Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Virtueel Ondernemen

— Bouwstenen voor een economische sociologie van de virtuele onderneming —

Albert Benschop

button Telewerk
button Virtuele Organisatie & Communicatie
button Kennismanagement
button Telemanagement

Virtuele ondernemingen ontstaan wanneer juridisch zelfstandige ondernemingen of zelfstandige personen aan een bepaald project of voor bepaalde afnemers samenwerken. De samenwerking is daarbij vaak temporeel beperkt, regionaal verdeeld, of zelfs globaal; zij benut vaak de (open) elektronische netwerken als centraal communicatie-instrument. Er ontstaan virtuele ondernemingen die in een deel van de wereld volledig uitgerust aanwezig kunnen zijn, hoewel zij daar alleen maar de zakelijke functies fysiek hebben opgebouwd die dicht bij de klanten staan, terwijl de overige afdelingen in andere delen van de wereld zijn gelokaliseerd. Binnen deze en tussen deze ondernemingen ontstaan virtuele teams van groepen individuen die in de uitvoering van een bepaald project samenwerken, terwijl zij zich op verschillende lokaties bevinden.

Virtuele teams

'Samenwerken op afstand', dat kan tegenwoordig. Binnen en tussen organisaties ontstaan er steeds meer virtuele teams. Virtuele teams zijn groepen individuen die in de uitvoering van een bepaald project samenwerken, terwijl zij zich op verschillende lokaties bevinden. Virtuele teams zijn ontstaan vanuit de behoefte van organisatieleidingen om projecten zo snel mogelijk uit te voeren met gebruikmaking van de vaardigheden van groepsleden die geografisch verspreid zijn.

Ter ondersteuning van verspreide virtuele groepen zijn diverse communicatietechnologieën ontwikkeld. Voorbeelden van deze communicatietechnologieën zijn elektronische post (persoonelijke email- en groepmail via Mailing Lists), nieuwsgroepen en discussiefora, chat (IRC & ICQ), audio- en videoconferenties. Met deze technologieën stellen organisaties in staat om virtuele teams te vormen door het opheffen van de geografische grenzen die groepen scheiden. Deze virtuele teams kunnen worden opgeheven, of door andere figuraties worden vervangen. De telecom-technologieëen maken samenwerkingen tussen werkgroepen en organisaties mogelijk die anders niet eens overwogen zouden worden.

De cruxiale vragen liggen op organisatorisch, arbeidstechnisch en personeel vlak:

Het beperkte empirisch onderzoek dat tot nu toe over deze kwesties gedaan is doet vermoeden dat de communicatietechnologie groepsprocessen faciliteert door het vergroten van het probleemoplossende vermogen van de groep, door het verbeteren van groepsinteractie en het versterken van tevredenheid met het taakproces en de oplossingen die daaruit voortvloeien.

De ervaringen tot nu toe laten zien dat virtuele teams zich in het algemeen beter weten te houden aan het tijdschema, meer binnen de begroting blijven en een optimalere produktiviteit vertonen.

Vanuit de psycho-sociale optiek wordt in evaluaties sterk de nadruk gelegd op de mate van ervaren vriendelijkheid en wederzijdse ondersteuning, op positieve gevoelens verbonden met interacties, op verworven kennis en vaardigheden, op het plezier waarmee men participeert, en op het gevoel van trots en eigenwaarde als gevolg van het deelnemen aan de uitvoering van een project.

Index Virtuele Ondernemingen

De geglobaliseerde competitie in het informationele kapitalisme vereist dat ondernemingen zeer lenig moeten zijn. Sterke, toekomst gerichte ondernemingen zijn slank maar buigzaam (dus niet gemakkelijk breekbaar), behendig maar betrouwbaar (dus niet inflexibel). Lenigheid is een samenvattend antwoord op de zakelijke uitdagingen van een snel veranderende, permanent fragmenterende, globale markten voor goederen en diensten met een hoge kwaliteit, hoog prestatievermogen en sterke klantgerichtheid. Bedrijven die niet lenig genoeg zijn worden gebroken.

Steeds meer bedrijven gaan ertoe over om samen een virtuele onderneming te vormen omdat zij kansen willen benutten die zij niet zouden krijgen wanneer een individuele onderneming op eigen kracht blijft opereren. Zo'n virtuele onderneming bestaat net zolang als nodig is om het gestelde doel te bereiken. Wanneer dit doel bereikt is, wordt de organisatie weer opgeheven.

Ze worden virtuele ondernemingen genoemd, maar de voordelen die zij bieden zijn allesbehalve virtueel. Er zijn een aantal redenen waarom bedrijven ertoe overgaan virtuele ondernemingen (of virtuele organisaties) te vormen:

Virtuele organisaties komen tot stand door het gebruik van een of meer van de volgende samenwerkingsmechanismen: partnerschap, joint ventures, strategische allianties, leverancier-onderaannemers, coöperatieve overeenkomsten, uitbestedingscontracten, royalty of licentie overeenkomsten.

Het succes van virtuele ondernemingen is afhankelijk van de volgende condities:

Meer informatie over snelle en lenige ondernemingen is te vinden bij Fast Companies.

Index Een anti-kantoor

De succesverhalen van nieuwe virtuele ondernemingen zijn dagelijks nieuws. Het zijn organisaties zonder grenzen en misschien moet men zelfs zeggen dat het helemaal geen organisaties zijn, het lijken soms eerder dis-organisaties. "This organization is dis-organization" zou men boven de denkbeeldige muren van het kantoor van het in Tuborg (Denemarken) gevestigde onderneming Oticon kunnen zetten. De directeur van dit gehoorapparaten producerende bedrijf, Lars Kolind, heeft deze dis-organiatie zelf in gang gezet. Hij beschouwt de organisatie zelf als de grootste vijand van de nieuwe organisatie die hem voor ogen stond. Daarom schafte hij de formele organisatie af: geen functies meer en ook geen afdelingen. De nieuwe eenheid van werk werden projecten. Er worden regelmatig nieuwe teams gevormd, opgeheven en weer nieuwe gevormd, al naar gelang het werk het vereist. Projectleider kan iedereen worden die een goed idee heeft. Zij beconcurreren elkaar om bronnen en mensen aan te trekken teneinde resultaten te leveren. De eigenaars van de projecten zijn de leden van een tien-koppig managementsteam. Zij leveren advies en ondersteuning, maar nemen weinig feitelijke beslissingen. De onderneming heeft ongeveer honderd van dergelijke projecten, en de meeste mensen werken in meerdere projecten tegelijkertijd. Het lijkt nog het meest op een vrije markt in het werk (of misschien kun je zeggen: een werkende vrije markt).

De organisationele structuur van deze onderneming weerspiegelt zich ook in haar fysieke ruimte. Alle tekenen van hiërarchie zijn verdwenen, het hoofdkwartier van het bedrijf is een anti-papier anti-kantoor met uniforme mobiele werkstations die bestaan uit bureaus zonder laden en geavanceerde computers die op een netwerk zijn aangesloten. Mensen zijn altijd in beweging, hun 'kantoor' is daar waar zij voor een bepaalde tijd - van een paar weken tot een paar maanden - participeren in een project.

Kenniswerkers worden geacht zich steeds te bewegen, ze worden geacht in meerdere opzichten lenig te zijn. Ondanks alle mogelijkheden die de computergemedieerde communicatie ons bieden wordt in dit bedrijf zeer veel waarde gehecht aan de ouderwetse (niet door comuputers of electronische netwerken gemedieeerde) face-to-face communicatie. Daarnaast zijn uiteraard ook mobiele telefoons belangrijk omdat de werknemers altijd op stap zijn en anders niet bereikbaar zouden zijn voor klanten en leveranciers. De probleem is hoe deze GSM-technologie geïtegreerd kan worden met internetregelateerde communicatiemogelijkheden. De algemene trend is dat al deze vormen van commucatie zodanig geïtegreerd worden dat vanaf elke plaats (met aan internet verbonden computer), ten alle tijde toegang verkregen kan worden tot elke vorm van communicatie. Recente technologische hulpstukken zijn de mobiele telefoons met ingebouwde internetfuncties, of een toegang tot het totale internet, aanvuld met gsm-functies. De uiteindelijke richting van de technologische innovaties die we nu passeren is in details uiteraard moeilijk te voorspellen, maar het is wel duidelijk dat we met rasse schreven afstevenen op een communicatiepraktijk waarop elk individu, op elke plaats ter ditgitale wereld, op elk willekeurig tijdstip in staat is tot synchrone en asynchrone uitwisseling van berichten met wie (welke personen of groepen) of wat (welke sites, pagina's of databanken) hij/zij maar wil.

In de denktank van het bedrijf wordt gebruik gemaakt van technologie waarmee gedeelde creativiteit kan worden ondersteund. In de grote conferentieruimte die volstaat met computers en heeft 'groupware' systemen voor elektronisch brainstormen en elektronische schrijfborden die verbonden zijn met apparaten voor videoconferentie. Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat dit de snelheid van het intellectuele proces aanzienlijk bevordert. De 'groupware' wordt niet alleen gebruikt voor het nemen van kritieke beslissingen, maar ook voor het collectief schrijven van technische handleidingen. Soms werken er zo'n tien mensen tegelijkertijd aan één document.

Het succes van deze onderneming was zo groot, dat het de internationale pers heeft gehaald. Op de nogal vlakke markt voor gehoorapparaten slaagde Oticon erin om haar marktaandeel te verdubbelen. De operationele winsten waren in 1995 bijna tien maal zo hoog als in 1990. Er worden twee keer zo snel nieuwe produkten ontwikkeld als andere bedrijven. Het bedrijf heeft minstens tien belangrijke produktinnovaties op haar naam staan, waaronder het eerste digitale gehoorapparaat (DigiFocus). Des te opvallender is dat men in het bedrijf een heel ontspannen sfeer aantreft: "We're not fast on the surface; we're fast underneath" zegt directeur Kolind. Vrij vertaald betekend dit dat wie slim en weloverwogen beslissingen neemt over technologie, arbeid en organisatie van de (meer of minder) gevirtualiseerde onderneming geen overspannen werkklimaat voor de kenniswerkers schept of hoeft te scheppen.

Misschien is het dis-organiseren wel een van de belangrijkste taken van het topmanagement om de onderneming overeind te houden.

Toch vertoont ook deze 'non-organisatie' op een punt een duidelijk organisationeel patroon: het principe van de tijdshorizon. De mensen en team zijn ingedeeld op basis van de tijdshorizon van hun projecten. De teams die zich richten op de korte-termijn doelen van de onderneming (verkoop, marketing, klantenservice) zijn verhuisd naar de bovenste verdieping. De mensen die werken aan middellange-termijn projecten (zoals het verbeteren van bestaande produkten) en het lange-termijn onderzoek verhuisden naar de tweede verdieping. Mensen die zich bezighouden met technologie, infrastructuur en ondersteuning gingen naar de eerste verdieping.

Is dat de uiterlijke vormgeving aan de beruchte 'value chain'? Zijn dat indicaties voor de mate waarin bepaalde typen activiteit van een organisatie daadwerkelijke waarde toevoegen aan het produkt? Maakt dat duidelijk welk antwoord we kunnen geven op de vraag op wiens een onderneming zich richt: die van de klanten, werknemers of aandeelhouders? Maakt dat duidelijk welk antwoord we kunnen geven op de vraag op wat voor soort waarden een onderneming zich richt: gebruikswaarde, ruilwaarde, marktwaarde, winstwaarde?

Een ding is duidelijk, het is niet erg makkelijk om vast te stellen wat 'toegevoegde waarde' is. Naarmate organisaties meer onderling met elkaar en met hun omgeving verbonden worden is worden de 'waarden' steeds complexer en multidimensionaler (tenzij men deze waarden bij voorbaat reduceert tot toegevoegde 'ruilwaarde'). Al is het alleen maar omdat men steeds meer rekening moet gaan houden met de rol die informatie kan spelen in het toevoegen van waarde, of nog belangrijker: in het scheppen van waarde.

Maar misschien hebben we hier te maken met een geheel nieuw fenomeen. Het verschijnsel dat organisaties worden ingericht naar het temporele perspectief van de activiteiten die in een project gebundeld zijn. Dat doet overigens wel denken aan het heel oude temporele perspectief waarmee militairen genieën hun overwinningen behaalden: strategisch, taktisch en operationeel. Ofwel: de korte, midellange en lange termijn als in elkaar geneste, maar toch eigensoortige tijdritmes die op de een of andere manier gesynchroniseerd moeten worden. In ieder geval levert deze vorm van 'disorganisatie' ('No titles. No offices. No paper') een paar spannende vragen op voor iemand die in de sociologie van de tijd geïnteresseerd is.

In virtuele ondernemingen lijkt het hoogste doel niet zozeer het 'als de koppen maar in de juiste richting staan' te zijn, maar veeleer het 'als de horloge maar gelijk staan'. Vandaar dat in gevirtualiseerde ondernemingen vooral een premie staat op het 'op tijd leveren van wat belooft is'. Binnen de virtuele onderneming bestaat een relatief grote vrijheid voor individuele werknemers (relatief omdat deze vrijheid altijd door exploitatieprocessen structureel gelimiteerd en incidenteel doorbroken wordt). Topmanagers maken zich niet zo'n zorgen wanneer er meer bronnen worden gebruikt dan gepland waren, zij maken zich zorgen om tijd: "Deadlines are what really matter." De bijna absolute en ultieme limiet is deze: zorg ervoor dat je 'precies op tijd' het beloofde produkt klaar hebt of de aangeboden dienst hebt geleverd. En als je te laat bent dan ben je dood. Je tijd is op ("You're out of time") of je bent minstens uit de maat ("You're not in Sync."). Wanneer iemand tegen je zegt dat de tijdsritmes zo sterk verschillen dat botsingen die hieruit voortvloeien onaangenaam zijn en niet opwegen tegen de voordelen, dan is het tijd om uit elkaar te gaan.

Natuurlijk is dit geen volledig nieuw inzicht. Kapitalistisch georganiseerde economische systemen worden al sinds heugenis gekenmerkt door een heel specifiek tijdseconomisch principe: het exploitatieprincipe is dat het wettelijk en feitelijk is toegestaan om de produkten van die een werknemer in de 'meerarbeidstijd' zonder tegenprestatie toe te eigenen (deze meerarbeidstijd' resulteert in 'meerarbeid' die zich op haar beurt op de markt manifesteert in de uiteindelijk winst voor de ondernemer). De arbeidstijd die nodig is om het waarde-equivalent van de kosten van levensonderhoud van de werknemer te produceren (het arbeidsloon) is per definitie korter dan het totaal aantal uren dat de werknemer heeft gewerkt. Het verschil tussen de voor het levensonderhoud van werknemers noodzakelijke arbeidstijd en de totale arbeidstijd is sinds Marx gedefinieerd als de 'meerarbeidstijd' die resulteert in 'meerwaarde' en die zich op de markt manifesteert als 'winst'.

Men kan deze discussie ook veel eenvoudiger voeren door te verwijzen naar uitspraak van Benjamin Franklin: "Remember that time is money." Een van de belangrijkste factoren van de 'toegevoegde waarde' zou wel eens de tijd kunnen zijn, de waarde van het 'precies op tijd' kunnen leveren van de juiste goederen of diensten aan de juiste mensen, groepen, organisaties en instellingen.

Men kan deze gedachte ook omkeren.

Deze gedachte is minder schokkend dan zij lijkt: als tijd in geld kan worden uitgedrukt, dan moet geld ook als functie van tijd kunnen worden uitgedrukt. Dit is alleen maar onder - nader te specificeren - condities waar.

Mensen hebben een bepaalde tijd van leven en hebben om in hun levensonderhoud te voorzien een bron van inkomsten nodig welke een aangenaam ('comfortabel'), aimabel ('sociaal') en boeiend ('uitdagend') leven mogelijk maakt. Daarom kennen mensen niet alleen een hoge waarde toe aan de kwaliteit van het bestaan (het materieel-sociale levenspeil), maar ook en misschien zelfs vooral aan hun levenstijd. Wie beschikt er over de tijd die mensen besteden om in hun levensonderhoud te voorzien? Waarom zijn mensen gedwongen om de beschikkingsmacht over een deel van hun levenstijd —middels 'verhuur' van het eigen arbeidsvermogen— over te dragen aan andere individuen, aan ondernemers? Waarom is het maatschappelijk en wettelijk toegestaan om andere individuen te exploiteren?

Dat zijn irritantie vragen met een sterk normatieve lading. Hoewel dit geen reden is om dergelijke vragen uit de weg te gaan (integendeel!), kunnen zij ook iets empirischer worden gesteld. In welke mate kunnen welke soorten werknemers beschikken over hun eigen arbeidstijd? In welke mate kunnen ondernemers of door hen aangestelde en gecontroleerde managers feitelijk beschikken over de arbeidstijd van hun werknemers?

Voor een sociologie van het internet lijken dit op het eerste gezicht geen interessante problemen. 'Dat wisten we al', krijg je soms te horen. Maar wat we al wisten is daarom nu nog niet onwaar. De sociologie van het internet is een sociologie van virtuele werelden en geïmagineerde samenlevingsverbanden. Het zijn complexe figuraties:

Net als alle andere traditionele of lokale samenlevingsverbanden bestaan zij hoofdzakelijk 'tussen onze oren': wij beelden ons in dat wij tot deze of gene samenleving, cultuur of subcultuur behoren en ontlenen daaraan onze sociale identiteit(en). Wanneer en in die mate dat meerdere mensen internet situaties als werkelijk definiëren, zijn zij werkelijk (dus effectief) in hun gevolgen. Het lijkt op de werking van magnetische velden: de richting van het magnetisch veld is alleen te meten aan de hand van de effecten die dit heeft op bijvoorbeeld de richting van de ligging van ijzervijlsel. Sinds de vormvelden theorie van Einstein zouden we niet al te verrast moeten zijn over dit fenomeen.

Een sociologie van het internet is onderdeel van een wetenschappelijke analyse van de samenleving. Een maatschappijanalyse kan zich niet meer worden beperken tot louter lokale sociale relaties interacties en transacties, noch louter virtuele figuraties. De 'werkelijke' samenleving is een complex samenstel van lokale en virtuele verbanden geworden.

Index Apple: op bestelling gebouwd

Dat Apple snelle en gebruiksvriendelijke computers bouwt is bekend. Minder bekend is de manier waarop deze computers worden geproduceerd. Sinds kort kunnen op de Amerikaanse website direct via het internet Apple computers worden gekocht. Dat is op zichzelf niet zo opzienbarend, maar wel de manier waarop deze bestellingen worden gekoppeld met een nieuw produktieproces.

In de WebStores kunnen PowerMac's besteld worden op het 'build-to-order' (BTO) principe. De klant kiest een PowerMac en bepaalt daarbij zelf de specifieke configuratie, d.w.z. wat er aan disks, modems, RAM, Zips en kaarten ingebouwd moet worden. Op het moment dat de order wordt geplaatst komt de gepersonaliseerde Mac in het productie-systeem en wordt hij in elkaar gezet. Via e-mail kan de klant zich gedurende het hele productieproces op de hoogte laten houden van de status van zijn eigen Mac (productie, transport, aankomstdatum).

De BTO-strategie is een modelvoorbeeld van toepassing van het 'just-in-time' principe. Het produktieproces in de assemblage vestigingen is zodanig gereorganiseerd dat het bedrijf zonder grote voorraden toch in staat is om bijna 400 verschillende Macintosh configuraties te leveren. Het distributiesysteem is zodanig herzien dat er nog maar twee grote distributeurs zijn overgebleven. De Value Adding Resellers blijven bestaan. Maar voor de retail heeft Apple een contract gesloten met Amerika's grootste computerketen, CompUSA, die in elk van zijn vestigingen een AppleStore inricht.

In Europa zullen we nog even moeten wachten op de Webstores van Apple. Zij zullen daar pas in het voorjaar van 1998 worden geopend. Het distributiesysteem zal hier anders zijn dan in de VS. Naast de webwinkels blijft er plaats voor de 'Apple Centres' en 'Apple Authorized Service Providers'.

Apple adverteert met de leuze "Anyone can use a Mac - Now anyone can build one." Zij maakten al een heel bijzondere produkten met bijzonder snelle chips. Nu hebben zij ook een een heel bijzondere winkel die 24 uur per dag open is en een fabriek waarmee klanten hun eigen Mac kunnen bouwen. "Now look who's running the factory. You". Dat is natuurlijk niet lichtelijk overdreven.

Index Privacy in de knel

Technologieëen die gebruikt kunnen worden om de arbeid zodanig te bevrijden dat de autonomie van werknemers versterkt wordt, kunnen ook worden gebruikt voor het institutionaliseren van een totalitaire systemen van toezicht en controle. Werknemers vrezen niet voor niets hun privacy te verliezen door het installeren van zeer oplettende computerspionnen.

Wie Big Brother software wil gebruiken om zijn werknemers in de gaten te houden, moet dit uitdrukkelijk van te voren melden aan de ondernemingsraad. Maar wie een digitale politieagent op zijn thuiscomputer wil installeren om zijn partner of kinderen te bespioneren, is daar wettelijk geheel vrij in. Potentiële slachtoffers wordt aangeraden om bij onraad de Ctrl-Alt-Delete eens in te drukken. Verwijder 'MskwIns.exe' uit de lijst van actieve processen, en Big Brother is blind.
Er zijn diverse computerprogramma's op de markt waarmee werkgevers precies kunnen controleren wanneer de pc wordt aan- en uitgezet, welke websites een werknemer bezoekt, welke emails aan wie worden verstuurd, welke programma's en wachtwoorden worden gebruikt, enzovoort. Een van deze programma's is Big Brother is watching you - The Computer Spy en werd in 2002 op de markt gebracht door het bedrijf Cyberium Multi Media. Het is een weinig creatieve, maar wel adekwate naam van een programma waarmee werknemers effectiever gecontroleerd kunnen worden.

Volgens werkgevers maken werknemers tijdens hun werktijd steeds meer gebruik van het internet voor privé-briefjes, sekssites, goksites en beursnoteringen. Om dit tegen te gaan zijn sommige werkgevers bereid om drakonische maatregelen te nemen die door werknemers als een digitale dwangbuis wordt ervaren. De werkgeversorganisatie VNO-NCW neemt een meer afgewogen standpunt in. Bedrijfsinterne computerspionnen kunnen een hulpmiddel zijn wanneer er een specifieke verdenking van misbruik bestaat of bij werkzaamheden die de staatsveiligheid of bedrijfsgeheimen betreffen. Daarbij wordt benadrukt dat computerspionnen alleen na toestemming van de ondernemingsraad geïstalleerd mag worden.

"Heimelijke controle is ongepast. Je kunt wel van alles willen controleren, maar de werknemer heeft op zijn werkplek wel degelijk recht op privacy. En hij heeft ook een redelijke mate van vrijheid voor persoonlijke zaken. Zo mag hij op de werkplek gerust de dokter bellen voor een afspraak en een enkel privé-mailtje hoeft ook geen probleem te zijn" [Barbara den Uyl, College Bescherming Persoonsgegevens, 2002].
De vakbonden protesteerden tegen de introductie van Big Brother. "Een werkgever mag niet zomaar snuffelen in de computer van een werknemer" [Rik van Steenbergen, beleidsmedewerker FNV]. Werkgevers mogen volgens de vakbond alleen een onderzoek instellen wanneer er gerichte verdenking bestaat de de werknemer iets met zijn computer doet wat niet in zijn contract staat. De vakbond beroept zich daarbij op de bescherming van de privacy op de werkplek zoals die in wetten en regels is vastgesteld.

In het Europees verdrag inzake de rechten van de mens is vastgelegd dat de werknemer het recht heeft op een zekere mate van vertrouwelijke communicatie op de werkplek zonder inmenging van de werkgever.

Naast Big Brother zijn er diverse vergelijkbare programma's op de markt, zoals CyberSnoop, Desktop Surveillance, eBlaster, Insight, I Spy, Spector Pro, Starr en WinWhatWhere. De meeste van deze programma's leggen toetsaanslagen vast. Meestal wordt een lijst aangelegd van bezochte websites, verzonden mail, chatsessies en dergelijke. Somige programma's maken regelmatig een afbeelding van het scherm. Met WinWhatWhere kan een webcamera worden geactiveerd om te zien wie er achter de computer zit.

Hoe kom je er achter of er digitale spionnen in je computer zijn ingebouwd? Computerspionnen zijn onzichtbaar geïnstalleerd, zonder iconen op desktop of in het startmenu. Sommige programma's verraden zichzelf wanneer je het programma nogmaals probeert te installeren. Wie zich serieus tegen computerspionnen wil wapenen, kan gebruik maken van het programma SpyCop dat in staat is om praktisch alle spionnen te vangen. De SpyCop identificeert én blokkeert honderden spionage en surveillance programma's.

De mogelijkheden om zich te beveiligen tegen grootschalige afluisterpraktijken (Echelon) worden besproken in Privacy beschermen: encryptie.

Index Informatiebronnen

Telewerk

Virtuele Ondernemingen

Ondernemingen en bedrijven

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

26 September, 2013
Eerst gepubliceerd: Oktober, 1997