Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Geschiedenis van het internet

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
Drie ontwikkelingsfasen van internet

Revolutionaire Innovatie

Geboorte van het internet

Netwerk voor sloebers

    Referenties

Index Hypertekst Revolutie

Drie ontwikkelingsfasen van het internet

De technologie die we tegenwoordig internet noemen is al meer dan 50 jaar oud. In 2017 waren wereldwijd al meer dan 3,7 miljard mensen van de wereldbevolking (bijna maart 50%) via internet met elkaar verbonden waardoor zij direct met elkaar kunnen communiceren [internetworldsstats.com]. De expansie van internet heeft haar verzadigingspunt nog lang niet bereikt. De opkomst van het internet heeft niet alleen onze manier van informeren en communiceren diepingrijpend veranderd, maar ook onze alledaagse leefwijze en sociale omgangsvormen. Internet en mobiele communicatie hebben vergaande gevolgen voor de manier waarop we met elkaar samenwerken (op ruimtelijke afstand maar communicatief heel dicht bij elkaar) en waarop we politiek bedrijven of partners voor het leven vinden.

In de eerste fase van het internet (1962-1992] werd de technische infrastructuur van het internet opgebouwd en werden de politieke en sociale voorwaarden geschapen voor de ontwikkeling van het internet. Internet werd in eerste instantie ontworpen als een intellectuele voorziening voor academici die hun informatie via computers met elkaar wilden delen. De kapitalistische toeëigening van de internettechnologie begon pas 30 jaar later.

In de tweede fase (1993-2003) ontwikkelde zich op het internet een commerciële dienstensector. Ondernemingen ontwikkelden bedrijfsmodellen waarmee zij hun diensten op het internet konden aanbieden en die een blauwdruk vormde voor andere ondernemingen.

De derde fase (sinds 2004) is de expansiefase waarin de internettechnologie in hoog tempo wordt ingevoegd in de kapitalistische productiewijze. Het kapitaal kan zich vanaf nu op volle kracht in de concurrentiestrijd om de opdeling van de markten storten. In deze extensieve en intensieve expansie worden telkens nieuwe markten ontsloten. Internet en mobiele communicatie penetreren steeds dieper in de materiële infrastructuren van de samenleving en in onze persoonlijke leefwereld. Naast het »internet van mensen« ontstaat het »internet der dingen«: semi-intelligente apparaten die met personen en met andere slimme apparaten communiceren en die op grond daarvan autonome beslissingen kunnen nemen. Fysieke objecten en apparaten worden ingebed in de virtuele wereld.

Deze tekst is geconcentreerd op de eerste «onschuldige» face van het internet.

Index Contouren van een revolutionaire innovatie

Communiceren is meer dan het verzenden en ontvangen van informatie. Zet twee bandrecorders naast elkaar die voor elkaar spelen en elkaar tegelijkertijd opnemen. Vanuit een menselijk perspectief is dat geen communicatie. Communicatie begint daar waar mensen iets doen met de informatie die zij verzenden en ontvangen. Communicatie is een interactief creatief proces waarin de reactietijd zeer kort moet te zijn om de conversatie vrij en gemakkelijk te maken. Het bijzondere van het internationale computernetwerk dat we tegenwoordig «internet» noemen is dat wij dit gebruiken om met elkaar te communiceren. Het internet verrijkt, verbreedt en versnelt onze communicatiekansen enorm. Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst en de telefoon is er geen grotere revolutie denkbaar in onze manier van communiceren en interacteren.

De geschiedenis van het ontstaan van dit internet moet nog worden geschreven en zal telkens opnieuw worden herschreven. Dat is niet verwonderlijk als men bedenkt dat onze kennis van de manier waarop het huidige computernetwerk is ontstaan gebruikt wordt om het pad naar de toekomst te verlichten, om actuele problemen op te lossen, om keuzes te maken die voor de verdere ontwikkeling van het internet van essentieel belang zijn.

In deze bijdrage gaat het om vragen als:

  1. Hoe is het computernetwerk ontstaan?
  2. Wat voor prestaties hebben de pioniers van het internet verricht?
  3. Wat zijn de controverses over de verdere ontwikkeling?
Meer dan fragmenten van de geschiedenis van het internet moet men hier overigens nog niet verwachten.

Index Geboorte van het internet vanuit de atoomschuilkelder

In 1962 schreef Paul Baran voor de Rand Corporation een rapport, On Distributed Communications waarin hij ingaat op de vraag hoe de Verenigde Staten haar communicatiesystemen tegen een serieuze aanval militair zou kunnen beschermen.

Baran schetste de principes van ‘redundancy of connectivity’ en verkent diverse modellen voor niet-kwetsbare communicatiesystemen. Hij stelt een communicatiesysteem voor waarin geen herkenbaar centraal commando- en controlepunt bestaat. Alle overlevende punten zouden in staat zijn om weer contact met elkaar op te nemen in geval van een aanval op een van de punten. In dit systeem zou schade aan een onderdeel niet het geheel vernietigen en zijn effect op het geheel zou worden geminimaliseerd. Door zijn dedundantie zou een dergelijk communicatiesysteem bijzonder robuust zijn.

Baran stelt voor een nationale openbare voorziening te construeren voor de transport van computergegevens, op dezelfde manier als het telefoonsysteem stemgegevens transporteert.

ARPA
Toen op 4 oktober 1957 de Sovjet-Unie met de Spoetnik I de eerste satelliet in de ruimte schoot, waren de Amerikanen zwaar geschokt. In directe reactie daarop besloot de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower om niet alleen heftig te investeren in de integratie van natuurwetenschappelijke lesprogramma’s in de scholen, maar ook om de onderzoeksprojecten van het ministerie van Defensie samen te ballen en te stimuleren. ARPA moest zorgen voor het ontwikkelen van technologie die de Amerikaanse defensie in staat zou stellen om niet verrast te worden door een technologisch geavanceerde vijand.

ARPA (Advanced Research Projects Agency) was een federale instelling dat volledige controle kreeg over de meest geavanceerde militaire onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. Met een budget van een half miljard werd ARPA begin 1958 opgericht binnen het Pentagon, het hoofdkwartier van het Amerikaanse ministerie van defensie.

Toen in 1965 Robert Taylor hoofd van ARPA werd viel hem op dat er in zijn werkruimte in het Pentagon drie terminals stonden die met verschillende (uitermate dure) computers verbonden waren, maar die niet met elkaar verbonden konden worden. Als Taylor contact wilde leggen met het apparaat dat in Santa Monica stond, moest hij achter een van zijn computers gaan zitten. Om met een computer op een andere ARPA-locatie te kunnen communiceren, moest hij naar een ander apparaat lopen. De vraag die bij Taylor als vanzelf naar boven borrelde was: “Waarom hebben we eigenlijk geen netwerk waarmee we vanuit een terminal overal naar toe kunnen gaan waar we willen?” Het feit dat de drie machines niet met elkaar konden communiceren beschouwde Taylor als een enorme verspilling van overheidsgeld. Taylor initieerde de bouw van een computernetwerk dat je in staat stelt “om overal naar toe te gaan waar je maar wil.”

Op 12 september 1969 werd de eerste ARPAnet Information Message Processor geïnstalleerd bij de University of California in Los Angeles (UCLA). Op 29 oktober 1969 werd de eerste boodschap verstuurd tussen de twee knooppunten. Men zou dit als de geboorte van het internet kunnen opvatten. De leider van het team van ingenieurs, professor Leonard Kleinrock, zei het als volgt: “Dat is de dag dat het internet zijn eerste woorden uitte” [The Register, 29.10.09].

Samen met Bob Kahn ontwikkelde Vincent Cerf van 1971 tot 1973 het Internet-Protocol waarmee berichten via het internet verzonden konden worden. Het Transmission Control Protocol (TCP) legt de fundamentele architectuur van het internet vast.

Het Arpanet is een voorloper van de netwerktechnologie die als basis dient voor het globale internet van tegenwoordig. Het werd gesubsidieerd door het programma voor ‘Advance Research Projects Agency’ van het Amerikaanse ministerie van defensie. Het Arpanet was uitsluitend bedoeld voor universitaire afdelingen voor computerwetenschap en particuliere onderzoeksinstituten die door dit ministerie werden gesubsidieerd. Bij de ontwikkeling van dit netwerk deden zich veel onverwachte problemen en hindernissen voor. Maar door het coöperatieve werk van de deelnemers kon het aantal sites toch stap voor stap worden uitgebreid. In 1977 omvatte het Arpanet al meer dan 50 sites van Hawaï tot Noorwegen.

Teledesic Internet begon dus als een militair project uit de tijd van de Koude oorlog. Dertig jaar later was het politieke toneel dramatisch veranderd. In de jaren ’90 wilde de grootste kapitalistische tycoon van het Westerse halfrond, Bill Gates, oude Russische kernraketten gebruiken om een internetweb rond de wereld te spinnen. Gates’ Teledesic Corporation kocht SS-18 raketten van de Russen. Zij zouden worden gebruikt om 22 satellieten te lanceren. Gates’ plan was om uiteindelijk een netwerk van 840 satelieten rond de aarde te construeren, die alle bezitters van een PC in de wereld directe toegang tot internet zou verschaffen. Critici vroegen zich af of Bill Gates met zijn satellieten een nieuw ijzeren gordijn probeerde op te richten, of hij in het open internet nieuwe barrières probeerde in te bouwen bouwen. Zij maakten zich druk om niets, want op 1 oktober 2002 werd het satellietproject officieel afgebroken.

Index Netwerk voor sloebers

Het ARPANET was een enorme prestatie, maar de toegang tot dit netwerk werd beperkt tot de computerwetenschappers in universiteiten en laboratoria die contracten hadden met het Amerikaanse ministerie van defensie. Anderen werden van deze toegang uitgesloten. De doctoraalstudenten op de Duke universiteit en de universiteit van van Noord-Carolina behoorden tot deze uitgeslotenen. Zij maakten een netwerk dat open was voor iedereen in de gemeenschap van de computerwetenschappen die toegang had tot het Unix besturingssysteem (dat destijds vrij toegankelijk was voor de academische gemeenschap). Uit de experimenten van deze studenten ontstond “A Poor Man’s Arpanet”, het Usenet News.

Usenet News
In de herfst van 1979 werd Usenet News geboren. Tom Truscott en Jim Ellis (studenten op de Duke universiteit) en Steve Bellovin (student op de universiteit van Noord-Carolina) onderzochten de mogelijkheden van versie 7 van het UNIX bestuderingssysteem dat was uitgerust met een ‘UNIX to UNIX copy program’ (UCCP). Steve Bellovin schreef een eenvoudig programma in UNIX dat de computers op de twee universiteiten met elkaar verbond via UUCP en zelfgemaakte modems die gebruik maakten van vaste telefoonlijnen. De computers belden elkaar op, zochten naar veranderingen in de bestanden en kopieerden vervolgens de veranderingen.

Omdat het programma erg langzaam was werd een andere student aangetrokken, Stephan Daniel (Duke universiteit) die de programmacode herschreef in de programmeertaal C. Tenslotte presenteerde Jim Ellis in januari 1980 de bereikte resultaten op de academische Unix gebruikersconferentie (Usenix). Hij nodigde Unix-gebruikers uit om deel te nemen aan de ontwikkeling van een NetNews Network dat Usenet News werd genoemd. In de door Tom Truscott geschreven Invitation to a General Access UNIX Network kan men lezen:

Men hoopte dat USENIX een actieve, centrale rol zou spelen in het netwerk, Omdat sommige leden nog niet op het net zitten, zouden papieren nieuwsbrieven de standaard communicatiemethode moeten blijven. Maar het lijkt een goed idee om het net te gebruiken om nieuwsbrieven te verspreiden. De uitnodiging dringt erop aan:

Een paar maanden later werd de software voor ‘A News program for Usenet News’ op de conferentietape gezet voor algemene verspreiding (Delaware Summer 1980 Usenix meeting). In een stencil dat op deze conferentie werd verspreid werd de doelstelling omschreven:

Een van de studenten die het programma geschreven had, Stephen Daniel, verklaart waarom de uitdrukking «a poor man’s ARPANET» werd gebruikt:

De pioniers van Usenet verbaasden zich erover hoe langzaam Usenet sites zich aanvankelijk uitbreiden. Maar toen de universiteit van California in Berkeley (UCB) ging deelnemen aan Usenet werden er verbindingen gelegd tussen Usenet en het Arpanet. De Arpalijsten waren georgansieerd rond ‘mailing lists’ met een centrale controle die bepaalt wie het materiaal ontvangt en wat voor materiaal kan worden verzonden. De filosofie van Usenet was veel sterker op de lezer gecenteerd. Usenet was georganiseerd rond netnieuws, waar de ontvanger controleert wat wordt ontvangen.

Het computernetwerk dat de pioniers creëerden werd al snel populair en verpreidde zich door het hele land. Uiteindelijk kon iedereen toegang krijgen tot het Arpanet en kon men participeren in de online gemeenschap. Usenet News bereikte miljoenen mensen over de hele wereld met meer dan 4.500 verschillende nieuwsgroepen en gigabytes van artikelen. Dit nieuws gebruikt geen papier, geen enveloppen en geen postzegels. Het nieuws wordt gemaakt en verspreid via een volledig geautomatiseerd proces. Met deze technologie bepalen gebruikers zelf wat de inhoud en het spectrum is van de informatie die zij via dit nieuwsmedium ontvangen. Op de artikelen die door gebruikers worden ingediend kan zeer snel worden gereageerd en er zijn fora waar thema’s vrij kunnen worden besproken en informatie uitgewisseld. Usenet is een demonstratie van de kracht van de nieuwe technologie van computerautomatisering.

Controverses over seks en drugs
Usenet artikelen werden ingedeeld in onderwerpen. Nieuwsgroepen werden geacht zichzelf te beperken tot het onderwerp dat door de naam werd aangeduid. De nieuwgroepen werden op hun beurt georganiseerd in hiërarchieën van verwante onderwerpen. Usenet News begon met slechts twee hiërarchieën: mod (voor moderatoren) en net (voor netwerk). De eerste hiërarchie omvatte alleen nieuwsgroepen met een moderator die het materiaal organiseerde, bepaalde welke artikelen er gepost moesten worden en verantwoordelijk was voor het onderhoudswerk. De net hiërarchie omvatte alle andere nieuwsgroepen.

Na 1981 werd het aantal hoofhiërchieën uitgebreid met comp (Computing), misc (Miscellaneous), news (News), rec (Recreational), sci (Science), soc (Society), en talk (Anything controversial). Usenet kreeg een soort ruggengraat van sites die draaiden op krachtige computers die bij alle nieuwsgroepen waren ingeschreven. Zij fungeerden als lokale servers voor kleinere UNIX sites in hun omgeving. De beheerders van deze computers kregen langzamerhand steeds meer controle over Usenet. Zij werden de ‘Backbone Cabal’ genoemd — de hofkliek van Usenet.

De gebruikers van Usenet begonnen steeds sterker te morrelen aan de grenzen van wat aanvaardbaar werd geacht. Toen werd voorgesteld om groepen zoals ‘rec.sex’l en ‘lrec.drugs’ op te richten, stuitte dit op sterk verzet van de Backbone Cabal. Het resultaat was dat er in 1988 een nieuwe groepshieërchie (‘alt’ - voor alternative) werd opgericht, die verspreid werd via communicatiekanalen die geen gebruik maakten van de ruggengraad. Voor een beeld van de diversiteit van interesses in de ‘alt’-categorie: Google Groups

Usenet News werd binnen de UNIX gemeenschap ontwikkeld als een louter pragmatisch instrument om op een effectieve manier in de gebruiksgemeenschap informatie te verspreiden over fouten (bugs), reparaties (fixes) en nieuwe versies upgrades) van het programma. Maar het bleek een medium te zijn waarmee een ongelofelijke hoeveelheid conversaties over een eindeloze reeks onderwerpen gevoerd konden worden, waaromheen zich een grote diversiteit van virtuele gemeenschappen tot bloei kwam. De gemeenschppen die online ontstonden waren door niemand gepland, maar zij onstonden vanzelf.

Het huidige open computernetwerk werd ontwikkeld door wetenschappers, onderzoekers en gebruikers die geen last hadden van de gesel van de vrije markt. De netwerkpioniers werden door de overheid gesubsidieerd en stonden niet onder de tijdsdruk die in commerciële initiatieven zo’n belangrijke rol speelt. Daarom namen zij de tijd die nodig was om de problemen op te lossen.

XModem
Het verhaal van het internet begint eigenlijk in 1977 toen Ward Chirstensen en Randy Suess probeerden om bestanden tussen hun PC’s uit te wisselen met behulp van een telefoonverbinding. Christensen schreef het progrmma MODEM en plaatste het in het publieke domein. Je installeert eerst het programma op beide machines. Dan ben een van de twee de ander op. Wanneer de telefoon wordt beantwoord plaat je de hoorn in de haaks van een apparaat dat een ‘acoustic coupler’ werd genoemd. Hierdoor zijn de computers in staat om fluit en ratelsignalen naar elkaar te versturen. Op deze manier werd het mogelijk on bestanden naar elkaar toe te versturen.

Het probleem was dat deze communicatieverbinding gevoelig was voor ruis (interferentie) waardoor de data die over de verbinding reisden werden gecorrumpeerd. Daarom schreef Christensen in 1979 samen met een vriend XMODEM. Deze nieuwe versie van MODEM bevatte een protocol voor fouten-correctie. Omdat ook dit programma online beschikbaar werd gesteld kon iedereen vrij beschikken over software waarmee via computers gecommuniceerd kon worden.

BBS
In 1978 schreef Christensen een programma waarmee een gewone PC veranderd kon worden in een systeem dat berichten opslaat en doorstuurt. Hij noemde het ‘Computer Bulletin Board System’, meestal afgekort tot BBS. De relatieve eenvoud van de BBS-technologie stelde iedereen die beschikte over een computer, een modem en een telefoonverbinding in staat om iets te publiceren, ergens verslag van te doen, iets te bestrijden of te verdedigen, ergens voor te pleiten of een actie te initiëren. Iedereen werd potentiële deelnemers in een wereldomvattende conversatie van burger tot burger.

De meeste gebruikers vierden de vrijheid om voor zichzelf een plek op internet te creëren en om deze met gelijkgestemde of geïnteresseerden anderen te delen. De keerzijde van deze vrijheid was dat veel BBS-en infantiel, racistisch, sexistisch, obscurantistisch of gewoon heel vreemd waren. Maar ook voor aanhangers van deze bulletin boards gold dat zij alleen maar uit de publieke digitale ruimte gehaald konden worden als men niet alleen computers, maar ook telefoons zou verbieden. Er was geen overheid die dat aan zou durven.

De eerste BBS ging online in Chicago in 1979. Het stelde mensen in staat om in te bellen en berichten achter te laten in een virtuele publieke ruimte. De technologie verspreide zich snel en de BBS systemen doken al snel op in andere Ameriaanse steden, en met enige vertraging ook naar Europa en Nederland. Het aantal bulletin boards nam exponentieel toe, maar toch bleef elke BBS eilandje in cyberspace — volkomen op zichzelf.

Fidonet
De communicatieve eilandjes in cyberspace moeten op de een of andere manier ook aan elkaar verbonden kunnen worden. Tom Jennings was niet geïnteresseerd in het creëren van op zichzelf staande bulletim noards, maar in het bouwen van een «netwerk» gebaseerd of de BBS-technologie. In december zette hij de eerste versie van Fidonet online. Elk knooppunt van het netwerk verzamelt dagelijks alle berichten en bepaalt welke berichten naar andere knooppunten doorgestuurd moeten worden.

Elk knooppunt kreeg een uniek netwerkadres. Gebruikers zetten het adres van het knooppunt op elk bericht en het netwerk zorgt ervoor dat het bericht via de snelste kanalen wordt doorgegeven tot het aankwam bij het knooppunt waarvoor het bestemd is.

No power on earth that could kill it
Systeembeheerders van Fidonet “hebben de geruststellende wetenschap dat als het hele internet morgen geel wordt, hun zelfgemaakte netwerk nog steeds berichten naar hun bestemmingen zou kunnen brengen. Wanneer regeringen en multinationale ondernemingen de aandrang krijgen om het internet onder (hun) controle te brengen, is het heel geruststellend om te weten dat er niet alleen een alternatief, vrij communicatiesysteem bestaat, maar dat het ook bloeit” [Naughton 1999: 201].

Index Referenties

  1. SocioSite

  2. Hardy, Henry Edward - University Michigan

  3. Hauben, Michael / Hauben, Ronda

  4. Internet Society
    • A Brief History of the internet
      Een korte geschiedenis van het internet door mensen die deze geschiedenis maakten. Zoals Barry M. Leiner, Vinton G. Cerf, David D. Clark, Robert E. Kahn, Leonard Kl;einrock, Daniel C. Lynch, Jon Postel, Lawrence G. Robert, Stephen Wolff.

  5. Naughton, John
  6. Noble, David F.

  7. Volkskrant, De (VK)

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

18 April, 2017
Eerst gepubliceerd: September, 1997