Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

Lezingen over Cyberspace

Dr. Albert Benschop

Eigenaardigheden van Cyberspace
Hoe ‘echt’ en ‘betrouwbaar’ zijn virtuele relaties?
Vertrouwen op en in het internet
Anonimiteit en de cultuur van de grote bekken: lokale en virtuele socialisatie
Hypertekst revolutie: nieuwe technieken & culturen van schrijven, lezen, leren en denken
De memex van Vannevar Bush
Sociale netwerken: uitwaaierende vriendenkringen
Telewerk: van industrieel naar informationeel kapitalisme
CyberPolitiek en Digitale Democratie
Revolutie van de Facebook-generatie
Robuustheid van het internet: regulatie en zelfregulatie
Spel & Vermaak: internet als amusement
Wikipedia: de kracht van zwermintelligentie
Weblog: van dagboek, via journalistiek tot politiek
Geweld op internet: cyberoorlog, terrorisme en criminaliteit

Netwerkanalyse: topologie en dynamiek van internet
Zoeken naar kwaliteit
Teledock: Sociale organisatie van telewerk (2007 - CISCO)
Antisemitisme: online haatgemeenschappen (2010)
Virtual marketing: Permission instead of interruption (2015 - TIO)


  1. Eigenaardigheden van cyberspace
    De opkomst van het internet heeft niet alleen de samenleving en onze leefstijlen veranderd, maar ook het object van de sociologie en de werkwijze van sociologen. Internet is een machtig medium voor informatie-overdracht en communicatie, maar is verder geëvalueerd tot een geheel eigensoortig sociologisch object: een nieuwe virtuele wereld met bijzondere sociale configuraties en processen. In die nieuwe wereld van het ‘hiernaastmaals’ leiden we als het ware een tweede leven. On- en offline leven versmelten steeds sterker met elkaar. Internetsociologie bestudeert het sociaal handelen van mensen die online met elkaar interacteren en tracht daarvan de structurele en dynamische eigenaardigheden in kaart te brengen en sociologisch te duiden.

    De contouren van de internetsociologie worden behandeld vanuit de centrale vraagstelling: in welke opzichten opereert internet als medium van sociaal-culturele transformaties? Bijzonder aandachtspunt daarbij is in hoeverre en op welke wijze er in digitale interacties en transacties vertrouwensrelaties kunnen worden opgebouwd.


  2. Hoe ‘echt’ en ‘betrouwbaar’ zijn virtuele sociale relaties?
    Hoe betekenisvol zijn louter virtuele sociale relaties, netwerken en organisaties? Praktisch alle klassieke sociologen definieerden een sociale relatie in termen van copresence: het gelijktijdig aanwezig zijn in een en dezelfde ruimtelijke context (zie bijvoorbeeld Erving Goffman). Persoonlijke interactie zou alleen maar mogelijk zijn wanneer er sprake is van een directe tijd-ruimtelijke verbinding tussen minstens twee personen. Alleen in deze situatie zouden de twee kenmerkende eigenschappen van persoonlijke interactie volledig tot hun recht kunnen komen: rijkdom van de informatiestroom (mediarijkdom) en facilitatie van terugkoppeling (feedback). Het uitgebreide repertoire van synchrone en asynchrone communicatiemogelijkheden op het internet stelt ons meer dan ooit in staat om op grote afstand toch persoonlijke relaties op te bouwen en te onderhouden. In hoeverre is het nodig om het begrip ‘sociale relatie’ op te rekken (en in het verlengde daarvan ook de begrippen zoals ‘gemeenschap’, ‘netwerk’, en ‘organisatie’)? We knopen daarbij aan bij het bekende Thomas-theorema: “If men define situations as real, they are real in their consequences.” Als dat nog steeds waar is, dan geldt ook: “Als mensen hun virtuele sociale relaties en netwerken als werkelijk definiëren, dan hebben zij ook werkelijke gevolgen.” Online connecties en gemeenschappen zijn een alledaagse en vitale bestaansconditie geworden. We leven steeds meer in een interrealiteit, een hybride geheel van lokale én virtuele werkelijkheid. De kunst van de moderne cybermens is om met het ene been in de lokale en het andere in de virtuele werkelijkheid een balans te vinden.


  3. Vertrouwen op en in het internet?
    Vertrouwen is de cruciale smeerolie van al onze sociale relaties. Zonder vertrouwen is samenleven onmogelijk. Sociologisch gezien was vertrouwen altijd al een lastig begrip. Moeilijk te definiëren, en lastig om te analyseren. Op internet zijn vertrouwensrelaties waarschijnlijk nog veel lastiger te realiseren. Hoe komen vertrouwensrelaties in virtuele omgevingen tot stand? Kunnen vertrouwensrelaties ook virtueel worden geïnstitutionaliseerd?


  4. Anonimiteit en de cultuur van de grote bekken: lokale en virtuele socialisatie
    Kenmerkend voor een belangrijk deel van de internetcommunicatie is dat mensen daarbij anoniem of pseudoniem opereren. Hierdoor worden de normale mechanismen van (lokale) sociale controle buiten werking gezet. We wanen ons volledig anoniem, als een onzichtbare man die nooit aangesproken wordt op de gevolgen van zijn (a)sociale gedrag. Wat zijn sociologisch gezien de gevolgen van het feit dat mensen op het internet veelal anoniem of pseudoniem met elkaar interacteren? In anonieme of pseudonieme interacties uiten mensen zich op een ongeremde manier, omdat zij niet beperkt worden door lokale vormen van sociale controle of door nationale vormen van juridische controle. De schaduwzijde van dit ontremmend effect is dat er een premie komt te staan op meer extreme vormen van sociaal handelen: nethufteren en netsletten (die samen leiden tot een cultuur van de grote bekken). De eerste vraag is dus wat de structurele en dynamische eigenaardigheden zijn van anonieme online sociale relaties, en van de virtuele netwerken, gemeenschappen en organisaties die hierop gebaseerd zijn. De tweede vraag is of en in hoeverre het wegvallen van lokale mechanismen van sociale controle gecompenseerd kan worden door mechanismen van virtuele sociale controle en door virtuele socialisatie? Hoe stabiel en duurzaam kunnen virtuele associaties en gemeenschappen zijn? Hoe bestendig zijn zij tegen vijandige aanvallen van buitenaf, of van balansverstoringen van binnenuit? Kunnen zij zich daartegen effectief beschermen? En hoe doen zij dat? Hoe kan asociaal (‘hufterig’ en ‘netslettend’) gedrag in virtuele gemeenschappen (inclusief webfora) effectief bestreden worden?


  5. Hypertekst revolutie: nieuwe technieken en culturen van schrijven, lezen en leren
    Via internet wordt een van de meest essentiële grondslagen van onze cultuur wordt getransformeerd: onze taal, en meer in het bijzonder onze manier van schrijven en lezen. Al honderden jaren vertrouwen we onze gedachten, analyses en verlangens toe aan (geduldig) papier (inkt op dode bomen). Omdat de bladspiegel waarop we schrijven tweedimensionaal is, waren we altijd gedwongen om lineair te schrijven. Een tekst is samengesteld uit diverse eenheden: een paragraaf, een pagina, een alinea, misschien slechts één woord. De omvang van een tekstuele eenheid is variabel en arbitrair. In conventionele, lineaire teksten, zoals boeken of artikelen, is elke eenheid met ten hoogste twee andere eenheden verbonden, degene die eraan voorafgaat en degene die erop volgt, de pagina, paragraaf of het woord daarvoor en de pagina, paragraaf of het woord daarna. Vanaf het begin van het werk tot aan het einde loopt een rechte lijn. Daarom noemen we dit ‘lineaire’ teksten. Complexe gedachten en analyses op meerdere abstractieniveaus moesten altijd eerst platgeslagen worden voordat zij aan dode bomen konden worden toevertrouwd. Literaire en wetenschappelijke auteurs hebben daar jarenlang mee geworsteld. Literatoren zoals Julio Cortazár, George Perec en Milorad Pavic experimenteerden al vanaf het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw met romans die als een legpuzzel gelezen kunnen worden. Het zijn teksten met meervoudige leespaden die zich steeds verder vertakken. Wetenschappelijke auteurs probeerden de beperkingen van het lineaire schrijven te compenseren door het aanbrengen van voetnoten, inhoudsopgaven, indexen en kruisverwijzingen. Door de hypertekstuele revolutie zijn we in staat om te ontsnappen aan de beperkingen van het lineaire schrijven en lezen. In hypertekst kunnen de tekstuele eenheden op veel complexere wijze met elkaar worden verbonden in uitgebreide en gestratificeerde symbolische netwerken. Non-lineair schrijven stimuleert niet alleen non-lineair lezen, maar ook non-lineair leren en misschien ook wel non-lineair (creatief <=> associatief) denken. De hypertekstuele revolutie heeft tevens geleid tot een omwenteling van de educatieve instellingen. Het leren in digitale leeromgevingen en het leren op afstand zijn inmiddels op relatief brede schaal geïntroduceerd. Wat zijn de voordelen van de virtualisering van het onderwijs, en waar liggen de grenzen?


  6. De memex van Vannevar Bush
    In deze lezing voor het Geheugenhuis [2009] wordt aan de hand van de memex van Vannevar Bush de ontstaansgeschiedenis van de hypertextuele revolutie geschetst. De memex werd door Bush in 1945 ontworpen om het associatieve (d.w.z. creatieve) denken te faciliteren.


  7. Sociale Netwerken: uitwaaierende vriendenkringen
    Uitgangspunt en elementaire bouwsteen van sociale netwerken is de persoonlijke vriendenkring. Met behulp van sociale software kan de eigen vriendenkring op eenvoudige wijze worden uitgebreid met het vriendennetwerk van onze vrienden. De waarde van deze virtuele sociale netwerken is gelegen in de betrouwbaarheid van de verbindingen (trusted links). In zichzelf expanderende vriendenkringen krijgt elke deelnemer toegang tot de persoonlijke, professionele en sociale informatie in de profielen van alle andere ‘vrienden van vrienden’. De grote uitdaging voor makers en gebruikers van sociale software is om de relationele rijkdom, het sociale kapitaal te vergroten zodat selectieve associaties (vriendenkringen, beroepsgenoten, gelijkgeïnteresseerden en gelijkgestemden) dynamisch kunnen opereren terwijl zij tegelijkertijd hun grenzen uitbreiden zonder hun cohesie, identiteit of doelstelling te verliezen. Sommige critici beschouwen de opkomst van sociale netwerken als een hype zonder inhoud, als een teken van sociale armoede, en als een gigantische tijdverspilling. Anderen zijn ervan overtuigd dat de toekomst van het sociale netwerken zich op het internet zal voltrekken. Daarvoor zal echter eerst moeten worden afgerekend met de balkanisering van sociale netwerken die gevolg is van de genadeloze concurrentie tussen de producenten van sociale software.


  8. Telewerk: van industrieel naar informationeel kapitalisme
    Kenmerkend voor de structuur van het industrieel kapitalisme is de tijdruimtelijke concentratie van arbeidskrachten in de arbeidsorganisatie. Zij is gestructureerd naar het model van de fabriek (of het kantoor). Door gebruik te maken van moderne systemen van elektronische communicatie is het niet meer nodig dat mensen tijdruimtelijk geconcentreerd zijn in een fabriek/kantoor om met elkaar samen te werken. Hierdoor wordt een bres geslagen in de kernstructuur van het industriële kapitalisme. De tijdruimtelijke samenballing van lokaal verspreide arbeidskrachten in een fabriek/kantoor vormde lange tijd de grondslag van een samenleving die werd gekenmerkt door een scherpe scheiding tussen werken en wonen, tussen stad en platteland en tussen mannenwerk en vrouwenwerk. In de informationele fase van het kapitalisme komen deze splitsingslijnen op de tocht te staan. De vraag is of door verdere ontwikkeling van telewerk niet alleen het karakter van de arbeidsverhoudingen aan het kantelen is, maar ook de daarop aansluitende structuren van het wonen en de woonomgeving, van de relaties tussen de geïndustrialiseerde stad en het agrarische platteland, en van de seksuele arbeidsdelingen.


  9. Cyberpolitiek en Digitale Democratie
    Kan internet gebruikt worden om democratische processen te stimuleren of te verrijken? De kloof tussen burger en ‘de politiek’ werd en wordt veel beklaagd. In een complexe samenleving kunnen burgers nu eenmaal niet over alles direct meebeslissen. Het ideaal van een democratische agora, waar iedereen op het dorpsplein kan meepraten en meebeslissen over alles wat zo’n kleinschalig samenlevingsverband aangaat, zou in ons soort samenleving niet werkbaar zijn. De burgers laten zich vertegenwoordigen door gekozen beroepspolitici die namens hen de beslissingen nemen. Maar door de opkomst van nieuwe synchrone en asynchrone vormen van internetcommunicatie lijken de grenzen van de directe democratie te worden opgerekt. Via goed georganiseerde internetfora kunnen burgers veel directer en actiever opereren in het proces van meningsvorming, en via goed beveiligde peilingen en stemmingen zouden zij ook veel directer betrokken kunnen worden bij de politieke besluitvorming van hun lokaal, regionaal of nationaal bestuur. De vraag is dus wat internet kan bijdragen aan de verrijking van democratische procedures en de politieke cultuur. Zoals John. F. Kennedy de eerste televisie-president was, zo is Barack Obama de eerste internet-president. Maar daarmee is internet nog lang geen belichaming van delibererende democratie in actie, zoals David Clark, een van de founding fathers van het internet meende. Internet faciliteert —net als alle voorgaande communicatietechnologieën— een ongeëvenaarde controle van de overheid over individuen. Het eens zo gevierde globale netwerk lijkt tegenwoordig steeds meer op een verzameling van natie-staat netwerken.


  10. Revolutie van de Facebook-generatie
    Protestbewegingen over de hele wereld maken intensief gebruik van sociale media om hun klachten over het voetlicht te brengen, omzichzelf te organiseren en omacties te initi&eum;ren en te coördineren. In deze lezing voor de Landelijke Sociologie Dag in Utrecht (12 maart 2011) wordt aan de hand van de revolte in Egypte de betekenis van sociale media voor verzetsbewegingen gereconstrueerd.


  11. Robuustheid van het internet: regulatie en zelfregulatie
    Internet penetreert diep in ons alledaagse publieke en persoonlijke leven. Individuen, organisaties en de samenleving als geheel zijn hierdoor steeds sterker afhankelijk geworden van de robuustheid van de informationele infrastructuur. Vroeger zeiden de spoorwegmachinisten: “Heel het raderwerk staat stil als onze machtige arm dat wil”. Treinstakingen en stroomstoringen hebben nog steeds erg ontregelende gevolgen voor de samenleving, net als overstromingen en aardbevingen. Maar een samenleving die zo sterk afhankelijk geworden is van elektronische communicatiesystemen is ook op dit punt zeer kwetsbaar geworden. Wat zijn de zwakke plekken van het internet? Hoe kunnen we ons tegen dergelijke risico’s beschermen? Het gaat om bescherming tegen graaiers die het internet vervuilen met spam, tegen oplichters en dieven die mensen geld uit de zakken kloppen of tegen kwaadaardige hackers die netwerken proberen te manipuleren en plat te leggen. Maar het gaat ook om extremisten en terroristen die het internet zelf als slagveld gebruiken, en om vijandige naties die zich tot in detail voorbereiden op de komende cyberoorlog. We zijn daarmee een heel eind verwijderd van de idyllische visie op internet, als een new frontier waar mensen in vrede leven, onder hun eigen regels, bevrijd van de dwang van een onderdrukkende samenleving en vrij van inmenging door overheden. Het is verstandig om ook aandacht te besteden aan the dark side van het internet.


  12. Spel en vermaak: internet als amusement
    Volgens de historicus Huizinga ligt spel ten grondslag aan alle cultuur. De mens is een homo ludens, een spelende mens. Cyberspace is een virtuele ruimte waarin zeer veel wordt gespeeld. Er is een omvangrijke spelcultuur ontstaan die zowel tot vernieuwing van veel oude spelletjes heeft geleid (zoals online schaken of online pokeren), maar ook tot geheel nieuwe spelsoorten, zoals interactieve online games voor meer dan 2 spelers: multiplayer online games. Zij worden gespeeld in een driedimensionale grafische omgeving die in functionaliteit (in de zin van mogelijke acties) en uiterlijk verwant is aan de lokale wereld. De spelers controleren hun online personage of karakter. Hierdoor ontstaat een parallelle ruimte van sociale interacties tussen de karakters in de spelwereld. De fascinatie voor deze nieuwe wereld van vermaak heeft zoals bekend zijn schaduwzijden, zoals spelverslaving en kaping van identiteit. De sociologische eigenaardigheden van driedimensionale virtuele ruimtes worden toegelicht aan de hand van Second Life.


  13. Wikipedia: de kracht van zwermintelligentie
    Wikipedia is een middel om samenwerkend te schrijven teneinde onze kennis te delen en te ordenen. Ontelbare mensen hebben daaraan inmiddels bijdragen geleverd, en per dag wordt deze gratis online encyclopedie door miljoenen mensen bezocht. Wiki’s zijn typisch een hypertekstueel medium met non-lineaire navigatiestructuren. De basisfilosofie van Wikipedia is dat het gemakkelijker wordt om fouten te corrigeren in plaats van dat het moeilijker wordt om fouten te maken. Iedereen kan in eerste instantie de grootst mogelijke onzin opschrijven, maar als het een relevant lemma is, wordt dit door het grote aantal gebruikers op de kortst mogelijke termijn gecorrigeerd. Het sterkste argument voor het Wikipedia-project is van procedurele aard: Wikipedia is in staat om heel snel fouten te corrigeren. Tegenstanders stellen hun hoop op het traditionele peer review-principe. Elitisten zoals Andrew Keen geloven dat alleen een peer review van deskundigen tot betrouwbare en gezaghebbende kennis kan leiden. Zwermintelligentie is een vorm van kunstmatige intelligentie gebaseerd op het collectieve gedrag van gedecentraliseerde, zichzelf organiserende systemen. Het refereert aan het zelfcorrigerend groepsgedrag dat optreedt bij zwermen autonome insecten zoals mieren en bijen. Tijdens het zoeken naar voedsel en het verdedigen van het territorium worden zwakke signalen versterkt en wordt ruis uitgefilterd. In kleine groepen kunnen individuen hun aandacht verdelen en wordt ontregelend gedrag gereduceerd door informele sociale controlemechanismen. In gemeenschappen of conversatieruimtes met lage toegangsbarrières en honderdduizenden deelnemers wordt dit veel moeilijker. Het beheer van grotere, open gemeenschappen komt niet alleen onder druk te staan door bewust ontregelend gedrag (zoals trolling, flaming, spamming, fooding), maar ook door een overdaad aan ongestructureerde en ongewogen informatie. Bij een zekere omvang krijgen alle online gemeenschappen last van het signaal-ruis probleem — vooral wanneer er veel tegenstrijdige opinies in omloop zijn. Men kan dit probleem van bovenaf proberen op te lossen door poortwachters en controleurs in te huren. Maar men kan het ook aan de gemeenschap zelf overlaten. In dat geval ontwikkelt de gemeenschap zichzelf door een open source model te volgen. Groepen individuele gebruikers ontwikkelen collectieve intelligentie wanneer zij netwerken creëren en gerelateerde profielen en inhoud filteren. Wanneer de individuele bijdragen door andere leden van een gemeenschap worden gewaardeerd kunnen er in de loop der tijd gedeelde normen ontstaan over wat een goede of slechte bijdrage is. Bovendien wordt het hierdoor mogelijk om moderatiefilters te gebruiken waardoor men alleen hooggewaardeerde bijdragen te zien krijgt en laaggewaardeerde bijdragen automatisch worden weggeselecteerd. Op die manier kunnen binnen een complex systeem met veel ruis toch de kwalitatief goede bijdragen naar boven komen drijven. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘bottom-up journalistiek’ van Slashdot waarin praktisch al het werk door lezers zelf gedaan wordt.


  14. Weblog - Van dagboek, via journalistiek tot politiek
    Blogs hebben het internet omgewoeld en nieuwe vorm gegeven, zij hebben de politiek en het onderwijs beïnvloed, zij hebben de journalistiek door elkaar geschud, en zij hebben miljoenen mensen in staat gesteld om zich te uiten en om zich met anderen te verbinden. Door een blog ben je aanwezig op internet. Je kunt er dingen naar voren brengen die je met anderen wilt delen omdat je ze belangrijk vindt. Dat kan even goed een persoonlijke ervaring zijn, als een politiek commentaar of een verwijzing naar websites die je goed, leuk of gek vindt. Sommige mensen gebruiken hun blog alleen maar om hun eigen gedachten te organiseren, terwijl anderen invloedrijke en omvangrijke publieken bedienen. Een weblog is een niet-geredigeerde stem van een individu, en bij voorkeur van een amateur. Professionele en amateurjournalisten gebruiken blogs om belangrijk nieuws te publiceren, terwijl schrijvers van persoonlijke dagboeken hun innerlijke gedachten prijs geven aan de openbaarheid. De blogervaring gaat niet alleen over het op het web publiceren van je gedachten, maar ook en vooral over de reacties van en relaties met andere gelijkgezinden. Lezers van je blog kunnen direct reageren op wat jij hebt gepubliceerd, maar je kunt dit ook beperken tot een bepaalde groep. Blogs zijn daarom ook een goed communicatie-instrument voor relatief kleine groepen.


  15. Geweld op internet: cyberoorlog, cyberterrorisme en criminaliteit
    Internet is niet de meest veilige plek op deze wereld. Zij wordt onveilig gemaakt door de cybermisdaden van crackers, dieven, fraudeurs en schurken of door goed georganiseerde vormen van cyberterrorisme. Ook nationale staten maken bij het uitvechten van gewapende conflicten steeds regelmatiger en systematischer gebruik van de mogelijkheden om de strijd te virtualiseren. De nieuwe informatie- en communicatietechnologieën zijn een basistechnologie geworden van moderne samenlevingen. Het voortbestaan van onze samenleving is in toenemende mate afhankelijk geworden van de stabiliteit van informationele en communicatieve infrastructuren. Door het ontregelen van deze infrastructuren met wapens van massadisruptie kunnen nationale samenlevingen in vergaande mate worden ontwricht. Het internet wordt een arena waarin de politieke strijd met destructieve en gewelddadige middelen wordt voortgezet.
    Een spook waart door de wereld — het spook van het cyberterrorisme. Alle inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de grootmachten ter wereld hebben zich verbonden tot een heilige drijfjacht tegen dit spook. De nationale veiligheid wordt niet meer alleen bedreigd door conventionele, chemische, biologische of nucleaire aanslagen door terroristen of schurkenstaten, maar ook door cyberterrorisme. Cyberterrorisme zou wel eens de grootste bedreiging van de nationale veiligheid kunnen worden, juist omdat het zo revolutionair is. Het internationaal terrorisme is gevaarlijker dan ooit en moeilijk te bestrijden. De Amerikaanse regering heeft —met niet al te veel, of minstens tegenstrijdig succes— geprobeerd om de terroristen uit te roken uit hun schuilplaatsen in de bergen en grotten van Afghanistan. Maar tegenwoordig staan de strategen van het contraterrorisme voor een nog veel ingewikkelder taak: het opsporen van terroristen en in kaart brengen van hun netwerkactiviteiten in afgebakende lokaliteiten (zoals moskeeën of pleinen), én in de onbegrensde virtuele ruimte van cyberspace. Hoe moeilijk is het om zicht te krijgen op de internationale patronen van de virtuele jihad? Moeten we serieus rekening gaan houden met terroristische aanslagen op vitale elektronische netwerken en informationele infrastructuren die samenlevingen volledig kunnen ontregelen? En hoe kunnen de gevaren van terroristisch gebruik van internet worden afgewend of geminimaliseerd?


  16. Netwerkanalyse - Topologie en dynamiek van internet
    Via het medium internet komen we in contact met mensen die we nooit in levende lijve hebben ontmoet (en waarschijnlijk ook nooit zullen ontmoeten), en waarmee we toch een nuttig, sociaal of zelfs persoonlijk warm contact kunnen hebben. Dat geldt niet alleen voor een-op-een contacten, maar ook voor groepscontacten. Mensen voelen zich aangetrokken tot bepaalde internetlocaties omdat zij daar nuttige informatie vinden, informatiebronnen of rekenkracht van computers kunnen delen, of kunnen communiceren met mensen die in gelijksoortige onderwerpen zijn geïnteresseerd. Daaruit ontstaan min of meer spontane virtuele netwerken en losse, duiventilgemeenschappen, maar ook hechte en duurzame gemeenschappen van mensen die zich sterk met elkaar verbonden voelen. De geografische grenzen van de communicatie zijn enorm opgerekt, maar communicatie is en blijft een sociaal proces. Internet stelt ons in staat om de afstand tussen mensen te overbruggen. Leven we nu werkelijk in a small world? Hoeveel kleiner is de wereld geworden door de opkomst van het internet? In deze week richten we ons enerzijds op de machtsvorming in netwerken, anderzijds op de vraag hoe deze machtsprocessen theoretisch kunnen worden gethematiseerd, empirisch onderzocht en gevisualiseerd.


  17. Zoeken naar kwaliteit
    De informatiebronnen op het internet blijven zich in een verbazingwekkende snelheid vermenigvuldigen. Iedereen kan tegenwoordig iets op het internet zetten, maar daardoor is het ook vaak moeilijk te zeggen wat dat ‘iets’ is, waar het vandaan komt of wie de auteur is. Iedereen die maar wil kan informatie verspreiden over het internet, zonder rekening te houden met eisen van nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of evenwichtigheid. Internet heeft nieuwe groepen in staat gesteld om wereldwijd te publiceren, maar zij zijn niet ingevoerd in de cultuur van het uitgeversvak en hebben vaak weinig ervaring met optreden in het publieke domein. Voor internetgebruikers is het vaak moeilijk te onderscheiden welke sites goede, betrouwbare en volledige informatie over een bepaald onderwerp bevatten. Hoe kom je er achter dat bepaalde sites onnauwkeurige, onbetrouwbare of onevenwichtige informatie verstrekken? Wat zijn de criteria op grond waarvan de kwaliteit van de aangeboden informatie beoordeeld kan worden? Het blijft een hele kunst om op internet snel de informatie te zoeken waarnaar men op zoek is. Zoekmachines zijn onmisbaar geworden voor ons online bestaan. Hoe goed zijn die zoekmachines? En wat zijn de gevolgen van de commercialisering van de zoekdiensten?


  18. De mobiele samenleving

Index
Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

02 July, 2017