Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Navigatiestructuren

—Systematiek en de deugd van de onregelmatigheid—

dr. Albert Benschop

Aan gene zijde van het navigatieprobleem
Navigatie mechanismen
   Linken: Typen Links
   NavigatieStructuren
   Visualisatie van hyperstructuren
   Sitekaarten
Intuïtieve Navigatie

   Online literatuur
   Gedrukte literatuur

rode_knop Lineaire en Hypertekst
rode_knop Interactief publiceren
rode_knop De toekomst van het semantisch web

Aan gene zijde van het navigatieprobleem

Navigatie is in principe een eenvoudig probleem: hoe vind je je doel bereiken in een omgeving die je nog niet kent? Navigatie is het totale bewegingsproces door een lokale of virtuele omgeving. Dit proces bestaat uit twee delen: het reizen (ook wel locomotie genoemd, refereert aan de feitelijke beweging van de huidige locatie naar een nieuwe locatie) en het vinden van de weg (het cognitieve besluitvormingsproces waardoor de beweging wordt gepland).

Navigatie is een van de meest cruciale aspecten van het ontwerpen van websites. In een educatieve website moet men gemakkelijk z'n weg kunnen vinden. De kunst is om sites zo te bouwen dat mensen zich daarin snel thuis voelen. Maar men moet het niet eenvoudiger proberen te maken dan het is. Er zijn diverse hulpmiddelen voor navigatie die studenten helpen te vinden waarnaar zij zoeken. Laat zien hoe het leermateriaal is gestructureerd. Geef daarom een duidelijke algemeen beeld van de website als geheel, en van de plaats waar men op dat moment is. Laat studenten niet stranden in doodlopende wegen en circulaire richtingen. Maak een navigatiestructuur waarmee men gemakkelijk kan navigeren tussen de verschillende niveaus van een website. Het is de taak van een ontwerper om de leerervaring te structureren.

Door zijn aard nodigt het World Wide Web uit om van de ene site, pagina of gedachte naar een andere te springen. Het lezen van een boek is in essentie een lineair proces. Je begint aan het begin en leest tot het einde. Sommige boeken zijn zo ontworpen dat je er in willekeurige volgorde stukjes uit kunt lezen. Je hoeft het hele boek niet te lezen, maar de stukken die je leest, worden op lineaire wijze gelezen.

Evolutie van website architectuur
“De architectuur van websites heeft zich langs een evolutionair pad ontwikkeld. In het pre-grafische tijdperk (gopherera) begonnen we met de eenvoudige hiërarchie. Dat werkt goed, maar mensen wilden meer flexibiliteit. In het vroege web-tijdper voegden we daaraan hypertekst toe en zagen het gebruik van navigatiebalken die dwars door hiërarchieën heenliepen. Zoekmachines werden gebruikt om zelfs nog meer directe toegang tot informatie te bieden. Toen kwam het Mozilla tijdperk en de overgang van hiërarchieën naar hysteria met zijn knipperende knoppen, niet-werkende frames en bizarre achtergronden.
We betreden nu het tijdperk van het furieuze messenslijpen. Gebruikers willen hun informatie nu, en verschrikte webmasters en -mistresses trekken alles uit de kast om tegemoet te komen aan de navigationele behoeften van deze angstige consumenten” [Peter Morville, Mapping Your Site, 27.9.98].
Sinds de opkomst van interactieve hypertekst kunnen we een tekstregel op een pagina lezen en met de klik op een knop overgebracht worden naar een ander stuk tekst op een site aan de andere kant van de wereld. Onderzoekers van hypertekst maakten zich zorgen dat lezers van hyperteksten verstrikt zouden raken in een verwarrende kluwen van links. Zij noemden dit het 'NagivatieProbleem'. Om dit probleem op te lossen werden meerdere wegen bewandeld:

In de vroege dagen van het internet waren veel sites onoverzichtelijk en frusterend om te gebruiken. Daarom adopteerden webontwerpers een paar rigide instrumenten en regels. Zij vertelden dat we onze sites hiërarchisch moesten organiseren, overal navigatiebalken en menu's plaatsen, op elke pagina identieke keuzes moesten aanbieden, en complexe linkpatronen moesten vermijden (zoals combinaties van hiërchische, lineaire - of laterale - en transversale links).

De hoogste deugd van het webontwerp van een 'consistente navigatiestructuur'. Elke pagina zou een top-banner en een menubalk aan zijkant en onderkant moeten hebben. En elk deel van de subsite zou identieke navigatiekeuzes moeten bieden.

Een rigide webontwerp lijkt erg efficiënt en kostenbesparend, vooral wanneer het om grote websites gaat. Maar een te grote starheid kan erg duur zijn. De belangrijkste kostenpost is dat je de aandacht van de gebruikers kunt verliezen. De eindeloze herhaling van navigatie-centra (zoals de home page en andere navigationele bakens) kan het verkeerde signaal uitzenden.

De ontwikkeling en het het gebruik van het WWW zijn echter het laatste decennium enorm toegenomen. De lezers van vandaag hebben veel meer ervaring in het lezen van hyperteksten. Het NavigatieProbleem zou wel eens minder grimmig kunnen zijn dan het op het eerste gezicht leek te zijn. Lezers en leerlingen raakte niet verdwaald in cyberspace. Tijdelijke desoriëntatie is gebruikelijk bij elk soort serieus schrijven, lezen en leren. Desoriëntatie heeft niet alleen negatieve effecten op leren.

Rigide ontwerpers beschouwen onregelmatigheden als een fout die gecorrigeerd moet worden. Elke plek moet zich precies zo gedragen als verwacht wordt en elk pad moet duidelijk worden gedemarkeerd. Bovendien wordt iedereen geacht dezelfde bekende paden te betreden. Daartegenvoer benadrukt Bernstein juist de deugd van de onregelmatigheid.

In 'Seven Lessons from Gardening' verklaart hij hoe de belofte van het onverwachte waar kunnen maken zonder de dreiging van het oerwoud. Goede navigatie is voornamelijk een kwestie van gezond verstand. Verschillende typen sites vereisen telkens andere navigatiestructuren. Maar er is minstens een basisprincipe dat voor alle sites lijkt te gelden, in ieder geval voor bijna alle educatieve sites: goed ontworpen websites zijn geneigd om gelijksoortige navigatiestructuren te gebruiken. Een goede navigatie begint met de allereerste pagina die studenten zien.

Index Navigatie Mechanismen

Als we willen dat bezoekers zichzelf kunnen oriënteren in grote informatieruimtes dat moeten hypermediale documenten goed worden gestructureerd en moeten er zowel generieke als specifieke navigatiemechanismen in het webdocument worden ingebouwd.

Om richting te geven aan de bezoekers van een site kan gebruik gemaakt worden van tekstuele of grafische menu’s, sitekaarten, pijlen en knoppen. Deze componenten van een website bieden een rijke combinatie van gestructureerde inhoud en navigatiemechanismen.

Er zijn verschillende typen navigatiemechanismen. De meeste classificaties die gebruikt worden om navigatie-instrumenten voor hypertekstuele documenten te ordenen zijn nogal grof. Veel auteurs opereren met deze drieledige taxonomie: (a) grafische mechanismen, (b) ruimtelijke mechanismen, (c) tekstuele mechanismen [zie bijvoorbeeld: Memex and Beyond].

De bestaande taxonomieën moeten verder worden verfijnd. Ik stel een meer uitgewerkte classificatie van nagivatie-instrumenten voor die is verdeeld in zeven categorieën voor. Deze zeven categorieën fungeren als ontwerpprincipes voor het hypermediale documenten.

    Beschrijving Voorbeeld
Navigation Linken Globale linkstructuur van document Hyperlink
 

Zoeken

 

Mechanisme voor 'full-text' zoeken

 

Zoeken in teksten

Sequentie Mechanisme voor sequentieel
bezoek van geselecteerde lokaties
Pad / Traject
Hiërarchie Hiërarchische inhoudsopgave Inhoudsopgave
Verwantschap Verbindingen tussen nog niet
verbonden, maar semantisch
verwante knooppunten
Index
Verbeelding Grafische visualisatie van
hyperdocumenten
Overzichtskaart
Agents Mechanisme om complexe opdrachten
uit te voeren namens de gebruiker
Shopping agent
Figuur 1: Zeven concepten voor het ontwerp van navigatie in cyberspace

  1. Linken
    hierarchyDe linkstructuur is de meest kenmerkende eigenschap van hypertekstuele documenten. Via links krijgt men direct toegang tot een beoogde locatie in de informatieruimte via de markeringspunten die in het document zijn ingebed. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen rechtlijnige 'statische' links en contekst-specifieke, automatisch gegenereerde 'dynamische' links. Er zijn diverse typen links en pogingen om deze te classificeren.

  2. Zoeken
    hierarchyZoekvoorzieningen zijn een voor de hand liggend middel om informatie te lokaliseren. In hypertekstuele documenten gebeurt dit meestal door full-text zoeken. Daarnaast zijn er ook systemen die databanken aanbieden waarin gezocht kan worden.

  3. Sequentialisering
    hierarchyDe complexiteit van een n-dimensionaal hypertekstueel document kan gereduceerd worden tot een dimensie door nieuwe gebruikers een sequentieel pad of begeleide tour door het hyperdocument aan te bieden. Uitstapjes onder begeleiding of paden zijn een eenvoudig mechanisme om snel een overzicht van een hypermediaal document te geven. De complexiteit van hypertekst wordt verborgen door gebruikers te beperken tot een sequentieel pad.

  4. Hiërarchie
    hierarchyEen hiërarchische structurering van hypermediale documenten wordt door mensen makkelijk begrepen. Er zijn speciale instrumenten waarmee een hiërarchische kaart gemaakt kan worden van bestaande documenten. De hiërarchische informatiestructuur wordt op die manier voor de gebruikers doorzichtig gemaakt. Zo'n grafische kaart is een cruciale hulp bij navigatie. Bezoekers van een site gebruiken de ruimtelijke metafoor van de hiërchische structurering van de informatie om zich tijdens hun speurtochten te oriënteren. Er zijn minstens vijf manieren om een hiërarchische structurering van informatie te verbeelden: "graph tree", "indentation", "nested set notation", "tree-map" en "multitrees" [Knuth 1973, Gloor 1997]. Deze visualiseringen van boomstructuren worden hieronder in detail besproken.

  5. Gelijksoortig: laterale verbindingen
    hierarchyGelijksoortige links verbinden knooppunten die een vergelijkbare inhoud hebben, maar nog niet met elkaar verbonden zijn. Een eenvoudig middel om overeenkomsten tussen verschillen knooppunten te ontdekken is een index. Pagina's die een gemeenschapppelijke ingang op de index hebben kunnen een zekere mate van overeenkomst. Een van de grote problemen van deze benadering is dat de mate van overeenkomst (of nabijheid, affinitiet, associatie) gedefinieerd moet worden.

  6. Verbeelding: 'mapping'
    Geografische kaarten zijn een bekend oriëntatiemiddel in de lokale of fysieke wereld. Hun doel is minstens drieledig: (1) zij laten zien waar lezers zijn waar ze zijn, (2) zij laten lezers zien waar zij vanaf dit punt naartoe kunnen gaan, en (3) zij geven lezers een overizcht van hun omgeving.
        Overzichtskaarten van hyperdocumenten vervullen precies hetzelfde doel. Zij brengen de structuur van het document op een grafische wijze over op de gebruiker. Een directe toepassing van dit idee is te zien op de klikbare kaart van de sociaal-wetenschappelijke databanken in Europa van het CESSDA.
        Voor algemeen —dus voor niet-geografische toepassingen— gebruik is het veel moeilijker om een geschikte grafische representatie te vinden voor de overzichtskaart. Meestal wordne concepten, thema's of onderwerpen grafische met elkaar verbonden om de lezers een idee te geven van de inhoud van het document.
    hierarchyVerbeelding is een technologie om de informatie op het internet te structureren, visualiseren en te beheren. Net als bij echte kaarten laten grafische kaarten lezers zien waar zij zijn, waar zij vanaf dit punt naartoe kunnen gaan, en zij geven hen een overzicht van hun lokale en globale contekst. Zij zijn dus een van de meest flexibele, veelzijdige en gebruiksvriendelijke middelen voor navigatie in cyberspace. Het in kaart brengen van informatiestructuren staat haaks op de vorige concepten. 'Kaarten' worden gebruikt om links, zoekresultaten, opeenvolgende paden, hiërarchieën en overeenkomsten te visualiseren,

  7. Digitale sloofjes: 'Intelligent Agents'
    hierarchy Intelligente sloofjes zijn erg populair, en niet alleen voor navigatiedoeleinden. De metafoor van de digitale dienaar ('intelligent agent') is voor de meeste mensen erg begrijpelijk. Digitale dienaars simuleren menselijke ondersteuning. Met technologieën voor kunstmatige intelligentie worden hulpsystemen ontwikkeld die mensen ondersteunen bij de uitvoering van ingewikkelde oriëntatietaken. De digitale sloofjes lopen nogal uiteen. Er zijn eenvoudige 'hardwired' gidsen, maar er zijn ook meer intelligente dienaren die in staat zijn om meer flexibel te reageren op de specifieke behoeften van de gebruikers. Digitale sloofjes of butlers kunnen gebruik maken van elk van de hiervoor geoemde concepten om hun navigerende taak te vervullen. Zij kunnen studenten helpen om links te volgen, om zoekopdrachten uit te voeren, om sequentiëntele paden te bewandelen, om in hiërarchieën te navigeren en overeenkomsten te herkennen.

Index


Linken: Typen Links

Er zijn verschillende pogingen gedaan om links te classficeren. Ontwerpers van hypermediale documenten moeten beslissen over de belangrijkste linkstructuur van hun documenten en welke aanvullende linkfaciliteiten zij hun gebruikers bieden. Om de cognitieve overlading te beperken, kan het nuttig zijn om slechts gebruik te maken van een aantal linktypes. De volgende classificatie van links sluit nauw aan bij de eerste vier concepten voor navigatie in cyberspace.

  1. Pagina Links - Sequentialisatie
    Met pagina-links wordt de oorspronkelijke volgorde van de pagina's tot stand gebracht zoals deze bedoeld wordt door de hypermedia auteur. Zij verbinden een specifieke pagina met zijn voorganger previous en opvolger next en schept dus een lokaal opeenvolgende contekst voor die pagina.

  2. Hiërarchische Links
    Hiërarchische links reflecteren de logische ordening tussen de originele pagina's of secties van het document. Omdat de meeste documenten inherent hiërarchisch zijn gestructureerd, vormen hiërarchische links het krachtigste middel om op een gemakkelijke en gebruiksvriendelijke manier in hyperdocumenten te navigeren.

  3. GelijksoortigheidsLinks
    Gelijksoortigheidslinks verbinden pagina's die een vergelijkbare inhoud hebben, maar die nog niet verbonden zijn door pagina of hiërchische links.

  4. Zoek Links
    Zoeklinks worden automatisch gegenereerd in reactie op een zoekopdracht die aan een ontsluitingssysteem is verzonden.

  5. Referentie Links
    Referentie links zijn ingebed in de oorspronkelijke tekst en verwijzen naar andere knooppunten of passages binnen de oorspronkelijke tekst, 'zie sectie 9' of '[Anderson 1999]'. Referentielinks zijn dus een speciaal geval van gelijksoortigheidslinks.
Daarnaast kunnen links ook worden ingedeeld naar hun technische eigenschappen. Technisch gezien is een link een expliciete relatie tussen bronnen of delen van bronnen. Een bron is elke adresseerbare eenheid van informatie: bestanden, documenten, plaatjes, programma's en zoekresultaten.

Index


NavigatieStructuren

Goed gebouwde educatieve sites hebben meestal een complexe navigatiestructuur. Dat heeft niet alleen te maken met de complexiteit van het onderwerp van de cursus zelf, maar ook met de multi-functionaliteit van de communicatieve en samenwerkingsvoorzieningen die in elektronische leeromgevingen zijn ingebouwd (zie de implementatie van deze functionaliteiten in BlackBoard). In het algemeen kan de navigatie van educatieve sites op de volgende manier worden gestructureerd:

Lineair
Eenvoudig en geannoteerd lineair
De eenvoudige lineaire navigatiestructuur is niets anders dan een printfictie op het scherm met elektronische instrumenten voor het omslaan van pagina's. De meeste teksten worden nog steeds op het net gepubliceerd alsof zij op papier werden gepubliceerd. Daarnaast wordt ook veel gebruik gemaakt van de annotatieve navigatiestructuur, die vergelijkbaar is met het traditionele werken met voetnoten. De lezer kan kiezen of deze meer informatie over een bepaald onderwerp of tekstonderdeel wil hebben, maar moet daarna weer terugkeren op het hoofdpad van het leertraject. De lezer kan hoogstens kiezen om het zijpad uit te breiden of een omweg te nemen. De knooppunten buiten het hoofdtraject leiden de lezer niet naar een volledig ander traject. Zij bieden slechts de mogelijkheid om de kennis van het gepresenteerde materiaal te verrijken. Elk van deze aanvullende elementen zou ook automatisch gepresenteerd kunnen worden op de documenten die samen het hoofdtraject vormen. Maar door deze keuze aan de lezer over te laten voelen zij zich meer betrokken.
Studenten navigeren achtereenvolgens van de ene pagina of frame naar het andere. Bij een lineaire structuur is de enige keuzemogelijkheid die de lezer heeft 'vooruit' of 'terug'; een leerling kan hoogstens kiezen met welk 'hoofdstuk' er begonnen wordt. Veel studenten houden van dit soort rechtlijnige verkenning omdat zij gewend zijn om boeken te lezen. Dit kan een goede reden zijn om een eenvoudige lineaire navigatiestructuur te gebruiken. Maar het is ook een tamelijk luie en niet-creatief gebruik van het hypertekstuele repertoire dat beschikbaar is om educatief materiaal op het internet te presenteren. En we kunnen er zeker van zijn dat de domende jaren veel studenten niet meer zo vertrouwd zijn met de 'monnikken' praktijk van het pagina per pagina lezen van een boek.

Hiërarchisch
Studenten navigeren langs de takken van een boomstructuur ('hypertree') die gevormd is door de natuurlijke logica van de inhoud van de cursus. Zo'n boomstructuur wordt gemakkelijk begrepen. Hiërarchieën zijn een archetypische organisatievorm van informatie (het archetype is ingebed in het universele feit dat alle menselijke wezens in het leven stappen als kleine kinderen). Bij een hiërarchische of vertakkende navigatiestructuur hebben lezers steeds de keuze uit een aantal elkaar uitsluitende mogelijkheden. Een probleem met de boomstructuur is de exponentiële groei van het aantal benodigde teksten. Om deze reden komen de verschillende paden soms samen, of wordt vaker dan bij andere structuren een einde gemaakt aan bepaalde vertakkingen.

Non-lineair
Studenten navigeren vrij door de inhoud van de cursus. Dit kan af en toe tot disoriëntatie leiden, maar occasionele disoriëntatie is kenmerkend voor alle soorten van serieus leren. Net als bij het zoeken van je weg in een nieuwe stad je altijd weer terugbrengt naar een punt waar je niet weet hoe je verder moet gaan (of hoe je terug kunt komen bij het vertrekpunt). Disoriëntatie is een natuurlijk en positief aspect van reflexieve leerprocessen.

Samengesteld
Studenten kunnen vrij (non-lineair) navigeren, maar zij worden bij tijd en wijlen beperkt tot lineaire of hiërarchische presentaties. Het gegeim van de structurering van de leerervaring ligt in een behendige combinatie van lineaire, hiërarchische en non-lineaire navigatiestructuren. Het is altijd de balans tussen regelmatigheid en onregelmatigheid die belangstelling wekt en de aandacht houdt van studenten. Een samengestelde of hybride navigatiestructuur kan helpen om de grenzen vast te stellen waarbinnen leergedrag kan variëren, en binnen deze grenzen de kans dat specifieke leertrajecten daadwerkelijk worden gevolgd.
Wanneer men in een cursus meerdere leertrajecten wil organiseren ligt een multi-lineaire structurering van de navigatie voor de hand. In een eenvoudige multi-lineaire structuur kunnen een aantal lineaire leertrajecten los van elkaar worden gevolgd. Deze leertrajecten komen aan het einde van de cursus pas weer bijeen. Bij een eenvoudige multi-lineaire structurering lopen de afzonderlijke leerpaden onvervlochten naast elkaar. In meer complexe multi-lineaire structuren zijn de afzonderlijke leerpaden met elkaar vervlochten. Wanneer de afzonderlijke leerpaden elkaar regelmatig kruisen ontstaat een multi-lineaire vlechtstructuur. Vanuit een gemeenschappelijk beginpunt vertrekken meerdere leerpaden die telkens weer met elkaar convergeren, om vervolgens weer hun eigen richting te vervolgen. Een eenvoudig voorbeeld hiervan is een leerprogramma over voortplanting dat begint instructies over algemene kenmerken van voortplanting bij planten, dieren en mensen. In elke leercyclus worden in afzonderlijke leerpaden eigenschappen bestudeerd van bepaalde species, aan het eind waarvan de resultaten van deze eerste cyclus worden gedeeld, voordat de tweede leercyclus begint.

Het grote voordeel van multi-lineaire structurering van de leerinhoud is dat hiermee tegemoet gekomen kan worden aan de diversiteit van belangstellingen en voorkeuren van studenten. Binnen de grenzen van het globale leertraject kunnen zij zelf leerpaden kiezen die voor hen het meest interessant zijn. Van docenten vereist dit een grote inzet bij de inrichting van hun elektronische leeromgeving.

Index


Visualisatie van hyperstructuren

Grafische overzichten zijn zowel een hulpmiddel voor oriëntatie als voor navigatie. De belangrijkste functie van een grafisch overzicht is dat het de gebruiker duidelijk wordt wat de structuur van de hypertekst is en het opbouwen van een mentaal model mogelijk te maken. Gebruikers die een duidelijke voorstelling hebben van de structuur van een hypertekst verliezen zelden de oriëntatie, omdat zij in staat zijn om hun actuele positie in het hypertekstuele netwerk te bepalen. Omdat er ondanks dat toch oriëntatieproblemen kunnen optreden moet het grafische overzicht op elk moment vanuit elk knooppunt snel bereikbaar zijn.
  1. Grafische boom
    Een van de standaard grafische notaties voor het visualiseren van hiërarchische boomstructuren is de grafische boom. Hoewel dit een erg populaire en flexibele manier is om hiërarchische structuren te representeren, kent het ook zijn grenzen. Zodra het aantal knooppunten en hiërarchische niveaus te groot wordt, wordt deze representatie te verwarrend en onoverzichtelijk.

    Tree 1
    Figure 2: Grafische boom

  2. Inspringing
    Tree 2
    Figuur 3: Inspringing
    Figuur 3 toont dezelfde grafiek in de inspring variant. Dit elimineert de behoefte aan expliciete boomtakken en maakt ook een duidelijker onderscheid tussen de hiërarchische en de willekeurige grafische structuur. De inspring-visie suggereert echter een sequentiële ordening van de kinderen van elk knooppunt.

  3. Geneste serie: 'Nested Set Notation'
    Bij de geneste serie wordt de boomstructuur ruimtelijk weergegeven door elk knooppunt te nestelen binnen zijn ouder knooppunt. Deze representatie is superieur aan de twee eerder genoemde benaderingen voor het redigeren van de boomstructuur. Deze methode is de beste visueel onderscheiden techniek voor het visualiseren van hiërarchische en graafstructuren. De enige beperking voor de plaatsing van een knooppunt is de ordening binnen de grenzen van zijn ouders.

    Tree 3
    Figuur 4: Geneste serie

    Om de representatie van informatie te verbeteren door het verbergen van informatie, kunnen drie technieken worden gehanteerd:

    • Onderdrukking van kleine vertakkingen: 'Subtree Detail Suppression'
      Het is mogelijk om de geselecteerde subhoofstukken alleen te representeren alleen door hun kader. In figuur 4 zou hoofdstuk "F" alleen gerepresenteerd kunnen worden door het kader zonder de twee knooppunten ("E" en "F") die daarin zitten te tonen. Wie een heel netwerk wil tonen moet meestal abstraheren van details. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door slechts die knooppunten te tonen die tot een bepaalde hiërarchsich niveau behoren. Knooppunten die dieper in de hiërarchie verborgen gaan, worden weggelaten.
    • Selectie van zijtakken: 'Subtree Display Selection'
      Een gebruiker kan zich hoger of lager in de boomhiërarchie bewegen en elk subhoofdstuk met zoveel aanvullende informatie vullen als gewenst.
    • Link erving: ' Link inheritance'
      Het concept van link erving is geïntroduceerd om links te onderdrukken die in een lokale contekst niet van belang zijn. Hierdoor worden alleen de links getoond die knooppunten verbinden met dezelfde voorouder. Stel dat de gebruiker zich concentreert op hoofdstuk "D" in figuur 4, dan zou de link tussen het linker knooppunt in "C" en het ene knooppunt in "E" worden onderdrukt.

  4. Tree-Maps
    Een boomkaart ('tree-map') is een ruimte-efficiënte manier om hiërarchische informatie te representeren [Johnson/Shneiderman 1991]. Boomkaarten zijn daarom erg geschikt voor de representatie van erg grote boom-hiërarchieën. Een tekening van een boomkaart heeft de volgende eigenschappen:
    1. Als knooppunt_1 een ouder is van knooppunt_2, dan omvat het kader van knooppunt_1 volledig het kader van knooppunt_2 (of het is daaraan gelijk).
    2. De kaders van twee knooppunten overlappen elkaar alleen wanneer een knooppunt de ouder is van de ander.
    3. Knooppunten bezetten een ruimte die strikt evenredig is aan hun gewicht.
    4. Het gewicht van een knooppunt is groter dan of gelijk aan de som van de gewichten van zijn kinderen.

    Tree 4
    Figuur 5: Boomkaarten

    Boomkaarten zijn met name nuttig voor het geven van een snel overzicht wanneer de hiërarchie erg groot is en duizenden knooppunten bevat. Door de omvang van de knooppunten te variëren naar hun gewicht krijgen gebruikers extra informatie over de structurering van het materiaal. Hetzelfde geldt voor het gebruik van een betekenisvolle kleurcode.

    Dynamische boomkaarten
    In dynamische boomkaarten kan de gebruiker inzoemen op speciale informatieniveaus (boomtakken) of op speciale onderwerpen (bladeren). Een aantal voorbeeld daarvan zijn opgenomen in de site van TouchGraph. Met de TouchGraph Google Browser kun je een dynamische representatie laten construeren van een site naar eigen keuze.
    Met behulp van boomkaarten wordt het verkennen van hiërarchisch gestructureerde gegevens vergemakkelijkt. Door de hele informatiestructuur op een computerscherm te comprimeren, krijgt de gebruiker direct nagivationele aanwijzingen. Op deze manier wordt het probleem van het 'verloren gaan in cyber/hyperspace' van een andere kant aangepakt. Wanneer er op de kaart ingezoemd kan worden, kan de gebruiker zelf bepalen hoeveel niveaus van detaillering hij wil zien. Boomkaarten bieden dus een krachtige en efficiënte manier om hiërarchische structuren te representeren.

  5. Meerdere bomen: 'Multitree'
    Tree 5
    Figuur 6: Multitree
    Multitrees zijn gerichte acyclische grafieken (DAG = 'directed acyclic graph') die grote, identificeerbare substructuren (bomen) hebben. In een multitree vormen de afstammelingen van elk knooppunt een boom. Multitrees zijn dus clusters van bomen die takken met elkaar delen. Voorbeelden van multitrees zijn te vinden in geneologieën (familie stamboom). Multitrees geven een natuurlijke notie van contekst (tonen van ouders) en inhoud (tonen van afstammelingen), en zijn daarom erg geschikt voor hergebruik van hiërarchische structuren.

Index


SiteKaarten

Een van de nagivatie-instrumenten is de sitekaart. Een sitekaart is een grafische representatie van de architectuur van de website. Een sitekaart wordt gebruikt om het bestaande navigatiesysteem te complementeren. Kaarten werden gebruikt om een weg te vinden over de oceanen, door steden en in supermarkten. Het ligt daarom voor de hand om kaarten te gebruiken om onze weg te vinden in websites.

Kaarten van de fysieke wereld geven niet de exacte geografie van een gebied weer. Nauwkeurigheid en schaal worden opgeopfferd representatieve contekstuele indicaties die ons helpen door een doolhog van snelwegen en bijwegen de weg te vinden naar onze bestemming. Hoe hoger het niveau van abstractie, des te intuïtiever de kaart vaak is. Maps of the physical world do not present the exact geography of an area. Accuracy and scale are sacrificed for representive contextual clues that help us find our way through the maze of highways and biways to our destination.

Tekstuele inhoudsopgaves zijn goede instrumenten om de actuele geografie van een website te tonen. Grafische sitekaarten kunnen het beste worden gebruikt om inzicht te geven in het hogere niveau van conceptuele organisatie van informatie. Zij kunnen nuttig zijn voor energieke home metaforen en gebruikers uitnodigen om de informatie vanuit een ander perspectief te bekijken. Veel universiteiten gebruiken de organiserende metafoor van een virtuele campus.

Index Intuïtieve Navigatie

De meest ideale methode om een website te verkennen is intuïtieve nagivatie. Websites die die nuttig, snel en gebruiksvriendelijk zijn, worden gekenmerkt door (i) een logische structurering van de aangeboden informatie, (ii) constentie indicatie van de 'plaats' waar men zich bevind, en (iii) referenties naar bronnen die voor het betreffende onderwerp relevant zijn.

Intuïtieve navigatie wordt gestimuleerd door diversiteit en onregelmatigheid van de metodiek van navigatie. De verbindingen moeten op een goed gedefinieerde en duidelijk afgebakende manier worden gecodeerd. Met sub-menu's. zoekfuncties en site-kaarten krijgen bezoekers van een site de middelen in handen om te vinden waarnaar zij op zoek zijn.

De kleur van tekst en achtergrond is een effectief middel om een visueel onderscheid te maken tussen de onderdelen van een website.

De opbouw van een online cursus kan in een beslissend opzicht anders zijn dan vroeger. De interactieve aard van het internet maakt het mogelijk om de opbouw en uitbouw van cursussen tot een interactief proces te maken, waarin optimaal gebruik gemaakt wordt van collegiale deskundigheden en inbreng van studenten.

Het ontwerp van digitale leeromgevingen moet zo worden ingericht dat het studenten motiveert om hun verkenning van een kennisdomein te continueren.

Index Referenties

  1. Webdesign and Navigation (SocioSite) - Online bronnen

  2. Asahi, T. / Turo, D. / Shneiderman [1994]
    Using treemaps to visualize the analytic hierarchy process.
    Technical Report CAR-TR-719, Department of Computer Science, University of Maryland, College Park, MD.

  3. Card, Stuart, K. / Mackinlay, Jock D. / Shneiderman, Ben [1999]
    Readings in information visualization: using vision to think.
    San Francisco: Morgan Kaufmann.

  4. Feiner, Steven [1988]
    Seeing the Forest for the Trees: Hierarchical Display of Hypertext Structure.
    In: Preceedings of the ACM March '88, pp. 205-12.

  5. Fleming, Jennifer / Koman, Richard [2002]
    Web Navigation: Designing the User Experience.
    O'Reilly.

  6. Johnson, B. / Shneiderman, B. [1991]
    Treemaps: A spece filling approach to the visualization of hierarchical information.
    In: Proceedings of IEEE Visualization '91 Conference, pp. 284-91.

  7. Koyani, S. /Nall, J. [1999]
    Web Site Design and Usability Guidelines.
    Bethsda, MD: National Cancer Institute.

  8. Marold, Kathryn, A. / Larsen, Gwynne / Marold, Kathy [2002]
    Internet Navigation and Exploration.
    EMC Paradigm.

  9. Studio 7.5. [2002]
    Navigation for the Internet and Other Digital Media.
    Sterling

  10. Ware, Colin [2000]
    Information Visualization: Perception for Design.
    San Francisco: Morgan Kaufmann.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

26 September, 2013
Eerst gepubliceerd: December, 2003