Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Egypte: Revolteren met en zonder internet English Version

— Repressie en Opstandigheid in een militaire dictatuur—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Internet als medium en inzet van maatschappelijke strijd
Repressie via internet
   Inleidende schermutselingen
   Digitale duisternis
Door de mazen van het internet
   6 april beweging
   Open Mesh Project
   Speak2Tweet
Nomadische gedachten
   Internet als publiek domein
   Cyberoptimisten, cyberpessimisten, cyberrealisten
   Flitsmeutes en dilemma’s van collectief handelen
   Internet als medium van solidaire nabijheid
Referenties
Verwante teksten
Index Netactivisme en wolkbewegingen
Index Iran — Anatomie van een twitterende rebellie
Index Syrië — Het zwarte gat in het internet
Index Politieke sociologie van het internet
Index Regulatie en zelfregulatie van internet
Index Oorlog in Cyberspace — Zwaarden van Zwakkeren

Internet als medium en inzet van maatschappelijke strijd

De digitale farao. Veel mensen geloven nog steeds dat het internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten. Ten eerste is internet een laagdrempelig medium waarvan alle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens naar voren te brengen. Het enige wat men hiervoor nodig heeft is een computer en een internetaansluiting. Ten tweede is het een globaal medium waarmee in principe iedereen snel bereikt kan worden. Geografische grenzen tussen continenten, landen en regio’s en tussen sociale klassen, beroeps-, inkomens of statusgroepen zouden als sneeuw voor de digitale zon verdampen. Ten derde is het een interactief medium dat ons in staat stelt om online op alle denkbare manieren met elkaar te communiceren. Via internet kunnen we zowel synchroon (chat, videoconferentie) als asynchroon (website, weblog, webfora enz.) met elkaar communiceren. Bovendien kunnen we een-op-een met elkaar communiceren, maar ook een-op-velen, velen-op-een en velen-op-velen. Dat zijn welhaast ideale condities voor democratische meningsvorming.

Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich tegenwoordig op internet. Zij proberen daar hun doelstellingen uit te dragen, zij articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, zij agiteren tegen andere maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan. En zij gebruiken het internet om hun eigen achterban te informeren, te verbreden en te mobiliseren.

Voor deelnemers aan sociale emancipatiebewegingen of politieke mobilisatiebewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, hun ervaringen kunnen uitwisselen en informatie aan elkaar kunnen doorspelen. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de internetopenbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.

Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zo’n samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen ‘inherent democratisch medium’ waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. De controle van communicatie en de manipulatie van informatie waren altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen [Castells 2011:347].

In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie), zoals Iran, zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet.

Index Repressie via internet

Voor de regering van Egypte is toegang tot vrije informatiestroom door het volk een uitdaging voor haar legitimiteit en macht. Zij ziet het internet als een directe bedreiging van haar bestaan, en van de stabiliteit van de dictatoriale staat. De Egyptische regering probeert al jarenlang controle te houden over het internet. In een land waarin ruim 15 procent van de meer dan 81 miljoen inwoners toegang hebben tot dat internet, is het niet eenvoudig om die controle sluitend te maken. De Egyptische autoriteiten controleren alle televisie- en radioprogramma’s en bijna alle kranten die onafhankelijke opinies publiceren zijn verboden.

Harde cijfers
De Afrikaanse telecommunicatiemarkt groeit in een sneller tempo dan in de rest van de wereld. Maar tegelijkertijd is de internetpenetratie in Afrika beperkt in vergelijking met de rest van de wereld [bron].

Bovendien bestaat er ook tussen de Afrikaanse staten een scherpe digitale scheidslijn. De beste infrastructuur en de meeste internetactiviteiten zijn geconcentreerd in Zuid-Afrika, Marokko, Egypte en in een paar kleinere economieën zoals Mauritius en de Seychellen. De ADSL diensten in Egypte behoren tot de goedkoopste van Afrika. Op Zuid-Afrika en Marokko na heeft Egypte de meeste internetproviders (meer dan 200). Al met al vertoont de ICT-sector in Egypte een permanente groei. In 2008 werd er al $9,8 miljard aan ICT besteed en de verwachting is dat dit in 2011 is toegenomen tot $ 13,5 miljard.

Het internet heeft in Egypte een moderne infrastructuur en het internetgebruik vertoont een scherp stijgende lijn. In 2000 werd een commerciële breedband internettoegang geïntroduceerd. In de periode 2000-2008 steeg het aantal internetgebruikers in Egypte met maar liefst 1815 procent: van 450.000 internetters in 2000 tot 8.620.000 in 2008. De internetpenetratie in Afrika is gemiddeld 5 procent, in Egypte is dat 15,4 procent. Egypte loopt dus voor op bijna heel Afrika, maar het loopt achter bij veel landen uit het Midden-Oosten.

Het enige medium dat voor Egyptische burgers nog enige vrijheid van meningsuiting toelaat is het internet (en de mobiele telefoon). Egyptische burgers gebruiken dat internet om zichzelf en anderen te informeren en om zich vrij te associëren en te protesteren. Dankzij het internet waren de Arabische burgers niet langer passieve consumenten van traditionele media. Internet gaf hen een kans om vrijelijker te spreken over onderwerpen die er toe doen. Langzamerhand ontdekten zij dat het internet een instrument is voor sociaal-politieke veranderingen. Het bloggen werd geïntroduceerd als een gebruiksvriendelijk maar zeer krachtige methode om zichzelf onafhankelijk (zonder de filters van de traditionele media) te uitten. Hierdoor konden nieuwe geluiden worden gehoord van burgers die zichzelf onderscheiden door moeilijk toegankelijke (of gecensureerde) informatie beschikbaar te stellen, door heldere analyses te geven van de stand van maatschappelijke zaken, en door het leveren van scherpzinnige kritiek op schrijnende sociale ongelijkheid, onrechtvaardigheid en onvrijheid. Al snel zou blijken dat deze vrijzinnige bloggers op de uiterst lange tenen van hun autocratische machthebbers begonnen te trappen. De bloggers werden bedreigd, in de gevangenis gegooid en gemarteld.

Index


Inleidende schermutselingen

Index


Digitale duisternis - Verlichting van het volksprotest
Op de dag dat er grote demonstraties waren gepland sloot de regering om 1.00 uur ’s nachts het internetverkeer in Egypte volledig af. De internetproviders kregen op 28 januari 2011 de opdracht om alle connecties te verbreken. Alleen een kleine provider, de Noor Group, die slechts 8% van de Egyptische internetgebruikers bedient, bleef beschikbaar (hoewel ook deze provider op 31 januari uit de lucht werd gehaald). Alle andere providers (zoals Link Egypt, Vodafone/Raya, Telecom Egypt, Etisalat Misr en al hun partners) gingen uit te lucht. Bedrijven, banken, internetcafés, onderwijsinstellingen en overheidsdiensten werden van elkaar, van hun klanten en gebruikers en van de rest van de wereld afgesloten.

In de nacht van 27 op 28 januari zagen de onderzoekers van Arbor Networks het volgende gebeuren:

Internetverkeer stilgelegd in Egypte.

Het was de dag dat een deel van het internet stierf. Egypte ging op zwart. Maar de farao zou niet rustig slapen. Een oorverdovend, oogverblindend en verstandblokkerend volksverzet werd zijn deel. Als een dief in de nacht moest hij uit Caïro vluchten.

Het uitschakelen van internetverbindingen in reactie op gevoelige politieke gebeurtenissen is een vorm van just-in-time blokkeren. Daarbij wordt toegang tot informatie geblokkeerd tijdens belangrijke politieke momenten waarop deze informatie de grootste gevolgen heeft voor verkiezingen, protesten of herdenkingen van opstanden.

Maar door het volledig afsluiten van de communicatiekanalen die door de opposanten werden gebruikt, werd de revolte niet het zwijgen opgelegd. Integendeel, het werd gezien als een wanhopige maatregel van een afstervend regime dat nog een laatste poging deed om op de been te blijven. Het stimuleerde dus de oppositie en gaf haar in werkelijkheid een ongemeen duidelijke missie: het regime van Mubarak moest verdwijnen.

Dit betekende echter niet dat de opposanten baat hadden bij de afsluiting van het internet.

We want internet

De demonstranten op het Tahrir-plein waren tegelijkertijd samen en alleen. Zonder toegang tot betrouwbare informatie werd de menigte gevoelig voor geruchten. In deze duisternis hadden de deelnemers vaak geen idee hoe het met hun familie en vrienden was gesteld. Men wist een week lang vaak niet of zij door de politie waren opgepakt of in elkaar geslagen. Bovendien was het voor de demonstranten vaak onduidelijk op welk tijdstip en waar men moest hergroeperen, of hoe men de revolte moest beschermen tegen gewelddadige provocaties van de vechtersbazen die Mubarak met paarden en kamelen op hen afstuurde.

Dat het internet een week op zwart werd gesteld verhinderde de Egyptenaren niet om luid protesterend hun grieven en eisen op straat naar voren te brengen. De activisten die zich op het internet hadden aaneengesloten waren niet vergeten hoe zij de fysieke publieke ruimtes konden gebruiken om duidelijk te maken waar het op stond — Mubarak moest verdwijnen, en wel direct.

Na een week van heftige sociale onrust en politiek protest kwam het internet verkeer weer enigszins op gang. Sindsdien zijn alle grote providers en websites weer bereikbaar voor de rest van het internet [bron].

Internetverkeer stilgelegd in Egypte.

Het platleggen van het internet bracht de Egyptische economie dagelijks een enorme schade aan. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) publiceerde een schatting van deze schade: 13 miljoen euro ($ 18 miljoen) per dag. In totaal zou dit het land zo’n 65 miljoen euro ($ 90 miljoen) hebben gekost. Daarbij zijn dan nog niet de secundaire economische gevolgen meegerekend, zoals bijvoorbeeld voor de toeristenindustrie. Op lange termijn zou het effect nog veel groter kunnen zijn, omdat het moeilijker wordt om in de toekomst buitenlandse bedrijven aan te trekken en hen te verzekeren dat de netwerken betrouwbaar zullen blijven.

In 2008 hadden de ministers van de Egyptische regering nog hun handtekening gezet onder een OECD-verklaring waarin een open internet werd bepleit als een cruciale factor in de groei van de nationale economie. In haar angstige haast om het verzet van het volk te breken, vergaten de autoritaire heersers niet alleen de principes van vrije informatie en vrijheid van meningsuiting, maar ook hoezeer het internet en de mobiele telefoon inmiddels zijn geïntegreerd in het economisch systeem. Overheden van technologisch ontwikkelde naties kunnen het telecommunicatiesysteem niet uitschakelen zonder substantiële economische schade aan te richten en het normale maatschappelijke verkeer te ontregelen. Internet is zo diep verankerd in bijna alle aspecten van ons persoonlijk en maatschappelijk bestaan, dat een uitschakeling direct resulteert in een dramatische ontregeling van de samenleving. Internet is inmiddels ook een medium van massadisruptie geworden.

Precedenten: Nepal en Birma
Wat in Egypte gebeurde was niet helemaal zonder precedent. Twee andere staten hebben op nationaal niveau het internet gesloten in reactie op politieke gebeurtenissen.

In februari 2005 sloot Nepal alle internationale internetverbindingen in het land af nadat de koning de staat van beleg had afgekondigd. Op dat tijdstip maakte nog minder dan 1% van de Nepalese bevolking van 23 miljoen gebruik van het internet. Nepal behoort tot de minst ontwikkelde landen van de wereld. Een week lang gingen de media op slot en werd het land van het internet afgesloten [Glaser 2005]

Op 29 september 2007 sloot de regering van Birma tijdens de saffraanrevolutie het internet in het hele land af. Zij deed dit in reactie op stromen van beelden en video’s waarmee het gewelddadige optreden van de regering tegen de demonstrerende burgers werd gedocumenteerd. Daaraan voorafgaand blokkeerde de Birmese junta steeds meer sites. De toegang tot populaire sociale media zoals YouTube en Blogspot werden geblokkeerd evenals de toegang tot internationale nieuwssites. Op die manier probeerde de regering te verhinderen dat er nog meer informatie naar buiten en naar binnen kwam. Door het reguleren of afsluiten van toegang tot communicatietechnologieën proberen repressieve regimes de sociale mobilisatie rond politieke sleutelkwesties te beperken.

Index Door de mazen van het internet

April 6 Youth Movement
Our generation has the right to try ..
Either we succeed ..
Or offer an experience to benefit other generations
Youth April 6
Youth who love Egypt
Een steeds groter aantal dissidenten verzet zich tegen dit repressieve internetbeleid van het Mubarak-regime. Telkens weer slagen zij erin om mazen te vinden in het controlesysteem en om sluipwegen te vinden die dit systeem proberen te omzeilen. Voor Egyptische burgers bestonden er maar zeer weinig mogelijkheden om zich vrij uit te drukken. Zij gingen hun kritiek en visies daar luchten waar de meeste vrijheid was: op het internet.

Index


6 April beweging
In de lente van 2008 begon de 6 April beweging als een Facebookgroep ter ondersteuning van de arbeidersstaking in de industriestad Mahalla al-Kurba. In die stad, 110 km ten noorden van de hoofdstad Caïro, is de grootste textielfabriek van Egypte gevestigd. Door vond een van de grootste stakingen plaats waarbij de arbeiders hoger loon en betere arbeidsvoorwaarden eisten. Zij bezetten het bedrijf en legden de productie stil. Tienduizenden arbeiders behaalden serieuze overwinningen, maar de prijzen bleven maar stijgen. Daarom werd op 6 april 2008 een nieuwe staking gepland.

Deze plannen werden ondersteund door de oppositiepartij ‘El Ghad’ (Morgen) die werd opgericht door Ayman Nour [1964]. Samen met andere leden van de partijjeugd richtte Esraa Abdel Fattah in 2008 een Facebookgroep op waarin zij deze protestactie bekend maakte en de Egyptische jeugd opriep om de arbeiders van Mahalla al-Kurba op 6 april te komen ondersteunen. Van de overheid werd geëist: een minimumloon, antitrustmaatregelen, bestrijding van corruptie en vrijlating van alle politieke gevangenen en gewetensgevangenen. Zij werd gearresteerd door de veiligheidsdienst en in de gevangenis opgesloten. Een aantal Egyptische kranten uitten hun bezwaren tegen deze staatscensuur. Esraa werd hierdoor een symbool van verzet en onverzettelijkheid tegen corruptie en onrechtvaardigheid. Na twee weken werd Facebook Girl vrijgelaten. Daarna gaf zij in een publieke verklaring aan dat zij zich in de toekomst zou onthouden van politieke activiteiten. Maar tijdens de revolutie van januari 2011 riep zij op om een einde te maken aan het regime van Mubarak. Zij was niet alleen op het internet actief, maar verstrekte ook Al Jazeera van het laatste nieuws over de oppositie.

Woordvoerders van het regime verordonneerden dat iedereen weer aan het werk moest gaan en dat men zich moest onthouden van demonstraties. De aanwezigheid van veiligheidstroepen in de steden werd versterkt. In Mahalla al-Kurba gebruikte de politie traangas en rubberen kogels tegenover 7.000 demonstranten.

Leden van de Facebookgroep organiseerden tijdens de acties juridische ondersteuning, deden verslag van de staking en gaven berichten door over het optreden van de politie. Meer dan negenentachtigduizend overwegend jonge en goed opgeleide Egyptenaren sloten zich aan bij de beweging. Middels Facebook kwam in zeer korte tijd een sneeuwbal met effect op gang. Steeds meer jongeren begonnen te geloven dat er echt iets veranderd kon worden in Egypte. Een oppositie die vergaande hervormingen wil realiseren heeft echter leiding nodig. Zodra iemand deze rol op zich durfde nemen werd hij snel van de politieke arena verwijderd, ook al vertoonde hij zich ‘slechts’ in de virtuele politieke arena van netwerksites en blogs.

Een van de oprichters van de anti-regeringsgroep op Facebook ’strike on April 6’ is Ahmed Maher. Deze 27-jarige ingenieur werd al snel door een officier van de veiligheidsdienst opgeroepen om eens op de koffie te komen. Maar Ahmed ging daar bij herhaling niet op in. Hij was per se niet van plan te zwichten voor de druk die officieren van de veiligheidsdienst op hem uitoefenden. Tegenover de BBC verklaarde hij: “If we allow ourselves to fear them, we won’t do anything. Then I would consider myself a partner in the crimes taking place in Egypt.”

Maar op 7 mei 2008 werd hij uit auto gesleept toen hij op weg was naar zijn werk in Caïro. Een particulier busje reed tegen zijn auto op en drie andere auto’s dwongen hem te stoppen. Ongeveer 12 ongeuniformeerde leden van de staatsveiligheidsdienst dwongen hem zijn auto te verlaten en brachten hem gehandboeid en geblinddoekt naar een nabijgelegen politiepost. Daar werd hij door de agenten beledigd, uitgekleed en geslagen. Daarna werd hij overgebracht naar het hoofdgebouw van de veiligheidsdienst in Lazoghly. Hij werd gemarteld en zijn voeten werden vastgebonden. Vervolgens werd hij aan een touw over de vloer getrokken. Zij dreigden hem met een stok te verkrachten en hij werd over zijn hele lichaam geslagen. Tussendoor werd hij ondervraagd over de Facebookgroep. Zij probeerden hem het password te ontfutselen. Toen deze keiharde methode geen succes had, probeerden zijn beulen het nog met een zachtere methodiek: met louter dreigingen en een beroep op patriottisme. Ook daarmee hadden zij geen succes. Nadat hij 12 uur lang martelingen had doorstaan werd Ahmed vrijgelaten. Maar zijn verhaal over deze brutale mishandeling met foto’s van zijn mishandelde lichaam werden direct op internet geplaatst.

De 6 April-jongeren riepen alle Egyptenaren op tot een algemene staking op 6 april 2009. Op die dag werd de politie in grote aantallen gemobiliseerd om een nationale staking door democratische activisten te verhinderen. De politie kreeg opdracht om iedereen te arresteren die aan de staking zou meedoen. De organisatoren hadden gevraagd om zich op de stakingsdag zwart te kleden en riepen op om sit-ins te organiseren in bedrijven en onderwijsinstellingen. De stakingsoproep werd via sociale netwerksites en SMS berichten door het land verspreid. De protesten waren niet massaal. Maar ze hadden wel tot gevolg dat ongeveer 100 van de 454 parlementsleden het parlement uitliepen als onderdeel van het protest.

Een van de activisten van de beweging probeerde de Amerikaanse regering ervan te overtuigen hervormingen in Egypte af te dwingen door druk uit te oefenen op het Mubarak-regime, met als dreiging informatie vrij te geven over Egyptische ambtenaren en hun illegale buitenlandse bankrekeningen. Hij hoopte dat de VS en de internationale gemeenschap deze rekeningen zouden bevriezen. Maar in Amerikaanse regeringskringen was men van meet af aan zeer sceptisch over de “uitermate onrealistische doelstelling” om het regime van Mubarak nog voor de presidentsverkiezingen van 2011 te vervangen door een parlementaire democratie [Telex van 30.12.2008 - Wikileaks].

De Egyptische internetgebruikers gaven de sociale netwerksite Facebook een nieuwe rol: een platform voor politiek activisme, zoals het propageren van demonstraties tegen het bewind van Mubarak. Noodzaak is de moeder van de uitvinding — de Egyptische jeugd werd gedwongen om Facebook te gebruiken om zichzelf politiek en sociaal uit te drukken en te associëren (Mona Elthahawy). Facebook werd voor hen een natuurlijk vehikel voor en verlengstuk van hun sociaal-politieke activiteiten.

Op de websites en blogs van Egyptische burgers verschenen steeds meer berichten waarin de immense corruptie en de onderdrukking van vrouwen aan de orde werden gesteld. De aanhangers van Mubarak werden uitgedaagd en een aantal hogere ambtenaren werd gedwongen ontslag te nemen. Voor de hoeders van de Arabische republiek werd het steeds lastiger om deze protesten via de niet-volledig gecontroleerde nieuwe media in de kiem te smoren.

Index


Open Mesh Project
Direct nadat de Egyptische regering in het hele land de toegang tot het internet blokkeerde, gingen hackers in de hele wereld samenwerken om een of andere omweg te ontwikkelen. Een groep hackers ontwikkelde software waarmee laptops in goedkope internetrouters veranderd kunnen worden om zo de demonstranten in de gelegenheid te stellen om zichzelf te organiseren. Zelforganisatie via internet. Het Open Mesh Project ontstond toen Shervin Pishevar, een internetondernemer uit Palo Alto in Californië, een bericht plaatste op Twitter waarin hij om hulp vroeg om software naar Egypte te brengen waarmee gewone laptops in kleinschalige internet routers worden veranderd. Op die manier kan een “mesh network” (fijnmazig netwerk) worden gevormd waarin elke computer berichten kan doorgeven via de andere computers. Vanuit de hele wereld boden zich technici aan om hem te helpen. Zo’n fijnmazige netwerk zou het in ieder geval mogelijk maken om mensen met elkaar te laten communiceren die dicht bij hen in de buurt zijn. De laptops kunnen met elkaar communiceren en vormen samen een soort secondair internet dat niet geblokkeerd kan worden. Als er eentje uitvalt, worden de berichten gewoon via een andere weg door het cluster van machines verspreid. Het is een ad hoc mobiel netwerk met een beperkt bereik, maar het werkt. “Mensen binnen Egypte zullen ten minste in staat zijn om met elkaar te communiceren en teorganiseren” [Pishevar]. En wanneer iemand in dat fijnmazige netwerk van onderling verbonden laptops erin slaagt om verbinding te krijgen met de buitenwereld, kan hij of zij deze delen met de andere deelnemers van het netwerk.

Index


Speak2Tweet
Toen het internet in heel Egypte werd platgelegd, bedachten Google en Twitter een manier waarop de Egyptenaren hun vaste telefoon of mobieltje kunnen gebruiken om te tweeten. De technologie converteert gesproken woorden in een voicemailbericht naar tekstberichten die via Twitter worden verspreid. Iedereen kan op een van de daarvoor aangewezen internationale telefoonnummers (+16504194196 of +390662207294 of +97316199855) een bericht inspreken. Dit bericht wordt vervolgens direct omgezet in een tweetbericht met de hashtag #egypt. Hiervoor is geen internetverbinding nodig. Mensen kunnen het bericht ook afluisteren door naar dezelfde telefoonnummers te bellen of naar twitter.com/speak2tweet te gaan.

Internet is niet meer alleen een essentieel kanaal voor handel, entertainment en informatie. Het is ook een toneel voor staatscontrole — en voor de rebellie daartegen. Cyberspace is dus in toenemende mate een politieke arena waarin tegengestelde maatschappelijke krachten op elkaar botsen, elkaar openlijk met digitale middelen bestrijden, en vechten om de aandacht van internetburgers (netizens). De sociaal-politieke en cultureel-ideologische strijd wordt uitgevochten met de meest moderne digitale middelen. De machtsstrijd in de samenleving wordt niet alleen bepaald door de lokale mobilisatie van fysieke macht (=geweld), maar ook en in toenemende mate door de globale mobilisatie van virtuele macht (=stem op het internet). Internet is dus niet alleen een medium van sociaal-politieke strijd, maar ook inzet van een nieuw strijdperk waarop antagonistische maatschappelijke krachten met elkaar botsen.

Eens droomden de techno-optimisten dat internet een koningsweg zou zijn die ons regelrecht naar democratie en vrijheid zou brengen. Maar inmiddels gaan de poortwachters van dictatoriale en militaire regimes ook op internet zelf de confrontatie met opposanten aan. Organisatoren en deelnemers aan het verzet worden via internet opgespoord en gelokaliseerd, waarna zij met geweld in arrest worden genomen. Internet is dus ook een erg effectief middel van onderdrukking, van digitale dictatuur [Morozov 2010].

Index Nomadische gedachten

Internet als publieke domein
Het internet is in veel opzichten een modernere, veel grotere versie van publieke sferen en fora die door de eeuwen heen burgerschap mogelijk hebben gemaakt. Vroeger waren dat de bekende fysieke derde plaatsen: de pleinen en parken, de cafés en buurthuizen, de danspaleizen en de wekelijkse markt [Oldenburg 1989; Benschop 2009/11]. Later werden dat de massamedia die als relatief autonome politieke bemiddelingsinstanties fungeerden, als ‘managers van de symbolische arena’ (H. Gans) die de toegang tot de politieke openbaarheid reguleren. En tegenwoordig lijkt die rol in veel opzichten door het internet worden overgenomen.

Voor protestgroepen, sociale bewegingen en collectieve conflicten heeft dit een aantal vergaande consequenties.

  1. De nieuwe media beïnvloeden de zichtbaarheid en bekendheid van bewegingen, van hun programma’s, van hun leiders en van hun acties. Protestbewegingen die hun doelen willen bereiken zijn aangewezen op beïnvloeding van de politieke openbaarheid. Zonder berichtgeving kan er geen omvangrijk verzet tot stand komen.

  2. Media bepalen de publieke agenda. Bij de traditionele media moeten dissidenten door de specifieke filters en selectiemechanismen heenbreken. Anders verschijnt hun boodschap niet als probleem en thema op de politieke agenda. Voorheen gold de stelregel: de publieke opinie telt alleen voor zover deze gepubliceerd of uitgezonden is. Veranderingen in de publieke opinie zelf voltrekken zich meestal onderaards en latent. Door de vrije toegang tot het internet is tegenwoordig elke burger in staat om zijn eigen opinie via dit medium direct te ventileren. Zonder tussenkomst van filterende instanties kunnen individuen op het internet hun opinies met anderen uitwisselen en delen. En hierdoor zijn zij in staat om zelf problemen en thema’s op de politieke agenda te plaatsen en zich te ontworstelen aan de modes van het in de massamedia heersende discours.

  3. Opposanten en dissidenten zijn via de nieuwe media veel beter in staat om het publieke beeld en de publieke waarneming van hun acties en bewegingen te beïnvloeden. Internet faciliteert een brede en diepe mediadekking en biedt een zeer uitgebreid repertoire aan presentatiemogelijkheden: etikettering, formulering/visualisering en contextualisering. De informatiefunctie van de nieuwe media is sterk verbonden met commentaar, opinievorming en beoordeling. In dat opzicht vervullen zij nu daadwerkelijk de functie die de oude media voor zich opeisten: venster op de wereld.

  4. De traditionele massamedia hebben vooral aandacht voor het opvallende en het buitengewone. Om de aandacht van die media te trekken kiezen protestbewegingen vaak opvallende, buitengewone of spectaculaire presentatie- en actievormen. Met excentrieke en illegale actievormen kan men tamelijk zeker zijn van de aandacht van de massamedia, omdat deze bijzonder geschikt zijn voor bewegende beelden. Maar hierdoor verdwijnen de gewone en alledaagse problemen en thema’s vaak onder het mediatapijt. Met de nieuwe media kan elke ontevreden burger zijn of haar klachten van alledag delen met alle andere burgers, zonder dat zij onder druk worden gezet om direct tot spectaculaire acties over te gaan. Op die manier ontstaat er meer aandacht voor alledaagse problemen van gewone mensen.

Index


Internet als publiek domein van sociaal-politieke strijd
“Vrijheid wordt nooit vrijwillig gegeven door de onderdrukker; zij moet worden geëist door de onderdrukten” [Martin Luther King Jr.].

De Facebookrevolutie in Egypte heeft nieuwe brandstof opgeleverd voor de discussie tussen cyberoptimisten en cyberpessimisten. Cyberoptimisten geloven dat nieuwe communicatietechnologieën het voertuig zijn van democratie, mensenrechten en democratische rechtsstaat. Cyberpessimisten geloven dat dezelfde technologieën een nieuwe bron van onderdrukking kunnen worden en autoritaire regimes kunnen stutten.

De revolutie in Egypte lijkt de cyberoptimisten in het gelijk te stellen. Met name door het intensieve gebruik van internet kon een verzetsbeweging worden georganiseerd die de overgang naar democratie aanzienlijk heeft versneld. Bovendien was deze Facebookgeneratie in staat om op vreedzame wijze een ongemene volkskracht te mobiliseren die voor alle onderdrukten in de wereld een bron van inspiratie werd. Maar de geschiedenis van deze revolutie illustreert tegelijkertijd dat deze positieve uitkomsten op geen enkele manier vanzelfsprekend, laat staan onvermijdelijk zijn. Zij heeft ook laten zien hoe autoritaire machthebbers hun onderdanen in bedwang proberen te houden door verscherpt toezicht op alle digitale communicaties, door het gericht uitschakelen van internetdiensten die hen niet bevallen, en door hun eigen aanhang aan te sporen om eigen virtuele netwerken op te bouwen en te penetreren in de netwerken van hun politieke tegenstanders. Autocratische regimes maken dus niet alleen repressief gebruik van internet om tegenstanders op te sporen; zij gebruiken het ook als alternatief om de eigen achterban te mobiliseren en de voedingsbodem van het regime te versterken. De Egyptische revolutie laat bovendien zien dat autocratische regimes er niet voor terugdeinzen om zelfs het nationale internet en het mobiele telefoonverkeer volledig uit te schakelen zodra zij denken dat de virtuele strijd op internet verloren wordt.

Internet is zelf een steeds omvangrijker en alleen al daarom belangrijker publiek domein geworden waarop maatschappelijke strijd wordt uitgevochten. In deze netoorlog staan per definitie tegengestelde maatschappelijke krachten tegenover elkaar die elkaar met alle mogelijke virtuele middelen, methodieken en strategieën bestrijden. Cybersociologische realisten proberen deze virtuele strijd zo nauwkeurig en nuchter mogelijk te analyseren en te theoretiseren. Zij laten zich daarbij zo min mogelijk inspireren door (heerlijk) techno-optimisme of (treurig) techno-pessimisme.

Het digitale tijdperk heeft een groot potentieel om mensenrechten en democratie te bevorderen. Maar dit is geen automatisme. Net zomin als het een automatisme is dat autocratische leiders het internet gebruiken om hun dictatuur digitaal te versterken. Ook cybersociologen weten dat technologieën niets doen en geen enkel effect sorteren, behalve door dat wat handelingsbekwame individuen ermee doen. Hét internet of de digitale informatie- en communicatietechnologieën doen helemaal niets — het zijn geen handelings- laat staan wilsbekwame actoren.

Niemand gelooft dat de sociale media er op een of andere manier de oorzaak van zijn dat brave burgers plotseling zo boos worden dat ze op straat gaan demonstreren. Sociale media zijn slechts een instrument dat mensen gebruiken om elkaar te informeren, met elkaar te discussiëren en om gezamenlijke —lokale en/of virtuele— activiteiten te coördineren. Mensen willen geen revolutie vanwege de sociale media, maar gebruiken die nieuwe media om hun revolutie te inspireren en te organiseren. De Egyptische revolutie van februari 2011 is dan ook geen Facebookrevolutie, maar wel een revolutie die op gang is gebracht door de Facebookgeneratie.

Index


Flitsmeutes, digitaal activisme en dilemma’s van collectieve actie
Revolutionaire bewegingen kunnen sterke autoritaire regimes alleen maar verdrijven wanneer de opposanten in staat zijn om in een sterk gedecentraliseerde, netwerkachtige organisatievorm te opereren die toch in staat is om op het juiste moment de krachten te bundelen op een of meer strategische doelen. Opposanten die zich op het internet met elkaar associëren ontwikkelen gedistribueerde virtuele organisatievormen waarin het leiderschap verspreid is in fijnmazige netwerken. Dergelijke virtuele oppositionele netwerken ontlenen hun bijzondere kracht aan de combinatie van een vergaande decentralisatie van commando en controle met een groter overzicht over het hele strijdterrein. Hierdoor zijn zij in staat om razendsnel de virtueel geassocieerde krachten te bundelen en over te gaan op massamobilisatie in het lokale publieke domein, zoals het in bezit nemen van straten en pleinen, radio- en televisiestations, parlementen of paleizen.

De Arabische lente was in werkelijkheid een politieke flitsmeute. Flitsmeutes zijn verzamelingen mensen die via internet en andere elektronische media gemobiliseerd worden om op een bepaald tijdstip ergens kortstondig bijeen te komen om daar iets absurdistisch of provocerends te doen. Het verschil met de lokale acties van sociaal-politieke verzetsbewegingen is niet alleen hun beperktere omvang, maar vooral ook de duurzaamheid en het doel van de acties. Sociaal-politieke verzetsbewegingen die via het internet worden gemobiliseerd kunnen plotseling opduiken in lokale openbare ruimtes om te demonstreren voor hun gemeenschappelijke eisen. Dat zijn geen absurdistisch geënsceneerde provocaties, maar politiek gemotiveerde collectieve acties die door virtuele mobilisatie worden georganiseerd. Ik noem ze wolkbewegingen.

De sprong van virtuele discussie naar lokale participatie is niet zo simpel als het lijkt. Door eindeloze interne discussies in het virtuele publieke domein kunnen lokale collectieve acties worden geblokkeerd. Door de sterke mate van decentralisatie en zware druk van de heersende macht wordt de oppositie die zich via internet probeert te organiseren vaak opgesplitst in facties die elkaar onderling bestrijden. Bovendien kunnen die facties tegen elkaar worden opgezet door infiltratie van inlichtingendiensten en geheime politie. In louter virtuele verbindingen tussen opposanten is het vaak nog lastiger om te achterhalen of je communiceert met echte opposanten of met infiltranten die proberen om de beweging te provoceren en te versplinteren.

Maar toch werd in Egypte en in andere Arabische regimes de sprong van virtuele discussie naar lokale participatie gemaakt. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat op gaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel medebetogers er zullen zijn.

Daarmee is het dilemma van collectieve actie onder een dictatoriaal regime aangegeven. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat opgaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel andere betogers er zullen zijn. Als iedereen die tegen het regime is ook daadwerkelijk komt opdagen is de kans op succes erg groot. Maar de meeste mensen doen alleen mee als ze weten dat iedereen dat zal doen. Als er slechts weinig mensen meedoen met de acties dan zullen zij door het regime hard worden aangepakt.

Via het internet werd in Egypte informatie verspreid over de acties die er in het land plaatsvonden en werd opgeroepen om aan die betogingen mee te doen. Op deze manier kregen ook de twijfelaars langzamerhand het vertrouwen dat hun mening breed werd gedeeld. Juist door deze virtuele organisatie kon het dilemma van collectieve actie worden overwonnen. Virtuele sociale netwerken vergemakkelijken het proces van vereniging in de strijd tegen maatschappelijk onrecht en tegen politieke dictaturen. Zolang het internet niet volledig door een dictatoriaal regime kan worden gecontroleerd, kunnen individuele burgers elkaar in relatieve vrijheid ontmoeten in virtuele sociale netwerken. Daarin kunnen zij ontdekken of er voldoende gelijkgezinden zijn om het risico te nemen daadwerkelijk ‘naar buiten’ te treden om en masse het eigen gezicht te laten zien.

Index


Internet als medium van solidaire nabijheid: “Ik ben aanwezig”
Internet is een medium van nabijheid. Ook al verblijven de deelnemers aan de virtuele wereld op zeer uiteenlopende locaties, via internet kunnen zij met elkaar interacteren en komt het (wederzijdse) gevoel van sociale aanwezigheid tot stand. Betekenisvolle en persoonlijke sociale relaties ontstaan in elke situatie waarin de sociale aanwezigheid van de Ander wordt ervaren.

Als dat waar is, dan zou internet ook bij uitstek een medium van solidariteit moeten zijn. Tijdens de Egyptische revolutie ontstond een Facebookgroep waarin zo’n half miljoen mensen het plan lanceerden om een virtuele solidariteitsmars te organiseren met de demonstranten in Egypte. De centrale leuze van deze Virtual ‘March of Millions’ in Solidarity with the Egyptian Protestors was even duidelijk als geniaal: “Ik ben aanwezig”.

Virtueel demonstreren voor een gerechtvaardigde zaak terwijl je zelf op een stoel blijft zitten achter je pc of laptop. Een louter symbolische collectieve actie. Maar dat waren demonstraties al vanaf het begin van hun ontstaan: gebundelde symbolische articulaties van onvrede met de bestaande toestand.

De organisatoren slaagden erin om een virale online beweging te creëren waaraan misschien wel miljoenen (vooral jongere) burgers in de hele wereld konden deelnemen.

Een jonge Egyptenaar, Samantha Haikal, schreef:

Niet lang daarna [17.02.2011] verscheen een oproep A Virtual “March of Millions” in Solidarity with Lybian protesters. Het aantal deelnemers viel tegen: op 23.02.2011 telde de virtuele optocht ruim 22.500 deelnemers.

Door creatief gebruik te maken van nieuwe media hebben de opposanten in Egypte en andere Noord-Afrikaanse staten virtuele macht kunnen opbouwen in het publieke domein van het internet. Op deze wijze werd het overheidsmonopolie op traditionele media gepasseerd. Deze symbolische macht van de oppositie werd nog eens versterkt door internationale solidariteitsacties. In de strategische interacties met conflicttegenstanders speelt deze solidariteit een belangrijke rol. De conflictpartij die de meest omvattende internationale solidariteit ontvangt voelt zich hierdoor moreel gesterkt en kan in de regel ook rekenen op monetaire, medische, logistieke en andere steun.

Solidariteit met activisten die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen genadeloze en roofzuchtige heersers is van eminent belang. We kunnen daarbij niet lijfelijk aanwezig zijn om hen te ondersteunen, maar we kunnen ons er via internet wel virtueel mee bemoeien. En we kunnen er zelfs, ook al is het maar symbolisch, wel virtueel aanwezig zijn.

Alleen cynici (die steevast geloven in de impotentie van elke vorm van activisme) kunnen dit digitaal activisme hooghartig afdoen als ‘kliktivisme’ (clicktivism), ‘lui activisme’ (slaptivisme. slaktivisme, zwaktivisme, ‘retweet babbelaars’ of als ‘Facebook Revolutionairen Zonder Ballen’ (FRZB). Macht komt tegenwoordig niet meer alleen uit de loop van een geweer, maar ook uit de beweging van je vingertoppen.

Toetanchamon, een farao van de 18e dynastie van het oude Egypte.
Digitaal activisme is hard en lastig werk
“Mensen onderschatten echt de hoeveelheid werk die gedaan moet worden voordat een digitale campagne daadwerkelijk effectief wordt. Het is ongelofelijk moeilijk om door het lawaai heen te breken, vooral als je probeert om internationale steun te genereren op een kanaal dat zo druk is als het internet. Het overwinnen van deze uitdaging is niet eenvoudig, maar veel digitale activisten overwinnen deze uitdagingen door creatieve ideeën en moeilijke, lange uren om dit te realiseren.

Een fantastisch voorbeeld hiervan is United4Iran. Deze mensen werken de klok rond. Het wordt soms zelfs duidelijk dat zij uitgeput zijn, maar zij gaan door omdat zij weten dat de gemeenschap vertrouwt op hun ideeën, hun inspanningen, hun organisationele vaardigheden om de beweging op gang te houden. Dat is een voorbeeld van een missie met leiderschap. Geen idee kan slagen zonder dat een leider daadwerkelijk doorzet om dat te laten gebeuren.

Dit soort arbeidsethiek is bewonderenswaardig — en wij hebben bij Mideast Youth ook geprobeerd om die ethiek te handhaven. Een redacteur per site, dat is alles wat nodig is om die site door de traditionele media te drukken — de kranten, het nieuws, de mainstream, gehoord worden door de wereld, transformatie van ideeën, inspireren van nieuwe, enzovoort. Een hardwerkend persoon kan bereiken wat een miljard retweets niet kunnen, en die individuen zijn geen kliktivisten. Maar ik wil ook laten weten dat de mensen die ‘klikten’ en retweets verstuurden via Twitter hebben geholpen om het idee permanent door de schermen en radio’s van de mensen te laten stromen. Het is werkelijk onderdeel van een enorme, zich ontwikkelende kring en alle beetjes helpen. Dat is echt waar omdat we zelf zien wat er hier en nu op ons netwerk van sites gebeurt. We steunen erg op onze gemeenschap om onze boodschap naar buiten te brengen — zodra we iets gebouwd hebben, of een nieuw instrument, video, of een nieuwe campagne hebben gecreëerd, dan komen de ‘kliktivisten’ aan de beurt. Dan proberen we het nieuwe lezerspubliek en hun internetverkeer om te zetten in een beweging. Soms werkt het, soms ook niet, maar we proberen het altijd.

Laat je niet afleiden door waar je van beschuldigd wordt: van lui activisme of kliktivisme. Ik heb dergelijke artikelen meer gelezen waarin potentiële activisten worden ontmoedigd terwijl het invloedrijke leiders hadden kunnen worden. Accepteer dat digitaal activisme veel meer omvat dan klikken en retweets versturen. Beschouw artikelen als die van Micah White [Clictivism is ruining leftist activism] als aanbevelingen, misschien als herinnering aan je grotere potentieel. Werk in ieder geval hard als je hartstochtelijk voor verandering bent. Verlaat je niet altijd op retweets, maar als het letterlijk alles is wat je kunt doen, doe het dan. Op een of andere kleine manier helpt het, maar zij zijn nooit echt de ruggengraat van een beweging.

Wees niet bang om op een bepaald punt leider te zijn van je eigen campagne om te begrijpen hoe het voelt om te falen en te slagen, omdat je ongetwijfeld veel van beide zult ervaren, als je maar consequent bent met je inspanningen.

Een laatste opmerking: doe wat je kan! Maar zorg dat je daarin de beste bent. Kliktivist of activist, we rekenen allemaal op jou om het te laten gebeuren.”
[Esra’a Al Shafei - Bahrein — Is digital activism ruined?]

Index Informatiebronnen

  1. 6 April Movement
    Een blog van de 6 April Movement, waarin leden van de Facebookgroep hun visies op de ontwikkelingen geven.

  2. 6april.org

  3. Abu-Samra, Haisam [2011]
    Expulsion and Explosion: How Leaving the Internet Fueled Our Revolution [3.2.2011]

  4. Aouragh, Miriyam [2011]
    Facebook Resistance? - Understanding the role of the Internet in the Arab Revolutions
    Een podcast waain een panel van deskundigen spreekt over de rol van het internet bij de Arabische revoluties. Er wordt te snel gesproken over een FaceBook Revolutie. Maar in feite weten we heel weinig over de rol die internet in deze revoluties speelde. Deze en andere kwesties worden besproken door Miriyam Aouragh (Oxford Internet Institute), Noha Atef (Egyptische journalist, oprichter van het blog tortureinegypt.net), Khaled Hroub (directeur van de Cambridge Arab Media Programme - CAMM), George Weyman (Project Manager, Meedan-CIP Inter-fait Dialogue Project).

  5. AVAAZ.org - The World in Action
    Een wereldwijde webbeweging die politiek wil omzetten in besluitvorming. Avaaz betekent ‘stem’ - zij willen stem geven aan mensen die via internet hun opinie geven. Avaaz stelt technologie ter beschikking waarmee de inspanningen van duizenden individuen snel gecombineerd kunnen worden tot een collectieve macht. Op die manier wil Avaaz de kloof dichten tussen de wereld die we hebben en de wereld die de meeste mensen overal zouden willen. Volgens eigen zeggen telt de gemeenschap meer dan 5,5 miljoen globale burgers.

  6. Brown, Widney [2011]
    Social Media and Human Rights
    De directeur van Amnesty International analyseert de rol van sociale media in de revoltes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

  7. Castells, Manuel [2011]
    Communication Power.
    Oxford University Press.

  8. Cramer, Aron / Hope, Dunstan Allision [2011]
    Egypt and the Realization of Human Rights in the Digital Age
    In: BSR, 14.02.2011.

  9. Curran, James [2002]
    Media and Power.
    Londen: Routledge.

  10. Daily News Egypt, The

  11. Deibert, Ronald / Palfrey, John / Rohozinski, Rafal / Zittrain, Jonathan (eds) [2008]
    Access Denied: The Practice and Policy of Global Internet Filtering
    Cambridge: MIT Press.

  12. Deibert, Ronald / Rohozinski [2008]
    Good for Liberty, Bad for Security? Global Civil Society and the Securitization of the Internet

  13. Delshad, Carmel [2011]
    The Arab Youth Internet Revolution - How Social Networking Websites are Affecting Movements Abroad

  14. Dooley, Brendan / Baron, Sabrina (eds.) [2001]
    The Politics of Information in Early Modern Europe.
    Londen: Routledge.

  15. FreeKareem - Youtube Gallery

  16. Glaser, Mark [2005]
    Nepalese bloggers, journalists defy media clampdown by king
    OJR: The Online Journalism Review, 23.02.2005

  17. Global Internet Freedom Consortium
    Doelstelling is het afbreken van de Great Firewalls die de vrije circulatie van informatie blokkeren in gesloten samenlevingen zoals China en Iran.

  18. Guardian, The

  19. Jordan, Tim [1999]
    Cyberpower and the Meaning of Online Activism
    Cybersociology Magazine: Issue Five: Grassroots Political activism online

  20. Joyce, Mary [2009]
    Defining Digital Activism

  21. Lyons, Dan [2011]
    Hackers’ Egypt Rescue: Get Protesters Back Online
    The Daily Best, 1.2.2011.

  22. Mamay, Sergey [1991]
    Theories of social movements and their current development in soviet society
    In: Jerry Eades & Caroline Schwaller (eds.) [1991] Transitional Agendas: Working papers from the Summer School for Soviet Sociologists.

  23. MidEastYouth.com
    Een site die verzamelt wat jonge mensen in de regio zeggen op Twitter, Facebook, Friendfeed en een diversiteit van populaire websites. Het biedt een Middle East news feed, het laatste nieuws uit de regio, podcasts en een lijst van mensenrechten groepen in het Midden Oosten. Er is ook een iPhone App: Mideast Youth. Oprichter en directeur is Esra’a Al Shafei, waarvan op internet geen enkele foto te vinden is. Zij wordt met grote regelmaat met de dood bedreigd. Maar zij is wel te horen in deze prachtige video van Carmel Delshad.

  24. Morozov, Evgeny

  25. Muylaert, Dietrich [2011]
    WikiLeaks: het Egyptische koningsdrama

  26. Nieuwsuur [2011]
    Onrust in de Arabische wereld - 28.02.2011

  27. OESO [2011]

  28. Oldenburg, Ray [1989]
    The Great Good Place: Cafes, Coffee Shops, Bookstores, Bars, Hair Salons, and Other Hangouts at the Heart of a Community.
    Da Capo Press.

  29. OpenNet Initiative

  30. Pollock, John [2011]
    Streetbook - How Egyptian and Tunesian youth hacked the Arab Spring
    In: Technology Review (MIT), September/October 2011.

  31. Postmes, Tom/ Brunsting, Suzanne [2002]
    Collective Action in the Age of the Internet: Mass Communication and Online Mobilization
    Social Science Computer Review, 20: 290

  32. Shafei, Esra’a Al [2010]
    Is digital activism ruined?
    In: Miseast Youth, 12.08.2010

  33. SP.nl [2011]
    [maart 2011] ‘We zullen het samen moeten doen’ - Diederik Olders
    Cherif Osman strijdt voor Egyptische democratie.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

02 July, 2017
Eerst gepubliceerd: 15 februari, 2011