Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact


ToekomstMuziek in slimme netwerken

—Thuispiraterij, auteursrechten en de muziekindustrie—

Albert Benschop

Web van vermaak
    Emancipatie van materiële dragers
    Belofte en bedreiging
Productie
    Opname van muziek
    Componeren in cyberspace
    Cybermuziek: nieuw genre?
Distributie
    Verspreiding door muziekindustrie
    Verspreiding door streaming audio
    Verspreiding door artiesten
Verkoop
    Teruglopende omzet door piraterij?
    Online verkoop: een dollar per deun
    Detailhandel in de knel
    Verkopen met je eigen label: netreputatie
Lessen van Napster
    Peer-to-peer netwerken
    Kwetsbaarheden en risico's
    Napster en muziekpiraterij
    Neutraal doorgeefluik
    Het vonnis
    De zwakte van Napster
    Napster op herhaling: tandenloze piraat
Nieuwe ronde, nieuwe en vernieuwde spelers
    Nieuwe generatie p2p-software
    KaZaA: tussen wal en schip
Twee fronten: restricties en repressies
    Beperkingen: Digital Rights Management
    Klopjacht op piraten
    Anonieme aanklagers
    Terugloop van ruildiensten?
    Audible Magic
Informatiebronnen
Verwante artikelen
Index Peer-to-peer: netwerken van onbekende vrienden
Index Open Source: mens durf te delen
Index Intellectueel eigendom en copyright

Web van vermaak

Emancipatie van materiële dragers
Het internet is steeds sterker in ons dagelijkse leven geÔntegreerd. Hoewel het gebruik van internet zeker niet universeel is, is het voor velen inmiddels een alledaagse routine geworden.

Vooral voor jongeren is het internet een normaal en gewoon medium geworden waarmee zij betekenisvolle relaties met hun omgeving onderhouden. Zij gebruiken het internet op school om hun lessen te leren en werkstukken te maken. Zij gebruiken het thuis om contacten te onderhouden met hun vrienden en om zich te vermaken. Het internet is een elastisch medium dat zowel gebruikt kan worden voor het verkrijgen van nuttige informatie, voor persoonlijke communicatie, voor het onderhouden van groepsverbanden als voor dynamische ontspanning. Het internet heeft een nieuwe openbare ruimte geschapen waarin mensen winkelen en met elkaar spelen, zichzelf presenteren en gezellig met elkaar praten, nieuws uitwisselen en politiek bedrijven.

Het eigenaardige van moderne informatie- en communicatietechnologieën is dat zij enerzijds hebben geleid tot grotere diversificatie van media, anderzijds tot een sterkere convergentie van media. Internet is daarvan het meest uitgesproken voorbeeld. Internet is een medium dat nieuwe vormen van informatie en communicatie mogelijk maakt die een verrijking vormen op de bestaande media. Maar internet is ook een medium dat als katalysator werkt voor de convergentie van media. Voorheen discrete media worden via één pad met elkaar geïntegreerd. Dit werd mogelijk doordat alle informatie die in media wordt overgedragen in een digitale vorm werd getransformeerd. Hierdoor kunnen steeds gemakkelijker multimediale presentaties worden gemaakt en gemanipuleerd. Dit gaat gepaard met een conglomeratie van technologische en economische mediabelangen.

Informatie- en communicatietechnologieŽn hebben de wereld van het vermaak op zijn kop gezet. De amusementsindustrie heeft ervaren dat het gedecentreerde karakter van het internet het zeer moeilijk is om de gecentraliseerde controle over haar commerciŽle producten te handhaven. Het delen van muziek en films is bij internetgebruikers eerder norm dan uitzondering. Er is een cultuur van gratis ruilen van bestanden ontstaan ('dare to share') die niet zo makkelijk meer zal verdwijnen. Vooral niet om dat deze cultuur is ingebed in een economie van de gift die zich onttrekt aan de logica van de kapitalistische markt.

CD Amusementsproducten werden voorheen altijd op fysieke media beschikbaar gesteld, zoals boeken, tijdschriften, platen, films, video cassettes, cd's, diskettes of cd-roms. Zij werden als fysieke goederen gedistribueerd, van prijs voorzien en verkocht. De informatie op het internet is niet gefixeerd op een fysiek medium. Door haar digitale vorm kan de informatie op het internet gemakkelijk en goedkoop worden gereproduceerd. Er kunnen oneindig veel perfecte kopieŽn van het origineel worden gemaakt, zonder verlies van kwaliteit. Omdat de kopie perfect is, kan hij op zijn beurt ook weer perfect worden gekopieerd. Informatie heeft zich geŽmancipeerd van haar fysieke dragers en verspreidt zich moeiteloos via nieuwe digitale technologieŽn en netwerken.

De eigenaardigheid van digitale muziek is dat de kosten om de muziek voor de eerste maal vast te leggen relatief hoog zijn, terwijl de kosten om een kopie van dat muziekbestand met precies dezelfde geluidskwaliteit te maken vrijwel nihil zijn. Deze kostenstructuur is kenmerkend voor alle informatiegoederen: hoge vaste kosten en lage marginale kosten. Digitale informatie kan via internet tegen lage kosten worden gereproduceerd en gedistribueerd. Niet voor niets wordt het internet wel gezien als één grote kopieermachine [Shapiro/Varian 1999:4].

Digitale kopieën zijn niet alleen perfect en zeer goedkoop, zij zijn ook vloeibaar. Zodra muziek gedigitaliseerd is wordt het een vloeistof die van vorm en plaats kan veranderen en die met andere muziek gelinkt kan worden. Digitale muziek kan gefilterd, vervormd, gearchiveerd, gemodificeerd, gemengd en vermengd worden [Kelly 2002].

Juist die vloeiende karakter van de digitale muziek heeft grote aantrekkingskracht uitgeoefend op internetters om online muziek uit te wisselen. Het gaat er niet alleen om dat de muziek gratis is, maar wat zij er allemaal mee konden doen. Zodra muziek is gedigitaliseerd gaan gebruikers daarvan een ander gedrag vertonen. Bij vloeibare muziek kun je de volgorde van liedjes op een album of tussen albums veranderen. Je kunt het geluid vervormen, verknippen en reaggregeren. Je kunt de zang laten verdwijnen of vervangen door een andere tekst. Je kunt een lied korter maken of juist uitrekken. Je kunt er mee doen wat je maar wilt. Digitale muziek is extreem manipuleerbaar.

Muziekliefhebbers zijn steeds meer bezig met het uitkienen van volgorders waarin nummers worden afgespeeld, het door elkaar haspelen van nummers, het verzamelen en samplen van geluiden en met het modificeren van nummers. Het wordt steeds makkelijker om je eigen muziek samen te stellen, te (re)arrangeren en ook zelf te maken.

Index


Belofte én bedreiging
Het internet is het grootste en snelste voertuig voor de verspreiding van amusement dat ooit is uitgevonden. Het brengt revoluties teweeg in de wereld van de muziek, de elektronische spelletjes en de film. Voor traditionele mediagiganten vormt het internet zowel een bedreiging als een belofte. De muziekindustrie is hiervan een duidelijk voorbeeld.

De internettechnologie heeft een verandering teweeggebracht in de relaties tussen artiest, producent, distributeur, verkoper en consument. Zij grijpt in op alle schakels van de waardeketen in de muziekindustrie.

Index Productie

Muziek Opname van muziek
De digitalisering van de muziek heeft vergaande gevolgen voor het proces van studio-opname. Digitaal geluid kan gemakkelijk worden gemanipuleerd, bewerkt en opgeslagen. Muziek die in studio's wordt opgenomen vereist zelfs niet meer dat muzikanten elkaar ontmoeten. Studiomuzikanten worden meestal op contractbasis ingehuurd en leveren hun bijdragen in de vorm van een digitaal MIDI bestand dat zij in hun thuisstudio vervaardigen. Deze bestanden worden via internet naar de producent verstuurd die ze vervolgens mengt met andere bestanden en er een uiteindelijk product van maakt.

Er zijn vijf grote muziekproducenten die zo'n 80% van de markt controleren: Sony (Japan), Time Warner (USA), BMG (Duitsland), Universal Vivendi (Frankrijk) en EMI (Engeland). Daarnaast zijn er duizenden kleine onafhankelijke bedrijven die vaak het voortouw nemen bij technologische innovaties. Veel kleinschalige muziekbedrijven zijn op het internet begonnen.

Componeren in cyberspace
Het maken van muziek is hard werken. En dat geldt zeker voor muziek die op brede schaal op prijs wordt gesteld. Het zijn nog steeds die zeldzame talenten die in staat zijn om muziek te schrijven die velen mooi vinden.

Met de beschikbaarheid van nieuwe technologieën en informatiestructuren is ook het creatieve veld van de componist veranderd. De muzikanten die componeren in cyberspace proberen te breken met het model van de ivoren toren waarin zij in schitterende isolatie componeren. Componeren wordt veranderd in een transparant proces dat voor iedereen zichtbaar is. Composities komen in toenemende mate door samenwerking tot stand. Er worden geen afgeronde werken gepresenteerd. Er wordt toegang geboden tot een creatief proces waarbij andere musici en componisten op interactieve wijze betrokken zijn. De basistechnologieën waarvan gebruik gemaakt wordt zijn de webstandaarden voor muzieknotatie en de real-time gegenereerde muziek op het web.

Hierdoor is het mogelijk geworden om te 'componeren in cyberspace'. Dat is wat musici als Karlheinz Essl (Oostenrijk), Steve Gibson (Canada) en Todd Machover (USA) al jaren doen. Zij gebruiken het internet voor een nieuwe vorm van interactieve real-time compositie.

Cybermuziek
"Misschien is cybermuziek wel iets dat nog moet worden uitgevonden. Het huwelijk tussen technologie en muziek zou nu wel eens even onvoorspelbaar kunnen zijn als de rock-and-roll in het midden van de vorige eeuw" [H.P. Newquist].
De vraag is of er een nieuwe muzikale categorie ontstaat van cybermuziek. Biedt internet een voedingsbodem voor een nieuw soort muziek of genre? En wat zijn dan de contouren van deze cybermuziek? Is dat een universele en grenzeloze muziek waarin idee, passie, ritme en machine worden verenigd? Niemand weet wat de muziek van de toekomst is. Maar wat het ook zal worden, het zal een muziek zijn die nog veel sterker is ingebed in technologie. Een voorbeeld daarvan is "vet geluid" (of op z'n Duits: "fetter ton") van groepen zoals Black strobe, Tiefschwarz en Alter Ego, waarin elementen uit Rock en New Wave vermengd worden met rauwe synths uit de techno. Het is een muziekstijl die valt onder de techno muziek maar heeft een andere origine. Techno is oorspronkelijk zwart, Vet geluid is van puur blank. Vet geluid is gebaseerd op synthlijnen en melodiën en niet beat-based zoals veel techno muziek.

Dat het internet een voedingsbodem en katalysator kan zijn van een nieuwe muziekvorm is een verleidelijke gedachte. De elektrificering van de gitaar heeft alleen al de voorwaarden geschapen voor een omwenteling in de muziekgeschiedenis ('rock-and-roll'). Door een slim gebruik van de mogelijkheden van het internet kan in ieder geval wel worden gestimuleerd dat diverse verborgen, marginale of in ieder geval relatief 'onbekende' muziekgenres een zeer goedkoop en wereldwijd podium krijgen om hun kwaliteiten te tonen. Het internet is een uiterst efficiënt aggregatie- en coördinatiemechanisme. Het geeft niet alleen meer kans aan revolutionaire muziekvernieuwers of getalenteerde muzikanten en componisten, maar ook aan muzikanten die problemen hebben om 'hun publiek' te bereiken omdat zij bijvoorbeeld geen populaire muziek maken of muziek die geografisch of cultureel als 'marginaal' werd aangeduid of als 'verouderd'.

Waarde van muziek
Net als alle andere goederen die op de markt worden aangeboden heeft ook muziek zijn bijzondere gebruikswaarde en meer of minder omvangrijke ruil- of marktwaarde. Het eigenaardige van de gebruikswaarde van muziek is dat het een ervaringsgoed is: de consument moet de muziek horen en waarderen wil het gebruikswaarde krijgen. De gebruikswaarde van een song is recht evenredig aan de mate waarin een luisteraar deze muziek 'goed' vindt. De gebruikswaarde van muziek is dus in sterke mate afhankelijk van het subjectieve oordeel van de luisteraar. Als de muziekindustrie zich beroept op nobele concepten zoals 'intellectueel eigendom' of 'respect voor auteursrechten' dan beschermen zij slechts de commerciële waarde van hun muzikaal 'product'.
Genres en artiesten die in het huidige regime van de commerciële muziekindustrie geen of weinig kansen hebben om hun muziek voor een breder publiek te presenteren, krijgen op het internet een kans om zich direct aan een wereldwijd publiek voor te stellen. Nieuwe geluiden, nieuwe artiesten, nieuwe genres en oudere (sub)genres kunnen tegen geringe kosten en inspanningen hun weg via het internet vinden. Een weg naar publieksgroepen die soms heel klein kunnen zijn, maar waarvan het bestaan toch de kern vormt van muzikale diversiteit. Dat is een culturele waarde die —gelukkig— door velen nog wordt beschouwd als het zout in de culturele pap.

De technologische eigenaardigheden van cybermuziek zijn veel duidelijker afgebakend dan de typische stijleigenschappen. Cybermuziek werkt met de meest uiteenlopende technologieën voor de compositie van muziekstukken, de computergestuurde geluiden, de uitvoering van concerten, de registratie van een optreden, de opname van een album of single, tot en met de wijze van verspreiding van de muziek.

Er zijn diverse websites waarop muzikanten in de gelegenheid worden gesteld om interactieve muziek te maken. Deze zichzelf organiserende netwerken zijn georganiseerd naar nationaliteit, taalgebied, cultuur, genre en uitvoerend muzikant. Met behulp van een gratis plug-in voor de browser is het mogelijk te luisteren naar een compositie terwijl we kijken naar de bladmuziek (zoals Sibelius Scorch).

Index Distributie

Verspreiding door muziekindustrie
De muziekindustrie is volgens alle waarnemers zeer traag en te terughoudend geweest om zelf muziek via internet te verspreiden. Het belangrijkste medium waarop digitale muziek werd gedistribueerd was de compact disc. Muziek op een cd kan door gebruikers gemakkelijk worden omgezet in bestandsformaten waardoor deze via netwerken verder verspreid kunnen worden. Ook auteursrechtelijk beschermde muziek kan via systemen van bestandsdeling op grote schaal worden verspreid onder deelnemers van wereldwijde netwerken van onbekende vrienden.

In peer-to-peer netwerken wordt muziek uitgewisseld in MP3-bestanden. MPEG layer 3 is het meest gebruikte bestandsformaat op het internet. Hiermee kunnen pc-gebruikers een gewone muziek-cd comprimeren tot eentiende van hun originele omvang. Door deze compressie kon de distributiesnelheid van muziekbestanden aanzienlijk worden verhoogd. Voor de geluidskwaliteit heeft de compressie in MP3-formaat geen hoorbare negatieve gevolgen. MP3 dankt haar populariteit enerzijds aan het feit dat zij platform onafhankelijk is en dat er geen kopieerbeveiliging is ingebouwd. De nieuwste versie, MP3Pro, dat muziekbestanden kan comprimeren tot eentwintigste van de originele bestandsgrootte, biedt overigens wel voorzieningen voor het beheren van digitale rechten ('digital rights management').

Tegenspraak
De Electronic Frontier Foundation (EFF) is een organisatie die zich inzet voor de bescherming van burgerrechten zoals individuele privacy en vrijheid van meningsuiting in de wereld van computers en het internet. De EFF ziet SDMI als een poging om beperkingen op te leggen aan de toegang tot en het gebruik van digitale muziek door consumenten. Daarmee wordt inbreuk gemaakt op het recht om kopieën van muziek te maken voor eigen gebruik en op het recht van de consument om muziek af te spelen op elk gewenst apparaat.
De muziekindustrie zoekt naar alternatieven voor de beveiliging van gecomprimeerde muziekbestanden. Het is nog onduidelijk welke bestandsformaat de standaard gaat worden voor de distributie van muziek via netwerken. De muziekindustrie is uiteraard alleen geïnteresseerd in een bestandsformaat dat het mogelijk maakt om rechten af te dragen aan rechthebbenden. Samen met de grootste softwarebedrijven in de wereld werkte de muziekindustrie aan de ontwikkeling van het Secure Digital Music Initiative (SDMI). Het is een systeem waarmee de muziekindustrie beveiligde digitale muziekbestanden aan de consument kan aanbieden. Dit gebeurt door het aanbrengen van watermerken, waarin een onhoorbare boodschap is verborgen in muziek die informatie geeft over auteursrechten aan apparaten zoals MP3-spelers en recorders. Deze apparaten kunnen dan weigeren om kopieën te maken van muziekstukken, afhankelijk van de betekenis van het ingebouwde watermerk. Erg succesvol leek SDMI niet. Toen zij in september 2000 het publiek uitdaagde om vier watermerktechnologieën te testen werden deze door een team onderzoekers van Princeton Universiteit en Rice Universiteit stuk voor stuk gekraakt [bron]. Hoewel SDMI zelf de wedstrijd had georganiseerd, stelde zij alles in het werk om te voorkomen dat de onderzoeksresultaten van de academische krakers gepubliceerd zouden worden. Tevergeefs overigens, want onderzoekers maakten hun resultaten toch openbaar.

Beveiligde muziekbestanden zijn bestanden die door de gebruiker niet kunnen worden gekopieerd, niet kunnen worden omgezet in een onbeveiligd bestandsformaat, en niet verzonden kunnen worden aan andere computergebruikers. De nieuwe standaard moet een differentiatie mogelijk maken in het gebruik van muziekbestanden: van bestanden die één keer kunnen worden afgespeeld tot bestanden die oneindig vaak kunnen worden afgespeeld op diverse apparaten.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de verschillende leden van het SDMI-initiatief het niet eens konden worden over de standaard. Na twee jaar ontwikkeling van de standaard kwam SDMI in mei 2001 met een officiële verklaring dat er geen enkele consensus is bereikt voor welke techniek of combinatie van technieken dan ook.

Index


Verspreiding door streaming audio: virtuele jukebox
Er zijn nog andere mogelijkheden om muziek te distribueren dan door verkoop van cd's of van digitale bestanden via online winkels. Muziek kan ook worden verspreid via de technologie van de streaming audio. Daarbij moet de luisteraar online blijven om naar de muziek te luisteren en wordt er niets op de harde schijf van de ontvanger gezet. Het grote nadeel van streaming audio is het permanente gebruik van bandbreedte. De verbinding tussen gebruiker en zender moet immers in stand blijven. Het grote voordeel voor de muziekindustrie is uiteraard dat de via streaming audio verspreide muziek niet op de harde schijven van de gebruikers komt te staan en door hen dus ook niet gekopieerd en verder gedistribueerd kan worden.

Het bekendste formaat voor streaming op het web is Real Audio. Wie wil luisteren naar een radiozender via internet moet eerst de gratis software van Real Audio installeren. Met de codeertool kan audio worden gecodeerd voor verschillende snelheden. Met Realsystem Producer Basic kan ook streaming video worden aangemaakt. De grote concurrent is Microsoft's WMA-formaat (Windows Media Player). De Media Player maakt zowel streaming mogelijk van WMA als van WMV (Window Media Video).

Internetradio op p2p-wijze
Eerst was er AM, toen FM. In de evolutie van de radiotechnologie is de volgende fase "P2P". In programma's zoals PeerCast en Streamer fuseren radio en p2p-bestandsdeling. Met deze programma's kunnen audiobestanden naar andere gebruikers op een p2p-netwerk worden gestreamd zonder dat je hiervoor een eigen server nodig hebt. Iedereen kan via internet zijn eigen radiostation opzetten.
    In internetradio worden MP3-bestanden gestreamd waardoor muzikanten hun werk kunnen laten horen buiten de traditionele radiostations om. PeerCast en Streamer zijn ontstaan uit experimenten om de p2p-technologie te gebruiken voor andere doeleinden dan bestandsdeling. In p2p-netwerken wordt informatie over zoek- en download opdrachten gebruikt om een top 1000 lijst te maken van de muzikale bestanden die het meest gedeeld worden. Zo krijgen muzikanten en de muziekindustrie een idee van wat hun luisteraars willen horen. Via een fooienpot kunnen luisteraars geld geven aan muzikanten.
    Het pad naar een nieuw type internet-radio is geplaveid met voetangels en klemmen. De financiële middelen voor internet-radio oude stijl (gebruik van internet om radiouitzendingen te maken of te ondersteunen) zijn beperkt. De aandacht lijkt te verschuiven naar p2p-streaming van audio en video. Men hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat we in de komende decennia te maken krijgen met piratenradio en tv-stations op p2p-netwerken.
Er is steeds meer interesse ontstaan voor het idee van een virtuele jukebox waarbij de muziek direct door de computer van de gebruikers stroomt. Daarbij kan iedereen als het ware zijn eigen FM-kanaal inrichten naar eigen smaak en voorkeuren. Een aantal muzikale online diensten -zoals Pressplay en Rhapsody- bieden al streaming audio. Gebruikers betalen een vast maandbedrag voor ongelimiteerde selecties uit grote muziekbibliotheken. Het voordeel van deze aanpak is dat consumenten direct kunnen horen wat zij willen en er zijn geen vervelende pop-up reclames zoals op veel piratensites. Bovendien hoeven mensen zich geen zorgen te maken over virussen of dat zij hackers toegang geven tot hun computers (zoals we nog zullen zien zijn dit in p2p-netwerken, waarin bestanden worden uitgewisseld, lastige problemen).

De verwachting is dat de muziekindustrie zich meer en meer ontwikkelt in de richting van het kabeltelevisie-model: consumenten betalen iedere maand een vast bedrag voor een standaardpakket dat toegang biedt tot een algemene muziekbank, waarbij voor exclusieve of nieuwe stukken moet worden bijbetaald. Zo'n model werkt echter alleen als het kopiëren en uitwisselen van bestanden zoveel mogelijk wordt uitgebannen. De grote uitdaging is een systeem te ontwikkelen waarin het voor mensen lonend is het product te kopen in plaats van het te stelen.

Op dit moment zou een gebruiker van iTunes voor $10 per maand 10 songs krijgen, terwijl een gebruiker van Rhapsody naar honderden songs zou kunnen luisteren. Het voordeel van vaste maandbedragen is dat dit mensen in staat stelt om naar onbekende muziek te luisteren zonder dat zij zich zorgen hoeven te maken over de kosten. Rhapsodie biedt reclame-vrij een brede selectie audiokanalen aan die zich specialiseren in diverse genres. Bovendien brengt het streaming-model aanzienlijk meer interactie te weeg tussen de gebruiker en de muziekdienst dan het downloading-model. Hierdoor kunnen ook extra functies worden aangeboden. Door het bestuderen van de keuzes die iemand maakt en die van anderen met gelijksoortige smaak, kan de dienst alternatieve muziekselecties aan de gebruiker aanbevelen, op dezelfde manier als Amazon boeken aanbeveelt: 'als u dat mooi vindt, moet u hier ook eens naar luisteren'.

Zoals gezegd kleven er echter ook nadelen aan de cyberjukebox.

  1. Gebruik versus bezit
    Liefde voor muziek
    Echte muziekliefhebbers consumeren niet eenvoudig muziek maar ontwikkelen een speciale relatie met de werken van de artiesten die zij goed vinden. Als er na de verkenning van de muziek van een nieuwe artiest iets klikt dan begint een heel ontdekkingsproces waarin men meer wil horen en weten over de betreffende muzikant. Men deelt de nieuwe ontdekking met vrienden en gaat naar live uitvoeringen van de muziek. Zelfs de verpakking van het album is een integraal deel van de muzikale ervaring. Daarom willen veel muziekliefhebbers een originele uitgave bezitten.
    Mensen die gebruik maken van de commerciële online jukebox komen niet in het bezit van de muziek waarnaar zij luisteren. Het is een dienst die zich niet realiseert in een bepaald object (een bestand, een cd) dat gebruikt, gereproduceerd, uitgeleend of verkocht kan worden. De gebruikswaarde van de dienst is beperkt tot het actuele luisteren naar de gestreamde muziek. In het streamingmodel van de virtuele jukebox krijgen betalende luisteraars naar muziek niet automatisch de bezits- en overdrachtsrechten die gebruikelijk zijn voor een cd of een boek. Wanneer alle muziek die consumenten willen ook altijd tegen zeer lage kosten beschikbaar zou zijn, dan maakt dat niet zoveel uit. Maar veel muziekliefhebbers laten niet gemakkelijk de oude gewoonte vallen om trots te zijn op hun (bijna) volledige eigendom. Mensen moeten leren dat je de muziek niet hoeft te bezitten om ernaar te luisteren. Om te concurreren met gratis sites zullen de commerciële muziekwinkels toch meer eigendomsrechten moeten toestaan.
  2. Overdraagbaarheid
    Nog belangrijker is een tweede nadeel: streaming audio kan alleen worden gehoord via een met het internet verbonden computer. Computers zijn weliswaar steeds mobieler en zij kunnen met stereosystemen verbonden worden, maar streaming is niet goed voor luisteraars die hun verzamelingen in hun auto willen meenemen of downloaden in draagbare spelers (Walkman, Discman, mobieltje). De verspreiding van het draadloze internet zal dit probleem iets kleiner maken, maar de onoverdraagbaarheid van streaming audio blijft een groot nadeel.
De gevestigde muziekindustrie heeft het gebruik van online ruildiensten eerst proberen tegen te gaan door het opwerpen van technologische drempels voor downloaden, het voor de rechter slepen van ruildiensten en hun gebruikers. Daarna is zij begonnen met het scheppen van eigen alternatieven volgens het download-model met een 'pay per song'. De huidige norm is $1 per song en $10 per album. Specialisten verwachten dat de concurrentie ervoor zal zorgen dat de downloadprijzen zullen halveren tot minder dan 50 cent per track. De legale diensten moeten zo weinig vragen dat zij daadwerkelijk kunnen concurreren met peer-to-peer netwerken. Dan moet er wel voor gezorgd worden dat de geluidskwaliteit superieur is, het aanschafproces eenvoudig is en dat de aanvullende functies aantrekkelijk zijn. Zij moeten er dus voor zorgen dat de legitieme markt veel gemakkelijker is te gebruiken dan de vrije markt.

Een ding lijkt zeker: de cd zal terrein blijven verliezen aan online muziek systemen. Dat komt niet alleen doordat het online aanbod van de legale muziekhandel steeds omvangrijker en gevarieerder wordt of dat de betaling gedifferentieerd is naar het recht op luisteren, downloaden, branden en overdracht. Het komt ook omdat steeds meer muzikanten hun muziek rechtstreeks via het internet verspreiden en beschikbaar stellen.

Index


Verspreiding door artiesten
Door gebruik van computers en internet krijgen artiesten een nieuw medium waarmee zij hun publiek beter kunnen bedienen. Met technologieën zoals Real Audio, MPEG en Quicktime kunnen zij interactieve omgevingen bouwen waarin nieuwe muzikale ervaringen kunnen worden opgedaan. Het internet kan niet alleen gebruikt worden om de eigen muziek te promoten of te verkopen, maar ook om concerten te geven.

Artiesten Sites
De typische website van muzikanten bevat actuele informatie over de artiest zoals data van optredens, persoonlijke informatie, geschiedenis van de band, songteksten, discografie en links naar verwante sites. Veel muzikantensites bieden bovendien interactieve mogelijkheden, zoals gastenboeken, discussiefora en chatruimtes.

Een van de pioniers van de online muziekbusiness is het Internet Underground Music Archive (IUMA). IUMA helpt artiesten en labels bij de promotie. Het werd in 1993 opgezet door twee studenten van de Universiteit van CaliforniŽ (Santa Cruz), Jeff Patterson en Robert Lord, die hun eigen band wilden promoten. In 1998 stonden er al meer dan duizend bands op de site die per dag een half miljoen hits scoorde. Per jaar werd er 1 miljoen dollar verdiend. In 1999 werd het archief opgekocht door Emusic, in de verwachting dat het kon worden omgevormd tot een commerciŽle site voor underground muziek. Dat mislukte en IUMA was niet meer in staat aanvullende financieringsbronnen aan te trekken en staakte in februari 2001 alle nieuwe operaties. Een triest einde voor een site die werd beschouwd als het startpunt van de digitale muzikale revolutie [King 2001]. Maar in maart 2001 werd de overname aangekondigd door Vitaminic, een Europees platform voor de promotie en distributie van muziek via internet. De oprichter van IUMA Jeff Patterson verklaarde:

IUMA biedt ruimte om eigen muziek te plaatsen. Bands krijgen een eigen url en een standaard webpagina waar zij informatie en MP3's kunnen plaatsen, cd's kunnen verkopen, discussiefora en fanlijsten kunnen aanmaken.

Naast IUMA zijn er diverse andere sites waar aankomende artiesten hun producten gratis kunnen distribueren. Voorbeelden van dergelijke promotiesites zijn MP3 (gesloten op 2 december 2003, overgenomen door CNET), BeSonic, SoundClick en ElectronicScene.

Inmiddels zijn er ook bekende en gevestigde artiesten die zelf dankbaar gebruik maken van de mogelijkheden die door internet zijn ontstaan. Een voorbeeld hiervan is popster Prince. Zijn contract met de platenmaatschappij Warner leverde telkens ruzie op over de uit te brengen albums. Terwijl Prince zoveel mogelijk nieuwe albums wilde uitbrengen, vreesde Warner verzadiging van de markt en bracht slechts een album per jaar uit. Sinds 2000 runt Prince zijn eigen platenlabel via het internet (NpgMusic Club). Prince aarzelt niet om de hypocrisie van de muziekmaatschappijen aan de kaak te stellen. "Jonge mensen ... zouden voorgelicht moeten worden over de manier waarop de muziekindustrie al zolang artiesten heeft uitgebuit en hun rechten heeft misbruikt. Online distributie is een nieuw medium geworden dat artiesten in staat kan stellen om een einde te maken aan de uitbuiting". In tegenstelling tot Metallica en Bon Jovi verdedigde Prince het voortbestaan van Napster omdat hij denkt dat hierdoor een einde gemaakt kan worden aan de uitbuiting van muzikanten door de platenmaatschappijen. Hij ziet de opkomst van Napster als een illustratie van de toenemende frustratie over de controle die de platenmaatschappijen hebben over welke muziek mensen krijgen te horen.

Index Verkoop

Teruglopende omzet door piraterij?
De platenmaatschappijen klagen dat er te weinig cd's worden verkocht vanwege de illegale verspreiding via internet. Maar er zijn andere redenen:

Vertegenwoordigers van de muziekindustrie (zoals Buma/Stemra en RIAA) willen ons doen geloven dat er een eenvoudige vaste vraag is die vervolgens kleiner wordt door elke kopie die mensen aan anderen geven. Dat is een veel te simplistisch model van koopgedrag dat met emoties geladen is. Een effectieve vraag kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer je in contact komt met een muzikant waar je nog nooit van had gehoord voordat je een of meer liedjes gratis hoorde. Misschien was dát wel de echte reden voor een deel van de daling van de verkoop na het sluiten van Napster (Dan Bricklin).

De moraal van bestandsdelers
Bestandsdelers worden meestal onder een noemer gebracht: 'piraten'. In werkelijkheid kunnen minstens de volgende drie categorieën worden onderscheiden. (1) Mensen horen van nieuwe artiesten of genres via vrienden. Zij downloaden MP3's op hun computers om te beslissen of zij al dan niet in een bepaalde band of muzikant investeren. Wanneer zij de muziek goed vinden, kopen zij deze in een lokale winkel of via een online retailer. (2) Mensen downloaden muziek die zij anders nooit zouden aanschaffen. Zij vinden een bepaald liedje dat zij op de radio hebben gehoord goed, maar zijn niet bereid om 20 euro te betalen om een cd te verwerven die veel andere liedjes bevat waar zij niet in geÔnteresseerd zijn. (3) Mensen die muziek downloaden die zij gekocht zouden hebben als deze niet vrij op het internet beschikbaar zou zijn.
Ook uit een onderzoek dat Forrester Research in Augustus 2002 publiceerde blijkt dat de problemen in de muziekindustrie niet veroorzaakt worden door illegaal downloaden. Een groot deel van de downloaders is wel degelijk bereid daarvoor te betalen en offline cd's te kopen. Een aanzienlijk deel (39%) van de mensen die vaker dan negen keer per maand illegaal muziek downloaden of cd's branden zegt dat nieuwe online muziek hen juist prikkelt meer cd's aan te schaffen. Wanneer het betaald downloaden goed wordt georganiseerd kan dat de muziekindustrie redden.

Dat is precies wat bijna alle deskundigen al jaren riepen. De muziekindustrie moest zelf betaalde download-sites opzetten of bestaande, zoals Emusic, MusicNet en Pressplay, verbeteren. Daarbij zou aan drie voorwaarden voldaan moeten worden: de muziek van álle labels moet beschikbaar zijn, de klant moet met de gedownloade muziek kunnen doen wat deze wil (zoals kopiëren naar cd's of afdraaien op MP3-spelers) en tenslotte moet de betaalvorm zo flexibel mogelijk zijn, van abonnement tot pay-per-use. De platenlabels zouden standaardcontracten voor het downloaden moeten invoeren waardoor klanten na betaling met hun muziekbestanden kunnen doen wat ze willen. Op deze manier zou het vinden van liedjes worden vergemakkelijkt en zouden consumenten verleid kunnen worden om online impulsaankopen te doen.

Index


Online verkoop: een dollar per deun
De grote muziekmaatschappijen lijken inmiddels te onderkennen dat zij manieren moeten vinden om muziek via internet te verspreiden en niet zo hard vast te houden aan de cd. De platenmaatschappijen proberen de dalende cd-verkoop goed te maken door zelf muziek te verkopen via het internet. Maar de gouden bergen die zij via online verkoop hoopten binnen te halen, bleken telkens veel kleiner te zijn dan verwacht. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Jupiter moest haar schattingen telkens naar beneden toe corrigeren. Aanvankelijk werd voorspeld dat de online verkopen in 2006 zouden oplopen tot 5,5 miljard dollar. Deze prognose werd al snel bijgesteld: in 2006 zou slechts 3,3 miljard aan online omzet behaald worden.

Er zijn meerdere redenen voor deze relatief lage omzetcijfers.

  1. Sommige populaire muzikanten weigeren hun werk via internet aan te bieden. Zo willen de Red Hot Chili Peppers en Metallica niet dat hun muziek wordt opgenomen in de catalogus van iTunes Music Store, de liedjeswinkel van Apple.

  2. De platenbazen leggen speciale beperkingen op de muziek die zij online verkopen. Dit geldt met name voor het zelf maken van kopieën. Om piraterij tegen te gaan worden antikopieer-codes in de muziekbestanden aangebracht. Maar klanten hebben geen zin om cd's te kopen die alleen afgespeeld kunnen worden op standaardspelers en niet op computers, autoradio's of draagbare MP3 spelers. De ingebouwde kopieerbeveiligingen en watermerken zijn overigens ook technisch weinig succesvol, omdat encryptie-krakers meestal weinig tijd nodig hebben om de beveiliging uit te schakelen.

  3. De kwaliteit van de dienstverlening van muziekwinkels is vaak slecht. Sommige diensten hebben een meter gezet op hun internetliedjes: als de klant na een maand zijn abonnement niet verlengt, kan hij fluiten naar de muziek op zijn pc.

Inmiddels zijn er een aantal online muziekwinkels met instemming of steun van de grote platenlabels die hun liedjes aan de digitale consument brengen. De belangrijkste daarvan zijn in de volgende tabel opgenomen.

  • BuyMusic.com
    Biedt meer dan 300.000 liedjes aan die gedownload kunnen worden tegen betaling van ongeveer $1.
  • iTunes Music Store
    De eerder genoemde liedjeswinkel van Apple. Van elk liedje kunnen de klanten gratis een stukje van 30 seconden afspelen. Wie een lied wil kopen betaalt hiervoor $0,99. Een heel album wordt verkocht voor $9,99. De enige restrictie is een ingebouwd signaal dat moet voorkomen dat de gedownloade liedjes gebruikt worden voor een ruildienst [zie DRM]. ITunes is de eerste online muziekwinkel waarin de belangrijkste record labels participeren. Na 8 weken waren er al meer dan 6 miljoen liedjes via iTunes gedownload. Dit wijst erop dat veel klanten verlangen naar een legale manier om hun muziek online te verwerven. Daar staat tegenover dat naar schatting 5 miljard liedjes per maand worden geruild op peer-to-peer netwerken zoals KaZaA.
  • Listen.com
    Een muziekwinkel die gesteund wordt door een aantal platenmaatschappijen, waaronder ook Madonna's Maverick. Na Napster werd ook het zieltogende Scour onder handen genomen. Medio 2000 betaalde Listen.com vijf miljoen dollar voor het systeem van Scour. De uitwisseldienst was erg populair bij gebruikers. Er werden video's en muziek uitgewisseld. Rhapsody is een 'celestial jukebox' en biedt ongelimiteerde toegang tot een grote collectie van digitale muziek. Voor zo'n $10 per maand kan men luisteren naar meer dan 20.000 albums van meer dan 9.000 artiesten in diverse genres. Je kunt hele albums afluisteren of je eigen speellijst opstellen. Het branden van eigen cd's kost $.99 per nummer. Via een gratis proefweek kan men kennismaken met het systeem.
  • MusicNet
    Een online muziekwinkel voor AOL klanten. MusicNet biedt de muziekcatalogi van grote en onafhankelijke platenmaatschappijen, zoals Warner Music Group, BMG Music, EMI Recorded Music, Sony Music Entertainment, Universal Music Group, Zomba, Ritmoteca en Sanctuary. Het is een joint venture tussen RealNetworks, AOL Time Warner, Bertelsmann AG, EMI Recorded Music en Zombia. De muziek wordt op vier manieren aangeboden: als stream, download, burn of transfer naar draagbare digitale spelers.
  • Pressplay (sinds oktober 2003 omgezet Napster)
    Een online muziekwinkel ('on-demand music service') waar je liedjes kunt downloaden voor ongeveer 1 dollar. Je kunt ook streamen: luisteren naar een liedje van eigen keuze zonder dat je de track op je harde schijf zet. Voor ongeveer 10 dollar per maand kun je onbeperkt downloaden. Je kunt de downloads afspelen zoveel als je wilt, zolang je lidmaatschap actief is. Alleen bij een 'portable download' worden van de songs permanente kopieën op je harde schijf gezet. Je kunt ze op cd branden en overdragen op Portable Devices (PD). Alleen deze bestanden kun je nog afluisteren ook als je geen lid meer bent van de club. Pressplay biedt aanvullende diensten aan zoals Billboard charts en biografische informatie over artiesten. Je krijgt informatie over andere mensen die dezelfde soort smaak als jij hebben. De eigenaars van Pressplay zijn de Universal Music Group en Sony Music Entertainment.
  • Yeahronimo (nl)
    Een Nederlands initiatief dat in augustus 2003 werd gelanceerd. Het downloaden van liedjes kosten €1 per stuk. Het repertoire is vooralsnog zeer beperkt.
  • Andere online muziekwinkels zijn MusicMatch, BuyMusic en sinds oktober 2003 ook weer Napster 2.0.

Het verkeer naar de online muziekwinkels neemt toe en de verwachting is dat deze groei nog groter zal worden nu er pophits gedownload kunnen worden naar verschillende dragers (van pc tot mobieltjes). De onderzoekers van Forrester verwachten dat de single een come-back zal maken en in 2007 goed zal zijn voor 39 procent van alle download-omzetten. De verwachting is ook grote portalen en retailers als CDNOW en Amazon reusachtige download-hubs worden.

Index


Detailhandel in de knel
Het internet werpt lastige problemen op voor de detailhandel. Wat gaat er gebeuren met de cd-zaken wanneer we al onze muziek op onze harde schijf kunnen zetten of van het internet kunnen downloaden?

Door de toenemende verkoop van muziek op internet worden de platenwinkels gedupeerd. De verwachting is dat in 2005 zo'n 10 tot 15 procent van de handel binnen via internet zal verlopen [directeur Theo van Sloten van de branchevereniging NVGD - Nederlandse Vereniging van Grammofoon Detailhandelaren].

Men kan lang twisten over dergelijke voorspellingen. Feit blijft dat de legale verkoop van muziek een hoge vlucht genomen heeft. Vooral sinds Apple haar iTunes Music Store opende, Microsoft een gelijksoortige service begon in Engeland en Yearonimo zich op de Nederlandse markt heeft gestort. In ieder geval is de internetverkoop een van de oorzaken voor de verschraling van het winkelaanbod in Nederland. Tussen 2000 en 2003 sloten 250 van de veertienhonderd platenzaken hun deuren. Dat is niet alleen te wijten aan de legale en illegale handel op internet, maar ook aan de verslechterde economische toestand.

Toch blijft de omzet van de achterblijvers stijgen. De totale omzet van de bij de branchevereniging aangesloten winkels steeg in 2003 met 1,3 procent ten opzicht van het jaar daarvoor. Aan muziek-cd's (albums en singels) werd 8,8 procent minder omgezet. Die daling wordt goedgemaakt door de stijgende afzet van dvd-muziek (een toename van 80 procent) en dvd-films (toename van 50 procent).

Index


Verkopen met je eigen label: netreputatie
Hoe komen muzikanten die hun muziek via internet verspreiden aan hun geld? Voor sommige muzikanten is dat niet van belang omdat muziek voor hen slechts een manier is om zichzelf uit te drukken, ongeacht wat anderen daarvan denken. Voor andere muzikanten is muziek een vak dat zij met plezier uitoefenen, maar waarvoor zij wel een redelijke betaling verlangen. Weer anderen krijgen vooral de kick van het spelen voor een liefst zo groot mogelijk publiek. En tenslotte zijn er muzikanten die proberen rijkdom te verwerven met hun kunst. Voor de meeste muzikanten is het een combinatie van deze motieven.

De meeste muzikanten zijn niet van hun muziek afhankelijk om in hun levensonderhoud te voorzien. Het zijn amateurs die het louter voor hun plezier doen. Sommige muzikanten verdienen hun brood met hun muziek. Er zijn diverse manieren waarop muzikanten betaald krijgen voor hun werk. In het traditionele systeem van patronage levert een welgesteld iemand geld waarvan de muzikant kan bestaan, zonder beperking van de inhoud van het werk dat hij maakt. Deze betalingsvorm is veel sterker op zijn retour dan het systeem van commissie, waarbij de muzikant op verzoek van iemand anders een specifiek werk componeert of uitvoert in ruil voor betaling. De meest gebruikelijke inkomensvorm is het systeem van optreden. Muzikanten wordt betaald door de mensen die een kaartje kopen om toegang te krijgen tot hun optreden. De fysieke aard van zo'n optreden biedt exclusiviteit. Alleen degenen die in de beperkte ruimte van de concertzaal of voetbalstadion vertoeven kunnen de muzikant horen en zien. Een compositie van een songwriter is immaterieel van aard en kan derhalve niet met fysieke barrières worden beschermd tegen ongewenste exploitatie. Non-fysieke exclusiviteit wordt geregeld door auteurswetten. Zo hebben songwriters recht op betaling wanneer hun song wordt opgevoerd door een muzikant. Songwriters en uitvoerende musici hebben recht op een betaling voor de auteursrechten die zij aan muziekondernemingen hebben overgedragen. En zij hebben recht op royalty's wanneer hun muziek wordt uitgevoerd of uitgezonden en wanneer hun cd's worden verkocht.

Verdienen aan gratis downloaden
Zou het gratis downloaden van muziek bevorderlijk kunnen zijn voor de verkoop? De Amerikaanse zangeres Janis Ian nam de proef op de som. Zij bood op internet gratis downloads van sommige van haar nummers aan. Het gevolg was dat de verkoop van haar cd's toenam met 300 procent. Haar conclusie is dat gratis downloaden waarschijnlijk het beste is dat de muziekindustrie is overkomen sinds de uitvinding van de grammofoonplaat. "Als je je plaat op de radio wilt laten draaien kost dat meer geld dan de meesten van ons ooit zullen verdienen. Gratis downloaden geeft iedere doe-het-zelver een kans. Elke groep of artiest die om welke reden dan ook geen contract kan krijgen bij een grote maatschappij, kan nu een miljoenenpubliek bereiken voor weinig geld, cd's verkopen en mensen naar concerten halen." [The Internet Debacle].
Muzikanten die hun eigen muziek gratis op het internet aanbieden worden op korte termijn slechts betaald met een zekere reputatie. Deze reputatie wordt opgebouwd door het aantal keren dat een nummer van een bepaalde artiest wordt gedownload of online wordt beluisterd via streaming audio. Deze op het internet verworven reputatie kan gebruikt worden om aan de verworven fans een kleine vrijwillige bijdrage te vragen ('tip jar'). Goede straatmuzikanten leven per slot van rekening ook van inkomsten uit vrijwillige bijdragen. Muzikanten die deze aalmoezen te min zijn of daarvan niet kunnen leven, kunnen hun netreputatie ook gebruiken om online tegen betaling cd's aan te bieden. Het indirecte inkomenseffect van de netreputatie bestaat uit het groter aantal fans dat gemobiliseerd kan worden om een concert van de artiest bij te wonen.

In Nederland heeft de band VanKatoen het internet aangegrepen om alles zelf te gaan doen en te breken met haar platenmaatschappij. De metal-achtige punky hardpop-band geeft in eigen beheer singles en albums uit die op de eigen website te koop worden aangeboden. Maar een deel van hun songs en albums worden aangeboden voor gratis downloaden. "Muziek moet gratis worden, is het eigenlijk al. Geld moet je verdienen met werken, zwetend, op de bühne" [Bas Barnasconi, zanger Van Katoen].

Index Lessen van Napster

Peer-to-peer netwerken
Wie Napster zegt, denkt onmiddellijk aan het ruilen van muziekbestanden via peer-to-peer netwerken. Dat zijn netwerken waarin op een nieuwe manier digitale informatie wordt uitgewisseld op het internet. Internetgebruikers kunnen op verschillende manieren informatie vinden en met elkaar uitwisselen. In het traditionele model wordt toegang tot informatie en diensten gerealiseerd door interactie tussen cliënten die om informatie vragen en servers die informatie en diensten aanbieden. In het peer-to-peer model worden gebruikers in staat gesteld om direct met elkaar te interacteren en informatie te delen, zonder tussenkomst van een server. Kenmerkend voor alle peer-to-peer programma's is dat er virtuele netwerken ontstaan met eigen mechanismen voor de adressering en uitwisseling van digitale bestanden. In p2p-netwerken zijn de gebruikers direct met elkaar verbonden.

Om te begrijpen waarom Napster uiteindelijk het loodje zou leggen, moeten we het verschil tussen twee typen p2p-netwerken in het oog houden. In het gecentraliseerde model wordt het verkeer tussen individueel geregistreerde gebruikers geregeld via een centrale server die als makelaar ('broker') optreedt. Napster was hiervan het bekendste voorbeeld. In het gedecentraliseerde model kunnen individuele gebruikers elkaar direct vinden en met elkaar interacteren. Het Gnutella netwerk is hiervan een voorbeeld. In Peer-to-peer: netwerken van onbekende vrienden wordt hierop uitvoerig ingegaan.

Kwetsbaarheden en risico's
Het verschil tussen beide typen p2p-netwerken ligt in de kwetsbaarheid van de architectuur voor interne belansverstoringen of voor aanvallen van buitenaf. Een gecentraliseerde architectuur maakt weliswaar efficiënt en omvattend zoeken mogelijk, maar het systeem heeft slechts één ingangspunt, namelijk een centrale server waarin de adressen zijn opgenomen van de bestanden die geregistreerde deelnemers aan het netwerk aanbieden. Het gevolg is dat het netwerk volledig kan instorten wanneer een of meerdere servers buiten werking worden gesteld. Het centrale ingangspunt is dus tevens een potentieel faalpunt.

In gedecentraliseerde p2p-netwerken worden de berichten naar 'vrienden' verstuurd. De ene gebruiker verstuurt zijn zoekopdracht naar zijn 'vrienden', die op hun beurt dat verzoek onder hun 'vrienden' verspreiden. Wanneer een of meer gebruikers in het netwerk de verbinding verbreken, worden zoekopdrachten nog steeds doorgegeven. De zoektochten naar bestanden worden nergens vastgelegd, maar verspreiden zich van deelnemer naar deelnemer ('from peer to peer'). Daardoor zijn ze heel lastig tot de bron te herleiden. De anonimiteit van de surfer is dus veel groter dan bij gecentraliseerde p2p-netwerken.

Een gedecentraliseerd p2p-netwerk is ook robuuster omdat het functioneren ervan niet afhankelijk is van een paar centrale servers, die overbelast kunnen raken, dus potentiële kritieke faalpunten zijn. De nieuwe generatie p2p-netwerken maakt geen gebruik van een centrale databank met de namen van beschikbare bestanden, maar is volledig gedecentraliseerd. Daardoor is er geen spin in het web die kan worden uitgeschakeld, zoals het geval was met de 140 servers van Napster. De enige manier om deze netwerken uit de lucht te krijgen, is de miljoenen individuele gebruikers ervan voor de rechter te dagen. De nieuwe generatie p2p-programma's is dus niet alleen vanuit technisch oogpunt robuuster, maar ook vanuit juridisch oogpunt veel moeilijker te bestrijden.

In de gedecentraliseerde p2p-netwerken kan naar elk type digitaal bestand worden gezocht: van recepten, plaatjes, java scripts, programma's en spelletjes tot muziek, video's en films. De omvang en diversiteit van het aanbod zijn uiteraard afhankelijk van het aantal actieve deelnemers aan het netwerk. In principe kan een gedecentraliseerd netwerk elke computer op het internet bereiken, terwijl zelfs de meest omvangrijke zoekmachines slechts 20% van de beschikbare websites bereiken.

P2p-netwerken kunnen zich zeer snel over de cyberbol verspreiden. De uitwisseling van digitale bestanden neemt exponentieel toe door een combinatie van groot gebruiksgemak, omvangrijk en divers aanbod, snelheid en anonimiteit. Dat opende de deuren voor een nieuw type van piraterij in de vorm van miljoenen mensen die auteursrechtelijk beschermde bestanden met elkaar uitwisselen. Er is alleen geen kapitein Cook die leiding geeft aan deze revolte. Er is überhaupt geen sprake van georganiseerde piraterij. Er is slechts een virtueel netwerk dat bestaat omdat miljoenen individuen onafhankelijk van elkaar besloten hebben om hun bestanden onderling uit te wisselen. Zij kennen elkaar meestal niet persoonlijk, maar vormen toch een levendig uitwisselingsnetwerk. Als dat al piraterij is, dan is het een moleculaire variant: het is kleinschalige 'thuispiraterij' in plaats van grootschalige 'marktpiraterij' (beroeps- of bedrijfsmatige piraterij).

We zullen zien hoe deze 'rebellen' de gevestigde orde van de amusementsindustrie heeft getart door op een revolutionaire wijze gebruik te maken van geavanceerde technologieën voor communicatie en informatie-uitwisseling. We zullen ook zien hoe zij door kapitaalkrachtige mediagiganten tot de orde worden geroepen door hen voor het gerecht te slepen en te bedreigen. De confrontatie over de rechten en plichten van netizens wordt met technologische, politiek-juridische en ideologische wapens uitgevochten. De strijd is nog lang niet beëindigd. Het gevecht om Napster was slechts de eerste episode.

Index


Napster en muziekpiraterij
Courtney Love
"What is piracy? Piracy is the act of stealing an artist's work without any intention of paying for it. I'm not talking about Napster-type software. I'm talking about major label recording contracts. (...) Since I've basically been giving my music away for free under the old system, I'm not afraid of wireless, MP3 files or any of the other threats to my copyrights. Anything that makes my music more available to more people is great."
Napster was het eerste programma voor bestandsuitwisseling dat door miljoenen internetters werd gebruikt. Napster was zo'n groot succes dat zij onmiddellijk de aandacht trok van de grote platenmaatschappijen die beweerden grote verliezen te lijden omdat via Napster auteursrechtelijk beschermde songs en albums werden uitgewisseld. Napster zou zich dus schuldig maken aan het faciliteren van online muziekpiraterij.

De muziekindustrie had hierop drie reacties. Ten eerste probeerde zij technologische barrières op te werpen tegen illegaal downloaden, met name door het inbouwen van kopieerbeveiliging op cd's. Ten tweede spande zij juridische processen aan tegen de makers en gebruikers van p2p-programma's om hen te bestraffen voor (het faciliteren van) het illegaal uitwisselen van muziekbestanden waarop auteursrechten berusten. Ten derde probeerde zij uiteindelijk ook om legale muzieksites op te bouwen of te stimuleren die voor het downloaden van tracks of albums geld vragen dat toekomt aan platenmaatschappijen en artiesten.

Piraterij als progressieve belasting
Piraterij is een vorm van progressieve belasting. "If no one cares about you then they won't pirate you. How do you know to look for someone unless you're well known. It's a tax on the most successful content providers" [Tim O'Reilly].
Napster werd voor de rechter gedaagd door de Recording Industry Association of America (RIAA), de vertegenwoordiger van de grote muziekconcerns: Universal Music Group, Sony Music, Warner Music Group, EMI Group. Ook sommige artiesten, zoals Metallica en Dr. Dre spanden een proces aan tegen Napster. De vertegenwoordigers van de muziekindustrie argumenteerden dat Napster een bedrijf is dat zijn zaak heeft gebouwd op schendingen van het auteursrecht. "These are businesses based on piracy" (Steven Fabrizio, advocaat van de RIAA). Het Napster-netwerk wordt op grote schaal gebruikt om MP3-bestanden te ruilen die muziek bevatten waarvan de auteursrechten berusten bij de platenmaatschappij die deze muziek op de markt heeft gebracht. Napster is dus een bedrijf dat gebaseerd is op piraterij: het programma biedt een platform waarop kopieën van auteursrechtelijk materiaal worden uitgewisseld. Op de servers van Napster staan verwijzingen naar de muziekbestanden die op illegale wijze worden uitgewisseld en gedistribueerd. De gebruikers van Napster maken auteursrechtelijk beschermde muziek openbaar en verspreiden het. Dat is iets anders dan het kopiëren of downloaden van muziek voor eigen gebruik. Napster kan tenslotte geen harde garanties geven dat de gebruikers van de ruildienst geen inbreuk plegen op het auteursrecht. Kortom: volgens de muziekindustrie stimuleert en faciliteert Napster muziekpiraterij en moet zij derhalve juridisch gedwongen worden om haar digitale poorten te sluiten.

Index


Neutraal doorgeefluik
De verdediging stelde daar tegenover dat Napster slechts een neutraal doorgeefluik is dat substantieel gebruikt kan worden voor legale zaken. Een veroordeling van Napster zou een aantasting betekenen van het gebruikersrecht om kopieën te maken van liedjes die zij gekocht hebben, en het zou een gevaarlijke rem zetten op de technologische ontwikkeling van p2p-programma’s.
  1. Neutraal doorgeefluik
    De muziekbestanden worden niet via de servers van Napster verspreid. Napster functioneert slechts als gids met links naar bestanden op andere computers, net als de traditionele zoekmachines. Het verwijzen naar andere plaatsen op het internet wordt beschermd door het First Amendment.

    Napster kan daarom niet verantwoordelijk of aansprakelijk worden gesteld door de acties van gebruikers die auteursrechtelijk beschermde muziek verspreiden of downloaden zonder hiervoor te betalen. Als er al een wet is die wordt overtreden, dan is dat het verbod op het illegaal kopiëren van muziek. De strijd gaat niet om het kopiëren of downloaden van muziek als zodanig, maar om de verspreiding van auteursrechtelijk beschermd materiaal.

    De tegenstanders van Napster stelden daar tegenover dat de gebruikers van Napster de muziek ook openbaar maken en verspreiden. Deze handeling is voorbehouden aan de auteursrechthouder. In dat geval is er geen sprake meer van privé-gebruik. Dat is ook de strekking van de Auteursrecht-richtlijn die het Europese Parlement in Februari 2001 publiceerde. Het downloaden voor eigen gebruik wordt daarin onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Zodra gekopieerde muziek echter wordt verspreid, bijvoorbeeld via internet, kan de rechthebbende zich daartegen verzetten.

    Napster probeerde zich te beschermen tegen juridische aanklachten door middel van haar 'Terms of service' (TOS). Daarin werd vastgelegd: "Users are responsible for complying with all applicable federal and state laws applicable to such content, including copyright laws. As a condition to your use of the Napster service and browser you agree that you will not use the Napster service to infringe the intellectual property rights of others in any way."

  2. Substantieel niet-illegaal gebruik
    Een van de sleutelargumenten ter verdediging van Napster is dat technologie de vorm van het persoonlijke delen van muziek heeft veranderd. Vroeger kochten mensen een blanco tape, namen deze mee naar het huis van een vriend en maakten daar een kopie van een cd. Dat was legaal. Nu hoeven muziekfans alleen maar online te gaan en een televriend te vinden die de muziek via het internet wil delen. Miljarden 'ouderwetse' bandjes met kopieën van platen en cd's zijn er gemaakt zonder dat dit juridische repercussies had. De bedoeling van de luisteraars die muziek kopiëren is hetzelfde gebleven. De uiteindelijke uitkomst ook. Alleen de technologie is anders. Zelfs een technologie welke gebruikers in staat stelt om auteursrechten te schenden, is hiervoor niet aansprakelijk als de technologie ook substantieel gebruikt kan worden voor niet-illegale zaken. Dat technologie gebruikt kan worden om de wet te overtreden, betekent dus nog niet dat die technologie op zich illegaal is.

    Ter onderbouwing van dit argument werd verwezen naar het beroemde Betamax arrest uit 1984. Betamax was een van de eerste technologieën waarmee men thuis opnames kon maken van televisiebeelden. De Motion Picture Association of America spande een proces aan tegen Betamax om deze technologie te verbieden. Het Amerikaanse Supreme Court verwierp echter de poging van de amusementsindustrie om de videorecorder van de markt te houden. Zij bepaalde dat het kopiëren van films en televisie voor privé-gebruik is toegestaan. Videorecorders zijn dus apparaten die geschikt zijn voor substantieel niet-illegale zaken ('substantial noninfringing uses'). Dit 'non-infringement' argument is de leuze waarmee het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1984 het groene licht gaf aan de videorecorders. Videorecorders zijn niet hoofdzakelijk bedoeld om inbreuk op de auteursrechten van anderen te maken. Consumenten die een videorecorder bezitten, plegen dus niet per definitie inbreuk op de rechten van anderen. Daarom is de fabrikant van videorecorders niet op voorhand aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk. Hetzelfde geldt voor de makers van p2p-programma's. Het zijn computerprogramma's waarmee bestanden kunnen worden uitgewisseld, net zoals dat via ftp of e-mail kan.

  3. Recht om ongelimiteerd kopieën te maken voor eigen gebruik (Home Audio Recording Act)
    Individuen die online auteursrechtelijk beschermde liedjes downloaden of posten worden door de auteurswet beschermd zolang zij hieraan geen geld verdienen. Volgens de advocaat van Napster, David Boies, beschermt de auteurswet individuen die online auteursrechtelijk beschermde songs downloaden of posten zolang zij hieraan geen geld verdienen. Volgens de Audio Home Recording Act is het expliciet toegestaan om ongelimiteerd kopieën te maken voor eigen gebruik. Omdat individuen het recht hebben om online muziek te delen, doet Napster niets verkeerds door het uitwisselingsproces te faciliteren.

  4. Rem op technologische ontwikkeling
    Evolutie van computer-architectuur
    In het begin waren er mainframes en domme terminals. Daarna kwamen er mainframes en pc's die in netwerken met elkaar verbonden werden. Deze netwerken waren gebaseerd om een client-server architectuur, waarin een grote computer operereert als een centrale bron voor veel kleinere computers. Het internet werd grotendeels gebouwd rond dit client-server model. Dankzij het internet zijn er nu peer-to-peer netwerken waarin elke computer tegelijkertijd operereert als bron voor elke andere computer.
    Napster is een geavanceerde internettechnologie voor het uitwisselen van digitale bestanden. Een veroordeling van Napster zou betekenen dat er een rem wordt gezet op verdere ontwikkeling van de p2p-technologie. Er is niets mis met de p2p-technologie. Het is een logische stap in de evolutie van het internet in de richting van het ideaal van volledig gedistribueerd computeren waarbij het hele internet functioneert als een naadloos computersysteem.

Index


Het Napster vonnis
Napster logo In juli 2000 werd in San Francisco het juridisch oordeel geveld over Napster. De hele online muziekwereld keek ernaar. Het was in feite een proefproces waarin werd vastgesteld hoever de nieuwe muzikale initiatieven op internet de wet op de auteursrechten konden oprekken en een bres konden slaan in het gevestigde systeem van muziekdistributie. De federale rechter, Marilyn Hall Patel, had maar een paar minuten nodig om te verklaren dat Napster "een monster" had gecreŽerd en besliste dat het bedrijf zijn online ruildienst van muziekbestanden moest sluiten. Haar woorden vormde een keerpunt in de geschiedenis van de online muziek: Napster werd veroordeeld omdat het niet voor honderd procent kon garanderen dat Napster-gebruikers geen auteursrechtinbreuk zouden plegen. De muziekindustrie vierde haar eerste grote overwinning tegen online piraterij.

De veroordeling van Napster betekende niet het einde van peer-to-peer netwerken. De Napster-zaak heeft echter wel serieuze gevolgen voor het bepalen van wie zal profiteren -en wie niet- van de beste vooruitgang in technologie.

In de week dat Napster veroordeeld dreigde te worden nam het gebruikersverkeer toe met 92 procent. Napster heeft duidelijk gemaakt dat mensen toegang willen tot digitale muziek online. Het heeft ook duidelijk gemaakt dat mensen het legitiem vinden om muziek met elkaar te delen én dat zij de prijzen die de muziekindustrie voor haar cd's vraagt veel te hoog vinden.

Het vonnis tegen Napster werd overigens in september 2000 in hoger beroep door het Hof vernietigd.

Index


De zwaktes van Napster
De uitschakeling van Napster was zeker niet alleen het gevolg van de kracht waarmee de muziekindustrie zich voor haar zaak inzette. Het werd mede veroorzaakt door een aantal structurele zwaktes van het Napster-netwerk.
  1. Kwetsbare architectuur: centrale administratie
    Napster was kwetsbaar omdat het verwijzingen naar de tracks die haar leden uitwisselden opsloeg op haar eigen servers. Het netwerk had een centrum dat vitaal was voor het functioneren van het geheel. Eliminatie van dit centrale faalpunt leidt onvermijdelijk tot ineenstorting van het hele netwerk. Napster was zodanig opgebouwd dat zij relatief makkelijk te censureren of controleren is.

    Gedecentraliseerde p2p-netwerken zoals KaZaA en BitTorrent hebben niet dit probleem omdat er alleen maar software wordt geleverd die mensen in staat stelt om onderling te ruilen. De lijsten van deelbare muziek staan op de harde schijven van de gebruikers, niet op die van de dienstverlener. In processen tegen Morpheus (van StreamCast Networks, Inc.) en Grokster werd dan ook vastgesteld dat zij geen inbreuk maakten op auteursrechten. Mensen die dergelijke software maken kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud die daarmee wordt verspreid. De vertegenwoordigers van de muziekindustrie blijven uiteraard volhouden dat degenen die piraterij aanmoedigen, faciliteren en daarvan profiteren daarvoor aansprakelijk gesteld zouden moeten worden. Hilary Rosen, vertegenwoordiger van de RIAA, zei het als volgt: "Bedrijven die bewust piraterij op grote schaal faciliteren, zouden niet in staat moeten zijn om de verantwoordelijkheid voor hun eigen handelen te ontwijken" [John Borland: Judge: File-swapping tools are legal, in News.Com, 25 April 2003]. De muziekindustrie moest echter genoegen nemen met de bevestiging van het Hof dat individuele gebruikers aansprakelijk zijn voor het illegaal up- of downloaden van auteursrechtelijk beschermde werken van publiek toegankelijke peer-to-peer netwerken.

  2. Onvoldoende steun van gerenommeerde artiesten
    Napster heeft onvoldoende steun weten te verwerven onder gerenommeerde artiesten. Daar staat tegenover dat binnen een paar weken al 5.000 muzikanten instemden met de verspreiding van hun muziek door Napster. Slechts een klein deel van de muzikanten (rond de 2 procent) krijgt contracten bij grote muziekmaatschappijen. Zonder de marketing en promotie van die grote labels krijgen kleinere artiesten nooit de doorbraak die zij nodig hebben. Napster prees zichzelf omdat haar dienst een platform bood aan minder bekende artiesten ('exposure').

Napster zonder centrum
Voor mensen met een beetje technische kennis hebben open-source programmeurs een manier gevonden om hun eigen Napster servers te maken. Hierdoor kan de Napster software worden gebruikt om songs te ruilen, zonder de servers van Napster te gebruiken [Open Nap]. Via Napigator kan men toegang krijgen tot deze niet-verbonden servers. Napigator fungeert als een gids voor parallelle Napster servers die geen verbinding hebben met het software bedrijf.
De ondergang van Napster inspireerde anderen om software te maken voor p2p-netwerken die nog robuuster, sneller, efficiënter is en waarin mensen anoniem kunnen opereren. Voor we daartoe overgaan wordt echter eerst de nageschiedenis van Napster onder de loupe genomen.

Index


Napster op herhaling: tandenloze piraat
In november 2002 werd bekend dat Napster zou worden overgenomen door de Duitse mediaconcern Bertelsmann. De eens zo grote vijanden (Bertelsmann behoorde tot de aanklagers) sloten een duivelspact om een betalingssysteem voor auteursrechtdragende muziek in te voeren. Zij vormden een alliantie om een p2p-dienst voor bestandsdeling te ontwikkelen dat zo succesvol zou kunnen zijn dat per jaar $200 miljoen van de inkomsten naar de platenlabels kon worden doorgesluisd. Door de beveiligingstechnologie van Digital World Services moest voorkomen worden dat de songs gekopieerd zouden kunnen worden op cd's of overgedragen naar andere apparaten zoals draagbare MP3-spelers. Men wilde de 'Napster-ervaring' bewaren en tegelijkertijd tributen afdragen aan de rechthouders. Onderzoek (van Webnoize en Harris Interactive) had immers uitgewezen dat bijna 70% van de consumenten bereid was om te betalen voor een abonnement op Napster.

De verdreven piraat die de online muziekrevolutie begon, keert eind 2003 in legale en betaalde vorm op internet terug. Het bedrijfsmodel dat Bertelsmann/Napster voor de muziekdienst hebben ontwikkeld is simpel. Middels een maandelijks lidmaatschap worden artiesten, platenmaatschappijen en uitgevers gecompenseerd, elke keer dat een song wordt gedeeld. Hierdoor wordt tevens een significante nieuwe inkomensstroom gegenereerd. De muziekindustrie wordt uitgenodigd om hieraan mee te werken.

Om haar fitheid voor de grote markt te bewijzen wapent Napster zich met recente studies waarin wordt aangetoond dat het gebruik van de ruildienst feitelijk leidt tot hogere muziekverkopen onder haar vele fans. Napster hoopt dus nog met een legale versie van haar p2p-programma te komen. Het is echter onwaarschijnlijk dat de 70 miljoen gebruikers van weleer nog kunnen worden teruggewonnen. Er is inmiddels een hele nieuwe generatie p2p-programma's ontstaan die beter en gebruiksvriendelijker zijn dan de oude piraat. Bovendien bieden die programma's de mogelijkheid om uiteenlopende bestanden uit te wisselen. Dus niet alleen MP3 muziekbestanden, maar ook tekst, foto's, video's en software. En last but not least: inmiddels bestaan er al een aantal legale online muziekwinkels en virtuele jukeboxen

Bertelsmann was aanvankelijk overeengekomen om Napster te kopen voor $9 miljoen. De overeenkomst viel echter in duigen nadat in september 2002 een bankruptcy court de aankoop had geblokkeerd.

Van rebelse piraat tot brave commerciële burger
Ruim drie jaar nadat Napster als piraat uit de internetether werd verwijderd, is de muziekdienst weer terug. De piraat van weleer heeft zijn wilde haren verloren en is nu een brave legale dienst, een commerciële dienst wel te verstaan. Op 29 oktober 2003 lanceert Napster-eigenaar Roxio een versie van Napter 2.0. De Napster verkoopt muzieknummers voor een dollar per stuk of tien dollar per album. De prijs is gelijk aan de al bestaande muziekdiensten zoals Apples iTunes Music Store, MusicMatch, BuyMusic en Rhapsody van RealNetworks.
Roxio is een ontwikkelaar van technologie voor het branden van cd's en kocht in november 2002 voor iets meer dan $5 miljoen Napster's intellectuele eigendom op (inclusief de portfolio met technologie-patenten). Ook de uitvinder van Napster, Shawn Fanning, liet zich in februari 2003 door Roxio strikken om mee te bouwen aan een legale versie van Napster. Om haar ambities voor de online muziekmarkt te onderstrepen kocht Roxio zich in 2003 in bij het consortium van Sony en Universal. Roxio is van plan om $20 miljoen te steken in het herlanceren van Napster. Roxio biedt via Pressplay een subscription service, een dienst die in bezit is van een paar grote muzieklabels. Roxio is van plan om PressPlay te herlanceren onder de naam die het ruilen van muziekbestanden op het internet in beweging heeft gezet. "Napster the most powerful brand in the online music space" [Chris Gorog, baas van Roxio]. Zij zal echter moeten concurreren met iTunes Music Store van Apple, met MusicNet en met Rhapsody van Listen.com. De vraag is of de merkentrouw van internetters die bestanden willen delen wel zo sterk is. De 'Napster-ervaring' laat zich niet zo gemakkelijk herhalen.

Het eigenaardige van de oorspronkelijke Napster-ervaring is dat gebruikers muziek laten circuleren als gift in plaats van deze te ruilen op de muziekmarkt [Giesler/Pholmann 2002]. De Napster-ervaring voltrekt zich buiten de marktlogica. In het Napster-netwerk werden giften anoniem geruild, maar de ruil is niet volledig symmetrisch. De donor van de gift is weliswaar tegelijkertijd ontvanger (en omgekeerd), maar niet direct ten opzichte van elkaar. De transactie van muziekbestanden bestaat uit giften binnen de ruilgemeenschap en niet tussen een gever en een ontvanger. De Napster-gemeenschap was een bijzondere consumptieve subcultuur van mensen die zichzelf uitselecteren op basis van een gedeelde belangstelling voor een speciaal product, muziek. De Napster-cultuur kan misschien nog het beste worden omschreven als een cultuur van deeldwang: 'zorg altijd dat je een paar mp3-bestanden op je eigen harde schijf hebt staan als je downloadt van iemand anders'. Daarmee wordt een grens getrokken ten opzichte van zwartrijders of parasieten die wel waarde aan de gemeenschap onttrekken, maar daaraan zelf niet bijdragen.

Index Nieuwe ronde, nieuwe en vernieuwde spelers

De strijd om de rechten en plichten bij de ruil van digitale bestanden is nog niet beslecht. Er lijkt slechts een nieuwe ronde te zijn aangebroken met nieuwe of vernieuwde spelers. Zij maken gebruik van nieuwe technologieën, strategieën en programma's en hanteren andere juridische tactieken. Het karakter van het strijdveld is met name veranderd door (a) de inzet van meer geavanceerde programma's voor gedistribueerde en anonieme p2p-netwerken waarin elk type digitaal bestand (van tekst tot film) kan worden uitgewisseld; (b) de inzet van meer geavanceerde kopieerbeveiligingen en flexibele licenties voor auteursrechtelijk beschermd materiaal; (c) de opkomst van legale online muziekwinkels en virtuele jukeboxen, en (d) de toenemende klachten over de prijspolitiek van de grote platenlabels.

Nieuwe generatie p2p-software: volledig gedistribueerde informatiedeling
Napster was slechts de frontlijn van het digitale download leger. Zodra de stekkers uit de centrale servers van Napster werden getrokken, trokken haar gebruikers zich terug in de jungle en deelden muziek met behulp van peer-to-peer ruilbeurzen zoals KaZaA, Grokster en Gnutella. Inmiddels verslaan nieuwere p2p-programma's zoals eDonkey en BitTorrent hun oudere concurrenten in de wedstrijd om snellere downloads en zoekacties.

Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel 'guerrilla downloaders' er inmiddels al zijn. We weten wel dat p2p-programma's honderden miljoenen keren zijn gedownload: medio 2003 was eDonkey al 229 miljoen keer gedownload en KaZaA meer dan 230 miljoen. Maar het is moeilijk en soms onmogelijk hen op te sporen, en het is onmogelijk om hen allemaal te stoppen.

Het belangrijkste kenmerk van de nieuwe generatie p2p-programma's —zoals Gnutella, Freenet, Kazaa, eDonkey en BitTorrent— is dat zij volledig gedecentraliseerd zijn opgebouwd. Wanneer voldoende internetters gebruik maken van de uitwisselingssoftware, vormen zij automatisch een zichzelf organiserend virtueel netwerk dat zonder centrale besturings- of aansturingsservers functioneert. Bij de volledig gedistribueerde technologie voor informatiedeling maken de gebruikers direct contact met elkaar middels een stukje client software. De structuur van het netwerk is zo opgebouwd dat er een voortdurende ketting van alle gebruikers wordt gevormd. Elke gebruiker is quasi client en server tegelijk. Deze netwerken zijn zowel robuust (onkwetsbaar voor interne balansverstoringen) als weerbaar (moeilijk te vernietigen door kwaadwillende aanvallen van buitenaf). Zij hebben geen centraal faalpunt of achilleshiel zoals Napster en vergelijkbare gecentraliseerde systemen.

De uitwisseling van bestanden moet efficiënt, betrouwbaar, veilig en snel zijn. Om dit mogelijk te maken moet er enerzijds een mechanisme zijn voor het lokaliseren van andere gebruikers en het zoeken naar bestanden die zij in de aanbieding hebben (zoekmachine). Anderzijds moet er een mechanisme zijn voor het beschikbaar stellen van je eigen bestanden aan de p2p-gemeenschap (bestandsserver).

In gecentraliseerde systemen is het zoeken naar beschikbare bestanden relatief eenvoudig. Er is immers een centrale catalogus waarin de naam en het adres van de beschikbare bestanden wordt bijgehouden. In gedecentraliseerde p2p-netwerken wordt op een andere manier gezocht naar bestanden. De zoektochten door gedistribueerde netwerken worden nergens vastgelegd maar verspreiden zich volgens een bepaald patroon door het hele systeem. De sporen van deze zoektochten zijn moeilijk te achterhalen en zijn niet of nauwelijks tot de bron te herleiden. Daardoor wordt de anonimiteit van de deelnemers gewaarborgd. De zoekopdrachten worden sneller uitgevoerd dan bij Napster en ook de snelheid van de downloads ligt stukken hoger.

Ook in gedecentraliseerde p2p-netwerken geldt dat de snelheid van het netwerk bepaald wordt door het tempo van de zwakste schakel. Zoekopdrachten worden volgens een bepaald patroon doorgegeven naar andere op het netwerk aangesloten computers. In dit zoektraject komen meestal ook nog langzame 24k-telefoonmodems voor die het proces sterk kunnen vertragen. Alle knooppunten zijn in principe gelijk, maar sommigen hebben nu eenmaal veel snellere computers en/of snellere internetverbindingen dan anderen. In slim georganiseerde p2p-netwerken worden de meer krachtige computers automatisch tot 'super nodes' verheven die servertaken overnemen. Bij de selectie wordt rekening gehouden met de prestatie van de processor, de bandbreedte van de verbinding en de beschikbare tijd van de computer in het netwerk. De schaalbaarheid (het vermogen tot uitbreiding met nieuwe gebruikers) van dergelijke netwerken is zeer hoog. De zoektijden liggen in de buurt van de 2-3 seconden.

Kwetsbaar op de flanken
BitTorrents is een robuust programma dat niet uit de digitale lucht gehaald kan worden. Maar dit geldt niet voor sites die de links naar de bestanden leveren. Omdat het een p2p-programma zonder zoekfunctie is, moet er gesurft worden naar 'tracking sites' die links aanbieden naar het te downloaden bestand. Dit is de achilleshiel van BitTorrent. De webwijzersites vormen de basis voor BitTorrent-downloads, zij linken door naar trackers. Dat zijn bestandjes die het te downloaden bestand lokaliseren en aangeven waar welke data naar gedown- en upload moeten worden.
    Webwijzersites als Donkax.com, Torrentse.cx en Bytemonsoon.com moesten hun virtuele deuren sluiten nadat zij bedreigd werden door gerichte ddos-aanvallen en door dreigbrieven van de Amerikaanse muziekrechtenorganisatie RIAA (een zgn. 'cease-and-desist'-brief). De sites die off line zijn gegaan, waren voornamelijk bronsites voor de illegale uitwisseling van muziek- en filmbestanden.
Een andere manier om gedecentraliseerd zoeken sneller te maken is dat elke computer die op het netwerk is ingelogd een bepaalde serie adressen krijgt toegekend, zodat deze kan acteren als index. Hierdoor kunnen zoekopdrachten veel efficiŽnter worden uitgevoerd dan in gecentraliseerde systemen of in gedecentraliseerde systemen die meer sneeuwbalsgewijs zoeken bij de naast buren. Als men bijvoorbeeld met Gnutella zoekt naar "Madonna" dan gaat de zoekopdracht door het hele netwerk, waarbij elk knooppunt gevraagd wordt of het dit bestand heeft of in de buurt is waarin zich het bestand bevind. Met eDonkey zou deze zoekopdracht direct naar de computer worden gestuurd die op dat moment verantwoordelijk is voor het bijhouden van de locatie van bestanden in deze categorie. Het antwoord zou veel sneller terugkomen.

Een van de voordelen van gedistribueerde p2p-netwerken is de efficiëntie en kostenbesparing van de opslag van digitale bestanden. Uitgangspunt daarbij is dat elke gebruiker van het netwerk zelf een stukje van hun eigen harde schijf open stelt waarin een of meerdere bestanden beschikbaar worden gesteld. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat de bestanden die iemand op het netwerk plaatst ook bij de maker worden opgeslagen. Deze bestanden kunnen ook in een willekeurig ander knooppunt van het netwerk worden opgeslagen. Naarmate de vraag naar zo'n bestand vanuit een bepaalde plek van het netwerk groter wordt, kan zo'n bestand automatisch naar knooppunten in de buurt daarvan worden gekopieerd. Wanneer bestanden die door gebruikers worden aangeboden op meer plekken in het netwerk worden opgeslagen, dichter in de buurt van de vragende partijen, dan hoeft de maker van de informatie minder uit te geven aan serverruimte en bandbreedte. Voor dit soort op- en overslagdiensten zou men in commerciële settings zelfs een premie kunnen vragen.

In sommige programma's, zoals Freenet, worden de bestanden tegelijkertijd versleuteld met een digitale handtekening, zodat niemand met de inhoud kan knoeien. Daarom weet zelfs de beheerder van een knooppunt niet welke informatie in zijn machine ligt opgeslagen.

De distributie van digitale bestanden kan aanzienlijk worden versneld wanneer die bestanden niet als een geheel worden getransporteerd. Daarom wordt elk bestand door het systeem opgesplitst in kleine stukjes die onafhankelijk van elkaar gedistribueerd kunnen worden. Zodra iemand deze stukjes begint te downloaden, begint hij ze aan het hele netwerk aan te bieden. Dit betekent dat een film niet in zijn geheel gedownload hoeft te worden voordat deze aan andere mensen kan worden aangeboden. De distributie van dergelijke grotere bestanden verloopt hierdoor veel efficiënter. Van dit opsplitsingsmechanisme wordt vooral gebruik gemaakt in ruilprogramma's zoals eDonkey en BitTorrent die specifiek gericht zijn op het verspreiden van grote bestanden. Niet voor MP3tjes van een paar mb, maar voor speelfilms, grote programma's (zoals Red Hat Linux) en hele cs's. Het zijn grote bestandenslurpers.

Het downloaden wordt niet alleen efficiënter gemaakt door het opsplitsen van de bestanden, maar vooral ook door een revolutionaire up- en downloadtechnologie die door BitTorrent werd geïntroduceerd. Wanneer iemand een bestand begint te downloaden fungeert zijn computer onmiddellijk als een upload-server voor alle anderen die naar het bestand zoeken. Het p2p-programma brengt automatisch up- en downloadsnelheden met elkaar in balans. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat mensen die downloaden ook iets teruggeven aan het netwerk. Anders dan bij andere netwerken voor bestandsruil geldt: wanneer het aantal mensen dat naar een bepaald bestand zoekt toeneemt, neemt ook de snelheid van het downloaden toe omdat de afzonderlijke bestandsstukjes snel via de gemeenschap worden verspreid. In vergelijking met normale netwerken zoals het autoverkeersnet is het een technologisch wonder: hoe meer mensen netwerk gebruiken, des te sneller het hele systeem is.

In het traditionele server-client model worden sites gestraft voor hun populariteit. Omdat de bestanden vanuit één plaats worden geupload, moet een populaire site over krachtige computers en grote bandbreedte beschikken. In p2p-programma's als BitTorrent maken cliënten automatisch een mirror van de bestanden die zij downloaden, waardoor de belasting van de uitgever zeer klein wordt. De sleutel voor goedkope bestandsverspreiding is het aftappen van de ongebruikte upload-capaciteit van de cliënten. Hun aanbod groeit in hetzelfde tempo als hun vraag. Hierdoor wordt een ongelimiteerde schaalbaarheid gecreëerd tegen vaste kosten.

In gedistribueerde p2p-netwerken zijn er in principe geen mogelijkheden om te achterhalen waar een bestand vandaan komt, wie het downloadt of op zijn harde schijf opslaat. Een belangrijk doel van gedecentraliseerde ruilbeurzen is absolute anonimiteit. Het belooft een gegarandeerd anoniem en ongecensureerd stukje internet binnen het grote world wide web. Dit geldt overigens lang niet voor alle gedistribueerde p2p-systemen. Zo leent BitTorrent zich slecht voor illegaal down- en uploaden. Via een simpel commando krijgt men in dit netwerk te zien welke IP-adressen (adressen van online computergebruikers) betrokken zijn bij de illegale uitwisseling van een bestand.

De nieuwe generatie p2p-software stelt gebruikers niet alleen in staat om digitale muziekbestanden in mp3-formaat te ruilen. De meest uiteenlopende formaten van multimediale bestanden kunnen in de gedistribueerde netwerken worden geruild, zoals MP3's, plaatjes, audio, video en film.

Net als bij andere p2p-systemen blijft ook de veiligheid een belangrijk probleem. Gebruikers weten niet of de bestanden die uit een anonieme privé-computer worden opgehaald geen virussen, wormen of trojaanse paarden bevatten. In de betere p2p-systemen zijn inmiddels zeer effectieve filters ingebouwd voor het weren van ongewenste digitale gasten en watermerken die de authenticiteit van documenten kunnen garanderen.

De makers en gebruikers van gedistribueerde p2p-systemen laten zich inspireren door de combinatie van het principe van 'recht op vrije informatie' en 'mens durf te delen'. De makers van de p2p-technologie plaatsen hun software in de regel onder het principe van open source op de markt, waardoor talloze vrijwilligers in staat worden gesteld om bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van het programma.

De meest geniale talenten in de p2p-wereld zijn vaak jonge rebellen die de politieke ambitie hebben om bijvoorbeeld 'de hegemonie van de muziekdistributeurs' genadeloos aan de kaak te stellen, of om dissidenten in landen als China in staat te stellen om ongecensureerde informatie te verspreiden. Zij nemen het idee 'informatie wil vrij zijn' tot hun lijfspreuk. En zij proberen om alle barrières —zoals monopolievorming, misbruik van machtsposities, uitbuiting van mensen, commercialisering van intermenselijke verhoudingen— te slechten om meer gelijke voorwaarden te scheppen voor de vrije ontplooiing van individuele talenten en voor een meer sociale en solidaire samenleving. Daarmee staan zij per definitie op voet van gespannenheid met de standaardideologie van het moderne informationele kapitalisme waarin 'de markt' tot hoogste vorm van menselijke rationaliteit wordt verheven. De rebellen van de p2p-generatie geloven meer in een gifteconomie, waarin mensen bereid zijn om hun talenten, ideeën, producten en diensten te delen met andere leden van hun samenleving. Dat is niet 'marktconform' en tart elke kapitalistische logica.

Dat is precies wat Napster in de harten van haar deelnemers heeft gemaakt tot wat het was: een technologisch hulpmiddel waarmee muzikale bronnen op een efficiënte en sociaal verantwoorde wijze gedeeld kunnen worden. Het is de ideologie van het 'concurreren en exploiteren' tegen de utopie van het 'samenwerken en delen'. Het overgrote deel van de bestandsdelers zijn brave jonge burgers die van muziek houden en daarom van de gelegenheid gebruik maken om via internet kennis te nemen van nieuwe songs of oude deuntjes. Muziek blijft een van de belangrijkste vormen van massacommunicatie. Andere communicatievormen zijn veel meer afhankelijk van het begrijpen door middel van tekst, kennis, abstractie en opleiding. Het is niet te veel overdreven om te zeggen dat populaire muziek de enige echte vorm van massacommunicatie is. De Napster-revolutie heeft er in ieder geval toe bijgedragen dat miljoenen mensen in aanraking zijn gekomen met enorme diversiteit aan muzikale genres en artiesten. Zo'n culturele verrijking kan men ook oppervlakkig afdoen als 'piraterij' omdat dit ten koste zou gaan van de winsten van de platenmaatschappijen. Maar dat is een miskenning van zowel de motieven, praktijken als consequenties van het online delen van muziekbestanden.

Index


KaZaA: tussen wal en schip
Kazaa logo Het van oorsprong Nederlandse KaZaA gebruikt peer-to-peer technologie van Fast Track. Individuele gebruikers worden direct met elkaar verbonden, zonder een centraal beheerspunt. Het enige dat de gebruiker moet doen, is het installeren van de KaZaA Media Desktop (KMD). Hierdoor wordt de gebruiker verbonden met andere KMD gebruikers. KaZaA wordt overwegend gebruikt voor het uitwisselen van media-data zoals MP3, plaatjes, audio, of video.

KaZaA is een zichzelf organiserend netwerk. Krachtige computers worden automatisch verheven tot 'super nodes' die servertaken overnemen. Bij de selectie van deze superknooppunten wordt rekening gehouden met de prestatie van de processor, de bandbreedte van de verbinding en de beschikbare tijd van de computer in het netwerk. Een superknooppunt bevat een lijst met een aantal bestanden die door andere KaZaA gebruikers beschikbaar worden gesteld, en waar zij zijn gelokaliseerd. Bij een zoekopdracht wordt eerst het dichtstbijzijnde superknooppunt geraadpleegd. Wanneer het gezochte bestand niet via dit superknooppunt beschikbaar is, wordt de zoekopdracht doorgestuurd naar andere superknooppunten. Gebruikers kunnen zelf aangeven of zij hun computer als superknooppunt willen laten fungeren.

Schaalbaarheid en snelheid
De schaalbaarheid van KaZaA is 50 keer zo hoog als bij Gnutella. De zoektijden zijn voor een decentraal p2p-netwerk laag en liggen rond de 2-3 seconden. De snelheid van het downloaden is afhankelijk van het soort verbinding van de persoon waarvan je downloadt.
KaZaA is een van de beste p2p-programma's en is zeer gebruiksvriendelijk. Het wordt door meer dan 160 miljoen mensen gebruikt. Op enig moment zijn ten minste 3 miljoen mensen online. Wereldwijd werd de KaZaA media Desktop in medio 2003 al meer dan 230 miljoen keer gedownload.

KaZaA volgt een tweesporen-beleid: de gratis dienst voor bestandsdeling is gecombineerd met een betaalde dienst. Voor de betaalde dienst zijn afspraken gemaakt met Buma/Stemra over de afdracht van auteursrechten en is er een akkoord gesloten met platenmaatschappijen. De platenmaatschappijen hebben inmiddels door dat zij bestandsdeling niet kunnen verbieden en dat zij daar zelf gebruik van zouden moeten maken. Volgens Niklas Zennström van KaZaA zijn p2p-programma's zelfs "het beste dat platenmaatschappijen is overkomen". Via KaZaA worden gebruikers via 'collaborative filtering' ook suggesties gedaan over andere muziek. Een gemeenschap waar mensen bestanden uitwisselen kan voor platenmaatschappijen een potent promotiemiddel zijn. De doelgroep wordt immers geattendeerd op hun producten zonder dat zij er zelf moeite voor hoeven doen.

In de betaaldienst van KaZaA komen de inkomsten primair uit abonnementen. Gebruikers betalen vooraf een bepaald bedrag en gebruiken dat op tijdens het downloaden — net als bij pre-paid telefoneren.

KaZaA heeft haar positie moeten bevechten. Zij werd door Buma/Stemra aangeklaagd wegens het inbreuk maken op auteursrechten. In november 2001 werd KaZaA door de rechtbank in het ongelijk gesteld in de zaak die Buma/Stemra tegen de site had aangespannen. KaZaA diende ervoor te zorgen dat mensen geen inbreuk maken op het auteursrecht en kreeg daarvoor een dwangsom opgelegd. Dit vonnis van de rechtbank werd in maart 2003 vernietigd door het Gerechtshof in Amsterdam.

Hoe betrouwbaar is KaZaA?
KaZaA kan de gebruikers van het netwerk dwingen om vernieuwde versies te installeren. De reden is dat zij geld verdient met de software die daarin wordt meegesmokkeld. Wanneer gebruikers weigeren de nieuwe versie te installeren, houdt de oude op met werken. In september 2002 werd bekend dat het programma van KaZaA de computers van de gebruikers zo manipuleert dat het bij Amazon leek alsof ze door KaZaA naar Amazon werden verwezen. Op die manier eigende KaZaA zich op achterbakse wijze de Amazon-commissie toe die toekomt aan de site waar de KaZaA-gebruiker werkelijk vandaan kwam. KaZaA heeft verklaard dat zij aan deze praktijk een einde heeft gemaakt. Maar de gebruikers zijn gewaarschuwd.
    Een van de programma's die met KaZaA wordt meegeleverd is Cydoor. Dit programma gebruikt de internetverbinding van de gebruiker om advertenties te downloaden en te tonen in de software die van het programma gebruikmaken. Zonder dat men het weet krijgt iedere gebruiker een Global Unique Identifier (GUID). Aan de hand van dit nummer registreert Cydoor hoe vaak de advertenties aan een bepaalde gebruiker zijn getoond en hoe vaak hij heeft doorgeklikt naar de site van de adverteerder [bron].
    Steeds meer bestandruilsoftware wordt tegenwoordig standaard gebundeld met zogenaamde adware of spyware-programma's. Hierdoor verschijnen er automatische pop-up advertenties terwijl mensen over het net surfen of wordt er bijgehouden waarheen iemand surft. Deze informatie wordt vervolgens verkocht aan marketingbedrijven.
Buma/Stemra vond echter dat het in haar recht stond en begon KaZaA steeds sterker onder druk te zetten. De onderhandelingen liepen vast en Buma/Stemra nam het initiatief. In januari 2002 liet Buma/Stemra zijn coulante houding ten aanzien van KaZaA varen. Het bedrijf moest per dag een dwangsom van 100.000 gulden betalen die in november 2001 door de rechter was opgelegd. KaZaA besloot daarop de toegang tot de p2p-software op zijn website te blokkeren. Bestaande gebruikers van de software van KaZaA hoefden zich niet ongerust te maken: zij konden gewoon doorgaan met het uitwisselen van bestanden. Buma/Stemra eiste dat KaZaA zodanige maatregelen nam dat met de aangeboden software de auteurswet niet langer werd overtreden.

In het heetst van de strijd werd KazaA.com in januari 2002 plotseling overgenomen door Sharman Networks Limited, een Australische onderneming. Zij neemt zowel de website, de handelsnaam als de logo's over van de huidige eigenaren. Daarbij horen ook de KaZaA Media Desktop en de Fast Track P2P Stack.

In september 2002 gaat KaZaA een samenwerking aan met Tiscali. De internetprovider gebruikt KaZaA voor het werven van nieuwe abonnees. De provider betaalt voor iedere nieuwe abonnee die zich aanmeldt via KaZaA een vergoeding aan de eigenaar van KaZaA.

In maart 2003 wint KaZaA echter in hoger beroep van Buma/Stemra. Volgens de rechter is een bedrijf dat software verspreidt via internet niet verantwoordelijk voor datgene wat de gebruikers er vervolgens mee doen. Het Gerechtshof van Amsterdam bepaalde dat "voor zover er sprake is van auteursrechtelijk relevant handelen die handelingen verricht worden door gebruikers van het computerprogramma en niet door KaZaA". Bovendien stelde het Hof vast dat het programma "niet uitsluitend wordt gebruikt voor het downloaden van auteursrechtelijk beschermd werk". KaZaA beschouwde de uitspraak als "een overwinning voor het gehele internet".

Index Twee fronten: beperkingen en repressies

Beheer van digitale rechten: DRM
Microsoft steekt de platenmaatschappijen een helpende hand toe met de introductie van software voor het tegengaan van piraterij. Dat is de DRM, of voluit: 'Digital Rights Management'. Microsoft investeerde ongeveer 500 miljoen dollar in de ontwikkeling van DRM-technologie. In januari 2003 presenteert zij haar softwarepakket Windows Media Data Session Toolkit. Deze technologie moet twee dingen realiseren.

Dit laatste richt zich tegen beveiligingsmethoden waarbij cd's niet meer op een pc afgespeeld kunnen worden, en als gevolg van deze bescherming ook niet op draagbare afspeelapparaten.

Microsoft beweert een oplossing te hebben voor beide problemen. Een cd kan hierbij wel op diverse audio-apparatuur en de pc worden afgespeeld, maar naar wens kan de fabrikant besluiten om het maken van een kopie onmogelijk te maken. DRM geeft verkopers van cd's en films de controle over het gebruik. Platenmaatschappijen als Universal en EMI reageerden enthousiast op de software.

Beveiliging van bedrijfsgeheimen
Met Microsoft's Windows Rights Management Software kunnen bedrijven de toegang tot documenten controleren. Bedrijven kunnen zelf bepalen welke documenten mogen worden gekopieerd, geforward als e-mail, uitgeprint of bekeken als webpagina. Microsoft komt hiermee tegemoet aan de wens van ondernemers die bezorgd zijn over het lekken door werknemers van gevoelig materiaal, zoals bedrijfsplannen, nieuwe productspecificaties of geheime documenten. Bedrijven hebben het wettelijke recht om de toegang te controleren tot hun informatie en computernetwerken. Net zoals ze het gebruik van kopieerapparaten door hun werknemers mogen beperken.
Met DRM kan digitale informatie zo worden versleuteld dat deze alleen nog kan worden afgespeeld door iemand die over de juiste licentie beschikt. Op die manier kan digitale muziek vrij worden verspreid, maar pas worden afgespeeld na betaling. DRM werkt nu alleen nog met bestanden die zijn gecodeerd in het WMA-formaat van Microsoft.

DRM is een flexibele manier om digitale muziek te beschermen. Na het downloaden van een met DRM beschermd bestand probeert Media Player de vereiste licentie op te halen zodra het bestand wordt afgespeeld. Voor de meeste licenties moet worden betaald. DRM maakt het echter ook mogelijk het aantal keren dat een bestand kan worden afgespeeld te beperken. Een platenmaatschappij kan dus een eenmalige gratis licentie weggeven, en pas bij herhaaldelijk afspelen laten betalen.

Delen van computerspelletjes
In de computergames-industrie werden al eerder commerciële successen behaald met het p2p-model. Trymedia Systems levert software waarmee de gebruiksmogelijkheden van computergames en andere software naar voorkeur van de aanbieder kan worden ingesteld. De mogelijkheden van downloadbare games kunnen zo worden beperkt dat deze maar een beperkt aantal dagen speelbaar zijn, of dat een beperkt aantal spelniveaus toegankelijk is. Bij andere software kunnen programma zo worden aangeleverd dat slechts een beperkt aantal functies geactiveerd kan worden.
    Met de software van Trymedia kunnen na betaling ontsloten versies ook in het p2p-circuit worden aangeboden. De software keert dan automatisch terug in de beperkte modus, zodat ook de nieuwe eigenaar van de software zal moeten betalen voor volledige toegang. Dit gebeurt ook wanneer de software op cd of dvd wordt gezet of als het als attachment per e-mail wordt verstuurd. Deze extra beveiliging is van belang voor het try-before-you-buy systeem.
Met DRM-technologieën kunnen de rechten op digitale informatie worden beheerd. Het principe daarvan is dat gebruikers een sleutel krijgen waarmee zij een recht krijgen dat gebonden blijft aan hun pc. Als iemand een bestand wil doorsturen naar een vriend, dan wordt die vriend eerst naar de oorspronkelijke site gestuurd om ook een eigen sleutel op te halen. De winkel bepaalt dus waar de gebruiker terechtkomt om die sleutel op te halen.

De rechten op het te downloaden bestand worden geflexibiliseerd. Er worden gebruiksrechten afgegeven voor een x aantal dagen of keren afspelen. Die informatie wordt op een sleutel gezet. De gebruiker kan dan een of meerdere songs beluisteren, een keer, drie keer, of een dag lang. Door de sleutels kan worden gecontroleerd wie, op welk moment, bij welke platenmaatschappij, naar welke muziek heeft geluisterd.

Downloads worden vaak ingezet als promotiemateriaal. Je krijgt bijvoorbeeld een bestand eerst een week lang gratis en als je het langer wilt gebruiken, moet je ervoor betalen. De inkomsten komen uit een combinatie van een abonnementenmodel en een transactiemodel. Een klant kan een abonnement nemen op de dienst voor x euro per maand. Zo'n abonnement is maatwerk: er zit een bepaald aantal sleutels in en de firma krijgt een bepaald bedrag per sleutel.

Het verleidingsmodel is eenvoudig. Een single wordt gratis online aangeboden volgens het principe van 'try before you buy'. Wie een single online beluistert wordt direct verwezen naar de site waarop het hele album besteld kan worden. Soms wordt zo'n gratis single gedeactiveerd zodra het album wordt uitgebracht, zoals bij de door J. Records uitgebrachte single van Alicia Keys.

Index


Klopjacht op piraten gaat door
We hebben gezien hoe de muziekindustrie probeert alternatieven aan te bieden voor een dienst waar miljoenen mensen om vragen. Toch zet zij haar juridische kruistocht tegen de p2p-technologie onvermoeid voort. Zij klaagt niet alleen de makers, maar ook de gebruikers van p2p-programma's aan. De giganten van de amusementsindustrie hebben de heilige oorlog verklaard aan mensen die digitale bestanden met elkaar delen. Op allerlei manieren proberen zij om het legitieme recht om kopieën te maken van digitale media aan banden te leggen.

De muziekindustrie heeft een vastberaden klopjacht ingezet op individuele gebruikers van ruilbeurzen op internet. Medio 2003 waren er al bijna duizend dagvaardingen uitgereikt aan mensen die illegale deuntjes hadden ingeslagen. Dit straffe optreden zal bij sommigen piraterij ontmoedigen. Maar om succes te hebben moeten mensen het gevoel hebben dat er een serieus risico is dat zij gepakt worden. Met naar schatting 80 miljoen mensen die gebruik maken van ruildiensten in de wereld, is de kans dat men gepakt wordt zeer klein. Bovendien zou zo'n juridische aanval wel eens het effect kunnen hebben dat zij klanten, die toch al het gevoel hadden dat de platenmaatschappijen veel te hoge prijzen rekende voor cd's, nog verder van zich vervreemden. Veel consumenten zeiden: "Als cd's niet zo duur zouden zijn, zouden we het niet zo snel muziek van internet plukken." In september 2003 gingen de platenmaatschappijen er eindelijk toe over hun prijzen substantieel te verlagen. Volgens David Bowie beweegt de muziekindustrie zich daarmee op een hellend vlak: nu ze de prijzen verlagen geven ze toch toe dat cd's altijd veel te duur zijn geweest.

De muziekindustrie kan zich juridisch slecht verweren tegen volledig gedecentraliseerde p2p-netwerken. De enige subjecten die hier van 'piraterij' beschuldigd kunnen worden zijn de individuele gebruikers van ruildiensten. Met behulp van programma's als Media Tracker en Copyright Agent bespioneren platenmaatschappijen individuele gebruikers in p2p-netwerken. Houders van auteursrechten die menen dat hun rechten op internet of online diensten zijn geschonden door ongeautoriseerd gebruik van hun beschermde werken kunnen zich richten naar de betreffende service provider en eisen het illegale materiaal wordt verwijderd of dat de toegang daartoe wordt geblokkeerd.

Het brein tegen piraterij
De Stichting Brein is opgericht in april 1998 en is een samenwerkingsverband tussen auteurs- en naburig rechthebbenden op het gebied van piraterijbestrijding. Zij bestrijdt intellectuele eigendomsfraude namens auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten en distributeurs van muziek, film, video en interactieve software. Zij speurt naar on- en offline piraterij en onderneemt hiertegen civiele actie en levert informatie en expertise voor strafrechtelijke actie door de FIOD-ECD, die sinds 1 januari 2003 de taak overnam van de Opsporingsdienst Buma/Stemra (ODBS). Daarmee is de opsporing van strafbare feiten weer waar het hoort te zijn: in het publieke domein. Het Team Opsporing Piraterij van de FIOD-ECD is belast met de strafrechtelijke handhaving van overtredingen en misdrijven van de Auteurswet. Daarbij gaat het vooral om de opsporing van inbreuken op het auteursrecht van muziek-, film- en interactieve software. De opsporingstaak wordt aangestuurd door het Functioneel Parket (FP), een landelijke unit van het Openbaar Ministerie. De privaatrechtelijke handhaving van de auteurswet blijft de verantwoordelijkheid van de Stichting Brein.
In Nederland probeert de muziekindustrie via de stichting Brein (Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland) een einde te maken aan illegale download van muziek via internet. Zij speurt naar illegale verspreiding van auteursrechtelijk materiaal op internet en pakt daarbij niet alleen grootaanbieders aan, maar ook gewone consumenten die muziek delen met anderen op het net. De algemene strategie is dat iedereen die 'illegale' mp3-tjes op zijn harde schijf heeft staan gewaarschuwd wordt. Wie volhardt in illegale verspreiding van beschermde muziekbestanden moet rekening houden met juridische consequenties. Om de identiteit van de deelnemers aan ruildiensten te achterhalen in medewerking van de providers noodzakelijk. De meeste providers zijn vooralsnog niet bereid om persoonsinformatie te geven over hun klanten, tenzij zij hierdoor door de rechter worden gedwongen.

De vrije uitwisseling van muziekbestanden en andere digitale informatie via internet is nauwelijks meer weg te denken uit de virtuele wereld van het amusement. De compressietechnieken waarmee digitale bestanden kunnen worden verkleind zijn steeds krachtiger. De snelheid waarmee gebruikers over het internet surfen en informatie met elkaar kunnen uitwisselen (hun bandbreedte) neemt steeds meer toe. Tenslotte neemt ook het bereik en de snelheid van p2p-systemen van bestandsuitwisseling steeds meer toe. De muziekindustrie moet opmalen tegen deze drie stromen. Op de meeste slim gedistribueerde p2p-netwerken krijgt 'Brein' geen vat. De ruildiensten zelf zijn steeds moeilijker juridisch te vervolgen. Maar de gebruikers van p2p-systemen die auteursrechtelijke beschermd materiaal met elkaar ruilen worden wel individueel aansprakelijk gesteld voor hun 'illegale' activiteiten en bang gemaakt met vergaande juridische stappen.

Index


Anonieme Aanklagers
Ook de Spaanse gebruikers van p2p-programma's zoals KaZaA, eDonkey en BitTorrent lopen binnenkort het risico van hun bed te worden gelicht. Een groot advocatenkantoor begint een rechtszaak tegen 4.000 Spaanse internetters die muziek, films en software delen. De muziekindustrie heeft ook in Europa de vrije downloaders de oorlog verklaard. De opdrachtgevers van het advocatenkantoor Landwell, onderdeel van PricewaterhouseCoopers, zijn formeel niet bekend. Toch is het niet te gewaagd om daarachter de hand van platenmaatschappijen te zien. De advocaten weigeren om de identiteit van hun opdrachtgever(s) prijs te geven, uit angst dat boze p2p-ruilers een boycot van hun producten organiseren.

De advocaten van Landwell werken voor de opsporing samen met de Spaanse Technological Investigation Brigade (BIT). De meest actieve piraten werden opgespoord door oudere versies van de p2p-software te gebruiken die niet alleen het type en het aantal gedownloade bestanden per gebruiker laat zien, maar ook het IP adres van de gebruikers.

Hoewel Landwell op deze manier IP-adressen van vermeende piraten in handen kreeg, heeft zij daarmee nog niet de adresgegevens van deze gebruikers. Om die te krijgen moet Landwell eerst een machtiging van de rechter krijgen om deze gegevens op te vragen bij de internetproviders. Dat is nog niet gebeurd.

In september 2003 komt de zaak waarschijnlijk voor de rechter. De woordvoerder van het advocatenkantoor, Javier Ribas kondigt aan dat zijn firma gevangenisstraffen zou eisen van 4 jaar voor elke veroordeelde software piraat. Aanvullend wordt ook nog een compensatie geëist die gelijk is aan de marktwaarde van elk illegaal gedownload bestand.

Volgens het Spaanse strafrecht is er alleen maar sprake van een misdaad tegen intellectueel eigendom wanneer daarmee winst gemaakt wordt ('intent to profit'). In Spanje zijn al diverse processen afgeblazen omdat de aangeklaagde zijn verzameling illegaal gekopieerd materiaal niet had verkocht of daaruit op andere manier winst behaald had. Maar volgens Javier Ribas kan elke monetaire winst als 'intent to profit' worden bestempeld, inclusief het louter geld besparen door niet te betalen voor auteursrechtelijk beschermd materiaal.

Of het echt tot een rechtszaak zal komen is de vraag. Maar de aankondiging alleen al heeft een beoogd effect: het maakt internetters bang om nog p2p-programma's te gebruiken. De Spaanse Internet Users Association (Asociación de Internautas) bestempelde de aangekondigde strafzaak als een daad van zuivere en eenvoudige lafheid door een groep ondernemingen die hun gezichten niet durven te tonen. Zij moedigde bestandsruilers aan om een programma te downloaden waarmee p2p-gebruikers het IP adres van computers kunnen blokkeren. De vereniging voorziet iedere internetter die wordt aangeklaagd van een gratis advocaat.

Index


Terugloop van ruildiensten?
De vraag is of de juridische ketelmuziek grote platenmaatschappijen ook daadwerkelijk zal leiden tot een terugloop in het delen van beschermde bestanden. Hoe snel laten mensen zich de kans ontnemen om muziekbestanden met elkaar te delen? Of hoe makkelijk laten zij zich imponeren door mediagiganten die beweren dat zij 'piraten' of 'digitale communisten' zijn?

Lak aan auteursrechten
De producenten van auteursrechtelijk beschermd materiaal voeren in het huidige digitale tijdperk een 'uphill battle'. Volgens een onderzoek van Pew uit augustus 2003 heeft tweederde van de Amerikaanse internetters die muziek downloaden geen boodschap aan auteursrechten. Mensen met lagere inkomens zijn eerder geneigd muziek te downloaden via p2p netwerken. Downloaden is ook populairder onder Afro-Amerikanen dan Spaanstaligen en blanken. Studenten zijn de meest fervente downloaders.
KaZaA en Morpheus zijn de twee meest gebruikte uitwisseldiensten op internet voor muziek. Volgens een onderzoek van Nielsen/Netratings [medio 2003] daalde het bezoek aan deze sites met 15%. Het vermoeden is dat de dreigementen van de muziekindustrie om individuele illegale downloaders aan te pakken, daarvan de oorzaak is. Greg Bloom, senior analist bij Nielsen/NetRatings is echter voorzichtig: "Met alle negatieve publiciteit en de dreiging van stevige boetes, lijkt het erop alsof sommige internetters terugdeinzen. Maar met miljoenen trouwe gebruikers zal het niet snel gebeuren dat dergelijke diensten in de nabije toekomst zullen stoppen". De eigenaar van Morpheus is helemaal niet onder de indruk van de door Nielsen/Netratings gepubliceerde cijfers. Hij kiest het gebruik van bandbreedte als maatstaf voor het aantal bezoekers. En dat gebruik van bandbreedte is vrij constant.

BigChampagne is een onderzoeksbureau dat zich specialiseert in p2p-netwerken die bestandsruil tussen verschillende computers mogelijk maken. Uit hun onderzoek blijkt dat het aantal mensen dat gebruik maakt van het FastTrack netwerk (gebruikt door o.a. KaZaA en Grokster) in september 2002 zelfs 20 procent hoger was dan in september.

De juridische acties en dreigementen van de muziekindustrie lijken vooral tot gevolg te hebben dat bestandsdelers verschuiven naar p2p-netwerken die de beste garanties voor anonimiteit bieden. Nadat de RIAA aankondigde ook gewone gebruikers van p2p-systemen te vervolgen wegens het uitwisselen van auteursrechtelijk beschermde muziek, verdrievoudigde het aantal deelnemers aan Freenet. Ian Clarke, de maker van Freenet, ziet wel dat zijn project hierdoor in een merkwaardige positie komt te verkeren. "Ons doel is politieke dissidenten te beschermen die in repressieve regimes leven, en niet om een of andere puber het laatste album van Britney Spears te laten krijgen. Maar we kunnen dat niet voorkomen zonder het doel van Freenet te compromitteren." De software van Freenet is juist zo ontworpen dat het de vrijheid van communicatie via het internet garandeert.

Index


Audible Magic
Ontwerpers p2p-systemen beweerden altijd dat het voor hen onmogelijk was om automatisch te bepalen welke muziek illegaal wordt verspreid. Het zou technisch onmogelijk of onpraktisch zijn om adekwate filtersystemen te installeren op hun netwerken. Maar sinds de introductie van Audible Magic lijkt hieraan een einde te zijn gekomen. Audible Magic (AM) is een technologie die in p2p software kan worden ingebouwd en die automatisch het ruilen van auteursrechtelijk beschermde muziek kan blokkeren.

Audible Magic Corporation is een toonaangevende producent van programma's voor het beheren en identificeren van 'content' . AM heeft zich gespecialiseerd in het identificeren en blokkeren van illegale bestandshandel 'in real time' en bedient daarmee de media- en entertainmentindustrie.

Niet almachtig
Audible Magic claimt dat het programma in staat is elk beschermd bestand af te luisteren ondanks de transformaties van het origineel. Een uitzondering hierop vormen versleutelde bestanden. De audio herkenningssoftware kan niet door deze encrypties heenbreken. Bovendien is het niet denkbeeldig dat hackers gekraakte versies van bestandsruil-software maken waarin de song-herkenningstechnologie gebroken of uitgekleed is.
De technologie van AM draait om het identificeren van psycho-acoustische eigenschappen — de computer 'luistert' naar de song zelf. De identificatieprocedure is daardoor zeer flexibel. De muziek die via p2p-netwerken wordt verspreid wordt vaak naar een lagere geluidskwaliteit gecomprimeerd, er worden een paar momenten van stilte uitgehaald aan begin en eind, of de muziek wordt anderszins getransformeerd. De AM technologie kan dit nog steeds herkennen als hetzelfde liedje. De technologie hoeft slechts een paar seconden van een lied te 'horen' voordat het kan herkennen of het een beschermd liedje is dat is opgenomen in AM's bibliotheek van bijna 4 miljoen liedjes.

De AM technologie kan in elk p2p-netwerk worden ingebouwd. Door het gebruik van AM wordt het netwerk "content intelligent". AM kan worden ingezet om het gebruik van diverse typen content te identificeren: traditionele radio- en tv-uitzendingen, streaming broadcasts van audio en video, en bestanden zoals MP3 en .WAV.

De AM technologie heeft aan geloofwaardigheid gewonnen sinds deze gebruikt werd door de Amerikaanse vereniging van songwriters en uitgever (SESAC) om te achterhalen wanneer er liedjes op de radio worden gespeeld met het oog op te incasseren royalties.

Van rebel naar moneymaker
Ook het nieuwe bedrijf van Napster ontwerper Shawn Fanning, Snocap werkt aan de technologie van geluidsherkenning ('audio fingerprinting' genoemd). Deze is erop gericht om de platenmaatschappijen en muziekstudios geld te laten verdienen aan p2p-netwerken.

De controverse over het ruilen van bestanden wordt met technologische, politieke, juridische en rethorische middelen uitgevochten. Door de opkomst van geavanceerde software voor geluidsherkenning is de technologische kant van de vraag inmiddels wel verschoven: niet meer of het mogelijk is, maar of en hoe geluidsherkenning in p2p-netwerken kan worden geïmplementeerd.

Het zal niemand verwonderen dat AM een beschermeling is geworden van de Recording Industry Association of America (RIAA) en overeenkomsten heeft gesloten met UGM (Universal Music Company) en EMI Record Music. Zij willen bedrijven die p2p-software maken verplichten om deze technoloogie te gebruiken. En de p2p-bedrijven zien de bui al hangen. Zij vrezen dat zij onder zware politieke druk gezet zullen worden en beschouwen AM als een gevaar voor de hele wereld van digitale ruilbeurzen.

Privacy organisaties en makers van digitale ruilbeurzen vrezen dat deze technologie gebruikt wordt om de vrijheid van meningsuiting aan te tasten en technologische innovaties te blokkeren. Deze nieuwe generatie van anti-piraten technologie is in staat om in elk stukje informatie te kijken dat via een netwerk wordt verstuurd — of dit nu onderdeel is van een liedje dat illegaal geruild wordt of een persoonlijke e-mail. Zo'n technologie is per definitie controversieel. Als men filters verplicht gaat stellen zou dit betekenen dat er een specifieke technologie tot de winnaar in de strijd om de bestandsdeling wordt uitgeroepen. "It is time that the entertainment industry be politely told that theirs is not the only social and economic interest at stake" [Adam Eisgrau, directeur van P2P United].

Index Informatiebronnen

  1. Music on the internetSocioSite
    Een overzicht van digitale informatiebronnen over muziek op het internet.

  2. Adar, Eytan /Huberman, Bernardo A. [2000]
    Free Riding on Gnutella.
    Xerox Palo Alto Research Center, CA.

  3. Auteursrecht

  4. Baecker, Dirk [2001]
    Kopien für alle.
    In: Flender, Reinhard / Lapson, Elmar (eds.) [2001] Copyright: Musik im Internet.
    Berlin: Kadmos.

  5. Burnett, R. [1996]
    The Global Jukebox: The International Music Industry.
    Londen/New York: Routledge.

  6. Chapman, N. / Chapman, J. [2000]
    Ditigal Multimedia.
    New York: Wiley.

  7. CNET Music Center

  8. copyleft

  9. Creative Commons
    Een project van Larry Lessig gericht op het uitbreiden van de reeks creatieve werken die voor anderen beschikbaar zijn om op voort te bouwen en te delen. Het is een voorbeeld van de praktische toepassing van copyleft principes in de kunst.

  10. Greco, A.N. (ed.) [2000]
    The Media and Entertainment Industries.
    Boston: Allyn and Bacon.

  11. BMG music

  12. Burnett, R. [1996]
    The Global Jukebox: The International Music Industry.
    London/New York: Routledge.

  13. distributed.net

  14. EFF Open Audio Licence

  15. EMI music

  16. Flender, Reinhard / Lapson, Elmar (eds.) [2001]
    Copyright: Musik im Internet.
    Berlin: Kadmos.

  17. Frith, S. [1981]
    Rock. Sociologie van een nieuwe muziekcultuur.
    Amsterdam: Elsevier.

  18. Frith, S. [1988]
    Music for Pleasure.
    Cambridge: Polity Press.

  19. Frith, S. (ed.) [1990]
    Facing the Music. Essays on Pop, Rock & Culture.
    London: Mandarin Paperback.

  20. Frith, S. (ed.) [1993]
    Music and Copyright.
    Edinburgh: Edinburgh Press.

  21. Frith, S. /Goodwin, A. (ed.) [1983]
    On Record: Rock, Pop and the Written Word.
    Londen: Routledge.

  22. Freenet, the free network project

  23. Giesler, Markus / Pohlmann, Mali [2003]
    The Social Form of Napster: Cultivating the Paradox of Consumer Emancipation.
    In: Keller, Punam Anand / Rook, Dennis W. (eds.) Advances in Consumer Research.
    Provo, UT: Association for Consumer Research, vol. 30.

  24. Giesler, Markus / Pohlmann, Mali [2002]
    The Anthropology of File Sharing: Consuming Napster as a Gift [pdf]

  25. Giesler, Markus / Pohlmann, Mali / Mennicken, Claudia [2001]
    The Song Behind the Screen: Musical Cyberconsumption in a Global World.
    In: Smith, Scott M. (ed.) [2001] Cross-Cultural Research.
    Oahu: Bingham Young University.

  26. Gosh, H. [1998]
    Making Buwsiness Sense of the Internet.
    Harvard Business Review, March-April.

  27. Gnutella

  28. Granitz, Neil A. /Ward, James C. [1996]
    Virtual Community: A Sociocognitive Analysis.
    In: Advances in Consumer Research, 23: 161-6.

  29. Mp3.com

  30. IFPI
    Organisatie die de internationale recording industry vertegenwoordigt. Het bestrijden van muziekpiraterij is een van haar belangrijkste doelstellingen. Er zijn 1500 record producers en distributors in 76 landen bij aangesloten. Piraterij wordt daarbij omschreven als de bewuste schending van copyright op een commerciële basis. Eenvoudige piraterij is het ongeautoriseerd dupliceren van een originele opname voor commercieel gewin zonder de instemming van de copyright-houder.

  31. Jovanovic, Mihajlo A. / Axxextein, Fred S. / Berman, Kenneth A. [2001]
    Scalability Issues in Large Peer-to-Peer Networks: A Case Study of Gnutella
    University of Cincinnaty Technical Report.

  32. Internet Underground Music Archive

  33. KaZaA

  34. Kelly, Kevin [2002]
    Where music will be coming from
    In: New York Times Magazine, March 17, 2002.

  35. Koontz, Linda D. [2003]
    File-sharing Programs: Child Pornography is Readily Accessible over Peer-to-Peer Networks [pdf]
    United States General Accounting Office (GAO), Testimony before the Commuttee onf Government Reform, House of Representatives.

  36. Liebowitz, Stan [2003]
    Will MP3 downloads Annihilate the Record Industry? - The Evidence so Far

  37. Mauss, Marcel [1924
    Essai sur le Don, Forme Archaïque de L'Échange.
    Année Sociologique, 1: 30-186.
    De klassieke studie over de sociale betekenis en functie van de gift. Mauss analyseerde het geven en ontvangen van giften als een manier om sociale netwerken en individuele integratie te scheppen. Reciprociteit in sociale netwerken is iets anders dan totale reciprociteit tussen twee individuen: er is een sociale verplichting om te geven, te ontvangen en terug te geven binnen het netwerk.

  38. Ministerie van Justitie
    Dossier: Auteursrecht

  39. Motion Picture Association of America

  40. Musicnet
    Online muziekwinkel voor AOL klanten. Ondersteund door Warner Music Group, BMG Music, EMI Recorded Music, AOL tiem Warner en RealNetworks.

  41. Napster

  42. Napster Research

  43. Negus, Keith [1992]
    Producing Pop: Culture and Conflict in the Popular Music Industry.
    London: Edward Arnold.
    Een analyse van de werkwijze van de grootste amusementsindustrieën ter wereld. Er wordt beschreven hoe artiesten worden ontdekt, hoe cd's en video's worden geproduceerd, en hoe artiesten worden gepromoot via radio, televisie, tijdschriften, clubs en persoonlijke optredens.

  44. Negus, Keith [1992]
    Producing Pop: Culture and Conflict in the Popular Music Industry.
    Londen: Edward Arnold.

  45. Negus, Keith [1996]
    Popular Music in Theory.
    Cambridge: Polity Press.

  46. Open P2P

  47. Pressplay
    Een online muziekwinkel waar je liedjes kunt downloaden voor ongeveer 1 dollar. Je kunt ook streamen: luisteren naar een liedje van eigen keuze zonder dat je de track op je harde schijf zet. Voor ongeveer 10 dollar per maand kun je onbeperkt downloaden. Je kunt de downloads afspelen zoveel als je wilt, zolang je lidmaatschap actief is. Alleen bij een 'portable download' worden van de songs permanente kopieën op je harde schijf gezet. Je kunt ze op cd branden en overdragen op Portable Devices (PD). Alleen deze bestanden kun je nog afluisteren ook al ben je geen lid meer van de club. Sinds oktober 2003 is de commerciële versie van Napster in de plaats gekomen van Pressplay.

  48. Rainsford, Miriam [2003]
    A Musician's Take on File Sharing, DRM, and Copyleft Licensing

  49. Recording Industry Association of America (RIAA)

  50. Ripenau, Matei / Foster, Ian /Iamnitchi, Adriana [2002]
    Mapping the Gnutella Network: Properties of Large Scale Peer-to-Peer systems and Implication for System Design [pdf]
    In: IEEEE Internet Computing 6(1), January-February 2002.

  51. Shapiro, C. / Varian, H.R. [1999]
    Information rules.
    Boston: Harvard Business Studies.

  52. Sony music

  53. Steinberg, Daniel H. [2003]
    The Near Future of Digital Rights Management

  54. Taxster
    Overzichten van populaire programma's voor bestandsdeling op internet.

  55. Universal Music group

  56. Vogel, H. [1994]
    Entertainment Industry Economics.
    Cambridge: Cambridge University Press.

  57. Warner Music group

  58. Woudstra, Adriaan [2001]
    Keep on Rockin' in the Free World. Een kwalitatief onderzoek naar veranderingen in de carrièremogelijkheden van muzikanten als gevolg van online distributie van hun werk.
    Doctoraalscriptie bij de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam.

  59. Zeropaid.com
    Een startpagina voor bestandsruil. Geeft overzicht van bijna alle peer-to-peer bestanddelingsprogramma's.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

26 September, 2013
Eerst gepubliceerd: Augustus, 2003