisch-Amerikanen 21 procent en voor blanken 19 procent.

  8. Gehandicapten
    Bijna driekwart van de gehandicapte Amerikanen gaat niet online en 28 procent daarvan zegt dat hun handicap het moeilijk of onmogelijk maakt om online te gaan [Pew 2003]. Veel gehanticapten hebben geen toegang tot adaptieve technologieën die hen kan helpen om computers te bedienen en informatie uit websites te ontsluiten [Colin Keane and Joel Macht, Neil Squire Foundation]. Mensen met een handicap zijn overgerepresenteerd in de categorie individuen zonder toegang tot internet. Dit geldt in het bijzonder voor visueel en motorisch gehandicapten. Deze verschillen worden kleiner wanneer het inkomen hoger is, en worden groter naarmate men ouder is [Castells 2001:250]. Voor gehandicapten zou de toegang tot het internet -zo was de verwachting- bijdragen aan het overwinnen van fysieke barrières. Het internet zou interactie met anderen vergemakkelijken, betere toegang bieden tot informatie en de mobiliteit in de virtuele ruimte vergroten. Maar een handicap blijkt tevens een hardnekkig obstakel te zijn voor toegang tot en omgang met het internet. Dit is ook het geval wanneer men rekening houdt met andere factoren, zoals opleidingsniveau, inkomen of leeftijd.

Index


Gebruik van internet
Het toenemend aantal Amerikanen dat gebruik maakt van het internet verricht zeer uiteenlopende online activiteiten. Het overgrote deel maakt gebruik van e-mail. Het WWW wordt voornamelijk gebruikt om —in afnemende populariteit— informatie op te zoeken over producten of diensten, het volgen van het nieuws, weerberichten en sport, het spelen van spelletjes, het zoeken naar medische informatie en diensten, het zoeken naar overheidsdiensten, het maken van schoolopdrachten, het kijken naar TV/films en het luisteren naar de radio, het kletsen in babbelboxen, het online bankieren, het zoeken naar banen, het bijhouden van aandelen, en het volgen van online onderwijs.

Index


Veralledaagsing van internetgebruik
Inmiddels heeft meer dan 60% van de Amerikanen toegang tot het internet en is 40% van de Amerikanen meer dan drie jaar online. Het internet is voor hen een van de belangrijkste informatiemiddelen is geworden [Pew: Counting on the Internet]. Het internet is populair geworden en steeds meer Amerikanen zijn ervan afhankelijk geworden voor hun informatievoorziening. Bijna tweederde van alle Amerikanen verwacht dat zij in staat zijn om op het web informatie te vinden over wat zij maar willen weten. Of het nu gaat om informatie over buurt- of stadsactiviteiten, diensten van overheidsinstellingen, nieuws of commercie, zij verwachten op al deze essentiële gebieden dat zij op het internet de informatie kunnen vinden die zij zoeken. Omdat deze hoge verwachtingen op ervaringen zijn gebaseerd wordt het internet voor veel gebruikers de eerste plaats waar zij zich toe richten wanneer zij behoefte hebben aan bepaalde informatie.

Index Europa

Volgens de NUA-peiling van september 2002 waren er in heel Europa meer dan 190 miljoen internetgebruikers. Dat is meer dan zes keer zoveel als in 1998. In december 2011 was het aantal internetgebruikers in Europa gestegen tot meer dan 500 miljoen, wat neerkomt op een penetratiegraad van 61,3%.

Internetpenetratie in Europa (2002-2011)
november 2002 december 2011
Miljoenen Percentage Miljoenen Percentage
Zweden 5,00 56,36 8,44 92,9
IJsland 0,14 52,11 0,30 97,8
Noorwegen 2,36 53,60 4,69 97,2
Nederland 7,28 45,82 15,07 89,5
Denemarken 2,58 48,37 4,92 89,0
Finland 2,27 43,93 4,66 88,6
Zwitserland 2,40 33,05 6,43 84,2
Engeland 19,98 33,58 52,73 84,1
Duitsland 20,00 24,28 67,36 82,7
België 2,70 26,36 8,49 81,4
Frankrijk 9,00 15,26 50,29 77,2
Oostenrijk 3,00 36,90 6,14 74,8
Ierland 1,04 27,50 3,12 66,8
Spanje 5,49 13,72 30,65 65,6
Hongarije 0,66 6,38 6,51 65,3
Polen 2,80 7,25 23,8 62,0
Italië 13,43 23,29 35,80 58,7
Portugal 0,70 6,97 4,46 50,7
Griekenland 1,33 12,42 5,04 46,9
Turkye 0,60 2,68 35,00 44,4
Rusland 9,20 6,30 61,47 44,3
Romenië 2,00 3,05 8,58 39,2
Oekraïne 0,20 0,41 15,30 33,9

Duitsland, Rusland en Engeland herbergen in Europa het leeuwendeel van de internetgebruikers. De Scandinavische landen scoren samen met Nederland de hoogste bezettingsgraad van rond de 90%, terwijl de landen van de voormalige Sovjet-Unie tot de hekkensluiters behoren (in 2001: Rusland 12%; Romenië: 4,5%; Oekraïne 1,5% — in 2011: Rusland 43%; Romenië: 39,2%; Oekraïne 33,9%). Dat bijna alle Scandinavische landen hogere niveaus van internetparticipatie hebben dan de rest van Europa is geen toeval. De pc-penetratie was grotendeels het gevolg van een overheidsbeleid dat ondernemingen toestond om de kosten van computers af te trekken van hun belastingen. Het hoge niveau van internet-adoptie is het gecombineerde resultaat van een hoog niveau van computer- en telefoonbezit, veel mensen die geschoold zijn in informatietechnologie, en de lage kosten van de internetverbinding. Daaraan moet onmiddelijk worden toegevoegd dat Scandinaviërs gemotiveerd zijn om het internet te gebruiken omdat zij door relatief grote afstanden van elkaar gescheiden zijn.

Het internet is het snelst groeiende communicatiemedium ooit. Haar populariteit groeit in Europa veel sneller dan de televisie in de jaren zestig. Internet kan op verschillende manieren creatief en interactief worden gebruikt. Sommige landen vormen de voorhoede van innovatie en proberen deze technologie in te zetten voor hun progressie. Ook kleinere landen kunnen voorop lopen bij het ontwikkelen van informationele en communicatieve infrastructuren en praktijken. "Voor een kleine natie is het internet het dak van de wereld" [President Lennart Meri van Estland].

Penetratiegraad in Europese landen, 2001

De Europese internetgebruikers zijn ook steeds meer bereid om voor digitale inhoud ('content') te betalen. Volgens een studie van Jupiter Research zullen online Europeanen in 2007 zo'n 2,5 miljard Euro besteden aan digitale inhoud, terwijl dit in 2001 nog maar 337 miljoen was. Een derde daarvan wordt uitgegeven aan het downloaden van spelletjes en het spelen van online spelletjes. Dat is niet verwonderlijk met een wereldwijde 'gambling' populatie van meer dan 50 miljoen.

Index Nederland

Groei van Internet
  Gebruikers
in miljoenen
Penetratie-
graad
Sep. 1997 1,00 6,00
Jan. 1998 1.39 8,30
Apr. 1998 1.39 7,76
Nov. 1998 1.80 10,70
Mrt. 1999 2,30 13,70
Mei. 1999 3,80 24,04
Feb. 2000 4,50 28,47
Sep. 2000 6,80 42,79
Nov. 2000 7,28 45,82
Jul. 2001 8,67 54,25
Aug. 2001 8,70 54,44
Feb. 2002 9,28 58,07
Sep. 2002 9,73 60,83
Mei. 2003 10.40 61.00
Juni 2004 10.80 65.90
Deze statistiek is gebaseerd op gegevens van
Nua, IDC, Nipo, ProActive en sinds september
1999 van Nielsen Netratings
Ook in Nederland leeft en groeit het internet. Alle onderzoeksbureaus zijn het daarover eens. De vraag is alleen hoe groot het internet in Nederland is en hoe snel de groei verloopt. In de volgende tabel staan de kerncijfers van het aantal absolute en relatieve internetgebruikers in Nederland.

Het aantal internetgebruikers is ook in Nederland explosief gestegen. De 1 miljoen gebruikers uit 1997 werd in de drie daarop volgende jaren telkens meer dan verdubbeld zodat er tegen het einde van 2001 zo'n 8 miljoen gebruikers waren. In mei 2003 werd de drempel van 10 miljoen overschreden. Met een penetratiegraad van meer dan 66% (medio 2005) behoort Nederland tot de top drie van Europese landen (samen met Denemarken 68% en Zweden 73%). Het grootste deel van de gebruikers heeft toegang tot het internet vanuit de eigen woning.

Met een penetratiegraad van bijna 66% (medio 2006) lijkt ook in Nederland het verzadigigingspunt te zijn bereikt. De volgende grafiek laat zien dat de groei van het aantal internetgebruikers in Nederland in de laatste jaren is afgevlakt.  

Penetratiegraad in Nederland

Het internetgebruik neemt nog steeds snel toe, maar de groeicijfers zijn iets afgevlakt. Deze afnemende groei lijkt gepaard te gaan met een minder intensief gebruik van het internet. De gebruikers zijn minder vaak en minder lang online. De verklaringen hiervoor lopen nogal uiteen.

Zolang geen specifiek onderzoek gedaan is naar de mogelijke oorzaken van de afgevlakte groeicijfers in Nederland kunnen we er maar het beste van uitgaan dat alle drie deze oorzaken een zekere rol spelen.

Het aantal vrouwen dat internet gebruikt is snel toegenomen. In 2000 waren al 40% van de Nederlanders die regelmatig online zijn vrouwen. De verwachting is dat zij binnenkort vaker online zullen zijn dan mannen. In opdracht van VNU-tijdschriften deed het NIPO in 2000 onderzoek naar het internetgebruik van vrouwen en naar hun ervaringen. Daaruit bleek dat veel vrouwen internet nog erg ongezellig, tijdrovend en onoverzichtelijk vonden. Zij hebben vooral behoefte aan sites die geselecteerde informatie leveren die is afgestemd op hun persoonlijke belangstelling. Zij zoeken vooral betrouwbare en praktische informatie van een vertrouwde afzender en gebruiken vaker dan mannen een startpagina in plaats van zomaar wat te surfen.

Het internetgebruik onder jonge allochtonen (15 tot 24 jaar) is opvallend hoog. Bij Marokkaanse jongeren is dit 93 procent, bij Surinaamse 88 procent en bij Turkse 57 procent [bron: MCA Communicatie]. Allochtonen jongeren maken optimaal gebruik van het internet. Bijna alle zelforganisaties beschikken inmiddels over een eigen website. Sommige jongerenorganisaties zijn zelfs volledig gericht op het beheren van een site [Forum, Instituut voor Multiculture Ontwikkeling].

Index


Domeinnamen
Het aantal geregistreerde NL-domeinnamen en de groei daarvan is een goede graadmeter voor de internet-activiteiten. Op 1 mei 1986 werdt de eerste .nl domeinnaam in geregistreerd. Dit gebeurde door het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam, dat in die tijd de uitgifte van domeinnamen verzorgde. In de jaren daarna werden er nog maar weinig namen geregistreerd. In 1989 kwam er slechts één naam bij en in 1990 waren dat er vijf. In de jaren '90 begon het aantal domeinnamen explosief te groeien, vooral als gevolg van de opkomst van het WWW. In 1999 werd de 100.000ste domeinnaam onder .nl geregistreerd. Een jaar later werd de grens van 500.000 doorbroken. Op 7 augustus 2002 werd de 750.000ste .nl-domeinnaam geregistreerd, en aan het eind van 2002 waren dat er meer dan 800.000. De Stichting Domein Registratie Nederland (SIDN) verwacht dat de miljoenste domeinnaam eind 2003 of begin 2004 geregistreerd kan worden.

Het toppunt van de groei lijkt inmiddels achter ons te liggen. In 2000 werd de grootste groei gehaald van 241%. Eind mei 2000 kwamen er in één week tijd bijna 26.000 domeinnamen bij. Op dit moment bedraagt de groei zo'n 3.000 à 4.000 per week.

Index


Gebruik
Wat doen Nederlanders die op het internet zijn aangesloten? Net als in alle andere landen gaan zij bij voorkeur surfen: min of meer willekeurig zoeken naar interessante sites. Op grote afstand daarvan staat het gebruik van toepassingen die gericht zijn op onderlinge communicatie, zoals deelname aan nieuwsgroepen of chatten.

Er wordt weliswaar steeds vaker gezocht naar meer functionele sites, maar het bezoek van amusementssites spant nog altijd de kroon. Netpanel komt tot de volgende cijfers:

muziek 60 %
film en televisie 29 %
sport 29 %
erotiek of pornografie 28 %
science fiction 23 %
auto's en motoren 22 %
Bron: Netpanel

De Nederlandse amusements- en onspanningssites die het meeste bezocht worden zijn die van Veronica, Digitale Stad Amsterdam, Formule-1 (van Jos Verstappen) en Heineken. We willen jong en dynamisch zijn en met grote snelheid van of naar Amsterdam racen met een glas bier in de hand.

Bij het bezoek van bedrijvensites gaat de voorkeur uit naar meer functionele sites. Het meest genoemd worden krantensites (Telegraaf, Volkskrant en NRC), de telefoongids van PTT-Telecom, het KNMI en de ANWB. De meest gebookmarkte bedrijven zijn de KPN (23%), de PTT (10%) en IDG's Wereldweb (7%).

In mei 2003 waren er naar schatting 10,4 miljoen internetgebruikers in Nederland. Een surfsessie duurt gemiddeld bijna een half uur en per maand wordt meer dan 9 uur op het internet doorgebracht. Per maand worden er 60 unieke sites bezocht en de gemiddelde duur van een paginabezoek is 45 seconden.

De tijd die mensen op het internet doorbrengen gaat ten koste van andere activiteiten en in het bijzonder van het gebruik van andere media. Mensen besteden minder tijd aan het kijken naar tv, het luisteren naar de radio, het telefoneren en het lezen [Adformatie 30.9.2003]. In vergelijking met vijf jaar geleden kijken scholieren per week 3 uur minder televisie. Zij besteden 15,5 uur aan tv-kijken en zijn 6 à uur per week online [Studie Keuze Monitor 2002].

Index


Handel op internet
De groei van het internetgebruik is Nederland is nog niet ten einde. Net als in andere landen blijft het percentage online kopers achterlopen op de stijging van het aantal internetters. En ook voor Nederlanders zijn de belangrijkste drempels voor online winkelen de veiligheid van transacties, het niet willen opgeven van credietkaartgegevens, en onzekerheid over de kwaliteit van het online aan te schaffen product.

Laagrisico producten
Via internet worden vooral producten met een relatief laag risico gekocht. Deze producten hebben een laag financieel risico (kleine bedragen) en het zijn homogene producten (men weet wat men krijgt) die via de post verstuurd kunnen worden. Boeken en cd's zijn daarom wereldwijd de meest gekochte online producten. De toenemende verkoop van een minder homogeen product als kleding is een indicatie dat online kopers een groter vertrouwen hebben in de online aanbieders.
In Nederland worden via internet het meeste boeken gekocht, op de voet gevolgd door cd's. Sinds Wehkamp, Neckerman en Otto op het internet actief zijn is ook de online aanschaf van kleding sterk in opkomst. De top vijf van online producten in 2002 ziet er als volgt uit: muziek (cd’s), boeken, vakanties/privé reizen, kleding.

Het gemiddelde bedrag per online shopper in Nederland lag in 2002 onder het wereldwijde gemiddelde (499 euro): 388 euro per maand.

Index


Onderzoeksbureaus
Het Nipo doet permanent onderzoek naar de groei van het aantal internet-aansluitingen in Nederland. Om de betrouwbaarheid zo hoog mogelijk te maken doen de enquêteurs dit niet telefonisch, maar bij de respondenten thuis. De cijfers over het gebruik in huishoudens zijn afkomstig uit de NIPO Capibus. Hiervoor worden wekelijks 2000 steeds weer andere huishoudens ondervraagd waarbij verschillende onderwerpen van diverse opdrachtgegevers aan de orde komen. Het zakelijk gebruik wordt gemeten via de NIPO-Business Monitor. Per kwartaal worden 3.000 bedrijven ondervraagd.
Zie voor afzonderlijke studies:

  1. [2003] Groei in online gebruik overheidsdiensten in Nederland het hoogst
  2. [2003] ADSL maakt vaart
  3. [2003] Aanschaf van auto via internet slaat niet aan
  4. [2002] Nederland met internetgebruik in wereldtop
  5. [2002] Internet belangrijke stimulator voor Winkelen op afstand
  6. [2002] Internetbankieren streeft bankieren via software voorbij
  7. [2002] Gebruik online overheidsdiensten neemt sterk toe in Nederland
  8. [2001] Strategisch belang internet neemt sterk toe
  9. [2001] Aanval op internet reëel gevaar
  10. [2001] Klanten dreigen massaal hun internetprovider te verlaten
  11. [2001] Wereldwijd e-commerce onderzoek 2001: Internet uitgegroeid tot wezenlijk onderdeel koopproces van producten en diensten
  12. [2001] Nederlanders maken veel gebruik van online overheidsdiensten, maar gevoel van onveiligheid is nog groot
  13. [2001] Nederlanders nog onbekend met UMTS
  14. [2001] Grote potentie e-HTM
  15. [2001] Gratis downloaden van muziek voor Nederlanders geen probleem
  16. [2000] Internet uitgegroeid tot wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering
  17. [2000] Hypotheek Websites goed beoordeeld
  18. [2000] Vrouwen halen mannen in op internet. Maar dan moet het wel anders
  19. [2000] Groeiend aantal Nederlandse ondernemers overtuigd van belang en mogelijkheden Internet
  20. [1998] Ondernemend Nederland begint Internet serieuzer te nemen
  21. [1998] Betalen via Internet omgeven door een aureool van onveiligheid
  22. [1997] Internet-gebruik in bedrijfsleven begint substantiële vormen aan te nemen
  23. [1997] Groei Internet gebruik bij klein-bedrijf blijft achter
  24. [1997] Groot deel ondernemend Nederland nog sceptisch over gebruiksmogelijkheden Internet
  25. [1996] Nederlands bedrijfsleven stort zich massaal op Internet

Netpanel is een initiatief van Ruigrok Marketing-communicatie dat zich richt op interactief markt- en opinie-onderzoek. Driehonderd interetgebruikers krijgen maandelijks vragen voorgelegd via het WWW en email over hun gebruik van het internet. Netpanel doet ook onderzoek naar de kwaliteit en dienstverlening van de providers en naar de bekendheid en kwaliteit van de sites van Nederlandse bedrijven.

Multiscope meet sinds 1996 het bereik van Nederlandse websites door middel van een panel van internet-gebruikers. Door deze bereiksmeting ontstaat voor het eerst een compleet overzicht van de populariteit van de verschillende Nederlandse websites en worden hun marktaandelen berekend zoals voor andere media al langer gebruikelijk is.

Het voordeel van deze bereiksmeting is dat deze niet beperkt blijft tot aangesloten sites of sites die ondergebracht zijn bij een bepaalde provider. De meting vindt immers plaats bij de eindgebruiker. De deelnemers zijn afkomstig uit het algemene panel dat Multiscope al langer gebruikt voor andere vormen van online onderzoek.

De bereiksmetingen worden verricht door gebruik te maken van geavanceerde logsoftware, welke op de PC's van een representatief panel van meer dan 1.500 internetgebruikers het surfgedrag registreert. Hierbij wordt in realtime zowel thuis als op de werkplek surfgedrag geregistreerd. Bij inschrijving wordt een groot aantal gegevens verzameld van alle panelleden (geslacht, leeftijd, opleiding, beroep, netto-inkomen, gezinssituatie, kostwinnerschap, postcode, aantal uur internet-gebruik en bookmarks). Alle gegevens worden in de Visiscan database samengebracht. Door een koppeling te maken tussen de door ieder specifiek panellid bezochte sites en zijn profiel is het voor hen ook mogelijk om een bezoekersprofiel te geven van de belangrijkste Nederlandse websites. Na een proefperiode werd het Visiscan panel op zodanige wijze uitgebreid dat het een representatieve afspiegeling vormt van de totale populatie Nederlandse internet-gebruikers. Zie voor studies:

  1. [03.12.2004] Top 20 sites van 2004
  2. [15.12.2003] Top 20 sites van 2003
  3. [28.10.2003] Nederlandse internetgebruiker surft dicht bij huis
  4. [11.08.2003] Hitte, vakantie en economie beïnvloeden surfgedrag
  5. [12.12.2002] Top 20 sites van 2002
  6. [05.07.2002] Breedband wint terrein in Nederland
  7. [08.05.2002] Segmentatie Nederlandse internetgebruikers
  8. [07.02.2002] Effectiviteit zoekmachine optimalisatie
  9. [30.01.2002] Goede vooruitzichten voor betaalde webdiensten
  10. [06.12.2001] Top 50 sites van 2001
  11. [22.11.2001] E-commerce onder de loep
  12. [22.11.2001] Top 50 adverteerders slecht vindbaar in zoekmachines
  13. [11.12.2000] Top 50 sites van 2000
  14. Archief

Index Diversiteit: digitale kloven dichten?

Globalisering en Polarisering
We hebben gezien hoe snel het internet zich over de hele wereld verspreid heeft. Deze globalisering van het internet wordt echter getekend door schrijnende dispariteiten in welvaart tussen de verschillende naties en ingeperkt door overheden en politieke culturen die de vrijheid van informatie en meningsvorming aan banden leggen of tot een farce maken. De geografische barrières voor communicatie worden door het internet radikaal doorbroken, maar er is tegelijkertijd een nieuwe barrière ontstaan. Het is een onzichtbare barrière die lijkt op het world wide web: het omarmt degenen die in het netwerk der netwerken met elkaar verbonden zijn en sluit stilletjes de rest uit.

Globale communicatie heeft een enorm potentieel om mensen te informeren, te emanciperen en hun productiviteit te verhogen. Maar het laat ook zien dat er risico's zijn van het verdelen en polariseren van samenlevingen waardoor de kansarmen nog meer gemarginaliseerd dreigen te raken. Ondanks de belofte van een alles-en-iedereen omvattende 'connectiviteit' is het internet veeleer een selectief netwerk dat parallel loopt met de fysieke geografie en economische ontwikkeling.

Ook binnen nationale staten wordt de toegang tot het internet beperkt door sociale ongelijkheden en uitsluitingen van de lokale samenleving. Men zou kunnen zeggen: er zijn geen sociale ongelijkheden in de lokale samenleving die geen effect hebben op de participatie in en leefbaarheid van de virtuele samenleving.

Barrières voor internetgebruik
De barrières voor het gebruik van het internet kunnen als volgt worden samengevat.
  1. Inkomen koopt toegang. Als een gemiddelde inwoner van Bangladesh een computer zou willen kopen kost het deze meer dan acht jaar inkomen, voor een gemiddelde Amerikaan is dit slechts één maandsalaris. Veel niet-gebruikers zeggen dat kosten de belangrijkste reden is dat zij offline blijven.

  2. Onderwijs is een toegangskaartje voor de netwerksamenleving. Internetgebruikers hebben over de hele linie een hogere opleiding dan niet-gebruikers. Niet-gebruikers met een lagere opleiding en inkomen geloven eerder dat het internet te ingewikkeld is en moeilijk te begrijpen.

  3. Engels moet je begrijpen. De dominante taal die in websites wordt gehanteerd is Engels. Dat is een taal die door minder dan 10 procent van de wereldbevolking wordt gesproken.

  4. Je kunt publiceren, maar wordt je site door iemand opgemerkt? De vraag is niet zozeer of je op het web kunt publiceren, maar of hier ook iemand kennis van neemt. Ook op het internet is aandacht een schaars goed [Goldhaber 1997, The Attention Economy and the Net].

  5. Er zijn nog diverse andere sociale splitsingslijnen die hun stempel drukken op het internetgebruik. In de meeste landen wordt het internetgebruik gedomineerd door relatief jonge, autochtone mannen. De toegangsbarrières voor het internet zijn voor vrouwen, ouderen en etnische minderheidsgroepen relatief groot.
De typische internetgebruiker op wereldschaal is mannelijk, onder de 35 jaar, met een goede opleiding en hoog inkomen, wonend in een stad en Engels sprekend.

Index


Digitale Kloof
Naarmate het internet dieper in het maatschappelijke leven penetreert kan zij zelf een nieuwe bron van sociale ongelijkheid en uitsluiting worden. Internet biedt niet alleen mogelijkheden als middel van vrijheid, productiviteit en communicatie, maar kan ook leiden tot een nieuwe splitsingslijn tussen de 'internet-haves' en 'have-nots'. De slachtoffers van deze digitale kloof zijn mensen zonder of met beperkte toegang tot internet, en mensen die niet in staat zijn het internet effectief te gebruiken. De digitale kloof refereert dus niet alleen aan de ongelijkheid van toegang tot het internet, maar ook aan ongelijke snelheid van de internetverbinding, en aan de ongelijke kennis en vaardigheden die nodig zijn om het internet effectief te gebruiken.

Meer dan 80% van de wereldbevolking heeft nog nooit een telefoon horen rinkelen, laat staan dat zij ooit op het web gesurfd hebben. En er zijn diverse indicatoren dat de kloof tussen informatie-rijken en informatie-armen groter wordt. Niet voor niets waarschuwde de Algemeen Secretaris van de Verenigde Naties Kofi Annan voor het gevaar van uitsluiting van de armsten op de wereld van de informatierevolutie:

Van een digitale kloof is niet alleen sprake wanneer mensen en landen worden uitgesloten omdat zij niet verbonden zijn met het internet. Het kan ook betekenen dat mensen juist door hun internetverbinding afhankelijk worden van economieën en culturen waarin zij weinig kans hebben om hun eigen weg te vinden naar materieel welzijn, politieke autonomie en culturele identiteit [Castells 2001:248]. Deelname aan het internet betekent dus niet automatisch en onder alle omstandigheden dat mensen hierdoor betere kansen krijgen of dat er sociale ongelijkheden worden verkleind. Informatie- en communicatietechnologieën zijn slechts in potentie een enorme kracht voor menselijke ontwikkeling voor iedereen die ‘connected’ is.

De fundamentele digitale kloof wordt niet zozeer gemeten door het aantal internetverbindingen, maar door de gevolgen van zowel verbinding als gebrek aan verbinding. De reden daarvan is eenvoudig: het internet is niet alleen maar een technologie. “Het is een technologisch instrumentarium waarmee en de organisationele vorm waarin informatiemacht, kennis en netwerkcapaciteit wordt verdeeld in alle sferen van het maatschappelijke leven” [Castells 2001:269].

Index


Nieuwe Gebruikers
Het internet is niet alleen een nieuwe communicatietechnologie die zich sneller dan ooit verspreidt, het is ook technologie die zich bijna even snel verder ontwikkelt. Het merendeel van de nieuwe gebruikers zal ongetwijfeld uit de ontwikkelingslanden komen. Al is het alleen maar omdat daar meer dan 80% van de wereldbevolking leeft. Het snelst groeiende gebied in de wereld is Oost Azië (China, Taiwan, Hong Kong, Zuid-Korea). Ook in Nederland, met een internetpenetratie van meer dan 60 procent, zullen er in de nabije toekomst nieuwe gebruikers online gaan, terwijl het internet zelf blijft evolueren.

De nieuwe gebruikers van het internet worden geconfronteerd met een reeks opties waarvan nog maar enkele jaren geleden hun voorgangers niet konden dromen. De verbindingssnelheden zijn aanzienlijk groter, er is een grote verscheidenheid van hardware waarmee men toegang krijgt tot het internet, en er is een veel breder inhoudelijk aanbod van informatie en gelegenheid tot interactie. Door de opkomst van het Worldwide Web en de toenemende commercialisering van het internet heeft de commercie een prominentere plaats ingenomen. Maar tegelijkertijd heeft de groeiende internetpopulatie een enorme diversiteit van niet-commerciële inhoud voortgebracht.

De internetgebruiker van vandaag verschilt nogal van de typische websurfer van een paar jaar geleden. De typische internetgebruiker van het eerste uur was een relatief hoog opgeleide, welgestelde, blanke en jonge man. De typische internetgebruiker van vandaag is in al deze opzichten diverser geworden. Er zijn meer gebruikers met verschillende leeftijden, geslachten, economische en etnische achtergronden en opleidingsniveaus.

De tijd die internetgebruikers per dag online zijn is afhankelijk van het aantal jaren dat zij al online zijn. Naarmate mensen langer online zijn, verrichten zij ook meer activiteiten via het internet, zoals emailen, nieuws verzamelen, spelletjes spelen en online kopen.

Het gebruik van het internet wordt steeds meer opgenomen in het alledaagse leven. De volgende generatie zal de gevolgen van het internet net zo snel vergeten als de huidige generatie deed met stromend water of elektriciteit — totdat er een waterleiding barst of een elektriciteitsstoring optreedt. Zoals een eeuw geleden alle huizen werden voorzien van elektriciteit, zo zullen de huizen van de toekomst worden uitgerust met permanente en supersnelle internetverbindingen.

De nieuwe gebruikers van morgen zullen anders zijn dan die van vandaag. Nieuwe gebruikers zijn terughoudend met het doen van financiële of commerciële transacties via het internet. Zij maken zich zorgen over de veiligheid en privacy van het gebruik van credietkaarten op het internet. Nieuwe gebruikers lijken zich iets minder snel te richten op amusements- en ontspanningsactiviteiten en gebruiken het internet meer als een informatiebron.

Index Informatiebronnen

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

06 October, 2013
Eerst gepubliceerd: Oktober, 1997