Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

God gaat volledig virtueel

— Geloof en kerk in het hiernaastmaals—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Internet brengt God aan huis
Religieus gebruik van internet
Online biechten is verboden
Effecten op religieuze organisaties
CyberGoden
Cyberia Mystica
Referenties
Verwante teksten
Index Het Tweede Leven: Onbegrensd verlangen naar het hiernaastmaals
Index Dood in Cyberspace
Index Virtuele gemeenschappen
Index Zichzelf organiserende netwerken

Internet brengt God aan huis

Adam_God Steeds meer mensen beleven spiritualiteit via internet en ook de traditionele kerken proberen online zieltjes te winnen die zij offline in grote getale verliezen. De kolonisering van cyberspace door religieuze groepen zet zich door. Vanaf het begin van het internet hebben met name de zogenaamde new agers zich op het internet gemanifesteerd. Zij ontdekten al snel dat het internet uitgelezen mogelijkheden biedt om de niet-kerkelijk verankerde vormen van nieuwe spiritualiteit uit te dragen. In het hiernaastmaals van de virtuele werelden zijn nieuwe vormen van religieuze praktijken ontstaan. Internet wordt gebruikt voor gezamenlijke rituele praktijken, bedevaart, getuigenis, gebed en andere religieus gemotiveerde activiteiten.

Inmiddels hebben ook de kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen het internet ontdekt en proberen zij vorm te geven aan geloof in virtuele werelden. Het virtuele hiernaastmaals is inmiddels bevolkt door elke denkbare religieuze stroming en door elke officiële kerk. Een deel van cyberspace wordt gesacraliseerd in een virtueel theater waarin de goddelijke geest zich manifesteert.

De kerken hebben het nog steeds niet gemakkelijk. Religieuze leiders vrezen dat hun eeuwenoude boodschap niet meer gehoord, verstaan laat staan geaccepteerd wordt door de mensen. De initiatieven die gelovigen op eigen gezag op internet ondernemen worden als een bedreiging gezien voor de lokale institutionele controle over traditionele praktijken en theologie [O’Leary/Brasher 1996; Bunt 2000].

Ondanks alle argwaan tegen haar goddeloze karakter biedt het internet de bezorgde kerkleiders ook nieuwe mogelijkheden om hun boodschap te verspreiden. Er is geen kerkelijk genootschap of sekte meer die níet op het internet vertegenwoordigd is. Tegelijkertijd gaan steeds meer spirituele ontdekkingsreizigers in de virtuele wereld —het tweede leven in het hiernaastmaals— op zoek naar bronnen waarmee zij hun ziel kunnen laven en hun drang naar bezieling kunnen bevredigen.

Religieuze organisaties gebruiken het internet om zichzelf op een zo aantrekkelijk mogelijke wijze te presenteren. Zij bieden een kader waarin gelovigen elkaar kunnen ontmoeten en vertroosting kunnen bieden. Voor een gezamenlijk gebed hoeven de gelovigen zich niet meer op gezette tijden bij hun kerk, tempel of moskee te melden. Vanuit het comfort van hun woning kunnen zij virtuele erediensten bijwonen, de biecht afleggen of pastorale zorg ontvangen. Gelovigen kunnen inloggen op online preken en geld in de collectezak stoppen zonder dat zij ooit hun huis of werk verlaten.

Priesters, dominees, imams, sjamanen en andere religieuze voorgangers of uitverkorenen doen verwoede pogingen om hun geloofsartikelen op een gemakkelijke wijze aan te bieden aan websurfers die zich nooit zullen vertonen aan de poorten van hun kerken, gebedshuizen of moskeeën. Propagandisten van religieuze denkbeelden hebben internet massaal betreden. Op het internet is een spirituele bazaar ontstaan die het karakter van het internet heeft veranderd en die zelfs ideeën over God en geloof zouden kunnen veranderen [Time, God in Cyperspace, 16.12.1996].

Zing het lied van de Heer in alle omstandigheden
“We always have to learn how to ‘sing the Lord’s song’, the psalmist says, in whatever circumstances we are“ [Bisshop van Londen, Rt. Rv. Richard Chartres]. De bisschop probeert via internet een alternatief te bieden voor mensen die niet in staat zijn om via meer traditionele manieren “contact te leggen met God”. Het aantal webpastors, internetdominees en cyberimams groeit gestaag.
Elke zichzelf respecterende wereldreligie van Oosterse of Westerse snit, elke religieuze sekte en iedere stroming van New Age spiritualiteit presenteert op internet de eigen geloofsartikelen en heilige boeken. Zowel de Bijbel als de Koran kunnen online gelezen worden in praktische elke taal die men maar wil. Men kan in de heilige schriften zoeken op trefwoord en krijgt desgewenst uitleg bij cryptische passages. De heilige boeken van weleer zijn professioneel omgetoverd in online informatiesystemen die door de gelovige gebruikers op gemakkelijke wijze ontsloten en doorzocht kunnen worden.

Naast geloofsijverige propaganda voor de eigen geloofsartikelen, heilige schriften en profeten, wordt internet ook gebruikt voor het aaneensmeden van de eigen geloofsgemeenschap. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van diverse methoden: het organiseren van virtuele rituele bijeenkomsten, online spreekuren met zielzorgers of voorgangers, discussiefora over religie-gebonden thema’s, chatboxen waarin gelijkgelovigen met elkaar kunnen praten, informatie over lokale of nationale bijeenkomsten, sociale netwerken waarin aanhangers van een religie, kerk of sekte elkaar persoonlijk kunnen ontmoeten, zich socialiseren en zelfs daten (‘geloofssoort kiest geloofssoort’).

De kernvragen zijn duidelijk: wat gebeurt er wanneer religie zich online manifesteert en wat zijn hiervan de gevolgen voor de religieuze cultuur als geheel? Of meer specifiek: Hoe worden het internet daadwerkelijk gebruikt door individuele zinzoekers en zinpredikers, en door kerken en organisaties van gelovigen? Hoe wordt hierdoor de identiteit van deze congregaties beïnvloedt? Wat zijn daarvan de effecten op de lange termijn? In welke manier is cyberspace een nieuwe ruimte voor de ziel?

Index Functies van internet

Het web wordt door gelovigen op diverse manieren gebruikt. De websites van gelovigen informeren, verbinden en expanderen.

  1. Informeren
    Controle over de perceptie van de heilige schriften
    De katholieke kerk was een pan-Europese politieke kracht die controle uitoefende over de perceptie en interpretatie van de heilige schriften [Barzun 2001]. De door de opkomst van de drukpers gestimuleerde protestantse reformatie sloeg een bres in dit monopolie op de uitleg van de heilige schriften. Toen er relatief goedkope Bijbels werden gedrukt in andere talen dan het Latijns, begon de katholieke kerk haar politieke hegemonie te verliezen.
        In de nieuwe strijd die in cyberspace is losgebarsten gaat het om dezelfde confrontatie: gefilterde versus ongefilterde informatie. De nieuwe instrumenten voor de verspreiding van het woord zijn zeer krachtig, maar de verspreiding van beelden is nog veel potenter, vooral nu de productie en verspreiding van beelden in de handen van leken zijn gekomen. De gevolgen van de uitvinding van de digitale camera zijn waarschijnlijk even vergaand als die van de drukpers. Het monopolie op de verspreiding van beelden is verbroken. De verspreiding van digitale beelden van de martelingen door Amerikanen in de Abu Ghraib gevangenis in Iraq is hiervan een macaber maar toch duidelijk voorbeeld [Soldier's weblogs].
    Verspreiding van heilige schriften is wat gelovigen sinds eeuwen doen. Het waren middeleeuwse priesters die een traditie vestigden van het vastleggen en verspreiden van religieuze informatie. Voor de uitvinding van de drukpers en de typemachine werden alle boeken met de hand geschreven. In middeleeuwse scriptoria kopieerden ijverige scribenten heilige teksten op perkament en bonden ze vaardig in leer. Zij illustreerden hun teksten in kleur en ontwerp, en zij voegden zelfs cartoonachtige figuren in de marge toe. Deze waardevolle teksten vormden de geloofssystemen en gebedspraktijken van leken en religieuzen. Zij speelden ook een rol in de ontwikkeling van kloosters en kathedralen als culturele centra.

    De kopiisten van cyberia doen niet veel anders, maar met veel krachtiger middelen. Zij verspreiden hun geloofsartikelen en zedenleer via nieuwsbrieven, encyclopedia, bibliotheken, heilige schriften, teksten van theologen, gebedsboeken, online tijdschriften en conferenties.

              Christus in de Woestijn
    Brother URL Een van de fraaiste voorbeelden van een religieuze website die qua vormgeving nauw aansluit bij de middeleeuwse scribenten, is de site Christ in the Desert van een Benedictijns klooster in de woestijn van New Mexico in de VS. Middeleeuwse artistieke schoonheid wordt gecombineerd met hedendaagse creativiteit in cyberspace. Op de site worden traditionele waarden van gastvrijheid, gezang en gebed met elkaar gecombineerd. Cyberspace wordt getransformeerd in een heilige plaats. Een wijze monnik, ‘Brother URL’, begroet je aan de poort en begeleid je in de richtingen die je wilt gaan. Je kunt het klooster verkennen, het scriptorium bekijken, gebeden lezen en luisteren naar religieuze gezangen. In de cadeauwinkel kunnen religieuze snuisterijen worden gekocht: boeken, doop- en doodgewaden, keramiek, kruisen, iconen, wierook, muziek, posters en ansichtkaarten. Het kloosterleven staat alleen open voor mensen die zonder lichamelijke liefde (celibatair) willen leven.

    Dankzij de drukpers werden christenen ‘de mensen van het boek’. Sinds het onstaan van het virtuele hiernaastmaals worden alle gelovigen en zinzoekers uitgenodigd om ‘mensen van cyberspace’ te worden. Juist voor de mensen van het boek kan de hypertekstuele revolutie een bevrijding betekenen. Het was en is niet raadzaam om de Bijbel of de Koran lineair (dus van begin tot eind) te lezen. Het is veel beter om in circulaire patronen te zwerven (surfen) in en rond specifieke thema’s. Op die manier kun je passages tegen elkaar afwegen die honderden jaren na elkaar geschreven werden door mensen die heel verschillende talen spraken. “Op die manier leren we hoe we van de ene passage van de Bijbel naar een andere kunnen springen, en beginnen we verbindingen te maken met wat er met ons en om ons heen gebeurt in de huidige situatie” [Henderson 1996]. De hypertekstuele technologie van het internet maakt het veel gemakkelijker om heterogene, meervoudig gelaagde teksten —waarin de pasages associatief (‘zwak’) met elkaar verbonden zijn — te lezen en te begrijpen. Bovendien zijn we door hypertekst in staat om alle voor zinzoekers belangrijke documenten (heilige geschriften, profetische uitspraken, liederen en gedichten) met elkaar te verbinden in een naadloos geheel.

  2. Verbinden
    Internet stelt gelovigen in staat om elkaar gemakkelijk te ontmoeten. Het verenigt gelovigen als leden van één wereldwijde religieuze of spirituele gemeenschap en doorbreekt traditionele grenzen van tijd en plaats. Of in gelovige termen: via het internet krijgen we een glimp te zien van de alomtegenwoordigheid (omnipresentie) van God. Kerken en religieuze stromingen hebben over de hele wereld websites opgericht om hun achterban te dienen. Dat is vooral van belang voor geloofsrichtingen waarvan de aanhangers over de hele wereld dus verspreid zijn (zoals de zoals de zoroastristen).

    Religieuze groeperingen waarmee we minder bekend zijn en die er andere Goden op nahouden, kunnen nu gemakkelijk worden verkend. Hierdoor ontstaan nieuwe vormen van samenwerking en convergentie tussen religieuze groepen. De verbetering van de kerkelijke communicatiestructuur komt vooral tot stand wanneer kerken het internet niet alleen als zender gebruiken, maar ook als ontvanger; dus niet alleen om te verkondigen, maar ook om te luisteren en daardoor daadwerkelijk een dialoog te voeren.

  3. Uitbreiden
    Internet biedt niet alleen mogelijkheden voor evangelisatie in de digitale wereld, maar kan ook het denken van gelovigen verbreden door zich in te laten met ideeën van andere wereldgodsdiensten. Internet biedt dus mogelijkheden om de dialoog tussen wereldgodsdiensten te verbeteren.

Het uitdragen van het eigen geloof, het verbinden van de geloofsgenoten en het winnen van nieuwe zieltjes zijn dus de belangrijkste functies die het internet voor religieuze organisaties vervult. In de kerken richtte de discussie zich vooral —en om begrijpelijk redenen— op het begrip ‘virtuele gemeenschap’. Er werd en wordt nog steeds uitvoerig gediscussieerd over de vraag óf en op welk niveau er online religieuze gemeenschappen mogelijk zijn.

Vooral voor regionale en overzichtelijke religieuze organisaties opent het internet interessante perspectieven. De meest genoemde voordelen zijn flexibiliteit, kostenbesparing en het feit dat er op het internet nauwelijks gecensureerd kan worden. Dit laatste is met name van belang voor religieuze groeperingen die in eigen land of regio in de verdrukking zitten.

Allesomvattend supermedium
Internet is een (bijna) allesomvattend supermedium. (1) Het internet is een interactief medium en geen louter uitzendend omroepmedium. (2) Het internet is multimediaal: tekst, geluid en (bewegend) beeld worden ge(re)ïntegreerd en via één kanaal gecommuniceerd. (3) Het internet is hypertekstueel. (4) Iedereen kan zichzelf relatief gemakkelijk en met weinig kosten op het internet begeven. (5) Het bereik van het is globaal, wereldwijd.
Het internet is de enige beschikbare technologie die in staat is om de vier basisvormen van communicatie tegelijkertijd en in willekeurige variaties en combinaties te ondersteunen, en wel volledig onafhankelijk van temporele en ruimtelijke beperkingen.

  1. Radiaal-centrifugale communicatie: het een-op-velen principe van de massacommunicatie.
  2. Radiaal-centripetale communicatie: het velen-op-een principe van democratische communicatie.
  3. Multilaterale communicatie: het velen-op-velen principe van gemeenschapscommunicatie.
  4. Bilaterale communicatie: het een-op-een principe van de persoonlijke communicatie.
Ook voor religieuze groeperingen is het internet dus een supermedium waarmee binnen de kortste tijd wereldwijd vanuit een zender een boodschap verspreid wordt, de ontvangers kunnen reageren op de zender en tussen willekeurige ontvangers een bi- of multilaterale discussie kan plaatsvinden. Bovendien kunnen al deze communicatievormen zowel synchroon verlopen (via chat, instant messaging) als asynchroon (via e-mail, websites, blogs, nieuwsbrieven, discussiefora).

Overbruggen van diaspora
De miljoenen Hindoes die in diaspora buiten India leven kunnen via internet aan diverse rituelen deelnemen. Zij kunnen in het hiernaastmaals kiezen uit duizenden tempels en daar de juist puja (ceremonie) uitvoeren. Als bewijs dat zij bij geboorte, huwelijk en dood de juiste rituelen hebben verricht, ontvangen zij van de tempelsite een email waarin bevestigd wordt dat zij dit ritueel hebben verricht
Door tussenkomst van het internet is zo’n horizontaal-democratische vorm van communicatie nu niet meer gebonden aan kleine lokale congregaties; zij kan ook plaatsvinden in virtuele gemeenschappen met aanhangers die over de hele wereld zijn verspreid.

Het gevolg daarvan is dat ook individuen die door hun zeldzame, eigenzinnige of duistere religieuze behoeften en geloofsrichtingen tot nu toe tot eenzaamheid veroordeeld waren, nu voldoende gelijkgezinden kunnen vinden om een stabiele groep te vormen en hun religie in gezamenlijk te articuleren en verder te ontwikkelen. De religieuze pluralisering krijgt hierdoor een extra impuls: geschriften, sekteleiders, geloofsrichtingen en cultvormen die eeuwenlang in vergetelheid waren geraakt, worden via internet weer meer onder de collectieve aandacht gebracht [Hannerby/Dawson 1999; Fernback 2002].

Door het multimediale karakter van het internet kunnen op religieuze sites beelden, woorden en geluiden tot een semantische eenheid worden verbonden. Met behulp van ‘virtual reality’ software kunnen integrale belevingstoestanden worden aangeboden die verwant zijn met dromen, roestoestanden, trips met drugs en paranormale ‘out-of-body-experiences’.

Index Online biechten is verboden

Het internet stimuleert nieuwe variaties in de geloofspraktijk die door kerkelijke organisaties soms als dissident worden aangemerkt. Het biechten speelt in de katholieke geloofstraditie een belangrijke rol. Mogen gelovigen hun zonden op het internet belijden en kunnen zij daarvoor vervolgens ook tele-vergeving verkrijgen?

Hoewel internet volgens katholieke prelaten een prachtig instrument voor evangelisatie en pastorale hulpverlening is, willen zij voor de biecht een uitzondering maken. Volgens aartsbisschop John Foley, voorzitter van de Pauselijke Raad voor Sociale Communicatie moet de biecht altijd plaatsvinden binnen “de sacramentele context van een persoonlijke ontmoeting” [Wired 22.6.01]. Het Vaticaan beschouwt de biecht als een persoonlijk gesprek tussen de gelovige en God, via tussenkomst van een gewijde priester. Men wil niet dat de sacramenten louter als informatie worden opgevat.

Christus is niet online
Het idee dat online kerken hun offline tegendelen zouden kunnen repliceren of zelfs vervangen heeft in christelijke kringen tot grote bezorgheid geleid. In het Vaticaanse document The Church and Internet [2002] wordt deze zorg als volgt onder woorden gebracht:
    “The virtual reality of cyberspace has some worrisome implications for religion as well as for other areas of life. Virtual reality is no substitute for the Real Presence of Christ in the Eucharist, the sacramental reality of the other sacraments, and shared worship in a flesh-and-blood human community. There are no sacraments on the Internet; and even the religious experiences possible there by the grace of God are insufficient apart from real-world interaction with other persons of faith.”

De katholieke kerk beschouwt de nieuwe sociale media als ‘geschenken van God’ die, in overeenstemming met zijn wonderbaarlijke ontwerp, mensen in broederschap verenigt en hen op deze wijze helpt om samen te werken met zijn plan voor hun verlossing. Maar de eucharistie (het heilig sacrament des altaars) en de biecht dienen altijd binnen de lokale kerk voltrokken te worden. Het heilig avondmaal kan volgens de kerkelijke prelaten alleen gevierd worden in een menselijke gemeenschap van vlees en bloed. Want alleen daar is Christus werkelijk aanwezig. De allomtegenwoordigheid van Christus geldt volgens de Vaticaanse Raad voor Sociale Communicatie dus kennelijk alleen voor de lokale wereld. Christus is weliswaar ‘de perfecte communicator’, maar zijn computer is niet met het internet verbonden.

De e-biechtstoel laat dus nog even op zich wachten, ook al zijn er niet-erkende manieren om online je zonden op te biechten en berouw te demonstreren (bijvoorbeeld bij Biechten, Dear God, Virtual Prayer Room, The Confessor of met iPhone applicaties zoals Confess en iTalk to God). Katholieken kunnen wel een pauselijke zegen voor huwelijk, doop of communie op internet bestellen. De verspreiding van de zegenwensen is door het Vaticaan uitbesteed aan winkels in religieuze artikelen in Rome. San Michele Arcangelo rekent voor verzending van een zegen tussen de 25 tot 50 euro. Daarvoor krijgt de koper een luxe uitgevoerd document met een portret van de kerkvorst. De aangeboden documenten werden tijdens het jubeljaar 2000 ingezegend.

Paus Johannes Paulus II In een toespraak ter gelegenheid van de 36ste Wereldcommunicatiedag [12 maart 2002] drong de paus Johannes Paulus II erop aan dat overheden meer controle moeten uitoefenen op het internet en dat de kerk het internet beter en meer moet gebruiken om gelovigen te bereiken. Vooral jongeren, die “het internet beschouwen als een venster op de wereld” vormen de doelgroep. Internet wordt gezien als “een nieuw forum om het evangelie te verkondigen”. Internet is volgens de paus vergelijkbaar met Romeinse fora, waar “het beste en het slechtste van de menselijke aard zichtbaar was”. Wanneer jongeren alleen maar zappend over het internet surfen leren zij volgens de paus geen authentieke waarden. Het internet is “een forum waarin praktisch alles aanvaardbaar en bijna niets blijvend is”. Daarom spoort het internet aan tot “relativistisch denken” en kan het soms “het ontsnappen aan persoonlijke verantwoordelijkheid en toewijding” in de hand werken. Het is volgens de paus aan de overheid om te garanderen dat internet niet wordt misbruikt.

Op diverse sites kunnen mensen hun eigen god anoniem een bericht sturen. Op Dear God kunnen mensen een boodschap kwijt aan hun god. Zij kunnen daar bidden om voorspoed of hun zonden opbiechten. Iedereen kan zijn verhaal kwijt via Send it to the Big Guy. De site probeert gebruikers te inspireren door het laten delen van elkaars religieuze overpeinzingen.

Andere sites waar mensen anoniem hun grootste geheimen kunnen opbiechten zijn PostSecret en Briefgeheimen. De vraag cruciale blijft of God/Allah/Jaweh/Brahma überhaupt wel op het internet surft om daar ons gebed en onze zonden aan te horen. Hebben al onze goden een computer die is aangesloten op internet?

Virtuele kaars Hoewel het Vaticaan het internet inmiddels beschouwt als ‘een gave Gods’, blijft de online biecht in katholieke kringen toch omstreden. Vanuit zijn onderzoek naar de antropologische betekenis van het virtuele christendom komt René Munnik tot de volgende conclusie: “Internet is goed voor informatie, maar pastorale ondersteuning ontvangen we toch liever face-to-face.” Door virtueel te biechten of een kaarsje te branden “verpietert een rituele handeling tot een paar muisklikken. Het is net als een muntje gooien in zo’n automaat in de kerk waardoor het elektrisch kaarsje gaat branden; er is geen reet aan” [Parool].

Automatisch bidden: we helpen God een beetje
Je kunt op internet wijsheidskaarten van Boeddha trekken, meedoen aan meditaties, kerkdiensten bijwonen, kaarsjes opsteken voor naasten die een opstekertje kunnen gebruiken, of samen met anderen het Onze Lieve Vader bidden. Op de in 2009 geopende Amerikaanse site Information Age Prayer kunnen moslims, joden, hindoes, christenen, new agers voor 3,99 dollar per maand dagelijks gebeden naar wens laten bidden door de computer. Onder het motto “Make God’s task easy” kun je voor slechts 9,95 dollar zelfs 5 gebeden per dag laten uitvoeren voor iemand die ziek is. Degenen die zich niet tot een van de grote wereldgodsdiensten rekenen kunnen zich abonneren op een algemeen gebed voor wereldvrede of voor economische stabiliteit.

De site wil mensen helpen die niet in staat zijn om zo vaak te bidden als zij zouden willen. De Information Age Prayer suggereert dat gebruikers van deze betaalde dienst hun binding met God uitbreiden en versterken. De teksten worden door synthesizers omgezet in spraak. Elk gebed wordt individueel op een computer uitgesproken met de naam van de gebruiker op het scherm. Zo weet ook God van wie het gebed afkomstig is. De sitebeheerder zelf doet geen uitspraken over de effectiviteit van het betaalde online gebed.

    “Wij doen geen uitspraken met betrekking tot de effectiviteit van de dienst, maar wij zijn van mening dat de alwetende God de gebeden hoort wanneer ze worden weergegeven, want Hij hoort alles op deze aarde. De alwetende God weet precies wie zich bij ons heeft ingeschreven en van wie elk gebed is wanneer hun naam op het scherm wordt geprojecteerd en hun gebed wordt vertolkt”.
Er zijn markten voor materiële en immateriële goederen. Het heilsgoed van het gebed wordt hier via internet als waar op de markt gebracht en verhandeld.

De vraag is wat de volgende stap is: het betalen van anderen om zondags voor jou naar de kerk te gaan? Zo komen we langzaam in de buurt van de elektronische monnik uit het boek Dirk Gently’s Holistic Detective Agency van Douglas Adams:

    “De Elektrische Monnik was een arbeidsbesparend instrument, net zoals een afwasmachine of een videorecorder. Afwasmachines doen voor jou het saaie afwaswerk, en besparen je de moeite om dat zelf te doen, videorecorders kijken voor jou naar eentonige televisie, en besparen je de moeite om het zelf te doen. Elektrische monniken geloven voor jou in dingen, en besparen je zo wat een toenemend lastige taak werd, die van het geloven in alle dingen waarvan de wereld verwacht dat je ze gelooft.”

De Elektrische Monnik is dus zo ontworpen dat deze gelooft in dingen zodat de eigenaars dat niet meer hoeven te doen. De Elektrische Monnik die in het boek van Adams wordt opgevoerd vertoont echter een klein defect: hij praktiseert allerlei soorten willekeurige religies, elk voor slechts een paar minuten lang. Bovendien begint de monnik te geloven in dingen waarin mensen nog nooit geloofd hebben: hij gelooft dat oorlog vrede is, dat goed slecht is, dat de maan van schimmelkaas is gemaakt, en dat God veel geld nodig heeft dat naar een bepaalde bankrekening gestuurd moet worden. De Elektrische Monnik wordt uiteindelijk de woestijn in gestuurd, waar hij mag geloven wat hij wil.

Index Effecten op religieuze organisaties

Religieuze groeperingen maken inmiddels op brede schaal gebruik van het internet. Ook de gevestigde kerken hebben het internet innig omarmd. De vraag is welke gevolgen dit heeft voor de eigen organisatie, de interne communicatie en de religieuze patronen van deze gemeenschappen [Thumma 2002].

  1. Verandering van dynamiek binnen lokale religieuze gemeenschappen
    In veel kerken verloopt de communicatie tussen kerkleiding en aangesloten leden en de onderlinge communicatie tussen kerkleden al voor een belangrijk deel via het internet. Kerkleidingen doen hun wekelijke aankondigingen via email of nieuwsbrieven. Kerkleden kunnen via email en discussiefora voorstellen doen voor preekthema’s. Dit alles versterkt de communicatielijnen. Deze gemedieerde interactie kan op den duur de traditionele communicatie verdringen.

  2. Verandering van machtsverhoudingen en identiteit
    Anonieme Madonna: homo religiosus anonymus Het maken van kerkelijke websites wordt zelden geïnitieerd door voorgangers. Initiatiefnemers van kerkelijke sites krijgen een kans om een actieve rol te spelen in de kerk. Ook het onderhoud van de kerkelijke sites is vaak in handen van een paar ‘gewone leden’ en niet zozeer de hogere clerus. Bovendien communiceren de leden van kerkelijke organisaties primair via hun expliciete berichten, terwijl begeleidende informatie over status, geslacht, woonplaats, leeftijd en soms zelfs naam wordt uitgefilterd. Het gevolg hiervan is dat charisma en andere persoonsgebonden factoren niet of nauwelijks invloed hebben. Het anonieme karakter van de communicatie maakt het voor deelnemers makkelijker om hun opvattingen authentiek te articuleren, hun emoties direct te uiten en om desgewenst ook kerkelijke autoriteiten te kritiseren (zonder angst voor sancties).

    Solitaire ZinZoekers?
    Wat zijn de meest populaire activiteiten van online zinzoekers? De meeste zinzoekers beschouwen het internet als een grote geestelijke bibliotheek waarin zij solitair op jacht gaan naar algemene spirituele informatie. Maar uiteraard interacteren zij ook met geloofsgenoten en vreemden als zij ervaringen met elkaar delen en elkaar ondersteunen. De online zinzoekers proberen hun verbondenheid met de geloofsgemeenschap te versterken. Ongeveer de helft van de zinzoekers leest naast informatie over het eigen geloof ook informatie over andere geloven. Zinzoekers die het meest online actief zijn, participeren ook intensiever in lokale zinzoekende verbanden [Benschop 2010b].
    In het hiernaastmaals bestaat een grote diversiteit van religieuze uitingen. Dit heeft een relativerend effect op waarheidsclaims welke religie dan ook, alsmede op het gezag van hun traditionele voorgangers. Online zinzoekers zijn hierdoor meer geneigd om te twijfelen aan absolute claims op waarheid of heiligheid. Door het naast elkaar bestaan van zo veel uiteenlopende religieuze en spirituele visies worden online zinzoeker blootgesteld aan een meer vloeibare doctrinaire omgeving. Dat is een omgeving waarin individuele keuzes voor onderdelen van zin- en duidingssystemen wordt aangemoedigd [Dawson/Cowan 2004:3]. Het is een omgeving waarin zinzoeker fragmenten overnemen uit verschillende spirituele en religieuze tradities en hieruit naar eigen inzicht en voor eigen gebruik een zeer persoonlijke levensbeschouwelijke, spirituele of religieuze geloofshouding en ethiek samenstellen [Benschop 2010a].

    Zinzoekers kunnen anoniem of onder pseudoniem contact leggen met een grote verscheidenheid van geestverwanten, andersgelovigen of ongelovigen. Door deze anonimiteit voelen mensen zich vrijer om hun diepste gevoelens en meest intieme en ultieme gedachten met elkaar te delen. Onderdrukte gevoelens van angst of liefde worden in anonieme communicaties veel gemakkelijker, directer en emotioneler gearticuleerd. Het medium internet stimuleert de zelfreflectie en speelsheid van de deelnemers in rituelen, en dit kan bedreigend lijken voor traditionele lokale religieuze praktijken.

    Kerkleiders zien nog andere gevaren. Door de omarming van de internettechnologie zouden de lokale gemeenschap en kerkelijke tradities minder relevant kunnen worden. Internet wordt een grote religieuze supermarkt en spirituele bazaar waar verschillende vormen van ‘heil’ gevonden kunnen worden. Internet is het woonwagenkamp voor de ziel. Op zoek naar antwoorden op grote levensvragen is er via internet nu veel meer informatie die mensen voor nieuwe keuzen stelt en moet men veel meer selecties maken en beslissingen nemen over de informatie die men heeft gevonden.

    De omarming van het internet als een primaire wijze van communicatie in een kerk dreigt een splitsing tussen de leden teweegbrengen. De niet op het internet aangesloten (veelal oudere, armere en minder geschoolde) leden zijn van deze communicatie uitgesloten en dreigen gemarginaliseerd te worden.

    Virtuele gemeenschappen lenen zich uitstekend voor het uitvechten van meningsverschillen en controverses. Dit verklaart ook waarom binnen schijnbaar homogene religieuze groepen plotseling conflicten ontstaan omdat afwijkende en onderdrukte meningen van minderheden plotseling het woord nemen.

    Dissidenten in overvloed
    We hebben gezien dat internet geleid heeft tot nieuwe variaties in de geloofspraktijk. Voor sterk hiërarchische organisaties zoals de Katholieke kerk is het onacceptabel dat individuen zomaar met hun eigen geloofsinterpretaties naar voren komen. Er zijn vele websites waarin mensen uiting geven aan hun eigen geloofsbeleving. De Katholieke kerk kan dit niet verhinderen en vreest dat hierdoor haar alleenrecht op de definitie van religieuze dogma’s verder afbrokkelt.

  3. Publieke presentatie van kerken
    Voor kerken en andere religieuze organisaties is internet bij uitstek een medium waarmee de theologische leer, de geloofsartikelen en morele voorschriften verspreid en dus geopenbaard kunnen worden. De kerkelijke websites, nieuwsbrieven en discussiefora bieden ook voor de buitenwereld tegelijkertijd zicht op de interne werking van een congregatie. De kerkelijke organisaties openen zich voor de buitenwereld, maken hun spirituele bronnen beschikbaar en proberen hun invloed uit te breiden. De eens zo tastbare grenzen van het lidmaatschap van een kerkgenootschap vervagen wanneer een elektronische deelnemer naar een preek kan luisteren, de nieuwsbrief kan lezen en kan communiceren met staf en leden, zonder dat zij op zondagmorgen een kerkbank vullen.

  4. Opheffing van scheidslijn tussen private en publieke organisatie
    Zodra iets publiek wordt verandert het van karakter. Hoewel aanwezigheid op het internet de kerk meer toegankelijk maakt, kan hierdoor ook het onderscheid tussen private en publieke realiteit vervagen. Het gedrag en de houding van televangelisten en hun kerken is door het gebruik van tv-camera’s radicaal verandert. Ook het internet heeft de potentie op het karakter en de identiteit van een geloofsgemeenschap te veranderen.
Religieuze groepsvorming zal in de toekomst steeds meer gekenmerkt worden door decentrale organisatie en horizontale coördinatie. De afnemende populariteit van de tv-evangelisten in Amerika is een teken dat centralistisch geleide religieuze groeperingen steeds instabieler worden. Internet is een ongemeen krachtig voertuig voor associaties en netwerken van zinzoekers die door een gemeensschappelijke visie of levenshouding met elkaar verbonden zijn.

Index CyberGoden

Goddelijke schepping?
In den beginnne was er 0. En toen was er 1. Wat dat de goddelijke schepping van het digitale tijdperk?
And God said: let there be net
“God created the Internet — he is the one who gave us the ability as human beings to do that. We have a responsibility to use what God’s created to reach people” [pastoor van de spirituele ontwikkeling voor fellewshipchurch.com].
Is Google God?
Dat was de vraag die Thomas L. Friedman in The New York Times [19.6.2003] aan de orde stelde. Volgens Jim Gilliam is dit niet het geval. “Het internet is God. Zoekopdrachten zijn gebeden en Google is hoe God onze gebeden verhoord”.
Chatten met God
Stel dat je een chatroom met God kunt bezoeken. Wat zou je hem vragen?
Populairder dan God
Het internet is populairder dan God. De gemiddelde teenager besteedt elke week meer tijd op het internet dan aan de participatie in religieuze activiteiten.
Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn in Europa —in tegenstelling tot de VS— de betekenis van religieuze geloofssystemen en de invloed van kerken sterk afgenomen. De participatie in godsdienstige bijeenkomsten loopt gestaag terug en het uittreden uit de kerk neemt toe. Het lijkt wel alsof hierdoor een vrijstaat is ontstaan voor individuele spiritualiteit en collectieve zingeving. God is voor velen al langer zoek op onze fysieke aarde. Maar de virtuele hemel van het internet wordt bevolkt door alle Goden, afgoden en heiligen die ooit aan menselijke fantasie ontsproten zijn. Religieuze dogma’s en mystiek worden via internet grootschalig en intensief verspreid. De vraag is of dit ook tot een nieuwe trend van religieuze reactivering zou kunnen leiden.

Er zijn weinig ideeën zo buitensporig dat niemand ze serieus neemt. Maar de volgende gedachte is minder buitensporig dan zij op het eerste gezicht luidt: “God, of in ieder geval het heelal, zou wel eens de ultieme grootschalige computer kunnen zijn.”

Deze gedachte werd het eerst gelanceerd door een weinig bekende Duitser, Konrad Zuse [1910-1995], die al 10 jaar voor Neumann en zijn vrienden bezig was met het ontwerp van programmeerbare digitale computers. Tussen 1936 en 1938 bouwde hij de eerste binaire digitale computer ter wereld (Z1). De eerste programmagestuurde elektromechanische digitale computer voltooide hij in 1941, maar deze werd in 1944 tijdens de oorlog vernietigd. In 1967 schetste Zuse zijn idee dat het helaal zich gedraagt als een ‘raster van cellulaire automaten’ (in feite kleine computerprogramma’s met een paar eenvoudige regels) (of CA). Zuse was de eerste die suggereerde dat het hele universum berekend wordt op een computer. Sterker nog: het heelal is een computer.

Het heelal gedraagt zich alsof het een computer was. Maar als dat waar is: “waar staat dan die computer?” David Deutsch gaf hierop het antwoord dat universaliteit van calculaties het meest fundamentele kenmerk van het universum is. Daarom bestaat er geen lokaliseerbare computer.

Dat is het uitgangspunt van de digitale fysica waarvoor Zuse de grondslag legde en die door Edward Fredkin en Stephen Wolfram werd voortgezet en uitgebreid tot een digitale filosofie.

Universum. Copyright: Stefan Schmeja.In de digitale filosofie van Fredkin is alle materie en energie opgebouwd uit pure informatie. “Quarks en elektronen bestaan bij hem uit bits, de elementaire eenheid van informatie, de nullen en enen die in een computerchip rondlopen” [Dijkgraaf 2002].

Voor Wolfram is het complete heelal niets meer dan één groot computerprogramma: een cellulaire automaat. Celautomaten bepalen volgens hem niet alleen de vorm van schelpen, bladeren, rivierdelta en sneeuwvlokken, maar verklaren bijna alle grote vragen waarop de wetenschap tot nu toe het antwoord al dacht te hebben: de Big-Bang, de structuur van ruimte en tijd, het mysterie van entropie, willekeur en de evolutietheorie, tot aan de menselijke vrije wil. Het basisidee is nauwelijks omstreden en overtuigend gedemonstreerd in simulaties: kleine programmaatjes met slechts enkele simpele regels kunnen zeer complexe resultaten opleveren, waarbij patronen opduiken die ook in de natuur voorkomen. Eenvoudige regels zijn dus voldoende om complexiteit te veroorzaken.

In juni 2002 publiceerde de Physical Review Letters een artikel van professor Seht Lloyd waarin hij vraag stelde: als het universum een computer zou zijn, hoe krachtig zou deze dan zijn? Door een analyse van de rekenkracht van kwantum deeltjes, berekende hij de bovengrens van de rekenkracht van het hele universum heeft gekend sinds het begin van de tijd. Het is een groot getal: 10^120 logische operaties.

De mystieke leer van de universele computer leidt tot verwarring. Is God het woord zelf, de ultieme software en broncode, of is God de ultieme programmeur? Is het (inter)net zelf en nieuwe metafoor voor God? Is God daadwerkelijk een gedistribueerd, gedecentraliseerd systeem? Lopen de gelovigen niet de kans om hun relatie met hun God te verliezen wanneer deze zich niet zelf verandert? Verliezen zinzoeker dan niet hun geloof in een eeuwige en onveranderlijke God?

Index Cyberia Mystica: internet als spiritueel medium

Cyberdelia
Het huwelijk tussen internettechnologie en psychedelische oriëntatie wordt samengevat in de term cyberdelia. “Cyberdelia verzoent de transcendentale impulsen van de jaren-’60 anticultuur met informania van 2000” [Mark Dery]. De relatie tussen neopaganisten en technologie heeft zijn wortels in de tegencultuur uit de jaren zestig en ontleent veel elementen aan de psychedelische bewustzijnsbeweging. Conservatieven vroegen zich af of de virtual reality geen ander woord was voor elektronische LSD. Zo’n gekke gedachte is dat niet. In multimediaal geënsceneerde digitale omgevingen (‘virtual reality’) worden immers integrale belevingstoestanden aangeboden die lijken op een hallucinerende trip, een droom, een roes of een paranormale ervaring. Al in 1985 werden er paganistische rituelen uitgevoerd in de chatrooms van CompuServe.
Internet heeft ons een nieuw begrip van ruimte aan de hand gedaan - de virtuele ruimte van het globale computernetwerk. De virtuele ruimte van het hiernaastmaals (cyberspace) is het snelst groeiende territorium in de geschiedenis van de mensheid. Het continent cyberia is een virtuele informatie- en communicatieruimte waarin mensen door een netwerk van computers onderling verbonden zijn. Dat heeft iets magisch en is daarom zeer aantrekkelijk voor mensen met mythische aspiraties.

Cyberia —het virtuele hiernaastmaals— is een continent zonder fysieke eigenschappen of plaatsen. Zodra iemand zich op internet begeeft werkt hij mee aan de reproductie van een volledig virtuele ruimte waarin fantasiekarakters kunnen worden gecreëerd en waarin mensen met elkaar kunnen interacteren op manieren die alleen door hun fantasie worden beperkt. Internet fungeert als een uitbreiding van de menselijke psyche — het is een forum van haar werkelijkheden én fantasieën. Cyberia is dus het resultaat van een complex samenspel tussen technologie en menselijk voorstellingsvermogen. Vanuit esoterisch of mytisch perspectief is dit een intrigerende combinatie omdat het hier gaat om de gelijkstelling: Wat ik me voorstel, dat wordt ik. En dat is precies de essentie van magie.

Spiritualiteit en technologie zijn altijd nauw met elkaar verweven geweest [Davis 1998]. Religie en mystiek zijn geen achterlijke relicten uit het verleden die gedoemd zijn zichzelf op te lossen in de seculiere wereld van de informationele samenleving. Religieuze fantasie geeft steeds weer nieuwe voeding aan utopische dromen, apocalyptische visies, digitale hersenschimmen en vreemde obsessies die het ‘technologisch onderbewustzijn’ van vandaag bevolken. De technologie, taal en thema’s van de informatiesamenleving transformeren de zeer uitgebreide wereld van hedendaagse spiritualiteit.

Veel neopaganisten, occultisten en New Agers beschouwen internet als een geëigend medium voor hun magische experimenten en rituelen. Hun enthousiasme voor de mystieke potentie van menselijke technologie lijkt lachwekkend. Zij beschouwen cyberica als een heilig koninkrijk, waar zij hun bewustzijn op kunnen aansluiten. De technosjamanisten denken dat zij als de tovenaars van de digitale wereld met elkaar verbonden zijn. Voor rechtgeaarde gelovigen is dit vloeken in de kerk:

Zo’n dogmatische reactie gaat volledig voorbij aan de eigenaardigheid van de digitale droom. Er zijn echter ook theologen die terugrijpend op klassieke geschriften beweren dat als God iets is, dan is hij allomtegenwoordig betrokken bij en geïncarneerd in het hele menselijke netwerk, inclusief die chaotische sfeer van cyberspace.

Heilige cirkels
“Cyberspace is een technologische ingang naar het astrale niveau...Als we cyberspace eenmaal binnentreden, dan verkeren we niet langer op het fysieke niveau; we staan letterlijk op een plaats tussen de werelden, een met verhoogd potentieel om even sacraal te zijn als elke cirkelvorm op de grond” [McSherry 2002:2].
Neopaganistische groepen zoals Wicca gebruiken computer- en internettechnologie om hun aanhangers te informeren over seizoenrituelen, vieringen, werkgroepen en conferenties. Zij communiceren met elkaar via nieuwsgroepen, discussiefora en sociale netwerken. Sommige technopaganisten breiden de schaal van hun digitale magie verder uit. Zij organiseren rituelen via het internet en richten in cyberia virtuele altaren op. De paganisten zijn de eerste religieuze beweging die wat betreft groei en cohesie in sterke mate leunt op het internet. En op haar beurt werd cyberia de eerste massale paganistische bijeenkomst sinds de klassieke tijden [Reeder 1997].

De paganistische rituelen vonden altijd al plaats in de sfeer van de fantasie. Daarom kunnen paganisten via het internet op effectieve wijze hun rituelen organiseren.

Index Informatiebronnen

  1. Religie en Spiritualiteit [SocioSite]
    Geannoteerde online informatiebronnen over religie, spiritualiteit en atheïsme.

  2. Ammerman, Nancy T. [2003]
    Religious Identities and Religious Institutions.
    In: Michele Dillon (ed.), Handbook for the Sociology of Religion. New York: Cambridge University Press, 207-224.

  3. Baker, J.D. [1997]
    Christin Cyberspace Companion: A Guide to the Internet and Christian Online Resources.
    Gand Rapids, MI: Baker Books.

  4. Barker, E. [2005]
    Crossing the boundery: new challenges to religious authority and control as a consequence of access to the Internet.
    In: Højsgaard/Warburg 2005:67-85.

  5. Barzilai, Gad / Barzilai-Nahon, Karine [2005]
    Cultured Technology: Internet & Religious Fundamentalism
    In: The Information Society, 21(1):25-40.

  6. Barzun, Jacques [2001]
    From Dawn to Decadence: 500 Years of Western Cultural Life 1500 to the Present
    Perrennial.

  7. Beaudoin, T. [1998]
    Virtual Fait: The Irreverent Spiritual Quest of Generation X.
    San Francisco: Jossey-Bass.

  8. Beckerlegge, G. [2001]
    Computer-mediated religion: Religion on the Internet at the turn of the twenty-first century.
    In G. Beckerlegge (Ed.), Religion Today: Tradition, Modernity and Change - From Sacred Text to Internet (pp. 219-264). Burlington: Ashgate.

  9. Benschop, Albert [2010a]
    De ontdekking van het hiernaastmaals. Geloofsverandering door internet
    In: ZinZoekers op het web.

  10. Benschop, Albert [2010b]
    ZinZoekers doen het (steeds meer) virtueel
    In: ZinZoekers op het web.

  11. Berger, H.A. [1999]
    A Community of Witches: Contemporary Neo-Paganism and Witchcraft in the United States.
    Columbia, SC: University of South Carolina Press.

  12. Berger, H.A. / Ezzy, D. [2009]
    Mass Media and religious identity: a case study of young witches.
    In: Journal for the Scientific Study of Religion, 48(3): 501-514.

  13. Bibby, Riginald W. [1987]
    Fragmented Gods.
    Toronto: Irwin.

  14. Bradly, Ritamary [1997]
    Religion in Cyberspace - Building on the past

  15. Brasher, Brenda [2001]
    Give Me That Online Religion.
    San Francisco: Jossey-Bass.

  16. Bunt, G. [2000]
    Virtually Islamic: Computer-Mediated Communication and Cyber Islamic Environments.
    Cardiff: University of Wales Press.

  17. Bunt, G. [2003]
    Islam in the Digital Age. E-Jihad, Online Fatwas and Cyber Islamic Environments.
    London: Pluto Press.

  18. Campbell, Heidi [2003]
    Congregation of the Disembodied.
    In: Mark Wolf (Ed.), Virtual Morality. New York: Peter Lang Publishing, 179-199.

  19. Campbell, Heidi [2004a]
    The Internet as Social-Spiritual Space.
    In: Johnston MacKay (Ed.), Netting Citizens: Exploring Citizenship in a Digital Age. Edinburgh: St. Andrew’s Press, 208-231.

  20. Campbell, Heidi [2004b]
    This is My Church: Seeing the Internet and Club Culture as Spiritual Space.
    In: Dawson / Cowan 2004, 107-121.

  21. Campbell, Heidi [2004c]
    Considering Spiritual Dimensions within Computer-mediated Communication Studies.
    In: New Media and Society 17/1, 111-135.

  22. Campbell, Heidi [2005a]
    Exploring Religious Community Online. We are one in the network.
    New York: Peter Lang Publishing.

  23. Campbell, Heidi [2005b]
    Spiritualising the Internet: Uncovering discourses and narratives of religious Internet usage
    In: Online-Heidelberg Journal of Religions on the Internet, 1(1).

  24. Campbell, Heidi [2010]
    When Religion Meets New Media.
    London/New York: Routledge.

  25. Campbell, Heidi [2010b]
    Religious Authority and the Blogossphere
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 15(2):251-276.
    Er wordt vaak beweerd dat het internet een bedreiging is voor traditionele gezagsvormen. Ook in studies van online religie wordt vaak gezegd dat het internet het religieuze gezag bedreigt. Maar de bewijzen hiervoor ontbreken. In deze studie worden 100 religieuze blogs geanalyseerd om te achterhalen of dit juist is. Het onderzoek laat zien dat religieuze bloggers hun blogs gebruiken om gezag zo in te kaderen dat het meestal eerder de traditionele gezagsbronnen bevestigt dan uitdaagt.

  26. Carega, Andrew [1999]
    E-vangelism: Sharing the Gospel in Cyberspace.
    Lafayette: Vital Issues Press.

  27. Clark, L. / Hoover, S. /Rainie, L. [2004]
    Faith Online, Pew Internet and American Life Project, April.

  28. Cobb, Jennifer [1998]
    Cybergrace: The Search for God in the Digital World.
    New York: Crown Publishers.

  29. Cowan, Douglas E. [2005]
    Cyberhenge: Modern Pagans on the Internet
    New York: Routledge.

  30. Cowan, D.E. / Hadden, K. [2004] Virtually Religious: New Religious Movements and the World Wide Web.
    In: Lewis, J.R. [2004] The Oxford Handbook of New Religious Movements. New York: Oxford University Press.

  31. Davis, Erik [1995]
    Technopagans: May the Astral plane be Reborn in Cyberspace
    In: Wired 3(7).

  32. Ramo, Joshua Cooper/Greg, Greg e.a. [1995]
    Finding God on the Web

  33. Davis, Erik [1998]
    Techgnosis: Myth, Magic, and Mysticism in the Age of Information
    Harmony Books.

  34. Dawson, Lorne L.[3005]
    The mediation of religious experience in cyberspace
    In: Højsgaard/Warburg 2005:15-37.

  35. Dawson, Lorne L. / Cowan, Douglas E. (Eds.) [2004]
    Religion Online: Finding Faith on the Internet
    New York: Routledge.

  36. De Pers

  37. Dijkgraaf, Robbert [2002]
    Wereldsystemen
    Een kritische verhandeling over natuurkundigen die een ‘theorie van alles’ proberen op te stellen: Wolfram en Buchanan.

  38. Dixon, Patrick [1997]
    Cyberchurch, Christianity and the Internet.
    Eastbourne: Kingsway Publications.

  39. Drury, Nevill [2002]
    Magic and Cyberspace. Fusing Technology and Magical Consciousness in the Modern World
    In: Esoterica, iv: 101-3.

  40. Ess, C. / Kawabata, A. / Kurosaki, H. [2007]
    Cross-cultural perspectives on religion and computer-mediated communication.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 12(3): 939-955.

  41. Geser, Hans [1997]
    Die Zukunft der Kirchen im Kräftefeld sozio-kultureller Entwicklungen

  42. Gold, L. [1999]
    Mormons on the Internet, 2000-2001.
    New York: Randonm House.

  43. Hadden, J.K. /Cowan, D.E. (Eds.) [2000]
    Religion on the Internet: Research Prospects and Promises.
    Londen: JAI Press/Elsevier Science.

  44. Hanegraaff, W. J. [1996]
    New Age Religion and Western Culture. Esotericism in the Mirror of Secular Thought.
    Leiden/New York: Brill.

  45. Heelas, Paul [1996]
    The New Age Movement. The Celebration of the Self and the Sacralization of Modernity.
    Oxford/Cambridge: Blackwell.

  46. Heelas, Paul [1997]br> Religion, Modernity and Postmodernity.
    Oxcord: Blackwell.

  47. Heelas, P. / Lash,S. / Morris, P. [1996]
    Detraditionalization. Critical Reflections on Authority and Identity.M
    Cambridge, MA/Oxford: Blackwell.

  48. Heim, M. [1993]
    The Metaphysics of Virtual Reality.
    Oxford/New York: Oxford University Press

  49. Helland, Christopher [2000]
    Online Religion/Religion Online and Virtual Communities.
    In: Hadden/Cowan [2000]

  50. Helland, Christopher [2002]
    Surfing for Salvation.
    In: Religion, 32(4). October.

  51. Helland, Christopher [2004]
    Popular Religion and the World Wide Web: A Match Made in [Cyber]Heaven.
    In: Lorne Dawson and Douglas Cowan (Eds.), Religion Online: Finding Faith on the Internet. Routledge.

  52. Helland, Christopher [2005]
    Online Religion as Lived Religion: Methodological Issues in the Study of Religious Participation on the Internet
    In: Online-Heidelberg Journal of Religions on the Internet, 1(1). Special Issue on Theory and Methodology.

  53. Helland, Christopher [2006]
    Websites for the Study of New Religious Movements.
    In: Religious Studies Review, 32(4).

  54. Helland, Christopher [2006]
    Using the Internet for Religious Studies Research.
    In: Religious Studies Review, 32(4).

  55. Helland, Christopher [2007]
    Diaspora on the Electronic Frontier: Developing Virtual Connections with Sacred Homelands
    In: Journal of Computer Mediated Communication, Special Issue on Religion and the Internet, Volume 12, Issue 3, April 2007.

  56. Helland, Christopher [2007]
    Hinduism on the Internet.
    In: Denise Cush, Catherine Robinson and Michael York (eds.) The Encyclopedia of Hinduism. Routledge: New York.

  57. Henderson, Charles P. [1996]
    The Future of ARIL in the Information Age
    In: CrossCurrent 16(2), Summer 1996.

  58. Højsgaard, Morten T. / Warburg, Margrit (eds.) [2005]
    Religion in Cyberspace.
    New York: Routledge.

  59. Houtman, D. / Aupers, S. [2007]
    The spiritual turn and the decline of tradition: the spread of post-Christian spirituality in fourteen western countries.
    In: Journal for the Scientific Study of Religion, 46(3): 305-320.

  60. Isidorusweb [2009]
    Internetspiritualiteit.nl

  61. Jacobs, S. [2007]
    Virtually sacred: the performance of asynchronous cyber-rituals in online spaces
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 12(3): 1103-1121.

  62. Journal of Buddhits Ethics (JBE)

  63. Groothuis, Douglas
    Technoshamanism: Digital Deities in Cyberspace
    Ned. vert: Technoshamanisme, de digitale goden in cyberspace

  64. Hoover, S., Clark, L., & Rainie, L. [2004]
    Faith online: 64% of wired Americans have used the Internet for spiritual or religious purposes
    Pew Internet & American Life Project.

  65. Kraflogka, A. [2002]
    Religious Discourse and Cyberspace.
    In: Religion, 32, 279-291.

  66. Karaflogka, A. [2003]
    Religion on - religion in cyberspace.
    In:G. Davie, P. Heelas & L.Woodhead (eds) [2003] Predicting Religion. Christian, Secular and Alternative Futures. Ashgate, Burlington and Aldershot, pp. 191-202.

  67. Kluver, R. / Cheong, P. H. [2007]
    Technological modernization, the Internet, and religion in Singapore.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 12(3): 1122-1142.

  68. Larsen, Elena [2000]
    Wired Churches, Wired Temples: Taking Congregations and Missions in to Cyberspace
    In: Pew Internet.

  69. Lawrence, B.B. [2000]
    The Complete Idiot’s Guide to Religious Online.
    Indianapolis, In: Alpha Books.

  70. Levy, Steven [2002]
    The Man Who Cracked The Code to Everything
    In: Wired 10(6), June 2002.

  71. Linderman, Alf / Lövheim, Mia [2003]
    Internet and Religion. The Making of, Meaning, Identity and Community through Computer Mediated Communication.
    In: Sophia Marriage & Jolyon Mitchell (Eds.), Mediating Religion: Conversations in Media, Culture and Religion. Edinburgh: T & T Clark/Continuum, 229-240.

  72. Lochhead, D. [1997]
    Shifting Realities: Information Technology and the Church.
    Geneva: WCC Publications.

  73. Lövheim, Mia [2004]
    Young People, Religious Identity and the Internet.
    In: Dawson/Cowan 2004, 59-73.

  74. Lövheim, Mia / Linderman, Alf G. [2005]
    Constructing religious identity on the internet
    In: Højsgaard/Warburg 2005:121-137.

  75. Luckmann, T. [1996]
    he privatization of religion and morality.
    In: Heelas/Lash/Morris 1996:73-83.

  76. McSherry, Lisa [2002]
    The Virtual Pagan: Exploring Wicca and Paganism Through the Internet
    Boston:Weiser Books. Zie ook haar website: CyberCoven.org

  77. MIT Communications Forum [2002]
    Religion and the internet

  78. MIT Communications Forum [2006]
    Religion and the Internet

  79. Nederlands Dagblad

  80. Nightmare, M. M. [2001]
    Witchcraft and the Web. Weaving Pagan Traditions Online.
    Toronto: ECW Press.

  81. Noble, D. [1997]
    The Religion of Technology. The Divinity of Man and the Spirit of Invention.
    New York & London: Penguin Books.

  82. Noomen, Ineke / Aupers, Stef / Houtman, Dick [2011]
    In their own image?
    In: Information, Communication & Society, 14(8)

  83. O’Leary, S. [1996]
    Cyberspace as sacred space: Communicating religion on computer networks.
    In: Journal of the American Academy of Religion, 64(4), 781-808.

  84. O’Leary, S. [2005]
    Utopian and dystopian possibilities of networked religion in the new millennium
    In: Højsgaard/Warburg 2005:38-49.

  85. Parool

  86. Penczak, C. [2001]
    City Magick. Urban Rituals, Spells, and Shamanism.
    York Beach: Weiser Books.

  87. Pontifical Council for Social Communications [2002]
    The church and internet

  88. Pliner, Dmitrij [2009]
    Netzwerke religiöser Menschen In: Webreligion.

  89. Reeder, Sara [1997]
    Children of the Digital Gods.
    In: Green Egg 29(129).

  90. Schroeder, Ralph / Heather, Noel / Lee, Raymond M. [1998]
    The Sacred and the Virtual: Religion in Multi-User Virtual Reality
    In: Journal of Computer Mediated Communication, 4(2).

  91. Spek, Inez van der [2008]
    Onze Lieve Cybervrouwe? Gender, Religie en Internet
    Halkeslezing, 4 oktober 2008.

  92. Thumma, Scott [2002]
    Religion and the Internet

  93. Wertheim, Margaret [1999]
    The Pearly Gates of Cyberspace: A History of Space from Dante to the Internet
    Londen: Virago.

  94. Wilson, Walter [2000]
    The Internet Church.
    Nashville: Word Publishing.

  95. Zaleski, Jeff [1997]
    The Soul of Cyberspace: How Technology is Changing our Spiritual Lives.
    San Francisco: Harper.

  96. Zinzoekers op het Web

  97. Zuse, Horst
    The Life and Work of Konrad Zuse

  98. Zuse, Konrad [1967]
    Rechnender Raum
    Engelse versie.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

26 September, 2013
Eerst gepubliceerd: 1 juli, 2009