Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Syrië: het zwarte gat in het internet

— Internet als medium van repressie en bevrijding —

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Internet als medium en inzet van strijd
Infrastructuur: trage groei van internet
Repressie via internet
   Vijand van het internet
   Exemplarisch
   The dark side
Door de mazen van het internet
   Ontstaan van online protestgroepen
   Open Mesh Project
   Tor: anoniem internetten
   Speak2Tweet

Solidariteit
   
Internet als medium van solidariteit
   Nederlandse Solidariteit
Digitale contrarevolutie
   Een publiek internetleger
   Propagansa, valse berichten en beurspaniek
   Syrian Electronic Army (SEA)
   Burgers bespioneren
   Veel verrassingen

Informatiebronnen

Verwante teksten
Index Netactivisme en wolkbewegingen
Index Toezicht op internet — Grootschalig afluisteren & surveillance
Index Iran — Anatomie van een twitterende rebellie
Index Egypte — Rebelleren met en zonder internet
Index Politieke sociologie van het internet
Index Regulatie en zelfregulatie van internet
Index Oorlog in Cyberspace — Zwaarden van Zwakkeren

Internet als medium en inzet van strijd

Daar ligt Syrië Veel mensen geloven dat internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof, of die hoop, is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten.

Elke belangengroep, politieke partij of sociale beweging is tegenwoordig op het internet aanwezig. Zij dragen in de virtuele wereld hun doelstellingen uit, articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, en agiteren tegen maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan. Zij gebruiken internet om hun eigen achterban te informeren, te verbreden en te mobiliseren. Internet speelt inmiddels een cruciale rol in de praktische organisatie van lokale acties.

Voor deelnemers aan sociale emancipatiebewegingen of politieke mobilisatiebewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, hun ervaringen kunnen uitwisselen en informatie aan elkaar kunnen doorspelen. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de internetopenbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.

Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zo’n samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen ‘inherent democratisch medium’ waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. De controle van communicatie en de manipulatie van informatie waren altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen [Castells 2011:347]. De internetcensors concentreren zich vooral op sociale netwerken en platforms voor blogs. Tegen elke prijs moet voorkomen worden dat dissidenten groepen gaan vormen en leden gaan rekruteren via het internet.

In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie), zoals Syrië, zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet.

Index Infrastructuur: trage groei van internet

De Afrikaanse telecommunicatiemarkt groeit in een sneller tempo dan in de rest van de wereld. Maar tegelijkertijd is de internetpenetratie in Afrika beperkt in vergelijking met de rest van de wereld [bron]. Bovendien bestaat er ook tussen de Afrikaanse staten een scherpe digitale scheidslijn. De beste infrastructuur en de meeste internetactiviteiten zijn geconcentreerd in Zuid-Afrika, Marokko, Egypte en in een paar kleinere economieën zoals Mauritius en de Seychellen.

In 2011 waren er in Syrië bijna 4,5 miljoen internetgebruikers. Op een totale bevolking van meer dan 21 miljoen is dat een penetratiegraad van 19,8%. In datzelfde jaar waren er 13 miljoen mobiele telefoons.
De telecommunicatiemarkt in Syrië is in het Midden-Oosten het minst ontwikkeld en het meest gereguleerd. Hoewel het internet zich in Syrië het laatste decennium sterk heeft uitgebreid, is de infrastructuur zelf nog weinig verbeterd. Dit resulteert in opstoppingen, vertraging van verbindingen en vaak uitval van verbinding. De erg lage verbindingssnelheid is een van de grootste obstakels voor internetgebruik. De meeste internetters zijn beperkt tot een snelheid van 56 Kb. Het downloaden van bestanden duurt uren en surfen over het web gaat met een slakkengang. ADSL en 3G-verbindingen zijn in Syrië nog erg duur. De overgrote meerderheid van de Syrische internetgebruikers gaat online bij de talloze internetcafés, en in huizen met vaste telefoonverbindingen.

De trage technische verbetering van het net wordt opgevat als een bewust plan om de bevolking van het web weg te houden.

STE
De STE is eigenaar van de hele infrastructuur voor telecommunicatie. Zij treedt op als regulator van de telecommunicatie in Syrië, fungeert tegelijkertijd als internetprovider en heeft het volledige monopolie op kabel- en draadloze diensten.
De internetcontrole wordt door twee overheidsinstanties uitgevoerd: het Syrische Telecom (STE) en de Syrische Informatie Organisatie (SIO) die de bandbreedte controleert. Om een gecentraliseerde controle over het web te handhaven, wordt geruik gemaakt van de hard- en software van Blue Coat, Thundercache, Cisco en Ipoque. De apparatuur van deze firma’s monitort websites, discussiefora en sociale netwerken en filtert ze door het opsporen van ‘verboden’ woorden.

Staatstoezicht met behulp van deze technologie heeft directe gevolgen voor de lokale wereld. Surveillance technologie stelt overheden in staat om vreedzame dissidenten te arresteren en te martelen. In handen van dictators is deze technologie even gevaarlijk als een knuppel of een geweer. Zij luisteren het internetverkeer van de hele bevolking af en zij identificeren dissidenten, activisten en politieke tegenstanders.

De Syrische overheid zet een personeel en softwarematig netwerk van spionnen in om haar controle over het lokale leven van haar burgers te verlengen in de virtuele wereld. Het regime van Assad wil precies weten welke burgers dissidente, het regime onwelgevallige opvattingen naar voren brengen. Via internet worden zij nauwkeurig in de gaten gehouden. Op die manier probeert het regime ook internetters in te prenten dat er geen ontsnapping mogelijk is. De grote Assad houdt je overal in de gaten. Dit is erop gericht zelfcensuur te stimuleren om de venijnige knuppel van het geheiligde regime te ontlopen [>a href="https://opennet.net/research/profiles/syria">OpenNet Initiative 2009]. In 2007 beschreef Reporters Without Borders Syrië als de grootste gevangenis voor cyberdissidenten in het Midden-Oosten. Zij baseerden deze kwalificatie op het aantal arrestaties en mishandelingen van online activisten.

Schending van handelsembargo
De apparatuur en software die nodig is om het internet te bewaken wordt direct geleverd door Westerse bedrijven of wordt via de internationale zwarte en grijze markten aangeschaft. Surveillance en filtertechnologie worden aan de meest autoritaire en repressieve regimes verkocht en doorverkocht. In hun handen wordt deze technologie een instrument van politieke controle.

Toen in oktober 2011 bekend werd dat het Syrische regime beschikte over de spionagesoftware van het Amerikaanse bedrijf Blue Coat, werd dit uiteraard direct tegengesproken [Washington Post, 22.10.11]. Het bedrijf verklaarde dat het zich houdt aan de exportwetten van de Verenigde Staten, dat sinds 2004 sancties heeft ten opzichte van Syrië.

Een week later moest Blue Coat toch toegeven dat er 13 van haar apparaten in handen van het Syrische regime terecht waren gekomen [Wall Street Journal, 29.10.11]. Via de Rotterdamse haven werden er eind 2010 door Blue Coat 14 apparaten (het internetfilter systeem ProxySG9000) naar Dubai gestuurd, met als uiteindelijke bestemming Irak. Op één na kwamen ze echter allemaal in Syrië terecht. Hierdoor beschikt het regime van president Assad over voldoende apparatuur om het internetverkeer in het land te filteren en te blokkeren.

De grootste internetproviders in Syrië maken al minstens sinds 2005 gebruik van de technologie die door Blue Coat wordt geproduceerd. De eerste informatie over Blue Coat in Syrië kwam van een Zweedse hacktivistische groep Telecomix. Zij slaagden erin toegang te krijgen tot niet-beveiligde internetsystemen in Syrië en ontdekten daar dat de Blue Coat technologie wordt gebruikt om het internet te filteren en te censureren.

Internet in Syrië. De Syrische overheid heeft haar beleid gewijzigd onder de persoonlijke invloed van Bachar al-Assad. Op zijn initiatief verschenen er websites waarin de officiële standpunten worden ingenomen. Voorbeelden hier van zijn het Syrian News Agency (SANA), Syria News, Al-Gamal, Sada Suria and Sham Press, en uiteraard Presidentassad.net. Op al deze websites wordt het staatshoofd bewierookt.

De president en zijn vrouw, Asma al-Assad, hadden al pagina’s op Facebook voordat de blokkade van het sociale netwerk in februari 2011 weer werd opgeheven. In januari 2011 vond de persvoorlichter van het presidentiële paleis het nodig om deze merkwaardige situatie te verklaren: de Facebook pagina’s van de president en zijn vrouw waren geen officiële pagina’s of officiële communicatiekanalen, maar louter hun persoonlijke initiatief.

Index Repressie via internet

Vijand van het internet
Voor de regering van Syrië is toegang tot vrije informatiestroom door het volk een uitdaging voor haar legitimiteit en macht. Zij ziet het internet als een directe bedreiging van haar bestaan, en van de stabiliteit van de dictatoriale staat. De Syrische regering probeert al jarenlang controle te houden over het internet. In een land waarin bijna 4 miljoen van de meer dan 22 miljoen inwoners toegang hebben tot dat internet, is het niet eenvoudig om die controle sluitend te maken.

De Syrische autoriteiten —regering en heersende Baath partij— controleren alle televisie- en radioprogramma’s en bijna alle kranten die onafhankelijke opinies publiceren zijn verboden. Kritiek op de president en zijn familie is niet toegestaan en journalisten doen aan zelfcensuur. Hoewel er sinds 2000 een aantal verbeteringen werden doorgevoerd in de persvrijheid, maakt de overheid zeer ruim gebruik van de permanente noodtoestand om medewerkers te arresteren. Kritische burgers, journalisten, bloggers en politieke activisten staan tegenover een grillig en wraakzuchtig staatsapparaat dat telkens maar nieuwe thema’s toevoegt aan de lijst van verboden dingen [Reporters Without Borders 2007].


Enemy of the People & Enemy of the Internet
Sinds Bashar al-Assad president werd, is Syrië een van de meest kwaadaardige zwarte gaten van het internet geworden. De internetcensuur is in Syrië zeer uitgebreid en fijnmazig. In de lijst met Internet Enemies — die sinds 2006 door Reporters Without Borders wordt opgestelde— neemt Syrië vanaf het begin een prominente plaats in. Uit de volgende lijst met repressieve maatregelen blijkt dat Syrië die treurige plaats volledig verdient.

Index


Exemplarisch

Index


The Dark Side
Deze opsomming van feiten laat zien dat internet niet zomaar een koningsweg naar of voertuig van democratische idealen is. Het is ook een machtig middel in handen van autoritaire leiders, autoritaire regimes en wrede dictators. Dezelfde technologieën die door burgers worden gebruikt om hun onvrede en kritiek te articuleren, worden door repressieve regimes gebruikt om het toezicht op en controle over de eigen bevolking te versterken. De hele informationele en communicatieve digitale technologie is een januskop, een Jeckyll en Hyde (van Robert Louis Stevenson), een Dr. Strangelove (van Stanley Kubrick) en een Big Brother (van George Orwell).

De internettechnologie is potentieel een voertuig van emancipatie, van bevrijding van kennisgrenzen en van insluitingen. Maar het is ook een potentieel van permanente observatie en van de meest verfijnde controle op het klik- en communicatiegedrag van elke afzonderlijke burger. George Orwell was zijn tijd ver vooruit, maar zijn Big Brother is een mietje in vergelijking met de panoptische kracht van het internet.

De repressie richt zich primair op de individuen die middels artikelen op persoonlijke blogs of discussiebijdragen op webfora hun opinies en gevoelens naar voren brengen. Degenen die dit het meest eloquent en consequent doen worden door websurveillanten van het autoritaire regime al snel als dissidenten geïdentificeerd en met gepaste harde hand gedisciplineerd. Op deze manier trachten repressieve regimes hun oppositie te onthoofden en aspirante oproerkraaiers te ontmoedigen en te intimideren.

Autoritaire regimes proberen altijd een zo volledig mogelijke controle te verwerven over de informationele en communicatieve infrastructuur. Internetproviders en telecommuncatieconcerns zijn daarbij van cruciaal belang. Zolang mensen afhankelijk zijn van lokale voorzieningen die toegang bieden tot internet en mobiele communicatie, blijven zij afhankelijk van degenen die op dat grondgebied de controle hebben over die infrastructuur. En wie de infrastructuur beheerst heeft ook de mogelijkheid om het internetverkeer en de mobiele communicatie af te luisteren en te censureren.

Door de vertraagde ontwikkeling van het internet vervult in Syrië het gebruik van internetcafés een belangrijke rol. De bewakers van het internet in Syrië concentreren zich daarom speciaal op de controle van identiteit en gedrag van de bezoekers van internetcafés. Het Syrische regime heeft dat tijdig begrepen: controleer de ontevreden burgers daar waar zij zich met elkaar kunnen verbinden. Breek hun virtuele macht voortijdig, dan is de kans veel geringer dat zij zich lokaal verenigen in verzet. Simpel gezegd: onthoud de onderdrukte burgers altijd de middelen om hun onvrede of verzet te articuleren.

Index Door de mazen van het internet

Ontstaan van online protestgroepen
De enige media die voor Syrische burgers nog enige vrijheid van meningsuiting toelaten zijn is het internet en de mobiele telefoon. Syrische burgers gebruiken dat internet om zichzelf en anderen te informeren en om zich vrij te associëren en te protesteren. Dankzij internet waren de Arabische burgers niet langer passieve consumenten van traditionele media. Internet gaf hen een kans om vrijelijker te spreken over onderwerpen die er toe doen. Langzamerhand ontdekten zij dat internet een instrument is voor sociaal-politieke veranderingen. Er ontstonden online protestgroepen die hun economische, sociale en politieke eisen naar voren brengen.

Het bloggen werd geïntroduceerd als een gebruiksvriendelijke en zeer krachtige methode om zichzelf onafhankelijk —zonder de filters van de traditionele media— te uiten. Hierdoor konden nieuwe geluiden worden gehoord van burgers die zichzelf onderscheiden door moeilijk toegankelijke of gecensureerde informatie beschikbaar te stellen, door heldere analyses te geven van de stand van maatschappelijke zaken, en door het leveren van scherpe kritiek op schrijnende sociale ongelijkheid, onrechtvaardigheid en onvrijheid. Al snel bleek dat deze vrijzinnige bloggers op de uiterst lange tenen van hun autocratische machthebbers begonnen te trappen. De bloggers werden bedreigd, in de gevangenis gegooid en gemarteld.

Veel internetgebruikers zijn vertrouwd met instrumenten waarmee zij censuur kunnen omzeilen. Wanneer de autoriteiten beginnen proxies te blokkeren, worden er weer nieuwe aangemaakt. Ook de Syrische internetgebruikers gaven de sociale netwerksite Facebook een nieuwe rol: een platform voor politiek activisme, zoals het propageren van demonstraties tegen het bewind van Assad. Noodzaak is de moeder van de uitvinding — de Syrische jeugd werd gedwongen om Facebook te gebruiken om zichzelf politiek en sociaal uit te drukken en te associëren. Net als voor de Egyptische dissidenten werd Facebook voor hen een natuurlijk vehikel om onvrede te uitten en een verlengstuk van hun sociaal-politieke activiteiten.

Op de websites, blogs en Facebook pagina’s van Syrische burgers verschenen steeds meer berichten waarin de immense corruptie en de onderdrukking van vrouwen aan de orde werden gesteld. De aanhangers van Assad werden uitgedaagd en een aantal hogere ambtenaren werd gedwongen ontslag te nemen. Voor de hoeders van deze Arabische republiek werd het steeds lastiger om deze protesten via de niet-volledig gecontroleerde nieuwe media in de kiem te smoren.

Index


Secundair internet: het Open Mesh Project
Door de sterke controle van de Syrische overheid op telefoon- en kabelmaatschappijen is er behoefte aan een alternatief. Dit alternatief werd voor het eerst beproefd in Egypte, toen president Mubarak besloot het hele internet plat te leggen. Hackers in de hele wereld werkten samen om een of andere omweg te ontwikkelen. Een groep hackers ontwikkelde software waarmee laptops in goedkope internetrouters veranderd kunnen worden om zo de burgers in de gelegenheid te stellen om zichzelf te organiseren.

Voorloper
Mesh networking is overigens een oud idee. De zeer goedkope XO laptop van $ 100,- die gebouwd werd door de One Laptop Per Child organisatie (OLPC) was ontworpen met een ingebouwde mogelijkheid voor mesh networking. Het idee bij het XO apparaat was dat veel kinderen deze laptops zouden gebruiken in landelijke streken zonder betrouwbare internetverbindingen. Maar de laptops konden wel aan elkaar worden verbonden. Als slechts een persoon in een dorp een internetverbinding had, zou deze met iedereen gedeeld kunnen worden.
Het Open Mesh Project ontstond toen Shervin Pishevar, een internetondernemer uit Palo Alto in Californië, een bericht plaatste op Twitter waarin hij om hulp vroeg om software naar Egypte te brengen waarmee gewone laptops in kleinschalige internetrouters worden veranderd. Op die manier kan een mesh network (fijnmazig netwerk) worden gevormd waarin elke computer berichten kan doorgeven via de andere computers. Vanuit de hele wereld boden zich technici aan om hem te helpen.

Het alternatieve netwerk maakte het mogelijk mensen met elkaar te laten communiceren die dicht bij elkaar in de buurt zijn. De laptops kunnen met elkaar communiceren en vormen samen een soort secondair internet dat niet geblokkeerd kan worden. Als er eentje uitvalt, worden de berichten gewoon via een andere weg door het cluster van machines verspreid. Het is een ad hoc mobiel netwerk met een beperkt bereik, maar het werkt. En wanneer iemand in dat fijnmazige netwerk van onderling verbonden laptops erin slaagt om verbinding te krijgen met de buitenwereld, kan hij of zij deze delen met de andere deelnemers van het netwerk.

Index


Tor: verberg je fysieke locatie
Een ander technologisch middel om terug te vechten is Tor. Het is een instrument waardoor je communicatie over een gedistribueerd netwerk van relays wordt verstuurd dat door vrijwilligers over de hele wereld in stand wordt gehouden. Het voorkomt dat iemand meekijkt met je internetverbindingen en dat de overheid je fysieke locatie kan bepalen. Tor stelt internetgebruikers in sterk gecensureerde gebieden in staat om hun locatie effectief te verbergen door gebruik te maken van een andere computer als proxy.

Index


Speak2Tweet
Google’s Speak2Tweet stelt mensen in staat om een telefoonnummer te bellen en een voicebericht achter te laten dat getweed wordt wanneer de toegang tot Twitter wordt afgesloten.

Toen het internet in heel Egypte werd platgelegd, bedachten Google en Twitter een manier waarop de activisten hun vaste telefoon of mobieltje kunnen gebruiken om te tweeten. De technologie converteert gesproken woorden van een voicemailbericht naar tekstberichten die via Twitter worden verspreid. Iedereen kan op een van de daarvoor aangewezen internationale telefoonnummers (+16504194196 of +390662207294 of +442033184514) een bericht inspreken. Dit bericht wordt vervolgens direct omgezet in een tweetbericht met de hashtag #syria. Hiervoor is geen internetverbinding nodig. Mensen kunnen het bericht ook afluisteren door naar dezelfde telefoonnummers te bellen of naar twitter.com/speak2tweet te gaan.

Internet is niet meer alleen een essentieel kanaal voor handel, entertainment en informatie. Het is ook een toneel voor staatscontrole — en voor de rebellie daartegen. Het internet is dus in toenemende mate een politieke arena waarin tegengestelde maatschappelijke krachten op elkaar botsen, elkaar openlijk met digitale middelen bestrijden, en vechten om de aandacht van internetburgers (netizens). De sociaal-politieke en cultureel-ideologische strijd wordt tegenwoordig met moderne digitale middelen uitgevochten. De machtsstrijd in de samenleving wordt niet alleen bepaald door de lokale mobilisatie van fysieke macht (=geweld), maar ook en in toenemende mate door de globale mobilisatie van virtuele macht (=stem op het internet). Internet is dus niet alleen een medium van sociaal-politieke strijd, maar ook inzet van een nieuw strijdperk waarop antagonistische maatschappelijke krachten met elkaar botsen. Eens droomden de techno-optimisten dat internet een koningsweg zou zijn die ons regelrecht naar democratie en vrijheid zou brengen. Maar inmiddels gaan de poortwachters van dictatoriale en militaire regimes ook op internet zelf de confrontatie met opposanten aan. Organisatoren en deelnemers aan het verzet worden via internet opgespoord en gelokaliseerd, waarna zij met geweld in arrest worden genomen. Internet is dus ook een erg effectief middel van onderdrukking, van digitale dictatuur [Morozov 2011].

Index Solidariteit

Internet als medium van solidariteit
Internet is een medium van nabijheid. Ook al verblijven de deelnemers aan de virtuele wereld op zeer uiteenlopende locaties, via internet kunnen zij met elkaar interacteren en komt het (wederzijdse) gevoel van sociale aanwezigheid tot stand. Betekenisvolle en persoonlijke sociale relaties ontstaan in elke situatie waarin de sociale aanwezigheid van de Ander wordt ervaren. Internet is daarom ook bij uitstek een medium van solidariteit.

Solidariteit met activisten die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen genadeloze en roofzuchtige heersers is van eminent belang. We kunnen daarbij niet lijfelijk aanwezig zijn om hen te ondersteunen, maar we kunnen ons er via internet wel virtueel mee bemoeien. En we kunnen er zelfs, ook al is het maar symbolisch, wel virtueel aanwezig zijn.

Virtueel georganiseerde solidariteit kan zeer uiteenlopende vormen aannemen.

Index


Nederlandse solidariteit
Op 14 maart 2012 kondigde de Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal aan dat hij de Syrische oppositie wil helpen met het omzeilen van de internetblokkade die president Assad heeft ingesteld. De verwachting is dat een vrij internet kan bijdragen aan de val van het regime van Assad. Bovendien is het van belang dat de wereld kennis kan blijven nemen van de situatie in het land.

De Nederlandse overheid geeft financiële en technische hulp aan de Syrische oppositie, zodat die met laptops en communicatieapparatuur bijvoorbeeld toegang tot internet kunnen krijgen.

“Nederland steunt de Syrische oppositie en blijft de Syrische oppositie steunen”, zei Rosenthal. De minister beloofde de oppositie zoveel mogelijk te steunen. Hij wil dat bereiken door vergaande sancties tegen regime van Assad en het geven van humanitaire steun waar mogelijk. Verder zet hij zich in voor de steun en bescherming van overlopers naar de oppositie, zoals militairen en diplomaten.

Getekende solidariteit
De aanval op de internationaal bekende Syrische politieke cartoonist Ali Ferzat werd in veel landen sterk veroordeeld. Ferzat werd eind augustus 2011 een paar uur ontvoerd en in elkaar geslagen door veiligheidstroepen. Vooral zijn handen moesten het ontgelden — zijn beide handen werden “als waarschuwing” gebroken. Om hem een hart onder de riem te steken hebben Nederlandse tekenaars —verzameld in de Stichting Pers & Prent en de Nederlandse cartoonisten— een gezamenlijk prent gemaakt op het gips van Ali Farzat. De tekeningen zijn van Hajo, Ruben L. Oppenheimer, Marijn, Stefan Verweij, Len Munnink, Joep Bertrams, Djanko, Farhad, Berend Vonk, Bas van der Schot, Trik, Argus, Reid en Geleijnse & Van Tol.

Adopteer een revolutie
Het IKV Pax Christi zet zich in voor vrede, verzoening en gerechtigheid in de wereld. Vanuit die oriëntatie initieerde zij de internationale campagne Adopt a Revolution. Zij riep op tot morele en financiële steun aan de burgercomités die in Syrië op een vreedzame manier in opstand komen tegen de onderdrukking van het regime.

Index


Obama: niet-dodelijke hulp
Op 25 maart 2012 verklaarden de Amerikaanse president Barack Obama en de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan dat zij ‘niet-dodelijke hulp’ aan de opstandelingen in Syrië zouden sturen. Volgens de Amerikaanse veiligheidsadviseur Ben Rhodes bestaat deze hulp vooral uit communicatieapparatuur. “Het is belangrijk dat de oppositie, die een inclusief en democratisch Syrië voor ogen heeft, in staat is met elkaar te communiceren” [Washington Post, 25.03.2012].

Index Digitale contrarevolutie

Een publiek internetleger
Terwijl het regime van Bashar al-Assad zijn tanks en vliegtuigen inzet tegen vreedzame demonstranten in heel Syrië, lanceren regeringsgetrouwe krachten een parallelle campagne tegen de opstand op een heel ander front: cyberspace. Een collectief van pro-Assad hackers heeft zich verenigd in het Syrian Electronic Army (SEA). Dit digitale leger richt zich niet alleen op de disssidenten in Syriën zelf, maar ook op sympatisanten daarbuiten. Met nauwelijks stilzwijgende steun van het regime voert het SEA cyberoperaties uit om enerzijds oppositionele activisten daar te bestrijden waar ze het sterkst zijn (nl. online) en anderzijds om de de al dan niet vermeende buitenlandse vijanden van het regime te bestrijden. Het is de meest geavanceerde reactie op online activisme van de Arabische lente. Het SEA laat zien hoe behendig de strijdkrachten van Assad zijn om de protestbeweging de kop in te drukken. Het SEA maakt daarbij gebruik van dezelfde instrumenten om de dissidenten te discrediteren.

Strijd om controle over internet
“Zowel Egypte als Libië probeerden de toegang tot het internet volledig af te sluiten. Zij namen extreme stappen die de communicatie vertraagde, maar er niet in slaagde om de meer technisch geschoolde activisten ervan te weerhouden om proxies te gebruiken en speciale telefoonverbindingen om te communiceren (de blackout had ook het onbedoelde effect van dat nietbetrokken omstanders boos werden).

Het Syrian Electronic Army demonstreert een verrassend vermogen om zich in dezelfde online ruimtes te bewegen die typisch worden gedomineerd door jonge activisten. Hoewel Tunesiërs en Egyptenaren in staat waren om hun regeringen grotendeels te slim af te zijn door sociale media te gebruiken, kunnen de Syrische activisten niet genieten van hetzelfde monopolie over het web. De Syrische overheid behandelt het internet als een van de slagvelden in het gevecht om de controle en niet eenvoudig als een serie instrumenten en websites die buiten werking moeten worden gesteld. Het Syrische bewind is waarschijnlijk de eerste in de Arabische wereld dat het potentiële nut van contrarevolutionare online organisatie begrijpt” [Max Fisher / Jared Keller, 2011].

Syrië is het eerste Arabische land dat een publiek internetleger op zijn nationale netwerk laat opereren dat openlijk cyberaanvallen lanceert op het vijanden [Norman 2013]. Op 20 juni 2011 sprak president Assad in een op de televisie uitgezonden toespraak zijn waardering uit over de inspanningen van het SEA en typeerde haar als “a real army in virtual reality”. Op haar eigen website verklaarde het SEA dat het zich vereerd voelde dat zij in de presidentiële rede werd genoemd. Natuurlijk voegde het SEA daar aan toe zij niet verbonden was met enige overheidsinstelling. Zowel de verklaring van de president als het feit dat de groep ongestoord en straffeloos gebruik kan maken van Syrische netwerken tonen echter aan dat er op z’s minst stilzwijgende overheidssteun is voor hun cyberoperaties.

Een deel van de eerste leden van het SEA behoorden tot de Syrian Computer Society (SCS), een technische organisatie die door Assad zelf geleid werd voordat hij president werd (en in 1989 werd opgericht door zijn overleden broer: Bassel Al-Assad). Een groot deel van de infrastructuur draaide tot april 2013 op de voorzieningen van de SCS. En daar was ook de eerste domeinnaam van de SEA geregistreerd: syrian-es.com.

Tegenwoordig manifesteert het SEA niet zozeer als een hiërarchisch georganiseerd leger (met leiders, technische experts, een media afdeling en met honderden vrijwilligers), maar veeleer als een los verband van vrij coöpererende individuen — vergelijkbaar met het hackersnetwerk Anonymous. Het SEA is een associatie van professionale kwaliteitshacker (die waarschijnlijk enige vorm van compensatie krijgen voor hun werk) en jonge vrijwilligers die nog in het regime geloven. Het regime van Assad heeft er belang bij dat het SEA niet optreedt als een door de staat ondersteunde cyberbrigade. Assad wil op een liefst zo geloofwaardige wijze blijven ontkennen dat zijn regering ook maar iets met het SEA te maken heeft (‘plausible deniability’).

Intigrerende verbindingen
In een rapport van de Information Warfare Monitor (based in a Ottawa,Canada), werd in mei 2011 geconcludeerd: “Although there are some intriguing connections between the Syrian government and the groups involved in these attacks, we could not find credible evidence that links the two directly beyond the tacit support that would be required for such a group to operate on Syrian networks” [Infowar Monitor, 30.5.11].

Volgens activisten van de Syrische oppositie is het Rami Makhlouf, de superrijke en machtige neef van de president, die het SEA financieert en die de kern van de hackersgroep in 2012 van Damascus naar een geheime basis in Dubai verplaatste. Het SEA opereert nu in een van de schaduwbedrijven van Makhlouf in Dubai. Makhlouf betaald voor voedsel en accomocatie. Pro-Assad activisten verdienen rond de $500-$1.000 voor opvallend cyberaanvallen op Westerse doelwitten. Het SEA bestaat voornamelijk uit Alawieten van Assad’ Shia sekte, maar er zijn ook een paar soennieten en christenen. Sporadisch lijkt er ook technische assistentie uit Rusland te komen.

    “There are a lot of [pro-regime] Syrian hackers inside Syria and outside Syria. The Syrian government gives them money to fight an electronic war against the rebels. They are doing hacks. They are doing social media. Their message is there is no revolution. They say there is a terrorist gang fighting the government. The SEA sometimes works according to orders from Damascus. Sometimes they work on their own. They attack websites like the Guardian or the BBC because they don’t want them to tell the truth” [Tareq al-Jaza’eere, een oppositionele cyberactivist, in: The Guardian, 29.3.13].

Index


Propaganda, valse berichten en beurspaniek
Als onomstotelijk kan worden aangetoond dat het bewind van Assad nauwe banden heeft met het SEA, dan zouden buitenlandse overheden maatregelen tegen Syrië kunnen nemen. De cyberaanvallen van het SEA hebben niet alleen propagandistische effecten, verstoren de nieuwsvoorzieningen in landen die als doelwitten worden beschouwd, maar verstoren zelfs beurzen.

Dat gebeurde toen in april 2013 de hackers van het SEA de Twitter-account van de Associated Press (AP) kraakten. Namens het AP werd het valse bericht de wereld ingestuud dat zich in het Witte Huis explosies hadden voorgedaan en dat de president daarbij verwond was. Deze tweet joeg de Amerikaanse markten de stuipen op het lijf.



De valse Tweet die via de gehackte Twitter-
account van de Associated Press werd verstuurd.

Binnen de kortste keren was de aandelenmarkt ontregeld. De Dow Jones kelderde in een klap met 146 punten [NYT, 17.5.13; Quartz, 23.4.13; Quartz_2, 23.4.13]. Tijdens zeven minuten durende val van de Dow Jones werd ongeveer 1 procent van het industrieel gemiddelde weggevaagd, wat gelijk staat aan 136 miljard dollars in de marktkapitalisatie [Dow Jones na de Obama tweet van SEA].

Th3 Pr0
Th3 Pr0 is een lid van het SEA. In een interview met Oz Katerji in Vice verklaarde hij: “We expected damage because the Associated Press is a trusted agency in the US. The American people believe it, so we knew there would be a huge amount of chaos.”

In een tweet eiste het SEA de verantwoordelijkheid op voor de AP-hack: “Ops! @AP get owned by Syrian Electronic Army! #SEA #Syria #ByeByeObama.”

Nadat een woordvoerder van het Witte Huis verklaarde dat er niets gebeurd was en dat president Obama niet verwond was, herstelde de financiële markten zich snel. Maar de hele wereld kon zien wat voor potentiële schade cyberaanvallen kunnen bewerkstelligen. Slechts één neptweet van een gezaghebbende bron (met vier woorden: ‘explosie’, ‘Witte huis’, ‘Obama’ en ‘gewond’) was genoeg om de beurshandelaren in paniek te brengen. Dat is een angstaanjagend vooruitzicht voor toekomst van de wereldeconomie. De flitshandelaren houden de belangrijkste nieuwsbronnen goed in de gaten en analyseren in real time of het nieuw negatief of positief is. Daarna kopen of verkopen zij automatisch grote hoeveelheden aandelen. Als zij na een paar minuten door krijgen dat zij op een vals bericht hebben gereageerd, is het beursleed al geschied.

De Twitter-account werd gekraakt nog geen uur nadat journalisten van het AP een indrukwekkend vermomde lokmail ontvingen. De lokmail leek te zijn verstuurd door een ander lid van de AP-staf, met het verzoek om op een link te klikken naar een “very important” artikel in de Washington Post. De link opende een pseudo-inlogpagina met het verzoek om hun personeels ID en wachtwoord op te geven.

Soortgelijke aanvallen werden gepleegd op de Twitter-accounts van Agence France Press, Sky News Arabia, al-Jazeera mobiel, CBS News en BBC. Ook de website van Harvard University werd al eerder door het SEA gekraakt: de gehackte homepagina toonde en foto van de Syrische president Assad en de tekst: “Syrian Electronic Army Were Here”. In een ander bericht wordt gedreigd met terreuraanslagen tegen de USA en wordt de oppositie tegen het bewind van Assad bekritiseerd.

Index


Syrian Electronic Army (SEA)
Het SEA liet voor het eerst van zich horen in de tweede week van mei 2011. Zij verklaarde dat het geen officële instelling was, maar eerder een groep jonge mensen die van hun land houden en besloten hebben om electronisch terug te vechten tegen degenen die Syrische websites hebben aangevallen en tegen degenen die vijandig staan ten opzichte van Syrië. In een latere verklaring werden de pijlen meer specifiek gericht op mensen die het internet en vooral Facebook gebruikten om ‘haat te zaaien’ en de veiligheid in Syrië te destabiliseren. Het SEA begon met aanvallen op een breed spectrum van sites en het plaatsen van grote hoeveelheden pro-Assad commentaren op de Facebookpagina’s van president Obama en Oprah Winfrey.

Gevecht met Facebook
Het SEA verscheen al in april 2011 op Facebook, een paar dagen nadat de protesten tegen het Assad-regime in het land escaleerden. De eerste Facebookpagina (facebook.com/syrian.es) werd door Facebook al snel buiten werking gesteld. Direct daarna maakte het SEA een nieuwe pagina (facebook.com/syrian.es1). Maar ook deze werd door Facebook uitgeschakeld. Sindsdien maakt het SEA telkens nieuwe Facebookpagina’s aan die even snel weer worden afgesloten. Op 25 mei 2011 maakte het SEA 17 pagina’s aan, die allemaal onmiddelijk werden verwijderd.

Het SEA gaf een verklaring uit waarin zij Facebook kritiseert en aankondigt dat zij nieuwe pogingen zou blijven ondernemen. De krant al Thawar publiceerde een artikel waarin Facebook wordt beschuldigd van samenzwering tegen het Syrische volk. Facebook zou er dubbele maatstaven op nahouden. De pagina’s van het SEA zouden zonder rechtvaardiging en zonder waarschuwing vooraf zijn verwijderd.

Facebook stelde nuchter vast: “Your Page has been removed for violating our Terms of Use. A Facebook Page is a distinct presence used solely for business or promotional purposes. Among other things, Pages that are hateful, threatening, or obscene are not allowed. We also take down Pages that attack an individual or group, or that are set up by an unauthorized individual. If your Page was removed for any of the above reasons, it will not be reinstated. Continued misuse of Facebook’s features could result in the permanent loss of your account.”

Logo van het SEA Het SEA eist de verantwoordelijheid op voor het onthoofden, blokkeren of anderszins compromiteren van websites die in hun ogen nieuws verspreiden dat schadelijk is voor het Syrische bewind. In 2011 kondigde het SEA —na een 4-daagse countdown om de verwachting op te bouwen— een campagne aan waardoor meer dan 130 vijandige websites onthoofd zouden worden. Daarna werden telkes nieuwe URLs bekend gemaakt van websites die vervolgens onthoofd werden. De meeste van deze websites werden daadwerkelijk onthoofd (hoewel het merendeel van de getroffen pagina’s online bedrijven en blogs zonder enige politieke inhoud waren). Het SEA voerde haar inspanningen op om Israëlische websites aan te vallen die materiaal bevatten dat zich richt tegen Syrië en Palestina. Ook op Facebook werd een aanval uitgevoerd, als wraak voor het telkens weghalen van SEA pagina’s. De Facebookpagina van het SEA, met 60.000 leden, werd in mei 2011 door Facebook gesloten omdat het gedetailleerde instructie verspreidde over hoe tegenstanders online konden worden aangevallen (dit is in strijd met de gebruiksvoorwaarden van Facebook). In diezelfde periode telde de Facebook-pagina The Syrian Revolution 2011 meer dan 180.000 leden. Voor dissidenten is deze pagina is een vitale informatiebron. In september 2013 was deze groep uitgebreid tot 851.000 leden.

Het SEA bleef DDoS-aanvallen uitvoeren op websites van Al JAzeera, BBC News, de Syrische satellietzender Orient TV, en het in Dubai gevestigde al-Arabia. De Syrian Hackers School verspreidde via een Facebookpagina de instrumenten voor de DDoS-aanval, rekruteerde nieuwe leden en linkte door naar bronnen waarmee je kunt leren hoe je kwetsbare websites kunt compromieren. Medio 2011 begon het SEA een aantal Facebook-pagina’s van de Syrische politieke oppositie te infiltreren. De originele inhoud werd vervangen door SEA logo’s en pro-regime boodschappen [Infowar Monitor, 25.6.11].

Persoonsgegevens stelen
In de zomer van 2013 voerde het Syrian Electronic Army aanvallen uit op een aantal internetdiensten waarbij grote aantallen persoonsgegevens werden buit gemaakt.
  • Op 16 juli hackte SEA de Zweedse site Truecaller, de thuisbasis van de grootste online telefoonboek van de wereld, met meer dan anderhalf miljaard telefoonnummers in 100 landen. SEA claimde dat zij door deze aanval ook toegang kreeg tot toegangscodes van meer dan een miljoen Facebook, Twitter, LinkedIn en Gmail accounts had verkregen. De aanval werd uitgevoerd via een oudere, meer kwetsbare versie van WordPress.

  • Op 21 juli hackte SEA de video en tekstberichtendienst Tango waarbij meer dan 1,5 terrabite aan data werd gestolen, inclusief bebruikersinformatie, echte namen, telefoonnummers, e-mails en persoonlijke contacten van miljoenen rekeninghouders. Ook hier kreeg SEA ongeautoriseerde toegang tot de server met de database via een kwetsbare versie van Wordpress CMS (versie 3.2.1).

  • Op 24 juli kraakte SEA Viber, een gratis online bel- en berichtenapplicatie die door meer dan 200 miljoen gebruikers in 193 landen wordt gebruikt. SEA kraakte de internetdienst via een lokmail waardoor zij toegang kregen tot twee sites voor klantondersteuning.
Laurence Lee vroeg zich in Aljazeera [5.9.13] af wat SEA eigenlijk beoogt met deze beoogt datadiefstallen. Waarom zou SEA telefoonnummers van miljoenen mensen over de hele wereld stelen die niets met Syrië te maken hebben. Hij werpt vier hypothesen in de lucht: (1) SEA zoekt naar mensen die anti-Assad zijn en probeert critici van het Syrische bewind op te sporen; (2) Het is louter krachtsvertoon - bluf; (3) SEA wil het internet degraderen door mediasites te infecteren; (4) SEA verkoopt de persoonsgegevens aan de Russische maffia.

In de zomer van 2013 viel het SEA de Los Angeles Times aan. Op 14 augustus werd de site van The Times onder vuur genomen en op 15 augustus lanceerde zij een cyberaanval op de Washington Post en probeerde zij ook de site van CNN plat te leggen.

Op 27 en 28 augustus 2013 werd een venijnige aanval gepleegd op de site van de New York Times (NYT). De NYT-website werd niet rechtstreeks geblokkeerd of gecompromitteerd maar via een omweg. Die omweg was het Autralische internetbedrijf MelbourneIT, waar eigenaars van websites internetadressen kunnen kopen. Bij dit bedrijf was ook het internetadres van de NYT geregisteerd. MelbourneIT stond bekend als een van de meest veilige dienstverleners — Twitter en de Huffington Post maken er ook gebruik van. De hackers van het SEA maakten zich via een subtiele speervisoperatie meester van gebruikersnamen en wachtwoorden die toegang boden tot cruciale voorzieningen van de Australische domeinnaam registrator. Door te knoeien met de registratiedata konden de hackers voorkomen dat er nog iemand toegang kreeg tot de website van de NYT: ze werden allemaal doorgestuurd naar een site van het SEA; daar aangekomen werden hun computers besmet met malware [BusinessInsider, 28.8.14].

Ook de sites van Twitter, de Huffington Post en andere nieuwsorganisaties werden aangevallen. Het SEA verklaarde: “We placed twitter in darkness as a sign for all the dead #Syrians due to the lies tweeted it.”

Bijzonder was de aanval van het SEA op de rekruteringswebsites van de Amerikaanse marine. De site werd werd gehackt en bezoekers kregen een bericht te zien waarin zij werden opgeroepen om zich te verzetten tegen een mogelijk aanvalsbevel van president Obama tegen Syrië: “This is a message written by your brothers in the Syrian Army, who have been fighting Al Qaeda for the last 3 years. We understand your patriotism and love for your country so pleas understand our love for ours. Obama is a traitor who wants to put your lives in danger to rescue Al Qaeda insurgents” [The Desk 2.9.13; Der Spiegel 12.9.13].

Discursieve en authoratieve naamservers
Bijna alle servers die inhoud op het internet publiceren worden geïdentifceerd door een numeriek adres. De webserver van de New York Times is bijvoorbeeld gelokaliseerd op het adres 170.149.168.130. Omdat het moeilijk is die nummers te onthouden werd er in de jaren ’80 het Domain Name System (DNS) ontwikkeld. Het DNS fungeert als een telefoonboek dat automatisch domeinnamen vertaalt naar meer vertrouwde woorden. Dank zij de DNS kan je "www.nytimes.com" in je browser typen om de website van The New York Times te bereiken, in plaats van dat je haar numerieke adres moet invoeren.

Het internetadres van de New York Times (nytimes.com) valt onder het .com top level domain (TLD). Wie zo’n domein koopt heeft het recht om de naamservers vast te stellen binnen een registratie van een TLD. De domeinen worden gekocht en beheerd via organisaties die registrars worden genomen.

NYTimes.com wordt beheerd door MelbourneIT. Als je de NYTimes.com wilt bezoeken zoekt de browser het domein op in het DNS netwerk van het internet. Er wordt een zoekopdracht verstuurd naar een recursieve DNS provider. Zo’n recursieve DNS-server is niet verantwoordelijk voor bepaalde domeinen, maar wordt gebruikt om computers van eindgebruikers (of servers) de DNS-functionaliteit te bieden. Internet service providers die toegang bieden aan klanten gebruiken recursieve DNS-servers.

Recursieve DNS providers volgen de DNS keten: zij beginnen bij de root, gaan dan naar de TLD registry, en tenslotte naar wie er op de lijst staat aangegeven als authoratieve naamserver voor het domein. De authoratieve server is leidend voor een bepaald domein of zone: de database van deze server bevat de data van de bepaalde domeinen waarvoor deze server leidend is.

Elke stap in de DNS keten kan worden gecompromitteerd. Als dat gebeurt kan een aanvaller al het verkeer overnemen dat voor een site bedoeld is: het verkeer wordt doorgestuurd naar een door de aanvaller opgezette site met eigen reclame of propaganda, waar de computer van de misleide bezoeker in de regel ook direct met malware wordt geïnfecteerd. Dat is precies was de hackers van het SEA deden met de New York Times.

De Amerikaanse regering hield rekening met een mogelijke golf van computeraanslagen tegen bedrijven en overheidsinstellingen door hackers die aan Syrië en/of Iran zijn verbonden als vergelding voor een eventuele miltaire aanval op het bewind van Assad. De NSA tapte de computer van hackers in het Midden Oosten af om hun slagkracht te bepalen [Bloomberg, 29.8.13]. De verwachting is dat zo’n asymmetrische verhelding zich in het bijzonder zal richten op de media, energienetwerken, financiële systemen en andere kritische infrastructuren. De slagkracht van de Syrische hackers wordt als beperkt ingeschat, maar de door de staat gesponsorde Iraanse hackers kunnen krachtiger offensieve cybercapaciteiten in de strijd werpen [Bloomberg, 30.8.13].

Janet Napolitano, die vanaf 2009 de leiding had van het Homeland Security, nam in 2013 afscheid van haar functie. In haar afscheidsrede verklaarde zij:

In de loop van 2014 wisten de hacktivisten van de SEA regelmatig Twitteraccounts en webdiensten van grote mediaorganisaties te kapen. Onder andere Skype, Microsoft, CNN, aanbevelingsdienst Outbrain, hostingprovider Melbourne IT, chatdienst Viber, de Britse krant The Guardian, mediabedrijf Thomson Reuters, satirische website The Onion, zakenblad Forbes, Wall Street Journal, advertenties op Reuters.com en het Israëlische leger waren hiervan het slachtoffer [Security.nl, 27.11.14].

Op 27 november 2014 kraakte de SEA een groot aantal populaire nieuwssites, waaronder Elsevier, Daily Telgraph, The Independent, The Evening Standard, Forbes, Al Jazeera, CBS News, NBS, PC World, maar ook nog anders sites zoals die van Ferrari en de NHL. Bezoekers van de site kregen een pop-up te zien met de mededeling dat de website door het SEA was gehackt, gevolgd door het logo van de hacktivisten.

De aanvallers slaagden erin de DNS (Domain Name System) van het Gigya content delivery network (CDN) aan te passen. Gigya is een bedrijf dat een voorziening aanbied voor het identificeren van bezoekers en gebruikers. Via Gigya kunnen bezoekers hun Facebook of Twitter account gebruikten om op de website in te loggen. Door de DNS-instelingen van Gigya te wijzigen verwees het domein naar een domein van het SEA [Guardian, 27.11.14; eSecurity Planet, 1.12.14].

Index


Burgers bespioneren
Ondertussen wordt in Syrië zelf ook in cyberspace de strijd voortgezet tegen disssidenten (en tegen buitenlandse hulpverleners). Daarbij wordt grootschalig gebruik gemaakt van in Westerse landen gekochte spionage software. Het spyware programma is vermond als een encryptiemodule voor Skype, dat door veel Syrische activisten wordt gebruikt [BBC, 27.5.13]. Spyware zoals DarkComet en BlackShades sturen informatie terug naar het door de Syrische staat gecontroleerde telecommunicatiebedrijf Syriatel (eigenaar is Rami Makhlouf, de eerste neef van president Assad). De spyware traceert de locatie van het doelwit, leest emails en registreert toetsaanslagen.

Het SEA claimt dat het van miljoenen gebruikers van Tango een populaire app voor video en tekstberichten, miljoenen persoonlijke gegevens heeft gestolen(1,5 terabytes data). Om dit te bewijzen plaatsen de hackers screenshots op hun website. Het SEA verklaarde dat het “veel van de informatie” zou doorspelen naar de Syrische overheid [Techweb, 23.7.13].

Index


Veel verrassingen
Het effect van de hacks van het SEA is niet om informatie te stelen of instellingen te saboteren, maar ook het doelwit voor een aantal minuten te kapen, het te overladen met propaganda en veroordelingen van het Westerse beleid tegenover het Syrische bewind. De macht van het SEA lijkt vooral te bestaan in het demonstreren van hun hackingmacht, het neerhalen van populaire sites om daarvoor vervolgens crediet op te eisen. Het primaire effect van haar cyberacties tot nu toe is publiciteit.

Als er wordt overgegaan tot een daadwerkelijke militaire interventie in Syrië, dreigt het SEA dreigt aanvallen te ondernemen die voor de hele wereld gevolgen zal hebben: hou rekening met ons want we hebben “veel verrassingen” in petto [BBC, 30.8.13]. De aanvallen van het SEA op buitenlandse sites gaat inmiddels veel verder dan het gebruikelijke cybervandalisme. Zij beperken zich niet meer tot eenvoudige DDoS-aanvallen en gaan over tot het compromitteren van volledige domeinen. Ook al zijn de cyberaanvallen van de SEA nog wat grof, zij zijn wel effectief. Cyberaanvallen worden een steeds belangrijker onderdeel van oorlogsvoering.

Index Informatiebronnen

  1. ABC
    [27.08.2013] Drumbeats of War [2:13]

  2. Abu-Samra, Haisam [2011]
    Expulsion and Explosion: How Leaving the Internet Fueled Our Revolution [3.2.2011]

  3. Aljazeera

  4. All4Syria

  5. Aouragh, Miriyam [2011]
    Facebook Resistance? - Understanding the role of the Internet in the Arab Revolutions
    Een podcast waarin een panel van deskundigen spreekt over de rol van het internet bij de Arabische revoluties. Er wordt te snel gesproken over een FaceBook Revolutie. Maar in feite weten we heel weinig over de rol die internet in deze revoluties speelde. Deze en andere kwesties worden besproken door Miriyam Aouragh (Oxford Internet Institute), Noha Atef (Egyptische journalist, oprichter van het blog tortureinegypt.net), Khaled Hroub (directeur van de Cambridge Arab Media Programme - CAMM), George Weyman (Project Manager, Meedan-CIP Inter-faith Dialogue Project).

  6. Atlantic, The

  7. AVAAZ.org - The World in Action
    Een wereldwijde webbeweging die politiek wil omzetten in besluitvorming. Avaaz betekent ‘stem’ - zij willen stem geven aan mensen die via internet hun opinie geven. Avaaz stelt technologie ter beschikking waarmee de inspanningen van duizenden individuen snel gecombineerd kunnen worden tot een collectieve macht. Op die manier wil Avaaz de kloof dichten tussen de wereld die we hebben en de wereld die de meeste mensen overal zouden willen. Op 24.3.2012 telde deze gemeenschap meer dan 13,8 miljoen globale burgers.

  8. BBC

  9. Bloomberg

  10. Brown, Widney [2011]
    Social Media and Human Rights
    De directeur van Amnesty International analyseert de rol van sociale media in de revoltes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

  11. Cannon, James
    Alleged Syrian Electronic Army hack Reporter-Telegram website
    In:Mywesttexas, 9,9.13

  12. Castells, Manuel [2011]
    Communication Power.
    Oxford University Press.
    Een van de best geïnformeerde en inspirerende sociologen probeert in dit boek te laten zien wat de eigenaardigheden zijn van virtuele machtsvorming. De macht die in de virtuele wereld wordt ontwikkeld is een steeds belangrijker, en volgens sommigen al dominanter, kenmerk geworden van de manier waarop machtsverhoudingen in een samenleving worden gehandhaafd of veranderd.

  13. Cowie, James [2011]
    Syrian Internet Shutdown
    In: reesys blog, 3.6.2011.

  14. Curran, James [2002]
    Media and Power.
    Londen: Routledge.

  15. Deibert, Ronald / Palfrey, John / Rohozinski, Rafal / Zittrain, Jonathan (eds) [2008]
    Access Denied: The Practice and Policy of Global Internet Filtering
    Cambridge: MIT Press.

  16. Deibert, Ronald / Rohozinski, Rafal [2008]
    Good for Liberty, Bad for Security? Global Civil Society and the Securitization of the Internet

  17. Delshad, Carmel [2011]
    The Arab Youth Internet Revolution - How Social Networking Websites are Affecting Movements Abroad

  18. Dooley, Brendan / Baron, Sabrina (eds.) [2001]
    The Politics of Information in Early Modern Europe.
    Londen: Routledge.

  19. eSecurity Planet

  20. Facebook

  21. Glaser, Mark [2005]
    Nepalese bloggers, journalists defy media clampdown by king
    OJR: The Online Journalism Review, 23.02.2005

  22. Global Internet Freedom Consortium
    Doelstelling is het afbreken van de Great Firewalls die de vrije circulatie van informatie blokkeren in gesloten samenlevingen zoals China en Iran.

  23. Guardian, The

  24. Human Rights Watch [2007]
    No Room to Breathe - State Repression of Human Rights Activism in Syria

  25. Infowar Monitor

  26. Jordan, Tim [1999]
    Cyberpower and the Meaning of Online Activism
    Cybersociology Magazine: Issue Five: Grassroots Political activism online.

  27. Joyce, Mary [2009]
    Defining Digital Activism

  28. Kahn, Yasir [2012]
    Syria: Songs of Defiance
    In: Aljazeera, 15.3.2012.

  29. Krebs, Brian [2013]
    Who Built the Syrian Electronic Army?
    In: KrebsonSecurity, 13.8.13.

  30. Macleod, Hugh / Flamand, Annasofie [2011]
    Tweeting the police state
    Syrian cyber dissidents describe how they get around the regime’s attempts to silence them.
    In: Aljazeera, 9.4.2011.

  31. Mamay, Sergey [1991]
    Theories of social movements and their current development in soviet society
    In: Jerry Eades & Caroline Schwaller (eds.) [1991] Transitional Agendas: Working papers from the Summer School for Soviet Sociologists.

  32. MidEastYouth.com
    Een site die verzamelt wat jonge mensen in de regio zeggen op Twitter, Facebook, Friendfeed en een diversiteit van populaire websites. Het biedt een Middle East news feed, het laatste nieuws uit de regio, podcasts en een lijst van mensenrechten groepen in het Midden-Oosten. Er is ook een iPhone App: Mideast Youth. Oprichter en directeur is Esra’a Al Shafei, waarvan op internet geen enkele foto te vinden is. Zij wordt met grote regelmaat met de dood bedreigd. Maar zij is wel te horen in deze prachtige video van Carmel Delshad.

  33. Morozov, Evgeny [2011]
    The Digital Dictatorship
    The Wall Street Journal, 20.2.2010.

  34. New York Times

  35. NRC

  36. Nu.nl

  37. Oldenburg, Ray [1989]
    The Great Good Place: Cafes, Coffee Shops, Bookstores, Bars, Hair Salons, and Other Hangouts at the Heart of a Community.
    Da Capo Press.

  38. OpenNet Initiative

  39. Oweis, Khaled Yacoub [2008]
    Syria expands ’iron censorship’ over Internet
    Reuters, March 13, 2008.

  40. Postmes, Tom / Brunsting, Suzanne [2002]
    Collective Action in the Age of the Internet: Mass Communication and Online Mobilization
    Social Science Computer Review, 20: 290.

  41. Prince, Matthew [2013]
    Details Behind Today’s Internet Hacks
    In: Cloudflare, 27.8.13

  42. Reporters without borders

  43. Rheingold, Howard [2012]
    Netsmart - How to Thrive Online

  44. Schneier, Bruce [2013]
    Syrian Electronic Army: A Brief Look at What Businesses Need to Know
    In: The Wall Street Journal, 28.08.2013

  45. Security.nl

  46. Shafei, Esra’a Al [2010]
    Is digital activism ruined?
    In: Mideast Youth, 12.08.2010

  47. Spiegel, Der

  48. Syrian National Council (SNC)
    SNC is de politieke vertegenwoordiger van de Syrische revolutie. Zij stelt zich tot doel het regime van Assad omver te werpen en een democratische verandering te weeg te brengen die leidt tot een moderne, burgerlijke staat.

  49. Taylor, Guy [2007]
    After the Damascus spring: Syrians search for freedom online
    In: Reason Online: Free Minds and Free Markets, February 2007.

  50. Washington Post

  51. Webwereld.nl

  52. Wikipedia: Syria / Syrië | Syrian Electronic Army

  53. Wired

  54. Vice

  55. York, Jillian C. [2011]
    Twitter Trolling as Propaganda Tactic: Bahrain and Syria

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

05 May, 2015
Eerst gepubliceerd: 19 maart, 2012