Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Iran: Anatomie van een Twitterende Rebellie

— Repressie en Opstandigheid in een Islamitische Republiek—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
First edition: 1 July 2001 — Last edition: 29 March, 2017

Democratisch medium?
Repressie via internet
Door de mazen van het internet
Nokia helpt een handje mee
Verkiezingen in 2009
Referenties
Verwante teksten
Index Politieke sociologie van het internet
Index Regulatie en zelfregulatie van internet
Index Toezicht op internet — Afluisteren en surveillance
Index Oorlog in Cyberspace — Zwaarden van Zwakkeren

Democratisch medium?

Veel mensen geloven dat het internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten. Ten eerste is internet een laagdrempelig medium, waarvan alle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens ongecensureerd naar voren te brengen voor een immens publiek. Het enige wat men hiervoor nodig heeft is een computer —PC, laptop, tablet of smart phone— en een internetaansluiting. Ten tweede is het een globaal medium waarmee in principe iedereen in de hele wereld snel bereikt kan worden. Ten derde is het een interactief medium dat ons in staat stelt om online op alle denkbare manieren met elkaar te communiceren: synchroon (via chat, videoconferentie) en asynchroon (website, weblog, webfora enz.) kunnen we een-op-een met elkaar communiceren, maar ook een-op-velen, velen-op-een en velen-op-velen. Dat zijn welhaast ideale condities voor democratische meningsvorming.

Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich op internet en maakt gebruik van telecommunicatie. In cyberspace dragen zij hun doelstellingen uit, articuleren zij hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, agiteren zij tegen maatschappelijke of politieke elites die hun opties in de weg staan, en gebruiken zij internet en mobiele communicatie om hun eigen achterban te vergroten en te mobiliseren.

Voor deelnemers aan sociale en emancipatoire bewegingen is cyberspace een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen bespreken, ervaringen uitwisselen en informatie aan elkaar doorspelen. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de internetopenbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.

Internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zo’n samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen ‘inherent democratisch medium’ waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is cyberspace een mieuwe politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren.

In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie), zoals Iran, zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet.

Index Repressie via internet

Harde cijfers
Het internetgebruik in Iran vertoont een scherp stijgende lijn. In de periode 2000-2008 steeg het aantal internetgebruikers in Iran jaarlijks gemiddeld met 48 procent. Minder dan 1 miljoen internetters in 2000 en rond de 23 miljoen in 2008. Dit groeitempo is aanzienlijk hoger dan in andere landen van het Midden-Oosten. De internetpenetratie in het Midden-Oosten is 26 procent; in Iran is dat ongeveer 35 procent.
Voor de regering van Iran is toegang tot vrije informatiestroom door het Iraanse volk een uitdaging van haar legitimiteit en macht. Zij ziet het internet als een directe bedreiging van haar bestaan, en van de stabiliteit van de islamitische staat. De Iraanse regering probeert al jarenlang controle te houden over het internet. In een land waarin ruim een derde van de 75 miljoen inwoners toegang hebben tot dat internet, is het niet eenvoudig om die controle sluitend te maken. De Iraanse autoriteiten controleren alle televisie- en radioprogramma’s en bijna alle kranten die onafhankelijke opinies publiceren zijn verboden. Het enige medium dat voor Iraanse burgers nog enige vrijheid van meningsuiting toelaat is het internet (en de mobiele telefoon). Iraanse burgers gebruiken dat internet om zichzelf en anderen te informeren en om zich vrij te associëren en te protesteren.

De maatregelen liegen er niet om. Een van de eerste en meest effectieve maatregelen was dat alle internetproviders goedgekeurd moeten worden door het Ministerie van Cultuur and Geleiding. Door deze strikte regulering van de internetleveranciers heeft de regering controle verworven op de toegang tot het internet. Wie zich op internet niet gedraagt of zich kritisch uitlaat over het regime kan zonder veel omhaal direct van het net worden verwijderd. Daarnaast gebruikt de overheid krachtige filters, waardoor de directe toegang tot meer dan 5 miljoen websites volledig is geblokkeerd. Iran beschikt over een van de meest effectieve filtersystemen voor websites buiten China. Het regime streeft naar het Chinese model van een internet dat economische groei mogelijk maakt, maar dat de vrijheid van meningsuiting en de privacy beperkt. De effectiviteit van de overheidscontrole op de vrijheid van meningsuiting berust in Iran primair op grootschalige filtering van het internet en de dreiging met gerichte juridische en politionele acties. De regulering van de vrijheid van meningsuiting is verankerd in de grondwet van Iran, waarin staat dat “de media gebruikt moeten worden als een forum voor gezonde ontmoeting van verschillende ideeën, maar dat zij zich strikt moeten onthouden van het verspreiden en propageren van destructieve en anti-islamitische praktijken” [Iran-Constitution].

Index Door de mazen van het internet

Microbloggen is populair, maar niet overdrijven...
Het microbloggen via Twitter is over de hele wereld binnen korte tijd zeer populair geworden. Maar volgens het Amerikaanse adviesbureau HubSpot moet dit niet overdreven worden. Zij berekende dat van de ongeveer 4,5 miljoen gebruikers van het internetplatform meer dan de helft niet geabonneerd is op berichten van andere leden. Volgens de experts van de Harvard Business School wordt 90 procent van de tweets door slechts 10 procent van de gebruikers geproduceerd.
Een steeds groter aantal dissidenten verzet zich tegen dit repressieve internetbeleid van de regering Ahmadinejad. Telkens weer slagen zij erin om mazen te vinden in het controlesysteem en om sluipwegen te vinden die dit systeem proberen te omzeilen. Zo werd in juli 2008 nieuwe software in omloop gebracht die het Iraanse internetgebruikers mogelijk maakt om overheidscensuur te ontwijken [Global Internet Freedom Consortium]. Deze software werd vervaardigd door aanhangers van de Chinese Falun Gong — een spirituele beweging die in China zelf verboden is. In augustus van hetzelfde jaar surften er al meer dan 400.000 Iraniërs ongecensureerd over het web. Dissidente Iraniërs proberen hun verblijfplaats en identiteit elektronisch te verhullen en creëren een netwerk van elektronische proxies waarop zij met behulp van tientallen verschillende websites hun berichten plaatsen. Ondanks alle repressieve maatregelen slagen de dissidenten erin nieuwe foto’s en video’s van hun protesten via internet te verspreiden. Iran heeft een van de meest levendige sociale media gemeenschappen ter wereld. De Iraanse opposanten bloggen, posten op Facebook en coördineren hun protesten op Twitter.

Op de websites en blogs van Iraanse burgers verschenen steeds meer berichten waarin de immense corruptie en de onderdrukking van vrouwen aan de orde werden gesteld. De ayatollahs voelden zich uitgedaagd en een aantal hogere ambtenaren werd gedwongen ontslag te nemen. Voor de hoeders van de islamitische republiek werd het steeds lastiger om deze protesten via de niet-volledig gecontroleerde nieuwe media in de kiem te smoren.

Evident bewijs: zakkenvullende en - legende ayatollahs
Abbas Palizdar Medio 2008 zorgde een lid van Irans Juridische onderzoekscommissie, Abbas Palizdar, voor een schandaal door diverse vooraanstaande geestelijken en invloedrijke leden van de islamitische republiek van corruptie te beschuldigen. In een toespraak voor de Booali Universiteit in Hamadan openbaarde hij de details van diverse illegale zakelijke deals en criminele activiteiten. De religieuze en politieke elites van het land zouden honderden miljoenen dollars hebben gestolen van de gemeenschap. Zijn kritiek richtte zich op de belangrijkste politieke en religieuze leiders van Iran. Een video van zijn toespraak werd via het internet snel verspreid. Palizdar werd gearresteerd. Maar voor de eerste keer werden wandaden van hoge functionarissen van het regime openlijk aan de kaak gesteld [bron_1; bron_2].

In juni 2008 publiceerden studenten van de Zanjan Universiteit in noordwest Iran een video van de vice-voorzitter van hun school, Hassan Madadi. Daarop was te zien dat deze autoriteit zich bronstig voorbereidt op seks met een studente. Op diverse Iraanse websites en blogs werd naar de video doorgelinkt. Volgens deze bronnen had de studente aan de islamitische studentenvereniging van de universiteit gemeld dat de vice-voorzitter haar gedwongen had om seks met haar te hebben. De studenten roepen de vice-president ter verantwoording van zijn daden, en leggen deze confrontatie eveneens op video vast.

Eerdere aanklachten van vergelijkbare aard bleven zonder gevolgen. Maar in dit geval was het bewijs dat op het internet verscheen duidelijk en zeer overtuigend. De studenten protesteerden een week lang, daarna werd de vice-voorzitter geschorst. De voorzitter van de universiteit bood zijn excuses aan en bedankte de studenten voor hun inzet [bron]. Later wordt een van de studenten die dit seksschandaal naar buiten brachten, de studentenactivist Alireza Firouzi [19], gearresteerd.

Internet is niet meer alleen een essentieel kanaal voor handel, entertainment en informatie. Het is ook een toneel voor staatscontrole — en van de rebellie daartegen. Het internet is dus in toenemende mate een politieke arena waarin tegengestelde maatschappelijke krachten op elkaar botsen, elkaar openlijk met digitale middelen bestrijden, en vechten om de aandacht van internetburgers (netizens). De sociaal-politieke en cultureel-ideologische strijd wordt tegenwoordig met moderne digitale middelen uitgevochten. De machtsstrijd in de samenleving wordt niet alleen bepaald door de lokale mobilisatie van fysieke macht (=geweld), maar ook en in toenemende mate door de globale mobilisatie van virtuele macht (=stem op het internet). Internet is dus niet alleen een medium van sociaal-politieke strijd, maar ook inzet van een nieuw strijdperk waarop antagonistische maatschappelijke krachten met elkaar botsen.

Index Nokia helpt een handje mee

Om dissidenten en hervormers op het internet in de gaten te houden en op te sporen maakt de Iraanse regering gebruik van Westerse technologie. Met behulp van Europese telecombedrijven heeft Iran haar eigen systeem ontwikkeld om internet te censureren. Het OpenNet Initiative, een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Harvard, Cambridge, Oxford en Toronto, onthulde dat het Duits-Finse bedrijf Nokia Siemens Networks een zeer geavanceerd internettracking systeem aan Iran heeft verkocht. Het officiële doel van de software was om terroristische en kinderpornografische websites op te sporen. Alle internetactiviteiten in Iran worden door een staatsbedrijf gemonitord. Met deze nieuwe technologie kunnen de censoren de onderliggende lagen van websites als Facebook en Twitter scannen om de identiteit van gebruikers te achterhalen. Elk gedigitaliseerd pakketje online data wordt binnen miliseconden gedeconstrueerd, op trefwoorden onderzocht en weer gereconstrueerd. Deze deep packet inspection wordt (anders dan in China) vanuit één punt uitgevoerd. Alle online communicatie verloop via een locatie die onderdeel is van het overheidsmonopolie op telecommunicatie. Het internetverkeer is door deze intensieve snuffelpraktijken tien keer zo traag geworden.

Niet verdienen aan censuur
In de nacht van donderdag 2 juli 2009 nam de Tweede Kamer vrijwel unaniem een motie aan van PvdA en GroenLinks waarin de regering wordt opgeroepen om zich binnen de EU sterk te maken voor een verbod op levering van filtertechnologie aan Iran. Het zou een van de maatregelen moeten worden tegen het regime in Teheran vanwege het geweld tegen demonstranten.

Een meerderheid van de Kamer stemde ook voor een EU-richtlijn om de mondiale vrije toegang tot het internet vast te leggen (in navolging van het Amerikaanse wetsvoorstel Global Online Freedom Act, dat handel met autoritaire staten aan banden moet leggen). Zo’n richtlijn moet internetbedrijven duidelijk maken wat wel en niet mag in de handel met totalitaire regimes. Bovendien wil de Kamer dat de regering 1 miljoen euro extra uit het Mensenrechtenfonds haalt om Iraniërs te steunen die nieuws willen verspreiden via internet. Daarnaast werden Siemens en Nokia opgeroepen om het geld dat ze in Iran hebben verdiend met de filtertechnologie te schenken aan organisaties die ijveren voor het veilige en vrije gebruik van nieuwe media in Iran.

Index Verkiezingen in 2009

Tijdens de verkiezingen in juni 2009 vormden niet alleen de straten van Teheran, maar ook het internet het toneel van heftige controverses en bikkelharde strijd. Terwijl Ahmadinejad het volle gewicht van de door de staat gecontroleerde media achter zich had staan, waren het internet en met name Facebook de vitale instrumenten in de campagne van oppositieleider Mousavi. In de aanloop naar de verkiezingen zou Ahmadinejad persoonlijk opdracht hebben gegeven om alle sites te sluiten die door oppositionele groepen worden gebruikt. De traditionele methode van de Iraanse autoriteiten om de stem van de oppositie te smoren is het blokkeren van Facebook. In de week voorafgaande aan de verkiezingen blokkeerde de regering niet alleen de toegang tot Facebook, maar ook tot YouTube.

Na het bekend worden van de verkiezingsuitslag, waarop Ahmadinejad de overwinning claimde, werd de druk verder opgevoerd om de oppositie de wind uit de zeilen te nemen. Op zaterdag 13 juni, de dag na de verkiezingen, crashten plotseling een zeer groot aantal internetverbindingen. Het veiligheidsbedrijf Arbor Networks publiceerde in haar blog het verloop van het internetverkeer van de Iraanse service providers.

Iraans internetverkeer 2009

Deze grafiek laat zien wat er op zaterdag 13 juni om 13.30 gebeurde. Het telecombedrijf van de staat trok de stekker uit het stopcontact: alle internetcommunicatie met de buitenwereld werd geblokkeerd. In de daarop volgende dagen werd het verkeer weer langzamerhand toegestaan, maar dit gebeurde op een aanzienlijk lager niveau. De autoriteiten kochten daarmee tijd om nieuwe filters te installeren. Een nadere analyse laat zien dat de Iraanse autoriteiten selectief te werk zijn gegaan. Zij blokkeerden in het bijzonder het ssh (secure communication protocol), het verkeer van streaming video (flash e.d.) en bestanddeling. Opvallend genoeg hebben games protocollen (zoals xbox en World of Warcraft) veel minder last van de islamitische censuur [Arbor networks, 18.6.09].

Iraans internetverkeer 2009: video

Door deze afsluiting van de traditionele manieren om via het internet te communiceren, begonnen de opposanten steeds meer gebruik te maken van de twitter-voorziening. Twitteren werd plotseling mateloos populair. De reden daarvan is eenvoudig: het twitter-verkeer is minder makkelijk te filteren of te blokkeren omdat er zo veel manieren zijn om berichten te posten: via computers, laptops, tablets of mobieltjes. Met zoveel communicatiekanalen hoeven gebruikers zelfs niet naar twitter.com te gaan.


Mir_Hossein_Mousavi
Twitteren is dus tamelijk resistent tegen overheidscensuur. Met Twitter is het mogelijk om korte updates te geven van observaties van ooggetuigen en snel verbindingen te maken naar nieuwssites. Een van de meest populaire twitterlocaties is die van de oppositieleider Mir Hussein Mousavi: mousavi1388 staat vol met nieuws over protesten en oproepen om de strijd voort te zetten. Sinds de verkiezingen groeide de fanclub van Mousavi op Facebook tot meer dan 80.000 leden [stand 21.06.09].

De staatstelevisie vertoonde beelden van duizenden aanhangers van de president die met Iraanse vlaggen wapperden, maar uiteraard niet van het neerschieten van ongewapende demonstranten. Die beelden konden ook niet meer worden gemaakt door buitenlandse journalisten: geen enkele journalist kreeg toestemming om reportages te maken over wat er in Teheran gebeurde. Maar op internet circuleerden al snel tientallen video’s en honderden foto’s die het hardhandige neerslaan van de oppositie wel in beeld brachten.

Foto’s
BBC’s news website
CNN’s iReport.com
Flickr’s Iran Feed
Picasa album
Tehranlive.org - Fotoblog uit Iran
Video’s
YouTube - Verzameling
persianlover2007
arihman46
demonstranten
hadih81
mbv1364
Twitter
Persiankiwi
StopAhmadi
Gebruikers van Twitter plaatsen
hun berichten (tweets met de term
#IranElection, waardoor gebruikers
kunnen zoeken naar alle tweets
over dit onderwerp.

De opposanten probeerden ook met andere middelen de macht van het regime te ondergraven. De oppositie viel de online propagandamachine van de regering aan. Met eenvoudige denial of service (DDos) aanvallen werd geprobeerd om overheidssites in het ongerede te brengen. Volgens een onderzoeker van de internetcensuur Nart Villeneuve waren de doelen onder andere de officiële site van Ahmadinejad, de sites van Iraanse justitiële en politionele organen (iranjudiciary.org, justice.ir, police.ir) en de nieuwssites zoals Rajanews.com en Farsnews.com. DDoS-aanvallen zijn geen nieuw fenomeen. Bijzonder was dat deze aanvallen grotendeels handmatig werden uitgevoerd en niet met behulp geautomatiseerde virale botnets of trojaanse paarden. Er circuleerden een aantal eenvoudige scripts (PHP of Java) die gedownload konden worden en die ervoor zorgen dat de vijandige website permanent wordt herladen. Het is net alsof de gebruiker telkens control-R of F5 aantikt in zijn browser. Het is een erg eenvoudige maar effectieve methode die gecoördineerd werd door mond-op-mond reclame, Twitter e.d. Alle vijandige sites gingen offline of kregen problemen met de bandbreedte. De DDoS-aanvallen zijn onderdeel van een gedistribueerd cyberactivisme van burgers.

Logo van TwitterThe next revolution will be tweeted….

Index Informatiebronnen

  1. Arbor Networks

  2. Ayrakus

  3. BBC

  4. Bearing Witness for Iran
    Een blog met materiaal van ooggetuigen van de burgerlijke onrust in Iran.

  5. Eaton, Kit

  6. Farrel, Nick

  7. Global Internet Freedom Consortium
    Doelstelling is het afbreken van de Great Firewalls die de vrije circulatie van informatie blokkeert in gesloten samenlevingen zoals China en Iran.

  8. Iran CSOs Training & Research Center (ICTRC)

  9. Kelly, John / Etling, Bruce

  10. Kucklick, Christian

  11. Mendick, Robert

  12. Morozov, Evgeny

  13. Netwerk

  14. Nos

  15. OpenNet Initiative

  16. Prigg, Mark

  17. Shachtman, Noah

  18. Stöcker, Christian

  19. Stone, Brad / Cohen, Noam

  20. Tehrani, Hamid

  21. Tehranlive.org
    Een fotoblog uit Iran.

  22. Villeneuve, Nart

  23. Wall Street Journal

  24. Working Iran Proxy List

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

29 March, 2017
Eerst gepubliceerd: 1 juli, 2009