Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Virtuele steden en transformatie van de stadservaring

— Een cybersociologische stadsverkenning —

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
First edition: November 1997 — Last edition: 24 November, 2016

Verwante teksten
rode_knop Cyberstad — Schoonheid en kwetsbaarheid van slimme steden
rode_knop Dichter bij je buren door internet — Lokalisering van het internet
rode_knop Uitwaaierende vriendenkringen — Magie van virtuele sociale netwerken
rode_knop Peer-to-peer — Netwerken van onbekende vrienden
rode_knop Virtuele Gemeenschappen — Bouwstenen voor een sociologie van het internet
rode_knop Zichzelf organiserende netwerken — Typologie en dynamiek van het internet
rode_knop Kwetsbaarheid van slimme woningen — Hoe veilig is mijn thuisnetwerk?
rode_knop Slimme Autoís Hacken — Hoe veilig zijn onze (semi)autonome voertuigen?

Verdubbeling van de leefwereld

Al eeuwen leven we hecht verankerd in een natuurlijke, geografische en gebouwde omgeving die we met al onze zintuigen ervaren en waarop we al naar omstandigheden reageren. In het pre-digitale tijdperk werden onze stadservaringen uitsluitend — of in ieder geval hoofdzakelijk— bepaald door (i) de natuurlijk-biologische en fysiek-infrastructurele omgevingspatronen en door (ii) tijdruimtelijk geconcentreerde directe of interpersoonlijk interacties met andere mensen die zich gelijktijdig in dezelfde lokale omgeving bevinden.

Technologische omwentelingen hebben altijd al grote invloed gehad op de leefpatronen van de stedelijke bevolking. Het bekendste voorbeeld is de opkomst van gemotoriseerde voertuigen die niet alleen onze wijze van vervoer en onze mobiliteit drastisch transformeerde, maar ook de hele inrichting van de gebouwde stadsomgeving.

De virtualisering van de sociale leefwereld heeft hieraan volledig nieuwe dimensies toegevoegd. Naast de fysiek-lokale leefomgeving is een tweede ervaringsdomein is ontstaan: het digitaal-globale domein van cyberspace. Ik noem dit een digitale verdubbeling van de leefwereld. In het virtuele domein worden we geïnformeerd over alles wat er in de lokale omgeving actueel gebeurt, interacteren we met anderen in die omgeving of ver daarbuiten, en kunnen we daarin direct interveniëren.

Wat betekent de virtualisering van de leefwereld voor de manier waarop we omgaan met onze stadsomgeving? Hoe verandert de verdubbeling van de leefwereld onze ervaringen van de natuurlijke, artificiële en sociale omgeving waarin we leven, wonen en werken?

Voor de sociologie van cyberspace zijn dit lastige vragen waarvoor nog geen goed antwoord is gevonden. Maar er zijn al wel een paar scherpzinnige en goed onderbouwde studies die ons verder kunnen brengen. Daarnaast is er een uitgebreide — veelal speculatieve — literaire, poëtische en filosofische verbeeldingen. Rigide sociaalwetenschappelijke theorievorming op grond van degelijk empirisch onderzoek is nog steeds schaars.

Misschien is dat minder betreurenswaardig dan het lijkt. De uil van Minerva komt immers altijd pas in beweging met het vallen van de avond. De virtualisering van de lokale sociale leefwereld grijpt snel en diep in op ons bestaan. Niemand weet precies in welke richtingen dit proces zich zal ontwikkelen of wat daarvan op langere termijn de effecten zullen zijn voor individuen en groepen, gemeenschappen en netwerken, organisaties en instituties, samenlevingen en nationale staten.

De volgende analyse is geconcentreerd op de verandering van de ervaring met de stedelijke leefomgeving. De verandering van de relatie tussen stad en (platte)land blijft nog even buiten beschouwing.

Index Digitaal wonen

De moderne stad Terwijl we over elektronische snelweg suizen, laten we onze lichamen thuis. Ook de bewoners van de virtuele werelden wonen ergens samen met hun partners en kinderen in een huis. Samen met hun buren wonen zij een straat en leven zij met vele anderen in een dorp of stad. In steden die —samen met onze taal— tot de grootste kunstwerken van de mensheid behoren [Mumford 1938].

De steden waren bijna letterlijk kunstwerken. De grote culturele centra golden als hoofdsteden van de eeuw: Londen in de 18e eeuw, Parijs in de 19e eeuw en New York in de 20e eeuw. De kosmopolitische aard van de steden genereerde een hoge graad van individualiteit (een grote variatie van leefstijlen) en innovatie (een sterke impuls voor historische verandering). De stad was altijd al een collectiviteit gebaseerd op verschillen, eerder dan op overeenkomsten. En de stad was ook altijd een centrum van cultuur. Tegenwoordig is cultuur zelfs de belangrijkste bedrijfstak geworden in veel oude steden. Het zijn belangrijke toeristenbestemmingen geworden juist vanwege de aantrekkelijkheid van de culturele instellingen.

Steden zijn fysieke containers die de emotionele en sociale ervaringen van hun bewoners structureren. Onder invloed van de moderne telecommunicatie technologie worden deze steden ook virtuele conglomeraten. Wat gebeurt er met onze steden? Kunnen we steden nog net zoals vroeger primair denken in termen van hun geografie? Hoe zal de opkomst van telewerk —thuis, in telewerkcentra of teledorpen— de relatie tussen stand en platteland veranderen? In welke richting verandert de ervaring en de betekenis van de stad voor haar bewoners? Hoe kunnen we deze ontwikkelingen analyseren? En tenslotte: virtuele steden, kun je daarin wonen? zijn ze leefbaar?

Index De gevirtualiseerde stad

Door het gebruik van digitale communicatie- en informatietechnologieën kan de stad niet meer primair worden definieert in termen van haar geografie. De moderne steden zijn ruimtelijk gefragmenteerd en discontinu. De onderdelen van de stad zijn echter met elkaar verbonden in enorme netwerken waar informatie, databestanden, beelden, geluiden en geld vrijelijk van locatie naar locatie stromen.

De gevolgen van deze nieuwe technologieën voor onze steden zijn enorm. Zij grijpen in op de vestigings- en verplaatsingspatronen van bedrijven en huishoudens. Er wordt gespeculeerd over een ontmanteling van de historische stad als een plaats waar de tijdruimtelijk geconcentreerde arbeid in fabrieken en kantoren is geconcentreerd en over een reconstructie van het landelijke leven in volledig nieuwe, geflexibiliseerde vormen. Omdat we nu in de meeste beroepen ook op afstand met elkaar kunnen samenwerken, waarom zouden we dan niet op het platteland gaan leven of verhuizen naar tropische oorden waar de kosten van levensonderhoud veel lager zijn waar onze lichamen meer zon vangen en de zeeŽn, meren en rivieren het hele jaar zwembaar zijn?

Op grond van veranderende sociale mobiliteitspatronen wordt ook gespeculeerd over de vraag of in de steden van de toekomst de traditionele verbinding tussen verwantschap en gemeenschap volledig zal worden ontkoppeld. Studies over de ruimtelijke effecten van ict laten echter zien dat dat de gevolgen van telewerken en online winkelen tot op heden nogal beperkt zijn [Van Oort e.a. 2003].

Er wordt getelewerkt en het aantal telewerkers neemt nog steeds toe. In Nederland gebeurt dat meestal nog informeel, door daarover goede onderlinge afspraken te maken en met het management. Maar het forensisch verkeer noch de automobiliteit zijn hierdoor afgenomen. Integendeel, ondanks de uitbreiding van het aantal rijbanen, de herinrichting van kruispunten en de intensivering van het openbaar vervoer blijven de meeste mensen wonen waar ze niet werken en werken ze niet waar ze wonen of in de buurt van hun woning. De van de industriële revolutie geërfde maatschappelijke splitsingslijnen tussen werken en wonen en tussen stad en platteland blijken hardnekkig te zijn. Het lijkt er veeleer op dat ict de bestaande patronen van ruimtelijke ordening versterkt.

In stadssociologische analyses wordt er steeds meer rekening mee gehouden dat we niet eenvoudig in zuiver afgebakende geografische locaties wonen, maar in deels gevirtualiseerde steden die als simultane en complexe netwerken zijn geconstrueerd. Het publieke leven is al in vergaande mate verplaatst van de Kerkstraat en de supermarkt naar de virtuele omgeving van de telemarkt en de oppervlakte van het beeldscherm.

In de jaren zestig was Marshall McLuhan er nog van overtuigd dat de uitbreiding van computergemedieerde communicatie zou leiden tot een verdwijning van de steden en een terugkeer naar het plattelandsleven: “Binnen 10 jaar zal men New York afbreken”. Hij heeft niet gelijk gekregen. Integendeel, in onze nieuwe vormen van online bestaan oriënteren we ons niet meer op het oude het dorpsbeeld (‘Het tuinpad van mijn vader’), maar op een nieuw type stad: de digitale stad — de gevirtualiseerde stad die zichzelf via internet en mobiele communicatiesystemen organiseert.

Een gedigitaliseerde stad kan zich uiteraard niet volledig losmaken van de fysieke ruimte en gebouwde omgevingen; ze blijft verankerd in haar natuurlijke en gebouwde omgeving, in gebouwen, straten en waterwegen, maar werkt daar ook op terug. Cybercafés zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Zij vormen een tussenzone waarin een brug wordt geslagen tussen de virtuele en de lokale wereld van de inwoners en bezoekers van de stad. De communicatieve mogelijkheden van de stadsbewoners zijn hierdoor aanzienlijk uitgebreid. Er ontstaan meer gelegenheden voor ongedwongen contacten, nieuwe interactieve vormen van lokale openbaarheid (‘third places’), meer decentrale en laterale typen van communicatie tussen stadsbewoners.

Vragen die zich daarbij opdringen zijn:

Index Rechten op de stad

Massale urbanisatie
In 2050 zal bijna 70% van de wereldbevolking in steden leven. In Europa zou dat nog wel eens boven de 80% kunnen zijn. Deze snelle en massale urbanisatie doet een enorm beroep op de draagkracht van steden en hun inwoners. Alle stedelijke voorzieningen komen onder druk te staan: transport, huisvesting, gezondheid, voedselvoorziening, energie en waterhuishouding.
In hoogontwikkelde kapitalistische landen zijn steden in toenemende mate ingebed in wereldomvattende processen van productie, consumptie en ruil. Hierdoor veranderen hun relaties ten opzichte van provinciale en nationale overheden. Wereldwijde stromen van kapitaal en arbeidskrachten komen in steden bijeen. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben nieuwe immigratiestromen de eens zo duidelijke grenzen tussen steden uit de eerste en derde wereld vervaagd. De interne differentiatie van de steden is sterker geworden en zij vertonen nieuwe patronen van segregatie naar sociale klasse, etniciteit, leeftijd en geslacht.

Deze ontwikkelingen roepen voor stadsociologen aantal pertinente vragen op:

Burgerschap wordt gedefinieerd door de bundel rechten en plichten die het lidmaatschap van een individu in een politieke gemeenschap met zich meebrengt. In de sociale wetenschappen werd burgerschap lange tijd nogal stiefmoederlijk behandeld. Een eerste poging om deze impasse te doorbreken werd al in 1950 gedaan door de Engelse socioloog T.H. Marshall met zijn klassiek geworden— Citizenship and Social Class. Maar de tijden zijn gelukkig snel veranderd. De laatste jaren is dit echter snel veranderd. De burger staat weer in vele sociaalwetenschappelijke onderzoeksagenda’s. Kymlicka en Wayne [1994] noemden dit de ‘return of the citizen’.

Index Bekende vreemden en sociale cohesie

Onze waarneming van de stad wordt gedomineerd door de mensen waarmee we de openbare ruimtes van de stad delen. In een stad leven we niet alleen samen met onze vrienden, buren en kennissen, maar ook met volledig vreemde stadgenoten. Tussen deze bekende en onbekende stadgenoten staan de bekende vreemden: individuen die we regelmatig tegenkomen maar waarmee we niet direct interacteren.

In 1972 onderzocht de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram de betekenis van deze bekende vreemden (familiar strangers). Milgram concludeerde dat de relatie die we met deze bekende vreemden hebben een werkelijke sociale relatie is waarin beide partijen overeenkomen elkaar te negeren, zonder dat dit tot vijandigheid leidt. Bekende vreemden vormen een overgangszone tussen mensen die we kennen en de volledig onbekende vreemden die we in de stad nooit tegenkomen of slechts een keer zien en dan nooit meer.

Wij komen bekende vreemden regelmatig tegen in bekende situaties —bij de supermarkt of in het café, op het plein, in je buurt of op straat, in de trein, metro of bus. Zij zijn een bevestiging van onze binding van speciale plaatsen of openbare ruimtes. Het zijn vreemden die ons vertrouwd zijn en deze vertrouwdheid beïnvloedt onze perceptie van plaats en dus ook van de participatie in een typische stedelijke openbare ruimte.

Door de opkomst van draadloze, persoonlijke digitale technologieën zoals laptops, tablets en mobiele telefoons verandert onze relatie met mensen en openbare ruimtes in de stad. Mobiele communicatieappatuur wordt ingebed in de dagelijkse routines van stadsbewoners. Het mobieltje is hét medium om in een grote stad contact met elkaar te onderhouden en elkaar te ontmoeten. Maar er zijn nog maar weinig mobiele apparaten waarmee we onze contacten met vreemden en bekende vreemden kunnen onderhouden. De opkomst van de flitsmeutes heeft laten zien dat mensen die elkaar online ontmoeten gezamenlijke acties kunnen ondernemen die stadsgenoten soms versteld doet staan. Bij het experimenteren met de bluetooth-technologie ontstond een nieuwe rage die toothing wordt genoemd: flitsseks met onbekende mensen in de directe omgeving. Het zijn slechts eerste tekenen dat digitale stadsburgers wel degelijk geïnteresseerd zijn in hun (bekende) vreemde stadsgenoten.

Eric Paulos en Elizabeth Goodman onderzoeken in hun Familiar Stranger Project welke mobiele apparaten we nodig hebben om onze contacten met stad- buurt en straatgenoten die we niet of nauwelijks kennen te cultiveren. Dergelijke apparaten kunnen gemeenschapszin en sociale cohesie bewerkstellingen op plaatsen waar dit tegenwoordig erg moeilijk is.

Index Informatiebronnen

  1. Stadssociologische informatiebronnen [SocioSite]

  2. Amsterdam by Bite [SocioSite]

  3. Boyer, M. Christine
    • [1996] Cybercities
      New York: Princton Architectural Press.

  4. Amsterdam Smart City (ASC)

  5. Bryan, Cathy / Tambini, Damian / Tsagarousianou, Roza

  6. Calder, Kent E.

  7. Donath, Judith Stefania

  8. Glaeser, Edward

  9. Goffman, Erving

  10. Graham, Stephan / Marvin, Simon

  11. Horn, Stacy

  12. Iglhaut, Stefan / Medosch, Armin / Rötzer, Florian

  13. Jacobs, Jane

  14. Koll-Schretzenmayr, Martina / Kleiner, Marco / Nussbaumer, Gustav

  15. Lynch, Kevin

  16. McLuhan, Marshall / Powers, Bruce R.

  17. Milgram, Stanley

  18. Mitchell, William J.

  19. Moss, Mitchel L. / Townsend, Anthony M.

  20. Mumford, Lewis

  21. Oort, Frank van / Raspe, Otto / Snellen, Daniëlle

  22. Paulos, Eric / Goodman, Elizabeth

  23. Rheingold, Howard

  24. Rienks, Rutger

  25. Rötzer, Florian

  26. Rygiel, Kim

  27. Sikiaridi, Elizabeth / Vogelaar, Frans

  28. Silver, David

  29. SmartCities

  30. Time
    • [28.11.2011] The 50 Best Inventions - Lev Grossman, Mark Thompson, Jeffrey Kluger, Alice Park, Bryan Walsh, Claire Suddath, Eric Dodds, Kayla Webley, Nate Rawlings, Feifei Sun, Cleo Brock-Abraham en Nick Carbone

  31. Vooren, Clémentine
    • [2007] De Internetdate.
      In: Ineke Teijmant (red.) [2007] De samenleving ligt op straat. Essays voor Léon Deben.
      Apeldoorn/Antwerpen: Het Spinhuis.

  32. Wheeler, James O. / Aoyama, Yuko / Warf, Barney L.

  33. Whyte, William H.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

24 November, 2016
Eerst gepubliceerd: November, 1997