Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Pornografie in Cyberspace English Version

— Internetvergeiling en cyberseksuele obsessies —

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Vergeiling van het internet

Wat is pornografie?
   Opwekken van seksuele prikkeling
   
Verspreiding en gebruik

Marketing cyberporno

Pornografische verleidingen

Cyberseksuele obsessies

Wereld van seksverslaafden?

Therapie: Sexaholics Anonymous

Informatiebronnen

Gerelateerde teksten
red_button KinderPornografie in Cyberspace
red_button Regulatie van CyberPorno
red_button NetLiefde en CyberSex
red_button CyberStalking


Vergeiling van het internet

Ik ben aan het internetten...
Wat doet iemand die zit te internetten? Mensen maken zich daarbij de meest uiteenlopende voorstellingen. In 2000 moest Erik Poel bij die term meteen denken “aan iemand die op een donker zolderkamertje stiekem porno sites zit te kijken, maar dat natuurlijk niet aan zijn vrouw wil vertellen en op de vraag ‘wat ben je aan het doen’ dus maar antwoordt met ‘ik ben aan het internetten’, weet ze nog niks...”
Seks wordt overdadig geëtaleerd in reclame, video clips en mode — dat schept de suggestie van een tolerant seksueel klimaat. Maar er is een grote kloof tussen hoe seksualiteit in de media wordt gerepresenteerd, en hoe het wordt gepraktiseerd en getolereerd door individuen en gemeenschappen.

Pornografie is een van de meest controversiële thema’s van het internetgebruik in de laatste jaren. De beschikbaarheid van pornografie op het internet heeft een morele paniek teweeggebracht bij overheden, justitiële en politionele instellingen, en bij de traditionele media. Berucht is de Communications Decency Act in de Verenigde Staten (juni 1995) die erop gericht was kinderen te beschermen tegen toegang tot “patently offensive ‘indecent’ sexual material” welke voor hen makkelijk beschikbaar is via pornosites. De omstreden wet beoogde de toegang van minderjarigen tot expliciete afbeeldingen van seksuele activiteiten te beperken. De wet richt zich niet op documenten die een educatieve, politieke, medische, artistieke, literaire en sociale waarde hebben met betrekking tot thema’s zoals seksualiteit, reproductie, mensenrechten en burgerlijke vrijheden. Het Huis van Afgevaardigden en de Senaat stemden voor de wet die obsceniteit en onzedelijkheid op het internet moest uitbannen. Republikein Dan Coats van Indiana noemde het internet “a wild frontier of degraded and degrading pornography ... available to every child with a computer and modem.” In 1997 werd de wet buiten werking gesteld door het Supreme Court.

In conservatieve kringen wordt het internet vaak afgeschilderd als een digitale versie van Sodom en Gomorra, waar pornografie en perversiteit de datastroom reguleren. Ouders worden opgeroepen om hun kinderen in bescherming te nemen tegen schadelijke inhoud (d.w.z. naaktheid) door het installeren van internetfilters, zoals Netnanny, Net Shepard en Cybersitter. De eerste commerciële internetprovider die het virtuele veld tot het midden van de jaren negentig domineerde, Compuserve, prees haar diensten zelfs aan met een ‘gratis’ bescherming tegen ongewenste informatie. In haar zelotische ijver voerde Compuserve zelfs een man op die wat beduusd kijkt omdat zijn vrouw zojuist de Compuserve-filter op de computer heeft geïnstalleerd waardoor hij geen toegang meer krijgt tot ‘seks’. Seks wordt weer taboe gemaakt. Seksualiteit werd door de Compuserve fanaten weer als vies en vunzig achter de elektronische tralies gestopt. Er is weer werk aan de winkel voor de NVSH.

Seks blijft een omstreden onderwerp, of dit nu via digitale of analoge middelen wordt verspreid. De voorstelling en praktijk van seks is nauw verweven met culturele ideologieën en angsten. Seks is iets dat bij voorkeur gebeurt tussen een monogaam heteroseksueel paar in de beslotenheid van de slaapkamer. Wat afwijkt van deze seksuele norm wordt niet beschouwd als variatie maar als ‘deviantie’, als een afwijking van het normale.

Internet is een trainingsveld voor het lokale sociale leven. In de anonieme en daarom relatief veilige omgeving van het internet kunnen mensen experimenteren en hun seksuele voorkeuren en verkennen. Mensen experimenteren met seksuele voorkeuren en —partiële of globale— identiteiten. Sommige progressieve moraalridders vinden dit prima, zolang deze experimenten niet de virtuele grenzen overschrijden en zolang het ‘functioneel’ blijft.

Belangrijkste bezigheid van wetgevers en ouders in relatie tot internet-inhoud is kinderpornografie, en niet zozeer andere vormen van pornografie. Vanaf het begin hebben pedofielen het internet gebruikt om kinderpornografisch materiaal te laten circuleren. Pedofielen fantaseren over seks met kinderen, raken opgewonden van afbeeldingen van seks met kinderen, en sommigen vergrijpen zich daadwerkelijk aan kinderen en leggen deze misdaad op foto of video vast. Er is een algemene consensus dat de morele scheidslijn getrokken moet worden bij kinderporno. In bijna alle gevallen kinderporno immers een duidelijk bewijs van het seksueel misbruik van een kind (behalve in gevallen van pseudofoto’s, d.w.z. van afbeeldingen waarbij geen echt kind betrokken is geweest).

Internet is een enorme, internationale bibliotheek. Natuurlijk vinden sommige mensen het niet leuk dat hun kinderen op het internet rondbanjeren en daar potentieel ‘gevaarlijk’ materiaal kunnen lezen, d.w.z. materiaal dat ongeschikt is voor kinderen. Maar het antwoord is niet om de boeken uit de kast te trekken en de bibliothecarissen te vervolgen.

In de discussie over regulatie van het internet zouden twee thema’s scherp uit elkaar gehaald moeten worden.

Regulatie gericht op de bescherming van een specifieke groep mensen (kinderen) moet niet de vorm aannemen van een onvoorwaardelijk verbod van het gebruik van het internet om bepaald materiaal te verspreiden dat vrij beschikbaar is voor volwassenen in andere media. De productie, distributie en bezit van kinderpornografie is illegaal in Nederland en in veel andere landen. Maar dit geldt niet voor pornografie als zodanig. De Nederlandse wetgeving is er nadrukkelijk niet op gericht om volwassenen te behoeden voor kennisneming van seksueel prikkelend beeldmateriaal. In Nederland zijn in 1985 de bepalingen over de verspreiding van aanstootgevend materiaal uit het Wetboek van Strafrecht gehaald. Sindsdien geldt algemeen het beginsel dat volwassenen, mondige burgers zelf kunnen bepalen welke informatie zij tot zich nemen. Voor de overheid is geen taak weggelegd op het terrein van de ‘goede smaak’ of fatsoen. De overheid is dus geen zedenmeester, maar heeft wel als taak om gedragingen strafbaar te stellen ter bescherming van derden, zoals kinderen of bepaalde bevolkingsgroepen. Dit uitgangspunt wordt echter internationaal niet alom gedeeld.

Index Wat is pornografie?

Opwekken van seksuele prikkeling
naked
“We can’t spell,
but we can scream...”
Pornografie is een verbale of visuele representatie van seksuele handelingen — het is een afbeelding van personen als seksuele objecten voor het plezier van anderen. Pornografisch materiaal is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken. Pornografie kan leiden tot masturbatie, net zoals een roman of film kan leiden tot huilen of lachen. Het reguleren van masturbatie is geen taak voor de overheid.

Pornografie kent geen wettelijke of consistente definitie. De definitie van elk individu is afhankelijk van zijn of haar opvoeding, seksuele voorkeuren en de contekst waarin pornografisch materiaal bekeken wordt. Wat ‘opwindend’ is voor de een, kan ‘weerzinwekkend’ zijn voor een ander, of ‘slaapverwekkend’ voor een derde.

Veel pornografie is seksistisch gekleurd en daardoor voor vrouwen weinig aantrekkelijk of zelfs afstotend en beledigend. Seksuele beelden die niet beantwoorden aan het verlangen van vrouwen moeten echter niet worden beperkt. Het antwoord op slechte pornografie is goede pornografie, en niet geen pornografie.

Er bestaat geen gevestigde of onomstreden definitie van pornografie, niet in Nederland, en zeker niet in de multi-nationale omgeving van het internet, waar culturele, morele en juridische variaties over de hele wereld het moeilijk maken om ‘pornografie’ te definiëren op een manier die voor iedereen aanvaardbaar is. Wat in het ene land beschouwd wordt als ‘seksueel expliciet maar niet obsceen’, wordt in andere landen als obsceen beschouwd. En wat in een ander land als pornografisch maar legaal beschouwd wordt, kan onder de wetgeving van een ander land als obsceen en illegaal worden beschouwd. In sommige landen bestaat nauwlijks een wetgeving tegen kinderporno en seksueel misbruik van kinderen.

‘Indecency’ is een woord dat een brede lading dekt: van drie-letterwoorden tot naaktheid en al het seksuele materiaal dat volgens bepaalde maatstaven als ‘onfatsoenlijk’ of ‘obsceen’ wordt beschouwd.

In de VS bestaan wetten die pornografie reguleren met een duidelijk begrip van het First Amendment, dat voorziet in vrijheid van meningsuiting. Er is een verschil tussen ‘obscenity’ dat niet beschermd is door het First Amendment en ‘indecency’ welke hierdoor wel beschermd is. Om te bepalen wat obsceen is en wat niet wordt de driedelige Miller-test gebruikt.

  1. zou een gemiddeld persoon die de huidige gemeenschapsstandaarden toepast vinden dat het werk als geheel appelleert aan wellustige belangstelling?
  2. verbeeld of beschrijft het werk op een evident aanvallende wijze seksueel gedrag dat speciaal is gedefinieerd door de betreffende staatswet?
  3. ontbreekt er aan het werk als geheel een literaire, artistieke, politieke of wetenschappelijke waarde?
Ook met behulp van deze test is het niet eenvoudig om te bepalen wat obsceen is en wat niet. Alle drie vragen moeten met “ja” worden beantwoord om iets als obsceen aan te merken.

Index


Verspreiding en gebruik van porno
Almost Clean
Usenet was een van de meest unieke en populaire onderdelen van het internet. Het is een systeem van publieke nieuwsgroepen waarover niemand de zeggenschap heeft en die niet onderworpen zijn aan enige vorm van centraal gezag. Hoewel sommige nieuwsgroepen een moderator aanstellen wiens enige taak het is om alle berichten te controleren voor zij worden gepost, hebben de meeste nieuwsgroepen geen moderatoren. Usenet werd in 1980 uitgevonden door studenten van de Duke Universiteit en de Universiteit van North Carolina. Er wordt vaak beweerd dat pornografie op het internet voornamelijk verspreid wordt via de Usenet nieuwsgroepen. Er zijn inderdaad een aantal Usenet nieuwsgroepen die volledig gewijd zijn aan seksueel expliciete discussies en plaatjes (overwegend gelokaliseerd in de alt.sex* en alt.binaries.* hierarchieën). Maar dit is minder dan 1,5% van de vele duizenden nieuwsgroepen die er zijn. De overweldigende meerderheid van informatie in de nieuwsgroepen is ongemeen ‘clean’.
Pornografie wordt verspreid via diverse media: boeken, tijdschriften, post, video’s, kabeltelevisie, CD-ROMs, fax, telefoon en computernetwerken. Tegenwoordig wordt pornografie op een in toenemende mate geavanceerde wijze op de internetmarkt aan de man (en vrouw) gebracht. Cyberporno heeft inmiddels een breed en aandachtig publiek getrokken in diverse internetomgevingen: nieuwsgroepen, discussiegroepen, Mailing Lists, ChatBoxen, Second Life, peer-to-peer netwerken, sociale netwerken, en het World Wide Web.

Pornografie op het internet is beschikbaar in verschillende formaten: van foto’s en korte animatiefilmpjes tot geluidsbestanden en verhalen. De meeste pornografie is beschikbaar via de pagina’s van het World Wide Web. Soms wordt het ook verspreid via Usenet nieuwsgroepen of ftp-sites. Het internet maakt het uiteraard ook mogelijk om over seks te discussiëren, live sex te zien (PornoCams), en seksuele activiteiten te simuleren vanaf de computerschermen. De geschiedenis van de pornografie volgt telkens nauw het ritme van ontwikkeling van de mediërende technologieën, en speelt daarin vaak een voorhoederol. Het waren de webmasters van pornosites die een belangrijke bijdrage leverden aan de ontwikkeling van shopping carts, de geneste pop-ups, het betalen per klik enzovoort.

Aanvankelijk bestond de handel op het internet voornamelijk uit de verkoop van foto’s en video’s met porno. Op dit moment heeft ongeveer de helft van het verkeer op internet te maken met porno, en het overgrote deel van de sites waarvoor geld wordt gevraagd betreft pornowinkels. Nederland creëert op internet een aanzienlijk export-overschot. Het aantal bezoekers van porno sites is globaal genomen hoger dan van ‘gewone’ sites. De meest gevraagde pagina in de ‘adult site’ top-10 is een indexpagina met verwijzingen. Adverteerders met porno-aanbiedingen hebben deze site snel de hunne gemaakt. De site Hun’s Yellow Pages trekt meer dan drie miljoen bezoekers per dag [bron: NedStat; SexTracker]. Tot medio 2005 werden in totaal 20 miljard bezoekers genoteerd.

Omdat porno op het internet in alle smaken en formaten aan de man (en soms ook vrouw) wordt gebracht, heeft het de markt voor erotische lectuur en prikkelende video’s een harde slag toegebracht. De overtollige blootbladen worden op grote schaal gedumpt in het voormalige Oostblok. Volgens sexlijn-exploitant Buch staat bij veel distributeurs van pornografische lectuur het water tot aan de lippen. Zodra de bandbreedte van het internet groot genoeg is voor de transfer van films zal naar verwachting ook de markt van pornovideo’s een flinke dreun moeten incasseren.

Index Marketing Cyberporno

Het internet maakt het mogelijk om enorme hoeveelheden pornografisch materiaal te verspreiden op een ongereguleerde markt met een groot, internationaal publiek. Computerpornografie verschilt inhoudelijk niet essentieel van pornografische tijdschriften en video’s. Maar door de verspreiding van pornografie via computernetwerken kunnen de kosten drastisch worden gereduceerd. Hierdoor worden de barrières voor zowel de publicatie, distributie als ontsluiting aanzienlijk lager. Het internet werkt drempelverlagend.

Telkens wanneer een gebruiker inlogt op een pornosite worden zijn of haar klikgedrag en mogelijke transacties opgeslagen in de databanken van de pornografische ondernemers. De pornobazen zijn hierdoor steeds beter geïnformeerd over hun koopgedrag en seksuele voorkeuren. Hoe geavanceerder de computerpornografen, destemeer gebruiken zij deze databanken om wiskundige modellen te ontwikkelen waarmee zij kunnen bepalen welke afbeelding zij het meest agressief op de markt zouden moeten zetten. De marktstrategie van pornografische ondernemers (‘porndernemers’) verschuift. Na de strategie van marktverzadiging volgde een strategie van marktsegmentatie. Deze specialisatie op bepaalde segmenten van de markt wordt tegenwoordig steeds meer verdrongen door een strategie van geïndividualiseerde een-op-een marketing. Het internet is in ieder geval een min of meer normaal transportmiddel geworden voor de distributie van grote hoeveelheden ‘harde’ en ‘zachte’ pornografie.

Voordat de ‘gewone’ e-commerce opkwam maakte de erotische sites de dienst uit op het net. De toptien van zoektermen bestond voor 90 procent uit erotische termen. Toch hebben ook commerciële erotische sites de laatste jaren met tegenslagen te maken. De tijd dat het makkelijk was om klanten te werven en steeds grotere inkomsten te genereren lijkt voorbij. Diverse factoren spelen hierbij een rol: de economische recessie, de verzadiging van het internet met gratis porno (van steeds betere kwaliteit), de irritante en onfrisse praktijken van sommige betaalsites (zoals gratis proefabonnementen die automatisch worden omgezet in een gewoon abonnement), en aanhoudende problemen met betrekking tot veiligheid van betaling. Inmiddels bestaat er zo’n overkill aan gratis ‘adult content’ dat velen het overbodig vinden om geld neer te tellen voor pornoplaatjes en video clips.

De pornobusiness op internet is groot geworden door het systeem waarbij kleine, gratis sekssites verkeer genereren naar de grote betaalde sites. De grotere commerciële sites betalen de kleintjes per doorklik op een banner, of per afgesloten lidmaatschap. Het aanbod van digitale porno is hierdoor overweldigend geworden. Bezoekers van pornosites worden bedolven onder een eindeloze serie banners en pop-up windows die bedoeld zijn om hen zolang mogelijk in het pornocircuit te houden. Het gevolg van dit alles is dat bezoekers van gratis sites minder vaak geneigd zijn om zich te abonneren op pornografische pay-sites. Bovendien hebben de grote zoekmachines — zoals Yahoo! — inmiddels ontdekt dat zij ook een stuk van de pornocake kunnen veroveren door over te gaan naar een systeem waarin porno-aanbieders moeten betalen voor hun plaats in de ranglijst. De kleinere sites, die leefden van de duizenden bezoekers per dag vanuit de zoekmachines, kunnen zich deze investeringen niet permitteren en krijgen dus niet meer zoveel verkeer als vroeger. Voor veel webmasters zijn dit indicaties dat er niet alleen een shake-out van betaalde pornosites voor de deur staat, maar dat in het voetspoor hiervan ook veel gratis sites die zorgen voor aanloop naar de grote commerciële sites zullen verdwijnen.

Oprechte amateur-pornografie
Naast professionele en commeciële pornografie bestaat er op het internet ook een breed aanbod van amateurpronografie. Amateurpornografen houden zich bezig met de productie, distributie en consumptie van gemedieerde seksscenes zoals weboptredens of zelfgemaakte films. Hun activiteiten moeten niet worden verward met mensen die tegen betaling voor pornosites poseren en seks simuleren — de ‘gelikte amateurs’: verveelde huisvrouwen, hitsige maagden, ruwe tantes of ooms met losse handen. De echte amateurs zijn mensen die seksuele scenes maken om hun persoonlijke verlangens te verkennen en te reageren op culturele fantasieën als machtsmechanismen [Jacobs 2004]. Zij leggen hun eigen relaties en avonturen vast voor het genoegen van anderen. Het pornografisch materiaal wordt op het internet beschikbaar gesteld of met anderen geruild. Amateurpornografen gaan er steeds meer toe over om samen te werken met digitale media en organiseren zich in netwerken.

Index Pornografische verleidingen

Seksueel dwangmatig gedrag via het internet is niet alleen het resultaat van deviante individuen die het internet gebruiken om hun reeds aangeleerde obsessies uit te leven. Ook mensen zonder psychiatrisch verleden geven zich in toenemende mate over aan obsessief internetgedrag. De vraag is dus óf en zo ja waaróm het internet een cultureel klimaat van tolerantie creëert dat seksueel afwijkend gedrag aanmoedigt en waardeert. Het AGO-model onderzoekt de Anonimiteit van online interacties die de kans van seksueel dwangmatig gedrag vergroten, het Gemak van cyberporno en seksueel-georiënteerde chatrooms maken het eenvoudig beschikbaar voor gebruikers, en tenslotte de Ontsnapping (vlucht) uit de mentale spanning die het gedrag dat leidt tot dwangmatigheid versterkt.

  1. Anonimiteit
    De anonimiteit van elektronische transacties biedt gebruikers een sterker gevoel van controle over de inhoud, toon en aard van online seksuele ervaringen. Door het anonieme karakter van sociale contacten die via het internet gelegd worden, wordt de sociale controle op ‘onverantwoordelijk gedrag’ buiten werking gesteld. Online interacties hebben een ontremmend effect: mensen voelen zich vrij om zich op een ongeremde manier te uiten. Anders dan bij seksuele ervaringen in het lokale leven, kan een vrouw snel van partner wisselen wanneer haar cyber-lover haar niet bevalt, en kan een man na zijn orgasme uitloggen en zijn computer afzetten zonder lang afscheid te hoeven nemen. Op internet voelen mensen zich niet geremd door mogelijke repercussies in het lokale sociale leven. Een man kan zich privé afvragen hoe het zou zijn om seks met een andere man te hebben en kan deze vraag via internet verkennen zonder dat zijn lokale contacten hier iets van merken. Een vrouw die altijd al eens bondage heeft willen proberen kan haar fantasie uitleven in virtuele SM-spelletjes zonder dat haar vrienden of vriendinnen hiervan iets merken. Binnen de anonieme contekst van cyberspace worden conventionele noties over sex geëlimineerd waardoor gebruikers in staat worden gesteld om verborgen of onderdrukte seksuele fantasieën uit te leven in een particulier laboratorium, zonder de angst om betrapt te worden. Voor iedereen die ooit nieuwsgierig is geweest naar bondage, groepsseks, urinatie, homoseksualiteit, cross-dressing, biedt cybersex een private, veilige, en anonieme weg om deze fantasieën te exploreren.

       In hypersociale relaties is men vrij om de identiteit te kiezen die men wil. Men kan zelf bepalen hoe men zichzelf presenteert. In online conteksten worden anderen beoordeeld zonder retour-informatie van de normale zintuiglijke signalen. Dit kan leiden tot sterk vertekende, emotioneel geladen projecties [King 1995]. Deze projecties — partiële en selectieve zelfpresentaties — kunnen gecommuniceerd worden zonder de normale beperkingen die opgelegd worden door de behoefte om sociale orde te handhaven. Op het internet zullen mensen daarom zullen eerder seksueel gaan experimenteren: internetgebruikers voelen zich aangemoedigd om hun volwassen fantasieën uit te leven en te waarderen door de acceptatie van de cyberspace cultuur. Het significante verschil tussen cyberspace relaties en relaties die face-to-face of via andere media verlopen zijn de nieuwe culturele waarden van virtuele gemeenschappen: virtuele gemeenschappen koesteren sociale normen die contact met relatieve vreemden vergemakkelijken en stimuleren.

  2. Gemak
    Dit leidt tot de tweede variabele van het verklaringsmodel: cyberporno en erotische chat sites zijn gemakkelijk toegankelijk. Door hun directe beschikbaarheid wordt het makkelijker om te vervallen in dwangmatige patronen van internetgebruik. De brede verspreiding van seksueel georiënteerde chat rooms vormt een mechanisme dat mensen aanzet tot hun eerste verkenning. Een nieuwsgierige echtgenoot of echtgenote kan heimelijk de ‘S-M Kamer’, de ‘Fetish Kamer’ of de ‘Biseksuele Kamer’ betreden. In eerste instantie worden zij alleen maar geschokt door de openhartige erotische dialoog, maar zij worden hierdoor tegelijkertijd seksueel gestimuleerd. Het gemak van beschikbaarheid maakt seksuele experimenten makkelijker voor mensen die zich normaal niet met dergelijke praktijken zouden inlaten.

    De meest kwetsbare individuen zijn mensen die lijden aan lage zelfopvatting, een ernstig verminkt lichaamsbeeld, niet-behandelde seksuele disfuncties, of een eerdere seksuele verslaving.

  3. Ontsnapping
    Mensen nemen automatisch aan dat de primaire versterking van de online seksuele handeling de ervaren seksuele bevrediging is. Uit studies blijkt dat seksuele stimulatie in aanvang de reden kan zijn om zich in te laten met cyberseks. Maar op den duur wordt de ervaring versterkt door een soort drug welke een emotioneel of mentale vlucht uit of een veranderde definitie van de werkelijkheid biedt. Bijvoorbeeld, een eenzame vrouw voelt zich plotseling gewenst door haar vele cyberpartners of een seksueel onzekere man verandert in een hete cyberlover waarnaar alle vrouwen in de chat room verlangen. Deze ervaring biedt niet alleen seksuele bevrediging, maar maakt een subjectieve mentale ontsnapping mogelijk door het ontwikkelen van een online fantasie-leven waar iemand een nieuwe persoonlijkheid en online identiteit kan adopteren.

    In de verdediging van mensen die voor online seksueel deviant gedrag zijn aangeklaagd hebben Amerikaanse rechtbanken de rol van online dwangmatigheid al erkend als een mentale ziekte. Exemplarisch hiervoor is de zaak: ‘the United States versus McBroom’. Met succes werd aangetoond dat het bij het downloaden, bekijken en transfereren van internetpornografie voor de cliënt minder gaat om erotische bevrediging en meer over een emotioneel ontsnappingsmechanisme om mentale spanningen af te reageren.

    Een leren godin
    Ontsnapping aan de frusterende sleur van het alledaagse lokale leven is mogelijk in virtuele rollenspelen van het cybertheater. Het is een rollenspel in een virtuele omgeving waarin de deelnemers zelf hun eigen rol kunnen kiezen. Elke speler neemt de identiteiten aan van een zelfgekozen, fictief karakter en volgt een aantal regels die het avontuur structureren. De gebruikers geven beschrijvingen van zichzelf en manifesteren zich zoals zij zelf zouden willen zijn. Zij leven hun fantasieën uit in een door het programma gesimuleerde wereld. In deze virtuele omgevingen oefenen de deelnemers enige mate van controle uit over hoe de omgeving wordt gezien door anderen.

    Sommige deelnemers in virtuele rollenspelen slagen er zeer goed in om de aandacht op zich te vestigen. In de LambdaMOO geeft Lynn —in het werkelijke leven een rechtenstudent— een goed doordachte beschrijving van zijn fantasiekarakter met de naam Leather Goddess:

      "Confident, brown eyes look out at you, covering you with a warm, soothing glow. She has long, straight hair that reaches down to her waist and outlines the form of her shapely, perfect figure. She wears bright red lipstick that makes the slight curl at the end of her lips all the more enticing. She sees your glance, and winks to you. She wears a skimpy leather bikini top, which does not adequately cover her figure. Her stomach is flat and tight, covered with light sun oil that makes her skin glisten slightly in the light. Her arms are toned, but slender. Leather Goddess has soft, delicate hands, with long, carefully manicured fingernails. Leather Goddess has on a leather miniskirt that tightly hugs her body, showing off her figure to its best advantage. Her legs are wrapped up in black silk stockings, which show you every line and curve. Leather Goddess wears a pair of black pumps, which arch her calves nicely."

    Veel fictieve karakters lijken op de Leren Godin. In de virtuele wereld kan iedereen mooi en sexy zijn — en dat is de verleiding.

Gender heeft een significantie invloed op de manier waarop mannen en vrouwen cybersex ervaren. Vrouwen prefereren cyberseks omdat het hun fysieke uiterlijk verbergt, het sociale stigma verwijdert dat vrouwen niet van seks zouden mogen genieten, en hen in staat stelt zich met veilige middelen te concentreren op hun seksualiteit in nieuwe, onbeperkte manieren. Mannen prefereren cyberseks omdat het prestatieangst wegneemt waaraan onderliggende problemen met voortijdige ejaculatie of impotentie ten grondslag kunnen liggen en het verbergt tevens het fysieke uiterlijk voor mannen die zich onzeker voelen over haarverlies, penisomvang, of overgewicht.

Kenmerk Effecten
Anonimiteit Sterker gevoel van controle over eigen online seksuele ervaringen door wegvallen van lokale sociale controle op afwijkend gedrag. Aanmoediging om fantasieën uit te leven en acceptatie door cybercultuur.
Gemak Directe universele beschikbaarheid van cyberporno Facilitatie van seksuele verkenningen en experimenten.
Ontsnapping Vlucht uit of andere definitie van frustraties van lokale werkelijkheid. Seksuele bevrediging en emotionele ontsnapping door ontwikkeling van online fantasieleven.

Index Cyberseksuele Obsessies

Het internet creëert geen seksueel verslaafden, maar het biedt wel mogelijkheden voor seksuele expressies die kunnen leiden tot het ontstaan van seksueel verslavend gedrag. Seksueel verslaafden zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en voor de gevolgen van hun seksuele uitingen en praktijken. Hoewel het internet gemakkelijke toegang biedt tot geseksualiseerde informatie kan het niet verantwoordelijk worden gesteld voor de verslaving. Seksueel verslaafden moeten leren grenzen te stellen aan hun consumptie van cyberporno. Internet is gelukkig niet alleen een krachtige verleider, maar ook een potentiële voorlichter. Internet speelt een steeds belangrijker rol in de voorlichting over de gezonde en lustvolle aspecten van seksualiteit. Bovendien zijn er op internet veel bronnen beschikbaar die men kan gebruiken om ‘af te kicken’ van een cyberseksuele verslaving.

Cyberseksuele verslavingen — die leiden tot obsessief internetgebruik — treden op bij mensen die online pornografie bekijken, downloaden en verhandelen of die betrokken zijn in rollenspel voor volwassenen in babbelruimtes. Een cyberseksuele verslaving is een van de specifieke vormen van internetverslaving (naast cyber-relationele verslaving, netgaming, gokverslaving). Volgens schatting is 1 op de 5 internetverslaafden gekluisterd aan een of andere vorm van on-line seksuele activiteit. Mannen kijken meer naar cyberporno, terwijl vrouwen meestal opgaan in erotische chat.

Een cyberseksuele verslaving omvat meestal een breed skala aan praktijken. Soms heeft een verslaafde alleen problemen met één ongewenste gedragsvorm, soms met meerdere. Ongezond gebruik van seks is geen aangeboren toestand, maar het resultaat van een (gemankeerd) conditionerings-, leer- en socialisatieproces. Het begint meestal met een verslaving aan masturbatie, pornografie of een relatie, maar kan in de loop der jaren steeds sterker tot moreel verwerpelijke of gevaarlijke gedragsvormen leiden.

Over je eigen grenzen
“Wanneer je je met cyberseks inlaat, wordt je seksueel opgewonden en betoverd door het moment. Je denkt veel minder na over je acties en neemt makkelijker een beslissing die je anders niet zou nemen om over een grens te gaan die anders niet zou passeren” [Robert Weiss, klinisch directeur van het Sexual Recovery Institute in Los Angeles].
De essentie van alle verslavingen is dat de verslaafde zich machteloos voelt over zijn of haar dwangmatig gedrag, waardoor hun leven onbeheersbaar wordt. Seksverslaafden verliezen hun keuzevrijheid — zij zijn niet langer vrij om te kiezen of zij seksueel actief zijn of niet. De verslaafde verliest de controle en ervaart enorme schaamte, pijn en zelfbeklag. De verslaafde wil ermee stoppen, maar faalt hierin bij herhaling. De onbeheersbaarheid van het leven van een verslaafde wordt duidelijk aan de gevolgen waaronder zij lijden: verlies van relaties, problemen op het werk, gearresteerd worden, financiële problemen, verlies van interesse in dingen die niet seksueel zijn, een lage zelfopvatting en wanhoop.

Seksuele preoccupaties nemen een enorme hoeveelheid energie in beslag. Naarmate deze energie toeneemt, volgt er een gedragspatroon (of ritueel) dat meestal leidt tot ‘acting out’ (voor de een is dat flirten, zoeken naar pornografie op het net, de ander uit zich door in het park te gaan lopen).

Indicaties: waarschuwingstekens van cyberseksuele verslaving

  1. Het routineus besteden van aanzienlijke hoeveelheden tijd in chat rooms en persoonlijke boodschappen met als enige doel het vinden van cybersex.

  2. Het gevoel van gepreoccupeerheid met gebruik van internet om on-line seksuele partners te vinden.

  3. Frequent gebruik van anonieme communicatie om op te gaan in seksuele fantasieën die typisch niet ‘in real life’ worden uitgeleefd.

  4. Anticiperen van je volgende on-line sessie in de verwachting dat je seksuele opvinding of bevrediging zult vinden.

  5. Erachter komen dat je regelmatig beweegt van cyberseks naar telefoonseks (of zelfs lokale ontmoetingen).

  6. Het verbergen van je on-line interacties voor significante anderen.

  7. Gevoel van schaamte of schuld voor je on-line gebruik.

  8. Eerst per ongeluk opgewonden raken door cyberseks, en er dan achter komen dat je dit actief zoekt wanneer je on-line bent.

  9. Masturberen terwijl je on-line bent bij een erotische chat.

  10. Minder investering in je lokale seksuele partner omdat je cyberseks prefereert als een primaire vorm van seksuele bevrediging.

Beantwoord onderstaande vragen om te beoordelen of je een probleem hebt met seksuele verslaving.

Ben ik seksueel verslaafd of loop ik dat risico?
  1. Bewaar je geheimen over je seksuele of romantische activiteiten voor mensen die belangrijk voor je zijn? Leid je een dubbelleven?
  2. Hebben je behoeftes je gedreven om seks te hebben in plaatsen of situaties of met mensen die je normaal niet zou kiezen?
  3. Ben je zelf op zoek naar seksueel opwindende artikelen of scenes in kranten, tijdschriften of andere media?
  4. Vind je dat romantische of seksuele fantasieën interfereren met je relatie of je verhinderen om problemen onder ogen te zien?
  5. Wil je regelmatig weglopen van een sekspartner nadat je seks hebt gehad? Voel je je regelmatig schuldig, beschaamd of berouwvol na een seksuele ontmoeting?
  6. Schaam je je zodanig over je lichaam of je seksualiteit, dat je vermijd om je lichaam aan te raken of seksuele relaties aan te gaan? Ben je bang om geen seksuele gevoelens te hebben, dat je aseksueel bent?
  7. Heeft elke nieuwe relatie hetzelfde destructieve patroon dat aanleiding was om je laatste relatie te verbreken?
  8. Heb je meer variatie en frequentie van seksuele of romantische activiteiten nodig dan voorheen om hetzelfde niveau van opwinding en bevrediging te bereiken?
  9. Ben je ooit gearresteerd of loop je het gevaar gearresteerd te worden vanwege je praktijken van voyeurisme, exhibitionisme, prostitutie, seks met minderjarigen, onzedelijke telefoongesprekken etc.?
  10. Staat je streven naar seksuele of romantische relaties haaks op je spirituele geloof of ontwikkeling?
  11. Brengen je seksuele activiteiten het risico, de bedreiging, of realiteit van ziekte, zwangerschap, dwang of geweld met zich mee?
  12. Als je meer dan één van deze vragen positief beantwoord hebt, heeft het zin om jezelf eens nader onder de loep te nemen.

De unieke en verleidelijke interactieve kwaliteiten van het internet zijn een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor het ontstaan van geobsedeerd internetgebruik. Een cyberseksuele obsessie treedt alleen op bij mensen die daarvoor een aanleg hebben. Er is meer onderzoek nodig naar de mate waarin frustraties in het lokale sociale leven bijdragen aan een tendens tot cyberseksuele obsessies.

We weten inmiddels dat in virtuele gemeenschappen status en macht op een andere manier worden verworven dan in het lokale sociale leven. Het gebrek aan visuele signalen en de relatieve anonimiteit van de deelnemers stimuleert een gevoel van gelijkheid. In virtuele gemeenschappen worden mensen primair beoordeeld op de kracht van hun ideëen, ongeacht de status die zij in hun lokale gemeenschap hebben. Deze statusnivellering vergroot de toegankelijkheid van virtuele gemeenschappen voor nieuwe mensen (het zijn meestal zeer gastvrije& gemeenschappen). Internetgemeenschappen bieden toegang tot informatie, relaties en communicaties die men niet kan verwachten wanneer men binnen de grenzen van de interactionele, organisationele en gemeenschapsstructuren van het lokale sociale leven opereert [Garton 1995].

Internet biedt een ongelofelijke variëteit van open gemeenschappen: “nodig jezelf uit” + “iedereen is welkom”. Dat levert ongekende nieuwe mogelijkheden voor mensen die gemotiveerd zijn om in een sociaal netwerk te participeren en als een gerespecteerd lid te worden gezien. In de online gemeenschappen die via digitale tekstuitwisseling tot stand komen krijgen mensen het gevoel dat zij echt status hebben verworven wanneer anderen hun boodschap citeren of hun bijdrage erkennen. De mate waarin dit fungeert als een bekrachtiging voor continuering van dit gedrag is afhankelijk van de mate waarin iemand andere traditionele bronnen van sociale status ontbeert. Mensen die in het lokale sociale leven problemen hebben om met andere mensen te interacteren hebben de grootste kans om afhankelijk te worden van de communicatiekansen die computernetwerken bieden.

Het basispatroon lijkt telkens hetzelfde. Mensen die in het lokale sociale leven gefrustreerd raken in hun pogingen om specifieke behoeften te bevredigingen gaan het internet beschouwen als het eerste interpersoonlijke medium dat deze behoeften bevredigt. Dit kan zodanig worden versterkt dat mensen voor enige tijd hun interacties in het lokale sociale leven verwaarlozen. Wanneer deze tendens wordt verduurzaamd, wordt de tijdelijke cyberseksuele passie een permanente obsessie, en ontstaat er geen leefbaar evenwicht tussen het virtuele en het lokale sociale leven. Potentiële slachtoffers zijn waarschijnlijk vooral mensen met een grote, ongecontroleerde fantasie.

Aanleg voor verslaving
Studenten behoorden tot de eerste geprivilegieerde groepen die gemakkelijke en onbeperkte internettoegang kregen. Zij ontdekten al snel dat dit een zeer geschikt medium was om nieuwe relaties aan te gaan. Hun onrustig online zoekgedrag naar nieuwe spannende relaties neemt in sommige gevallen pas een obsessionele vorm aan wanneer de student door zijn ouders onder prestatiedruk wordt gezet [Sanches 1996]. Studenten die niet meer beschikken over vrije toegang tot het internet ervaren dit vaak als een verlies van sociale steun.

Verslaving is een vorm van aangeleerde hulpeloosheid die leidt tot negatieve gevoelens. De directe beloning van gokken, gamen of geilen biedt een tijdelijke bevrediging van het onbevredigbare verlangen naar zelfbevestiging [Taber 1987]. Mensen die lijden aan cyberseksuele verslaving stellen zich vaak defensief op en vergroten de positieve aspecten van hun leven uit om dit gebrek aan zelfbevestiging te compenseren. Hetzelfde mechanisme zien we bij andere soorten van verslaving, met de alcoholverslaving in onze cultuur nog steeds op afstand op de eerste plaats. Het is dus niet verwonderlijk dat de helft van de internetverslaafden daarvoor al aan iets anders verslaafd was [Young 1996; Brenner].

Een groot aantal nieuwe internetgebruikers verkennen enige tijd met grote passie de mogelijkheden van cyberseksuele relaties en vermaken zich met cyberpornografisch materiaal. In de diagnostische criteria voor internetverslaving is het tijdsperspectief erg belangrijk. Bij een cyberpornografische verslaving gaat het alleen om de duurzame gerichtheid op online porno, die over een significante tijdsperiode ten koste gaat van de kwaliteit van het lokale sociale leven. Dat maakt verslaving aan cyberporno tot een pathologische conditie (in tegenstelling tot een vrij gekozen passie). Zoals bij alle verslavingen blijft het echter moeilijk om een duidelijke scheidslijn te trekken tussen ‘normaal enthousiasme’ voor en ‘abnormale preoccupatie’ met cybererotiek en -pornografie.

Index Een wereld van seksverslaafden?

Het is zaterdagavond en de plaats van handeling is een internetcafé ergens in Amsterdam. Het is een rustige avond. Totdat een zichtbaar geagiteerde jonge vrouw zich meldt bij de bar. Zij kan geen woord uitbrengen en grijpt een stuk papier en een pen. Zij schrijft een paar woorden op het papier en overhandigt die aan de dienstdoende barman: “Er zit daar een man te masturberen achter de computer!” De barman loopt snel naar het achterste gedeelte van het café, waar de internetcomputers staan opgesteld. En daar zit hij: met rode kop, gulp open, staf in de hand en starend naar zijn beeldscherm met ‘silicon women’ die onaardse vormen en onnatuurlijke proporties vertonen. De barman tikt de man op zijn schouder en maakt hem erop attent dat hij zich in een openbare gelegenheid bevind waarin dit soort gedrag niet op prijs wordt gesteld. Verschrikt kijkt de man op van zijn beeldscherm. Hij is domweg vergeten dat hij in een café zit, schaamt zich diep en verlaat snel het etablissement.

Het is maandagmorgen en de plaats van handeling is nu een middelgroot transportbedrijf. De afdelingschef wil iets opzoeken en begeeft zich naar de archiefkamer. Daar treft hij de boekhouder aan die met zijn gulp open naar een pornosite zit te kijken. Betrapt op masturberen achter het computerscherm, in de tijd van de baas. De bronstige boekhouder mag blij zijn als hij zijn baan kan behouden.

Het is woensdagavond en de plaats van handeling is de particuliere woning van Corrie en Herman. Corrie is een aantrekkelijke huisvrouw die vier maanden zwanger is van haar derde kind. Herman is een hardwerkende websitebouwer en is net als zijn vrouw zwaar gelovig. Herman zegt dat hij ‘nog even naarboven’ moet om wat werk af te maken. Dat gaat al maanden zo en Corrie voelt zich steeds eenzamer worden. Tegen halftwaalf is zij het zat en gaat met een glas wijn naar boven om haar echtgenoot te verleiden tot een gezamenlijke bedgang. Zij opent de deur van Herman’s werkkamer en daar ziet ze dat hij zichzelf zit te bevredigen met behulp van een pornofilmpje dat hij van het internet heeft gedownload. Geen wonder dat Herman de laatste tijd geen zin meer had om met haar te vrijen. Tegen zulke geboetseerde borsten en billen kan zij nooit concurreren. Corrie en Herman maken een moeilijke tijd door, maar door veel praten en bidden slagen zij er uiteindelijk toch in hun huwelijk in stand te houden.

Deze uit het internetleven gegrepen bronstige scenes zijn niet uniek. Het begon destijds met de 06-lijnen. De partylijnen en babbelboxen stelden mensen in staat snel seksueel geladen contacten te leggen. Veel sneller dan in de gewone, lokale wereld waar zoveel mensen al struikelen over clichematige openingszinnen. Het nadeel van 06-lijnen is dat het contact alleen via verbale uitwisselingen verloopt en dat het zeer duur is. Het internet heeft beeld toegevoegd aan de communicatie en is tegenwoordig veel goedkoper.

Draagt het internet bij aan de ‘vergeiling’ van de samenleving? Er verschijnen steeds meer rapporten waarin geconcludeerd wordt dat internet een wereld van seksverslaafden creëert. De pornoconsumptie van gefrustreerde en eenzame mannen verschuift steeds meer van duistere sexbioscoopjes, pornovideo’s en 06-lijnen naar het internet. Dat is op zichzelf niet zo verwonderlijk of verontrustend. De pornobazen waren de eerste ondernemers die begrepen dat zij hun seksploitatie moesten verleggen naar het internet. Het enige waar de cyberpornobazen zich zorgen over maken is dat er op het internet zoveel plaatsen zijn waar mensen gratis toegang hebben tot pornografisch materiaal (zij delen deze zorg met conservatieve fatsoensrakkers en zedenpredikers, ook al zijn de motieven zeer verschillend).

De vergeiling van de samenleving via het internet ontstaat misschien wel uit een heel andere bron. Mensen die online uit de band springen behoren immers tot de groepen die in het lokale sociale leven het meest aan banden worden gelegd op seksueel gebied: vrouwen, homoseksuelen, sado- en masochisten, fetisjisten, pedofielen. Wat zij in het lokale leven missen aan opwinding, toenadering, intimiteit en bevrediging proberen zij via het internet te herwinnen. Zij dompelen zich geobsedeerd onder in een poel van geile fantasie.

Index Therapie: Sexaholics Anonymous

Cyberseksuele verslavingen kennen - net als andere verslavingsvormen - meervoudige oorzaken en verschillende stadia. De behandeling van een cyberseksuele verslaving heeft het meeste kans op succes wanneer er rekening wordt gehouden met de specifieke eigenaardigheden van de betrokken individuen.

Pornografische verbeeldingen hebben een belangrijke functie in het zelfbevredigingsgedrag van mensen (overwegend mannen). Masturberen is iets dat de meeste mensen soms doen. Dat betekent niet —en zeker niet noodzakelijk— dat iemand die masturbeert ook een probleem heeft. Masturbatie kan echter ook dwangmatig zijn en grote problemen veroorzaken. Wanneer masturbatie dwangmatig is en tot problemen leidt voor een persoon dan is het een goed idee om dat gedrag te veranderen. Om het gedrag te veranderen is het eerste wat je moet doen de functie van het gedrag te begrijpen. Regulatie van masturbatie is geen taak voor overheden, juristen of politieagenten, maar van betrokkenen en hun hulpverleners en therapeuten.

We hebben hiervoor gezien waarom het niet overbodig is om speciale aandacht te besteden aan het gebruik van en de verslaving aan cyberpornografie en interpersoonlijke cybersex. Iets dat basale menselijke wensen veilig, snel en volledig kan bevredigen (‘instant satisfaction’) is voorbestemd om voor sommigen een verslaving te worden. Het probleem hierbij is uiteraard de heimelijkheid waarmee pornografie-consumptie en cybersex omgeven zijn. De vraag is hoe mensen ertoe gebracht kunnen worden om zelf over dergelijke internet-activiteiten te berichten. Gelukkig kan met dezelfde technologie waarmee mensen zich in problemen hebben gebracht ook worden gebruikt om cyberseksuele obsessies tegen te gaan. Het internet biedt voor online seksverslaafden diverse mogelijkheden om in volledige anonimiteit met lotgenoten en deskundigen te praten over hun problemen en naar oplossingen te zoeken.

Veel goede informatie over online seksverslaafden is te vinden op de site: Sex Addiction Help. Mensen die daar behoefte aan hebben kunnen online een cursus volgen om hun dwangmatig seksueel gedrag of hun cyberpornografische verslaving te overwinnen. Zij kunnen ook gebruik maken van diverse links naar sites waarin seksverslaafden advies en ondersteuning kunnen krijgen.

Index Informatiebronnen

  1. CyberSex & CyberPorn (SocioSite)
    Online bronnen over cyberseks en cyberpornografie.

  2. Sociaal-psychologische bronnen op Internet (SocioSite)

  3. Akdeniz, Yaman

  4. Barak, Azy / Fischer, William A. / Belfy, Sandra / Lashambe, Darryl R. [1999]
    Sex, guys, and cyberspace. Effects of Internet pornography and individual differences on men’s attitude toward women
    Journal of Psychology and Human Sexuality 11: 63-92.
    Onderzoek naar de effecten van de consumptie van internet-pornografie op de houding van mannen ten opzichte van vrouwen. De omvang van de consumptie van internetporno heeft als zodanig geen meetbare relatie met een vrouwonvriendelijke (mysoynistische) houdingen.

  5. Benschop, Albert [1997-2001]
    NetLiefde en CyberSex

  6. Bilstand, Blake T.
    Obscenity and Indecency in a Digital Age: The Legal and Political Implications of Cybersmut, Virtual Pornography, and the Communications Decency Act of 1996

  7. Childnet International
    Een internationale organisatie die zich inzet om van het internet een veilige plaats voor kinderen te maken.

  8. Dwyer, Susan [1995]
    The Problem with Pornography.
    Belmont, CA: Wadsworth

  9. Fournier de Saint Mauer, Agnès [1999]
    Sexual Abuse of Children on the Internet: A New Challenge for INTERPOL.
    Paper voor de Expert Meeting bij UNESCO op 18-19 januari 1999. Specialized Crime Unit, Interpol General Secretariat.

  10. Greenfield, David N. [1999]
    Virtual Addiction: Help for Netheads, Cyberfreaks, and Those Who Love Them
    New Harbinge Publications.
    Greenfield is een deskundige op het gebied van internetverslaving. Hij begon zijn onderzoek naar obsessief online gedrag toen hij merkte dat steeds meer paren die op zoek waren naar huwelijkscounseling worstelden met problemen die te maken hebben met cyberspace. Greenfield laat zien hoe je kunt omgaan met cyberaffaires en cybersex, en hoe je kinderen kunt beschermen voor de gevaren van cyberspace. Het boek eindigt met een aantal waarschuwingstekens van misbruik van internet, een stappenplan voor verslaafden om hun gedrag te veranderen, en een advies voor dwangmatige kopers en aandelenhandelaren.

  11. Hunt, A, / Wickham, G. [1994]
    Foucault and Law: Towards a Sociology of Law as Governance.
    Pluto Press.

  12. Hunt, Lynn [1996]
    The Invention of Pornography. Obscenity and the Origins of Modernity 1500-1800.
    Zone Books

  13. Jacobs, Katrien [2004]
    The new media schooling of the amateur pornographer: negotiating contracts and singing orgasm
    In: Freecooperation, Conference Department of Media Study, SUNY at Buffalo, April 24-25, 2004.

  14. King, Storm A. [1999]
    Internet gambling and pornography: illustrative examples of the psychological consequences of communication anarchy
    In: CyberPsychology and Behavior, 2(3):175-193.
    Twee gebieden van internetgedrag, gokken en verspreiding van pornografie, worden onderzocht vanuit de vraag wat zij onthullen over de diepere sociale en psychologische veranderingen die veroorzaakt worden door recente progressie in de communicatietechnologie. King verwacht dat het aantal mensen dat behandeld moet worden voor internet-gerelateerde problemen zal toenemen. Hij laat zien hoe het internet een paradigmaverschuiving teweeg brengt in de relatie van individuen ten opzicht van lokale, regionale en nationale overheden. Mensen - en zelfs minderjarigen - kunnen niet meer volledig worden beschermd door hun overheden tegen materiaal dat als schadelijk wordt ervaren door de gemeenschap waarin men leeft. We weten nog niet goed wat de psychologische gevolgen zijn van de toenemende behoefte aan individuele verantwoordelijkheid bij de toegang tot potentieel gevaarlijke domeinen. In dit artikel schetst King de contoeren van een onderzoek naar de mate van pathologische betrokkenheid in online gokken en pornografie. Hij ziet dat als een opstapje voor het ontdekken van de potentieel negatieve psychologische gevolgen van het onvermogen om de inhoud van het internet te reguleren.

  15. Landis, David [1994]
    Sex, Laws & Cyberspace; Regulating Porn: Does it Compute?
    USA TODAY, Aug. 9, 1994.

  16. Levine, Deb [1998]
    The Joy of Cybersex: A Guide for Creative Lovers.
    Ballantine Books.
    Zie de zeer kritische recensie van Nat Muller.

  17. NRC
    Dossier Kinderporno

  18. O’Connell, Rachel [1999]
    Paedophile Networking and the Internet Newsgroups

  19. Putnam, Dana E.
    Online Sexual Addiction Homepage (OSA)
    Een site gericht op het helpen van mensen die dwangmatig zijn in hun seksuele gedrag op het internet. De site van de Friends of OnlineSexAddict is een forum voor gebruikers van OSA die elkaar ondersteunen door het uitwisselen van bronnen die sexverslaafden (en hun partners) helpen om te herstellen van sexverslaving.

  20. Sesame Street
    The Internet is for Porn

  21. Sex Addiction and Treatment

  22. Society for the Advancement of Sexual Healt (SASH)

  23. Reidenberg, Joel R. [1996]
    Governing Networks and Cyberspace Rule-Making.
    Emory Law Journal 45.

  24. Seksverslaving
    De Stichting Nationaal Preventie en Informatie Bureau Seksverslaving geeft informatie over de naar schatting 5% van de bevolking die seks als verslaving gebruikt.

  25. Sexual Addict Help

  26. Travis, Alan [2000]
    Bound and Gagged: A Secret History of Obscenity in Britain [Amazon]
    Travis laat zien hoe geobsedeerd de gevestigde orde is door seks en perversiteiten. Met de Obscene Publications Act uit het Victoriaanse tijdperk werden boeken van belangrijke auteurs (James Joyce, D.H. Lawrence en Henry Miller) in de ban gedaan omdat zij "filthy and disgusting" zouden zijn. Vandaag de dag woedt er in Engeland een nieuw debat over censuur, maar dit keer over de vraag hoe de inhoud van het internet gereguleerd moet worden. Extracts

  27. UNESCO [1999]
    Children and Violence on the Screen
    Report from the Expert Meeting at UNESCO on Sexual Abuse of Children, Child Pornography and Paedophilia on the Internet. 18-19 Januari, 1999.

  28. Wallace, J. / Mangan, M. [1996]
    Sex, Laws, and Cyberspace [Amazon]
    New York: Henry, Holt, and Company.

  29. Williams, Linda [1999]
    Hard Core: Power, Pleasure, and the “Frenzy of the Visible” [Amazon]
    California: Univ. of California Press.

  30. Young, Kimberley S. [1998]
    Caught in the Net: How to Recognize the Signs of Internet Addiction--and a Winning Strategy for Recovery [Amazon]
    New York: John Wiley & Sons.
Index
Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

13 September, 2013
Eerst gepubliceerd: September, 2000