Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

ISIS en het Cyberkalifaat

—Internet als arena voor jihad—

dr. Albert Benschop

Terreurweb
  Cultuur van globale jihad | Virtueel trainingskamp
  Virtuele ummah | Jihadgemeenschappen
ISIS en het cyberfront
  Stichting van het reëel bestaande kalifaat
  Sociale mediacampagne
  Organisatie van media
  Twitter: accelereren en manipuleren
  Obstakels overwinnen
  Anonymous verklaart oorlog aan IS
  Cyberterreur: infrastructuren cyboteren
Heilstaat in NL-perspectief
  Wedergeboorte van polderjihadisme
  Omar Yilmaz: Half of jihad is media
  De Spookstad: Oh oh Aleppo
  Nederlandse Mujahideen in Syrië: De Banier
  Mourad Massali aka Abu Baseer is bij Allah
  Eerste Syriëgangers veroordeeld
  De grote vreugde van Abou Moussa
  Zelfmoordjihadist Lofti S.
  Op vakantie en broederliefde
  Het grote terroristenproces
  Poldersteun voor ISIS?
Internationale reacties
  VS — digitale vergelding
  Duitsland — digitale onthoofdingen
  Frankrijk - verscherpte wetgeving
  Europa en de rest van de wereld
Functies van internet
  Publiciteit & propaganda
  Interne communicatie, socialisatie & disciplinerling
  Psychologische oorlogsvoering
  Inlichtingen
  Fondsenwerving
  Rekrutering
  Trainingskamp
  Mobilisatie en actiecoördinatie
  Massadisruptie: cyberterreur
  Virtuele islamitische staat
Virtuele Jihad
  Doe het via internet
  Geschoold voor de strijd
  Lessen en kansen
  Toekomst van cyberterrorisme
  Remmende factoren?
  Schieten op bewegende doelen
  Verloren oorlog

Informatiebronnen
Verwante teksten
rode_knop Jihad in Nederland: Kroniek van een aangekondigde politieke moord
rode_knop Jihadistische verwildering: Ik heb die film allang gezien
rode_knop Cyberterrorisme: Dodelijk geweld van het toetsenbord
rode_knop Cyberoorlog: Internet als slagveld
rode_knop Internet als surveillancestaat
rode_knop Politiek op het internet
rode_knop Regulatie en zelfregulatie van internet
rode_knop Encryptie: privacy beschermen

Index


Introductie
Sinds het midden van de jaren ’90 hebben ook de islamistisch geïnspireerde militanten en terroristen het internet ontdekt. Cyberspace werd een ontmoetingsplaats voor terroristische groepen én een slagveld in de ‘war on terror’. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn zeer veel inwoners in zowat alle landen van de wereld angstig geworden. Zij zijn bang om zelf slachtoffer te worden van een terreurdaad die zich richt tegen onschuldige burgers. De Amerikaanse regering probeerde samen met haar bondgenoten om de terroristen uit te roken uit hun schuilplaatsen in de bergen en grotten van Afghanistan. Dat lukte maar gedeeltelijk en is volgens veel onderzoekers op een fiasco uitgelopen. Tegenwoordig staan de strategen van het contra-terrorisme voor een nog veel ingewikkelder taak: het opsporen van terroristen en in kaart brengen van hun netwerk-activiteiten in de onbegrensde virtuele ruimte van cyberspace.

In deze bijdrage worden de internationale patronen van de virtuele jihad onderzocht. Ik laat zien hoe en met welke middelen jihadisten gebruik maken van internet en mobiele communicatie. We zien dat jihadisten internet niet alleen gebruiken om hun gewelddadige operaties te legitimeren en te glorificeren, maar ook om nieuwe strijders te rekruteren of aan te moedigen om in eigen land de strijdbijl op te graven. Het is geen geheim dat jihadisten internet en mobiele communicatie gebruiken om gewelddadige acties voor te bereiden en te coördineren. De grote vraag is of jihadisten ook gemotiveerd en in staat zijn om daadwerkelijk kritische infrastructuren cyboteren. Hoe groot is de kans dat terroristen cyberaanslagen plegen op vitale computersystemen en communicatienetwerken die een samenleving volledig ontregelen? En uiteraard de vraag: hoe kunnen de gevaren van terroristisch gebruik van internet worden afgewend of geminimaliseerd?

Internet is voor terroristische organisaties niet zomaar een instrument, het is van cruciaal belang voor bijna al hun operaties. Het is niet alleen een medium voor propaganda en rekrutering, maar zelf ook inzet van strijd. Welke functies heeft het internet voor jihadistische strijders? Door een analyse van de internetpraktijken van de jihadistische terreurorganisaties Al-Qaida en ISIS kunnen we nauwkeuriger bepalen welke functies het internet heeft voor jihadistisch strijders. De conclusies zijn verontrustend: niet zozeer omdat jihadisten op steeds grotere en verfijnde schaal gebruik maakt van internet, maar omdat het functioneren van internet zelf inzet van strijd wordt.

Jihadistica
Een propagandistische video van de IS-militia toont gesluierde vrouwen die horen bij de Al-Chansaa brigade (de gazellen-brigade). Dat is een strijdeenheid van IS die alleen bestaat uit vrouwelijke jihadisten. De gazellen worden door IS via het internet geworven. Het motto is: “Jihad is geen exclusieve mannenplicht. Ook vrouwen moeten hun aandeel nemen.” Veel vrouwen reizen af naar Syrië om daar als jihad-bruid te trouwen met een strijder en kinderen te baren. Op die manier geven zij vorm aan een naïef romantische hoop om zelf bij te dragen aan de opbouw van een zuivere islamitische staat.

Jihadistica zijn een effectief instrument voor de mobilisatie van nieuwe strijders. Mannelijke moslims die niet bereid zijn tot de jihad zijn nog lafhartiger als zelfs vrouwen moediger zijn dan zij. Bovendien zijn vrouwelijke jihadisten nog dodelijker dan hun mannelijke broeders, omdat zij een grotere opofferingsgezindheid resp. sneuvelbereidheid hebben.

Index Een terreurweb

Internet voorziet gemarginaliseerde en verwarde jonge moslims in Europa van een virtuele gemeenschap waarin zij zich meer thuis voelen dan het land waarin zij geboren of opgegroeid zijn. Degenen die zich niet zo snel kunnen aanpassen aan de heersende waarden en gedragsnormen, leefstijlen en regelgevingen ontdekken via diverse websites en discussiefora van het internet een meelevend oor.

Deze virtuele islamitische gemeenschap is vergelijkbaar met het romantische ideaal van de christelijke natie. Het zijn idealen die mensen inspireren om van hun land te houden of er voor te sterven. Bij de constructie van deze inspirerende maar potentieel ook levensgevaarlijke mythes speelt internet een sleutelrol. Internet slecht de grenzen tussen de diverse geloofsgemeenschappen, en tussen de gemeenschappen van gelovigen en ongelovigen. Maar internet faciliteert ook getergde moslims om op wereldschaal een archaïsch-religieus dogma verspreiden dat tot absolute universele norm wordt verheven. Internet is voor jihadisten een voertuig een wereldomvattend kalifaat te stichten dat gebaseerd is op sharia’s en fatwa’s — op de religieuze geboden en verboden van de zuivere islam.

Zo’n islamitische wet en gedragscode wordt uitsluitend beheerd door geestelijken die excelleren in het verklaren van de heilige schrift. Deze geestelijke leiders zijn over de hele wereld verspreid, net als de gelovige moslims. Moslims hoeven dus niet in Saoedi-Arabië, Irak, Egypte of Afghanistan te leven om zich aan de islamitische wet te onderwerpen. Sinds de opkomst van internet kunnen moslims zich richten naar de ‘virtuele’ islamitische wet. Vroeger probeerde jihadisten een fatwa te krijgen van een sjeik die zij als de meest wijze zagen. Tegenwoordig krijgen zij een fatwa van iemand die een goede website onderhoudt of die zich de status van jongereniman heeft aangemeten.

Er is veel gesproken over de negatieve invloed die Arabische satellietzenders zouden hebben op het integratieproces van allochtonen in Nederland. Maar als primaire informatie- en communicatiebron zijn deze zenders inmiddels grotendeels ingehaald door het internet. De jihadistische strijd tegen de seculiere Westerse cultuur mondde op 9/11 uit in de meest destructieve dag in de lange bloedige geschiedenis van het terrorisme. De spiegelbeeldige war on terror onder de bezielende leiding van de voormalige Amerikaanse president George W. Bush werd op televisie aangekondigd en vervolgens met bommen, tanks en grondsoldaten uitgevochten. Sinds 9/11 ontstond een nieuwe internationale subcultuur van jihadstrijders die zich vooral via internet manifesteert. Het meest pregnante voorbeeld hiervan zijn de videobeelden van onthoofdingen van gijzelaars in Irak en Syrië die via internet en sociale media worden verspreid.

Internet heeft sindsdien alle onschuld verloren —ook al gingen daaraan de schaamte over de ongebreidelde commercialisering, banalisering en pervertering van internet vooraf. Voor aanhangers van de zuivere moslimleer ligt dit anders. Internet is voor jihadisten een instrument waarmee zij relatief anoniem (en dus beschermd) en op grote schaal hun opinies kunnen articuleren en hun aspiraties kunnen propageren. Dank zij internet zijn jihadisten minder gevoelig voor repressie door overheidsorganen.

Index


Virtueel trainingskamp voor terroristen
cyberterrorist Het aantal radicaal-islamistische websites is de laatste jaren toegenomen. Elke terroristische groep heeft inmiddels een of meer websites, webfora en is aanwezig in sociaal-interactieve internetlocaties zoals Facebook, Twitter en Youtube. Internet is het meest goedkope, snelle, efficiënte, effectieve, omvattende en veilige middel om de eigen visie over het voetlicht te dragen, daarvoor aanhangers te vinden, kaders te rekruteren, acties te plannen, campagnes te coördineren, operaties uit te voeren en de vijanden angst in te boezemen.

Internet is voor terroristen een ideale arena waarin vanaf elke locatie in de wereld supersnel een enorm publiek kan worden bereid. Internet is niet alleen slecht gereguleerd, maar maakt het ook mogelijk om volkomen anoniem versleutelde berichten te versturen en vervolgens weer terug te duiken in de duisternis [Weimann 2015:21]. Terroristen weten zich aan het waakzame oog van veiligheidsdiensten en nieuwsgierige journalisten te onttrekken door gebruik te maken van geavanceerde encryptie en anonimiseringssoftware waardoor zowel de zender, de ontvanger als de inhoud van online communicaties niet te achterhalen is.

De zeer gunstige verhouding tussen kosten en bereik maken internet een geliefd medium voor oppositionele groepen die niet over omvangrijke bronnen beschikken. Internet biedt voor radicaal-islamitische stromingen ook de mogelijkheid om een evenwicht te vinden tussen enerzijds de radicaliteit van de geuite meningen en anderzijds terroristische acties. Het uiten van politieke meningen of van geloofsartikelen valt in democratische rechtstaten pas buiten de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting wanneer zij discriminerend zijn of aanzetten tot haat en geweld. Terroristische acties vallen per definitie buiten het kader van de rechtstaat. Islamistisch geïnspireerde terroristische bewegingen verspreiden ‘een boodschap’ die rechtvaardigt waarom er dood en verderf gezaaid mag worden.

Die boodschap wordt via internet in meerdere talen en vormen in de openbaarheid gebracht. Webbrowsers herkennen welke standaardtaal er op de computer van de gebruiker is ingesteld. Bezoeker uit Spanje worden automatisch doorgestuurd naar site die is afgestemd op een Spaanstalig publiek. De rekrutering van jihadisten kan hierdoor op specifieke publieken en taalculturen worden gericht. Wie interesse heeft in de gewelddadige jihad of zich als terrorist wil kwalificeren, kan zich op internet laten inspireren door een uitgebreid assortiment van artikelen, boeken, discussiebijdragen, foto’s, muziek en video’s. Men kan doe-het-zelf cursussen voor de gewelddadige jihad volgen, geld doneren en trainingen krijgen. Voor terroristen is internet een virtueel trainingskamp.

De door ISIS opgerichte School van de Jihad is bedoeld om jonge mensen die vanuit de hele wereld worden gerekruteerd te smeden naar het ideaalbeeld van een jihadist. Zij worden gedwongen om te kijken naar onthoofdingen en martelingen, worden getraind met zware wapens en krijgen dagelijks lessen in extremistische theologie [The Atlantic, 23.10.14].

Index


Virtuele ummah
Het gezicht van een terrorist Hoe belangrijk is internet voor terroristische bewegingen? Op internet is een virtuele islamistische gemeenschap (ummah) ontstaan die een steeds grotere invloed heeft op de gebeurtenissen in lokale contexten. Internet is een uitstekend instrument om abstracte en virtuele gemeenschap van gelovigen te creëren die ontkoppeld is van enig specifiek land of cultuur [Roy 2004a]. Al-Qaida fungeert daarbij als een virtueel verbindingsteken tussen lokale groepen.

Radicaal-islamitische websites trekken eenzame moslimjongeren aan die op internet op zoek gaan naar bouwstenen voor hun gebroken identiteit. Wanneer die jongeren zich daarin herkennen, blijven zij zichzelf voeden via deze virtuele wereld. Zij koesteren die heroïsche wereld en voelen zich daarin eindelijk serieus genomen met hun klachten. Internet is dus een machtig rekruteringsmiddel. Internet is bovendien een uitermate potent en goedkoop middel voor interne communicatie. Ook terroristische groeperingen gebruiken internet om zichzelf te organiseren, om met elkaar te discussiëren, plannen te bedenken en acties te coördineren.

Daar staat tegenover dat de topleiders van Al-Qaida, ISIS en andere terroristische netwerken nauwelijks virtuele contacten met elkaar onderhouden, maar vooral vertrouwen op persoonlijke verbindingen. Zij hebben daar —zoals we nog zullen zien— ook goede redenen voor. Toch is internet voor terroristische bewegingen van steeds groter belang. Cyberspace is niet alleen een fantastisch medium om de eigen ideologie te projecteren en psychologische oorlog tegen het Westen te voeren, maar ook om de islamitische gemeenschap te mobiliseren en daaruit kaders te rekruteren.

Het grootste verlies was niet de vernietiging van de terroristische organisatie, maar de val van de Taliban. Hierdoor beschikte Al-Qaida niet meer over een plaats om te trainen, te organiseren en te rekruteren. Volgens Abu Musab al-Suri, lid van de kerngroep van Al-Qaida en theoreticus van de jihad, volgden na de verwijdering uit Afghanistan drie magere jaren waarin de leden van de organisatie op de vlucht werden gejaagd. Om te ontsnappen aan het internationale sleepnet werden zij gedwongen zich van de ene schuilplaats naar de ander te verplaatsen [Wright 2006].

E-mail aan Bin Laden
In 1999 schreef Al-Suri (wiens echte naam Mustafa Setmariam Nasar is) een e-mail aan bin Laden. Daarin beschuldigt hij hem ervan dat hij door zijn sterk theatrale aanvallen op Amerikaanse doelwitten het Taliban regime in gevaar brengt. Hij spot met Bin Laden’s liefde voor publiciteit: “Ik denk dan onze broeder de ziekte van de schermen, nieuwsflitsen, fans en applaus heeft opgelopen” [Wright 2006] In 2004 schijft Al-Suri dat de 11 september aanslagen op de V.S. ertoe geleid hebben dat zij Amerika een legitieme reden hebben gegeven om de islamitische wereld opnieuw te bezetten. Het gevolg hiervan was niet alleen dat het door hem geïdealiseerde regime van de Taliban werd uitgeschakeld, maar ook de hele jihadistische beweging in een ongelijke strijd getrokken werd die zij waarschijnlijk zal verliezen.
Al-Suri is een Syriër die niet alleen een belangrijke rol speelde in de kerngroep van Al-Qaida en maar ook in de cellen van Europese jihadisten. Hij beschouwt de dominantie van Al-Qaida slechts als een stadium in de ontwikkeling van een wereldwijde islamitische opstand. “Al-Qaida is geen organisatie, het is geen groep, en we willen dat ook niet zijn. Het is een oproep, een verwijzingsteken, een methodologie” [Wright 2006]. De jihadistische organisatie werd aanzienlijk verzwakt door het opdrogen van financiële bronnen, het doden of arresteren van veel terroristische leiders en de toegenomen internationale samenwerking tussen politionele en inlichtingendiensten. Volgens Al-Suri is het onvermijdelijk dat de leiding van Al-Qaida uiteindelijk wordt geëlimineerd. Zolang dat niet het geval is moet Al-Qaida zich concentreren op haar hoofdtaak: het stimuleren van andere groepen in de wereld om zich aan te sluiten bij de jihadistische beweging. Op die manier zouden jonge moslims in de toekomst gestimuleerd worden om hun eigen religieuze oorlog te beginnen. In 2004 (een jaar voordat hij zelf in Pakistan gearresteerd werd) publiceerde hij op internet het manifest Call for Worldwide Islamic Resistance. Hoewel het manifest zestienhonderd pagina’s lang is, werd het op zeer grote schaal gedownload. Al-Suri analyseert daarin de fouten van de jihadistische beweging en ontwikkelt een afgewogen plan voor de toekomstige strijd. Het doel blijft onveranderd: “het grootst mogelijk aantal menselijke en materiële slachtoffers voor Amerika en zijn bondgenoten” als tussenstap op het pad van het scheppen van een keten van regimes in het Midden Oosten, de Perzische Gof en Zuid-Azië, die bijeengehouden worden door de principes van het salafisme. Hij voorziet daarbij een toekomst waarin individuen of kleine groepen leiderloos verzet organiseren dat de vijanden van de islam pijn zal doen en zal uitputten als voorbereiding van een frontale strijd voor de gebieden die onder de vlag van sharia vallen. “Zonder confrontatie op het slagveld en het verwerven van controle over het land, kunnen we geen staat vestigen, en dat is het strategisch doel van het verzet”

Door de jacht die er in Afghanistan, Pakistan en elders is gemaakt op de leiders van Al-Qaida lijkt de operationele slagkracht van de organisatie te zijn verzwakt. Maar als virtuele organisatie lijkt haar kracht nog steeds te wassen. Gezien het beleid van de vijanden van Al-Qaida is dit niet verwonderlijk. De Jordaanse expert op het gebied van islamitisch terrorisme, Fuad Hussein, heeft dit helder onder woorden gebracht.

Of in de woorden van Al-Suri: “Al-Qaida sluit geen compromissen”.

Index


Typen van jihadgemeenschappen
De virtuele ummah bestaat uit een ongelofelijke veelvoud en diversiteit van stromingen en stroompjes die moeilijk te categoriseren zijn. Toch lijkt er binnen de inmiddels duizenden terroristische jihadsites een zekere hiërarchie te bestaan. Thomas Hegghammer (Forsvarets Forskningsinstitutt, Noorwegen) verdeelt de internetgemeenschap van de jihad in drie categorieën. Met kleine aanpassingen is deze indeling nog steeds bruikbaar.
  1. In radicaal-islamistische discussiefora op eigen websites of op openbare fora zoals Yahoo!- of MSN-groepen vinden politieke en religieuze discussies plaats tussen sympathisanten en potentiële rekruten. Voor Al-Qaida zijn de belangrijkste discussiefora: Al Qal’ah (Het Fort), Al Sahat (De Velden), and Al Islah (Hervorming).

  2. Op deze discussiefora wordt verwezen (via links) naar de informatie knooppunten waarop men radicaal-islamitische teksten, verklaringen, foto’s en video’s kan vinden. Ook hiervoor wordt gebruik gemaakt van publieke en gratis diensten van Yahoo en MSN. Er zijn diverse van dergelijke sites, maar de belangrijkste was de GIM (Global Islamic Media).

  3. Tenslotte zijn er de moedersites die zijn opgezet en worden geleid door jihadisten die hun materiaal direct van de ideologen of leiders ontvangen. Het zijn de spinnen van het terreurweb. Zij houden dit web bijeen omdat zij hun prestige ontlenen aan het gezag van de hoogste leiders: Osama bin Laden —Ayman al-Zawahari — Abu Bakr al Bagdadi. Het morele gezag dat hij via deze moedersites weet uit te stralen kan nauwelijks worden overschat.
Dergelijke groepen moeten niet worden verward met de grote hoeveelheid amateur sites die zijn opgezet door willekeurige sympathisanten of door kinderen die zich vervelen. Maar in een nauwkeuriger overzicht van typen van jihadsites zouden deze sites zeker niet mogen ontbreken.

All deze sites stellen Al-Qaida in staat om zichzelf te handhaven. Niet zozeer als een terroristische organisatie, maar als een globale ideologische beweging die gelijkgezinde militanten bijeenbrengt van Riad tot Amsterdam [Donovan 2004]. Chatrooms en discussiefora vormen voor terroristen een ideale plaats om hun ideeën uit te dragen.

Index ISIS en het cyberfront

Index


Stichting van het reëel bestaande kalifaat

De Islamitische Staat van Iraq en Syrië (ISIS) is een profaan wanproduct van de gewelddadige strijd van een jihadistisch-salafistische militie. Begin 2014 veroverde ISIS volledige controle over Raqqa en vestigde daar het commandocentrum. Wie zich tegen het met geweld gevestigde gezag van ISIS verzette, of wiens familie of vrienden de verkeerde verbindingen hadden, werden in de gevangenis gegooid, gemarteld of gedood. Westerse muziek, films en boeken verboden. Voor vrouwen niqaab verplicht en lippenstift verboden. Verweduwde en verlaten vrouwen worden verplicht om een jihadstrijder als echtgenote te accepteren. De neoconservatieven van de regering Bush hadden de illusie dat zodra de dictatuur van Saddam was verslagen Irak getransformeerd kon worden in een moderne westerse democratie. Het omgekeerde gebeurde: uit de Irak-oorlog kwam ISIS voort dat een premoderne autocratie van het kalifaat wilde stichten.

Abu Bakr al-Bagdadi
Abu Bakr al-Bagdadi
De Islamitische Staat wordt geleid wordt door de op 29 juni 2014 zelfbenoemde kalief Abu Bakr al-Baghdadi die zich tegenwoordig kalief Ibrahim laat noemen. Tijdens de inleiding van “een nieuw tijdperk van de internationale jihad” veranderde ISIS haar naam. Zij verwijderde Irak en Syrië uit haar naam en noemde zichzelf voortaan IS - Islamitische Staat. Het is een uiterst repressieve en aggressieve staat: zij onderdrukt en vernietigt alles wat niet in haar puristische ideologie past en heeft zeer expansieve ambities — wereldheerschappij.

Maar ISIS is ook een magneet geworden voor aspirant jihadisten en zoekende moslimjongeren in de hele wereld. Sommige jonge moslims in Westerse landen voelen aangesproken door de belofte van een islamitische heilstaat en zwichten voor de lokroep van de terreur. Het kalifaat is voor veel moslims slechts een gecultiveerde herinnering aan de glorietijd van de islam. ISIS sluit daarop aan en presenteert haar Islamitische Staat als het reëel bestaande kalifaat. Het speelt in op het verlangen naar een zuiver islamitische staat die wordt geregeerd volgens de regels van de koran en de overleveringen van de profeet.

Naamsveranderingen
Abu_Musab_al-Zarqawi
Abu Musab al-Zarqawi
Sinds haar oprichting in heeft IS een aantal naamsveranderingen ondergaan. De groep werd in 1999 in Irak opgericht door Abu Musab al-Zarqawi, een soennitische jihadist uit Jordanië. De oorspronkelijke naam was Jamã’at al-Tawhĩd wa-al-Jihãd (JTJ) — “De organisatie van monotheïsme en jihad”. Nadat de groep in 2004 trouw zwoor aan Osama Bin Laden veranderde zij haar naam in Tanzĩm Qã’idat al-Jihãd fĩ Bilãd al-Rãfidayn (“De organisaties van jihad’s basis in het land van de twee rivieren”). Tijdens deze periode was het populair bekend als Al-Qaida in Irak (AQI). In oktober 2006 werd het Islamitische Staat van Irak (ISI), maar na uitbreiding naar Syrië werd de naam weer veranderd in Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL) of Islamitisch Staat van Irak en al-Sham (ISIS).

Abu Bakr al-Baghdadi
Abu Bakr al-Baghdadi werd in 1971 geboren in Samarra in Irak. Studeerde af bij de Islamitische Universiteit van Bagdad in islamitische studies. Na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 hielp hij mee om een jihadistische organisatie op te bouwen. Hij bracht in 2004 samen met andere toekomstige ISIS-leiders een jaar door in Amerikaanse gevangenschap, maar werd in december 2004 vrijgelaten. Op 16 mei 2010 werd hij leider van de restanten van Al-Qaida in Irak (als gevolg van de dood van zijn voorganger Abu Omar al-Baghdadi).

Al-Baghdadi was verantwoordelijk voor de planning van diverse grootschalige terreuracties in Irak. Hij wordt gezocht door Interpol in verband met terroristische activiteiten die hij ondernomen heeft voor Al-Qaida en andere terreurbewegingen in Irak. Er zijn slechts een paar foto’s van Baghdadi in omloop. In tegenstelling tot andere leiders van terroristische organisaties verschijnt hij niet in videoboodschappen. Zelfs zijn eigen manschappen spreken niet direct met deze ‘onzichtbare sjeik’.

Als kalief van de Islamitische Staat heeft hij absolute macht over alle religieuze en wereldlijke zaken. Nadat hij door de Shura-raad gekozen werd, kan hij rekenen op de blinde gehoorzaamheid van zijn volgelingen. Al-Baghdadi heeft directe controle over de ministeries, councils worden genoemd. De Shura raad heeft slechts een adviserende taak bij het benoemen en ontslaan van de hoofden van de ministeries.

Aangename Ramadan toegewenst...
In juli 2014 werd via het Alhayat Media Centre een boodschap van Abu Bakr al-Baghdadi verspreid waarin hij de hele moslimgeneenschap in Oost en West feliciteert met de komst van de gezegende maand van de ramadan. Er is volgens hem geen betere maand om jihad te bedrijven. “Steun de religie van Allah door jihad in het pad van Allah. Jaag de vijanden van Allah angst aan en zoek de dood op de plaatsen waar je die verwacht te vinden. Want aan het wereldlijke leven komt een eind, en het hiernamaals duurt eeuwig.”

Baghdadi maakt van de dood een aantrekkelijk perspectief, dat van het eeuwige leven. Allah heeft belooft dat hij de religie naar de overwinning zal leiden. Wat hij ons te bieden heeft is het paradijs. We zullen daarom nooit oprecht kunnen zijn zolang we onze levens en rijkdom niet opofferen om het woord van Allah hoog te houden en zijn religie te laten zegevieren.

Wanneer de islam de overhand heeft “zullen de moslims overal als een meerdere lopen, met eer beladen en met ontzag benaderd, met geheven hoofd en behoud van waardigheid. Iedereen die het waagt hem te beledigen wordt gedisciplineerd, en elke hand die naar hem wordt uitgestoken zal worden afgehakt.”

In het eendimensionale wereldbeeld van Baghdadi is de wereld verdeeld in twee kampen: het kamp van de islam en het geloof, en het kamp van de ongelovigen en hypocrisie. Dit tweede kamp wordt aangevoerd door Amerika en Rusland, en wordt gemobiliseerd door de joden.

Die vijand moet met terreur worden bestreden. Terrorisme betekent dat je in Allah gelooft. “Terrorisme is het aanbidden van Allah zoals hij dat bevolen heeft. Terrorisme is het weigeren van vernedering, onderwerping en onderschikking aan de ongelovigen. Voor een moslim is terrorisme niets anders dan eerzaam leven als moslim met macht en vrijheid. Terrorisme is het staan op je rechten en ze niet opgeven.”

Die rechten van moslims zijn volgens Baghdadi gerealiseerd in de Islamitische Staat. “Want vandaag hebben jullie een staat een kalifaat dat jullie waardigheid, macht, rechten en leiderschap zal teruggeven. [...] Spoed je daarom naar jullie staat, want Syrië is niet voor de Syriërs en Iraq is niet voor de Irakezen. De aarde is van Allah. De Islamitische Staat is een staat voor alle moslims. Het land is voor de moslims, van alle moslims. Moslims over de hele wereld, wie in staat is om naar de Islamitische Staat te emigreren moet dat doen, want emigratie naar het land van de islam is verplicht.” En by the way: een gezegende ramadan.

Vulkanen van jihad
In een audioboodschap die in mei 2015 door de mediatak van IS, Al Furqan, werd verspreid, benadrukt Baghdadi dat het de plicht van elke moslim is om mee te doen aan de strijd. In de oorlog van moslims tegen ongelovigen vervult de Islamitische Staat een leidende rol. “We roepen jullie op jullie bij ons aan te sluiten of de wapens op te pakken, waar jullie ook mogen zijn.” Alleen in de schaduw van het kalifaat kunnen moslims macht, eer, veiligheid en verwerven. Wat de Westerse media en afvalligen ook zeggen, “de islam is nooit een religie van vrede geweest”, maar “een religie van gevechten”.

Hoewel de Islamitische Staat van alle kanten wordt belaagd, gaat het volgens Baghadi uitstekend met het kalifaat. “De opmars van de moedjahedien zal doorgaan tot ze Rome bereikt hebben.” Jihadistische groepen in Egypte, Jemen, Algerije en Libië hebben beloftes van trouw afgegeven waardoor deze gebieden als nieuwe provincies van de Islamitische Staat kunnen worden beschouwd. IS moet nieuwe soldaten blijven oogsten en overal vulkanen van jihad doen uitbarsten.

Index


Sociale mediacampagne van ISIS wordt viraal
Sinds ISIS op 9 juni 2014 haar offensief begon en op het militaire slagveld in noord Irak haar eerste successen boekte, heeft zij een geavanceerde sociale mediastrategie in stelling gebracht om haar propaganda te verspreiden.

ISIS hanteert een geraffineerde en allesomvattende mediastrategie om publiciteit te maken voor haar strijd en om rekruten te zoeken die de beweging kunnen versterken. Zij overtroefde daarmee alle gevestigde extremistische groepen. In de sociale mediacampagne worden de heldendaden van de jihadisten opgehemeld, de schurkenstreken van de ongelovigen vervloekt en jonge moslims opgeroepen om hun steun aan de Islamitische Staat met daden te tonen.

De propaganda van ISIS valt uiteen in 4 categorieën die op behendige wijze met elkaar worden gecombineerd.

Deze verschillende vormen van online propaganda vloeien samen in een krachtige lokroep van terreur. Die lokroep trekt niet alleen telkens nieuwe strijders aan (rekrutering), maar ook geld (fondsenwerving) voor de aanschaf van wapens en betaling van de strijdgroepen. Via internet ontmoeten lokaal verspreide aspirant-jihadisten elkaar (aggregatie), komen zij in contact met charismatische jihadistische predikers (inspiratie), en worden zij gerekruteerd voor of ingezet door internationaal opererende terroristische netwerken (organisatie).

We hebben gezien dat jihadistische groepen al jaren in de gaten hadden hoe belangrijk de rol is van beelden, geluid en video’s in de psychologische oorlogsvoering en rekrutering van nieuwe strijders. Het Al-Qaida van Bin Laden maakte vaak gebruik van nieuwsorganisaties zoals al-Jazeera om haar boodschappen te verspreiden.

De cyberjihad die door Abu Musab al-Zarqawi werd ontworpen begon in een pre-YouTube tijdperk. Het publiceren van online video’s was lastig en tijdrovend. ISIS was afhankelijk van jihadistische webfora en betrouwbare leden om haar video’s via internet te verspreiden. Het duurde uren voordat de video met de onthoofding van Nick Berg was geupload, en nog meer uren om deze te downloaden. De video werd gepubliceerd op het jihadistische webforum Ansar al-Islami (Supporters van de Islam). Na enige tijd crashte de website door het enorme volume van downloads.

Voor het delen van onthoofdingsvideo’s en andere multimediale bestanden heb je geen snelle computers meer nodig. Met mobiele telefoons, tablets, laptops en eenvoudige computers kan direct met tienduizenden jihadisten materiaal worden gedeeld.

De strijders en supporters van ISIS maken gebruik van de nieuwste technologieën van internet, sociale media en mobiele communicatie om de jihad te propageren, onderling te communiceren, nieuwe leden te rekruteren, vijanden te bedreigen, aan te zetten tot aanslagen en acties te coördineren.

De traditionele manier om jihadistische propaganda te verspreiden en lone wolves te inspireren was vanuit webfora of online predikers. Deze grotendeels vertikaal georganiseerde communicatie van enkelen naar velen wordt steeds meer vervangen door een laterale verspreiding van velen naar velen. Op álle sociale media wordt jihadistische propaganda verspreid: Twitter, Facebook, Tumblr, YouTube, Instagram en SoundCloud.

Het gebruik van sociale media is bovendien veel professioneler geworden. De vormgeving van het beeldmateriaal aantrekkelijker, de teksten zijn meer toegankelijk en de technische en tactische vaardigheden om sociale media maximaal te benutten zijn aanzienlijk toegenomen. Tenslotte wordt de verspreiding van jihadistische propaganda steeds sterker verbonden met een (provocerend en agiterend) activisme en het gebruik van sociale media voor mobilisatie van militante jihadisten.

Internet mag binnen de door ISIS gecontroleerde gebieden alleen worden gebruikt voor ‘kritisch werk’ zoals de ijverige rekruteurs die online gaan om nieuwe strijders en buitenlandse vrouwen naar Syrië te lokken. De gewone (nu tweedehandse) burgers worden afgesneden van de wereld. [NYT, 22.11.15].

Internet als slagveld voor jihad
De jihadisten van Al Qaida beschikten over eigen websites en discussiefora die draaiden op servers in eigen beheer of die gehuisvest waren op buitenlandse servers. Deze offshore servers in eigen beheer konden echter relatief eenvoudig worden ontregeld of platgelegd.

Medio 2013 vond een discussie plaats over de stand van de globale online jihad. De aanleiding was de algemene teruggang in de participatie in jihadistische webfora. Deze teruggang werd niet alleen veroorzaakt doordat deze webfora soms hele perioden gedwongen offline waren, maar ook door de migratie van bezoekers naar sociale netwerksites zoals Twitter, Facebook en YouTube. Belangrijke schrijvers verhuisden van de discussiefora naar sociale media platforms. Twitter werd een belangrijke communicatieve pleisterplaats voor een nieuwe generatie sympathisanten.

Sinds het uitbreken van de gewelddadige strijd in Syrië hebben jihadisten het gebruik van Twitter (naast Facebook en YouTube) sterk geïntensiveerd. Het risico daarvan is dat deze platforms niet in handen zijn van jihadisten en dat zij daarvan uiteindelijk kunnen worden uitgesloten. Daarom zijn de jihadisten op zoek gegaan naar alternatieve sociale netwerken om hun boodschap te verspreiden.

Een van de populaire alternatieven is Diaspora dat draait op opensource software. Anders dan Facebook en Twitter draait Diaspora op een open en gedecentraliseerde databank en op lokale servers (pods) die overal in de wereld kunnen staan. Het netwerk heeft geen officiële eigenaar en de gegevens van gebruikers kunnen niet worden doorverkocht aan adverteerders. De beheerders van het netwerk kunnen geen berichten verwijderen of aanpassen. Bovendien kunnen gebruikers berichten plaatsen onder een pseudoniem. Iedereen kan de software van Diaspora downloaden om hun eigen pod op te zetten [Guardian, 21.8.14; VK, 21.8.14].

Een ander medium dat ideaal is om jihadistische propaganda te verspreiden is JustPaste.it. De werking is simpel: upload een tekst, foto of video en druk op ‘publish’. Daarna krijg je een link die via sociale media en websites gedeeld kan worden. Gebruikers hoeven zich niet te registreren en blijven volledig anoniem. Met 2,5 miljoen bezoekers per maand is dit voor jihadisten van de Islamitische Staat een aantrekkelijk platform. De site is eigendom van en wordt vanuit zijn slaapkamer beheerd door de 24-jarige Poolse student Mariusz Zurawek. Volgens Zurawek werkt hij mee met verzoeken om illegaal materiaal van zijn site te verwijderen. Daarbij gaat het vooral om video’s waarin geprobeerd wordt westerse moslims ervan te overtuigen om zich bij ISIS te voegen, beelden van ISIS-strijders die mensen executeren en ander materiaal dat aanzet tot geweld en de acties van deze groep verheerlijkt [Guardian, 15.8.14; VK, 15.8.14].

Index


Organisatie van media
Elke provincie van het kalifaat heeft zijn eigen mediakantoor. Zowel in Syrië en Irak, als in de Sinaï woestijn, Libië en Afghanistan. Bij deze mediaorganisaties werken mensen die monteren, teksten inspreken etc. De lokale officiële webpagina’s en Twitter-accounts richten zich op de groepsactiviteiten in diverse provincies. Voorbeelden daarvan zijn de provincies Anbar en Niynwa, elk met bijna 50.000 volgers, en de provincie Dayali met 12.000 volgers.

Meer dan welke andere jihadistische groep heeft IS een ongemene hoeveelheid energie en bronnen geïnvesteerd in het rekruteren van aanhangers in het Westen. Het mediacentrum Al Hayat (Het Leven) is exclusief gericht op het westen. Via dit platform worden de beelden van onthoofdingen, verbrandingen en massa-executies verspreid. De kwaliteit van de video’s die worden verspreid is bijzonder hoog en de boodschappen worden op zeer heldere, en voor radicale salafistische moslims aansprekende en overtuigende wijze gepresenteerd. Het Al-Hayat Media Center onderhoudt minstens twaalf Twitter-accounts en legt de nadruk op het rekruteren van jihadisten uit het Westen. Het heeft naar schatting tienduizend volgers.

Al Furquan is het officiële persorgaan van het kalifaat dat communiqués verspreidt en toespraken van IS-leider Abu Bakr al Baghdadi. Al Furquaan wordt geleid door de minister van Media die in dagelijks contact staat met kalief Ibrahim. “De minister controleert alles voordat het online gaat” [VN, 27.2.15]. Exemplarisch voor de gelikte videoproducties is de bijna een uur durende video over het maken van geïmproviseerde bommen: Destructive IED’s.

Abu al-Atheer Amro al-Absi
Abu al-Atheer Amro al-Absi
[Klik om te vergroten]
Zowel Al Furquan, Al Hayat als de provinciale mediacentra staan onder toezicht van de Saoediër Abu al-Atheer Amro al-Absi. Hij geeft leiding aan een ‘elektronisch leger’ dat vooral bestaat uit mensen afkomstig uit de Golf en Noord-Afrika. Hij heeft ook de controle over veel nieuwere mediaproducenten en -producten zoals al-Etisam Institute, Aamaq Institute, al-Battar, Dabiq Media, al-Khilafah, Ajnad, al-Ghurabaa, al-Israa, al-Saqeel, al-Wafaa, Nasaaim Audio Productions, en een reeks andere mediacentra in de IS-provincies, zoals al-Barakah en al-Khair [Aljazeera, 4.12.14].

Abu al-Atheer is geboren in 1979 en bracht zijn jeugd door in Jordanië. “In 2007 werd hij door de Syrische autoriteiten opgepakt op verdenking van lidmaatschap van Al-Qaida en opgesloten in de beruchte Sednaya gevangenis. In 2011 kwam hij bij een algemene amnestieregeling op vrije voeten, ging naar Aleppo en richtte daar een van de eerste gewapende jihadistische groepen op. Hij groeide uit tot een belangrijke commandant van het aan Al-Qaida gelieerde Nusra-front” [VN, 27.2.15].

De mediaraad van IS publiceert een aantal Arabische en Engels -talige tijdschriften en beheert een serie lokale radiostations. Er zijn online blogs in het Russisch en Engels. De mediaproducties worden vertaald in meerdere talen. In diverse websites en online fora wordt literatuur aangeboden over de ideologie van IS, haar methode van rekruteren, fondsenwerving, training, geheime acties, strijdtactieken, bommen maken en alles van jihadi's moeten weten aanslagen te plegen en oorlog te voeren.

Islamitische Staat geeft sinds 2014 ook een online-glossy uit: Dabiq . De titel verwijst naar de islamitische versie van het Armageddon. Dabiq is gericht op het buitenland en wordt niet alleen in het Engels uitgegeven, maar ook in het Bahasa Indonesia. De propagandistische inhoud wordt verpakt in goedgeschreven teksten, een professionele vormgeving en fotografie.

Dabiq noemt zichzelf een periodiek tijdschrift dat zich richt op de tawhid (eenheid), manhaj (waarheid-zoeken), hijrah (migratie), jihad (heilige oorlog) en jama’ah (gemeenschap). Het bevat ook fotoreportages, actuele ontwikkelingen en informatieve artikelen over kwesties die verband houden met de Islamitische Staat.

In het tijdschrift worden de jihadistische overwinningen bezongen en de kwaadaardigheid van de vijanden scherp veroordeeld. Er wordt een romantisch beeld geschetst van de restauratie van een islamitische gouden eeuw en wordt het nieuwe kalifaat uitvoerig berierookt.

Een ander belangrijk orgaan is I’tisaam dat zich primair richt op de bevolking in Irak.

De meeste media-operaties van ISIS vinden plaats op het internet. Maar ISIS organiseert ook kijkdagen waarbij officiële propaganda lokaal verspreid wordt in de gebieden die het controleert. In tal van steden en dorpen zijn mediacentra (i’lamiyya). Het zijn kraampjes of mobiele campers die drukwerk, CDs/DVDs en USB sticks verspreiden onder de lokale bevolking. De doelgroep bestaat vooral uit kinderen en jonge teenagers

Index


Twitter: accelereren en manipuleren
Om propaganda te verspreiden en rekruten te zoeken maakt de leiding van ISIS intensief gebruik van Twitter. In grote aantallen tweets worden foto’s en verklaringen verstuurd die de militaire kracht van ISIS demonstreren en aangeven welke vorderingen er op het slagveld worden gemaakt. Inclusief beelden van de moord op gevangen genomen soldaten en gegijzelde journalisten.

Veel tweets dragen herkenbare hashtags, zoals #Iraq_is_liberated, #Bagdhad_is_liberated en #Thought_of_a_Lone_Lion. Om de verspreiding van de eigen tweets te accelereren wordt handig gebruik gemaakt van hashtags die verwijzen naar populaire gebeurtenissen of organisaties. Zo werd er behendig aangesloten op het wereldkampioenschap voetbal en op populaire Engelse voetbalclubs. ISIS-tweets werden gelabeld met hashtags zoals #Brazil2014 en #WC3014. Op die manier kreeg ISIS miljoenen zoekopdrachten naar het wereldkampioenschap in de hoop dat iemand op de link naar haar propagandamateriaal zou klikken.

Op een zelfde manier werden hashtag links gebruikt die verwezen naar populaire clubs van de Engelse eerste divisie, zoals #MUFC (Manchester), #WHUFC (West Ham United), #LFC (Liverpool) en #THFC (Tottenhamhotspur). Deze tags leidde tot materiaal dat de wreedheden en onthoofdingen door extremistische strijders in Syrië en Irak toonde.

Dageraad van de blijde boodschap
The Dawn of Glad Tidings is de titel van het officiële IS-volkslied
De ISIS-leiding ontwikkelde een arabisch-talige Twitter app die gebruikers op de hoogste stelt van de laatste ontwikkelingen van ISIS. De applicatie The Dawn of Glad Tidings kon sinds april 2014 van Google Play worden gedownload. Om die app te downloaden wordt van gebruikers eerst een grote hoeveelheid persoonlijke gegevens gevraagd (inclusief toegang tot het modificeren of wissen van “de inhoud van je USB-opslag” en tot Wifi-verbindingen). De app geeft de terreurgroep de macht om tweets vanaf het account van een gebruiker te versturen.

The Dawn of Glad Tidings
De officiële ISIS-app vraagt je het hemd van het lijf, en meer dan dat.
De app is inmiddels verwijderd uit de Google Play winkel.

We komen er aan ...
Door listig gebruik van hashtags en als botnets opererende apps slaagde ISIS erin om op sommige dagen zo’n 40.000 tweets te verspreiden. Een van de berichten die viraal werd was een foto van een gewapende jihadist die naar de ISIS-vlag staart die boven Mosul wappert met het Arabische opschrift: “Bagdad, we komen er aan”.
De app is een van de manieren waarop ISIS Twitter gebruikt om haar boodschap grootschalig te verspreiden. Een andere manier is het georganiseerde gebruik van hashtag campagnes. Honderden en soms duizenden activisten tweeten op bepaalde uren van de dag hashtags zodat deze trending worden op dit sociale netwerk.


Deze cartoon werd op Twitter geplaatst door @ISIS_Media_Hub.

Het resultaat van dergelijke cyberstrategieën is dat ISIS haar belangrijkste concurrent in Syrië, Jabhat al Nusra overtroefd. Hoewel beide breiden ongeveer evenveel online aanhangers hebben, registreerde ISIS in februari 2014 meer dan 10.000 vermeldingen van haar hashtag per dag, terwijl het aantal keren dat al-Nusra werd vermeld schommelde tussen de 2.500 en 5.000 [The Atlantic, 16.6.14].

De online rekrutering van ISIS heeft effecten gehad op jonge mensen ver buiten het Midden-Oosten. Na de publicatie van de video waarin de Amerikaanse journalist James Foley werd vermoord in augustus 2014 is de aanwezigheid van ISIS op het web alleen maar toegenomen. Met gewelddadige video’s en propagandistische berichten worden jonge jihadisten aangetrokken en aangemoedigd om hoe dan ook het islamitisch kalifaat te verdedigen. Er gaat geen dag voorbij zonder dat buitenlandse aanhangers uiting geven aan hun steun en verbondenheid met ISIS [Independent, 22.6.14]. Zij maken daarbij gebruik van professioneel samengestelde propagandistische teksten, foto’s en video’s die vaak al voorzien zijn van Engelse ondertitels of vertalingen.

Propagandistische video’s worden door ISIS ook gebruikt om commentaar te geven op wat Westerse media over haar zeggen [The Atlantic, 27.10.14]. Daarbij wordt telkens het ontwerp van elke video en elk bericht afgestemd op het doelpubliek. ”Voor Westerse waarnemers zijn ze kalm, schoon en coherent. Voor lokalen zijn ze bloedig, brutaal en angstaanjagend” [Der Spiegel, 8.10.14] De tweede categorie is gericht op mensen die leven in de regio’s die onder controle van de Islamitische Staat zijn. Met beelden van koelbloedige martelingen, moord en massaslachtingen worden degenen die er over denken zich te verzetten ontmoedigd.

ISIS vond telkens weer nieuwe wegen om van Twitter gebruik te maken. In een poging om het netwerk te vrijwaren van extremistische propaganda en oproepen tot geweld speelt Twitter een ingewikkeld potje schaak met ISIS door het afsluiten van haar accounts. Deze blokkade van ISIS tot de micro-blogging site bleef niet zonder gevolgen. In september 2014 riep ISIS de eenzame wolven in de VS en Europa op om werknemers van Twitter te vermoorden [Vocativ, 8.9.14].

Het is niet verrassend dat ISIS zich vijandig opstelt tegenover de leiding van Twitter. Terwijl ISIS voor haar propaganda zwaar leunt op de door Amerikanen gebouwde sociale media, wordt er vanuit deze netwerken teruggevochten om de propagandistische ruimte die haar wordt geboden in te perken. In een paar maanden tijd werden tienduizenden ISIS-accounts verbannen. Twitter volgde YouTube in het proactief afsluiten van ISIS-gerelateerde Twitteraccounts (en maakt daarbij gebruik van inlichtingen van een Engelse contra-terrorisme eenheid).


Een plaatje gemaakt door aanhangers van Islamitische Staat die regelmatig worden verbannen van Twitter, maar die ook veerkrachtig zijn en zich telkens onder nieuwe accounts laten registeren met gebruikmaking van de TOR brower (waardoor hun IP-adres verborgen blijft).

Op 26 februari 2015 organiseerde ISIS een cyberprotest ten gunste van de vrijheid van meningsuiting. Het doel was om #IslamicStateMedia overal tot een trending topic te maken. Maar tegenstanders van de Islamitische Staat verstoorden het feestje. Koerden en conservatieve Amerikaanse activisten vielen hun gemeenschappelijke vijand retorisch aan zodat noch de Arabische noch de Engelstalige campagne enig succes had. De sociale media jihadisten werden in aantal overtroffen door hun tegenstanders.

Op 1 maart 2015 werd er via de anonieme website JustPaste.it een plaatje verspreid door al-Nusra al-Maqdisiya, een bekende pro-IS mediagroep, waarin de medeoprichter van Twitter, Jack Dorsey, met de dood bedreigd wordt als vergelding voor het blokkeren van ISIS-accounts.

Jack Dorsey met een rood vizier van een geweer op zijn hoofd.
Het bijschrift luidt: “Jullie virtuele oorlog zal leiden tot een echte oorlog.”

De begeleidende tekst maakt duidelijk wat de reden is voor deze bedreiging.

Sympathisanten van IS worden opgeroepen om “het bedrijf Twitter en alle medewerkers en gebouwen tot doelwit te maken en niet toe te staan dat de atheïsten overleven” Jack Dorsey en de medewerkers van Twitter “zijn een doelwit geworden voor de soldaten van het kalifaat en van aanhangers die in jullie midden verspreid zijn” [Guardian, 2.3.15; VK, 2.3.15].

Om de dreiging te concretiseren wordt de werkwijze van de eenzame wolf geschetst:

Natuurlijk werd de Twitter-account van de groep direct buiten werking gesteld. Maar de volgende dag werd via een nieuw account een doodsdreiging geplaatst aan het adres van van Twitter CEO Dick Costolo. Met gebruik van de hashtag ‘#Thought_of_a_Lone_Lion’ bedreigde al-Nusra al-Maqdisiya het bedrijf door haar werknemers fysiek te elimineren [Insite, 3.3.15].

Het is duidelijk dat deze bedreigingen ook onderdeel zijn van een aandacht trekkende media campagne. Toch moet het effect van dergelijke herhaalde dreigingen door de leiders van ISIS/Al-Qaida niet worden onderschat. Er is maar één eenzame wolf nodig die gehoor geeft aan zo’n oproep tot terreur. Het is extreem moeilijk om zo’n eenling te detecteren en om zich daartegen te verdedigen. Internet is voor de jihadisten een cruciale arena en de aanwezigheid op sociale media en mobiele communicatie is voor de Islamitische Staat een belangrijk wapen.

Jihadistische fora laten zien hoe terroristische groeperingen opereren en geven een inzicht in hun mentaliteit en werkwijze. Dat is de reden dat Amerikaanse veiligheidsagenten bij Twitter aandrongen om de accounts van IS-sympathisanten niet te verwijderen. Ze hopen op die manier online informatie te verzamelen over hun netwerken, plannen en strategieën [Mashable, 11.7.14].

Twitter tactiek
ISIS gebruikt een eenvoudige maar effectieve tactiek om haar aanwezigheid in Twitter te beschermen. Zij gebruiken telkens twee Twitter accounts om een derde te promoten door daaraan teksten, video’s en fotoˆs toe te voegen en deze via de eerste twee accounts te verspreiden. Meestal zijn de eerste en tweede account voor de poes (ze worden platgelegd of verwijderd). Maar nu hebben zij een derde account dat nog veel meer volgers heeft en voordat deze wordt verwijderd herhalen zij het hele proces.

De onderlinge verbondenheid van de accounts is zo sterk dat hoeveel accounts er ook verwijderd worden er altijd een link is naar de volgende. Het lijkt op een permanent pulserend systeem dat onder externe druk wordt gecondenseerd, maar vervolgens door interne verbindingskracht weer snel expandeert. Het is een systeem dat bestand is tegen ongerichte aanvallen van buitenaf. Alleen wanneer de centrale knooppunten (hubs) gericht en gelijktijdige worden aangevallen kan het systeem worden ontregeld.

Index


Obstakels overwinnen
Twitter voert een actief beleid tegen terroristisch gebruik van haar netwerk en heft regelmatig ISIS-accounts op. Maar ISIS wordt steeds creatiever om deze obstakels te overwinnen. Aanvankelijk probeerde ISIS om voor elk gesloten account direct weer een nieuwe account aan te maken. In Irak werd deze tactiek ondergraven doordat de overheid Twitter, Facebook en YouTube blokkeerde om te voorkomen dat deze voor jihadistische propaganda en agitatie gebruikt zou worden [BBC, 16.6.14]. Hetzelfde lot trof Whatsapp, Viber en Skype. ISIS-aanhangers protesteerden heftig tegen deze uitsluiting van sociale media.

Om deze blokkade te omzeilen maken ISIS en haar sympathisanten gebruik van de geëncrypteerde browser TOR om hun IP-adres te verbergen. Tal van technische tips en trucs worden uitgewisseld om de opgeworpen barrières te omzeilen. Gebruik Telegram en Surespot voor versleuteld berichtenverkeer en Cloudflare om online bronnen te beschermen. In deze communicatiesystemen wordt de communicatie versleuteld met codes waartoe zelfs de providers geen toegang hebben.

Hoe veilig is Telegram?
We hebben gezien dat ISIS gebruik maakt van een breed spectrum van sociale media platforms om propaganda naar haar volges te verspreiden en potentiële jihadisten te rekruteren. De pogingen van veiligheidsdiensten en online activisten (zoals Anonymous) om haar digitale speelruimte te beperken heeft ISIS gedwongen om op zoek te gaan naar andere platforms die moeilijker gecontroleerde kunnen worden.

Een van de alternatieven voor Twitter en Whatsapp is de berichtendienst Telegram. Gebruikers van Telegram kunnen versleutelde en zelfvernietigende bestanden (tot 1,5 GB) met elkaar uitwisselen. Het programma is beschikbaar voor Android, iOS, OS X, Windows Phone, Linux en Windows. Bovendien is er ook een webapplicatie beschikbaar.

Binnen een week hadden bijna 9.000 mensen zich ingeschreven op het officiële publieke kanaal van ISIS. Duizenden volgers ontvangen via Telegram foto’s, video’s en updates van terroristische organisaties. Zij werden hiertoe indirect aangemoedigd door de directeur van de Amerikaanse FBI, James Comey, die openlijk zijn verontrusting had uitgesproken over het feit dat ISIS steeds meer gebruik ging maken van Telegram. Als een directeur van de FBI zegt dat zijn personeel het moeilijk vindt om het verkeer op Telegram te controleren, dan moet het haast wel veiliger zijn om met andere jihadisten te communiceren via Telegram in plaats van Twitter. Precies om die reden maakte Al Qaida al langer gebruik van Telegram voor interne en externe communicatie.

Telegram werd in 2013 opgericht door de broers Nikolaj en Pavel Doerov. In een interview van Pavel Doerov met Tech Crunch kreeg hij de vraag voorgelegd of hij 's nachts wel goed kon slapen in de wetenschap dat terroristen gebruik maakten van zijn platform. Zijn antwoord was:


    Pavel Durov
    “Ik denk dat privacy en ons recht op privacy uiteindelijk belangrijker zijn dan onze angst dat er slechte dingen gebeuren, zoals terrorisme. (...) Uiteindelijk zal ISIS altijd een weg vinden om binnen eigen kring te communiceren. En als welk communicatiemiddel dan ook voor hen niet veilig is, dan schakelen zij over naar een ander. Dus ik denk niet dat feitelijk deelnemen aan deze activiteiten. Ik denk niet dat we ons daarover schuldig zouden moeten vinden. Ik denk nog steeds dat we het juiste doen — het beschermen van de privacy van onze gebruikers” [Tech Crunch 21.9.15].
Maar toch reageerde hij in november 2015, direct na de terreuraanslagen in Parijs, verontrust op het bericht dat de publieke kanalen van Telegram door ISIS worden gebruikt om hun propaganda te verspreiden. Op grond van meldingen van misbruik werden direct een aantal kanalen geblokkeerd. Durov kondigde direct maatregelen aan:
    “Ons beleid is eenvoudig: privacy is het allerbelangrijkste. Maar publieke kanalen hebben niets met privacy te maken. De publieke kanalen van ISIS zullen worden gesloten” [Twitter: Telegram, 19.11.15

Volgens de makers is een van de belangrijkste voordelen van Telegram de versleuteling van gegevens door de software.

    “Telegram is gebaseerd op een nieuw protocol, MTProto, dat gebouwd is door onze eigen specialisten, gebruikmakend van duurzaam geteste veiligheidsalgoritmes. Op dit moment is de grootste veiligheidsdreiging voor je berichten op Telegram je moeder die over je schouder meeleest. Wij hebben voor de rest gezorgd.”

Dat klinkt geruststellend, maar de gehanteerde encryptie is niet onomstreden. Authenticatie gebeurt alleen tussen gebruikers en server, maar niet tussen de gebruikers die met elkaar communiceren. Encryptie gebeurt tussen gebruiker en server, maar zonder gebruik van Transport Layer Security (TLS). In de beveiligde chat worden de berichten wel van eind tot eind versleutelt, maar in die berichten wordt geen authenticatie voor de eindgebruiker gebruikt. Daarom is het relatief eenvoudig om op de server ongemerkt een ‘Man In The Middle’-aanval te plaatsen, waarmee het verkeer kan worden afgeluisterd door hackers, crackers of overheidsorganisaties [Unhandled expression, 17.12.13; NRC, 21.2.14].

In een handleiding voor operationele veiligheid van 34 pagina’s krijgen de leden van ISIS nauwkeurige instructies om hun communicatie- en locatiegegevens geheim te houden. Het bevat links naar tientallen applicaties en diensten voor veilige communicatie: de Tor browser, het besturingssysteem Tails; versleutelde chat tools zoals Cryptocat, Wickr en Telegram; Hushmail en ProtonMail voor email; RedPhone en Signal voor versleutelde telefonische communicatie. Gmail wordt alleen veilig beschouwd wanneer de account wordt geopend met valse persoonsgegevens en wordt gebruikt met Tor of met een virtual private network (VPN).

Erg verrassend zijn deze aanbevelingen niet. De meeste aanbevelingen zijn precies hetzelfde als die door burgerrechtenorganisaties worden gegeven aan burgerrechtenactivisten, politieke activisten, klokkenluiders en reporters om hun communicatie veilig te houden, en om hun identiteit en locatie te verbergen [Wired, 18.11.15].

Om haar online kracht op te voeren maakt ISIS gebruik van een Jihadi Help Desk die 24 uur per dag open is om haar voetsoldaten te helpen wereldwijd propaganda te verspreiden, nieuwe kaders te rekruteren en meer aanvallen te lanceren op vreemd grondgebied. Aspirant jihadisten worden geholpen om encryptie te gebruiken teneinde opsporing door inlichtingen- en veiligheidsdiensten te voorkomen [NBC, 16.11.15].

Index


Anonymous verklaart online oorlog aan Al-Qaida, IS en andere terroristen
Het hacktivistische collectief Anonymous stelde een lange lijst op van ISIS-gerelateerde accounts. Veel daarvan werden verbannen kort nadat zij werden gepubliceerd. Op 9 januari 2015 verklaarde Anonymous te oorlog aan islamitische terroristen om de aanslagen in Frankrijk te vergelden. Sites en sociale media-acocunts die gelinkt zijn aan terroristen zouden worden platgelegd. Op Twitter werd een speciale hashtag (#OpCharlieHebdo) in het leven geroepen om de acties te volgen. “We houden jullie online activiteiten in de gaten en zorgen dat al jullie accounts op sociale media op zwart gaan” [YouTube, 13.1.15]. Met veel bravoure wordt de allergrootste operatie ooit aangekondigd.

In februari 2015 kondigde Anonymous aan dat zij de controle had overgenomen over bijna 100 ISIS-gerelateerde Twitteraccounts.

Anonymous kondigde aan dat er nog meer op stapel stond, maar ISIS-aanhangers en leden blijven sneller nieuwe accounts aanmaken dan zij worden verwijderd [Guardian, 10.2.15]. Bovendien slaagden hackers die met ISIS sympathiseren erin om 19.000 willekeurige en slecht beveiligde Franse websites plat te leggen [Mashable, 15.1.15].

Veiligheidsspecialisten vragen zich af of dergelijke cyberaanvallen überhaupt wel iets significants bereiken in de strijd tegen ISIS — hoe goed bedoeld deze acties ook moge zijn. Het enige dat Anonymous tot nu toe heeft bereikt is dat zij het aantal aan ISIS gerelateerde sociale media accounts heeft beperkt (maar er zijn er nog velen) en een aantal ISIS-sympathieke sites een tijdje heeft platgelegd door ze te overstromen middels een DDoS-aanval.

Na de meervoudige terreuraanslagen op 11 november 2015 in Parijs verklaarde de hackers van Anonymous opnieuw de digitale oorlog aan de Islamitische Staat. Onder de hashtags #opISIS en #opParis (op=operatie) werden accounts van jihadronselaars openbaar gemaakt en geblokkeerd. In deze ‘grootste operatie ooit’ zouden binnen een week al meer dan 8.000 twitteraccounts uit de lucht gehaald zijn [Huffington Post, 19.11.15].

Op dezelfde dag dat Anonymous de cyberoorlog verklaarde aan ISIS, kwam er een reactie van een ISIS-gerelateerde account op de berichtendienst Telegram (waarmee versleutelde en zelfvernietigende bestanden kunnen worden uitgewisseld). ISIS vraagt zich af wat de ‘idioten’ van Anonymous eigenlijk willen hacken en wijst erop dat zij tot dan toe alleen nog maar aan ISIS-gerelateerde Twitter accounts en e-mails hadden gekraakt. Tegelijkertijd voorziet ISIS haar aanhang van een aantal ‘instructies’ om potentiële hacks te vermijden: open geen links tenzij je zeker bent van de bron; verander regelmatig je IP-adres; en “spreek op Telegram niet met mensen die je niet kent” en doe dat ook niet via Twitter direct messaging [TechInsider, 16.11.2015].

The Jester: een patriottische cyberrambo
Sinds 19 december 2009 heeft een patriottische cyberhacker die opereert onder de naam “The Jester” tientallen jihadistische websites en accounts van Facebook en Twitter uit de digitale lucht gehaald. De ongegeneerd pro-amerikaanse Jester vond dat het nodig was om iets te doen aan online radicalisering en rekrutering van jihadis en besloot om op eigen gezag jihadistische sites te ontregelen. Sommigen beschouwen hem als een superheld, een Batman of Rambo, een moderne burgerwacht [CNN, 16.1.15]. Jester gebruikt zijn hackvaardigheden tegen alles en iedereen die hij als een bedreiging voor de Verenigde Staten beschouwt. Naar eigen zeggen legt hij alleen verantwoording af aan zijn eigen geweten, en aan God.

The Jester
De digitale wreker als nar
Als een jihadistische site op een server van een niet-malafide onderneming is gehuisvest dan waarschuwt Jester voordat hij aanvalt. Als dat niet het geval is slaat hij genadeloos toe. Zo pakte hij op 10 januari 2015 de website van het Global Islamic Media Front dat digitale instrumenten ter beschikking stelt aan jihadisten. Jester onthoofde de website en plaatste daar twee provocerende tekeningen van Charlie Hebdo.

The Jester publiceert over zijn online k/wraakacties op zijn website Jester’s Court en via Twitter onder de naam @th3j35t3r waar hij meer dan 70.000 volgers heeft. Zijn fans kopen niet alleen zijn T-shirts met logo en opschrift (“My other computer is your computer” of “Make #waswas not #isis”), maar ook zijn kussens, bekers en waterflessen.

De online strategie van The Jester is erop gericht om kleinere jihadistische sites buiten werking te stellen waardoor mensen verhuizen naar de beter bekende jihadistische fora — hij drijft jihadisten in een kleinere ruimte waardoor zij gemakkelijker kunnen worden gemonitord. Hoewel hij zonder toestemming van de Amerikaanse overheid opereert, voorziet hij de inlichtingendiensten wel van informatie over bezoekers en sitebeheerders die hij steelt van jihadistische sites.

The Jester demonstreerde zijn extreme patriottisme onder andere in de aanval die hij in november 2010 pleegde op de site van Wikileaks, omdat deze geheime documenten had gepubliceerd die volgens hem de levens van Amerikaanse troepen in gevaar zou brengen. In juli 2013 eiste hij de verantwoordelijkheid op voor een serie DDoS-aanvallen op de beurs van Ecuador en op de touristische website van dat land. De regering van Ecuador overwoog om klokkenluider Edward Snowden assiel te verlenen. Voor The Jester was Snowden geen held, maar “een verrader die al onze levens in gevaar heeft gebracht.” Hij zinspeelt zelf op een plan om de controle over te nemen van het brandalarm van de Ecuadoreaanse ambassade in Londen — hierdoor zou Wikileaks oprichter Julian Assange gedwongen zijn om boet op Britse bodem te zetten zodat hij gearresteerd kon worden.

In maart 2012 veranderde The Jester de avatar van zijn Twitter account in een QR Code. Dat is een tweedimensionale streepjescode die door mobiele telefoons kunnen worden gescand. Het scannen van een QR Code stuurt de browser door naar een andere website. Op die site had hij een verborgen Jave-code ingebouwd die gebruik maakt van een bekende kwetsbaarheid van Safari, Chrome en Android browsers. Wanneer iemand de oorspronkelijke QR code scant met een iPhono of Android mobieltje, maakt hun apparaat stiekem een TCP shell verbinding naar de server van The Jester. Eenmaal verbonden met de Jester’s server wordt het mobiele apparaat gecontroleerd met het netwerk diagnostische instrument Netcat om te zien of er Twitter software is geïnstalleerd. Vervolgens werd de account informatie van Twitter geoogst en vergeleken met een lijst van Twitter accounts die geassocieerd zijn met de hackersgroepen Anonymous, LulzSec, Wikileaks, Al Qaida en jihadistische rekruteringssites. Als een Twitter account op deze lijst voorkomt dan wordt de gebruikersnaam van het account overgedragen naar Jester’s server, waardoor hij het hele mobiele apparaat kan exploiteren. Op die manier kreeg hij toegang tot alle SMS berichten, voicemail en email op het mobieltje. De methodiek van The Jester laat in ieder geval zien hoe gemakkelijk de gegevens op mobiele telefoons kunnen worden gestolen door hackers en identiteitsdieven [Jester's Court, 9.3.12; NBC, 13.3.12].

The Jester denkt nu dat we de jihadisten daar hebben waar we ze willen: niet meer op sterk verspreide, zelf gecontroleerde servers en gebruik makend van buitenlandse en meestal niet-coöperatieve nationale diensten, maar op technologische platforms die in de VS zijn gebaseerd. Daar kunnen we ze monitoren, analyses maken van verkeerspatronen en informatiepakketten vernietigen. “De slechterikken hebben niet de vaardigheden en technologie om hun eigen platforms te creëren en te handhaven. Zij zijn bijeengedreven in onze technologie” [Jester's Court, 20.11.15].

Alle instrumenten en platforms waar jihadisten gebruik van maken opereren op codes van Amerikaanse makelij. The Jester suggereert dat in die software elementen ingebouwd kunnen worden ingebouwd die bepalen op welke plaats de gebruiker zich bevind; die informatie kan niet alleen gebruikt worden voor monitoring, maar ook als een richtsnoer voor een aanval met drones. Zijn aanvalsmodel is gebaseerd op de werking van Stuxnet. Die software infecteerde miljoenen machines, maar werd alleen op scherp gezet als er aan bepaalde voorwaarden was voldaan: de software detecteerde waar het geografisch was, en of er op het geïnfecteerde systeem specifieke Siemens PLC/SCADA software draaide dat alleen gebruikt wordt om nucleaire centrifuges te controleren. Als er niet aan deze twee condities was voldaan bleef het cyberwapen slapend.

Index


Cyberterreur: infrastructuren cyboteren
ISIS weet internet effectief te gebruiken om jihadisten te inspireren tot en te mobiliseren voor terreuracties en om cybotage (online sabotage) van kritische infrastructuren te coördineren.

Buitenlandse leraren in de islamitische landen
In het ISIS-webforum AL Platform Media werd uitvoerig uitgelegd waarom en hoe aspirant-terroristen eenzame-wolf aanvallen zouden moeten uitvoeren op Amerikaanse en internationale scholen en leraren die werken in de moslimwereld. De doelwitten worden met name genoemd, in Qatar, Egypte, Saoedi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en tal van andere landen waarin internationale leraren werken [Vocativ, 29.10.14].

Leraren zijn voor ISIS waardevolle doelwitten vanwege hun status als invloedrijke leden van de maatschappij. Hun dood zal op grote schaal paniek veroorzaken in hun gemeenschappen.

Potentiële aanvallers wordt aangeraden om hun doelwitten nauwkeurig te onderzoeken en selectief te werk te gaan. Scholen met sterke beveiligingsmaatregelen moeten vermeden worden. Het buitenschoolse gedrag van leraren moeten in kaart worden gebracht om hen op een onbewaakt ogenblik te kunnen treffen. Amerikaanse leraren zijn “gemakkelijke prooi” omdat zij meestal zonder enige beveiliging van en naar hun werk gaan. De beste manier om een leraar aan te vallen is in de bus waarmee zij van en naar school gaan.

Jihadistische gijzeling & moord
Westerse leraren die werken in scholen in conflictzones riskeren hun leven. De Britse leraar David Bolam (63), die werkte op de Internationale School in Benghazi, werd begin 2014 tijdens het winkelen gegijzeld door militanten in Libië die zichzelf het ‘Leger van de Islam’ (Jeish al-Islam) noemde.

Gevreesd werd dat hem hetzelfde lot beschoren zou zijn als Amerikaanse en Engelse gijzelaars van de strijders van de Islamitische Staat in Syrië en Irak. Na vijf maanden gijzeling werd hij na een gefilmd appel op premier David Cameron om hem te helpen en waarschijnlijk na betaling van losgeld begin oktober weer vrijgelaten. In december 2013 was op dezelfde —inmiddels gesloten— school de Amerikaanse scheikundeleraar Ronnie Smith (33) vermoord [BBC, 5.10.14; Guardian, 5.10.14].

Het cyberkalifaat roept aanhangers in islamitische landen op om alle vreemde, anders- en ongelovigen te vermoorden en spoort sympathisanten in Westerse landen aan om aanslagen te plegen op werknemers van Twitter en op politieagenten en militairen in de VS.

Militairen in de VS als doelwit
Op 12 januari 2015 werd het Twitteraccount en het YouTube-kanaal van de Amerikaanse centrale strijdkrachten (CENTCOM) gehackt door aanhangers van Islamitische Staat die zichzelf CyberCaliphate noemen. “ISIS is hier al, we zitten in jullie computers, op iedere militaire basis. We zullen niet stoppen! We weten alles van jullie, jullie vrouwen en kinderen” [VK, 12.1.15]. De hackers publiceerden militaire documenten over Noord-Korea en China en zetten namen, adressen en telefoonnummers van Amerikaanse militairen online. Op het YouTube-kanaal werden twee propagandavideo’s van IS geplaatst. Volgens het Pentagon was de hack wel gênant, maar vormde het ‘geen veiligheidsrisico’. Het Witte Huis stelde wel een onderzoek in naar de omvang van de hack.

Geen genade voor de familie Obama en beveiligingspersoneel
Bloody Valentine
De bedreiging van het cyberkalifaat aan het adres van Obama en zijn gezin.
Begin februari 2015 hackte het Cyber Caliphate enige tijd het Twitter-account van het Amerikaanse tijdschrift Newsweek. Daarbij werden dreigementen geuit aan de familie Obama en vertrouwelijke documenten van het Pentagon verspreid onder de ruim 2,5 miljoen volgers van Newsweek. Een van die documenten bevat een organogram en een namenlijst van studenten van de Amerikaanse overheidsorganisatie DCITA (Defense Cyber Investigation Training Academy). Deze organisatie leidt mensen op om online terrorisme te bestrijden en traint het Amerikaanse ministerie van Defensie, de FBI en de CIA. De lijst bevatte niet alleen de namen maar ook de contactgegevens van de studenten. Het cyberkalifaat kondigde aan de Amerikaanse beveiligingsorganisaties van binnenuit te zullen vernietigen. “De Islamitische Staat is al hier — het cyberkalifaat zit al in jullie computers. We weten alles over jou en je familieleden en we zijn veel dichter bij dan je je kunt voorstellen. Jullie ongelovigen hoeven niet op genade te rekenen” [VK, 10.2.15].


De gehackte Twitter-account van Newsweek

Het zijn gespierde woorden en sterke beloftes die nog niet onmiddellijk zijn uitgevoerd. Toch kan dit niet zomaar worden afgedaan als jihadistische grootspraak. ISIS is gemotiveerd om al haar ongelovige vijanden met de meest gewelddadige en gruwelijke wandaden te bestrijden, zij beschikt over niet onaanzienlijke digitale middelen om ook in de cyberarena het gevecht aan te gaan, en zij heeft ook effectieve invloed op individuele of geassocieerde jihadisten in West-Europa om deze opties te praktiseren.

Drijvende bommen tegen maritieme doelwitten
Volgens een vertrouwelijk rapport van de Russische inlichtingendienst FSB heeft Al-Qaida een zeewaardige strijdeenheid opgebouwd om aanvallen uit te voeren rond de Middellandse Zee. Aqim (Al-Qaida in the Islamic Maghreb) is de Noord-Afrikaanse tak van Al-Qaida. Zij zou een team van 60 man zelfmoordenaars hebben samengesteld die mijnen moet plaatsen onder de rompen van schepen en die kleine, snelle vaartuigen gebruikt voor kamikaze-aanvallen. Aqim heeft zijn wortels in Algerije, maar vorm nu een bedreiging voor Noord en West Afrika en West-Europa [Guardian, 25.2.15].

De marine-eenheid werd in 2011 opgericht om aanvallen rond de Middellandse Zee uit te voeren. De leden van deze eenheid worden getraind in onderwater sabotagetechnieken (zoals het bevestigen van kleefmijnen onder de romp van een schip) en het gebruik van kleine vaartuigen (schoeners) of snelle boten die als ‘drijvende bommen’ worden gebruikt. Sinds de aanval op de torpedoboot USS Cole in Jemen in 2000 (waarbij 17 matrozen werden gedood), heeft Al-Qaida deze tactiek niet meer gebruikt.

Al-Shabaab wil meer aanslagen op winkelcentra
In september 2013 pleegde de aan Al-Qaida gelieerde Somalische jihadistische groep al-Shabaab een bloedige aanslag op het winkelcentrum Westgate in Nairobi (Kenia), waarbij 67 gedood werden door vier schutters. Sindsdien werd het nieuws gedomineerd door de successen van Islamitische Staat (ISIS) in Syrië en Irak en Boko Haram in Nigeria. Om zich tussen dit geweld te profileren gaf al-Shabaab 21 februari 2015 een verklaring uit waarin zij oproept om aanslagen uit te voeren op winkelcentra in het Westen [Guardian, 23.2.15]. In een behendig geproduceerde film van 77 minuten wordt specifiek opgeroepen tot aanslagen op winkelcentra in Engeland (Oxford Street en twee Westfield winkelcentra in Londen), in de VS (winkelcentrum in Minnesota) en in Canada (West Edmonton).

Een dag voor deze oproep had al-Shahaab zich al op de globale agende weten te plaatsen door een zelfmoordaanslag op een hotel in Mogadishu, waarbij 25 mensen werden gedood en meer dan 40 gewond.

Crowdsourcing Terrorism
Een nieuw fenomeen in de cyberstrategie van ISIS is crowdsourcing terrorism. Daarbij breken hackers in op buitenlandse servers om persoonlijke informatie te stelen die gebruikt kan worden om deze personen te beschadigen of te doden. Op 16 oktober 2015 werd in Maleisië de 20-jarige hacker Ardit Ferizi uit Kosovo gearresteerd die aan ISIS 1.351 namen doorgaf die gestolen waren van een server in Phoenix. Deze informatie werd vervolgens door een sociale media goeroe van ISIS verspreid met de dreiging dat deze Amerikanen in hun eigen land om het leven gebracht zouden worden.

De met ISIS sympathiserende Ferizi had op 13 juni de persoonlijke informatie gestolen van ongeveer 100.000 mensen, en daaruit de namen geselecteerd waarvan hij dacht dat ze voor het Amerikaanse leger of de overheid werkten. Hij selecteerde eenvoudig de e-mails die eindigden op .gov en .mil en stuurde deze naar Junaid Hussain, een Britse hacker en mediaspecialist van ISIS. Op 11 augustus plaatste Hussain de lijst onder de rubriek van de ‘Islamic State Hacktivist Division’. Daaraan verbonden was de volgende bedreiging:

Hussain zelf werd dertien dagen later gedood tijdens een predator aanval in de buurt van Raqqa, de hoofdstad van de Islamitische Staat [NBC, 16.10.15; Elsevier, 16.10.15; Reuter, 16.10.15].

Index Heilstaat in NL-perspectief

Wedergeboorte van het polderjihadisme
In 2010 beschreef de AIVD in de publicatie Lokale jihadistische netwerken in Nederland dat dreiging van lokale jihadistische netwerken tegen Nederland en Nederlandse belangen was verminderd ten opzichte van 2006. Lokale jihadisten richten zich nu vooral op de jihad buiten ons land.

Het polderjihadisme bestond uit een verzameling van kleine lokale netwerken die relatief geïsoleerd opereerden en onzichtbaar bleven. De netwerken kenden nauwelijks tot geen aanwas en enkele daarvan waren uit elkaar gevallen. Zij hielden de optie om daadwerkelijke jihadistische activiteiten in Nederland te ondernemen open, maar maakten daartoe in de praktijk geen aanstalten. De lokale jihadistische netwerken verloren aan kracht door een combinatie van gebrek aan leiderschap, interne spanningen en effectief overheidsoptreden.

De groei van de salafistische stroming stagneert door een verhoogde weerstand waardoor ook een deel van de voedingsbodem voor radicalisering verdwijnt. Die weerstand is verhoogd door publicaties over de risico’s van het salafisme en door initiatieven vanuit het lokaal bestuur. Binnen de moslimgemeenschap zelf nam de weerstand binnen tegen de radicale jihad toe. Gematigde moslims durven zich op lokaal en nationaal niveau steeds vaker uit te spreken tegen de anti-integratieve en onverdraagzaam isolationistische boodschap van salafistische predikers en in het bijzonder tegen pleidooien voor een gewelddadige jihad.

Het polderjihadisme was nauwelijks internationaal ingebed. Er waren weliswaar uitlopers van transnationale netwerken, maar in feite ging het om losstaande individuen en niet om werkelijke subnetwerken van transnationale jihadistische netwerken. Deze uitlopers van transnationale netwerken zijn echter (nog) niet gericht op acties in Nederland.

Jihadistisch netwerk
Het begrip jihadistisch netwerk wordt door de AIVD gedefinieerd als “een fluïde, dynamische, vaag afgegrensde structuur die een aantal personen (radicale moslims) omvat die onderling een relatie hebben, zowel op individueel als geaggregeerd niveau (cellen/groepen). Zij worden ten minste tijdelijk door een gemeenschappelijk belang verbonden. Dat belang is het nastreven van een aan jihadisme (inclusief terrorisme) te relateren doel” [AIVD 2006:14 - De gewelddadige jihad in Nederland].

De AIVD maakt een onderscheid tussen twee typen lokale netwerken die een endogene dreiging veroorzaken.

  • Lokale autonome netwerken zijn jihadistische structuren die ontstonden in een lokale context en zich vrijwel uitsluitend in lokale samenwerkingsverbanden richtten op de verwezenlijking van doelen die te relateren waren aan de gewelddadige jihad. Ze bestonden grotendeels uit personen die in Nederland waren geboren of opgegroeid en hier ook waren geradicaliseerd. Deze netwerken worden ook wel homegrown genoemd. Er is bij autonome netwerken geen sprake van externe of internationale aansturing.

  • Lokale internationaal georiënteerde netwerken zijn jihadistische structuren die aanvankelijk ontstonden rondom rekruteurs uit transnationale netwerken die in Nederland jonge moslims wierven voor de gewelddadige jihad. Hun activiteiten vonden hun oorsprong in transnationale netwerken en richtten zich met name op rekrutering en facilitering voor de gewelddadige jihad” [AIVD 2010:5 - Lokale jihadistische netwerken in Nederland].

Diverse polderjihadisten koesterden de wens om voor de jihad uit te reizen naar een buitenlands strijdgebied, maar slechts een enkeling voegde de daad bij het verlangen. De uitreispogingen die wel werden ondernomen mislukten vaak of strandden voortijdig, door eigen onkunde en door ingrijpen van de AIVD, justitie of autoriteiten in het buitenland. In ieder geval was er geen sprake van een massaal uitreistrend.


“We zijn er nog...”
Na 2010 wist het jihadisme in Nederland deze impasse te doorbreken en in enkele jaren tijd uit te groeien tot een veel omvangrijker fenomeen. Behind Bars/Straat Dawah werd een van de meer succesvolle activistische jihadistische bewegingen in Nederland. De beweging kwam voort uit Team Free Saddik dat begin 2011 werd opgericht door enkele Haagse jihadisten om aandacht te vragen voor het lot van de uit Nederland afkomstige jihadist Saddik Sbaa die sinds november 2010 vast zat in een Marokkaanse cel. Na enkele maanden ontwikkelde het actiecomité zich tot Behind Bars.

Met demonstraties op de stoep van buitenlandse ambassades vroeg Behind Bars vooral aandacht voor moslimgedetineerden wereldwijd, maar voerde in oktober 2011 ook acties tegen het aangekondigde boerkaverbod. Na enige tijd ontstond de nevenorganisatie Straat Dawah die zich richtte op verspreiding van het jihadistische woord onder voorbijgangers op straat.

Naast bekeringsacties werden er lezingen georganiseerd waarbij jihadistische predikers een podium werd geboden en werden er in het Haagse clubhuis speciale jongerenavonden georganiseerd. Op deze avonden kwamen tientallen jongeren af, ook van buiten Den Haag.

Den Haag als jihadcity
De Haagse jihadistische beweging van nu is in zekere zin een voortzetting van de Hofstadgroep. Volgens Edwin Bakker zijn de huidige leiders van de Haagse jihadbeweging de meelopers van toen. “Het zijn jongens die destijds te jong waren om mee te doen. Of die niet zijn opgepakt, omdat ze net niks hadden gedaan. Na de ontmanteling van de Hofstadgroep hebben ze zich gedeisd gehouden en zich georganiseerd. Nu zijn ze terug. Groter en gevaarlijker dan ooit.”


Het toegenomen zelfvertrouwen van de Nederlandse jihadisten bleek ook uit deze openlijke verheerlijking van de moordenaar van Theo van Gogh.
Het hoogtepunt in het bestaan van Behind Bars/Straat Dawah was de demonstratie in september 2012 op het Museumplein in Amsterdam tegen de film Innocence of Muslims [YouTube, 14.10.14 - Ronselaars en Jihadstrijders op het Museumplein]. Er werd met jihadvlaggen gezwaaid en de naam van Osama bin Laden werd luid gescandeerd. Er kwamen vele tientallen radicale moslims en jihadisten vanuit heel Nederland op af. Er was een nieuwe dynamiek in de Nederlandse jihadistische beweging ontstaan. Nederlandse jihadisten traden meer naar buiten, trokken aandacht met provocatieve propaganda, genereerden nieuwe aanwas van de beweging en professionaliseerden de netwerken die het ‘uitreizen’ faciliteren.

Het aantal Nederlandstalige websites waarop de gewelddadige idealen van het jihadisme worden verheerlijkt, nam in de loop van 2013 en 2014 sterk toe. Dat gebeurde ook met het aantal jihadistische profielen, pagina’s en berichten in sociale media. Op Facebook ontstonden polderjihadistische gemeenschappen en deelnemers aan demonstraties hielden contact via mobiele chatprogramma’s.

Shabir Burhani / Maiwand al-Afghani
Een belangrijke figuur binnen jihadistische avant-garde van Nederland is de 21-jarige Leidenaar Maiwand Al-Afghani, een geboren Afghaan. Hij is onder meer de beheerder van enkele YouTube-kanalen: SalafiMediaNL, MilatuIbrahimNL (waarvan de Duitse tak door een rechter is verboden), AnsarulAseerNL en SalafiMediaNL/Nasheeds. In 2011 was hij spreker op het protest tegen het boerkaverbod en in 2012 was hij prominent aanwezig bij het 'Protest ter verdediging van onze geliefde profeet'' (tegen de film Innocence of Muslimsen). Hij onderhield nauwe banden met enkele leden van Straat Dawah, Behind Bars, Sharia4­Holland/Sharia4Belgium. Op internet (onder meer maroc.nl, marokko.nl, forums.ansaar.nl) is hij ijverig als doorgeefluik voor teksten en filmpjes waarin geleerden de jihad in Syrië voor moslims een nastrevenswaardig doel verklaren.

Maiwand studeert bestuurskunde aan de Universiteit Leiden (locatie Den Haag) en beschouwt zichzelf in zijn vrije tijd als ‘jihad propagandist’ nummer één. Via Twitter maakte hij duidelijk dat hij de broers Kouachi – die verantwoordelijk zijn voor de aanslag op Charlie Hebdo - helden vindt die de beloning van Allah verdienen.

  • “May Allah have mercy upon the Muslim brothers who were martyred after defending the honour of the prophet (pbuh). May Allah forgive them” [@maiwandafghani -  January 9, 2015]
  • “The mujahideen who are killed by their enemies are not dead. They are alive with their Lord in paradise where they get their sustenance!” [@maiwandafghani -  January 9, 2015].
  • “The aim of dawah and jihad is not only defeating one taghut or another, no it is complete system and paradigm shift, it is not only liberating one muslim country or another, no rather it is liberating the whole world and making islam dominant upon it and making the word of Allah the highest!” [23.2.15]
Shabir Burhani / Maiwand al-Afghani
Shabir Burhani alias Maiwand al-Afghani demonstreert in september 2012 op het Museumplein in Amsterdam.

Shabir Burhani verspreidt zijn salafistisch gedachtengoed tegenwoordig via zijn eigen site: Shabir, maar keert zich nu wel tegen de ‘uitwassen’ van deze ‘zuivere islam’ [Mediawerkgroep Syrië, 9.3.15].

Tot de strijd in Syrië losbarste beperkte de Nederlandse moslimextremisten zich voornamelijk tot het verspreiden van jihadistische retoriek en symboliek en het aantrekken van nieuwe leden.

De strijd in Syrië en Irak oefent een grote aantrekkingskracht uit op jonge radicale moslims in Nederland. De afgelopen jaren zijn er volgens de AIVD meer dan 150 personen vanuit Nederland naar een strijdgebied afgereisd met de intentie om deel te nemen aan jihadistische activiteiten.

De plotselinge, snelle en omvangrijke toename van jihadgangers heeft inlichtingendiensten, politici en ook veel terrorisme deskundigen verrast. Natuurlijk, de burgeroorlog in Syrië die in maart 2011 losbarste gaf een impuls aan het jihadisme in Nederland. Maar dit alleen kan de explosieve groei van het jihadisme in Nederland niet verklaren. Het is slechts een van de katalysatoren die het jihadisme polderjihadisme heeft versterkt.

Het is vrij gemakkelijk om de jihadistische strijdfronten in Syrië en Irak te bereiken. Nederlandse jihadistische sluiten steeds beter aan bij sleutelfiguren binnen internationaal opererende netwerken. De uitreispogingen worden nu beter voorbereid en uitgevoerd. Voor de uitreis worden er retourtickets gekocht om een vakantie of zakenreis te fingeren, er worden reisdocumenten aangeschaft die bij internationale autoriteiten niet bekend zijn, sluiproutes worden nauwkeurig uitgestippeld, en er zijn internationale contacten beschikbaar die de aspirant strijders op weg helpen naar de fronten van de islamitische heilstaat. Zowel uitreizende als terugkerende jihadisten maken onder andere gebruik van een Spaanse netwerk van mensensmokkelaars dat hen van valse persoonsdocumenten voorziet. Die valse papieren zijn vooral een uitkomst voor terugkerende strijders uit Syrië en Irak tegen wie in Europa een opsporings- en arrestatiebevel loopt [El País, 6.2.15].

Islamitische Staat publiceerde een reisgids voor aspirant jihadisten en potentiële rekruten waarin adviezen worden gegeven hoe men het beste Syrië kan bereikten, wat je moet inpakken en hoe je omgaat met de Turkse grenscontrole. In de 50 pagina’s lange brochure Hijrah to the Islamic State, staan gender-specifieke reisopties voor potentiële rekruten en aanbevelingen voor geschikte kleding [Guardian, 25.2.15]. Uitreizigers wordt aangeraden om niemand, zelfs geen familieleden te laten weten dat ze naar Syrië vertrekken. Om niet verdacht te lijken koop je een retourkaartje voor een indirect vakantieland zoals Spanje of Griekenland. Van daaruit koop je een kaartje naar Turkije en leg je een Twitter-contact met iemand in Syrië.

Index


Omar Yilmaz: Half of Jihad is Media Weg
Omar Yilmaz
Omar Yilmaz
De eerste Nederlander met een militaire opleiding die als jihadist in Syrië ging vechten was Omar Yilmaz alias ’Chchclear’. In 2009/2010 diende hij bij de landmacht. Hij volgde de Algemene Militaire Opleiding (AMO) en daarna kort een tweetal vervolgopleidingen die voortijdig werden afgebroken. Volgens Minister van Defensie is hij echter nooit bij een operationeel onderdeel werkzaam geweest [Defensie weblog, 13.12.13]. Hij bracht het nooit verder dan soldaat der Tweede Klasse bij de Koninklijke Landmacht.

In 2012 reisde Yilmaz naar Syrië om te vechten tegen het regime van president Assad. Hij geeft schietlessen aan jihadstrijders maakt gebruik van diverse sociale media om zijn visie en boodschap te verspreiden. In de zomer van 2013 doken voor het eerst Instagram foto’s op van een man die het uniform van het Nederlandse leger droeg en samen met de islamistische rebellen vocht tegen het Syrische leger.

Half  of Jihad is Media
“Half of Jihad is Media”
Yilmaz zet een foto op Tumblr van de wapens die hij in Syrië gebruikt: zijn mes, zijn pistool en zijn mobieltje met zijn Instagram account.
Yilmaz is zeer actief op de sociale media. Onder de schuilnaam Chechclear plaatste Yilmaz bijna 300 foto’s op Instagram waarbij hij zijn strijdervaringen documenteerde. Hij filmde en fotografeerde zijn dagelijks leven in het noorden van Syrië, de gevechten met opstandelingen die verbonden zijn aan Al-Qaida en zijn verwondingen toe hij door een scherpschutter in de hand werd geraakt [Nieuwsuur, 26.1.14]. Hoewel zijn Instagram account inmiddels in opgeheven, zijn de foto’s nog te zien op Chechclear.tumblr.com en News.Mic, 25.11.13. Daarnaast reageerde hij op vragen van fans en critici op Ask.fm (inmiddels ook opgeheven).

Een ander interview met Yilmaz werd uitgezonden door Nieuwsuur, 26.1.14. Hij verklaart daarin waarom hij tegen het regime van president Assad vecht.

Later liet Yilmaz zich ook nog interviewen door Amerikaanse zender CBS.

Moeder haalt jihadbruid terug uit IS-gebied
Op 26 januari 2014 keek de 19-jarige Aïcha uit Maastricht naar de uitzending van Nieuwsuur met het interview met Yilmaz. Zij was in enkele maanden bekeerd en geradicaliseerd en na een religieuze speurtocht op het internet. Zij begon een niqaab te dragen en veranderde haar naam van Sterlina in Aïcha. De Turks-Nederlandse jihadstrijder Yilmaz fascineerde haar — zij zag hem als een soort Robin Hood. Via internet zocht zij contact met Yilmaz en weken achtereen communiceerden zij met elkaar. Zij werd verliefd op Yilmaz en besloot zich bij hem aan te sluiten [Eenvandaag, 17.9.14].

Aïcha  bij haar terugkeer in  Nederland
Aïcha bij haar terugkeer in Nederland.
In haar omgeving werd alarm geslagen. Aicha komt op terroristenlijst van de AIVD te staan daardoor neemt de gemeente haar een paspoort in. Door inschakeling van een advocaat slaagt zij er echter wel in binnen een week een identiteitskaart te bemachtigen.

In februari 2014 vertrok zij met de trein naar Turkije en van daaruit naar Syrië. Daar trouwde zij met Yilmaz, maar het huwelijk hield maar korte tijd stand. Daarna reisde zij met een Tunesische broeder naar Raqqa, de hoofdstad van het door Islamitische Staat uitgeroepen kalifaat in Syrië. Aïcha kreeg heimwee en liet haar moeder weten dat ze naar huis wilde, maar hiervoor hulp nodig had.

Haar moeder Monique bewoog hemel en aarde om haar dochter terug te krijgen. Ten einde raad reisde zij zelf, gesluierd en al, naar Raqqa om Aïcha uit de greep van terroristen van de Islamitische Staat te redden. Tegen het advies van de politie in Maastricht spoorde ze haar dochter op en haalde haar terug uit Raqqa. Op hun vlucht strandden zij in Turkije, omdat Aicha zonder paspoort reisde [1Limburg, 18.11.14; Nieuwsuur, 18.11.14].

Op 19 november keerde Aïcha terug in Nederland, waar zij werd aangehouden op verdenking van strafbare feiten die te maken hebben met terroristische activiteiten en misdaden tegen de staat. Aïcha werd in alle beperkingen gesteld en mocht dus geen contact hebben met de buitenwereld, behalve met haar advocaat. Inmiddels is vrij om te gaan en staan waar ze wil, maar zijn door het Openbaar Ministerie aan haar invrijheidstelling wel (niet nader benoemde) persoonlijke voorwaarden verbonden. In mei 2015 seponeerde het Openbaar Ministerie de mogelijke aanklacht wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Index


De Spookstad: Oh oh Aleppo
Op woensdag 25 juni 2014 wordt een door Nederlandse jihadisten vervaardigde propagandafilm op YouTube gezet: Oh oh Aleppo, De Spookstad. Het is een reportage door en over de Nederlandse moejahedien tijdens hun territoriumbewaking in de verlaten stad Aleppo. De Haagse makers noemen zichzelf ‘strijdende journalisten’. Zij willen aan hun achterban tonen dat ze echte jihadisten zijn en geen “onervaren jongens” die niet kunnen functioneren in een oorlogsgebied.

De video werd verspreid via Twitter, Facebook en Nederlandse jihadsites, zoals De Ware Religie, Shaam al-Ghareeba en Shaam al-Malaahim. Nederlandse jongeren worden via deze sites geronseld voor de islamitische terreurgroepen in Syrië en Irak.

Abdelkarim el A.
Abdelkarim el A. alias Mujahiri Sháám,
strijder voor de aan Al Qaida gelieerde terreurbeweging Jabhat al-Nusra,
roept op tot een sterke, stevige daad
tegen de Nederlandse overheid.
Nadat in september 2014 bij de bombardementen in Syrië drie Nederlandse jihadisten werden gedood, werd door een van de uitreizigers, de Nederlandse Marokkaan Abdelkarim el A. alias Muhajiri Sháám alias Abu Mohammed een oproep gedaan om in actie te komen tegen de Nederlandse regering. “Sta op en doe wat. Onderneem iets. Sta jullie broeders bij, met hulp met steun. En desnoods sta je op en verricht je een sterke, stevige daad tegen de Nederlandse overheid. Want de Nederlandse overheid is ook een overheid die steun geeft aan Amerika” [VK, 24.9.14; RTL Nieuws, 23.9.14].

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding & Veiligheid Dick Schoof concludeerde dat dit een openlijke oproep was tot het plegen van aanslagen in Nederland [Nieuwsuur, 23.9.14].

Abdelkarim el A. is de maker van de Aleppo-documentaire over de strijd in Syrië. In een radiointerview met Jeroen Kostense van Reporter Radio ontkende hij dat Nederlandse jihadisten de intentie hebben om in Nederland aanslagen te plegen.

Dat er al veertien Nederlandse Syriëgangers zijn gedood vervult hem met jaloezie:

Het advies van de Syriëgangers aan de Nederlandse overheid is duidelijk:

De video eindigt met de mededeling: “Nooit meer terugkomen, dat is de oplossing! Ga eens in gesprek met hen.”

Schuil nu ’t nog kan
Op 3 oktober 2014 verstuurt Muhajiri Sháám via Twitter een aantal berichten waarin hij PVV-leider Geert Wilders bedreigt. Hij wenst dat er een einde komt aan de “nationalistische volkswolf en misdadiger Wilders” en dat hij in handen valt van de mujahideen. “Eens kijken of hij zich dan nog op zulke grove manieren durft uit te laten over de Profeet. Schuil nu t nog kan achter je vrijheid” [Telegraaf, 3.10.14].

In Nederland loopt al een strafrechtelijk onderzoek tegen Abdelkarim el A. die ook de Marokkaanse nationaliteit heeft. Zijn Nederlandse paspoort werd eind september 2014 ingetrokken, hij is uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie en zijn financiële tegoeden zijn bevroren.

Broederliefde
Abdelkarim el A. (28) is het oudste kind van een alleenstaande Marokkaanse moeder uit Arnhem. Zijn twee jongere broers Mohamed (27) en Morat (17) probeerden hem in oktober 2013 achterna te reizen met een vriend, Hakim B. (22). Dit werd door de politie verhinderd: van Murat werd het paspoort ingenomen en Mohamed en Hakim ze werden onderweg door de Duitse politie aangehouden [ --> zie verder].

De familie El A. woont in de Persikhaaf, een buurt van rijen lage arbeiderswoningen, gescheiden door smalle looppaden. “De meeste jongeren in deze buurt staan niet afwijzend tegenover de Arnhemmers die afreizen naar Syrië” [NRC, 6.12.14].

Index


Nederlandse Mujehadeen in Syrië: De Banier
In 2013 publiceerden de Nederlandse Mujehadeen in Syrië een digitaal manifest onder de naam De Banier waarin zij hun doelstellingen en motieven verduidelijken. Het werd eerst gepubliceerd op de overleden site: dewarereligie.nl, en daarna heruitgegeven op Alminara - Nederlandse Mujahideen in Syrië.

Het 150 pagina’s tellende manifest is een lange tirade tegen het kapitalisme en een pleidooi voor de invoering van de islamitische wetgeving in de hele wereld. Zowel het gebrek aan historisch besef en analytische nuances als de archaïsche aspiraties en kronkelgedachten van de schrijvers klinkt in bijna elke regel door. Het wordt samengevat in deze stijlbloem:

Ondanks het krakkemikkige Nederlands, de opgeblazen machostijl, pseudo geleerdheid, en het gebruik van misplaatste en onbegrepen metaforen en uitdrukkingen is de boodschap duidelijk:

Al-Qaida wordt geprezen als een “uitermate intelligente organisatie die strijdlust, ideologie, geloofsleer en strategie doeltreffend combineren. Zij zijn de enigen die de huidige tirannieke status quo van het westen trotseren” [p.97]. Alle moslims worden opgeroepen om deel te nemen aan de heilige oorlog en om aanslagen te plegen op westerse doelen.

Op weg naar de Middeleeuwen
Voorwaarts naar de Middeleeuwen

Index


Mourad Massali alias Abu Baseer is bij Allah
De jonge moslims die vanuit Nederland naar Syrië en Irak afreizen om daar te vechten voor de Islamitsche Staat hebben meestal geen militaire opleiding of achtergrond en spreken in veel gevallen geen Arabisch. Ongeoefend als ze zijn worden ze met roestige kalasjnikovs ingezet als kanonnenvlees [NOS, 20.3.13].

In maart 2013 werd de Delftse polderjihadi Mourad Massali (21) gedood in Syrië. Hij was de eerste Nederlandse jihadstrijder die in Syrië sneuvelde [VK, 20.3.13].

De tekst “Door kogels doorboord, In bloed gedoopt, Zoals ik had gehoopt”, is ontleend aan het afscheidsgedicht dat Mohammed Bouyeri tijdens de moord op Theo van Gogh bij zich droeg. Een paar minuten voor zijn dood vroeg zijn broer Choukri hem of hij bang was. Mourad antwoordde: “Waarom zou ik bang zijn als ik straks in het Paradijs ben?”
[Klik om te vergroten]

Toen hij nog in Nederland was en op straat werd geïnterviewd zei Mourad: “Je krijgt niks van mij te horen” [Delftse Jihadstrijder gefilmd]. Eind 2012 vertrok hij samen met zijn oudere broer Choukri (26) naar Syrië om zich aan te sluiten bij Jabhat al-Nusra, een strijdgroep van Al-Qaida. Daar belde hij zijn vrienden op om te vertellen hoe geweldig de jihad is en spoort ze aan om de stap naar de gewelddadige jihad te maken. Een maand later geeft de rest van de vriendengroep gevolg aan zijn oproep.

Volgens zijn strijdmakker Abu Jandal had broeder Moerad in Nederland alles wat hij maar kon wensen als jongeman: “hij had een goede diploma op zak, was al getrouwd op zijn twintigste, had een goed inkomen, een eigen huis, en zelfs een ongeboren kind. Hij was gelukkig en kwam niets te kort. Maar toch koos hij ervoor om zijn leven op te offeren voor de Zaak van Allah” [Alminera, 12.9.13].

Abu Jandal alias Abu Fidaa (26) werd begin november 2013 zwaar gewond bij gevechten en overleed eind november aan zijn verwondingen. Jandal is mede-auteur van het boek De Banier over de Nederlandse jihadstrijders. Janny Groen interviewde hem in De Volkskrant [VK, 15.6.13].
[Klik om te vergroten]
In Almanara schreef zijn jongere broer ‘Abu Aicha’ een uitgebreid eerbetoon voor Abu Jandal die zijn ‘pad naar het paradijs’ gevonden had. Hij vertelt daarin hoe zijn broer aan zijn eind was gekomen en dat zijn familie ‘het martelaarschap’ van Abu Jandal als een groot cadeau beschouwt. De dag na het overlijden van Abu Jandal sprak Abu Aicha met zijn vader. Die zei tegen hem: “Mijn zoon, het is nu aan jou om de Shahadah [geloofsgetuigenis] te krijgen. Moge Allah jou het Martelaarschap schenken mijn zoon.”

Mourad groeide op in de Gilliswijk, een Delftse achterstandswijk die door de bewoners ook wel de Gazastrook van Delft wordt genoemd. Samen met andere jongeren van Marokkaanse komaf hing Mourad rond in de Paradijspoort, een Delftse winkelstraat. Ze werden de Paradijspoortjongens genoemd. Van die groep hangjongeren vertrokken er ruim tien naar Syrië. Daartoe behoorde ook Mourad’s broer Choukri Massali, Soufian El Fassi en Abu Jandal (alias Abu Fidaa). Alle vier sneuvelden zij op zoek naar een beter paradijs. Eerst Mourad, dan Soufian, Choukri en Abu Jandal.

Tweederangsburgers
De Gilleswijk is een onderdeel van Buitenhof in het westen van Delft. Het is een typische migrantenwijk met 73% allochtone bewoners waarvan 13,1% Turks, 9,3% Marokkaans, 7,6% Irakees, 7,0% Surinaams, 6,7% Antilliaans en 5,6% Somalisch. In de Gilliswijk is één op de vijf bewoners werkloos. Er is aanzienlijk meer schooluitval en criminaliteit dan in de rest van Delft. Veel buurtbewoners voelen zich er niet veilig, vooral door de overlastgevende jongerengroep en de omvangrijke drugshandel. De gemeente pakte de overlast in de Gilleswijk onder meer aan met extra politietoezicht, extra snoeiwerk en straatverlichting en een deurbeleid bij jongerencentrum The Culture.

De politie begint steeds harder op te treden tegen de losgeslagen jongeren van de Gilleswijk: iedere overtreding, hoe klein ook resulteert in een boete; jongeren worden zeer regelmatig naar hun identiteitsbewijs gevraagd en bij overlastmeldingen moeten ze verplicht uit elkaar. Het maakte de jongeren alleen maar bozer [DefectSysteem; Straatwijsheid; Je kan niet tippen aan dit..].

De jongeren voelen zich buitengesloten omdat er voor hen geen stageplekken zijn, ze geweigerd worden bij het uitgaan en afgewezen worden voor bijbaantjes. De lokale rapgroep vat het gevoel van onvrede samen: “Fuck dit land, ik voel mij niet thuis” [NRC, 7.7.14].

Soufian El Fassi (20) en Massali waren in Nederland al vrienden, bezochten samen de Al-Oibla-moskee en speelden bij dezelfde voetbalvereniging. Volgens de voorzitter van voetbalvereniging Delfia, Ruud Zanten, was Elfassi “een keurige, prettige jongen, een voorbeeld voor de club en zijn team”. In december 2012 vertrok hij naar Egypte, waar hij een studie zou volgen aan de universiteit, maar arriveerde rond 28 januari 2013 in Syrië. Daar verenigde hij zich met zijn vrienden. Uit de verslagen die zij op radicale sites publiceren blijkt dat de vrienden zich in Syrië uiterst gewelddadig gedragen. Zo wordt een gevangen soldaat zonder pardon gedood, omdat deze in hun ogen ‘een enkeltje naar de hel’ verdiende.

Choukri Massali alias Abu Walae / Abu Al-Baraa (26) werd op 28 juli 2013 gedood door soldaten van Syrische regime. Ook voor hem verscheen in de website van de Nederlandse Mujahideen in Syrië, Alminara een nagedachtenis. Daarin wordt met grote bewondering melding gemaakt van een incident waarbij de jihadisten een aantal soldaten van Bashar al Assad gevangen hadden genomen. Choukri gaf één van de soldaten cynisch een slokje frisdrank en zei lachend tegen de broeders: “Ze weten nog niet dat ze zo een enkeltje naar de hel krijgen.”. En “met zijn prachtige gevoel voor humor” zei hij dan tegen een broeder: “Zet je wapen op de automatische stand en schiet deze gast dood.”
In het koningrijk van de jihadistische barbarij grijpt de hopman van Delftse straatschoffies zijn kans om te demonstreren hoe hardvochtig en laaghartig hij is. Zijn jihadistische vrienden waarderen hem daarom en vinden dat ’grappig’.
De dood van Choukri en zijn jongere broer Mourad wordt beschouwd als een enorme eer voor hun familie. “Het zou al een eer zijn geweest als zij slecht één van hun zonen zouden opofferen voor Allah, maar twee zonen is heel bijzonder. Moge dit een grote bron van vreugde en gunsten voor hun zijn.” De jihadistische doodscultus wordt ten top gedreven: ouders moeten blij en dankbaar zijn omdat zij twee zoons verloren hebben. “Indien de ouders in Nederland van hun kinderen houden, dan zouden ze niet tussen hen en het Paradijs in moeten staan. Sterker nog, in een ideale wereld zouden de ouders eigenlijk het goede voorbeeld moeten geven aan hun kinderen, en de vaders als eerste naar Syrië moeten reizen.” De broers zijn als ‘martelaren’ gestorven, herenigd in het paradijs en gezegend met de zeven gunsten van Allah. Wie zou daarom durven treuren?

Op weg naar het beloofde land
De Delftse vriendengroep radicaliseert in eerste instantie vooral onder invloed van Choukri. Hij is de spil van een sterk ideologisch gedraven en radicale kern met daaromheen een kleine aanhang van makkelijk beïnvloedbare jongens. Sinds het overlijden van zijn vader stortte Choukri zich volledig op zijn geloof. “De vriendengroep kijkt tegen hem op, al was het maar omdat hij de oudste is, goedgebekt is en het meeste van de islam weet” [NRC, 7.7.14].

Aanvankelijk bezoekt de groep de Marokkaanse Al Ansaar-moskee in Delft. Daar zonderen ze zich na het gebed af om in een klein groepje naar Choukri te luisteren. De moskee waarschuwt de jongeren dat ze zich niet mogen afzonderen. Dan vertrekken ze naar de Turkse Sultan Ahmet-moskee in Delft, waar hetzelfde gebeurt. Vier jongens worden uit de moskee gezet omdat ze te radicaal zijn en daarvan wordt in 2012 melding gedaan bij de politie die dit doorgeeft aan de gemeente Delft.

Vervolgens trekt de vriendengroep naar de Al Qibla-moskee in Zoetermeer, waar ook andere radicale moslimgroepen (zoals Straatdawa en Behind Bars) hun toevlucht zoeken. Daar komen ze in aanraking met de radicale prediker Talbi, die hen aanmoedigt op jihadreis te gaan naar het beloofde land van de Islamitische Staat.

Burgemeester weet van niets
Het feit dat zoveel jongeren uit een Delftse buurt vatbaar waren voor de lokroep van de jihad en waren afgereisd naar Syrië, was voor de lokale autoriteiten een klap in het gezicht. De burgemeester van Delft, Bas Verkerk, was ‘volkomen verrast’ dat moslimjongeren uit Delft in Syrië zaten. Hij had geen idee wie de jongens waren en hoe groot de groep was. Meer informatie had hij van bewoners uit de buurt niet verkregen. “Bewoners uit de wijk voelen kennelijk geen vertrouwen om die informatie met ons te delen” [De Groene, 19.6.15].

De burgemeester vergat er bij te zeggen dat hij al een jaar eerder door het Delftse raadslid Abdel Maanaoui (PvdA) was gewaarschuwd dat moslimjongeren uit Buitenwijk zich buitengesloten voelen door stigmatisering en werkloosheid en dat er verdere radicalisering dreigde plaats te vinden. Ook vergat hij dat de Turkse Sultan Ahmet-moskee waar Choukri en zijn groep kwamen de politie had gebeld om ze in te lichten over dit extremistische clubje.

Index


Eerste Syriëgangers veroordeeld
Eind oktober 2013 werden Omar H. en Mohammed G. veroordeeld voor het voorbereiden van hun deelname aan de internationale jihad in Syrië. De Rotterdamse rechtbank veroordeelde hen voor het voorbereiden van ernstige misdrijven: het plegen van moord en het teweeg brengen van ontploffingen. De rechtbank beschouwde hun voorbereidingshandelingen in een terroristisch perspectief. Daarmee werd voor het eerst bepaald dat het voorbereiden van deelname aan de jihad in Syrië een strafbaar feit is.

Mohammed G. werd veroordeeld tot een jaar opname in een psychiatrisch ziekenhuis omdat hij volgens de rechters ontoerekeningsvatbaar is vanwege een chronische psychotische stoornis. De Amsterdammer Omar H. [22] die kreeg een jaar cel waarvan vier maanden voorwaardelijk. Hij was in het voorjaar van 2012 opgepakt. De politie vond bij hem thuis tien meter ontstekingslont, een kilo aluminiumpoeder, een gasbusje en tien dvd’s met 151 jihadistische films.


Mohammed G. en Omar H.
tijdens de rechtszitting in Rotterdam.

Omar H. in gevechtstenue.
In hoger beroep werd Omar H. op 27 januari 2015 echter bij verstek veroordeeld tot 1,5 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf [NRC, 27.1.15]. Maar toen was zijn hechtenis al opgeheven omdat hij zijn straf had uitgezeten. Hoewel hij door veiligheidsdiensten in de gaten werd gehouden, wist Omar H. aan hun toezicht te ontsnappen. Ook al was zijn paspoort ingenomen en waren zijn tegoeden bevroren. Op basis van anonieme bronnen meldde het Algemeen Dagblad dat hij naar Irak was vertrokken en zich in Fallujah had aangesloten bij IS [AD, 3.2.15; NRC, 3.2.15; VK, 3.2.15].

Hoewel zijn paspoort was afgepakt en zijn bankrekening was geblokkeerd slaagde Omar H. er toch in naar Irak te vertrekken. Volgens Janny Groen werd het geld daarvoor voor hem in Amsterdam-Oost ingezameld [VK, 3.2.15].

Index


De grote vreugde van Abou Moussa
Abou Moussa
Op 24 juli 2014 spreekt Moussa tijdens een pro-IS manifestatie in de Haagse Schilderswijk. De meeste bezoekers hebben doeken om hun gezicht gebonden om onherkenbaar te blijven. Er wordt met jihadvlaggen gezwaaid en er worden antisemitische leuzen geroepen. De politie grijpt niet in, maar aan de hand van camerabeelden stelde het Openbaar Ministerie wel een onderzoek in.
Op 28 augustus 2014 werd in Duitsland Azzedine Choukoud alias Abou Moussa (32) samen met zijn 24-jarige vrouw Imane B. gearresteerd op verdenking van het ronselen van jongeren voor de jihad. Zij worden ook verdacht van opruiing en haatzaaien via diverse sociale media en nieuwssites. Moussa werd in juli 2004 bekend door zijn optreden als een van de sprekers tijdens een pro-IS-demonstratie in de Haagse Schilderswijk. De boodschap was duidelijk: “Leve ISIS op naar Bagdad” en uiteraard werden er anti-joodse leuzen geroepen. Op YouTube feliciteerde hij de helden van de ummah met de oprichting van het kalifaat. Eind juni trad hij op als IS-sympathisant in het televisieprogramma Nieuwsuur. Hij ontkent mensen te ronselen voor de jihad in Syrië en Irak. Jihadstrijders hoeven volgens hem niet geronseld te worden.

Azzedine Choukoud manifesteerde zich als leider van de groep bij straatprotesten, op jihadistische websites en via youtube kanalen. Hij zou trainingen in de Belgische Ardennen hebben georganiseerd en zes mensen hebben overgehaald om naar Syrië te gaan.

Azzedine Choukoud (18)
Als Azzedine de bal kreeg, dan gebeurde er iets moois. Een beenblessure maakte een eind aan een veelbelovende carrière als beroepsvoetballer. Vroeger waren ADO en Ajax in hem geïnteresseerd, nu vooral de AIVD en het Openbaar Ministerie.
Azzedine was ooit een talentvolle voetballer die in de belangstelling stond van ADO Den Haag en Ajax. Hij koos voor een opleiding tot gymleraar aan het CIOS in Haarlem. In de roerige maanden rond de moord op Theo van Gogh raakte hij in de ban van de stoutmoedigheid van de Hofstadgroep. Hij begint zich in de radicale islam te verdiepen en volgt de rechtszaken tegen de leden van de Hofstadgroep op de voet. Vrijwel alle zittingsdagen in de rechtszaak zit hij op de tribune.

Na een lange reis naar Marokko kwam de voorheen zeer modern geklede Azzedine terug met een een baard en een djebella. Azzedine verhuist naar de Schilderswijk, waar hij veel minder opvalt en waar hij gelijkgestemden ontmoet. Hij neemt de naam ‘Abou Moussa’ aan en begint tieners in de wijk te overtuigen van zijn ware geloof en hen te stimuleren tot de jihad.

De Haagse jihadisten vonden in een bedrijfspand aan de Meppelweg 440 thuis waar ze vrijuit hun interpretatie van hun geloof konden beleven. Abou Moussa was de informele leider van de groep; binnen de groep had hij de onofficiële titel van ‘emir’ (leider) omdat hij beschouwd werd als degene met de meeste islamitische kennis. Op flyers voor lezingen die werden gehouden in het pand aan de Meppelweg werd Abou Moussa vaak aangekondigd als de belangrijkste spreker.

Op de mede door Azzedine geredigeerde —maar inmiddels verwijderde— Facebook pagina van Shaam al-Ghareeba werd opgeroepen om op 20 juni 2014 na het vrijdagmiddaggebed in de moskee te demonstreren bij de ambassade van Irak in Den Haag. Het zou een ‘dag van mondiale steun’ voor ISIS worden. Met enige vertraging kreeg Den Haag op 4 juli 2014 in de Schilderswijk alsnog zijn pro-ISIS betoging. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst ter ondersteuning van “moslimgevangenen”, tot wie ook Mohammed Bouyeri (“Abu Zubair”), de moordenaar van Theo van Gogh, werd gerekend.

Een deel van de deelnemers had zich onherkenbaar gemaakt. Sommigen liepen rond in een outfit, die je eerder zou verwachten in Raqqah, het Syrische bolwerk van het door ISIS uitgeroepen kalifaat. In een verslag van Omroep West hoor je rond minuut 2:53 en tegen het einde de antisemitische slogan “Khaybar, Khaybar ya Yahud, jaish Mohammed saya’ud” (Joden herinner je Khaybar, het leger van Mohammed is weer daar).

Een broederlijk advies
Azzedine C. zette in december 2013 de volgende boodschap online: “Mijn broederlijke advies aan de reizigers is om geen bewijzen bij je te hebben, of te praten via internet over waar je naar toe gaat of bij wie jij je gaat aansluiten. Als je opgepakt wordt, praat je niet totdat zij de aanklacht hebben voorgelezen en jij eerst met je advocaat hebt gesproken!...Wees dus slimmer dan deze dieren! En... nog een prettige reis bij het uitreizen naar Syrië.” Tijdens zijn proces verklaarde Azzedine dat dit niet gezien kan worden als een aanmoediging — het was slechts een ‘juridisch advies’ [VK, 28.9.15].

“Geen jihad in onze straat”
Geen jihad in onze straat
Op zondag 10 augustus 2014 demonstreerde in de Haagse Schilderswijk een bonte verzameling van anti-extremisten tegen de jihadisten. Onder de leuze “Geen jihad in onze straat” en “Wij zijn Nederland” werd geprotesteerd tegen de mini-islamitische staat in de Schilderswijk [YouTube, 13.8.14]. Deze ‘Mars van de Vrijheid’ was georganiseerd door Pro Patria [Trouw, 21.8.14].

Jihadistische tegendemonstranten riepen ‘Allah is groot’ en gooiden met stenen naar de politie. De politie moest tussenbeide komen om pro- en anti-ISIS-demonstranten uit elkaar te houden [Omroep West, 10.8.14].

Abou Moussa was niet de enige jihadist die jongeren ronselde voor de gewapende strijd voor het kalifaat. De politie vermoedde dat ook Murat Öfkeli alias Aboe Jarah alias Ibrahiem de Turk in Den Haag jongeren ronselde voor de strijd in Syrië en Irak. Tegen Murat werden diverse aangiftes gedaan door ouders die hem beschuldigde hun kinderen te hebben geronseld voor de jihad. Hij werd daarvan echter telkens vrijgesproken. Murat is inmiddels zelf omgekomen in Syrië.

Murat werd in 1970 geboren in een dorpje aan de grens van Turkije met Syrië en woonde sinds 1977 samen met zijn ouders in de Haagse Schilderwijk. Hij ging in Eindhoven wonen nadat hij het ouderlijk huis verliet en bezocht daar de radicale moskee Al-Fourqaan. Hij volgde diverse islamitische lessen en raakte in contact met de spirituele leidsman van de Hofstadgroep, de Syriër Radwan al-Issa.

Index


Zelfmoordterrorist Lofti S.

Lofti S. spreekt pro-IS demonstranten toe in de Haagse Schilderswijk.
Lofti S. [32], alias Abou Hanief is een Amsterdamse jihadist die actief was binnen de bekeerlingenorganisatie Straat Dawah en Behind Bars. Hij werd bekend als spreker op de geruchtmakense pro-ISIS demonstratie in de Haagse Schilderswijk. Lofti schreeuwde daar dat de “vuile Joden uit de riolen” dood moesten: Itbah al-Yahud (Arabisch voor: slacht de Joden af).

Een paar weken na de demonstratie werd hij samen met Azzedine Choukoud (aka Abu Moussa) door de politie aangehouden, maar na een kort verhoor weer vrijgelaten. Het Openbaar Ministerie verdacht de twee van het aanzetten tot geweld tegen een bevolkingsgroep en groepsbelediging.

Daarna reisde Lofti samen met een aantal andere Amsterdamse jihadisten af naar Irak, waar hij hoofd montage werd van de media-afdeling van IS in de provincie Fallujah. Daar pleegde hij op 4 januari 2015 een zelfmoordaanslag met een vrachtauto. In zijn op You Tube aangekondigde videotestament zal te zien zijn dat Lofti zeer vrolijk zijn laatste vrachtwagen instapt voor z’n zelfmoord martelaars-operatie.

Sultan Berzel
Lofti was waarschijnlijk de vierde Nederlander die in Irak een zelfmoordaanslag pleegde. In 2013 vonden twee aanslagen plaats. Een deed dat in Irak met een rugzak op een burgerdoel. De ander pleegde een zelfmoordaanslag met een autobom in Syrië [AIVD, 23.4.14; AD, 24.4.14].

Op 12 november 2014 blies de 19-jarige Sultan Berzel uit Maastricht zichzelf op bij het politiehoofdkwartier in Bagdad. Daarbij vielen 23 doden en raakten tientallen mensen gewond. Berzel was bekend als Abu Abdullah al-Hollandi. “Hij is vermoedelijk de grootste massamoordenaar die Nederland kent” [Officier van justitie Bart Den Hartigh, in: VN, 18.2.15].

In december dook van hem dook op YouTube een videotestament op. Daarin zegt hij dat Allah afstand neemt van “alle moslims die leven en eten en drinken tussen de ongelovigen”, maar dat hij het IS-kalifaat en martelaarsoperaties steunt. Zijn broeder roeps hij op zijn voorbeeld te volgen: “Haast je voor deze daad.”

Video eindigt met de boodschap dat Abu Abdullah al-Hollandi zich gemengd heeft tussen de vijand. “Hij bewoog zich naar een hoofdbureau van de politie in Bagdad, waar een groep van de militaire eenheid zich bevond. Na het roepen van takbir (Allah is groot, red.) drukte hij op de knop van zijn bomvest, explodeerde met als resultaat dat de vijand uit elkaar was gespat”

De vader van Sultan, Abdelsamed Berzel, heeft het videotestament van zijn zoon bekeken, samen met zijn vrouw. Zijn berustende reactie was: “Wat moet ik zeggen? Mijn zoon heeft al gesproken. Dank Allah, mijn zoon is nu in het paradijs”. Tegen de Volkskrant zei hij zeker te weten dat zijn zoon “een van de groene vogels in het paradijs is” [VK, 31.12.14].

Zijn vader beschreef Sultan als een vrome jongen. “Hij vastte om de dag en was altijd te vinden op zijn kamer. Daar bestudeerde hij het islamitische geloof en las uit de Koran. Hij ging van zijn kamer naar de badkamer om zich te wassen voor het gebed om weer terug te lopen naar zijn kamer om het gebed te verrichten. Zijn geloof stond centraal.” Hij zag dat zijn zoon in de herfst van 2013 opeens een djebella ging dragen en probeerde een baard te laten groeien. Hij merkte ook dat hij zijn slaapkamer omtoverde tot gebedsruimte en wist dat zijn regelmatig de El Fath Moskee bezocht aan de andere kant van de Maas. Maar hij had de jihadisering van zijn zoon niet zien aankomen en zijn vertrek naar Syrië kwam onverwacht. Toen Sultan plotseling was verdwenen liet hij afscheidsbriefje achter onder een van de tapijten op zijn slaapkamer. “Als jullie dit briefje hebben gelezen, zit ik in Syrië. Maak jullie geen zorgen om mij. God zorgt voor mij” [Trouw, 243.1.15]. Zijn vader verklaarde: “Ik zou hem nooit, nooit hebben laten gaan. Als ik het had geweten, had ik met hem gesproken, de politie ingeschakeld, de kinderbescherming, hem geslagen. Ik zou er alles aan hebben gedaan om hem hier te houden” [1Limburg, 24.11.14].

 

Sultan Berzel was in september 2014, samen met zijn 19-jarige Iraaks-Koerdische vriend Rezkan, afgereisd naar Syrië. Rezkan raakte op 19 december zwaar gewond bij de strijd om een militaire vliegbasis bij de stad Deir al-Zour, en zou korte tijd later in het ziekenhuis zijn overleden.

Berzel en Rezkan komen beide uit de wijk Wittevrouwenveld in het oosten van de stad Maastricht, waarvandaan zes tot acht jongeren naar Syrië zijn vertrokken. [1Limburg, 19.11.14]. Een van hen was de 19-jarige Aïcha, die begin 2014 afreisde om met de Turks-Nederlandse strijder Yilmaz te trouwen.

Abu Souhayb                  
Rudolph Holierhoek De bekeerling Rudolph Holierhoek alias Abu Souhayb alias Abu Saied behoort tot de harde kern van de ISIS-gezinde jihadisten in de Haagse Schilderswijk. Samen met Azzeddine Choukoud (Abou Moussa) en Lofti S. (Abou Hanief) was hij een van de drijvende krachten achter de website De Ware Religie.

Rudolph was voor het eerst te zien in de reportage van Johan Eikelboom, Moslims op Urk die op 12 april 2012 werd uitgezonden door de EO. Daarin maakt hij duidelijk volledig vervreemd zijn van de Nederlandse samenleving en dat hij zich absoluut niets te maken wil hebben met democratie en vrijheidsrechten.

Rudolph studeert theologie aan Islamitische Universiteit Rotterdam en doet daarnaast een hbo-studie geestelijk werk. Hij woont samen met zijn volledig gesluierde vrouw Vera, eveneens een bekeerlinge, en hun zoontje SaIed.

Rudolph wordt op 22 maart 2013 tot 2,5 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het doodschudden van zijn bijna 4 maanden oude baby. “Verdachte heeft zijn dochtertje zodanig geschud dat zij ernstig hersenletsel heeft opgelopen, ten gevolge waarvan zij is overleden (Shaken baby). Verdachte heeft op geen enkele wijze verantwoording genomen voor hetgeen hij heeft aangericht” [Rechtspraak, 22.4.13].

Index


Op vakantie en broederliefde
Op verzoek van Nederland werden in oktober 2013 twee Arnhemmers opgepakt door de Duitse politie in Kleve. Mohamed el A. (27) en zijn vriend Hakim B. (22) waren onderweg naar Syrië. In hun twee huurautos vond de politie gevechtskleding, bivakmutsen, 15.000 euro contant geld, walkietalkies, iPhones en simkaarten. Op de computers en telefoons werden foto’s en filmpjes gevonden die verwijzen naar de gewapende strijd in Syrië. Inclusief een instructiefilm over het gebruik van een kalasjnikov en een afscheidsbrief.


Mohamed el A. en Hakim B. © ANP.
Voor de rechter ontkennen zij dat ze in Syrië wilden meevechten. Mohamed el A. zei dat hij zich samen met zijn vrouw en kind wilde vestigen in een land waar hij als moslim onder islamitische wetgeving zou kunnen leven en mee te helpen aan het opbouwen van het land: “Mijn intentie was hulp aan burgers, niet aan strijder.” Zijn plan was om naar Aleppo te reizen en zich daar in de buurt op een veilige plek bij zijn broer Abdelkarim el A. te vestigen. Hakim B. verklaarde dat hij op vakantie wilde in Turkije om zijn broer Khalid B. te bezoeken die net als de broer van Mohamed el A. (de eerder genoemde Abdelkarim el A.) in Syrië— vecht [NRC, 15.1.15].

Het Openbaar Ministerie stelde dat het voorbereiden, faciliteren en samenspannen voor terroristische misdrijven in Syrië is bewezen en eiste twee jaar cel tegen beide verdachten. Door een fikse celstraf te eisen, hoopte het OM te voorkomen dat andere Nederlanders het voorbeeld van het duo zouden volgen.

Maar op 9 februari 2015 sprak de rechtbank in Arnhem hen vrij. Volgens de rechter was er onvoldoende bewijs dat zij voorbereidingen troffen om zich aan te sluiten bij de strijd in Syrië of die wilden faciliteren. De rechter benadrukte dat het aanhangen van een streng islamitische ideologie als zodanig niet strafbaar is. “Het is niet verboden om naar Syrië te gaan, ook niet voor wie een streng islamitische ideologie aanhangt. Het simpele feit dat iemand naar Syrië vertrekt, betekent niet automatisch dat iemand daar ook gaat strijden” [NRC, 9.2.15; Omroep Gelderland, 9.2.15]. De redactie van het Algemeen Dagblad concludeerde: het Open baar Ministerie lijdt met deze uitspraak opnieuw een gevoelige nederlaag in het jihaddossier.

Index


Het grote terroristenproces
Vanaf 19 februari stonden negen radicale moslims terecht in de zwaarbeveiligde rechtszaal op Schiphol. Voor justitie en veiligheidsdiensten was het een belangrijke testcase voor de vervolging van radicale moslims die zich aansluiten bij terreurbewegingen IS en Jabhat-Al Nusra.

De 32-jarige Azzedine Choukoud werd door justitie gezien als leider van de groep. Hij zou zes mensen hebben overgehaald om naar Syrië te gaan. Oussama C. (18) werd gezien als prediker en zou vijf mensen hebben geronseld. De bekeerling Rudolph. H. beheerde volgens de aanklacht de sites van de beweging.


Azzedine Choukoud alias Abou Moussa tijdens zijn optreden in Nieuwsuur.
[Klik om te vergroten]

In mei 2014 kwam Oussama C. nog dicht in de buurt van PVV-leider Geert Wilders tijdens een bezoek aan de Schilderswijk in Den Haag. Foto: ANP
[Klik om te vergroten]

Daarnaast worden drie jihadismeverdachten bij verstek berecht omdat zij nog niet in Nederland zijn teruggekeerd: de twee broers Soufiane Z. (26) en Anis Z. (23), en de 25-jarige Hatim R. uit Leidschendam.

De vervolging van Soufiane Z., alias Abou Mohammed, Abou Soumaya of About Gortex (27)is opvallend: hij vertrol ion 2013 naar Syrië en is naar verluidt gedood tijdens een bombardement. Hij verwierf als The Fighting Journalist bekendheid met de propagandafilm Oh, Oh Aleppo over de strijd in de Syrische stad. Hij werd later van de verdachtenlijst geschrapt.


Azzedine C., Rudolf H., Oussama C., Jordi de J. en Moussa L. tijdens het grote Haagse jihadproces in de speciaal beveiligde rechtszaal de bunker in Amsterdam-Osdorp. Tekening ANP / Aloys Oosterwijk. Uit: NRC, 11.12.15.

Het politieonderzoek naar de Haagse jihadisten kreeg de naam context mee. In het proces zou blijken dat alles draait om de context waarin de handelingen en uitingen van de verdachten geplaatst worden. Het Openbaar Ministerie (OM) plaatste hun handelingen en uitingen in de context van de jihadgang naar Syrië. Als Azzedine C. zijn grote blijdschap uitspreekt over de vestiging van het IS-kalifaat, ziet het OM dat als een aanmoediging aan Nederlandse jongeren om zich bij IS aan te sluiten. Maar Azzedine zelf plaatst zijn opmerking in een theologische context: “Ik was gewoon blij, als theocraat” [NRC, 25.9.15; VK, 28.9.15]. Volgens hem is iedere moslim blij omdat het een verplichting van iedere moslim is om te leven en te werken aan een islamitisch kalifaat. De verdediging van de Haagse jihadisten voerde aan dat al hun activiteiten en uitingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting en meer in het bijzonder onder vrijheid van godsdienst.

Niets tegen Joden
Het OM wees Azzedine op zijn anti-Joodse leuzen tijdens twee demonstraties in juli 2014 in de Haagse Schilderswijk. Volgens Azzedine moest de rechtbank dat zien in de context van de Gaza-oorlog en politierepressie. Hij gaf toe dat hij met het scanderen van ‘dood aan alle Joden’ ver was gegaan. Hij had zich niet gerealiseerd dat zoiets kan worden gezien als een oproep tot geweld tegen die bevolkingsgroep. Azzedine zei dat hij niets tegen Joden heeft. “Als synagogen worden aangevallen, ben ik de eerste die me als beveiliger zal melden” [VK, 28.9.15].
Het meest extreme verschil in contextualisering manifesteerde zich tijdens het proces rond de arrestatie van Azzedine C. vlak bij de Turkse grens in 2013. Hij werd daar samen met Soufiane Z. opgepakt met 3.400 en 5.800 euro cash op zak, mobiele telefoons, simkaarten, pasfoto’s van verschillende personen. Bovendien had Soufiane Z. een visum voor Turkije op zak. Op grond daarvan stelde de rechter: “De verdenking is dat u op weg was naar Syrië.” Maar volgens Azzedine moesten deze feiten in een heel andere context worden geplaatst: ze waren op vakantie, op een stedentrip en op weg naar Cuba.

Volgens de verdediging zijn de verdachten slechts ‘spektakelactivisten’ die “nare dingen zeggen, bewust provoceren om aandacht te genereren in de media en tijdens demonstraties tegen de grenzen van de wet schuren, en er misschien soms ietsjes over heengaan” [VK, 12.11.15].

De Haagse rechtbank veroordeelde uiteindelijk alle negen verdachten tot celstraffen oplopend van 7 dagen tot 6 jaar cel.
Naam Leef-
tijd
Eis Straf Motivatie
Azzedine C.
/ Abou Moussa
36 7 jaar 6 jaar Fungeerde als drijvende kracht achter het gezelschap (leider), verspreidde opruiende berichten en faciliteerde Syriëreizen.
Hatim R. / Aboe Yoesef / Abou Hatim de la Haye 26 6 jaar 6 jaar
(bij verstek)
Vecht waarschijnlijk in Syrië, ronselde Syriëgangers, riep op tot aanslagen in Nederland.
Anis Z. 24 5 jaar 6 jaar
(bij verstek)
Strijd in Syrië en ronselde voor gewelddadige jihad. Hij is het jongere broertje van Soufiane Z. die tot de kerngroep behoorde.
Hicham el O.
/ Abou Redouan
30 4 jaar 5 jaar Uit Syrië teruggekeerde strijder, trainde en ronselde voor jihad.
Rudolph H.
/ Abou Suhayb
25 6 jaar 3 jaar
(1 voorwaardelijk)
Beheerder van website De Ware Religie met ruim duizend artikelen over jihad en IS, ronselde.
Oussama C.
/ Abou Yazeed
19 5 jaar 3 jaar
(1 voorwaardelijk)
Radicale prediker die mensen ideologisch rijp maakte voor de gewapende strijd, plaatste veel opruiende berichten en ronselde actief één persoon.
Jordi de J.
/ Jihad Jordi / Abu Muousa al Gharib / Abdul Rahman Abu Moussa
22 3 jaar 155 dagen
(2 maanden voorwaardelijk)
Meeloper, was in Syrië, deelde informatie met AIVD. Hij wordt niet volledig toerekeningsvatbaar gezien.
Moussa L.
/ Abou Ilias
41 30 maanden 43 dagen
(2 maanden voorwaardelijk)
Meeloper, ruide op, bedreigde politieagent.
Imane B. 26 2 jaar 7 dagen Vrouw van hoofdverdachte, verspreide één opruiend bericht.

De eerste 6 veroordeelden vormden volgens de rechters een criminele terroristische organisatie met het doel jongeren te ronselen voor de gewelddadige jihad. Door de acties van deze groep zijn tientallen jongeren afgereisd naar Syrië, waar inmiddels een aantal van gedood zijn of zichzelf hebben opgeblazen. De verdediging had betoogd dat het slechts “een zooitje ongeregeld uit de Schilderswijk” ging. Maar de rechters namen het oordeel van het OM over dat gaat om een organisatie die professioneel te werk ging en die “met een bombardement van opruiende berichte, verspreid via diverse mediakanalen op internet, jonge geesten rijp maakte voor de radicale opvatting dat het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië voor elke moslim een individuele verplichting is.” De groep opereerde weliswaar niet als een strak georganiseerde bende met een leider en volgelingen, maar vormde toch een samenwerkingsverband van voldoende structuur en duurzaamheid. Dat samenwerkingsverband fungeerde als criminele organisatie die de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en religie ver overschreed. De groep zette aan tot geweld en doodslag.

De veroordeelde jihadisten hadden geen moordaanslagen gepleegd, waren niet in het bezit van wapens of explosieven en ze hadden (behalve de bij verstek veroordeelde Hatim R.) ook niet opgeroepen om aanslagen te plegen in Nederland. Met grote nadruk stelden de rechters dat zij niet veroordeeld werden voor het bijeenkomen om de koran te bestuderen, het zich verdiepen in het salafisme, het op straat evangeliseren, het organiseren van demonstraties, het protesteren tegen het regime van Assad, het ageren tegen de buitenlandse politiek van Nederland, en zelfs niet voor het openlijk sympathiseren met de doelen en daden van terroristische organisaties als IS en Al-Qaida.

Vergoeilijken, legitimeren en verheerlijken van terrorisme
Na de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley door IS stelde Sybrand Buma (CDA) in 2014 voor om verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Maar vooralsnog is het in Nederland niet strafbaar om terrorisme te vergoeilijken, te legitimeren of te verheerlijken. Uitingen die kwetsen, beledigen, provoceren, choqueren en verontrusten vallen binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Volgens de rechters hadden de verdachten echter wel de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en religie overschreden. Zij werden veroordeeld op grond van het nieuwe artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht waarin het werven voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd strafbaar wordt gesteld, en met name indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt. Volgens de rechters hadden de eerste zes verdachten zich schuldig gemaakt aan “het bespelen, overreden en stelselmatig rijp maken van geesten” voor de gewelddadige jihad.

Keith R. alias Ibrahiem Awwad alias Abdullah West
Abdullah West en Ibrahiem Awwad zijn aliassen van de Amsterdamse bekeerling Keith R. (27). Hij was een van de activisten van de Straat Dawah en Behind Bars.

Hij kent een aantal jongens die naar Syrië zijn afgereisd om er de jihad te vechten en maakte zich boos over de etiketten die deze Syriëgangers krijgen opgeplakt:" ‘naïevelingen’, ‘kanonnenvlees’, ‘terroristen’.

    De jongens die West kent, zijn niet naar Syrië gegaan om er de democratie te verspreiden, vertelt hij. Ze willen allereerst helpen om de sharia in Syrië te implementeren. Het land moet een ‘khalifa’ worden, een islamitisch kalifaat. Daarnaast zoeken ze er de hoogste beloning in de islam, het martelaarschap. West noemt het een blijk van aanbidding van hun schepper. Dat ze als gevolg van dat streven als ‘kanonnenvlees’ worden ingezet door militair beter getrainde jihadisten, is geen bezwaar. ‘Deze jongens willen een kogel door hun hoofd omwille van Allah. Ze willen juist gedood worden’ [Groene, 10.3.13].
West zette zelf de website Ansar Khilafah op, en daarvoor op Facebook de inmiddels verwijderde ‘geheime groep’ Staatsnieuws, die werd vervangen door Ummah Ummah Nieuws.

Index


Poldersteun voor ISIS?
Hoe denken de Nederlandse moslims over de Syriëgangers uit hun eigen geloofsgemeenschap? En hoe groot is het aandeel Nederlandse moslims dat dymphatiseert met de doelstellingen en praktijken van ISIS?

In opdracht van de NCRV bleek uit in mei 2013 gehouden enquête van onderzoeksbureau Motivaction dat bijna driekwart van de moslims in Nederland geloofsgenoten die naar Syrië vertrekken om te vechten als helden beschouwen. Potentiële Syriëgangers zou volgens hen geen strobreed in de weg moeten worden gelegd. Zij beschouwen de Syriëgangers niet als jihadi’s, maar eerder als strijders voor gerechtigheid. Slechts 8 procent van de autochtone deelnemers staat positief tegenover Syrië-gangers. Bijna 40 procent van hen vindt dat jihadisten bij terugkeer hun paspoort moeten inleveren. Slechts 10 procent van de Nederlandse moslims is het daarmee eens. Een ruime meerderheid (58 procent) van de autochtone Nederlanders vindt dat ronselaars van Syrië-gangers hard moeten worden gestraft. Daar is 19 procent van de Nederlandse moslimbevolking het mee eens.

De meeste moslims vinden dat de Syriëgangers doen wat de Verenigde Naties nalaten, namelijk strijden tegen het regime van de Syrische president Assad. Zij vinden dat er alles aan gedaan moet worden om Assad te verdrijven. In mei 2013 was 87% van de Nederlandse moslims voorstander van het afzetten van president Assad, waarvan 84% het goed vond dat er tegen hem werd gestreden. Ook een meerderheid van 53% van de autochtone Nederlanders was deze mening toegedaan.

In mei 2013 sprak de wereld over militair ingrijpen in Syrië om de burgerbevolking te beschermen tegen president Assad en het militair ondersteunen van de opstandelingen. Van de terreurgroep IS, die daarna voor het voetlicht kwam vanwege massaexecuties en onthoofdingen, had toen nog vrijwel niemand gehoord. In die periode zijn vragen gesteld over de strijd tegen president Assad, níet naar de steun voor IS [Motivaction].

Steekproef
Moticaction voerde de peiling uit tussen eind augustus en begin september 2014. Er werden 300 Turkse en 404 Marokkaanse Nederlanders ondervraagt. Sommigen geëquêteerden werden benaderd via internet, de meeste werden in levende lijve ondervraagd. “Door middel van quota lijsten werden de respondenten representatief geworven naar leeftijd, opleiding, geslacht en etniciteit. Op het gebied van geografische ligging is ervoor gekozen om de respondenten uit de agglomeraties waar de meeste Turkse en/of Marokkaanse Nederlanders wonen te enquêteren. Dit zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Twente.“
In november 2014 een verkennend onderzoek gepubliceerd dat zich toespitste op de sympathie voor ISIS onder Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren tussen 18 en 34 jaar. Dat gebeurde tegen de zin van het uitvoerende onderzoeksbureau Motivaction, dat werkte in opdracht van het inmiddels opgeheven instituut voor multiculturele vraagstukken, Forum. De nogal verrassende uitkomst van deze peiling was dat maar liefst 87% van de Turks-Nederlandse jongeren het goed vindt “dat er steun is van Nederlandse moslims voor groepen als IS.” 72% beschouwt vechten in Syrië onderdeel van de jihad. Zij willen niet dat de overheid jihadgangers tegenwerkt. Zo’ 90% vindt die vervolging en arrestaties een kwalijke zaak.

Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn gematigder
De heilige oorlog in Irak en Syrië is volgens de peiling aanzienlijk minder populair bij Marokaans-Nederlandse jongeren. Zij keuren geweld tegen niet- en andersgelovigen in meerderheid af (61%) en zijn lang niet zo enthousiast over de verandering die de strijdgroepen in de regio bewerkstelligen. Ruim een kwart ziet die verandering wel zitten, 38 procent vindt het maar niks. 18% beschouwt Nederlandse moslims die in Syrië vechten als helden. 53% vindt dat juist niet.

Hoewel negen van de tien Turks-Nederlandse jongeren en een op de vijf Marokkaans-Nederlandse jongeren sympathiseren met de terreurgroep ISIS, zien zij in Arabische landen toch liever democratieën ontstaan dan islamitische heilstaten. Van het zelfbenoemde IS-kalifaat moeten ze niets hebben. Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), een samenwerkingsverband van 380 moskeeën, nam “met ontsteltenis” kennis van het onderzoek. Het CMO wees er terecht op dat de uitkomsten van dit onderzoek nogal afweken van eerdere studies en pleitte voor nader onderzoek.

Minister Lodewijk Asscher noemde de uitkomsten van het onderzoek zorgwekkend en zelfs verontrustend, maar uitte even later ook zijn twijfels over de deugdelijkheid van de peiling. Daarbij wees hij op de ongerijmdheid dat jongeren jihadstrijders helden vinden, maar tegelijkertijd tegen een kalifaat en voor democratie zijn. Ook Asscher pleitte voor een nieuw en vooral diepgravend onderzoek.

De reactie van minister Asscher benadrukte het belang van dit (slordige en misleidende) onderzoek en zorgde ervoor dat het prominent nieuws werd. Het qua vraagstelling, methodologie en praktische uitvoering dubieuze onderzoek werd onderdeel van een politiek steekspel. “Een groot aantal Turks-Nederlandse jongeren voelde zich gestigmatiseerd en kwam in actie. Binnen de PvdA ontstond onenigheid, waarna de Kamerleden Kuzu en Öztürk uit de fractie werden gezet. De Turkse overheid noemde Nederland racistisch. En meerdere hoogleraren spraken zich kritisch uit over het rapport” [Human - Argos, 28.7.15].

In het onderzoek van Motivaction worden teveel zaken op één hoop gegooid. Er wordt bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen etnische Turken en Koerdische Turken, die over de ondervraagde onderwerpen vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Nog belangrijker is dat er geen onderscheid gemaakt wordt “tussen het gevecht tegen dictator Assad in Syrië, en de gruwelijkheden begaan door de terroristische organisaties Islamitische Staat“ [Joop, 12.11.14].

Wilders incasseert
Geert Wilders zag in de uitkomsten van de peiling van Motivaction een bevestiging van zijn gelijk. Hij had eerder geroepen dat volgens onderzoek driekwart van de moslims in Nederland jihadstrijders in Syrië helden vindt. “Toen ik eerder dergelijke cijfers noemde, lachte iedereen me uit. Maar het is dus nog erger” [VK, 11.11.14].

Onderzoeker Ahmet Kaya van de Radboud Universiteit bekritiseerde de methodologie en techniek van de peiling en verspreidde via sociale media direct een tegenonderzoek onder Turkse Nederlanders. Dit leverde een volstrekt ander en zelfs tegenovergestelde beeld van de Motivaction-peiling: “Van de meer dan duizend respondenten keurt 90 procent het IS-geweld af” [Trouw, 12.11.14].

In december 2015 werden de resulaten bekend van een in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) uitgevoerd onderzoek. De belangrijkste conclusie is dat verreweg het grootste deel van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders (90%) geen begrip heefdt voor religieus geweld of ISIS. Het onderzoeksrapport Werelden van verschil laat echter ook zien dat een op de zeven Turkse jongeren en een op de negen Marokkaanse jongeren enig begrip heeft voor religieus geweld. Het aandeel jongeren dat zegt veel begrip te hebben voor relatief geweld is relaties klein (resp. 1% en 2%).

Bij de interpretatie van deze uitkomsten moet rekening worden gehouden met het feit dat het in deze metingen gaat over begrip dat mensen hebben voor het gedrag van anderen en dat dit los staat van eigen gedragsintenties.

ISIS als antwoord op Assad of ....?
De jongeren spreken overwegend hun afschuw en afkeuring uit over religieus geïnspireerd geweld en bewegingen zoals IS. “Ze hebben weinig op met het uitreizen van jihadi’s en de opkomst van IS. Tegelijkertijd geven zij aan waar het geweld vandaan komt. Zonder hun goedkeuring uit te spreken, zeggen zij de opkomst van IS wel te begrijpen. Jongeren verwijzen vaak naar het regime van president Assad van Syrië: Assads daden in de burgeroorlog in Syrië, vooral het geweld tegen burgers, vinden de meeste jongeren verwerpelijk. Men begrijpt niet waarom het Westen niet krachtiger heeft opgetreden tegen Assad, terwijl het dat in andere conflictsituaties zoals in Irak of in Libië wel (en om veel minder) heeft gedaan. In de ogen van een aantal jongeren is IS het plaatselijke antwoord op Assad en het uitblijven van een westerse interventie in Syrië. Ze keuren niet goed hoe IS te werk gaat, maar ze vinden het wel begrijpelijk dat IS is ontstaan en succes heeft” [Huijnk et al. 2015).

Index Internationale reacties

De barbaarse praktijken van de Islamitische staat werden tot de verbeelding gebracht in zorgvuldig geënsceneerde en professioneel mediatechnisch verzorgde video’s van gegijzelde journalisten waarvan de keel wordt doorgesneden en van piloten die levend worden verbrand. De verontwaardiging was groot, niet alleen in de Westerse landen —inclusief een overweldigende meerderheid van hun islamitische minderheden—, maar ook in de islamitische wereld.

Index


VS - Digitale vergelding en online response
Een op Twitter gebaseerde vergeldingscampagne tegen de VS voor interventie in Irak en Syrië werd stap voor stap opgevoerd en richt zich op Amerikaanse ambassades, Arabische ondernemingen met Amerikaans personeel, en stedelijke omgevingen.

Om de verdere groei van de terreurgroepen van de Islamitische Staat als militaire strijdmacht en als internetmoloch tegen te gaan begon het State Department een tegenoffensief. Zij verspreidde een eigen video met pakkende beelden van kruisigingen, executies en onthoofdingen door ISIS [Washington Post, 7.9.14].


Majoor Mariam Al Mansouri (35) is een F-16 piloot van de luchtmacht van de Verenigde Arabische Emiraten die deelneemt aan de luchtaanvallen tegen ISIS. Zij was in 2008 de eerste vrouw in de luchtmacht van de VAE.
Een speciaal team van het Amerikaanse Ministerie van Defensie (CSCC) valt op sociale mediasites jihadisten aan. Onder de titel Think Again Turn Away worden via Facebook, YouTube, Tumblr en Twitter confronterende video’s en foto’s verspreid van bombardementen in Irak en Syrië en van gesneuvelde jihadisten. Daarbij wordt de jihadisten ingewreven dat ze door een vrouwelijke F-16-piloot zijn gebombardeerd. Bij een foto van een zwaar bombardement met rookwolken wordt het treiterige onderschrift toegevoegd: “Het weerbericht voor ISIS voor vandaag: 1000 graden Celsius en bewolkt”. Al dergelijke berichten zijn te lezen in het Engels, Arabisch, Urdu, Punjabi en Somalisch. De tegenpropaganda richt zich ook op terreurgroepen in Pakistan en Nigerië [NYT, 26.9.14; Telegraaf, 27.9.14].

Het is een krachtmeting in cyberspace waarbij het Amerikaanse Ministerie van Defensie regelmatig een scherpe sarcastische toon aanslaat. Men kan zich afvragen hoe effectief zo’n anti-propagandistische stijl is. Het manipuleren van de percepties van mensen kan contraproductief uitwerken als zij doorhebben dat zij worden gemanipuleerd.

In zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN verklaarde president Obama op 24 september 2014 dat de strijd tegen terrorisme ook betekent "contesting the space that terrorists occupy — including the Internet and social media. Their propaganda has coerced young people to travel abroad to fight their wars, and turned students — young people full of potential — into suicide bombers. We must offer an alternative vision” [Whitehouse, 24.9.14].

Een groep voormalige Amerikaanse overheidsfunctionarissen lanceerden in dezelfde week een nieuwe organisatie die zich richtte op de strijd tegen globaal extremisme en in het bijzonder op het ontwikkelen van een digitale strategie tegen de succesvolle propaganda van groeperingen zoals ISIS [Time, 22.9.14]. Als eerste taak zag deze groep, het Counter Extremism Project, het verzamelen van gegevens over de manier waarop ISIS informatie verspreidt en sympathisanten op het internet rekruteert. Met behulp van deze informatie wil de groep op termijn de Amerikaanse regering ondersteunen om de online voorsprong van de terroristen te verpletteren. Weliswaar probeert de overheid probeert het succes van ISIS te neutraliseren door te wijzen op de religieuze hypocrysie van de groep en op hun voorliefde voor brutaal geweld, maar ISIS blijft steeds een aantal stappen voor op deze contraterroristische pogingen. ISIS weet zich snel van platform naar platform te verplaatsen en vind telkens weer nieuwe manieren om hun boodschappen te verspreiden.

Index


Duitsland - Digitale onthoofdingen
De luchtaanvallen die de VS met haar coalitie in 2014 uitvoerde op ISIS in Irak en Syrië leidde tot een intensivering van de strijd op internet. In Duitsland werden de websites van meerdere ondernemingen onthoofd. Op de gehackte sites werd de boodschap gezet: “De islamitische staat groeit, zo God het wil, nu begint de strijd. Dit is de tijd van de islam en van de overwinning.” De hackers noemden zich Team System DZ. Op Facebook paradeerden de daders met hun succesvolle aanvallen [Bild, 16.10.14].

In september 2014 werd de terreurgroep Islamitische Staat verboden als een grote bedreiging voor de algemene veiligheid, ook voor die van Duitsland. Het verbod geldt voor alle activiteiten die verband houden met de Islamitische Staat, zoals het steunen van IS door demonstraties en via sociale media [VK, 12.9.14].

Volgens de Duitse overheid zijn er ongeveer 600 Duitsers uitgereisd om deel te nemen aan de gewelddadige jihad, waarvan er intussen (feb. 2015) zo’n 200 zijn teruggekeerd. Die terugkeerders zijn verruwd, getraumatiseerd en gedesillusioneerd. In alle variaties worden zij als potentieel gevaarlijk beschouwd en permanent in de gaten gehouden. Het grootste risico vormen de verruwde, door de strijd geharde en wrede jihadisten. Maar ook de door de oorlog getraumatiseerde en gedesillusioneerde jihadisten die zich lijken af te keren van IS kunnen een risico vormen.

Uit interviews en verhoren van jihadistische terugkeerders blijkt dat de bestialiteit van terroristische militia niet stopt bij de eigen mensen. Terwijl via internet dagelijks jihadistische strijders de loftrompet steken over het fantastische leven in het kalifaat, is de werkelijkheid heel anders. Er heerst een klimaat van angst, wantrouwen en grenzeloze meedogenloosheid [Süddeutsche Zeitung, 7.2.15; VK, 7.2.15].

Een kleine bloemlezing volstaat.

Er is eigenlijk niemand die een nauwkeurig beeld heeft van wat zich in de Islamitische Staat afspeelt en wat er precies aan het front gebeurt.

Index


Frankrijk - verscherpte wetgeving
In Frankrijk reisden bijna duizend mensen af naar Syrië of Irak om met militante jihadistische groepen te vechten. Om deze uitreizigers te stoppen nam het Franse parlement op 16 Oktober 2014 een speciale antiterrorisme-wet. Deze kan worden opgelegd wanneer er serieuze redenen zijn om aan te nemen dat iemand van plan is naar het buitenland af te reizen om daar deel te nemen aan terroristische activiteiten, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid.

De wet is geldig voor een half jaar en kan tot 2 jaar worden verlengd. Ze geeft autoriteiten de bevoegdheid om de paspoorten en identiteitskaarten van verdachten direct in beslag te nemen. Verdachten kunnen in het Schengen Informatie Systeem worden opgenomen en kunnen met drie jaar gevangenis worden gestraft en met €45.000 boete [Worldbulletin, 17.10.14].

De gebruikelijke verheerlijking van terroristen als helden en rolmodellen is een van de meest effectieve middelen om terrorisme te propageren. Terroristische moordaanslagen worden gelegitimeerd en toekomstige terroristen worden overgehaald met de belofte van roem en eer als zij een terreuraanslag plegen. Daarom maakt de Franse wet het ook mogelijk om websites te blokkeren die terrorisme verheerlijken.

Index


Europa en de rest van de wereld
Bij de Veiligheidsconferentie in München (7.2.15) stond weliswaar het Russisch-Oekraïens conflict centraal, maar werden toch ook serieuze noten gekraakt over de strijd tegen de terreurmilitie van Islamitische Staat. De algemene consensus was dat deze jihadisten met alle middelen maar vooral ook inclusief bestreden moesten worden. Bondskanselier Merkel vatte dit pregnant samen: “We staan in deze strijd zij aan zij met de overweldigende meerderheid van de moslims in Europa, die niets te maken hebben met terrorisme”. Uiteraard verklaarde ook de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, John Kerry dat elke vorm van de terreur gedecideerd bestreden zou worden. Maar er werd ook duidelijk dat er tussen staten uit het Midden-Oosten en uit het Westen zeer verschillende ziens- en benaderingswijzen zijn. In Saoedi-Arabië en andere monarchieën uit de Golfstaten wordt elke vrijdag in de moskeeën dezelfde ideologie verkondigd als die van de jihadisten.

De meest kritische bijdrage kwam van Kofi Annan, voormalig hoofd van de Verenigde Naties. Hij stelde dat de invasie van Irak door de VS had bijgedragen aan het ontstaan van de Islamitische Staat. “I was against this invasion and my fears panned out exactly as I would not have wished. This decision aggravated the situation, while the break-up of the Iraqi forces left a number of unhappy police officers and army personnel unemployed” [RT.com, 7.2.15].

Een op de vijf moslims hebben hun kat gedwongen om zich tot de islam te bekeren

Een gedwongen bekeerling
Op maandag 23 november 2015 stond op de voorpagina van het Engelse tabloid The Sun met koeienletters geschreven: “1 in 5 Brit Muslims’ sympathy for jihadis” [Sun, 23.11.15]. Volgens een telefonische enquête zou 19,8% van de respondenten gezegd hebben dat zij ‘enige’ of ‘erg veel’ sympathie hebben voor jonge moslims die Engeland hebben verlaten om zich aan te sluiten bij de strijders in Syrië.

Het probleem met de interpretatie van deze enquete is dat mensen die naar Syrië afreizen niet per definitie aan de kant van de jihadisten gaan vechten. Het kunnen immers ook Koerden zijn die juist tegen ISIS vechten. Er zijn nog meer methodologische bezwaren tegen dit onderzoek in te brengen. Het grootste probleem met de enquête is dat wanneer niet-moslims dezelfde vragen krijgen voorgelegd, zij feitelijk erg vergelijkbare antwoorden geven. Uit een onderzoek onder alle Britten blijkt dat 14% van de algemene populatie enige sympathie had voor jonge moslims die in Syrië gaan vechten.

Dergelijke ‘wetenschappelijk’ onderbouwde artikelen op de voorpagina van veel gelezen bladen dragen bij aan een klimaat waarin de haatmisdaden tegen moslims extreem toenemen. In een week na de terreuraanslagen in Paris van 13 november 2015 namen deze misdaden in Groot-Brittannië met 300 procent toe.

Op Twitter reageerden plotseling veel mensen honend op het onderzoek van The Sun. Onder de hashtag “1 in 5 Muslims” werden veel grappen gemaakt en onwaarschijnlijke feiten bedacht. Zoals:

  • #1in5Muslims have forcefully converted their cat to islam [zie foto].

  • #1in5Muslims have an uncle who could have got it cheaper for you.

  • #1in5Muslims get told to go back to their country ‘Islam’ every week.

  • #1in5Muslims is named Mohammed. The other four spell it differently.

  • #1in5Muslims are your daughter’s favorite heartthrob.

  • #1in5Muslims think @TheSun is islamophobic.

  • #1in5Muslims are people - human beings - just like the other 4 and the rest of us.

  • #1in5Muslims are victims of baseless Islamophobic rants of narcissistic racists who show inherent bigotry
De hashtag werd meer dan 74.000 keer gebruikt en werd in diverse landen trending. Volgens een van de deelnemers werd de hashtag gebruikt om aan te tonen dat The Sun een gemeenschap niet zomaar kan bang maken. De Independent Press Standards Organisation ontving meer dan 1200 klachten tegen The Sun.

Index Functies van internet

Al-Qaida houdt van het internet. Voor terroristen is internet het favoriete medium van informatie, communicatie en organisatie geworden — om dezelfde redenen als het bij de meeste mensen populair is: het is snel, goedkoop, gemakkelijk toegankelijk en wereldwijd. Internet geeft de jihad een publiek gezicht. Het biedt jihadistisch en anderszins geïnspireerde terroristen de mogelijkheid om zich onderling te associëren en om in zeer korte tijd informatie te delen over zeer grote afstanden. Jihadisten gebruiken internet om mensen met elkaar in verbinding te brengen met gelijksoortige belangen, aspiraties en verlangens, met mensen die elkaar in het predigitale tijdperk nooit in levende lijve zouden ontmoeten. Een bijkomend voordeel dat terroristen op internet anoniem kunnen opereren.

Internet werd verwelkomt als een medium van vrije informatieuitwisseling en wereldwijde communicatie. Het zou bijdragen aan de mondiale integratie van culturen en daarmee een sterke impuls zijn voor toenemende sociale tolerantie en de uiteindelijke wereldvrede. Die democratische en vreedzame belofte heeft internet nog steeds. Inmiddels weet iedereen dat internet tegelijkertijd een virtuele bedreiging is. Het gebruik van internet door Al-Qaida is daarvan slechts één dramatisch voorbeeld. Internet is een virtueel slagveld waarop terroristische bewegingen strijden tegen nationale staten of associaties van staten.

Voor terroristische organisaties en Voor Al-Qaida in het bijzonder vervuld internet een grote diversiteit van functies.

Index


Publiciteit en propaganda
Voor Al-Qaida is internet een substituut voor het verlies van lokale bases en territorium. De jihadistische websites worden gebruikt om boodschappen van haar politieke leiders en religieuze legitimaties van terreuraanslagen te verspreiden. Internet is een propagandamedium waarmee steun voor Al-Qaida wordt georganiseerd. Maar het is ook een medium waar aspirant-jihadisten kunnen leren hoe zij kunnen inbreken op elektronische systemen en met welke kwaadaardige software zij cyberaanvallen kunnen plegen om computernetwerken van ongelovige kruisvaarders te ontregelen, degraderen of vernietigen.

Overheden kunnen het internet niet in dezelfde mate controleren als de traditionele media. Voor terroristen fungeert internet als een gigantische megafoon: het is zelfs meer dan een krant, radio en tv tegelijk. Via internet kunnen ongecensureerde en ongefilterde informatie en visies op wereldschaal worden verspreid. In cyberspace hebben gebruikers zelf de volledige controle over de inhoud en kunnen journalisten volledig onafhankelijk functioneren. Websites, chatruimtes, nieuwsgroepen en discussiefora zijn grotendeels ongecontroleerd en iedereen kan daarin onder zelfgekozen schuilnaam participeren.

Internet stelt ook groepen die over weinig bronnen beschikken in staat om zelfs tegenover de gigantische propagandamachines in westerse landen een tegenwicht te bieden. Internet stelt groepen die heersende machten willen aanvallen in staat om hun boodschap te openbaren voor het grootst mogelijke publiek. Onvrede en klachten kunnen worden gearticuleerd, de oorzaken benoemd, de vijanden aangewezen, en de aanvalsroute bepaald.

Voor islamistisch terroristen waren de aanslagen op westerse doelwitten belangrijk, maar het belangrijkste doel was het mobiliseren van de publieke opinie en het verwerven van gezag onder de moslims. Al-Qaida gebruikt internet om de harten en gedachten van de islamitische wereld te veroveren.

Het gebruik van internet als propagandamiddel is slechts het topje van de ijsberg. Terroristen gebruiken internet als een wapen in de psychologische oorlogsvoering, voor het werven van fondsen, het aanzetten tot gewelddadige acties, het rekruteren van nieuwe kaders en als virtueel trainingskamp. Zij gebruiken internet ook om aanslagen te plannen en coördineren.

Jihadistische moraal
Internet en in het bijzonder sociale en mobiele media worden gebruikt om een strijdbare en opofferingsgezinde jihadistische moraal te cultiveren en uit te dragen. De persoonlijke ontboezemingen van jihadistische strijders spelen hierin een belangrijke rol. Op internet zijn veel geschreven of op video voorgelezen testamenten van zelfmoordterroristen te vinden. Daarin wordt steevast benadrukt dat de jihadistische ideologie diep geworteld is in de Koran en in de islamitische traditie.

Time magazine publiceerde een artikel Inside the Mind of an Iraqi Suicide Bomber [4.6.05] waarin Marwan Abu Ubeida uit Fallujah aan het woord komt. Hij is in een trainingskamp opgeleid voor een zelfmoordmissie in Irak.

    “Yes, I am a terrorist. Write that down: I admit I am a terrorist. [The Qur’an] says it is the duty of Muslims to bring terror to the enemy, so being a terrorist makes me a good Muslim. [...] The jihadis are more religious people. You ask them anything — anything— and they can instantly quote a relevant section from the Qur’an. [...] The only person who matters is Allah — and the only question he will ask me is ‘How many infidels did you kill?’ [...] When you get ready for the final mission, you can’t think about the past. You think only about your future in heaven.”
De jihadistische ideologie is sterk verankerd in de islamitische traditie. Juist daarom is zij in staat om wereldwijd onder moslims te rekruteren en sympathie te verwerven onder degenen die zij niet kunnen rekruteren.

Index


Interne communicatie, socialisatie en disciplinering
Internet wordt gebruikt voor de interne communicatie in terroristische netwerken. Communicatie is het cement van elk gedistribueerd terroristisch netwerk. Via internet is het relatief gemakkelijk om heimelijk informatie uit te wisselen en om anoniem met elkaar te communiceren. Het in de meeste grondwetten verankerde recht op vrijheid van meningsuiting is strijdig met het afluisteren van onschuldige burgers. Van deze speelruimte maken terroristen gebruik om hun wereld-, maatschappij- en mensvisie te verspreiden en om met elkaar in onbespiede vrijheid te converseren over de noodzaak en zegeningen van de gewelddadige jihad.

Terroristen maken gebruik van instrumenten waarmee men op internet anonimiteit kan beschermen en de eigen identiteit kan verbergen. Terroristen dragen geen herkenbare uniformen of andere onderscheidingstekens. De essentie van hun operaties is gebaseerd op het verbergen van hun identiteiten. Om de inhoud van communicaties te verheimelijken wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van encryptie die moeilijk te breken zijn. Berichten kunnen verborgen worden op pagina’s in sites die nergens mee verbonden zijn, maar zij kunnen ook openlijk in chatruimtes worden geplaatst.

Terroristische websites worden gebruikt om solidariteit (broederschap, kameraadschap) tussen groepen te creëren. Interne cohesie draait om het gevoel dat je iemand bent omdat je ergens bij hoort, bij mensen die je ondersteunen. De versterking van de interne cohesie gaat gepaard met een disciplinering van dissidente krachten. Al-Qaida gebruikt internet niet alleen om te polemiseren met Westerse media, maar ook om moslims te disciplineren die de juiste lijn niet volgen. Zij verdedigt haar oorlog tegen het Westen en moedigt geweld aan. Voor Al-Qaida is internet belangrijk omdat het gebruikt kan worden om mensen kwaad te maken en gematigde opinies te neutraliseren.

Internet is voor Al-Qaida een instrument en platform van zelforganisatie voor een wereldwijde islamistische beweging. Al-Qaida zelf is een los netwerk van verbindingen waarvan het intern functioneren niet makkelijk te begrijpen is. Zij bestaat uit cellen en netwerken die over de hele wereld verspreid zijn en die telkens hun vorm wijzigen. Hoewel Al-Qaida en haar bond­genoten aanvankelijk op een tamelijk laag technologisch niveau opereerden, worden er al enige jaren mensen gerekruteerd die technologisch goed geschoold zijn [zie: CyberTerrorisme].

Index


Psychologische oorlogsvoering
Het internet geeft kracht aan kleine groepen. Door hun internetrepresentatie lijken zij vaak veel omvangrijker en sterker dan zij in werkelijkheid zijn. En omgekeerd: deze bluf wordt omgezet in een bepaalde vorm van virtuele angst. Door het internet zijn terroristen ook in staat om de gevolgen van hun activiteiten te versterken door aansluitende berichten en bedreigingen te sturen naar brede lagen van de bevolking. Ook bij de Nederlandse Hofstadgroep hebben we regelmatig gezien dat zij ‘de grote broek’ aantrekken en zich op het internet belangrijker en dreigender voordoen dan zij werkelijk zijn. Internet is een ongecensureerd medium dat zelfs door heel kleine groepen gebruikt kan worden om hun boodschap te versterken en hun belang te overdrijven. Internet is voor terroristen een instrument van perceptie management [Beddle 2002]. De verspreiding van opnames van gewelddadige operaties, inclusief onthoofdingen van gijzelaars en gefilmde testamenten van zelfmoord-terroristen, is hiervan een gruwelijk, maar zeer duidelijk voorbeeld.

Internet kan gebruikt worden om desinformatie, doodsdreigingen of vreselijke beelden van recente aanslagen te verspreiden. Het bekendste voorbeeld van dit laatste zijn de onthoofdingvideo’s uit Irak. Voor Al-Qaida is internet een medium om angst te zaaien. Al-Qaida combineert multimedia propaganda en geavanceerde technologieën om een erg verfijnde vorm van psychologische oorlogsvoering te realiseren [Weimann 2004].

Etymologie
Het moderne woord terreur en terrorisme zijn afgeleid van het Latijnse werkwoord terrere, huivering veroorzaken, en van deterre, schrik aanjagen. De termen terrorisme en terrorist kwamen in omloop rond de Franse Revolutie in 1790. De term werd gebruikt door Edmund Burke in zijn polemiek tegen de Franse Revolutie als aanduiding van revolutionairen die systematisch terreur probeerde toe te passen om hun eigen visies en doeleinden door te zetten. Een van de cruciale eigenaardigheden van het terrorisme is dat het gericht is op een breder publiek of doelwit dan de directe slachtoffers.

Terrorisme is een van de vroegste vormen van psychologische oorlogsvoering. De oude Chinese strateeg Sun Tzu vatte de essentie van de terroristische methode nauwkeurig samen: “dood er een, en maak tienduizenden bang.” Zijn meest fundamentele principes over de oorlog zijn: “Alle oorlog is gebaseerd op misleiding” en dat “de superieure oorlogskunst is om de vijand te onderwerpen zonder gevecht”.

Index


Inlichtingen
Om een cyberaanval te realiseren heeft men gedetailleerde informatie nodig over het doelwit dat getroffen (beschadigd of uitgeschakeld) moet worden, en kennis van de manier waarop de zwakheden van het doelwit kunnen worden uitgebuit.

Ook voor terroristen fungeert internet als een gigantische digitale bibliotheek. Via internet kunnen terroristen gedetailleerde informatie verwerven over doelwitten zoals luchthavens, energiecentrales, openbare gebouwen, havens en zelfs over antiterrorisme maatregelen. De cellen van Al-Qaida beschikken over een grote databank met gedetailleerde gegevens over potentiële doelen in de Verenigde Staten [Dan Verton 2003]. Internet wordt niet alleen gebruikt om gedetailleerde inlichtingen over potentiële doelwitten te verzamelen, maar ook om met behulp van software voor beveiligingscontrole en penetratietest de structurele zwaktes van vitale infrastructuren en voorzieningen te identificeren en om te voorspellen wat de gevolgen (‘keteneffecten’) zullen zijn van aanslagen op dergelijke systemen.

Vitale infrastructuren
De digitale informatie- en communicatietechnologieën hebben een ongekende invloed op de werking van onze samenleving. Een steeds groter deel van ons dagelijks leven is afhankelijk van de informationele infrastructuur. Onze veiligheid, economie, sociale contacten, leef- en overlevingswijze zijn afhankelijk van computers die in netwerken aan elkaar gekoppeld zijn en van mobiele communicatie via digitale netwerken. De meest vitale onderdelen van het publieke leven worden georganiseerd en gecontroleerd door computersystemen en elektronische netwerken. Dit geldt voor de verkeerscontrole in de lucht, op wegen en spoorwegen, maar ook voor de distributie van gas en elektra, telecommunicatiesystemen, politie- en brandweerdiensten, ziekenhuizen, overheidskantoren en voor de nationale verdediging.

In de particuliere sector is dat niet veel anders. Computers en internet spelen een steeds belangrijker rol in de manier waarop we werken, producten kopen of verkopen, bedrijven leiden, geld investeren, communiceren, leren of ons zelf vermaken. Banken, aandelenmarkten en andere monetaire instellingen waarin grote hoeveelheden geld circuleren zijn volledig afhankelijk van computersystemen.

Door deze grote afhankelijkheid van informatietechnologie is de samenleving kwetsbaarder geworden. Het openbare en particuliere leven kunnen in sterke mate worden ontregeld door terroristen die in staat zijn informatietechnologie voor hun gewelddadige doeleinden te misbruiken. Terroristen gebruiken de informatietechnologie om hun traditionele activiteit te ondersteunen, of als een nieuw aantrekkelijk doel waartegen zij hun aanslagen kunnen richten.

Informatie over zwakke plekken in de netwerkarchitectuur of lekken in veiligheidsprotocollen is met enig zoeken op internet toch snel te vinden. Nog eenvoudiger is om beeldmateriaal te verwerven over potentiële doelen, zoals kaarten, diagrammen en andere cruciale informatie over belangrijke voorzieningen of netwerken. Terroristische groepen zijn erg geïnteresseerd in gedetailleerde informatie over betalingsverkeer, luchtverkeer, structuren van dammen, dijken en bruggen, kerncentrales, enzovoort. In een trainingshandboek van Al-Qaida dat in Afghanistan werd gevonden stond: “Met behulp van openbare bronnen en zonder gebruik van illegale middelen is het mogelijk om minstens 80 procent van alle vereiste informatie over de vijand te verwerven.”

Internet wordt ook gebruikt om de training voor islamitische strijders te organiseren. In How Can I Train Myself for Jihad wordt voor de militaire en fysieke training gebruik gemaakt van online medische handboeken van het leger.

Index


Fondsenwerving
Internet kan bijdragen om voor een arme groep fondsen te werven. Al-Qaida gebruikt islamitische humanitaire ‘liefdadigheidsinstellingen’ om geld te verwerven voor de jihad tegen vermeende vijanden van de islam. Op jihadistische sites wordt opgeroepen tot een terugkeer naar een islamitisch kalifaat. Maar er wordt beweerd dat dit met vreedzame middelen moet gebeuren. De bezoekers van de sites worden opgeroepen om hen daarbij financieel te ondersteunen. Het internet wordt gebruikt om rekening­nummers van banken te publiceren waar sympathisanten donaties kunnen storten. Er zijn nog andere manieren om via het internet geld te verwerven: creditcard fraude. Veel islamistisch terroristische groepen in Europa en Noord-Afrika worden gefinancierd via dergelijke criminele activiteiten.

Individuen en groepen die betrokken zijn in terroristische acties maken vaak gebruik van criminelen of criminele netwerken en zijn zelf ook betrokken in gewone misdaden, zoals drughandel, beroving en fraude. Zij financieren daarmee hun terroristische operaties en zijn hierdoor in staat om vervalste identiteitsdocumenten, wapens, explosieven e.d. aan te schaffen.

Index


Rekrutering
Internet is ook een instrument voor rekrutering. Individuen die sympathie hebben voor de zaak kunnen door de beelden en berichten van terroristische organisatie overtuigd worden. De digitale video’s hebben hier nog een schepje bovenop gedaan. Door de nettoegang tot dergelijke producten ontstaan er contactpunten voor mannen en vrouwen die zich voor de zaak willen inzetten. Terroristische organisaties verzamelen informatie over mensen die hun websites bezoeken. Met mensen die het meest geïnteresseerd zijn in de jihad wordt vervolgens contact opgenomen. Rekruteerders zoeken ook naar nieuwe kaders in webfora, chatruimtes en cybercafés.

Tegelijkertijd wordt internet gebruikt door ‘would-be’ terroristen om zichzelf aan te melden bij een terroristische strijdgroep. Potentiële rekruten worden bediend met een overvloed aan religieuze decreten, anti-westerse propaganda en handboeken waarin men kan leren om terrorist te zijn. Zij worden door een doolhof van geheime chatruimtes geleid, waar zij uiteindelijk specifieke instructies krijgen over operationele kwesties: hoe kom ik in Irak of Syrië? bij welk trainingskamp kan ik mij melden? Onderweg wordt gebruik gemaakt van logistieke en praktische diensten van sympathisanten, zoals het doorspelen van gevoelige informatie of het bieden van onderdak.

Lokroep van terreur achter tralies
Naast internet blijven uiteraard gevangenissen een potentieel vruchtbare voedingsbodem voor radicale rekrutering. Gevangenissen hebben vier voordelen.
  • Overleving
    In gevangenissen zijn grote groepen gewelddadige mannen en vrouwen verzameld in een kleine en niet volledig gecontroleerde omgeving. Gevangenen zijn gevoelig voor de lokroep van radicale groepen omdat zij in de gevangenis willen overleven.
  • Status
    De status van een gevangene bepaalt het niveau van relatieve privileges die iemand heeft.
  • Tijd
    De verwachte duur van de opsluiting is gecombineerd met overleving en status.
  • Etnische achtergrond
    De etnische achtergrond beperkt of bepaalt vaak de keuze van groepsbinding van de gevangene.
Ondanks de harde en vaak gewelddadige persoonlijkheden van gevangenen, verlangen de meesten naar acceptatie. Het gevoel geaccepteerd te worden of het gemeenschapsgevoel kan alle vier genoemde primaire motivaties bevredigen. De islamistische ideologie kan de gevangene de gewenste status geven en de kans om in de gevangenis te overleven vergroten. Het gevolg is dat gevangenissen als een door de staat gesubsidieerde veilige haven gaan fungeren voor rekrutering en operationele planning. Bovendien kunnen terroristische organisaties rekruteren onder sympathiserende individuen met een criminele achtergrond van buiten de gevangenispopulatie.

Nadat de Amerikanen samen met hun bondgenoten Saddam van de Irakese troon hadden gestoten, probeerden zij de orde in het land te handhaven door alle als ‘gevaarlijke elementen’ op te pakken en af te voeren naar een speciale gevangenis in het zuiden van Irak: Camp Bucca. Het was de gevangenis waarin ook de latere van de Islamitische Staat, Abu Bakr al-Bagdadi, werd opgesloten. Abu Ahmed, een jonge jihadist —die inmiddels een hoge functionaris is van IS— zat in dezelfde gevangenis en benadrukt de voordelen daarvan. “Toen ik naar de gevangenis werd gevlogen was ik bang voor Bucca. Maar toen ik daar aankwam was het veel beter dan ik dacht. In elk opzicht.” Hij kwam er al snel achter dat de door de Amerikanen gerunde gevangenis buitengewone kansen bood. “We zouden in Bagdad of waar dan ook nooit zo bij elkaar hebben kunnen komen. Dat zou onmogelijk gevaarlijk zijn geweest. Hier waren we niet alleen veilig, maar we waren slechts een paar honderd meter verwijderd van de hele leiding van Al-Qaida” [Guardian, 11.12.15].

Index


Trainingskamp
Terroristen gebruiken internet als virtueel trainingskamp. Een aspirant terrorist hoeft niet meer af te reizen naar een moeilijk bereikbaar trainingskamp in Afghanistan of de Oekraïne. De Al-Qaida gerelateerde sites bieden bezoekers de mogelijkheid om een doe-het-zelf cursus voor terroristen te volgen. Daarbij worden handboeken gebruikt die vol staan met strategische, tactische en operationele informatie. Naast een massieve online bibliotheek met trainingsmateriaal worden sommige cursussen ondersteund door experts die vragen beantwoorden in chatrooms en discussiefora. De kwalificatie van moderne terroristen voltrekt zich in steeds sterkere mate ‘op afstand’, dat wil zeggen in gespecialiseerde online leergemeenschappen. In het online tijdschrift Al Battar worden potentiële rekruten opgeroepen om het internet te gebruiken:

In 2003 werden in het door Al-Qaida uitgegeven Al-Faroq aanzetten gegeven voor een “Al-Qaida Universiteit voor Jihad Wetenschappen” op het internet. Deze nieuwe universiteit zou niet alleen instellingen voor ‘elektronische jihad’ omvatten, maar ook praktische oefening in wapens, autobommen en het gebruik van ammunitie. Daarnaast zouden er specialisaties worden ontwikkeld in ‘elektronische jihad’ en ‘mediajihad’. De naam van de universiteit, Al Jihad, geeft aan op welke grondslag er ‘wetenschap’ bedreven zal worden: “de term Jihad betekent terrorisme, en bij Allah zijn we trots om terroristen te zijn.” Niet alleen de filosofie maar ook de rekruteringswijze van deze virtuele universiteit zijn nogal bijzonder: alleen de zeloten onder de zonen van de islam worden geaccepteerd. Het bestuur van de universiteit bestond uit jihadstrijders onder leiding van Osama bin Laden [bron].

Er is een ‘open universiteit voor de jihad’ ontstaan. Het publiek bestaat vooral uit jongeren in de Arabische wereld. Zij kunnen nu in hun eigen omgeving en tempo studeren in die grote virtuele madrassa.

Index


Mobilisatie en actiecoördinatie
Internet kan gebruikt worden om een (al dan niet verspreide) groep te mobiliseren om tot actie over te gaan. Terroristen gebruikten internet om hun aanslagen van 9/11 voor te bereiden. Al-Qaida verzamelde inlichtingen over doelwitten en verzond duizenden geëncrypteerde berichten via het internet. Internet biedt de terroristen anonimiteit, commando- en controle-bronnen en diverse andere faciliteiten om aanvalsopties te coördineren en integreren. Internet kan gebruik worden om verborgen berichten te versturen. Dit gebeurt onder andere door stegano­gra­fie, waar bij een bericht verborgen wordt in een grafisch bestand. Verborgen pagina’s of onzinnige frases kunnen gecodeerde instructies voor Al-Qaida aan­hangers bevatten. Voor Al-Qaida is internet dus een relatief veilige vorm van interne communicatie, voor mobilisatie en voor actie-coördinatie.

Commando en controle is het uitoefenen van gezag en het leidinggeven van een commandant aan een deel van de strijdkrachten teneinde een opdracht uit te voeren. Bij de planning, leiding en coördinatie van acties moeten inzet van personen, uitrusting, communicatie, faciliteiten en procedures met elkaar in balans worden gebracht. Op internet wordt men daarbij niet gehinderd door geografische grenzen. De coördinatie van een aanslag of een serie aanslagen kan vanaf zeer grote —en dus relatief veilige— afstand plaatsvinden. Al-Qaida verspreid haar krachten en stelt ze in staat om onafhankelijk te opereren; via strategische advies, theologische argumenten en morele inspiratie wordt daaraan leiding gegeven.

Index


Massadisruptie: cyberterreur
Cyberterrorisme?
Voor terroristen is internet niet alleen een katalysator van hun activiteiten, maar tegelijkertijd ook een wapen en een doelwit. Cyberterrorisme is het plegen van of dreigen met aanslagen op computers, elektronische netwerken en de daarin opgeslagen informatie teneinde een regering of hun burgers te dwingen om bepaalde politieke of sociale maatregelen te nemen. Van cyberterrorisme is pas sprake wanneer een dergelijke aanslag resulteert in geweld tegen personen of eigendom, of tenminste voldoende schade veroorzaken om angst te wekken [Wat is cyberterrorisme?].
Terroristen gebruiken computer- en internettechnologie als middel om hun traditionele activiteiten te ondersteunen en als een nieuw aantrekkelijk doelwit waartegen zij aanslagen kunnen lanceren. De informatietechnologie wordt in eerste instantie gebruikt als een instrument voor propaganda, rekrutering, zelforganisatie en actie-coördinatie. Naarmate terroristen meer met deze technologie vertrouwd raken, ontdekken zij echter ook dat de kritische infrastructurele systemen aantrekkelijke doelwitten zijn voor terroristische aanslagen. Juist omdat zij geleerd hebben hoe zij de informatietechnologie kunnen gebruiken voor de cyberplanning van eigen activiteiten, leren zij het ook gebruiken als offensief wapen gericht op vernietiging of ontregeling van vitale infrastructuren en basisvoorzieningen.

Aanzetten tot cybotage
Op de computers van Al-Qaida die in 2001 in Afghanistan in beslag werden genomen stonden modellen van een dam, inclusief software waarmee een catastrofale fout van controlesystemen kan worden gesimuleerd. In 2006 werd op jihadistische websites opgeroepen om cyberaanvallen uit te voeren op de financiële sector van de VS om de wantoestanden in Guantanamo Bay te vergelden.
De meest gevreesde cyberterroristische optie bestaat uit aanslagen op vitale informatie- en communicatiesystemen die resulteren in geweld tegen niet-militaire doelen. Internet produceert niet alleen een sfeer van hoop, maar ook een sfeer van virtuele angst. Mensen zijn bang voor dingen die onzichtbaar zijn en die zij niet goed begrijpen. De virtuele dreiging van aanslagen via computers en elektronische netwerken is een van die dingen. Die cyberangst ontstaat omdat men beseft wat een goed gecoördineerde grootschalige computeraanval teweeg zou kunnen brengen: destructie of ontregeling van vitale informatie- en communicatievoorzieningen, betalingsverkeer, luchtverkeer, elektriciteits- en watervoorziening etc.

Voor jihadisten is internet een goedkoop en zeer krachtig middel voor massadisruptie. De samenlevingen waartegen zij ageren, vertonen een zeer gevoelige elektronische achilleshiel. Cyberterroristen kunnen de kwetsbaarheden van vitale infrastructuren gebruiken om te penetreren in een slecht beveiligd computernetwerk teneinde fundamentele maatschappelijke functies te ontregelen of af te sluiten.

In zijn schets van het cyber-security plan voor de VS stelde president Obama in 2009:

Bij steeds meer mensen dringt het besef door dat computernetwerken kwetsbaar zijn terwijl we er steeds meer afhankelijk van worden. Kwetsbaarheid van computernetwerken betekent dus ook steeds meer risico’s voor de infrastructuren en voorzieningen waarvan we als individu, beroepsgroep, stadsbewoner, recreant én (staats)burger afhankelijk zijn.

Cyberterroristische aanslagen kunnen van veilige afstand worden geïnitieerd en strategisch gecoördineerd. Door het kraken van grote aantallen computers kunnen deze als zombies worden ingezet in een massale aanval op nauwkeurig bepaalde doelwitten — zonder dat de eigenaars van deze computers daar enige weet van hebben. Het internet creëert dus afstand tussen degene die de aanslag pleegt en de doelwitten. Een land kan worden aangevallen door terroristen die aan de andere kant van de aardbol leven. De risico’s zijn veel kleiner, vooral wanneer zij gebruik maken van gehackte zombie-sites die weer in andere landen staan.

De aanslagen van 11 september 2001 waren bedoeld om een massieve reactie te provoceren die de stelling van Al-Qaida zou bevestigen dat het Westen in staat van oorlog verkeerd met de islam en dat daardoor Westerse burgers en moslims gedwongen zouden worden om een kant te kiezen. Europa is daarbij een van de meest kwetsbare strijdterreinen.

Spanje en Turkije zijn de bruggen tussen de islamistische wereld en het Westen. Daarom werden juist deze landen getroffen door terroristische aanslagen. Al-Qaida wil deze bruggen vernietigen om de clash of civilizations op gang te brengen: een ongeremde, totale oorlog tussen ‘beschavingen’. Tegelijkertijd ligt in Europa een belangrijke toekomst voor de islam.

Al-Qaida in Europa
Een groep die zichzelf “Secret Organization for Qaedat al-Jihad in Europe” noemt claimde op 7 juli 2005 de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen in London. In de verklaring werd gezegd dat Londen werd aangevallen in reactie op “de slachtingen in Irak en Afghanistan”. De groep waarschuwde Denemarken en Italië en “alle regeringen van kruisvaarders” om hun strijdkrachten terug te trekken uit Irak en Afghanistan, of anders dezelfde straf te ondergaan. In sommige aan Al-Qaida gelieerde websites werd getwijfeld aan de authenticiteit van deze verklaring. Zij beweerden dat de operatie werd uitgevoerd door de Abu Hafs al-Masri Brigades of Al-Qaida in Europa.

Ongetwijfeld was een direct aan Al-Qaida verbonden organisatie verantwoordelijk voor deze terreuraanslagen in Londen. Lewis Attiyatullah, een bekende auteur van Al-Qaida, schreef een brief aan Tony Blair waarin hij hem waarschuwde voor “an incoming huge and spectacular” gebeurtenis. Het ergste moet nog komen en het Westen zal een hoge prijs betalen voor alle misdaden die zij tegen de moslims hebben begaan [ShiaChat, 16.5.05].

Op 9 en 16 juli verschenen er communiques van de Abu Hafs al-Masri Brigades, die al eerder de treinbommen in Londen (7 juli 2005) en Madrid (maart 2004) en de aanslagen in Istanbul (augustus 2003) opeiste. De ‘Europe Division’ van de brigades waarschuwde Europese naties om binnen een maand hun troepen uit Irak terug te trekken. Als dat niet gebeurt zouden in het hart van Europa aanslagen worden gepleegd. Landen als Denemarken, Nederland, Groot-Brittannië werd “a bloody war in the service of God” in het vooruitzicht gesteld.

De Britse premier Tony Blair bleef volhouden dat Engeland niet kwetsbaarder voor terroristische aanslagen geworden is door de oorlog in Irak. De Londense burgemeester Ken Livingstone sprak hem onomwonden tegen. Naar zijn mening heeft het Westen het moslimterrorisme gedeeltelijk over zichzelf afgeroepen door zijn bemoeienis met het Midden-Oosten. Om de grote oliebelangen in de regio veilig te stellen hebben de VS en Groot-Brittannië allerlei corrupte en repressieve regimes aan de macht geholpen. Zij gaven moedjahedien-strijders in Afghanistan geld, wapens en trainingen in hun strijd tegen de Russen. Zij maakten op die manier ook Osama bin Laden groot. Nu keren zij zich tegen hun sponsors.

Index


Virtuele islamitische staat
Al-Qaida heeft samen met de Islamitische Staat een zeer grote invloed op de wereldwijde islamistische jihad. Internet is een verzamelplaats geworden voor een regenboogcoalitie van jihadisten. Al-Qaida evolueerde zich tot een virtuele islamitische staat die een permanente plaats voor zichzelf probeert te vinden in de actuele wereld. Zij probeerde zich te ontworstelen aan het beeld van een irrationele, onverzettelijke doodscultus. De Islamitische Staat in Syrië en Irak wordt gezien als de materialisering van die virtuele heilsstaat. Haar meerwaarde is de ‘kracht van het voorbeeld’, net zoals aan het begin van de 19e eeuw het ‘reëel bestaande socialisme’ in Rusland een inspiratiebron werd voor veel jonge socialisten en communisten in de hele wereld.

De cartooncrisis die begin 2006 rond de wereld raasde was voor Al-Qaida een strategische kans om haar gezag binnen de moslimwereld te versterken. Op jihadistische webfora verscheen een stormvloed van bijdragen waarin uiting werd gegeven aan woede en werd opgeroepen tot revanche. De boycot van Deense goederen werd met kracht ondersteund en er werd opgeroepen om diplomatieke betrekkingen te verbreken met alle landen waarin de Deense spotprenten werden vertoond. Op de hoofden van de Deense cartoonisten werd een prijs gezet. Het aan Al-Qaida gelieerde Islamitische Leger in Irak kondigde aan dat het aanslagen zou plegen op landen waar de cartoons werden gepubliceerd. Het spoorde haar militanten aan om Denen te gijzelen en hen in stukken te snijden.

Voor jihadisten was de cartooncrisis een uigelezen mogelijkheid om hun positie binnen de islamitische wereld te versterken. Zij wierpen zich op als de ware vertegenwoordigers van de islamitische natie. Zij grepen het conflict vooral aan om af te rekenen met de ketterse opvatting over de geest van tolerantie van de profeet. Op 6 februari 2006 riep Abu Vaseer al-Tartusi moslimlanden op alle economische en diplomatieke betrekkingen met beledigende landen te verbreken, inclusief de olievoorziening. Deze landen moesten hun steun aan de profeet demonstreren door het invoeren van de sharia [bron].

Het Global Islamic Media Front (GIMF) publiceerde op 8 februari 2006 een verklaring op al-Ghorabaa waarin het conflict verder wordt geïnternationaliseerd. Bakr ibn Salim Bakri stelde voor om de boycot te verbreden naar goederen uit de V.S., de “officiële herder van alle misdaden tegen moslims” [Ulph 2006b].

Het actieplan van Al-Qaida is duidelijk en werd door Abu Maria al-Qurashi samengevat in de negen actiepunten [Ulph 2006c].

  1. Intensiveer de boycot door een appel te doen op het idee van ‘wraak voor de profeet’.
  2. Benadruk het ‘Osama had gelijk’-gezichtspunt in de ‘oorlog tussen islam en ongeloof’.
  3. Herhaal het relaas van de manier waarop de profeet vijanden van God afslacht; maak daarbij gebruik van het boek al-Sarim al-Maslul door Ibn Taymiyya, een middeleeuwse ideoloog.
  4. Benadruk de lafhartigheid van het standpunt van de Arabische regeringen en hun ongeloof.
  5. Verbreed de boycot onder Arabieren tot westerse gedachten en cultuur middels het aanvallen van secularisten, liberalen en modernisten.
  6. Moedig onder de jongeren het enthousiasme aan om wraak te nemen door hen films van jihadistische helden te laten zien.
  7. Herinner de massa’s aan de doctrine van al-Wala’wal-Bara’ (Vriendschap en Vijandschap) omdat mensen nu in de stemming zijn om de ongelovigen te haten en zichzelf gescheiden van hen te houden.
  8. Herinner ze aan de tragedies van de islamitische natie in Palestina, Irak, Afghanistan, Tsjetsjenië en Kashmir, en hoe de vijanden van God het boek van God hebben onteerd.
  9. Maak ze duidelijk dat alle akkoorden voor vrije doorgang voor ongelovigen vervallen voor degenen die zich tegenover Allah en zijn profeet opstellen, en dat het toegestaan is om hen in de val te lokken door hen vrije doorgang aan te bieden om hen te doden.

Deze en vergelijkbare verklaringen en actieplannen circuleerden over het hele internet. De toenemende stroom anti-Deense bijdragen werden al snel gekanaliseerd door sites als no4denmark.com en Katibat al-Difa’ an al-Nabi (“Batallion ter Verdediging van de Profeet”).

Tijdens een protest tegen de cartoons van hun profeet schreeuwden honderden Afghaanse studenten de naam van Osama bin Laden en dreigden zij lid te worden van Al-Qaida. “Als zij de profeet van de islam beledigen, zullen we allemaal Al-Qaida worden”. Op de universiteitscampus in Jalalabad verzamelde zich studenten die schreeuwden ‘dood aan Denemarken’, ‘dood aan Amerika’, ‘dood aan Frankrijk’ en ‘dood aan Karzai’. Zij riepen op om de ambassades van Denemarken, de V.S. en Frankrijk te sluiten en om hun troepen uit Afghanistan te verwijderen.

De toen nog levende Osama bin Laden kon tevreden zijn. De cartooncrisis, nieuwe foto’s van mishandelingen uit de Abu Ghraib gevangenis, en een video waarin Irakese jongeren brutaal in elkaar worden geslagen door Engelse soldaten — het waren visuele bevestigingen van wat hij altijd al had gezegd: de Verenigde Staten en haar westerse bondgenoten zijn een kruistocht begonnen om het islamitische geloof te vernederen en te vernietigen, en zij kunnen alleen gestopt worden door een meedogenloze oorlog tegen de ongelovigen.

Index Virtuele Jihad

Doe het via internet
In het midden van de jaren ’90 werd internet door militante islamisten ontdekt. Cyberspace werd een virtuele ontmoetingsplaats voor terroristische groepen. Aanvankelijk stond daarbij de verspreiding van de eigen ideologie en het rekruteren van nieuwe kaders voorop. Moslims worden aangemoedigd om hun computers te gebruiken om de zaak van de jihad te bevorderen. Een favoriete methode is het lanceren van cyberaanvallen die websites en e-mail servers van de ongelovige, blasfemische of Zionistische vijand verstoren.

Extremistische groepen die in repressieve omgevingen opereren bewerkstelligen een permanente mobilisatie door te steunen op informele sociale netwerken buiten de eigen regio. Jihadistisch terrorisme is uitgegroeid tot een transnationale beweging. Internet faciliteert en expandeert de jihadistische beweging om transnationale verbindingen en solidariteit over de grenzen heen te cultiveren. Middels versleutelde documenten en geanonimiseerde communicatie worden berichten en opdrachten verspreid tussen leiders en van leiders naar kaders. Met aansprekende beelden en aansporende propagandistische teksten worden de harten en hoofden van potentiële aanhangers veroverd. Bijna elke jihadistische website heeft een sectie waar men kan lezen hoe men via internet het ware geloof kan verspreiden en strijd kan voeren. De leuze is: “Als je jihad niet fysiek kunt doen, doe het dan via het internet”. Daarbij worden alarmerend specifieke aanwijzingen gegeven voor de praktische uitvoering van terreuraanslagen: gedetailleerde instructies voor cyberaanslagen, adviezen over gebruik van technische middelen (zoals explosieven, bomvesten en vuurwapens), lijsten met potentiële doelwitten.

De dreiging van cyberterrorisme blijft actueel — en wordt steeds realistischer. Specialisten op het gebied van de nationale veiligheid maken zich daarover al jaren grote zorgen. De potentiële kwetsbaarheid van Westerse naties voor geavanceerde cyberaanvallen op vitale infrastructuren is veel groter dan meestal wordt aangenomen. De meest vitale publieke en particuliere diensten —internet, betalingsverkeer, sociale verzekering, elektriciteitscentrales, vervoerssystemen en radio/tv— zijn grotendeels afhankelijk van digitale controles en zijn daarom potentiële doelen voor cyberaanslagen. Aanslagen op ideologische, economische, politieke, militaire en menselijke doelwitten worden voorbereid via internet en kunnen via datzelfde potente medium worden uitgevoerd en georkestreerd.

Het meest griezelige is misschien wel dit: cyberterrorisme is iets wat iedereen waar ook ter wereld kan praktiseren. De meest vitale infrastructuren van militair superieure staten zijn kwetsbaar voor aanslagen van slechts enkele individuen die vanuit elk punt ter wereld kunnen opereren en die vaak duizenden gekloonde computers tot hun beschikking hebben om sterk gedistribueerde aanvalsgolven te bewerkstelligen. Uit een onderzoek over de toekomst van het internet, dat begin 2005 door Pew/Internet werd gepubliceerd, blijkt dat de ondervraagde deskundigen zich grote zorgen maken over de kwetsbaarheid van het internet. Meer dan tweederde gaat ervan uit dat er in de komende 10 jaar een vernietigende aanval zal plaatsvinden op de informationele infrastructuur of op de nationale energievoorziening.

Voor ons is internet steeds meer een vitale infrastructuur geworden, voor terroristen is het daarom een primair doelwit geworden. Dat wordt nog versterkt door de overweging dat terroristen het internet ook als een primair doelwit beschouwen omdat zij het zien als een bedreiging van hun leefwijze. De universalistische en open basiscultuur van het internet verdraagt zich nu eenmaal slecht met een religieuze ideologie van Middeleeuwse woestijnstammen.

Index


Geschoold voor de strijd
Jihadistische kaders raken steeds beter ingespeeld op de mogelijkheden die internet en mobiele communicatie hun bieden. Dat blijkt ook wel uit wat er wordt aangetroffen op hun computers.
  1. Hack-instrumenten
    Meestal gaat het om eenvoudige inbraaksoftware die je overal op het internet kunt vinden, zoals de wachtwoordkraker LOphtCrack. Steeds vaker wordt er ook zelfgemaakte software aangetroffen waarmee cyberaanslagen kunnen worden gelanceerd. Sommige computers bevatten uitgebreide handleidingen voor het maken en verspreiden van virussen, het ontwerpen van hacking-strategieën en het saboteren van netwerken. Deze informatie wordt uitgebreid op jihadsites geëtaleerd.

  2. Verkenningen van vitale infrastructuren
    Waar zijn belangrijke spoorweg­kruispunten? Waar liggen de grote gasopslagplaatsen? Waar zijn de bruggen over rivieren die ook de glasvezelkabels voor de backbone van het internet dragen? Deze informatie is vanuit het buitenland makkelijk te verkrijgen. Net als andere internetgebruikers hebben terroristen niet alleen toegang tot kaarten en diagrammen van potentiële doelen, maar ook over simulaties waarmee de kwetsbaarheid van die doelen kan worden geanalyseerd. Een van de Al-Qaida computers bevatte de precieze bouwkundige eigenschappen van een dam. Met deze informatie —die zij van het internet hadden gehaald— konden de planners van Al-Qaida een simulatie uitvoeren waarmee de ‘breekpunten’ van de dam konden worden opgespoord. Op andere computers stonden software en programmeringsinstructies voor de digitale schakelaars die gebruikt worden in elektriciteitscentrales, watervoorzieningen, transportsystemen en communicatienetwerken.

  3. Geavanceerde codes en cryptografie
    Jihadisten maken gebruik van geavanceerde technische communicatiemiddelen. Een simpel voorbeeld. Een jihadistisch kaderlid ontvangt per e-mail een bericht dat lijkt op gewone spam — er staat alleen maar een link naar een foto in een sekssite. Het versturen van deze spam fungeert in werkelijkheid als een brievenbusvaandel. Het betekent dat het bericht dat verstopt zit in de foto is veranderd. De foto lijkt hetzelfde, maar de daarin (steganografisch) verborgen boodschap is gewijzigd. Wie zo’n bericht ontvangt weet te doen en haalt de gecodeerde informatie op. Zo’n geavanceerde manier van communiceren is zeer moeilijk te traceren.

  4. Geavanceerde communicatiemechanismen
    Jihadisten maken steeds vaardiger gebruik van de meest geavanceerde communicatiemiddelen. Een voorbeeld daarvan is het gebruik van eenmalige e-mail accounts (‘one-time-use electronic mail accounts’). Met behulp van simpele wiskunde kunnen twee mensen via de telefoon of face-to-face een geheime code afspreken waarmee zij het aanmaken van e-mail adressen (via Hotmail of andere gratis diensten) kunnen coördineren. Alleen zij weten wat het volgende e-mail adres zal zijn. Zo’n e-mail adres wordt maar één keer gebruikt om een bericht te versturen of te ontvangen. Daarna wordt dit adres nooit meer gebruikt zodat er nauwelijks digitale sporen achterblijven. Het is onmogelijk het voorafgaande verkeer te analyseren of te voorspellen waar het volgende bericht naar toe zal gaan of vandaan zal komen. De jihadistische leiding maakt waarschijnlijk geen of veel spaarzamer gebruik meer van elektronische communicatie­middelen, omdat zij weten dat de onderscheppingstechnologie van hun tegenstanders zeer geavanceerd is. Buiten deze inner circle wordt de communicatie zeer high tech ter hand genomen.
Sami Omar al-Hussayen
Sami Omar al-Hussayen
Verontrustender is dat een aantal aan Al-Qaida gerelateerde personen een goede technische achtergrond hebben. Er zijn jihadisten gearresteerd die universitaire studies over cyberveiligheid volgden. Een voorbeeld daarvan is Sami Omar al-Hussayen, die computer-wetenschappen studeerde aan de Universiteit van Idaho. Hij werd in maart 2003 (toen hij per vliegtuig wilde vertrekken naar zijn geboorteland Saudi Arabië) gearresteerd op verdenking van het bouwen en onderhouden van tientallen jihadistische websites, waarop onder andere de Hamas actief werd ondersteund, maar ook geld werd ingezameld voor de eervolle gewelddadige jihad. Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting werd Al-Hussayen op 11 juni 2004 door de jury in Boise vrijgesproken. Na 511 dagen in cel te hebben gezeten werd hij het land uitgezet wegens schending van zijn studentenvisum [Spokesman, 11.6.04; NYT, 11.6.04; FindLaw].

Jihadistische terreurgroepen zijn al jaren bezig om competenties te verwerven die nodig zijn voor cyberaanvallen op infrastructuren van landen die zij als vijand beschouwen. Geen aanvallen met bommen en kalashnikovs, maar met uit bits en bytes geconstrueerde cyberwapens — terreur van achter het toetsenbord.

Eigen computercentra
Via internetcafé’s en technische trainingscentra worden jongeren getraind in de meest uiteenlopende vaardigheden: van gegevensverzameling tot hacktivisme. Islamitische groepen die verbonden zijn met bekende terroristen hebben in conflictzones computercentra opgebouwd waarin niet alleen inlichtingen worden verzameld maar ook toekomstige strijders worden getraind en geïndoctrineerd. Deze centra werden in 1999 en 2000 opgericht in Dagestan. Zij werden gebruikt voor het verspreiden van Wahabistische literatuur, inclusief Al-Qaida propaganda.
Terreurgroepen streven naar een zo groot mogelijke schade tegen zo laag mogelijke investering. In dat opzicht is de investering in cyberwapens een rationele keuze. Het kost immers niet veel geld om de hardware, software en vaardigheden die hiervoor nodig zijn te verwerven. Een deel van de kaderleden van Al-Qaida, ISIA en andere terroristische netwerken worden uitvoerig geschoold worden in strategie, tactiek en methodiek van hacking en cracking. Het is bekend dat er connecties zijn tussen het Al-Qaida netwerk en de Inter Services Intelligence (ISA), de Pakistaanse inlichtingendienst. ISI steunt Al-Qaida en de Taliban en laat hun rekruten oefenen in traningskampen op Pakistaans grondgebied [Forest 2007:83]. Daarnaast zijn er contacten met groepen hackers die tegen andere doelen worden ingezet. Er wordt niet alleen gebruik gemaakt van de expertise en inzet van recreatieve hackers, criminele crackers, en hacktivisten, maar ook van ontevreden werknemers die voor wat geld bereid zijn om belangrijke toegangscodes of veiligheidsinformatie te verstrekken.

Index


Lessen en kansen
Uit recente studies van cyberaanslagen door jihadisten kunnen een aantal lessen worden getrokken.
  1. Cyberaanslagen gaan meestal direct gepaard met fysieke aanslagen
    Er is een direct verband tussen politieke conflicten en cyberaanslagen. Goedgerichte cyberaanslagen kunnen zeer vergaande politieke en economische gevolgen hebben.

  2. Cyberaanslagen nemen toe in aantal, worden steeds geavanceerder en worden beter gecoördineerd
    Het aantal cyberaanslagen neemt toe en vertoont steeds duidelijker een patroon van gefaseerde escalatie. Dat levert vooral problemen op voor landen die hun infrastructuren niet goed beveiligd hebben tegen cyberstrategieën gericht op ontregeling van vitale voorzieningen.

  3. Cyberterroristen worden aangetrokken door doelwitten met een hoge economische, politieke of symbolische waarde
    Doelwitten met een hoge waarden zijn elektronisch netwerken, servers of routers waarvan de ontregeling grote symbolische, politieke of tactische gevolgen heeft. Een massieve cyberaanval op vitale infrastructuren kan de kernfuncties van een samenleving ontregelen. Voorbeelden daarvan zijn telecommunicatie, elektriciteitscentrales, gas en olie, bankwezen en geldverkeer, transport, watervoorzieningen, overheidsdiensten en rampendiensten. Al deze infrastructuren zijn in steeds sterkere mate afhankelijk van informatiesystemen, en ze zijn onderling sterk met elkaar verbonden. Veel van deze informatie­systemen kunnen via het internet en soms zelfs draadloos worden gemanipuleerd.

... dan dooft het licht
In het informatietijdperk zou een samenleving afsterven als er geen elektriciteit meer zou zijn: ijskasten, verwarmingen, liften, televisies in bedrijven, ziekenhuizen en huizen, verkeerslichten in de straten, lichtsignalen en communicaties op vliegvelden, aandelenhandel op de beurs, financiële transacties tussen banken en tussen banken en klanten, vervoer in treinen. Overal gaat letterlijk het licht uit. Hackers zijn er al in geslaagd om binnen te dringen in de netwerken van de elektriciteitscentrales. Ook simulaties (zoals de bekende Eligible Receiver) toonden aan dat elektriciteitscentrales relatief makkelijk zijn te ontregelen.

De controle op elektriciteitsstromen vindt plaats via speciale computernetwerken. Deze Supervisory Control and Data Acquisition (SCADA) systemen opereerden vroeger in een vacuüm — er werd gebruik gemaakt van een taal die alleen experts verstaan. Tegenwoordig zijn de bedrijfscomputers van de elektriciteitscentrales op het internet aangehaakt. Omdat vervolgens ook bedrijfscomputers aan de SCADA-computers worden verbonden wordt het hele systeem kwetsbaar voor vijandige aanvallen van buitenaf. Om ongeautoriseerde toegang tot dergelijke systemen te krijgen hoeft men geen computerwetenschapper te zijn,

Dit wil overigens niet zeggen dat elektriciteitscentrales het meest te vrezen hebben van elektronische penetratie. De adviesgroep voor nationale veiligheid in de VS kwam tot de volgende afweging.

    “Voor de infrastructuur van elektriciteitscentrales is fysieke vernietiging is nog steeds de grootste dreiging. In vergelijking daarmee is een elektronische penetratie een toenemende, maar nog relatief kleine dreiging. Insiders worden beschouwd als de primaire dreiging voor informatiesystemen. Bezuinigingen, toenemende concurrentie en de verschuiving naar standaardprotocollen zullen bijdragen aan de potentiële bronnen van aanvallen, of deze nu van binnen of buiten een centrale plaats vindt” [Electric Power Risk Assessment].
De deregulering van de energiesector is een krachtiger aanslag op de elektrische infrastructuur dan wat een cyberterrorist ooit zou kunnen bereiken [Lewis 2002:5].

In het internettijdperk waarin communicatie in nanoseconden over de nationale grenzen gaat zouden terroristische groepen met hun strijd in cyberspace veel kunnen winnen. Internet biedt voor terroristen zeker nieuwe kansen. Die kansen kunnen natuurlijk ook worden verkleind. Zij worden verkleind door het beveiligen van internet en andere vitale elektronische netwerken, door het systematisch in de gaten houden van cyberterroristische aanslagen, en uiteraard door het ontwikkelen van een effectieve contrastrategie.

Index


Toekomst van cyberterreur
Islamistisch geïnspireerde terrorisme manifesteert zich via internationaal georganiseerde netwerken. Ondanks massieve inzet van militaire middelen door de VS en haar coalition of the willing— hebben deze netwerken hun slagkracht grotendeels behouden, zo niet uitgebreid. Ook in Nederland is de terroristische dreiging inmiddels sinds 2003 meer dan aanzienlijk [AIVD 2003] en werd zij in 2013 verhoogd van beperkt tot substantieel [NCTV 2013]. Dat heeft verschillende oorzaken. De jihadstrijders worden steeds slimmer en leren van hun ervaringen. Het traditionele terrorisme werd gekenmerkt door stoutmoedige enkelingen of kleine eenheden die acties ondernemen waarvan overwegend burgers het slachtoffer werden. Het moderne jihadistisch geïnspireerde terrorisme wordt gekenmerkt door simultaan uitgevoerde, groot- en kleinschalige aanslagen door middel van individuele of geassocieerde zelfmoordenaars. Het handelingsrepertoire van deze ‘derde generatie moedjahedien’ is zeer gevarieerd: van een eenvoudige hinderlaag, liquidatie van één of enkele militairen, zelfmoordaanslagen op zachte doelen (op individuele politici, kunstenaars, intellectuelen, journalisten, ontwikkelingswerkers en op collectieven zoals concertgangers, hotelbewoners, reizigers, kerkgangers of willekeurige marktbezoekers) tot sabotageacties tegen infrastructuren en politieke instellingen.

Jihadisten leren snel. Ze gebruiken internet om strijdervaringen uit te wisselen en de effecten van hun acties te evalueren. Ze hebben geleerd dat je op internet niet zo anoniem kunt opereren als aanvankelijk gedacht werd. Daarom wisselen de jihadisten voortdurend van identiteit en schuilnaam, worden ze steeds behendiger in het snel aanmaken van nieuwe sites en discussiefora, en hanteren ze steeds geavanceerder technieken om van web- en mailadres te wisselen. De laatste jaren hebben zij geleerd om behendig gebruik te maken van de meest uiteenlopende en geavanceerde sociale media. De mediastrategie van de Islamitische Staat is daarvan het meest sprekende voorbeeld. Daarin worden vuurvaste anonimiteit (niet-traceerbaarheid), virale verspreiding van propaganda- en rekruteringsmateriaal op listige wijze met elkaar gecombineerd.

Daar staat tegenover dat ook opsporingstechnieken van de veiligheids- en inlichtingendiensten steeds beter worden en dat de handelingsruimte voor digitale rechercheurs wordt verruimd. Maar het blijft een digitale wapenrace. Naarmate islamitisch geïnspireerde terroristen meer vertrouwd raken met internet, worden ook zij zich meer bewust van de mogelijkheden voor cyberaanvallen op vitale maatschappelijke infrastructuren. Zij weten hoezeer vooral Westerse samenlevingen afhankelijk zijn geworden van computers, internet en mobiele communicatie. Juist daarom zijn internet en de daaraan verbonden digitale systemen een steeds aantrekkelijker doelwit van groepen die vertrouwd zijn geraakt met informatietechnologie [Kohlmann 2002:3].

Nog helemaal onder indruk van de terreuraanslagen in Parijs 13/11 zei de Britse minister van financiën George Osborne dat hij ervan overtuigd was dat militanten van de Islamitische Staat proberen om de capaciteiten te ontwikkelen om dodelijke cyberaanvallen te lanceren of Britse doelwitten zoals ziekenhuizen en systemen voor verkeerscontrole. “Van onze banken tot onze auto’s, vanaf onze militairen tot onze scholen, alles wat online is is ook een doelwit. De inzet kan nauwelijks hoger zijn. Wanneer onze elektriciteitsvoorziening, of onze vliegcontrolesysteem, of onze ziekenhuizen online met succes worden aangevallen, kunnen de gevolgen daarvan niet alleen in termen van economisch schade worden gemeten, maar ook in verloren levens. Zij hebben die capaciteit nog niet. Maar we weten dat ze deze willen en hun best doen om deze op te bouwen” [BBC, 17.11.15].

Index


Remmende factoren?
Waarom zouden jihadisten niet de cyberterroristische optie in hun actierepertoire opnemen? Internet kan worden gebruikt om de samenlevingen van de vijanden te ontregelen. Als het mogelijk is kan zelfs worden overwogen om het internet zelf te ontregelen. Voor terroristen zijn de nadelen van het ontregelen van de informationele infrastructuur veel geringer dan voor hun tegenstanders. Voor een juiste inschatting van de actuele risico’s van cyberterroristische aanslagen moet rekening gehouden worden met een aantal remmende factoren. Hoewel er steeds minder specialisten zijn die de dreiging van cyberterrorisme onderschatten, blijven enkele optimisten hameren op de volgende drie remmende factoren.

    Te ingewikkeld of te dom ?
    Te ingewikkeld, te traditioneel of te dom?
  1. Elektronische netwerken zijn weliswaar kwetsbaar, maar zij zijn ook tamelijk complex. Daarom is het lastig een cyberaanslag te controleren en een gewenst schadeniveau te bereiken. Een cyberterroristische aanslag moet resulteren in substantieel geweld tegen personen of eigendommen of moet tenminste zoveel schade veroorzaken dat er grote angst wordt opgewekt. Zonder zo’n emotionele angstreactie is een aanslag mislukt. Om op te vallen moeten terroristen iets zeer dramatisch doen: een bekend individu vermoorden (Theo van Gogh: Amsterdam 2004), meerdere bekende individuen vermoorden (redactie Charlie Hebdo: Parijs 2015), veel onbekende individuen vermoorden (Metro en Bus: Londen 2005) of een symbolisch belangrijk object inclusief om- en inwoners vernietigen (New York 2001: Twin Towers en Pentagon). Dergelijke acties zijn met een computer veel moeilijker te bewerkstelligen dan met een bom. Bovendien is het veel minder zeker dat dergelijke cyberaanslagen succesvol zijn.

  2. Terroristen zijn niet geneigd om nieuwe methoden en nieuwe instrumenten te gebruiken tenzij zij hun oude als inadequaat beschouwen. Terroristen moeten zich vertrouwd voelen met een wapen voordat zij het gebruiken. Cyberaanslagen zijn handelingen op afstand — zij worden niet aangestuurd en gecontroleerd via oog-hand coördinatie, maar door complexe algoritmes die in virussen, wormen en logische bommen worden ingebouwd. De resultaten van dergelijke acties zijn veel moeilijker in te schatten dan bij het direct elimineren van mensen of fysieke objecten. Terroristen zijn niet geneigd te experimenteren met iets waarvan zij niet absoluut overtuigd zijn dat dit het gewenste resultaat zal hebben.

  3. De ‘menselijke factor’ moet niet worden onderschat. Hoewel de bestaande informatietechnologie nog niet robuust genoeg is om goed georkestreerde interne en externe balansverstoringen te verwerken, zouden er toch voldoende gekwalificeerde mensen zijn die terroristische pogingen tot ontregeling van het internet kunnen opvangen.
Op basis van dergelijke overwegingen wordt vaak gesuggereerd dat het niet zo’n vaart zal lopen met de substantiële vormen van cyberterreur. Dit optimisme is weliswaar geruststellend, maar ongegrond en misleidend. Zij is gebaseerd op drie misvattingen:
  1. terroristen zijn niet in staat om met complexe problemen om te gaan,
  2. zij koesteren niet alleen oude gedachten, maar ook traditionele middelen en beproefde methoden, en
  3. ‘wij’ beschikken over veel betere beveiligingsspecialisten die ons zullen behoeden voor een elektronisch Pearl Harbor.

Jihadisten hebben al aangekondigd dat zij nieuwe innovatieve aanslagen zullen plegen die volledig onverwacht zijn en waarvan het aantal slachtoffers de stoutste verwachtingen zal overtreffen. De vastberadenheid waarmee dergelijke aankondigingen via internet worden verspreid, zou een al te lichtvaardig geloof in het traditionalisme van terroristen en de superioriteit van westerse techneuten moeten temperen. Kerkhoven liggen vol met mensen die zichzelf ver verheven voelden boven hun tegenstanders.

Jihadisten te dom?
In maart 2013 liet het Public Accounts Committee zich door een aantal experts informeren over de kans dat Al-Qaida een cyberaanval zou kunnen lanceren op het Britse eiland. Een van die experts was Thomas Rid, lector in oorlogsstudies op het King’s College in Londen. De vraag was waarom er nog nooit een cyberaanval was uitgevoerd op Britse infrastructuren. Zijn antwoord was: “Al-Qaida is te dom en China wil dat niet doen.”

Jihadistische terreurgroepen zouden niet de expertise hebben die vereist is om vitale publieke voorzieningen te ontregelen. “Het vereist inlichten over de doelwitten waarin je wilt penetreren. En dan is het niet genoeg om systemen uit te schakelen via een software aanval, maar moet je daadwerkelijk het systeem herprogrammeringen om de parameters van de uitkomst te modificeren en dat is veel moeilijker. Je hebt vaardigheden en intelligentie nodig. Op dit moment beschikken militanten daar niet over” [BBC, 14.3.13]. Het venijn zit in de staart: “op dit moment” kan zo’n redenatie hout snijden, maar geldt dat ook voor morgen of volgend jaar?

Wat is de kans dat jihadisten daadwerkelijk overgaan tot cyberterrorisme? Dat is afhankelijk van twee kritische vragen. Ten eerste: welke scenario’s zijn geschikt om een cyberaanval te lanceren die onder de bevolking een niveau van angst bewerkstelligt dat zij willen bereiken? Ten tweede: is een cyberaanval daadwerkelijk de gemakkelijkste weg voor terroristen om dit doel te bereiken of zijn traditionele methoden toch goedkoper en effectiever?

Terroristen hebben internet tot nu toe gebruikt voor vandalisme, dreigementen, rekrutering en vooral voor propagandistische doeleinden. Zij beschikken echter (nog) niet over geraffineerde en hoogwaardige cyberwapens zoals Stuxnet. Voor een vernietigende grootschalige cybercampagne zijn financiële, intellectuele, organisationele en personele bronnen vereist waarover zelfs de meest rijke en best georganiseerde terroristische organisaties op dit moment (nog) niet beschikken. Maar zodra cyberwapens zoals Stuxnet daadwerkelijk worden ingezet, wordt ook hun ontwerp bekend en kan relatief makkelijk worden nagebouwd en gemodificeerd.

De islamistische militanten die delen van Syrië en Irak hebben veroverd en daar de Islamitische Staat hebben uitgeroepen, bleken uitzonderlijk goed in staat om gebruik te maken van de technologiën van de 21ste eeuw. ISIS heeft met succes gebruik gemaakt van het internet voor het rekruteren en het verspreiden van jihadistische informatie en voor afschrikkingstactieken. Maar er zijn ook signalen dat de terroristische organisaties proberen om toegang te krijgen tot cyberwapens. In augustus 2014 verklaarde de directeur van de NSA Michael Rogers dat de Verenigde Staten zich moeten voorbereiden om cyberaanvallen vanuit de Islamitische Staat te pareren. “We need to assume that there will be a cyber dimension increasingly in almost any scenario that we’re dealing with. Counterterrorism is no different” [USNews, 16.10.2014].

De cruciale vraag is of en in hoeverre ISIS daadwerkelijk in staat is om grootschalige cyberaanvallen uit te voeren op een of meerdere van de naties waarmee zij op voet van oorlog verkeerd. De technologische infrastructuur die ISIS ten dienste staat is tamelijk zwak ontwikkeld en de financiële en intellectuele bronnen waarover zij kan beschikken om een cyberoorlog te voeren zijn marginaal in vergelijking met bijvoorbeeld het Chinese potentieel.

Index


Niveaus van cyberterreur
Kleinschalige en enkelvoudige cyberaanslagen kunnen relatief eenvoudig worden afgeslagen. Zodra een hacker toegang heeft verworven tot elektronische data- of regelsystemen kan het doelwit meestal snel reageren door de zwakke plekken van het systeem te repareren. Om een duurzame ontwrichting te bewerkstelligen moeten cyberaanvallers telkens weer nieuwe kwetsbaarheden exploiteren en ook telkens nieuwe, complexe inbraak- en cybotagetactieken gebruiken. Het is echter naïef te veronderstellen dat zo’n complex en gecoördineerd niveau van cyberterreur niet door jihadisten gerealiseerd zou kunnen worden [zoals onder andere Lewis 2002 beweert]. De jihadisten van vandaag weten dat zij tegelijkertijd meerdere doelen voor langere perioden moeten aanvallen om daadwerkelijk terreur te zaaien en vitale infrastructuren te ontwrichten [Weimann 2015:150].

De uitvoering van een echte grootschalige cyberaanval vereist uiteraard veel intellectuele, organisationele en persoonlijke capaciteiten. Sommige defensiespecialisten — zoals George R. Lucas — gaan er van uit dat dit zelfs voor de best gesponsorde en georganiseerde terroristische organisaties te hoog gegrepen is. We kunnen echter niet uitsluiten dat een terroristische groep op den duur zelf de cyberwapens fabriceert of op de zwarte markt koopt om een grootschalige, complexe en gecoördineerde cyberaanval te lanceren.

Jihadisten maken maximaal gebruik van internet en mobiele communicatie om hun doelen te bereiken. Het is moeilijk te voorspellen in welke vormen en met welke technieken cyberaanvallen zullen worden uitgevoerd en wat daarbij de specifieke doelwitten zullen zijn. Terroristen zoeken de kwetsbaarheden van het vijandig systeem om het te ontregelen of elimineren. Vooralsnog lijkt de angst voor cyberterreur groter dan de feitelijke bedreiging van de staatsveiligheid. Dat is echter nog geen reden om de actualiteit van het cyberterroristische gevaar te onderschatten. Integendeel, het gaat erom deze angst te overwinnen door het ontwikkelen van een anti-terrorisme beleid waarin preventie én repressie met elkaar in balans zijn.

Index


Schieten op bewegende doelen
Het onderzoek naar het gebruik van internet door jihadgroepen moet een aantal hindernissen overwinnen. Ten eerste zijn de nationale jihadsites niet alleen onderling sterk verweven, maar ook ingebed in internationale netwerken. Middels een netwerkanalyse kunnen de patronen van deze verwevenheid in kaart worden gebracht. Daarvoor zijn programma’s beschikbaar waarmee automatisch een beeld wordt geschapen van het totale communicatienetwerk, van de sleutelfiguren of moedersites en van de wijze waarop informatie tussen de websites zich verspreid (verkeersstromen). In Zichzelf organiserende netwerken wordt hierop uitvoeriger ingegaan.

Geheime netwerken gedragen zich anders dan normale sociale netwerken. Samenzweerders hebben weinig connecties buiten hun directe cluster en maken slechts beperkt gebruik van bestaande connecties binnen het netwerk. De cellen blijven aan elkaar verbonden door sterke connecties die in eerdere contacten zijn ontstaan, op school en in trainingskampen. Maar anders dan bij normale sociale netwerken blijven deze sterke connecties meestal slapend en daarom voor buitenstaanders verborgen [Krebs 2002].

Ten tweede is aantal documenten en bijdragen aan discussiefora van jihadsites zo groot dat het bijna onmogelijk is om deze allemaal te lezen. Er is dus behoefte aan software waarmee zeer grote aantallen documenten en discussiebijdragen automatisch in kaart kunnen worden gebracht. Er zijn een aantal goede technologieën voor automatische tekstanalyse op de markt. Een voorbeeld hiervan is Crawdad Text Analysis System. Het is een programma voor de analyse van grote hoeveelheden ongestructureerde kwalitatieve gegevens dat ontwikkeld werd door Steve Corman aan de Arizona State University (ASU). Het programma kan worden gebruikt voor wetenschappelijke analyse online netwerken, maar ook voor kennismanagement, nationale veiligheid en inlichtingen en voor zakelijke inlichtingen over concurrenten. Een ander instrument voor de systematische analyse van ‘very large-scale conversations’ (VLSC’s) is de Conversion Map van Warren Sack (UC Berkeley, Social Technologies Group). Het is een middel om de sociale en linguïstische structuur van zeer grootschalige conversaties (zoals nieuwsgroepen, webfora, Instant Messaging, Chat groepen en sociale media) te onderzoeken. Vergelijk in dit verband ook de studies van Judith Donath (MIT MediaLab, Sociable Media Group).

Ten slotte moet een oplossing worden gevonden voor het feit dat documenten en discussiebijdragen op jihadsites nogal vluchtig zijn en dat de sites zelf regelmatig spoorloos verdwijnen om op andere plaats of onder een andere naam weer opnieuw te verschijnen. Daarvoor zijn instrumenten nodig waarmee —op zelf te bepalen criteria— relevante documenten of discussiebijdragen automatisch worden opgeslagen, met bronvermelding en datum. Het blijft hoe dan ook lastig — analytisch ‘schieten’ op bewegende doelen.

Index


Verloren oorlog
In de strijd tegen het terrorisme is er geen uiteindelijke winnaar. Want terrorisme is een articulatie van een geblokkeerd conflict. Dat zijn conflicten waarbij geen van de partijen in staat is om de andere partij(en) van hun gelijk te overtuigen, of zodanig te domineren dat zij zich neerleggen bij de gevestigde grond-, staats- en strafrechtelijk regels en/of heersende gebruiken en zeden. Het zijn conflicten die niet snel van de aardbodem verdwijnen omdat zij diep verankerd zijn in de structurele sociale ongelijkheden van een ontkerstende, sterk geïndividualiseerde maar nog altijd kapitalistische samenlevingen.

De war on terror die de Amerikaanse overheid na 9/11 in haar vaandel schreef heeft jammerlijk gefaald. De val van Raqqa in Oost Syrië in maart 2013 en de overname van Fallujah in januari 2014 (de stad die tien jaar eerder met enorme inzet van Amerikaanse mariniers zo moeizaam veroverd werd), zijn slechts twee van de grote successen van aan Al-Qaida/ISIS verbonden jihadisten. Het falen van de war on terror werd duidelijk gemarkeerd door de oprichting van de Islamitische Staat in Syrië en Irak in juni 2014 [Cockburn 2014]. Alleen al de VS besteedde tussen 2000 en 2014 zo’n 1,4 biljoen euro aan militaire bestrijding van het terrorisme. Dat is zes keer zoveel als de jaarlijkse begroting van de Nederlandse staat. De Europese Unie is van plan om 1 biljoen euro uit te trekken voor de strijd tegen ISIS in Syrië en Irak.

Thomas-theorema
Een van de meest fundamentele en nauwelijks omstreden sociologische inzichten werd in 1928 geformuleerd door de Amerikaanse socioloog William Isaac Thomas: “If men define situations as real, they are real in their consequences” [William Thomas, The child in America: Behavior problems and programs, 1928, p. 572]. Vrij vertaald: onze feitelijke handelingen worden beïnvloed door onze subjectieve percepties van de situatie, ook al zijn deze percepties (en daaraan gekoppelde waarderingen) nog zo onjuist, onzinnig of immoreel. Het construeren, presenteren en handhaven van definities van de situatie en van persoonlijke en collectieve identiteiten zijn niet alleen fundamentele gegevens van directe sociale interacties, maar ook van sociale netwerken, organisaties, instituties en van de samenleving als geheel.
Hoe krankzinnig, wanstaltig of ontspoort men de motivaties en ideologie van de gewelddadige jihad ook vindt: als mensen echt geloven dat iets waar is, wordt dit ook waar in zijn gevolgen. Als voldoende mensen geloven dat een bepaalde bevolkingsgroep (Joden, Negers, Homoseksuelen, Ongelovigen etc.) minderwaardig is resulteert dit op den duur in keiharde discriminatie, uitsluitingsprocessen, concentratie- en vernietigingskampen, apartheidssystemen en terroristische kalifaten. De jihadistische definitie van de situatie is een crucriale bron van het terroristisch handelen. Een abjecte definitie van de situatie (‘een idee’) kun je echter niet bombarderen, arresteren of uit het land zetten. Het jihadistisch gedachtengoed kan niet —in ieder geval niet alléén— met fysiek geweld of repressieve maatregelen worden beteugeld.

In het relatief veilige Europa werden de afgelopen jaren diverse aanslagen gepleegd uit naam van het gewelddadige islamisme. Aanslagen in Istanbul, de moord op Theo van Gogh in Nederland, treinbommen in Londen en Madrid, de moord op de militair Lee Rigby in Londen, de aanslag op het joods museum in Brussel, de slachtpartij op de redactie van Charlie Hebdo, de gewelddadig gijzeling van een joodse supermarkt in Parijs, de moord op de Finse filmregisseur Norgaard en een joodse nachtwaker bij een synagoge in Kopenhagen, en de meervoudige aanvallen op Parijse burgers. Het waren dramatische gebeurtenissen die veel Europeanen angst inboezemden. Die angst is uiteraard niet ongegrond omdat elke enigszins geïnformeerde burger nu weet dat dergelijke aanslagen op elk moment en op elke plaats wéér kunnen plaatsvinden.

Die kans op aanslagen op Westerse doelwitten is zelfs toegenomen. In de eerste fasen van de oorlog in Syrië leek de terroristische dreiging tegen het Westen iets af te zwakken toen de jihadisten afreisden naar Syrië om het regime van president Assad te bestrijden. Er was weinig belangstelling voor aanslagen in eigen land. Dat veranderde toen in juni 2014 het kalifaat werd uitgeroepen. ISIS ging een meer agressieve en expansionistische politiek voeren en beloofde Rome te veroveren en de kruisvaarders in de hele wereld te verslaan. De strijders van ISIS juichten bij de onthoofding van westerse gijzelaars en vertelden trots dat er aanslagen in het Westen werden gepland. Het kalifaat is per definitie territoriaal expansionistisch — het is haar heilige plicht om de hele wereld aan de islam te onderwerpen. En alle moslims hebben de individuele verplichting om de Islamitische Staat in haar expansie te ondersteunen,

ISIS en Al Qaida hebben nog steeds een sterke aantrekkingskracht voor ontevreden jonge moslims in het Westen. De rekrutering van jihadisten in Europa is toegenomen. In het meest recente publicatie van Interpol, het Terrorism Situation and Trend Report 2015 (TE-SAT) wordt erop gewezen dat dit er er uiteindelijk toe kan leiden dat er in Europa een nieuwe generatie jihadistische terroristen ontstaat. Vooral de terugkomst van jihadisten die in Syrië en Irak voor ISIS en verwante organisaties gevochten hebben baart inlichtingen- en opsporingsdiensten grote zorgen.

De regeringen van de Europese landen overtroeven elkaar en zichzelf in straffe maatregelen. Het scale aan repressieve maatregelen lijkt oeverloos: verhoging van het budget voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten, opsporing broeinesten van islamistisch geïnspireerde radicalisering, meldplicht voor radicalen, ontneming van paspoorten om migratie naar islamitische strijdgebieden te blokkeren, strengere controles aan de Europese buiten- en binnengrenzen, invoering van een passagiersnamenregister.

Een effectieve anti-terroristische strategie zou primair gericht moeten zijn op het wegnemen van de voedingsbodem voor politieke radicaliseringsprocessen die leiden tot gewelddadige acties die de basisprincipes van de democratische rechtsstaat aantasten. Een democratische rechtsstaat heeft het recht én de morele plicht om zichzelf te verdedigen. Een weerbare democratische rechtsstaat probeert potentiële terroristen tijdig op te sporen en onschadelijk te maken. Er zijn al diverse terroristische complotten verijdeld door inlichtingendiensten die een goede elektronische surveillance hebben opgebouwd om verdachte activiteiten van jihadisten op het internet in de gaten te houden. Tegelijkertijd zijn er voorbeelden van aanslagen die voorkomen hadden kunnen worden als veiligheidsdiensten in staat waren geweest om de elektronische signalen die zij opvangen met elkaar te verbinden om de betekenis daarvan te achterhalen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bomaanslagen op de Boston maraton van de Tsarnaev broers. Ook terroristen zijn voor hun onderlinge communicatie afhankelijk van computers en mobiele telefoons met internetverbinding. Cyberspace is daarom een belangrijk operatieveld geworden voor contra-terroristische veiligheidsdiensten.

De kunst van een effectief anti-terrorismebeleid ligt in het vinden van een balans tussen preventie (wegnemen van maatschappelijke oorzaken; stimuleren van sociale cohesie; educatie en verspreiding van goed burgerschap), ideologische bestrijding van gewelddadig jihadisme (contra-narratief) en repressie (justitiële en politionele strijdt tegen terroristen en terroristische netwerken; deprogrammerings- en resocialisatieprogramma’s).

In cyberspace brengt dit een drieledige opdracht met zich mee. Ten eerste moeten de online jihadistische activiteiten nauwkeurig in kaart worden gebracht om informatie te krijgen over hun strategieën, motivaties, interne debatten en netwerken. Ten tweede kunnen hun online activiteiten gericht en hardhandig worden ontregeld met effectieve cyberwapens. Ten derde zouden er zachte, discursieve initiatieven genomen moeten worden om extremistisch propaganda te discrediteren en constructieve alternatieven aan te bieden voor potentiële rekruten.

Not in my name
Op 13 september 2014 werd een video gelanceerd dat de onthoofding toonde van de Britse hulpverlener Alan Henning door ISIS. In de uren daarna raasde op twitter de hashtag #notinmyname in het rond. Veel Westerse moslims gaven daarmee uiting aan hun verontwaardiging over de manier waarop hun geloof gegijzeld werd. Een groep jonge Brtise moslims keerden zich tegen de strijders van de Islamitische Staat met een video en sociale mediacampagne [Not in my Name - Muslims against ISIS].

Index Informatiebronnen

  1. Haatgroepen
    Een typering van haatgroepen op het internet.

  2. Hate Groups: Watch Them - Fight Them
    Informatiebronnen over haatgroepen op het internet.

  3. 1Limburg

  4. Al-Baghdadi, Abu Bakr
    [2014] A Message to the Mujahidin and the Muslim Ummah in the month of Ramadan
    Alhayat Media Centre, 5 juli 2014.

  5. Armed Forces Journal (AFJ)

  6. Ahmad, Huma
    Muslims on the Internet: the Good, the Bad....the Ugly

  7. Aid, Matthew M.

  8. AIVD - Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
    • Jaarverslagen: 1887 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014
    • [09.12.2002] Rekrutering in Nederland voor de jihad: van incident naar trend
      Het rekruteren van moslims ten behoeve van de jihad betekent een directe bedreiging voor de Nederlandse democratische rechtsorde. Ook in onze samenleving bevinden zich personen die radicaal-islamitische, anti-democratische overtuigingen koesteren en die tevens bereid zijn —of toegroeien naar een bereidheid— om geweld te gebruiken, teneinde zogeheten vijanden van de islam te bestrijden of zelfs te vernietigen. Er bestaat een reëel gevaar dat gerekruteerden voor de jihad hun geweldsactiviteiten in de toekomst ook in Nederland zullen gaan ontplooien.
    • [25.07.2003] Contraterrorisme in Nederland
      Erik Akerboom (directeur democratische rechtsorde van de AIVD) schetst de radikalisering van het islamistisch terrorisme in Nederland en de werkwijze van de AIVD. Ssommige in Nederland opgegroeide moslims zijn ontvankelijk zijn voor radicaal-islamitische opvattingen en manipulatie. Een aantal van hen is geradicaliseerd en succesvol gerekruteerd voor de jihad met het martelaarschap in het vooruitzicht.
    • [Nov. 2004] De Strijd tegen het terrorisme
      Nieuwsbrief Crisisbeheersing van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2(5), november 2004
      Volgens Gerben W. Visser (plaatsvervangend directeur Democratische Rechtsorde bij de AIVD) is de dreiging die uitgaat van het islamistisch terrorisme ernstig. Vanaf juli 2004 zijn bijzondere beveiligingsmaatregelen van kracht bij verschillende gebouwen en objecten. Sindsdien zijn diverse personen aangehouden die worden verdacht van betrokkenheid bij verkenningsactiviteiten of andere handelingen die duiden op betrokkenheid bij terrorisme. De kans op een aanslag is daardoor niet minder. Nog steeds moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat ons land op enig moment doelwit wordt van terroristen.
    • [23.12.2004] Van dawa tot jihad. De diverse dreigingen van de radicale islam tegen de democratische rechtsorde
      De radicale islam bestaat uit een veelheid van stromingen, bewegingen en groeperingen. Die beslaan het gehele spectrum van aan de ene kant ‘jihad’ (in de betekenis van de gewapende strijd) tegen het Westen tot aan de andere kant ‘dawa’ (via missionering uitdragen van radicaal-islamitische ideologie).
    • [30.03.2006] De gewelddadige jihad in Nederland - Actuele trends in de islamistisch-terroristische dreiging
      Analyse van het ontstaan en de ontwikkeling van jihadistische netwerken in Nederland waarin de terroristische dreiging zich manifesteert. De belangrijkste trend is dat de jihadistische dreiging steeds vaker voortkomt vanuit onze eigen samenleving. Voornaamste oorzaak daarvan zijn processen van radicalisering en rekrutering onder jonge moslims. Behalve onderlinge groepsdwang speelt ook het internet bij deze processen een steeds grotere rol.
    • [18.01.2007] Jihadisten en het internet
      Terroristen en radicale moslims gebruiken het internet volop. Maar het is niet waarschijnlijk dat zij een cyberaanval tegen het internet zullen plegen. Ook het plegen van aanvallen, waarbij het internet als een wapen wordt gebruikt, is niet erg waarschijnlijk. Wel wordt het internet in ruime mate gebruikt voor trainingsdoeleinden, mogelijke voorbereidingsactiviteiten en draagt in hoge mate bij aan de verspreiding van propaganda voor radicalisering.
    • [09.10.2007] De radicale dawa in verandering. De opkomst van islamitisch neoradicalisme in Nederland
      Het moslimradicalisme is een nieuwe fase is ingegaan. Deze fase van het ‘islamitisch neoradicalisme’ kenmerkt zich door een grotere professionele en strategische aansturing. De aanhang van het moslimradicalisme neemt in deze nieuwe fase.
    • [17.12.2009] Weerstand en tegenkracht
      De groei van de salafitische stroming in ons land stagneert door een verhoogde weerstand. Hiermee verdwijnt ook een deel van de voedingsbodem voor radicalisering. De weerstand is verhoogd door publicaties over de risico’s van het salafisme en door initiatieven vanuit het lokaal bestuur. Deze droegen eraan bij dat de weerstand binnen de Nederlandse moslimgemeenschap tegen de radicale dawa is toegenomen. Gematigde moslims durven zich op lokaal en nationaal niveau steeds vaker uit te spreken tegen de anti-integratieve en onverdraagzaam isolationistische boodschap van salafitische predikers.
    • [Juli 2010] Lokale jihadistische netwerken in Nederland
      De dreiging van lokale jihadistische netwerken tegen Nederland en Nederlandse belangen is verminderd ten opzichte van 2006. Lokale jihadisten richten zich nu vooral op de jihad buiten ons land.
    • [14.02.2012] Het jihadistische internet - Kraamkamer van de hedendaagse jihad
      De laatste tien jaar heeft een stroom aan contraterroristische maatregelen en acties de mogelijkheden van jihadistische organisaties om het Westen te treffen, beperkt. De aantrekkingskracht van het jihadistisch gedachtegoed dat deze organisaties aanhangen, is echter nog onverminderd groot. Dit gedachtegoed blijft met name jonge moslims wereldwijd inspireren en aanzetten tot gewelddadige actie.
    • [30.06.2014] Transformatie van het jihadisme in Nederland - Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht
      De indruk kan ontstaan dat de strijd in Syrië die in maart 2011 begon, de oorzaak is voor een wedergeboorte van het jihadisme in Nederland en de rest van Europa. Syrië heeft zeker als aanjager gewerkt en het proces explosief versneld. In de jaren ervoor waren echter al ontwikkelingen gaande die het jihadisme (opnieuw) deden groeien.
    • [08.12.2014] Jihadism on the Rise in Europe: The Dutch Perspective
      Toespraak van de directeur-generaal van de AIVD, Rob Bertholee, bij het Washington Institute over de plotselinge en explosieve |(her)opleving van het jihadisme in Europa en Nederland. Vanaf begin 2013 zijn een aantal Nederlandse jihadisten naar Syrië afgereisd. Dat aantal nam snel toe. De AIVD schat dat 160 Nederlandse jihadisten naar Syrië of Irak zijn vertrooken. In de Nederlandse jihadistische beweging zijn er een paar honderd potentiële participanten en een paar duizend sympathisanten.

  9. Addinall, Robert
    [2004] Information in Warfare from Sun Tzu to the “War on Terror”

  10. Al Hayat Media Center
      Propaganda site van de Islamitische Staat.

  11. Aljazeera

  12. Al Qaeda Training Manual
    Een trainingshandleiding van Al-Qaida, zoals die door de Metropolitan Police gevonden werd tijdens het onderzoek van een huis van een Al-Qaida lid in Manchester (Engeland). Het Amerikaanse Ministerie van Justitie heeft slechts delen van de handleiding gepubliceerd om zelf geen bijdrage te leveren aan de opleiding van terroristen.

  13. Anti-Terrorism Coalition
    ATC’s Database of Terrorist Websites and eGroups

  14. ARD

  15. Arguilla, John J. / Ronfeldt, David F.
    [2000] Swarming and the Future Conflict

  16. Armborst, Andreas

  17. Asia Times

  18. Atlantic, The

  19. Bakr Naji, Abu
    [2006] The Management of Savagery: The Most Critical Stage Through Which the Umma Will Pass
    Een boek waarin de strategie voor Al Qaida wordt uitgestippeld die moet leiden tot de stichting van een nieuw islamitisch kalifaat. Daarin wordt benadrukt dat jihadistische groepen op de lange termijn gebruik moeten maken van nationalistische en religieuze sentimenten en geweld. Om nieuwe nieuwe guerillastrijders aan te trekken en te trainen moeten vijandige supermachten worden geprovoceerd tot militaire operaties. Door een uitputtingsstrategie op lange termijn zullen de fundamentele zwakheden van supermachten aan de oppervlakte komen om de jihadisten te verslaan. Door permanent gewelddadige aanvallen in islamitische staten zal hun vermogen om hun gezag uit te oefenen afzwakken. Jihadisten kunnen daarvan gebruik maken om de steun van de bevolking te verwerven (of minstens hun berusting), door het implementeren van veiligheid, het verlenen van sociale diensten en het opleggen van de sharia. Wanneer deze gebieden zich uitbreiden kunnen zij de kern worden van een nieuw kalifaat. De meest geschikte potentiële doelwitten zijn Jordanië, Saudi Arabië, Jemen, Noord Africa, Nigeria en Pakistan.

  20. BBC

  21. Beifuss, Artur / Trivini Bellini, Francesco
    [2013] Branding Terror: The Logotypes and Iconography of Insurgent Groups and Terrorist Organizations. New York: Merrell.
    Zie ook de bespreking van Rob Alderson, Fascinating new book analyses the logos of terrorist groups from around the world

  22. Bennett, Daniel
    [2013] Digital Media and Reporting Conflict: Blogging and the BBC’s Coverage of War and Terrorism
    New York: Routledge.

  23. Benschop, Albert

  24. Berger, J.M.

  25. Bild

  26. Bloom, Mia
    [2011] Bombshell: Women and Terrorism
    Pennsylvania : University of Pennsylvania Press.
    Tussen 1985 en 2008 pleegden vrouwelijke zelfmoordenaars meer dan 230 aanslagen. Dat is een kwart van al dergelijke aanslagen. Vrouwen zijn het ideale geheime wapen geworden voor terroristische groepen. Zij wordt minder snel verdacht of opgespoord en worden daarom gebruikt om in het hart te raken van de coalitietroepen in Irak en Afghanistan. Deze tactiek is zeer effectief, genereert extra media-aandacht en helpt om meer mmensen te rekruteren voor de terroristische zaak.

  27. Bloomberg

  28. Boccara, Marie-Hélène

  29. Bos, K. van den, / Looseman, A. / Doosje, B.
    [2009] Waarom jongeren radicaliseren en sympathie krijgen voor terrorisme. Onrechtvaardigheid, onzekerheid en bedreigde groepen.
    Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

  30. Bouchard, Martin
    [2015] Social Networks, Terrorism and Counter-terrorism.
    Taylor & Francis Ltd

  31. Brendel, Carel

  32. Brenner, Susan W. / Goodman, Marc D.
    [2002] In Defense of Cyberterrorism: An Argument for Anticipating Cyber-Attacks.
    In: Journal of Law, Technology & Policy.

  33. Brückner, Matthias / Pink, Johanna
    (eds.) [2009] Von Chatraum bis Cyberjihad: Muslimische Internetnutzung in lokaler und globaler Perspektive. Würzburg: Ergon.

  34. Bunt, Gary R.
    [2009] iMuslims: Rewiring the House of Islam. Chapel Hill: The University of North Carolina Press.

  35. Bunzel, Cole
    [2015] From Paper State to Caliphate: The Ideology of the Islamic State
    The Brookings Project on U.S. Relations with the Islamic World, Analysis Paper No. 19, March 2015,

  36. Burleigh, Michael
    [2008] Blood and Rage: A Cultural History of Terrorism.

  37. Byman, Daniel
    [2015] Al Qaeda, the Islamic State, and the Global Jihadist Movement.
    Oxford University Press USA

  38. C4i.org
    Computer veiligheid en inlichtingen. Het acroniem C4i staat voor “Command, Control, Communications, Computers, and Intelligence”.

  39. Carr, Caleb
    [2003] The Lessons of Terror.
    New York / Toronto: Random House.

  40. Causes-of-terrorism.net

  41. Center for Strategic Counterterrorism Communications [CSCC]

  42. Cha, Ariana Eunjung
    [2004] From a Virtual Shadow, Messages of Terror
    Washington Post, 2 oktober 2004.

  43. Chen, Tom / Jarvis, Lee / Macdonald, Stuart (eds.)
    [2014] Cyberterrorism
    Springer.

  44. Jester’s Court

  45. Chen, Tom / Jarvis, Lee / Macdonald, Stuart
    [2015] Terrorism Online.
    Taylor & Francis Ltd

  46. ChinaDaily

  47. CNN

  48. Clarion Project

  49. Cockburn, Patrick
    [2014] The Jihadis Return: ISIS and the New Sunni Uprising

  50. Coleman, Kevin
    [2003] Cyber Terrorism

  51. Coll, Steve / Glasser, Susan B.
    [2005] Terrorists Turn to the Web as Base of Operations
    In: The Washington Post, August 7, 2005.

  52. Conway, Maura
    [2002] Reality Bytes: Cyberterrorism and Terrorist ‘Use’ of the Internet

  53. Coolsaet, Rik
    [2004] De Mythe van Al-Qaeda - Terrorisme als symptoom van een zieke samenleving.

  54. Corbett, James

  55. Dabiq
    • [05.07.2004] 1. The Return of the Khalifah
    • [27.07.2014] 2. The Flood
    • [10.09.2014] 3. The Call for Hijrah
    • [11.10.2014] 4. The Failed Crusade
    • [21.11.2014] 5. Remaining and Expanding
      Aankondiging van de expansie van de Islamitische Staat naar Sinaï, Libië, Jemen, Algerije en het Arabisch schiereiland. Kondigt ook het mijnen van gouden dinars en siverevn dirhams aan om de economie van de Islamitische Staat te scheiden van de internationale chartale valuta.
    • [29.12.2014] 6. Al-Qa’idah of Waziristan: A Testimony From Within
    • [12.02.2015] 7. From Hypocrisy to Apostasy
    • [30.03.2015]8. Shari'ah Alone Will Rule Africa
    • [21.05.2015] 9. They Plot and Allah Plots
    • [13.07.2015] 10. The Laws of All or the Laws of Men
    • [09.08.2015] 11. From the Battle of Al-Ahzab to the War of Coalitions
    • [18.11.2015] 12. Just Terror
      Met grote trots worden de terroristische aanslagen in Parijs, de dubbele bomaanaanslagen in Beirut en het neerhalen van een Russische passagiersvliegtuig in de Sinai woestijn beschreven: “The divided crusaders of the East and West thought themselves safe in their jets as they cowardly bombarded the Muslims of the Khilāfah. [...] France haughtily began executing airstrikes against the Khilāfah. Like Russia, it was blinded by hubris, thinking that its geographical distance from the lands of the Khilāfah would protect it from the justice of the mujāhidīn. It also did not grasp that its mockery of the Messenger would not be left unavenged. Thus, the Islamic State dispatched its brave knights to wage war in the homelands of the wicked crusaders, leaving Paris and its residents ‘shocked and awe’. The eight knights brought Paris down on its knees, after years of French conceit in the face of Islam. A nationwide state of emergency was declared as a result of the actions of eight men armed only with assault rifles and explosive belts. And so revenge was exacted upon those who felt safe in the cockpits of their jets.”. Terrorisme wordt in sprookjestaal beschreven waarbij de terroristen ‘dappere ridders’ worden genoemd die de eer van de moslims verdedigen. Speciale loftuitingen worden gericht aan het adres van de eenzame ridders die —ondanks hun jonge leeftijd en gebrek aan training— hun leven opofferden in de meest nobele daden om Allah te plezieren. Opvallend is het grote aantal propagandistische video’s waarvoor wordt geadverteerd. Het is tekenend voor de onverminderd grote productie van IS. Daarnaast artikelen waarin de legitimiteit van andere islamitische fracties wordt aangevallen, de militaire overwinningen worden opgesomd en verheerlijkt, en een aanval op vrouwen die denken dat polygynie onverenigbaar is met de islam.

  56. Deflem, Mathieu

  57. DeNileon, Guy
    [2002] The Who, What Why and How of Counter-terrorism
    Association Journal, May 2001, Volume 93, No. 5, pp. 78–85 .the Threat to Water Utilities,” CIO Magazine, March 15, 2002,

  58. Denning, Dorothy E.

  59. Donovan, Jonathan
    [2004] Middle East: Islamic militants take jihad to the Internet
    In: terrorisme.net, 17 juni 2004.

  60. Drake, C.J.M. / Drake, D.
    [1998] Terrorists’ Target Selection.
    Palgrave Macmillan.

  61. Eeddle, Paul
    [2002] Al-Qaeda takes fight for ‘hearts and minds’ to the web
    In: Jane’s Intelligence Review, Augustus 2002.

  62. EenVandaag

  63. Eid, Mahmoud
    (ed.) [2014] Exchanging Terrorism Oxygen for Media Airwaves: The Age of Terroredia.
    Hershey: IGI Global.

  64. Elsevier

  65. Ergens, Ikje

  66. Europol
    • EU Terrorism Situation & Trend Report (Te-Sat)
      The latest edition of the TE-SAT (European Union Terrorism Situation and Trend Report) has become available online. This strategic document has been prepared by experts at Europol and is based on contributions from EU Member States and Europol partners. The TE-SAT presents an overview of terrorist attacks in the European Union and outlines main trends related to terrorism.

  67. Forest, James J. F. - University of Massachusetts Lowell

  68. Forum
    [2014] Nederlandse moslimjongeren en de Arabische herfst. Factsheet november 2014.
    Utrecht: Forum.

  69. Gellmen, Barton
    [2002] Cyber attacks by al Qaeda feared: Experts: Terrorists deadly tool,
    In: The Washington Post, June 27, 2002.

  70. Gill, Paul
    [2015] Lone-Actor Terrorists. Taylor & Francis Ltd

  71. Global Terror Alert
    [2005] Abu Musab al-Suri and his Plan for the Destruction of America: “Dirty Bombs for a Dirty Nation.”

  72. Gretchen Peter
    [2004] Al-Qaeda Publishes Magazine on the Net

  73. Groene, De

  74. Guardian, The

  75. Gunaratna, Rohan
    [2002] Inside Al Qaeda
    Columbia University Press.
    Onderzoekt de leiding, ideologie, structuur, strategiën en tactieken van Al Qiada. De meest gewelddadige politiek-religieuze organisatie van de wereld kreeg van de VS, Europese, Saudi Arabische en andere regeringen een omvattende training en operationele infrastructuur om te gebruiken in de tegen de Sovjet-Unie gerichte jihad. Gunaratna belicht de financiële infrastructuur van Al Qaida en laat zien hoe zij soldaten en voorhoedetroepen trainen voor uiteenlopende terroristisch acties. Hij poneert de —omstreden—stelling dat Osama bin Laden zijn mentor en Al Qaida oprichter Abdullah Yusuf Azzam liet vermoorden om de macht over de organisatie over te namen.

  76. Hegghammer, Thomas

  77. Hegghammer, Thomas / Nesser, Petter
    [2015] Assessing the Islamic State’s Commitment to Attacking the West
    In: Perspectives on Terrorism, 7(4).
    Hoe groot is de terroristische dreiging van de Islamitische Staat voor Westerse landen. De auteurs brengen in kaart wat IS heeft gezegd en gedaan m.b.t. aanvallen in het Westen in de periode januari 2011 tot juni 2015. IS blijkt een gedecentraliseerde aanvalsstrategie te volgen gebaseerd op het aanmoedigen van aanvallen door sympatisanten zonder zelf centraal geleide operaties uit te voeren.

  78. Higgins, Andrew / Leggett, Karby / Cullison, Alan
    [2002] How al Qaeda Put Internet In Service of Global Jihad.
    In: Wall Street Journal. November 11, 2002.

  79. Hoffman, Bruce
    [1998] Inside Terrorism. Chapter 1
    New York: Columbia University Press.
    Hoffman is directeur van het Centre for the Study of Terrorism and Political Violence. Hij vat de belangrijkste historische trends in internationaal terrorisme samen. Daarbij maakt hij een onderscheid tussen de motivatities die tot politiek (of ethno-nationalistisch) terrorisme en religieus terrorisme leiden. Hij laat zien waarom de opkomst van religieus terrorisme, gekoppeld met de toegenomen beschikbaarheid van massavernietigingswapens, zal leiden tot een tijdperk van nog groter geweld. In het verleden was het hoofddoel van de terrorist niet om te doden, maar om media-aandacht te trekken voor zijn doel in de hoop dat dit hierdoor naderbij zou komen. Maar voor de religieuze terrorist is geweld de eerste en vooral sacrale daad of goddelijke plicht die wordt uitgevoerd in antwoord op een of andere theologische vraag of gebod. Religieuze terroristen zien zichzelf niet als onderdeel van een systeem dat het waard is om behouden te blijven, maar als buitenstaanders die een fundamentele verandering van de bestaande orde nastreven.

  80. Homeland Security
    Een federaal onderzoeks- en ontwikkelingscentrum dat adviezen geeft aan het Department of Homeland Security (DHS). Actuele informatie over nationale veiligheid is te vinden in het Journal of Homeland Security.

  81. Huijnk, Willem / Dagevos, Jaco / Gijsberts, Mérove / Andriessen, Iris
    [2015] Werelden van verschil. Over de sociaal-culturele afstand en positie van migranten in Nederland.
    Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

  82. Hussein, Fuad

  83. ICT - Terrorism & Counter-terrorism
    Een vrijwilligersorganisatie die het gebruik van internet door islamistisch terroristische groepen analyseert en bestrijdt.

  84. Independent, The

  85. Institute of Economics and Peace

  86. Intelligence and Terrorism Information Center
    Using the Internet to market terrorism
    The Palestinian Islamic Jihad markets its terrorist messages using Internet sites supported by Western (mainly American) companies (despite the fact it has been declared a terrorist organization by both the United States and the European Union.

  87. Internet Haganah

  88. ISIS

  89. Islamic Resistance - Lebanon - Hizballah (Party of God)

  90. Janbek, Dana - University of Miami, USA
    [2009] The Use of the Internet as a Communication Medium by Extremist Muslim Groups: A Content Analysis of Web Sites

  91. Jarvis, Lee / Macdonald, Stuart / Chen, Thomas M.
    (eds.) [2015] Terrorism Online: Politics, Law and Technology
    London/New York: Routledge.

  92. Jarvis, Lee / Macdonald, Stuart / Nouri, Lella
    [2013] The Cyberterrorism Threat: Findings from a Survey of Researchers
    In: Studies in Conflict & Terrorism, 37(1): 68-90.

  93. Jihadica

  94. Jihadology
      Verzameling van primair jihadistisch bronmateriaal, originele analyses en vertalingsdienst.

  95. JihadWatch
    Informeert over de rol van de theologie en ideologie van de jihad in de moderne wereld. Corrigeert misvattingen over de rol van de jihad en religie in actuele nationale en internationale conflicten.

  96. Joop

  97. Justo, Patrick Di
    [2002] How Al-Qaida Site Was Hijacked
    In: Wired, Aug. 10, 2002.

  98. KB: Dossier Terrorisme

  99. Keegan, John
    [2003] Intelligence in War: Knowledge of the Enemy from Napoleon to Al-Qaeda.
    Toronto: Key Porter Books.

  100. Kepel, Gilles

  101. Khosrokhavar, Farhad

  102. Klerks, Peter
    [2001] The Network Paradigm Applied to Criminal Organisations: Theoretical nitpicking or arelevant doctrine for investigators? Recent developments in the Netherlands
    In: Connections, Winter 2001 Volume 23, issue 3.

  103. Knight, Alan / Ubayasiri, Kasun
    [2002] eTerror: Journalism, Terrorism and the Internet
    In: Ejournalist 2(2).

  104. Kohlmann, Evan F.
    [2003] Legal and Investigative Loopholes in Modern Cyberterrorism Cases

  105. Krebs, E.
    [2002] Uncloaking Terrorist Networks

  106. Kushner, Harvey W.
    [1998] The Future of Terrorism: Violence in the New Millennium.
    London: Sage.

  107. Lapeyronnie, Didier
    [2008] Ghetto urbain. Ségrégation, violence, pauvreté en France aujourd’hui.
    Robert Laffont.

  108. Laqueur, Walter
    • [1986] Reflections on terrorism
      In: Foreign affairs, 65(1): 86-7.
    • [1987] The Age of Terrorism.
      Boston: Little, Brown.
    • [2001] The New Terrorism.
      London: Phoenix Press.
    • [2004] The Terrorism to Come
      In: Policy Review, August 2004.

  109. Leary, Thomas
    [1996] Cryptology in the 16th and 17th Centuries

  110. Lemos, Robert
    [2002] Safety: Assessing the infrastructure risk

  111. Lewis, James A.
    [2002] Assessing the Risks of Cyber Terrorism, Cyber War and Other Cyber Threats
    Center for Strategic and International Studies.

  112. Lia, Brynjar / Hegghammer, Thomas
    [2004] Jihadi Strategic Studies: The Alleged Al Waida Policy Study Preceding the Madrid Bombings.
    In: Studies in Conflict and Terrorism, 27(5): 355-75.

  113. Library of Congress
    Selected Internet Resources: Terrorism

  114. Lister, Charles
    [2014] Profiling the Islamic State
    Brookings Doha Center Analysis Analysis Paper Number 13, November 2014.

  115. Lohlker, Rüdiger
    • (ed.) [2012] New Approaches to the Analysis of Jihadism: Online and Offline.
      (Studying Jihadism, Vol. 1). Göttingen: V&R unipress.

    • (ed.) [2013] Jihadism: Online Discourses and Representations.
      (Studying Jihadism, Vol. 2). Göttingen: V&R unipress.

  116. Mansfeld, Laura
    [2004] Everything you always wanted to know about becoming a terrorist, but were afraid to ask

  117. Mashable

  118. Matusitz, Jonathan
    [2013] Terrorism & Communication: A Critical Introduction. Thousand Oaks: SAGE.

  119. McLeese, Alex
    [2012] The End of Cryptanalysis?
    Harvard Political Review, 16.4.2012

  120. Mediawerkgroep Syrië

  121. Miller, David J.
    [2003] Sun Tzu and the War on Terror

  122. Ministerie van Binnnenlandse zaken
    [2005] Vitale infrastructuur is redelijk goed beschermd
    Hoe goed is de vitale infrastructuur in Nederland beschermd tegen uitval door storingen, rampen, sabotage of aanslagen? Volgens het Ministerie van Binnenlandse Zaken zijn de vitale structuren bij ons redelijk goed beschermd, ook al zijn er aanvullende maatregelen nodig om de verschillende diensten en voorzieningen nog beter te beschermen. Dit blijkt uit de eerste integrale analyse van alle vitale sectoren, die minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) naar de Tweede Kamer stuurde: Rapport Bescherming Vitale Infrastructuur

  123. Mitliaga, Varvara
    [2001] Cyber-Terrorism: A call for governmental action?

  124. Motherboard

  125. Musharbash, Yassin
    [2005] The Future of Terrorism: What al-Qaida Really Wants
    In: Spiegel Online International, 8.12.05.

  126. Nacos, Brigitte
    [2002] Mass-Mediated Terrorism.
    Een analyse van terroristische websites (van aanhangers van Hizbollah, Kach/Kahane Chai, Al-Qaida etc.) en haatgroepen van racistische militia.

  127. Napoleoni, Loretta
    [2005] Insurgent Iraq: Al-Zarqawi and the New Generation
    New York: Seven Stories Press.

  128. Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)

  129. NBCNews

  130. NewStatesman

  131. New Yorker

  132. New York Times

  133. Nieuwsuur

  134. NOS

  135. NRC

  136. O’Connor, T.J.
    [2011] The Jester Dynamic: A Lesson in Asymmetric Unmanaged Cyber Warfare
    SANS Institute.

  137. OmroepWest

  138. Openbaar Ministerie: Moslim-extremisme/terrorisme

  139. País, El

  140. Palestinian Information Center (Hamas)

  141. Palestine Islamic Jihad (PIJ)

  142. Pape, Robert

  143. Perspectives on Terrorism (PT)
    Een online tijdschrift van het Terrorism Research Initiative (TRI) dat zes keer per jaar wordt gepubliceerd. Het is een platform voor gevestigde en aankomende academici en professionals op het gebied van terrorisme, politiek geweld en conflictstudies.

  144. Pew/Internet
    [2005] The Future of the Internet
    Een onderzoek onder technologische experts en wetenschappers over de vraag in welke richting het internet zich het komende zal ontwikkelen. De experts zijn nogal somber en maken zich grote zorgen over de kwetsbaarheid van het internet. De stijging van aantal cyberaanslagen en hun toenemende verfijning is op zijn minst een indicatie dat er groepen zijn die niet alleen gemotiveerd, maar ook geëquipeerd zijn om vitale informationele en communicatieve infrastructuren volledig te ontregelen.

  145. Pike, John
    [2004] Al Qaeda Organization in the Arabian Peninsula

  146. PRISM — Project for the Research of Islamist Movement
    PRISM zet zich in voor de ontwikkeling van radikale islamitische en islamitistische bewegingen op alle gebieden, voor de financiering van radicaal-islamistische groeperingen, voor de ondersteuning van islamistisch radicalisme en terrorisme door islamitische staten, en voor de versterking van islami(s)tische gemeenschappen in het Westen.

  147. Provos, Niels / Honeyman, Peter
    [2001] Detecting Steganographic Content on the Web.

  148. Prucha, Nico
    [2011] Online Territories of Terror – Utilizing the Internet for Jihadist Endeavors
    In: Orient, IV.

  149. Rabasa, Angel a.o.
    [2002] The Muslim World after 9/11
    Rand Corporation.

  150. Ramsay, Gilbert
    [2013] Jihadi Culture on the World Wide Web. New York: Bloomsbury Academic.

  151. Rapoport, David C.
    [2002] The Four Waves of Rebel Terror and September 11
    In: Anthropoetics 8(1)

  152. Red Herring
    [2005] Hacking the Grid: Part I | Part II | Part I

  153. Reich, Walter (ed.)
    [1998] Origins of Terrorism: Psychologies, Ideologies, Theologies, States of Mind.
    Woodrow Wilson Center Press.

  154. Reid, Edna
    [2009] Analysis of Jihadi Extremist Groups’ Videos
    In: Forensic Science Communications, 11(3)

  155. Revelli, Carlo
    [2004] Saving the Internet from cyber terrorism

  156. Roex, I. / Stiphout, S. / Tillie, J.
    [2010] Salafisme in Nederland. Aard, omvang en dreiging.
    Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum.

  157. Roger, Nathan
    [2013] Image Warfare in the War on Terror. New York: Palgrave Macmillan.

  158. Rothenberg, Richard
    [2001] From Whole Cloth: Making up the terrorist network
    In: Connections, Winter 2001 Volume 23, issue 3.
    Terroristische netwerken worden gekenmerkt door een hoge graad van connectiviteit en aanzienlijke redundantie. De dynamische eenheden zijn meestal klein, met groot personeel verloop en aanzienlijke structurele equivalentie. Het netwerk wordt niet in de strikte hiërarchische betekenis ‘aangestuurd’: een centrale leiding plant belangrijke acties, verzorgt training, regelt financiering en biedt logistieke steun, maar staat aanzienlijke autonomie op het lokale niveau toe. Een dergelijke structuur verschilt duidelijk van de typische overheidshiërarchieën. Succes in de strijd tegen het terrorisme is mede afhankelijk van het vermogen van overheden om de formele structuur ter zijde te schuiven en zich aan te passen aan de vloeibaarheid en beweeglijkheid van terroristische netwerken.

  159. Roy, Oliver

  160. Rudner, Martin
    [2013]
    International Journal of Intelligence & CounterIntelligence, 26(3): 453-481

  161. Said, Behnam T.
    [2015] Islamischer Staat: IS-Miliz, al-Qaida und die deutschen Brigaden

  162. Savino, Adam
    Cyber-Terrorism

  163. Schmid, A.P.
    [1983] Political Terrorism.
    New York: Elsevier Science.

  164. Seberry, Jennifer
    [2011] Cracking bin Laden’s computer code: unlikely
    The Conversation, 6.5.2011

  165. Security Affairs

  166. Security Online

  167. Singer, Peter W.
    • [2009] Wired for War. The Robtics Revolution and Conflict in the Twenty-first Century.
      New York: Penguin Press.
    • [2012] The Cyber Terror Bogeyman
      in: Amrmed Forces Journal, nov. 2012.

  168. Singerman, Diana
    [2003] The Networked World of Islamist Social Movements.
    In: Wiktorowicz (ed.) [2003].

  169. SITE Intelligence Group

  170. Spencer, Robert

  171. Spiegel, Der

  172. Start - National Consortium for the Study of Terrorism and Responses to Terrorism
    A center of excellence of the U.S. Department of Homeland Security based at the University of Maryland.

  173. Stidham, Jonathan
    [2001] Can Hackers Turn Your Lights Off? The Vulnerability of the US Power Grid to Electronic Attack

  174. StrategyPage

  175. Süddeutsche Zeitung

  176. Talbot, David
    [2005] Terrors Server
    In: TechnologyReview.com, February 2005.

  177. TechInsider

  178. Tegenlicht: Het geloof, geld en de dood van sgt. Abdullah
    VPRO reportage met getuigenissen van zelfmoordcommando's. Na de aanslagen op het wooncomplex in Riad werden op internet de videotestamenten van de verantwoordelijke zelfmoordcommando's verspreid. De filmpjes waren korte tijd te vinden op een aantal obscure websites, die inmiddels weer zijn verdwenen. De filmpjes maken op schokkende manier duidelijk wat de beweegredenen van de zelfmoordcommando's zijn.

  179. Telegraaf, De

  180. Terrorism and Political Violence
    A journal edited by David C. Rapoport and Paul Wilkinson.

  181. terrorisme.pagina.nl
    Nuttige links naar bronnen over terrorisme.

  182. Terrorism Research Initiative (TRI)
    Een van de grootste consortia op het gebied van terrorismestudies. Met meer dan 120 individuele wetenschappers uit meer dan 30 landen probeert het de veiligheid te versterken door samenwerkend onderzoek.

  183. Terrorism Watch & Warning

  184. Thomas, Timothy L.
    [2003] Al Qaeda and the Internet: The Danger of "Cyberplanning"
    In: Parameters, Spring 2003, pp. 112-23.

  185. Time

  186. Trabelsi, Habib
    [9.9.05] Al-Qaeda takes jihad to media four years after 9/11
    In: Middle East Online.

  187. Trouw

  188. Truther.org

  189. Ulph, Stephan

  190. United States Institute of Peace

  191. Vegh, Sandor
    [2002] Hacktivists or Cyberterrorists? The Changing Media Discourse on Hacking

  192. Vermaat, Emerson [2002]
    Bin Laden’s terror networks in Europe.
    Hilversum: Vermaat.

  193. Verton, Dan
    [2003] Black Ice: The Invisible Threat of Cyberterrorism.

  194. Vice

  195. Vocativ

  196. Volkskrant, De

  197. Vrij Nederland

  198. Washington Post, The

  199. Watts, Clint [2016]
    When the Caliphate Crumbles: The Future of the Islamic State’s Affiliates
    In: War on the Rocks, 13.6.16

  200. Weimann, Gabriel

  201. Welt, Die

  202. Wessels, L. / Dijkman, A.
    [2012] Radicaal (on)zichtbaar. Verkennend onderzoek naar omvang, kenmerken en oorzaken van mogelijke radicalisering van Amsterdamse moslima’s. Amsterdam: Vizea.

  203. Wiktorowicz, Quintan
    [2001] The New Global Threat: Transnational Salafis and Jihad.
    In: Middle East Policy 8(4): 18-38.

  204. Wiktorowicz, Quintan [2001]
    The Management of Islamic Activism.
    Albany, N.Y.: Suny Press.

  205. Wiktorowicz, Quintan (ed.)
    [2003] Islamic Activism: A Social Movement Theory Approach.
    Bloomington: Indiana University Press.

  206. Wilkinson, Paul |
    • Terrorism: Implications for World Peace
    • [1986] Terrorism and the Liberal State.
      New York: NYU Press.
    • (ed.) [1993] Technology and Terrorism.
      London: Frank Class.
    • [2000/6] Terrorism Versus Democracy: The Liberal State Response.
      London: Frank Cass.

  207. Wired

  208. Wright, Lawrence

  209. YouTube
Index
Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

05 December, 2016
Eerst gepubliceerd: Maart, 2014