Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Uitwaaierende vriendenkringen

— De magie van virtuele sociale netwerken —

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Vriendenkringen
Sociale Software
    Van GroupWare naar Sociale Software
    Zelforganisatie van vriendenkringen en gemeenschappen
    Structurele eigenaardigheden
Sociale netwerken in soorten en maten
    Friendster | Orkut | ICQ Universe| FaceBook | Linkedin | Google+
    Gespecialiseerde sociale software
    Gepersonaliseerd zoeken
    Show me the money
Privacy te grabbel
    Persoonsgegevens
    Eigendomsrechten
    Neppers met fictieve identiteiten
    Pervertering
Verklaring van een trend
    Behoefte aan sociale software?
    Zwakke verbindingen benutten
    Eenvoud, expansie en diversiteit
Tegenspraak brengt ons verder
    Speelgoed voor voorlopers?
    Ontvrienden: hamburgermentaliteit
    Abstineren: vaarwel Facebook
Nieuwe kansen voor onderzoekers
    Zegeningen
    Voorbeelden
Nomadische gedachten
    Van globaal dorp tot globale metropool
    Selectieve associatie
    Het gewicht van vriendschap
    Hoeveel vrienden?
    Zelfpresentatie in profielen
    Verbeteringsvoorstellen
    Signaal van sociale armoede?
    Zelforganisatie, zwermintelligentie, hyperarchie
    Kritische massa en uitwisselbaarheid
    Convergentie van sociale software
    Sociale netwerken op peer-to-peer basis
Referenties
Verwante teksten
Index Kwetterend door het leven: de magie van 140 tekens
Index Peer-to-peer: Netwerken van onbekende vrienden
Index Zichzelf organiserende netwerken
Index Virtuele gemeenschappen

Vriendenkringen

In het lokale leven ging het vroeger bijna altijd zo. Je maakt nieuwe vrienden en vriendinnen in de kringen waarin je regelmatig verkeert. Meestal gebeurde dat in de straat, buurt of dorp waar je woont, op school of op je werk, in de kroeg of bij de supermarkt, op het sportveld of tijdens een feestje. Als je eenmaal met iemand bevriend bent, dan ga je min of meer regelmatig met hem of haar om. Die vriendschap wordt bestendigd en gecultuveerd door middel van lokale contacten. Door je persoonlijke vrienden met elkaar in contact te brengen ontstaan er vriendenkringen. Je koestert je eigen vriendenkring en maakt via je vrienden kennis met nieuwe mensen.

Een vriendenkring is een verbreding van onze persoonlijke horizon. We verrijken onszelf in en door onze vriendschappelijke betrekkingen met anderen. Vitamine R —het geheel van onze vriendschappelijke relaties— is een van de belangrijkste componenten van onze sociale rijkdom. Andere componenten van deze rijkdom zijn onze erotisch-intieme, professioneel-zakelijke, etnisch-culturele en nationale gemeenschapsrelaties.

Soort zoekt soort
Mensen gaan in de lokale wereld vaak relaties aan met mensen die op henzelf lijken: zij associëren zich op basis van gelijksoortigheid. Zij zoeken hun vrienden, vriendinnen en geliefdes onder mensen van de eigen sociale klasse, de leeftijdsgroeps, met een ogeveer gelijke opleiding en beroepsprestige. Vriendschappen en liefdes overstijgen soms de grenzen tussen de sociale categorieën, maar de centrale zones van iemands sociale netwerk bevatten in het algemeen meer mensen uit dezelfde dan uit andere sociale categorieën [Buunk 1983:53].
Vriendenkringen zijn per definitie selectieve associaties. Het zijn netwerken van exclusieve sociale bindingen tussen gelijksoortige actoren met onderling wederkerige (insluiting) en naar buitenstaanders discriminerende relaties (uitsluiting). De identiteit van een vriendenkring —wie er bij hoort en wie niet— legt tevens de grens van onze vriendschappelijke betrekkingen vast. Zo ontstaat jouw vriendenkring [In Netwerken van de toekomst wordt uitvoeriger ingegaan op processen van sociale sluiting en het ontstaan van selectieve associaties zoals vriendenkringen, buurt- en schoolgemeenschappen].

Friendster, by Emily Flake We koesteren onze vriendenkring en cultiveren het persoonlijk netwerk waarin we verkeren. Het onderhouden van een eigen vriendenkring kost tijd. Wie niet regelmatig ‘investeert’ in zijn vrienden houdt uiteindelijk geen vrienden meer over. Vriendschapsrelaties worden gereproduceerd en gestabiliseerd door min of meer regelmatige lokale contacten en conversaties.

Vrienden zoeken elkaar regelmatig op, ondernemen gezamenlijke activiteiten, en nodigen elkaar uit voor feestjes. Tussen deze fysieke ontmoetingen door communiceren zij met elkaar via brieven, telefoon, sms, e-mail, chats of sociale netwerken. De nieuwe communicatievormen die ons via internet ter beschikking staan worden intensief gebruikt om vriendschappen en vriendenkringen te onderhouden en om nieuwe contacten aan te knopen.

Zou het makkelijker worden om in contact met familie en vrienden te blijven nu er speciale software —social software— is ontwikkeld die deze relaties ondersteunen? Wat zijn de mogelijkheden en risico’s van het elektronisch aan elkaar koppelen van onze vriendenkringen? En wat gebeurt er eigenlijk in de vrienden-van-vrienden netwerken die zich over het internet verspreiden?

Index Sociale Software

Van GroupWare, via PeerWare naar Sociale software
Begin van sociale software
De wortels van sociale netwerken gaan al terug tot de bulletin boards (BBS) in de jaren ’80 en ’90. De eerste sociale netwerksite, SixDegrees, werd in 1997 gelanceerd en werd in 2001 stopgezet. Het was het eerste virtuele sociale netwerk dat zijn gebruikers in staat stelde om een (semi)openbaar profiel op te stellen, een lijst van andere gebruikers op te stellen met wie men een relatie heeft, en die deze lijsten van kunnen bekijken en doorzoeken. SixDegrees was ook het eerste sociale netwerk waarin het online profiel gebaseerd is op de ware identiteit van een gebruiker. De oprichter van SixDegrees, Andrew Weinreich: “We waren te vroeg. Alles draait om timing” [Kirkpatrick 2011:82].
Vanaf het begin van het internet is er gewerkt aan software waarmee groepsactiviteiten ondersteund kan worden. De bekendste vorm van deze groupware zijn de Yahoo! Groups en de Instant Messaging. Groupware stelt groepen in staat om zichzelf op het internet te formeren en te organiseren. Groupware is een sterk geïntegreerde bundeling van programma’s waarmee enerzijds synchrone en asynchrone communicatie tussen groepsleden worden gefaciliteerd, anderzijds uitwisseling en deling van bestanden binnen de groep wordt ondersteund.

Groupware is primair gericht op het ondersteunen van functionele groepen. Ook de nieuwste generatie van PeerWare —de fusie tussen groupware en p2p— is gericht op functionele samenwerking in teams, organisaties en instellingen. Groupware is dus een project- of organisatiegericht samenwerkingsinstrument. In groupware opereren mensen in groepen die organisatorisch of functioneel gedefinieerd zijn en waarvan de deelnemers afgebakende rollen vervullen. In traditionele groupware komt de groep, de organisatie of het project op de eerste plaats en inviduen op de tweede plaats. Als lid van een Lotus Notes groep krijg je bijvoorbeeld specifieke toegang tot specifieke soorten informatie gebaseerd op de administratieve kaders. Het draait in deze software allemaal om controle. Het individu wordt opgesplitst in een aantal ongeïntegreerde groepspersonages.

Er bestonden al langer programma’s die gebruikt werden om de opbouw en het beheer van sociale relaties en netwerken te ondersteunen. Maar er bestonden nog geen integrale programma’s die zich specialiseerden in het ondersteunen en beheren van virtuele sociale netwerken.

Kolonisatie van het virtuele rijk
“Wij zijn sociale dieren en de netwerk-software schept voor ons een nieuw soort habitat. Sociale software kan gedefinieerd worden als al datgene wat onze feitelijke menselijke interactie ondersteunt terwijl wij het virtuele rijk koloniseren. De categorie bevat bekende dingen zoals groupware en kennismanagement, en strekt zich uit tot het nieuwe soort van krachtige relationele instrumenten die de durfkapitalisten uit hun winterslaap hebben gewekt. Computer-gemedieerde communicatie is het levenssap van sociale software. Wanneer we e-mail, instant messaging, weblogs en wiki’s gebruiken, zijn we potentieel vrij om met iedereen, overal en op elk tijdstip te interacteren” [John Udell in Socialtext].
Sociale software is software die de online interactie tussen mensen mogelijk maakt, virtuele relaties faciliteert, virtuele omgevingen creëert waar mensen samen kunnen werken of virtuele gemeenschappen kunnen vormen. Omdat sociale software een algemeen systeem voor relatiemanagement is, kan het op zeer uiteenlopende manieren worden gebruikt.

Medio 2003 werd een nieuwe generatie van sociale software in omloop gebracht waarmee vriendenkringen worden ondersteund en uitgebreid. Het basisidee is simpel: creëer een virtuele omgeving waarin mensen hun persoonlijke netwerken kunnen onderhouden en waarmee de eigen vriendenkring gekoppeld kan worden aan de vriendenkringen van anderen. Op deze manier worden mensen aan elkaar verbonden via een netwerk van vertrouwde vrienden. Er ontstaat een online ontmoetingsplek waar mensen kunnen socialiseren, nieuwe bekenden kunnen ontmoeten en andere mensen kunnen vinden die hun belangstelling delen.

Index


Zichzelf organiserende vriendenkringen en gemeenschappen
Nieuwe sociale communicatiepatronen
Lang voordat het web bestond hadden we ervaring met publicatie- of massamedia: van de drukpers tot radio en tv. Voordat we ooit van e-mail hadden gehoord waren we vertrouwd met persoonlijke media: de brief, de telegraaf, en de telefoon. Voor de opkomst van het internet hadden we echter bijna geen middelen om gelijktijdige conversaties tussen veel mensen te ondersteunen. De sociale instrumenten van het internet hebben een ongekend gebruiksgemak en grote lenigheid. De radicale omwenteling was dat groepen in ruimte en tijd werden ontkoppeld. Voor een conversatie rond een vergadertafel moet iedereen op hetzelfde moment in dezelfde plaats bijeenkomen. Internet biedt tal van nieuwe sociale communicatie- patronen waarmee deze tijdruimtelijke beperkingen worden doorbroken: van de mailing list en het discussieforum naar de chatroom, de weblog en instant messaging.
Uitgangspunt en elementaire bouwsteen van sociale netwerken is de persoonlijke vriendenkring. Met sociale software kan de eigen vriendenkring op eenvoudige wijze worden uitbreid met het vriendennetwerk van onze vrienden. In zichzelf expanderende vriendenkringen krijgt elke deelnemer toegang tot de persoonlijke, professionele en sociale informatie in de profielen van alle andere ‘vrienden van vrienden’.

Sociale software werkt dus van beneden naar boven: bottom up. Uitgangspunt van netwerkvorming zijn de persoonlijke interacties van individuen. Het gaat niet om controle op deze interacties, maar om zelforganisatie en gezamenlijke ontwikkeling. Mensen opereren met eigen doeleinden in persoonlijke contacten en beïnvloeden elkaar over en weer, maar er is geen eenduidig afgebakend project.

Sociale software ondersteunt niet alleen de conversationele interactie tussen individuen of groepen, maar ook de sociale feedback (retour informatie) en de sociale netwerken. We kunnen er nieuwe sociale groeperingen mee creëren waaruit nieuwe soorten sociale conventies ontstaan. Hoe die groeperingen er uit zullen gaan zien en welke nieuwe gedragscodes en conventies hieruit ontstaan kan niemand voorspellen. Het aardige van nieuwe technologieën is nu eenmaal dat mensen daarvan zodanig creatief gebruik maken, dat zij er dingen mee gaan doen die hun ontwerpers nooit konden bevroeden. “We make our tools, and then they shape us”, zei Kenneth Boulding. Hij vergat eraan toe te voegen dat wij vervolgens zelf bepalen hoe wij een technologie gebruiken voor onze doeleinden.

Sociale software moet een evenwicht realiseren in de door interactieprocessen gecreëerde spanning tussen individu en groep. Deze spanningsverhouding wordt overbrugd door een simpele constitutie met een aantal regels die de relaties tussen individuen en de groep bepalen. Zo’n constitutie bevat enerzijds bepalingen ten aanzien van het lidmaatschap, anderzijds afdwingbare gemeenschapsnormen die individuele vrijheden beperken. Naast een aantal niet-triviale grenzen van het lidmaatschap (die de grenzen van de groei bepalen), functioneert zo’n constitutie door het stimuleren of vereisen van bepaalde interacties en het ontmoedigen of verbieden van andere. “Sociale software is de politieke wetenschap in uitvoerbare vorm” [Shirky 2003a]. Moderatie is een van de mechanismen die de spanning tussen individuele vrijheid en groepsnorm overbruggen.

De grote uitdaging voor makers van sociale software is om de relationele rijkdom, het sociale kapitaal te vergroten zodat selectieve associaties (vriendenkringen, beroepsgenoten, gelijkgeïnteresseerden en gelijkgestemden) dynamisch kunnen opereren terwijl zij tegelijkertijd hun grenzen uitbreiden zonder hun cohesie, identiteit of doelstelling te verliezen.

Anders dan bij gewone p2p-netwerken worden in de sociale netwerken geen bestanden gedeeld, maar vrienden. ‘Mijn vrienden zijn jouw vrienden’. In plaats van op zoek te gaan naar onbekenden, zoals bij contact- of bemiddelingssites geven Facebook en Linkedin juist aan wie je vrienden, bekenden en collega’s zijn. In het netwerk van vrienden van vrienden leer je nieuwe mensen dus via-via kennen, net zoals in het lokale leven. ‘Vind de mensen die je nodig hebt via de mensen die je vertrouwt’.

Index


Structurele eigenaardigheden
Online sociale netwerken hebben een aantal eigenschappen gemeen. De structurele kenmerken van virtuele sociale netwerken werden door Danah Boyd [2008] in vier termen samengevat: persistentie, repliceerbaardheid, schaalbaarheid en doorzoekbaarheid. Dit vormt een goed uitgangspunt om de structurele eigenaardigheden van online sociale netwerken in kaart te brengen. Aan deze vier basiskenmerken van online sociale netwerken moeten minstens nog een tweetal worden toegevoegd.

Index Sociale netwerken in soorten en maten

Online sociale netwerken zijn er in zeer uiteenlopende soorten en maten. Zonder aanspraak op volledigheid, zullen we de belangrijkste daarvan in historisch perspectief bespreken.

Friendster: dating via je vrienden
Het eerste programma waarmee virtuele netwerken van vrienden op het internet gebouwd konden worden was Friendster. In de herfst van 2002 werd de beta-versie van het programma gelanceerd. Het werd geschreven door Jonathan Abrams. In korte tijd schreven miljoenen mensen zich bij Friendster in. In januari 2004 waren er al meer dan 5 miljoen geregistreerde gebruikers.

Ervaringen die je kunt delen

Jonathan Abrams
In de visie van Jonathan Abrams was Friendster bedoeld om het internet samen met je vrienden te ervaren. Het internet ziet er anders uit als je je eigen sociale netwerk als filter gebruikt. Abrams merkte dat zijn vrienden met elkaar communiceerden via online datingsites. “Ik vond die diensten anoniem en eng,” zegt Abrams. “Ik merkte ook dat in het werkelijke leven mijn vrienden liever mensen ontmoeten via hun vrienden. Zo kwam ik op het idee van een website waar je mensen online kunt ontmoeten via je vrienden” [bron].

Friendster werd dus ontworpen om vrienden-van-vrienden elkaar te laten ontmoeten. De achterliggende gedachte was dat vrienden-van-vrienden betere romantische partners zijn dan vreemden. Maar het werd ook het begin van een nieuw soort internet. Een internet waarbij het meer gaat om het verbinden van mensen aan mensen dan mensen aan websites [Fortune, Oktober 2003].

De procedure is eenvoudig. Iedereen kan zich aanmelden en een profiel van zichzelf opstellen met persoonlijke voorkeuren, leeftijd, beroep, woonplaats, foto’s en andere gegevens. Dit profiel wordt vervolgens gekoppeld aan het profiel van vrienden die ook lid zijn. Je kunt je vrienden uitnodigen om deel te nemen aan jouw persoonlijke netwerk. Zij ontvangen een bericht met jouw uitnodiging. Wanneer zij zich inschrijven ben je automatisch met hen en hun vrienden verbonden.

Op deze manier ontstaat er een gigantisch netwerk van onderling verbonden persoonlijke netwerken. In steeds uitgebreider kringen kun je nagaan wie de vrienden van je vrienden zijn en of daarbij mensen zijn met wie je een gemeenschappelijke interesse hebt. Met deze ’vrienden van vrienden’ kun je vervolgens directe contacten aanknopen.

Friendster was oorspronkelijk bedoeld voor het maken van afspraakjes (‘dating’). Het was een soort ontmoetingsplaats (‘meet-market’) voor mensen die actief op zoek zijn naar een partner. Het basisidee was dat je beter afspaakjes kunt maken met vrienden-van-vrienden dan met volkomenen vreemden. Friendster gaat de concurrentie aan met online dating sites als Match.com. Friendster werd al snel meer dan een contactsite; het programma kan gebruikt worden voor allerlei vormen van min of meer besloten gebruikersgroepen. Friendster is een sociaal netwerk waarmee relaties gelegd kunnen worden tot vier graden van verwijdering.

Index


Orkut
Kopen of maken?
Google wilde Friendster overnemen voor 30 miljoen dollar. Het aanbod werd afgeslagen. Een half jaar later wordt Orkut op gelanceerd. In maart 2004 kondigde Google’s CEO Eric Schmidt aan dat Orkut in Google wordt geïntegreerd (bij de lancering van Orkut werd dit nog ontkend). “Het grote probleem met zoeken vandaag de dag is juist dat je met behulp van zoektechnologie nauwelijks mensen kunt vinden. Orkut zou daarin verandering kunnen brengen. Het zou mensen de gelegenheid kunnen geven om in contact te komen met andere mensen die veel van bepaalde gebieden afweten” [Eric Schmidt].
Op 22 januari 2004 werd Orkut gelanceerd. Orkut heeft hechte banden met Google. Het programma werd in bedrijfstijd gemaakt door een medewerker van Google: Orkut Büyükkökten. Orkut vervult dezelfde functies als Friendster. Maar het doet dit aanzienlijk beter en slimmer.

Orkut accepteerde aanvankelijk alleen mensen die uitgenodigd worden door iemand die al onderdeel van het netwerk was: ‘by invitation only’. Wanneer je eenmaal geaccepteerd bent, kun je de profielen zien van de persoon die jou heeft uitgenodigd en van zijn of haar vrienden. Je kunt ook profielen en foto’s zien van vrienden van hun vrienden, tot meerdere graden.

De contactdienst is van start gegaan met enkele duizenden leden, voornamelijk werknemers van Google. Het Orkut-netwerk breidde zich aanvankelijk zeer snel uit. In april 2004 telde het al meer dan 250.000 leden (waarvan 30% vrouwen, 62% jonger dan 30 jaar). Orkut begon met een primair Amerikaans lidmaatschap maar heeft zich snel geïnternationaliseerd, vooral door de sterke vertegenwoordiging uit Japan, Brazilië, Nederland, Engeland, Canada en Duitsland [Hempell 2004]. Maar al snel begonnen de Brazilianen deze webdienst op zo’ grote schaal te gebruiken dat de Amerikanen Orkut begonnen te verlaten en schakelden zij over naar vergelijkbare sites als MySpace en Friendster. In december 2008 kwam meer dan de helft van de Orkut-leden uit Brazilië, gevolgd door India en de Verenigde Staten met elk een aandeel van 17%. De verklaring van het nationale spreidingspatroon laat nog op zich wachten. Intuïtief gezien moet daarbij in ieder geval rekening worden gehouden met drie factoren: het absolute aantal internetgebruikers per natie; de noviteit in landen die minder verzadigd zijn door online media (in Noord-Amerika en Europa concurreert Orkut met veel andere manieren om online tijd te besteden), en het interstatelijke culturele verschil in waardering van gemeenschap, familie en socialisatie.

Het principe van ‘by invitation only’ leidde tot een gecontroleerde groei van het netwerk. Het voorkomt ‘sociale prostitutie’ [Carl Rohde] waarin iedereen vriendjes is met iedereen. Hierdoor kreeg het Orkut-netwerk een exclusief karakter. Door die ‘alleen op uitnoding’ opzet is het Orkut netwerk vooralsnog ‘erg beschaafd’ [Lars Pasveer].

Die beschaving wordt mede in stand gehouden door de ‘community standards’, dat wil zeggen de gedeelde waarden van de Orkut gemeenschap. Misbruik van het netwerk wordt door een automatisch opsporingssysteem bestreden. Het is in de Orkut-gemeenschappen verboden om een valse identiteit aan te nemen, godslastering te plegen (‘profanity’) of om lokale wetten te overtreden. Er mag geen haatdragend of beledigend materiaal gebaseerd op ras, etniciteit, nationaliteit, religie, geslacht of seksuele oriëntatie worden verspreid. En tenslotte mag het netwerk niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden. Orkut is alleen bedoeld voor persoonlijk gebruik. De meeste van de in de ‘community standards’ omschreven waarden worden binnen de Orkut gemeenschap gedeeld. Maar dat geldt niet voor het verbod op godslastering. Veel leden zijn van mening dat dit een onnodige en ongewenste restrictie is omdat hierdoor de vrijheid van politieke meningsuiting wordt gecensureerd.

Orkut is een sociaal netwerk dat steunt is op de authenticiteit en geloofwaardigheid van de identiteit. Het kan alleen als ‘netwerk van betrouwbare vrienden’ fungeren wanneer Orkut-leden daadwerkelijk hun eigen namen en foto’s gebruiken. Daarom hebben de beheerders van Orkut een aantal controlemechanismen in werking gezet.

Orkut jail Orkut beschikte over een eigen gevangenis (‘jail’) waar iemand die het systeem heeft misbruikt voor een bepaalde periode wordt geparkeerd. Tijdens deze periode kon de overtreder op Orkut nog wel bijdragen lezen, maar geen berichten meer plaatsen of versturen. Zondaars werden in de ‘read-only mode’ geplaatst. Het verwarrende is dat er bij Orkut geen officiële melding was van het bestaan van de gevangenis. Je kon zonder waarschuwing vooraf en zonder opgaaf van redenen in de gevangenis belanden. Wanneer je dan op Orkut inlogde verscheen er in plaats van je eigen foto plotseling een schaduwachtig beeld van iemand die in de gevangenis zit. De zondaars werden zonder mededeling, jury of veroordeling van actieve participatie uitgesloten. Meestal werden zij binnen een dag weer ‘vrijgelaten’. Door de vele protesten hiertegen werd het gevangenisstelsel later gedeactiveerd.

Orkut stelt haar leden in staat om zelf politieagentje te spelen. Op elke profielpagina staat een link waarmee men iemand kan aangeven als ‘vals’. Door te klikken op ‘report as bogus’ wordt die persoon tijdelijk in de gevangenis gezet totdat de Orkut beheerder dit profiel heeft geïnspecteerd. De klacht van veel gebruikers is dat de betrokkenen zonder mededeling of kans op wederhoor in de gevangenis kan belanden. Om hieraan tegemoet te komen werd de OrkutGuy in het leven geroepen, een karakter dat direct met gebruikers in gemeenschappen communiceert. Merkwaardig genoeg voldoet het profiel van deze ordehandhaver zelf in geen enkel opzicht aan de gebruiksvoorwaarden en gemeenschapsnormen die Orkut zegt te willen bewaken: de OrkutGuy is immers geen werkelijke persoon en zijn foto is een cartoon.

De eerste Orkut pioniers kregen al snel door dat er achter hun rug om mensen en gemeenschappen werden gedisciplineerd. Zij rebelleerden daartegen en probeerden zelf op speelse wijze zoveel mogelijk macht te verwerven binnen Orkut. Anthony Hempell heeft aan de hand van twee gevallen beschreven hoe Orkut-leden proberen om de spelregels op te rekken, te tarten en te bruskeren. Deze en andere voorbeelden laten zien dat Orkut haar kinderziektes nog lang niet overwonnen heeft en dat er nog veel aan te verbeteren valt. Dat geldt in het bijzonder voor de regels die gelden bij het opbouwen van gemeenschappen en het disciplineren van afwijkend gedrag. Veel gebruikers dringen aan op een meer gedifferentieerd sanctiesysteem dat rekening houdt met de aard en zwaarte van de norm of regelschendingen. Het van bovenaf opleggen van spelregels en gemeenschapsnormen en het zonder vorm van proces of wederhoor uitsluiten van leden roept alleen maar meer afwijkend en ondermijnend gedrag op bij mensen die proberen zich tegen deze controles verzetten. Deze rebellies heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat er nu een logisch, consistent en professioneel beleid wordt gevoerd om gebruikers die zich misdragen te disciplineren. De overtreding wordt verklaard, er worden waarschuwingen gezonden, en gronden gegeven om een gebruiker zijn rechten te ontnemen.

Het meest frusterende of boeiende aspecten van het Orkut netwerk is dat het zo heterogeen is. Er zit voldoende romantisch / flirterig / netsletterig / mallotig materiaal in om serieuze zakelijke netwerkers potentieel af te stoten, maar dat is gelukkig veel minder dan bij andere diensten van vriendennetwerken. Orkut probeert in ieder geval om de rommel in het park op te ruimen (ook de diverse haatgroepen zijn grotendeels verwijderd). Anders zou de verhouding tussen signaal en ruis wel erg in het voordeel van de ruis (spam, fraude, disciminatie, onzin) uitvallen.

Index


ICQ Universe
Inner Circle
Ook Microsoft wierp zich op de vriendensoftware. Zij wilde internetters ondersteunen met software die meer mogelijkheden biedt voor contact met belangrijke sociale relaties. In communicatie via normale e-mail dreigden die nauwe contacten onder te sneeuwen in de steeds stroperige berichtenstroom. Inner Circle onderhoud en actualiseert automatisch een lijst van ongeveer 20 personen met wie men via e-mail of instant messaging de meeste berichten uitwisseld. Het programma gaat onderdeel gaan uitmaken van de opvolger van Windows (Longhorn) Cnet]. Lili Cheng, groepsmanager van de social-computing groep binnen Microsoft Research ziet Inner Circle niet zozeer als een doorbraak in computerwetenschap, maar als “een oefening in culturele antropologie.”
ICQ Universe is de sociale netwerkdienst van AOL die internetgebruikers over de hele wereld in staat stelt om contact te leggen met vrienden, familieleden en collega’s. ICQ Universe geeft een overzicht van al je verbindingen, inclusief de paden van de relaties tussen jou en andere mensen in de ICQ gemeenschap. Ook het lidmaatschap in ICQ Universe is alleen op uitnodiging. Gastgebruikers die lid willen worden van ICQ Universe kunnen zich registreren in de ‘virtuele lobby’. Daar kunnen zij bladeren in de profielen van de leden en een verzoek doen om uitgenodigd te worden voor het lidmaatschap van ICQ Universe. In de virtuele lobby kunnen gastgebruikers met andere gastgebruikers discussiëren en met gevestigde leden, en kunnen zij vrijwillige ronselaars (‘recruters’) vinden die hen uitnodiggen om lid te worden van ICQ Universe. Eenmaal uitgenodigd om lid te worden van ICQ Universe kunnen nieuwe leden hun eigen deel van het universum creëren, nieuwe leden uitnodigen en nieuwe vrienden rekruteren.

ICQ Universe is geïntegreerd met AOL’s Instant Messaging. “ICQ Universe helpt mensen niet alleen om contact te leggen, maar om direct te communiceren — vrienden maken, ideeën delen en informatie uitwisselen in real-time” [Gorey Gilliam, General Manager of ICQ]. ICQ Universe is de enige sociale netwerkdienst op het web dat gebouwd is op een gevestigde Instant Messaging-voorziening.

Index


Facebook
Op 4 februari werd Facebook gelanceerd. Het werd een van de snelst groeiende platforms. In 2010 was Facebook met meer dan 400 miljoen gebruikers al de meest populaire site na Google. Sinds februari 2012 heeft Facebook meer dan 845 miljoen actieve gebruikers. Er worden dagelijks meer dan 55 miljoen updates op de site geplaatst. Per maand worden er 2,5 miljard foto’s op Facebook geplaatst. Facebook is het grootste sociale netwerk ter wereld. Het laat zien hoeveel mensen zich tegenwoordig gemakkelijk voelen om online hun werkelijke identiteit te gebruiken.

Index


Linkedin
LinkedIn helpt professionals zich effectiever met elkaar te verbinden. ‘LinkedIn lets you reach recommended employees, hiring managers and business partners through referrals from people you already know and trust.’ Het is een baan-netwerk. Het registratieformulier van LindedIn lijkt meer op een curriculum vitae dan een sociale applicatie. Er wordt informatie gevraagd over huidige en meest recente werkkring, werkervaringen en opleiding. Je kunt lid worden van LinkedIn via uitnodiging of door zelf een eigen netwerk te beginnen. Via LinkedIn kunnen werkgevers en potentiële werknemers verbinding met elkaar maken. Op 12 februari schreef de 60 miljoenste gebruiker zich in, uit de regio Groningen in Nederland.

Index


Google+
Op 28 juni 2011 lanceerde Google Inc. haar eigen netwerksite: Google+. Na twee weken waren er al 10 miljoen gebruikers geregisteerd. Binnen vier weken werd de site door 25 miljoen mensen bezocht. De testfase, waarin je moest worden uitgenodigd om mee te doen, werd vanwege het grote succes al snel beëndigd. Op 20 september 2011 werd Google+ open gesteld voor iedereen. Tegen het einde van 2012 telde Google+ al zo’n 170 miljoen gebruikers. Hierbij moet rekening worden gebouden met twee factoren. Ten eerste krijgt iedereen die zich voor een bepaalde dienst bij Google aanmeld automatisch een Google+ account. Bovendien is de tijd die mensen aan Google+ besteden (ongeveer 3,3 minuten per maand) aanzienlijk minder dan de gebruikers van Facebook (7,5 uur per maand). [Bloomberg, 28.02.3012]. Als de gebruikersgegevens die Google verstrekt betrouwbaar zijn, dat is Google+ het op twee na grootste sociale netwerk ter wereld.

Google+ is gebaseerd op het concept van cirkels. Alle connecties kunnen direct in cirkels worden ingedeeld (die men zelf kan benoemen). Bij alle informatie die je op Googl+ plaats kun je bepalen wie (welke cirkels) deze informatie krijgen te zien.

Index


Gespecialiseerde sociale software
Sociale netwerk sites zijn gemeenschapssites waar gebruikers een online netwerk van vrienden of bekenden kunnen onderhouden voor sociale of zakelijke doeleinden. Er komen steeds meer programma’s die zich specialiseren op sociale netwerken voor dating, banen, klasgenoten, collega’s, zakenpartners, dienstmakkers, en lijsten met diverse onderwerpen. Elk van deze sites zijn waardevol in hun eigen domein.

Type Netwerk Programma
Dating Friendster, ItClicks.nl, CU2
Banen Ryze, LinkedIn
Klasgenoten ClassMates, Schoolbank.nl, Les Copains d'avant
Collega's Workmates.nl
Zakelijke contacten Linkedin, ecademy
Dienstmakkers Dienstmakkers.nl
Organisaties Socialtext
Lokale bijeenkomsten MeetUp, Evite
Diverse onderwerpen Tribe.net

Het is niet moeilijk te voorspellen dat er binnenkort ook sociale software wordt gelanceerd voor straat- buurt-, wijk-, stads- en dorpsgenoten, voor reisgenoten, voor vakantiegenoten en voor etnische gemeenschappen en geloofsgenoten.

Andere sociale software
    Andere programma’s voor het bouwen van sociale netwerken zijn:
  • LinkYourFriend
    Brits sociaal netwerk dat mensen aan elkaar verbindt via vertrouwde vrienden. Het faciliteert zowel particuliere als publieke gemeenschapsvorming.

  • Hyves.nl
    Een typisch Nederlands sociaal netwerk. Er zijn meerdere netwerken die zich richten op de nationale internetgebruikers. Hyves ondersteunt communicatie via MSN en mobiele berichten als er kennissen uit je net in de buurt zijn. Hyves is gratis en biedt de mogelijkheid om video’s te uploaden, bewaren en delen. Begin februari 2006 was de opslagcapaciteit voor foto’s en video’s zo’n 16 terrabyte (de totale omvang van het Amerikaanse Amerikaanse Library of Congress is 10 terrabyte). Hyves werd in Nederland vooral bekend omdat landelijke politici zoals Wouter Bos (PvdA) zich voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 op dit netwerk begonnen te opereren. Hyves kon in korte tijd op grote belangstelling van jongeren rekenen: het werd op 1 oktober 2004 gelanceerd en had medio februari 2006 al meer dan 1,5 miljoen leden, waarvan de helft in Nederland. Hyves was zo succesvol, dat Schoolbank dreigde met een juridisch proces. Meerdere partijen probeerden Hyves over te nemen. In 2010 werd Telegraaf Media de nieuwe eigenaar van Hyves, voor bijna 44 mlijoen euro [Oltshoorn 2011]. In januari 2011 had Hyves meer dan 10,9 miljoen accounts.

  • MeetUp
    MeetUp kreeg veel aandacht omdat dit netwerk werd gebruikt door de democraten in de voorrondes van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004. Het web-gebaseerde MeetUp faciliteert lokale sociale netwerken. Het netwerk wordt gevormd door bijna 10 miljoen leden die elke maand 280.000 bijeenkomsten organiseren. Leden kunnen zoeken naar een onderwerp dat hen interesseert en vervolgens kijken of er een bijeenkomst over dit thema is in hun eigen geografische omgeving. De meet-ups zijn zeer divers: borduren, poëzie, Harry Potter, motorfietsen, lifters en Obama aanhangers.

    Een andere online invitatie en sociale planningssite die faciliteiten biedt voor het organiseren van publieke en particuliere bijeenkomsten is Evite. De meer dan 22 miljoen geregistreerde gebruibers verstuurden in 2012 elk uur meer dan 25.000 uitnodigingen.

  • Ryze
    Een business networking site waar men geen uitnodiging nodig heeft om lid te worden. De persoonlijke pagina van de leden toont informatie over kwalificaties en aspiraties. Wees voorzichtig met wat je vraagt. De persoonlijke boodschappen en uitnodigingen van andere Ryze gebruikers komen vooral van verkopers die je iets willen aansmeren.

  • Tribe
    Bij Tribe vind je hele lijsten van onderwerpen en stammen (‘tribes’) waar je je bij aan kunt sluiten. Tribe combineert twee internet-trends: RSS en social network. In de RSS-feed van Tribe kun je precies zien waarover op het netwerk wordt gediscussieerd. Als je lid van een forum bent dan kun je zien wat er zich afspeelt zonder dat je er de site voor op hoeft. Bij Tribe kun je hele discussies volgen en worden foto’s in de RSS-reader geplaatst van mensen die aan de discussies deelnemen.

  • ClassMates
    Het Amerikaanse Classmates verenigt oude klasgenoten. In Amerika wist het bedrijf in 2004 al 38 miljoen mensen aan zich te binden. Het Amerikaanse Classmates.com is een agressieve speler op de Europese markt van sociale software. Het nam eerst het Zweedse bedrijf Klasstraffen over ("Stayfriends.se"), en daarna het Duitse "Stayfriends.de". Van een overname in Engeland werd afgezien omdat de tegenhanger van Classmates daar al te groot is. De franse site voor voormalige klasgenoten, Les Copains d'avant blijft met meer dan miljoen leden eveneens zelfstandig. En ook het Nederlandse Schoolbank.nl blijft nog buiten schot, hoewel het inmidels door Sanoma Media is overgenomen. Schoolbank.nl heeft inmiddels 4,7 miljoen geregistreerde gebruikers en blijft groeien. Van hetzelfde bedrijf is de gespecialiseerde sites Dienstmakkers.nl (met 70.000 geregistreerde gebruikers). Bijna alles op deze sites is gratis, behalve het per email in contact treden met voormalige klasgenoten, dienstmakkers of collegas. De daaraan verbonden kosten zijn € 10. Het is een eenmalige bijdrage (contributie) waarna men zoveel contacten kan leggen als men wil. Het project workmates.nl, dat gericht was op het bij elkaar brengen van ex-collega’s werd op 15 april 2010 stopgezet wegens gebrek aan belangstelling. Linkedin en Facebook hebben de rol van deze site overgenomen.

  • CouchSurfing
    Een sociaal netwerk waarbij je op de bank van andere leden beland. Zij zijn gastvrij en bieden je een bepaalde vorm van onderdak. De ontvangst kan zo kort als een kopje koffie zijn, een nacht of twee, of zelfs een paar maanden of meer. Wie zijn bank aanbiedt heeft volledige controle over wie hem of haar bezoekt. De meest gestelde vraag is of dit veilig is. Nieuwe leden krijgen alleen een bewijs van goed gedrag wanneer andere —reeds beproefde— leden voor hen instaan. Iedere gebruiker is met de andere gebruikers die hij of zij in het systeem kent verbonden door een netwerk van referenties en vriendenlinks. Daarnaast is er een eigen verificatiesysteem voor namen en lokaties.

  • Eleqt
    Eleqt is een zeer exclusief vriendennetwerk voor de superrijken, dat ontstaan is uit een fusie tussen de luxenetwerken Qube en Elysiants. Het is een exclusief invitation-only sociaal netwerk voor jonge mensen die gewend zijn aan luxe en die ‘celebrate life in style’. Maar mocht je geen uitnodiging ontvangen, dan kun je altijd nog een lidmaatschap kopen. Het kost slechs $ 5.000. Het hoofdkwartier van Eleqt is gevestigd in Londen, regionale kantoren in Amsterdam, Curaçao, Hong Kong en —uiteraard— Dubai. Het gevoel van de Eleqt komt tot uiting in de promotie van exclusieve merken zoals het horlogemerk Jaeger Le Couitte, Moët & Chandon, en Versace. De clientèle wordt verleid door in mondaine oorden exclusieve feesten te organiseren voor leden en kandidaat-leden. Het sociale netwerk moet voor de investeerders geld gaan opbrengen door luxe merken tegen betaling toegang te geven tot de profielen van de leden. Eleqt is een netwerk voor de elite, of voor de HNW-individuals (= high-net-worth individuals). De Facebookpagina van Eleqt geeft een indruk van de stijl en werkingswijze van dit netwerk van gefortuneerden [De Pers 2.2.09].

Index


Gepersonaliseerd zoeken: Eurekster
Eurekster is een sociaal netwerk dat zoekresultaten verfijnd. Gepersonaliseerd sociaal zoeken is al langer een belofte. Die belofte werd niet ingelost door Google of Yahoo, maar door het veel kleinere Eurekster dat in januari 2004 werd gelanceerd. Het concept van gepersonaliseerd zoeken is niet nieuw. Wanneer een zoekmachine iets over jou weet, kan deze de resultaten verfijnen om ze relevanter te maken. Een kind dat naar muziek zoekt krijgt andere resultaten dan een volwassen burger; een man die naar boeken zoekt krijgt andere resultaten dan een vrouw die hetzelfde doet.

Sociaal netwerken tegen spam
Sociale netwerken kunnen ook gebruikt worden in de strijd tegen spam. In deze strijd wordt steeds meer gebruik gemaakt van ‘witte lijsten’. De witte lijsten bevatten email adressen waarvan je bereid bent om email te ontvangen. Op zichzelf is deze techniek erg effectief om spam te voorkomen. Maar het nadeel is dat je permanent je witte lijst moet updaten en dat je nooit email kunt onvangen van mensen die je niet kent. De techniek van de witte lijsten zou daarom uitgebreid kunnen worden zodat zij ook de witte lijsten van de mensen op je witte lijst omvatten. Hierdoor kan een gebruiker wel email ontvangen van vrienden-van-vrienden (en afhankelijk van de eigen voorkeur ook van vrienden-van-vrienden-van-vrienden). “Deze techniek is gebaseerd op het vertrouwen dat inherent is aan sociale netwerken. Zolang mijn contacten geen vrienden zijn met bekende spammers, is het waarschijnlijk veilig om ook van hen email te ontvangen. Het systeem zou complexer gemaakt kunnen worden door aan het mengsel reputatie- of vertrouwensscores toe te voegen. Emailberichten zouden gewardeerd kunnen worden al naar gelang het sociale-netwerkpad dat jou met de afzender verbindt. Deze benadering zou je in staat stellen om alle berichten te ontvangen, maar waarbij elk bericht gewaardeerd wordt op basis van je verbinding met de afzender” [Gunnar Langemark].
Het bijzonder van Eurekster is dat zij gepersonaliseerde resultaten niet baseert op wie je bent, maar wie je kent — geen persoonskenmerken, maar relationele kenmerken. Vrienden, collega’s en alle anderen in je Eurekster-netwerk beïnvloeden het type resultaten dat je te zien krijgt. Ook in het dagelijke leven filteren we de informatie via de mond-op-mond methode. Eurekster versterkt dit alledaagse proces om zoekresultaten te bieden die relevant zijn voor de gebruikers en hun vrienden en contacten [SearchDay].

Het gebruik van relationele kenmerken heeft een enorme potentie. Stel je voor dat Eurekster gebruikt wordt door alle werknemers van een medisch onderzoeksbedrijf, waar veel mensen vergelijkbaar medische vragen bezig zijn. Met Eurekster kunnen alle onderzoekers aan elkaar worden verbonden en profiteren van de zoekacties en selecties van hun collega’s.

Ook bibliotheken zouden van dit concept kunnen profiteren. Bibliotecarissen worden constant gevraagd om steun te bieden bij het vinden van bepaalde documenten. Via Eurekster zouden bibliothecarissen in staat zijn om onzichtbaar met elkaar samen te werken en te delen wat bij zoekopdrachten als beste resultaten hebben gevonden.

Show me the money
Delven in sociale netwerken
Sociale netwerken zijn een krachtig instrument voor adverteerders. Enerzijds bevatten sociale netwerken veel informatie die voor commerciële doeleinden gedolven kunnen worden (‘mining social networks’). Anderzijds kunnen adverteerders leren hoe zij potentiële consumentennetwerken kunnen organiseren en hoe zij hun producten gepersonaliseerd (‘op maat’) kunnen aanbieden. Maar het omgekeerde is ook mogelijk: sociale netwerken kunnen worden gebruikt om zoveel mogelijk potentiële consumenten bijeen te brengen die hun geaggregeerde vraag gebruiken om kwantumkortingen af te dwingen bij bedrijven. Voor deze strategie van aggregatie van de (koopkrachtige) vraag werden al eerder de flitsmeutes gebruikt.
Sociale software is ‘hot’ en wordt een grote toekomst voorspeld. De vraag is of er ook geld mee verdiend kan worden. Sommige durfkapitalisten denken van wel en investeerden miljoenen dollars in sociale netwerksites. Het durfkapitaal investeert in sociale software omdat zij dit beschouwt als de volgende generatie van e-commercie waaraan —als het goed wordt aangepakt— winstkansen verbonden zijn. Sociale netwerken worden gezien als een massamarkt voor mensen die producten of diensten willen kopen, die vrienden of intimi willen vinden, of die een nieuwe baan willen vinden. Vooral op lokaal niveau kunnen sociale netwerken lucratief zijn voor adverteerders.

Critici hebben zo hun twijfels over de bedrijfsmodellen van de producenten van sociale netwerken [bron]. Sommigen sociale netwerken opereren met (rubrieks)advertenties, anderen met abonnementen, en weer anderen met combinaties van beide. Sommige analisten geloven dat sociale software-bedrijven pas een kans maken als ze onderdeel gaan uitmaken van een groter geheel, zoals Yahoo! of Google.

Index Privacy te grabbel

Persoonsgegevens
Spionage
Wie wilde weten wat de vriendjes zijn de maker van Orkut kon dit met een klik te weten komen. Je kreeg een lijst met alle vriendjes en vriendjes-van-vriendjes van Orkut Byukkokten en een geografische weergave van de 1ste en 2de graadsverbindingen geprojecteerd op de Amerikaanse landkaart (voor Orkut-leden buiten Amerika werkte deze Geomapper overigens niet). Door te kijken naar patronen in e-mailverkeer, konden online gemeenschappen en de sleutelfiguren daarbinnen worden geïdentificeerd.
Sociale netwerken fungeren bij de gratie van de profielen die mensen van zichzelf opstellen. De vooronderstelling is dat gebruikers hun authentieke identiteit zullen opvoeren in hun profiel zodat zij meer betekenisvolle contacten zullen opdoen. Naast deze door de deelnemers zelf verstrekte persoonsgegevens zijn sociale netwerksites een onuitputtelijke bron van persoonlijke en vaak intieme informatie die alleen via vertrouwde relaties worden doorgegeven. Wat gebeurt er met al die informatie? Waar wordt die informatie opgeslagen? Wie heeft toegang tot al die persoonlijke informatie? Zijn er garanties dat onze persoonsgegevens niet te grabbel worden gegooid?

De meeste online sociale netwerken bestaan bij de gratie van databanken die op centrale servers zijn opgeslagen (gedecentraliseerde peer-to-peer netwerken vormen hierop een uitzondering). Alle persoonlijke profielen van alle deelnemers worden in een groot bestand opgeslagen. Daarin staan alle persoonlijke gegevens: wie je vrienden zijn, of je rookt, wat je favoriete films en muzikanten zijn en welke seksuele en politieke voorkeuren je hebt. Daarom is het van belang het privacybeleid kritisch onder de loep te nemen.

In de meeste netwerksites wordt nogal slordig omgesprongen met persoonsgegevens en wordt de privacy van de deelnemers niet of nauwelijks beschermd. De gebrekkige privacy voorwaarden zetten de deur open voor oneigenlijk gebruik en misbruik van persoonsgegevens. Adverteerders en marktonderzoekers —maar ook stalkers en criminelen— die de hand weten leggen op die persoonsgegevens wanen zich in een walhalla.

Orkut spot met alle privacy regels op het net en daarbuiten. Zij belooft haar gebruikers weliswaar dat zij zonder nadrukkelijke toestemming nooit je persoonlijke informatie aan derden zullen verhuren of verkopen, maar behoudt zich wel het recht voor om persoonsgegevens voor eigen doeleinden te gebruiken. In haar privacybeleid meldt Orkut:

De inhoud van elk bericht dat via Orkut wordt verstuurd wordt dus bewaard. Een provider die dit in zijn hoofd zou halen, zou door de verdedigers van digitale burgerrechten onmiddellijk aan de schandpaal worden genageld. Karin Spaink sloeg de spijker op de kop:

Niet alleen de verkeersgegevens , maar ook de inhoud van de mails worden bij Orkut ongetermineerd bewaard. Dat gebeurt weliswaar op beveiligde servers, maar toch zijn deze gegevens opvraagbaar door bevoegde autoriteiten.

Index


Eigendomsrechten
Het beleid van Orkut heeft nog meer dubieuze kanten. In haar ‘terms of service’ zet Orkut een opmerkelijke visie op het auteursrecht uiteen:

Dit betekent dat Orkut zich zonder omhaal het volledig recht toeëigent op elke creatieve uiting die via haar netwerk wordt verstuurd. Orkut claimt rechten op alles: wetenschappelijke of culturele teksten, foto’s van je geliefde of dochter, verhalen die je hebt verteld, een filmscript, een zakelijk plan, een computerprogramma, vacantiefilmpjes enzovoort. “Ze dichten zichzelf het recht toe om wereldwijd, zonder royalties, onherroepbaar en voor de eeuwigheid daaruit te mogen kopiëren, distribueren en te mogen uitbaten wat je schrijft of bedenkt” [Spaink 2004]. Wie echt iets waardevols te melden kan dus beter gebruik maken van andere diensten met voorwaarden die geen inbreuk maken op digitale burger- en eigendomsrechten.

De protesten tegen het privacy beleid van Orkut dringen slechts langzaam door. Enerzijds wordt benadrukt dat het mogelijk is om zelf te controleren wie jouw persoonlijke informatie te zien krijgt. Een van de instrumenten om de toegang tot je profiel en andere persoonlijke informatie te beperken is de ‘golden key’. Daarmee kun je de toegang tot bepaalde informatie beperken tot jezelf, je vrienden, of je vrienden van vrienden. Anderzijds wordt met grote nadruk gezegd dat Orkut onze privacy volledig respecteert. “Orkut.com does not claim any ownership right in the profile or other information that you submit” [FAQ]. Dat is niet erg geloofwaardig zolang er in de Terms of Service blijft staat dat Orkut zich het onvervreemdbaar recht toeëgent op al het materiaal dat in het netwerk wordt geplaatst.

Index


Neppers met fictieve identiteiten
In sommige sociale netwerken is het mogelijk om een of meer fictieve identiteiten aan te nemen. Gebruikers kunnen dan opzettelijk manipuleren met hun profiel. Zij construeren volledig fictieve persoonlijkheden (personae) die in de vervrouwelijkte vorm ook wel worden aangeduid als fakesters, fraudsters of pretendsters. Het zijn nep-identiteiten die in het meest gunstigste geval een beeld geven over wie iemand wil of pretendeert te zijn of hoe hij/zij wil worden erkend.

Nep-identiteiten kunnen verschillende vormen aannemen. Sommigen kiezen een vaak abstract cultureel karakter die iedereen kent: God, zout, Homer Simpson, George W. Bush, LSD, Frans Bauer. Anderen kiezen meer specifieke gemeenschapskarakters: Black Lesbians, San Francisco, Mannen-die-van-lesbo’s-houden. Of men kiest voor uiterst flexibele karakters (‘passing characters’) die bedoeld zijn om iedereen te misleiden [Boyd 2004].

Er zijn neppers die uit wrok of waan proberen om een sociaal netwerk in verwarring te brengen. Als individuen valse of meerdere identiteiten kunnen aannemen, weten gebruikers niet meer of zij met hun vriend praten of met een vervalste kopie. Zo’n ‘virtuele dubbelganger’ wordt vaak misbruikt om voormalige geliefden of mensen die men niet mag in een kwaad daglicht te stellen. De virtuele identiteit van een persoon wordt gestolen om de persoon zelf te beschadigen.

Anonimiteit en Pseudonimiteit
In groepsverband is duidelijk dat anonimiteit niet goed werkt: de minimale vereiste om met elkaar te converseren is dat men weet ‘wie wanneer wat zei’. Ook pseudonimiteit werkt meestal niet goed: wat iemand nu tegen mij zegt moet ik kunnen verbinden met eerdere conversaties. Wie een valse identiteit aanneemt of steelt, moet er rekening mee houden dat dit vroeger of later binnen een gemeenschap wordt ontdekt. Wanneer een gemeenschap ontdekt dat een lid zich toch een fictieve identiteit heeft aangemeten, wordt dit in de regel opgevat als een bruskering van wederzijdse gedragsverwachtingen.
Neppers beschadigen het sociale netwerk en doen afbreuk aan het vertrouwen in verbindingen tussen mensen op het systeem. De waarde van sociale netwerken is gelegen in de betrouwbaarheid van de verbindingen (trusted links). Sommige systemen zij zo ingericht dat het niet mogelijk is om meerdere identiteiten aan te nemen en dat er controlemechanisme zijn voorkomen dat mensen onder fictieve identiteiten participeren, of dat zij identiteiten anderen individuen stelen.

Toch zijn er veel mensen die houden van nepkarakters. Zij beschouwen het als het ‘zout in de netwerkpap’. De meest creatieve identiteitszwendelaars worden vaak gelezen en gevolgd [Boyd 2004:4]. Toen Friendster begon de nepprofielen te vernietigen, kwamen haar gebruikers in opstand juist omdat zij belang hechten aan creatieve expressie en het nut van gemeenschapskarakters. Onder de naam ‘Fakester Revolution’ keerden zij zich tegen de ‘Fakester Genocide’ en creëerden nog meer nieuwe nepkarakters. In veel sociale netwerken weet je dat er een aantal neppers bijzitten, maar zij fungeren vaak als vrolijke noot in een overigens serieuze discussiegemeenschap van gelijkgezinden of gelijkgeïnteresserden.

Voor sociale netwerken geldt hetzelfde als voor huizen: zij zijn zo rubuust als hun fundamenten. Het fundament van sociale netwerken is vertrouwen: het vertrouwen dat ‘echte’ vrienden in elkaar hebben. Deze vertrouwensbasis wordt ondergraven wanneer mensen anoniem of met meerdere of valse identiteiten kunnen participeren in het sociale netwerk. Of, zoals Orkut-lid Russel het uitdrukte: “Het toestaan van anonieme berichten op een overdraagbaar netwerk van kennissen zoals Orkut is een programmeerfout en geen speciale functie.”

Index


Pervertering
Bij sociale netwerken komen zeer veel persoonlijke gegevens op de openbare internetstraat te liggen. Dit brengt nieuwe risico’s met zich mee. De geschiedenis van het internet heeft laten zien dat daar waar misbruik van een nieuwe technologie gemaakt kan worden, dit ook binnen de kortste keren gebeurt. De pervertering van het e-mail verkeer (spam, virussen), van het chatten (pedofielen die op kinderen jagen) en van de flitsmeutes (commercieel misbruik) zijn hiervan de meest besproken voorbeelden. De verwachting is dit ook snel zal gebeuren met deze nieuwe generatie van netwerktechnologie.

Sommige gebruikers proberen hun sociale netwerk te kapitaliseren. Zij verhandelen via eBay hun connecties. Zo kan men zich inkopen in bestaande netwerkkringen.

Ook voor spammers (verspreiders van ongewenste reclame) zijn deze open netwerken een bron van inspiratie. Niet in de laatste plaats omdat mensen zich met hun hele hebben en houen (interesses, hobbies etc.) op het netwerk presenteren. Vrouwen adverteren hun pornosites door potentiele clientèle aan te trekken. Anderen creëerden een netwerk van Fraudster Profiles om drugs te verhandelen.

Index Verklaring van een trend

Waarom mensen behoefte hebben aan sociale software
Motieven
Waarom maken mensen gebruik van online sociale netwerken? Netkwesties interviewde een aantal Orkuters van het eerste uur [bron]. Veel deelnemers werden in eerste instantie naar Orkut getrokken omdat het iets ‘nieuws’ was. Zij waren nieuwsgierig naar de mogelijkheden van deze nieuwe technologie. Als positieve ervaring wordt genoemd het terugvinden van mensen met wie je het contact verloren hebt. “Ik heb al meerdere mensen teruggevonden met wie het contact verloren was gegaan” [Rop Gonggrijp]; “oude kennissen terug” [Iljitsch van Beijnum]; “contact met vrienden en kennissen die ik misschien een beetje had verwaarloosd” [Eric van den Muijzenberg]. Als tweede motief wordt het uitbreiden van de kenniskring genoemd: “Contacten gemaakt met mensen die niet tot de close vriendenkring behoren, maar wel tot internetkennissen” [Corrie Gerritsma]. En juist daardoor komt men er achter “hoe relatief klein het Nederlandse internetwereldje is” [Martijn de Waal].
Via internet zijn honderden miljoenen mensen met elkaar verbonden die allerlei soorten synchrone en asynchrone communicatie gebruiken om groepen te vormen. Elke week melden zich tienduizenden internetters aan bij persoonlijke en zakelijke netwerksystemen. Zij doen dat omdat deze systemen de sleutelelementen van sociale software bieden: conversationele interactie, sociale feedback leidend tot digitale reputatie en expliciete representatie van virtuele vrienden (e-vrienden of ‘equaintances’). Sociaal netwerken is ongemeen populair. In het begin van 2004 waren er al meer dan 100 sociale netwerksites. Wat verklaart de gretigheid waarmee mensen zelf hun sociale netwerken blootleggen? Welke behoeften of belangen liggen daaraan ten grondslag?

De platforms voor sociaal netwerken bevredigen een fundamenteel menselijk verlangen om vrienden te leren kennen en met geestverwanten te communiceren. Sociale software komt tegemoet aan (i) de behoefte om het persoonlijke netwerk van vrienden en bekenden ook online te cultiveren, (ii) om de sociaal-emotionele en pragmatische of utilitaire voordelen van persoonlijke contacten optimaal te benutten, en (iii) om het persoonlijke netwerk uit te breiden met zwakke verbindingen.

Index


Zwakke verbindingen benutten
Persoonlijke vriendenkringen zijn belangrijk en bestaan meestal uit een beperkt aantal ‘sterke verbindingen’: boezemvrienden en hechte familiebanden. Hoewel deze persoonlijke netwerken door sterke verbindingen worden bijeengehouden, ligt daarin ook hun zwakte. De informatie en diensten die men aan zo’n sterk netwerk kan ontlenen overlappen elkaar in sterk mate. In hechte vriendengroepen beschikken de afzonderlijke deelnemers vaak over dezelfde informatie (redundantie). De kracht van zwakke verbindingen is dat zij nieuwe informatie bieden (en wederzijdse diensten) juist omdat zij zich buiten de sterke verbindingen bevinden. Zwakke verbindingen zijn bijvoorbeeld van cruciaal belang voor het krijgen van tijdige en goede informatie over vacatures.

Voor het vinden van geschikte intieme partners geldt hetzelfde. Door het aan elkaar knopen van persoonlijke vriendenkringen wordt niet alleen de ‘markt voor liefde en geluk’ aanzienlijk opgerekt, maar krijgt men bovendien aanvullende informatie over de persoon waarop men het oog heeft laten vallen (‘intelligent dating’).

De kracht van zwakke verbindingen
In 1973 schreef Mark Granovetter een beroemd geworden opstel: The Strength of Weak Ties. Daarin laat hij zien dat in een sociaal netwerk zwakke verbindingen vaak belangrijker zijn dan sterke verbindingen. Zijn argument is gebaseerd op de aanname dat sterke verbindingen geneigd zijn om gelijksoortige mensen aan elkaar te verbinden, en dat deze gelijksoortige mensen geneigd zijn zich samen te klusteren zodat zij allemaal met elkaar verbonden zijn. De informatie die door zo’n netwerk verkregen wordt is meestal redundant, en het netwerk van sterke verbindingen is daarom geen kanaal voor innovatie. Een zwakke verbinding is daarentegen vaak een ‘lokale brug’ naar delen van het sociale systeem die anders los van elkaar blijven staat. Een zwakke verbinding biedt daarom meestal nieuwe informatie van ongelijksoortige delen van het systeem. Dit betekent overigens niet dat sterke verbindingen geen belangrijke rol spelen.
    “Zwakke verbindingen bieden mensen toegang tot informatie en bronnen die in hun eigen sociale kringen beschikbaar niet zijn; maar sterke verbindingen zijn meer gemotiveerd om hulp te bieden en zijn in de regel gemakkelijker beschikbaar” [Granovetter 1982:113].
Bovendien zijn sterke verbindingen meestal nuttiger voor mensen die in een onzekere positie verkeren.

Het is niet zo eenduidig wat bepalend is voor een sterke connectie en wat voor een zwakke connectie. De kracht van een connectie is een combinatie van de goeveelheid tijd, de emotionele intensiteit, de intimiteit (wederzijds vertrouwen) en de reciproke diensten die de connectie kenmerken [Granovetter 1973:1481]. In de praktijk wordt de verbindingskracht op andere manier gemeten: frequentie, recentheid van contact en wederzijdse nominaties (‘reciprocated nominations’).

Index


Eenvoud, expansie en diversiteit
De populariteit van het online sociaal netwerken wordt mede aangeblazen door het enorme gemak waarmee de eigen vriendenkring online kan worden onderhouden en waarmee deze —via zich uitbreidende concentrische cirkels— aan andere persoonlijke netwerken gekoppeld kan worden.

Cruciaal voor het succes van de sociale software is dat mensen enerzijds hun persoonlijke netwerk van vrienden en bekenden ook virtueel willen cultiveren, en anderzijds op zoek zijn naar nieuwe contacten. Dat kunnen zowel contacten zijn in de affectief-intieme of sociaal-gezellige sfeer, maar ook in de zakelijk-nuttige sfeer (uitwisseling van informatie en diensten met betrekking tot hobbies, werk, of technische problemen).

Index Tegenspraak brengt ons verder

Speelgoed voor voorlopers
De gretigheid waarmee zoveel mensen zich aanvankelijk voor sociale netwerksites aanmeldden is vooral verklaren uit ‘de kracht van het nieuwe’. Veel internetters zijn gek op noviteiten en proberen deze zo snel mogelijk uit. Meestal verandert zo’n tijdelijke passie na een aantal maanden in een meer functioneel gebruik (vergelijkbare processen zien we bij de gebruik van de mobiele telefoon). Je kunt het vergelijken met het gedrag van een kind dat een nieuw stuk speelgoed krijgt. Dat nieuwe speeltje is een aantal dagen of weken zeer geliefd, juist omdat het nieuw is. Daarna krijgt het speeltje zijn eigen plaats in het hele repertoire aan speelgoed. Met het online verzamelen van netvrienden gaat dat precies zo. Alleen bij sommigen slaat deze tijdelijke passie voor de wonderbaarlijke werkingen van virtuele vriendenkringen om in een duurzame —en soms full-timeobsessie.

In de eerste, verkennende periode spannen mensen zich in om een zo groot mogelijke vriendenlijst aan te leggen: ‘ben je nu nog geen Facebook-vriend van Barak Obama?’ Men concucrreert met elkaar om meer vrienden dan de ander op de lijst te kunnen zetten (net als verzamelaars van postzegels of voetbalplaatjes). Mede door het gebrek aan uitwisselbaarheid tussen sociale netwerken vergt het steeds meer tijd om contacten in alle sociale netwerken in te voeren en het eigen profiel te actualiseren. Na verloop van tijd vind de ontnuchtering plaats: na de tijdelijke passie van het verzamelen van zoveel mogelijk ‘vrienden’ gaat men over tot het saneren van het contactenbestand en probeert men een overzichtelijk en beheersbaar aantal zinvolle online contacten te komen. Vage vrienden —contacten die nauwelijks reageren en irritante updates sturen— verdwijnen, alleen echte vrienden en nuttige verbindingen met kennissen blijven over.

Index


Ontvrienden: hamburgermentaliteit
Aan dit opkuisen van de vriendenlijst werd in het begin van 2009 het etiket ontvrienden (‘defriending’) gehangen. Het zou een nieuwe trend zijn: het is cooler om minder vrienden te hebben op sociale netwerken. Het Amerikaanse bedrijf Burger King begon op FaceBook met een ontvriendingsactie: als je tien vrienden schrapt, krijg je één gratis Whopper. Deze schijnbaar briljante virale campagne van Burger King werd gevoerd onder de naam Whopper Sacrifice.

Dat was koren op de molen van Facebook-sceptici: ‘Vriendschap is sterk, maar Whopper is sterker’. Wat als een zeer begrijpelijke grote schoonmaak in het te expansieve vriendennetwerk begon, werd op deze manier een door een hamburgerketen geïnitieerde kortstondige hype. Een irritante hype, want Burger King stimuleerde Faceboekgebruikers om een Angry-Gram (een boze brief) te versturen aan de mensen die zij uit hun contactenlijst wilden schrappen. FaceBook blokkeerde het programma van Burger King omdat het e-mails stuurde naar de geëlimineerde vrienden, waarin stond dat zij geschrapt waren voor een (tiende van een) hamburger.

Index


Abstineren: Facebookmoeheid en spijtoptanten
Na zulke grote bergen aan lof op Facebook was het onvermijdelijk dat sommige mensen er opeens genoeg van hebben en hun profiel bij Facebook opheffen. Een daarvan was de schrijver Joost Zwagerman. Aanvankelijk had ook hij Facebook omhelst en geprezen. Zwagerman werd een Facebook-evangelist en accepteerde blind iedereen die zich als ‘vriend’ bij hem aanmeldde. Na enige tijd kreeg hij er genoeg van. Hij hekelt het tijdslurpende mechanisme van Facebook en het oeverloze gepraat over niets. Zwagerman ontkent die dat de op Facebook ingelogde mens bevoorrecht en op momenten benijdenswaardig is. De omhelzing van Facebook leek te zijn veranderd in een strakke houdgreep waaruit men zich diende los te maken. De enige remedie is abstitentie.

Facebookmoeheid
Gerrit Komrij verheugt zich over het feit dat de worm nu ook in de appel van Facebook is gekropen. “We hebben niet alleen het geloof, we hebben nu ook de afvalligen.” Ook hij beschouwt Facebook als een tijdverspilling (net zoals literatuur of kranten tijdverspilling zijn), maar hij blijft trouw aan Facebook.
    Gerrit Komrij, over Facebookmoeheid “Facebook is een soort olievlek op de computer die iedereen met iedereen probeert te verbinden en vervolgens gevangen te houden. De afzonderlijke elementen heten ‘vrienden’ en de gevangenis is een café zonder sluitingstijd waarin iedere zatlap en heilsagent mag mee-ouwehoeren. Bij elke gespreksflard staat een opgeheven duim getekend en als je daarop drukt geef je te kennen: ‘Dit vind ik leuk.’ Zoals je in het café altijd mensen hebt die verstandig meeknikken of dom meegrijnzen. Meisjes mogen meegiechelen, ook op Facebook. [...]

    Hoe roddelzieker je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe nieuwsgieriger je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe ijdeler je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe lamzakkiger je je voelt hoe meer tijd Facebook je kost. Facebook kost de meeste mensen dus veel tijd. Ik zelf verlies zeer veel tijd aan Facebook.
    Gek, ik zeg nooit: ik verlies veel tijd aan krantenlezen. [...]

    In het café dat Facebook heet hebben de querulanten, de zeurkousen en de mensen met een bord voor hun kop de langste adem. Maar je ontmoet er ook geinige types, die niet op hun achterhoofd zijn gevallen. Verdwaald, uiteraard, net als jij. Absorptie en tijdverlies, Facebook vreet je op. Verslaving, rage... een normalisatie is nog lang niet in zicht” [Gerrit Komrij - Facebookmoeheid].

De spijtoptanten die zichzelf een Facebookverbod opleggen zijn min of meer bekende Nederlanders die in de regel een zeer groot aantal connecties zijn aangegaan en die via online sociale netwerken veel vaker door hun volgers worden lastiggevallen met onbenulligheden. Voor hen is het moeilijk om op een normale manier in virtuele netwerken aanwezig te zijn. De literaire en filosofische spijtoptanten — Zwagerman, Ronald Giphart, Menno Wigman, Aaf Brandt Corstius— ergeren zich bovendien meer dan gemiddeld aan het aboninabele taalgebruik op Facebook en Twitter. Zij hebben een esthetische afkeer van klungelig geschrijf, van zoveel spelfouten, van gebrek aan interpunctie en aan het gebruik van zoveel afkortingen (ttyn = talk to you never). Sommigen denken zelfs dat mensen door de software voor sociale netwerken aangemoedigd worden om vluchtige en oppervlakkige verbindingen met elkaar aan te gaan.

Maar niet alleen bekende Nederlanders keerden zich af van Facebook. De permanente aanwezigheid op en bereikbaarheid via Facebook stuit sommige mensen tegen de borst. De redenen waarom mensen zich daarvan willen ‘bevrijden’ wijzen in dezelfde richting.

Overcompensatie
In 2007 concludeerde het SCP dat de snelle groei van sociale interactie door middel van internet en smartphone tot op zekere hoogte de afname aan directe sociale contacten in de Nederlandse samenleving compenseert. Het directe contact wordt gecompenseerd door het indirecte contact. De afkeer van Facebook zou men kunnen interpreteren als een effect van overcompensatie: mensen die hun gebrek aan betekenisvolle sociale relaties via Facebook proberen te compenseren, ervaren na enige tijd dat dit hen niet de gewenste resultaten oplevert.
Sommige mensen voelen zich min of meer verplicht om continu te kijken naar wat hun Facebookvrienden nu weer willen delen, waarover zij praten en wat zij doen. Zij willen niets missen en dwalen uren door wat al hun connecties op Facebook hebben geplaatst. Doe je dat niet, dan hoor je er niet meer bij. Daarom maken zij obsessief gebruik van Facebook. In de virtuele netwerkomgeving proberen zij tevergeefs aandacht te krijgen, of krijgen zij teveel betekenisloze aandacht. Zij verliezen zichzelf in Facebook en besteden daaraan veel te veel tijd.

Alles onder controle
Nienke (respondent 2): vrouw, 25, 256 vrienden, 176 foto’s
“Ik houd graag alles onder controle en ik houd graag altijd een oogje in het zeil. Facebook biedt je de mogelijkheid een kijkje te nemen in de levens, voor zover mogelijk natuurlijk, van de mensen die je hebt toegevoegd als vriend. Ook kun je profielen of foto’s bekijken van mensen die je niet kent, maar wel via via. Daar kon ik me soms echt in verliezen, dan klikte ik maar door een door, en kwam ik via het werk van een studiegenoot, op het nichtje van een ex vriendje. Zat ik doodleuk haar complete fotoalbums te bekijken, mooie vakantiefoto’s van een reis naar Bali. Volslagen idioot zoals ik het nu zeg. Maar het leuke eraan was ook dat ik zo aan hele specifieke muziek ben gekomen, tips voor feestjes, en inspiratie voor mooie vakantiefoto’s [lacht]. Maar het blijft een beetje voyeurisme natuurlijk.” [Angela Verleun, Dislike, scriptie, UvA]

Ameline (respondent 4): vrouw, 23 jaar, 162 vrienden en 68 foto’s
“Ik kon zoveel tijd achter de computer doorbrengen zonder daadwerkelijk iets te doen. En dat gaat zo sluipend, je denkt even een berichtje te beantwoorden op Facebook, maar dan zie je dat die iets heeft gepost en bekijk je dat, daarna bekijk je diens profiel maar eens en zie je dat die haar een bericht heeft gestuurd en ga zo maar door. En: de batterij van mijn telefoon moest ik in mijn fulltime Facebook-tijdperk elke avond opladen, [...] Op Facebook leek het wel alsof ik continu bevestiging nodig had en zocht van mensen, van mijn vrienden. Dan had ik een update geplaatst, en dacht ik na een uur ‘waarom heeft nog niemand hierop gereageerd? Of überhaupt geliked?’ Terwijl ik me daar voorheen echt geen zorgen om maakte, of in ieder geval, minder” [idem].

[respondent 1]
“Op momenten waar ik me toch al niet zo bijster goed over mezelf voelde, sleurde Facebook me soms nog verder de diepte in. Dan begon ik foto’s te bekijken van mensen die ik kende, van leuke feestjes en andere gezellige bezigheden, en kon ik mezelf alleen maar afvragen: ‘waarom ben ik daar niet? Waarom was ik niet uitgenodigd?’ Ik sloeg aan het vergelijken en als je niet zo lekker in je vel zit, eindig je zelf altijd onderaan. Dan probeerde ik daarna iets anders te doen en niet meer naar Facebook te gaan, maar bleef dat door mijn hoofd spoken” [idem].

Een dergelijke obsessieve houding roept uiteraard —gezonde— tegenreacties uit. Wie merkt dat hij of zij op Facebook niet krijgt wat men verwacht, raakt gefrusteerd en keert zich keert zich van het hele gebeuren af. Mensen beginnen zich te ergeren aan de onnozelheden en ijdelheden die door je Facebookvrienden online worden gezet. Voor mensen met sterk obsessief Facebookgedrag is het verminderen van de online netwerktijd vaak geen realistische optie. Halfzachte maatregelen voldoen niet, zeggen ex-Facebookverslaafden. Er zijn meer drastische maatregelen nodig: geheelonthouding.

Het stilleggen van het Facebookgebruik kan nog een ander voordeel hebben:

Juist door niet meer aanwezig te zijn op Facebook probeert men op een bepaalde manier toch ontzag, nieuwsgierigheid of op zijn minst aandacht te trekken. Op die manier wordt de virtuele geheelonthouder (der digitale Abstinenzler, the digital tetotaller) toch een bijzonder persoon die zich distantieert van de grote meute die wel een profiel heeft.

Het opzeggen van een Facebookaccount is als zodanig al een dramatische gebeurtenis. Tot drie keer toe vraagt Facebook of je wel zeker bent van je besluit. Eerst wordt er nog eens naar je wachtwoord gevraagd (dat is geen slechte beveiligingsmaatregel). Daarna krijg je een vijftal foto’s voorgeschoteld van je beste vrienden, met daaronder de tekst: “Lisa zal je missen”. Vervolgens wordt er ook nog verwacht dat je een reden opgeeft voor je opzegging. Als deze procedure doorlopen is, denkt je dat je profiel vernietigd is. Maar niets is minder waar. Als je daarna je gebruikersnaam en wachtwoord invuld blijkt je profiel nog volledig intact in de Facebook-analen te staan. Alsof je nooit weg bent geweest. Je kunt Facebook verlaten, maar Facebook vergeet jou nooit.

Op 20 april 2011 was ‘Facebook-zeurpiet’ even trending topic op Twitter [Van Veelen 2011]. Het gezeur over Facebook van min of meer bekende Nederlandse schrijvers is onderdeel van een breder proces van ontnuchtering en van een minder obsessieve en meer functionele omgang met online sociale netwerken.

De melk wordt zuur en jongeren leiden aan SMS
Tot 1839 ging reizen in Nederland erg langzaam. Als mensen op reis gingen dan namen zij de benenwagen, het rijtuig of de trekschuit. Op 20 september 1839 veranderde dat. Toen reed er voor het eerst een stoomstrein door Nederland. Dat was een enorme vooruitgang: de stoomlocomotief De Arend reed in slechts 25 minuten van Amsterdam naar Haarlem — met de trekschuit duurde dat minstens drie uur. De opening van de eerste spoorlijn was een groot feest. De Amsterdammers stroomden samen voor het station om deze bijzondere gebeurtenis bij te wonen. De trein en het station waren met vlaggen versierd.

Toch waren er veel mensen niet blij met deze nieuwe uitvinding die met een vaart van 30 kilometer per uur door het land raasde. Ging dat niet veel te snel? Was het niet erg gevaarlijk? Werden de koeien in de wei er niet onrustig van? Werd hun melk niet zuur? Bovendien zagen veel mensen het nut van de trein niet in: de trekvaarten voldeden immers uitstekend en er was nog niet zo’n grote behoefte om sneller te kunnen reizen.

Bij elke grote innovatie ontstaan er irrationele angsten voor het nog onbekende. Dat was het geval bij de introductie van de telefoon: hierdoor zouden mensen helemaal van elkaar vervreemden en elkaar nooit meer echt ontmoeten. En dat is het geval bij de opkomst van sociale netwerksites.

Volgens een ‘onderzoek’ van de Nederlandse Academie van Media en Maatschappij zijn de jongeren helemaal verpest door sociale media. Zij zouden leiden FOMO [fear-of-missing-out] en een SMS-syndroon. Jongeren zijn bang dat ze iets missen of dat ze worden buitengesloten. Daarom staan zij via Facebook, Twitter en MSN constact in contact met elkaar en kunnen ze hier niet meer mee stoppen. Het gevolg van deze verslaving zijn ‘Social Media Stress’ (SMS) en onzekerheid. Via het NOS-journaal [7.7.12] mocht directeur Liesbeth Hop het volk op de hoogte stellen van dit ‘wetenschappelijk nieuws’. De gegenereerde publiciteit leek niet alleen bedoeld om jongeren op te roepen mee te doen aan een initiatief van gezelfde ‘Academie’: Ikbenoffline.nl. Maar vooral ook als reclame voor een door hetzelfde bedrijf aangeboden cursus: Social Media Professiona (à raison van slechts € 495,-)

Index Nieuwe kansen voor onderzoekers

Zegeningen
Internet biedt onderzoekers nieuwe kansen om de sociale interactie van deelnemers aan virtuele gemeenschappen te observeren en hun eigen beleving van deze interacties te registreren. We wisten al dat de traditionele massacommunicatie wordt gemedieerd door sociale interactie. Toch was het altijd moeilijk en soms onmogelijk om empirisch toegang te krijgen tot de particuliere gemeenschappen waarin deze communicatie zich voltrekt. Traditionele analyse van sociale netwerken steunde op enquêtes en interviews. Internet biedt toegang tot publieke en open kanalen van sociale interactie. Het geeft onderzoekers nieuwe mogelijkheden om het samenspel van interpersoonlijke en massacommunicatie te onderzoeken. Het internet heeft de transactiekosten voor het uitvoeren van dynamische analyses van de actuele toestand van een netwerk snel doen dalen.

Small spider De participatie in een online gemeenschap of virtueel netwerk is van elektronische aard. Hierdoor zijn we in staat om menselijk gedrag en interacties zeer nauwkeurig en op een tot nu toe ongekende schaal te bestuderen. De traditionele methoden om informatie te verzamelen over sociale netwerken waren tijdrovend en duur.

Netwerkonderzoekers moeten uitgebreide enquêtes opstellen en deze schriftelijk, telefonisch of mondeling voorleggen aan een selectie van de netwerkgebruikers. Dit beperkte niet alleen de omvang van de datareeksen, maar vereiste ook extra tijd en inspanning van de kant van de geïnterviewden. In virtuele netwerken en gemeenschappen wordt alle informatie per definitie digitaal doorgegeven en kan daarom relatief gemakkelijk en zonder al te hoge kosten worden worden geobserveerd, geregisteerd en geordend. Informatie over online gemeenschappen is dus veeleer een neveneffect van het feit dat daarin alle acties en interacties van gebruikers per definitie een digitale vorm aannemen. Ook in dit opzicht is het internet een zegening voor sociologen en antropologen die sociale netwerken bestuderen.

Index


Voorbeelden
De sociale netwerken die met Facebook en Linkedin worden gecreëerd bieden een uniek inzicht in de werkingswijze van het ‘friends-of-friends’ principe [Boissevain 1974]. Voor onderzoekers van de kleine wereld (‘six degrees of separation’) is dit een ongekende zegening. Wanneer dergelijke gegevens beschikbaar zijn, mogen ze worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Daarbij zijn wetenschappers uiteraard gebonden aan de ‘erecode’ dat zij zeer voorzichtig moeten zijn met persoonsgegevens. In wetenschappelijke publicaties was het altijd goed gebruik om gevoelige persoonsinformatie te anonimiseren. Wie de hoon van zijn collega’s niet over zich uitgestort wil hebben doet er dus verstandig aan ook dit soort online persoonsgegevens te anonimiseren.

Vertrouwensgemeenschap
Formeel technisch gesproken zijn online sociale netwerken particuliere gemeenschappen. Maar het zijn toch vooral ook gemeenschappen die (bijna) iedereen kan kennen. Publieke plaatsen of openbare ruimtes zijn erkende gelegenheden voor onderzoek. Online netwerken vormen een een zee van gegevens.

De datawhorehouse map is een duidelijke schending van de privacy-vereisten die voor onderzoekers bindend zijn. Met deze kaart kon je alle Amerikaanse Orkut-leden die in je postcodebereik liggen met naam en adres identificeren. Na een formeel protest van Orkut heeft de maker van de ‘Personal Network GeoMapper’ deze functie buiten werking gesteld. Volgens het Orkut-team is het verspreiden van persoonlijke informatie van orkut-gebruikers in strijd met het principe van de trusted community: leden moeten de privacy van anderen respecteren.

Index Nomadische gedachten

Van globaal dorp naar globale metropool
Eerdere generaties van sociale software —mailing lists, MUDs, discussiefora— werden gemaakt toen de netwerkpopulatie nog gemeten werd in tienduizenden in plaats van honderden miljoenen. Het was een tijd waarin de meeste gebruikers jong, mannelijk en technologisch geïnformeerd waren. De kleinschaligheid van de gemeenschap en de intensiteit van de verbindingen tussen de deelnemers, creëerde een omgeving waarin je werd aangemoedigd om je verantwoordelijk te gedragen teneinde je persoonlijke reputatie te beschermen. Men wist nog ongeveer wie wie was en wie je kon vertrouwen.

Met de opkomst van het WWW in het begin van de jaren negentig nam het internet afscheid van het stadium van het globale dorp. De software die voor deze omgeving werd gebouwd ging uit van drie vooronderstellingen over groepen: zij konden elke omvang aannemen; iedereen moest er lid van kunnen worden; en de vrijheid van het individu is belangrijker dan de doelen van de gemeenschap.

We leven nu in een nieuw tijdperk. Het virtuele netwerk lijkt nu veeleer een globale metropool, zeer uitgebreid en uiterst heterogeen. In deze nieuwe omgeving hebben groepen behoefte aan bescherming tegen te snelle groei en tegen gijzeling door conversaties die buiten de orde zijn, die gedomineerd worden door commerciële belangen of die vertroebeld worden door spam. De gemeenschappen die in deze metropolitische omgeving opereren voldoen niet meer aan de eerdere vooronderstellingen. Clay Shirky [2003a] heeft dit uitstekend verwoord:

Dit gebeurde onder andere met een aantal discussiegroepen en veel openbare chatrooms.

Het grote voordeel van de nieuwste generatie sociale software is dat individuen zelf de grenzen van de eigen groep kunnen bepalen, en dus ook de grenzen van de kring waarin men met naam, persoonsgegevens en interesses bekend staat. Ook in het online leven is het van belang dat individuen hun eigen sociale relaties kunnen controleren. Gebruikers moeten zelf kunnen beslissen wat anderen wel of niet kunnen zien. Dan worden sociale netwerksites hun belangrijkste deur naar het internet.

Sociale netwerksites ontwikkelen zich steeds duidelijker als een virtuele ruimte waarin de groei van gemeenschappen gecontroleerd kan worden door het stellen van niet-triviale voorwaarden voor het lidmaatschap. Hierdoor is het tevens mogelijk om gemeenschappelijke normen te ontwikkelen die binnen zo'n gemeenschap daadwerkelijk kunnen worden afgedwongen. Deze institutionalisering van wederzijdse gedragsverwachtingen leidt tot een serie groepsspecifieke verplichtingen die meestal meervoudig gemotiveerd zijn. De verplichting tot respect is primair traditioneel gemotiveerd, de verplichting tot vriendschap is primair emotioneel gemotiveerd, de verplichting tot solidariteit is primair normatief gemotiveerd, en de verplichting tot wederzijdse ondersteuning is primair strategisch gemotiveerd.

De meest succesvolle gemeenschappen hebben een systeem om toezicht te houden op het gedrag van leden en bij normafwijkend of asociaal gedrag te sanctioneren. Dit toezicht en deze sociale controle worden meestal uitgeoefend door de gemeenschapsleden zelf, en niet door een externe autoriteit. Succesvolle gemeenschappen maken gebruik van een gedifferentieerd systeem van sancties: lichte sancties voor eerste overtredingen die escaleren wanneer de betreffende persoon de gemeenschapsregels blijft doorbreken (‘community stalkers’). Omdat ook in virtuele gemeenschappen conflicten onvermijdelijk zijn, is er een mechanisme nodig voor conflictregeling [Ostrom 1990; Kollock 1996]. Sterke gemeenschappen zijn in staat om hun eigen controverses op te lossen.

Om de gedachten te bepalen kunnen hierbij twee extreme visies tegenover elkaar worden gezet.

Virtuele gemeenschappen moeten de diversiteit van de belangen en verlangens van de afzonderlijke leden transformeren in een discursief en normatief kader waarbinnen recht gedaan wordt aan deze verscheidenheid. Dat kan alleen wanneer zo’n gemeenschap in staat is om de daaruit voortvloeiende conflicten op een constructieve wijze te regelen, en wel zodanig dat er ruimte is en blijft voor afwijkende meningen. Het is geen teken van zwakte als er in virtuele gemeenschappen gepassioneerd gestreden wordt om de juiste visie, het betere argument, de veralgemeenbaarheid van de ervaringen en de betrouwbaarheid van de aangevoerde feiten. De meest succesvolle gemeenschappen hebben —vaak met vallen en opstaan— geleerd hoe zij op een elegante en constructieve wijze met hun interne tegenstrijdigheden en conflicten kunnen omgaan.

In netwerksystemen waar geen harde barrières bestaan tegen commercialisering, pervertering en banalisering wordt de vertrouwensbasis van vriendenkringen ondergraven door lieden die monetair gewin proberen te slaan uit zichzelf organiserende vriendenkringen.

Index


Selectieve associatie en beheer van sociale relaties
Sociale software is een algemeen systeem voor het beheren van netwerken van sociale relaties en kan het op zeer uiteenlopende manieren en voor diverse doeleinden worden gebruikt. De meeste gebruikers beginnen te zoeken naar mensen die zij al kennen of in het verleden gekend hebben. Zij hechten betekenis aan het hervatten van relaties met verloren vrienden (ook al wordt dat niet altijd op prijs gesteld). Door dit zoeken naar oude en actuele vrienden wordt het persoonlijke online netwerk opgebouwd.

Geen allemansvriend
In volledig aselectieve sociale netwerken geldt het principe van het allemansvriendje. Iedereen kan zonder uitnodiging of voorwaarden deelnemen aan het netwerk en aan de virtuele gemeenschappen of interesse- of vriendengroepen die zich daarbinnen vormen. Simpel gezegd: zodra X en Y in de eerste of tweede of n-de graad aan elkaar verbonden zijn, is elk contact dat X opvoert in je profiel ook door Y direct benaderbaar (en omgekeerd). Hierdoor verliest de individuele gebruiker de greep op zijn grenscontrole: gebruikers kunnen niet meer aangeven dat zij niet door ‘willekeurige derden’ benaderd willen worden. Op die manier dreigt men een ‘allemans vriend’ te worden die door allerlei vrienden-van-vrienden-van-vrienden-van-etcetera in beslag genomen wordt. De meeste gebruikers hebben daar eenvoudig geen tijd voor, en willen dat ook niet omdat dit ten koste gaat van mensen die hen op dat moment wel ‘aan het hart’ gaan. Terwijl de technologie het mogelijk maakt om lange afstanden te overbruggen, kan het ook tot gevolg hebben dat het ons verwijderd van de mensen die het dichtst bij ons staan.
In de meeste sociale netwerken kunnen individuele gebruikers zelf bepalen hoever zij hun online vrienden- en kennissenkringen willen uitbreiden. Iedereen heeft het recht om zich selectief te associëren. Er is geen verplichting om zich ‘met iedereen’ te associëren en te socialiseren. Het gaat erom een goede balans te vinden tussen het cultiveren van betekenisvolle relaties die we al hebben, én het verkennen van potentieel nieuwe relaties.

Sommige groepen organiseren zichzelf als exclusieve ‘elite’ clubs om wekelijks in een virtuele kroeg bijeen te komen. Zij participeren voor deze exclusieve gezelligheid. Andere groepen organiseren zichzelf om hun contacten met andere netwerken te verbinden.

De meeste deelnemers gebruiken de online sociale netwerken voor hun plezier, uit nieuwsgierigheid en om met hun vrienden te communiceren, om zich te socialiseren met onbekenden die dezelfde interesse of hobby hebben, of om afspraakjes te maken met potentiële partners of met ‘intieme vrienden voor een nacht‘ (hookups, one-night-stands). Voor het identificeren en selecteren van potentiële partners wordt net als in het lokale leven gebruik gemaakt van de kracht van het ‘vriendenoordeel’. Via-via kan veel relatief betrouwbare informatie worden ingewonnen over de kwaliteiten van potentiële partners voor het leven, iets korter of voor een nacht.

In virtuele sociale netwerken kunnen mensen hun relaties verrijken door te communiceren met mensen die men op straat of in de krant regelmatig tegen komt maar waar men nooit persoonlijk contact mee heeft gehad.

Index


Het gewicht van vriendschap
In veel sociale netwerken zijn de relatie-indicatoren teruggebracht tot een binaire eenvoud: vriend of niet. Wie door het netwerk reist, kan niet vaststellen welke rol of gewicht een vriendschapsrelatie heeft. Sommige deelnemers hanteren een restrictieve definitie van vriendschap. Terwijl anderen iedereen die zij kennen en waaraan zij geen hekel hebben een ‘vriend’ noemen. Gebruikers hanteren soms bewust een rekkelijke of ‘katholieke’ definitie van vriendschap, omdat zij hiermee een groter deel van het netwerk te zien krijgen. Het gewicht van een vriendschap wordt hierdoor gedevalueerd. Een Friend(ster) is dus nog geen ‘echte’ vriend.

Vrienden in soorten en maten
Vriendschap is een woord dat veel soorten relaties kan dekken. In de eerste versies van sociale software kon men een relatie met een andere gebruiker alleen maar kwalificeren als vriend of niet-vriend. Het was niet mogelijk om een gewicht of waarde aan een connectie toe te kennen.

Orkut was waarschijnlijk de eerste die het mogelijk maakte een differentiatie aan te brengen tussen ‘best friend’, ‘good friend’, ‘friend’, ‘acquaintance’ en ‘haven’t met’. Sommige gebruikers pleiten ervoor dat gebruikers zelf hun connecties mogen definiëren of minstens commentariëren.

Facebook boodt iets later haar gebruikers de mogelijkheid aan om de connecties naar eigen inzicht te differentiëren door het definiëren van lijsten. Google+ hanteerde van begin af aan het principe dat gebruikers hun eigen kringen benoemen en daarin de connecties in te delen.

Om de voorkomen dat mensen zomaar iemand anders tot vriend bombarderen, zou elke vriendschap wederzijds geautoriseerd moeten worden. Elke afzonderlijke vriendschapsverbinding zou ook door de andere kant goedgekeurd moeten worden (en op elk moment daarna verbroken kunnen worden). Deze wederzijds autorisatie is een belangrijke hoeksteen van een netwerk van vertrouwen.

De vraag is echter of een online vriend met dezelfde standaard gemeten moet worden als een offline vriend. In de praktijk maken veel internetters al langer een duidelijk onderscheid tussen hun virtuele en lokale boezemvrienden, vrienden, kennissen, en mensen die zij graag zouden ontmoeten.

Index


Hoeveel vrienden?
Hoeveel vrienden hebben mensen op hun online sociale netwerken? Volgens een studie van het Facebook Data Team uit 2011 hebben gebruikers van Facebook gemiddeld 190 vrienden. Slechts 10% heeft minder dan 10 vrienden, 20% heeft minder dan 25 vrienden, terwijl 50% (de mediaan) meer dan 100 vrienden heeft.

Op het eerste gezicht lijkt de mediaan van het aantal vrienden op Facebook nogal laag: 100. Dit heeft te maken met de klassieke paradox van sociale netwerken: voor de meeste mensen is het gemiddelde aantal vrienden van hun vrienden hoger dan hun eigen aantal vrienden. Op Facebook geldt dit voor 84% van de gebruikers.

In zijn klassieke studie The Adolescent Society heeft James Coleman [1961] al gewezen op het merkwaardige verschijnsel dat de meeste mensen minder vrienden hebben dan hun vrienden. De onderliggende logica van het verschijnsel kan mathematisch worden verklaard: het gemiddelde aantal vrienden van vrienden is altijd groter dan het gemiddelde aantal vrienden van individuen. Scott Feld [1991] heeft in Why Your Friends Have More Friends than You Do laten zien hoe deze ‘class size paradox’ kan worden opgelost.

Index


Zelfpresentatie in profielen
In het algemeen wordt er van uitgegaan dat gebruikers van sociale software een authentiek beeld geven van hun identiteit. Omdat zij op zoek zijn naar waardevolle contacten zouden zij hun profiel naar eer en geweten invullen. Dat is echter lang niet altijd het geval. De publiek gearticuleerde identiteiten en sociale netwerken zijn daarom ook niet identiek aan de particuliere articulatie die door sociale wetenschappers worden onderzocht [Boyd 2004:2].

Het profiel van een vriendenkring bestaat meestal uit vijf primaire elementen: (1) demografische informatie over leeftijd, sekse, nationaliteit, beroep, en relationele status, (2) persoonlijke voorkeuren en interesses, (3) foto’s of videobeelden, (4) vriendenlijst, en (5) getuigschriften. Omdat deze informatie zowel wordt gegeven vanuit het perspectief van het individu als van zijn vrienden is de informatie nuttig. Toch geven deze profielen een nogal grove representatie van het individu. De profielen geven niet alleen een beperkt, maar vaak vertekend beeld.

Wat ontbreekt is de contekst van wat iemand presenteert. Iemand stelt een profiel van zichzelf op voor een potentiële date, maar moet tegelijkertijd men rekening houden met alle vrienden, collega’s en andere relaties die de site zouden kunnen bezoeken. Deelnemers zelf zijn zich hiervan kennelijk heel bewust, en modereren hierdoor hun profiel. Wanneer mensen zichzelf moeten presenteren voor diverse soorten relaties dan wordt vaak een sociaal aanvaardbaar beeld geschetst, waarin juist die eigenzinnige kenmerken verdwijnen die voor een potentiële partner interessant zijn. Wie ik ben (of wil zijn) voor jou, is vaak iets heel anders dan ik wil zijn voor een ander ‘publiek’.

Het profiel laat zien hoe iemand op dat moment zijn identiteit wil representeren met het oog op een bepaald publiek. Wie zijn profiel schetst voor een potentiële date, houdt ook rekening met alle vrienden, collega’s en andere relaties die in het hetzelfde netwerk opereren. De meeste gebruikers zijn bang dat hun baas of moeder hun profiel tegenkomt. Leraren vrezen de nieuwsgierigheid van hun studenten. Gebruikers zijn zich ervan bewust dat zij verschillende informatie geven afhankelijk van het publiek. Bij het opstellen van een profiel moeten gebruikers een evenwicht vinden tussen de publieke en particuliere dimensie. Individuen bepalen zelf welke persoonlijke informatie zij in het netwerk beschikbaar stellen. Het profiel kan gedetailleerd en vrijpostig worden opgesteld, maar de meeste mensen zijn wat terughoudender.

Steeds meer wordt erkend dat mensen er vaak meer dan een elektronische identiteit op nahouden (zoals werk, familie, vriendenkring en intimi). De menselijke identiteit is meervoudig en ambigu. De sociale sofware moet zo worden ontworpen dat gebruikers in staat zijn om meerdere identiteiten en corresponderende communicatiestromingen te integreren in een enkel beheersbaar profiel met variabele niveaus van privacy bescherming. De interface van Orkut maakt dit al tot op zekere hoogte mogelijk. De persoonlijke, professionele en sociale profielinformatie kunnen voor iedereen zichtbaar worden gemaakt, maar dit kan ook beperkt worden tot jezelf, je vrienden, of je vrienden-van-vrienden. Dit zou voor alle velden moeten gelden. Alle veiligheidsparameters zouden standaard op ‘only to myself’ gezet moeten worden. De gebruiker kan deze velden dan zelf selectief openen.

Ontwikkeling van zelfbeeld en zelfvertrouwen
Voor jongeren heeft het gebruik van sociale netwerksites in het algemeen vooral positieve effecten [Van Waard 2011]. Jongeren zijn in hun reacties in de regel bijzonder complimenteus. Hierdoor wordt hun gevoel van zelfvertrouwen versterkt. Door positieve retourinformatie op hun profiel en commentaren krijgen jongeren een duidelijker beeld van zichzelf en leren zij hoe hun online presentatie moet worden aangepast om een zo positief mogelijk commentaar te krijgen. “Doordat jongeren positief geëvalueerd worden door anderen, gaan ze ook zichzelf positiever evalueren” [idem]. Uiteraard geld dit ook omgekeerd:

Jongeren ontwikkelen hun eigen castingcultuur [Haegens 2011].

    “In de huidige maatschappij worden mensen steeds meer zichtbaar in alles wat ze doen. Berichten aan elkaar zijn openbaar, ze laten zich volgen, beoordelen en veroordelen en doen datzelfde bij anderen. Jongeren zijn bezig hun eigen identiteit vorm te geven en gebruiken daar ook deze castingtechnieken voor. Hoe presenteer ik mezelf en wat voor effect heeft dat? Wat is mijn score? Voor jongeren is beeld een heel natuurlijk middel, het is dan ook niet verwonderlijk dat ze bezig zijn zich door middel van beeld steeds weer te presenteren” [Astrid Poot 2011]
Facebook biedt haar gebruikers meer mogelijkheden op het verloop van een relatie of vriendschap. Bovendien geeft Facebook gebruikers de mogelijkheid om een biografie van zichzelf en van de eigen relaties vast te leggen. Sociale netwerksites fungeren als een sociaal geheugen. Hierdoor onstaan nieuwe mogelijkheden om te reflecteren over de manier waarop we ons met anderen associëren.

Jongeren beginnen zich te bevrijden van de idee fixe dat zij ernaar moeten streven om één eenduidige persoonlijkheid te ontwikkelen. Zij zijn van kindsafaan ingevoegd in zeer uiteenlopende en steeds omvangrijker sociale netwerken en clusters of combinaties van netwerken. Daarom leren zij met vallen en opstaan hoe zij als die verschillende rollen afwisselend moeten spelen. Het enige —waarschijnlijk vooral ideologisch ingeprente— belemmering is de gedachte dat je toch vooral ook ‘jezelf’ moet blijven. Maar de toetssteen van authenticiteit ligt mischien wel besloten in het vermogen om zichzelf in de meest uiteenlopende sociale conteksten zich zo specifiek of adekwaat mogelijk te manifesteren. Onze identiteit wordt vloeiender (liquid identity - Zygmunt Bauman, 2000), meervoudiger en contekstspecifieker. We zijn nu eens leerlingen die in de specifieke onderwijsarrangementen moeten voldoen aan de daar gestelde praktische en cultuelre eisen, en dan weer aan de eisen van onze vaders en moeders. We zijn nu eens lokale gemeenschapsgenoten en dan weer tijdelijk reisgenoten. We ontmoeten soms vluchtige kennissen op straat, maar we ontmoeten ook boezemvrienden en intieme geliefden.

Index


Verbeteringsvoorstellen
Binnen de virtuele sociale netwerken worden worden met de regelmaat van de klok verbeteringsvoorstellen gedaan en besproken. Uit de lijst die ik hiervoor in 2004 opstelde zijn inmiddels een aantal voorstellen overgenomen door de makers van netwerksites.

Index


Signaal van sociale armoede?
De snelle opkomst van sociale profiel- of netwerksites als Friendster, Orkut, Facebook, Linkedin, Google+ werd door sommigen beschreven als een hype zonder inhoud (‘een internetgolfje dat even alle aandacht trekt’), als teken van sociale armoede, en als een gigantische tijdverspiller. Anderen waren ervan overtuigd dat de toekomst van het sociale netwerken zich op het internet voltrekt. Daartussen stond een meerderheid van nuchtere mensen die het online sociaal netwerken als een zinvol experiment beschouwden.

Mensen gebruiken het internet om hun sociale of zakelijke netwerken te versterken en te verrijken. Het is allemaal gebaseerd op het principe dat het niet je sterke persoonlijke contacten zijn die je bij die gewenste informatie, baan of dat contract brengen, maar dat het die zwakke contacten zijn, de tweede en derde graadsverbindingen die de truc doen. Wie zo’n verrijking van sociale netwerken afdoet als sociale armoede miskent de betekenis die netwerken van virtuele sociale relaties voor mensen kunnen hebben.

Sociale software maakt een merkwaardige combinatie mogelijk: het is de publieke tentoonstelling van particuliere relaties teneinde nieuwe private interacties mogelijk te maken. Wanneer gebruikers participeren in een publiek/privaat netwerk treden zij in de spanningsverhouding tussen diverse en tegenstrijdige verwachtingen, waarden en ervaringen.

Sociale programma’s zijn altijd kwetsbaar voor de creatieve energie van hun gebruikers. “Terwijl zij probeerde om mensen te helpen verbindingen met elkaar aan te gaan, heeft Friendster een wespennest rond gearticuleerde publieke identiteit blootgelegd, een nieuwe vorm gegeven aan de manier waarop groepen mensen verbaal relaties identificeren, en het belang van creatief spel in sociale interactie hard gemaakt” [Boyd 2004:4].

Er zijn zelfs critici die het hele sociaal-netwerk gebeuren slechts als een spel beschouwen:

De vooronderstelling van deze redenatie is dat er in virtuele netwerken geen betekenisvolle sociale contacten kunnen ontstaan. Zodra mensen hun virtuele netwerken echter als iets werkelijks definiëren, zijn zij ook werkelijk in hun gevolgen (een variant van het bekende Thomas-theorema). Contacten die in de virtuele wereld van het internet worden opgebouwd en onderhouden kunnen voor de deelnemers zelf dus wel degelijk betekenisvol zijn. Dat deze online netwerken ook ruimte bieden voor spel en vermaak is niets nieuws — het gebeurde al langer in lokale of traditionele sociale netwerken.

Bovendien zijn de sociale netwerksites uitgegroeid tot krachtige instrumenten voor massacommunicatie.

Sociale netwerken potentiëren dus in sterke mate het vermogen van mensen om met anderen te communiceren.

Index


Zelforganisatie, zwermintelligentie en hyperarchie
Zelforganisatie refereert aan een reeks dynamische processen waarbij structuren ontstaan op het globale niveau van een systeem uit interacties tussen zijn componenten op lager niveau. De regels die de interacties tussen de constituerende eenheden van het systeem structureren worden uitgevoerd op grond van louter lokale informatie, zonder referentie aan het globale patroon. Dit globale patroon is eerder een zich ontwikkelende (of emergente) eigenschap van het systeem dan een eigenschap die aan het systeem is opgelegd door een externe ordenende kracht.

In het onderzoek naar complexe systemen wordt het idee van emergentie gebruikt om aan te geven dat er patronen, structuren of eigenschappen onstaan die niet adekwaat verklaard kunnen worden door alleen te refereren aan haar componenten en hun interactie. Van emergentie is sprake:

    Niveaus en Sturing van Systemen
    Omdat er in sociale netwerken informatie heen en weer wordt verschoven kan een nieuw systeemniveau ontstaan. Het is evolutionaire gebeurtenis waarbij “een consensueel domein” [Maturana 1987] ontstaat. Hyper-reflexieve systemen kunnen een nog grotere vrijheidsgraad verwerven: zij kunnen zich intern aanpassen aan de verdere ontwikkeling van de opkomende systeemniveaus; zij ontwikkelen zich verder volgens hun eigen regels. Dergelijke systemen zijn in staat om hun ontwikkeling zelf te organiseren ondanks balansverstoringen op de lagere niveaus [Luhmann 1983].
  1. wanneer de organisatie van een systeem specifieke eigenaardigheden vertoont die anders zijn dan die van haar componenten.
  2. wanneer de componenten vervangen kunnen worden zonder dat dit gepaard gaat met ontmanteling van het hele systeem.
  3. wanneer de nieuwe globale patronen of eigenschappen radikaal nieuw zijn in vergelijking met de preëxistente componenten en de emergente patronen dus onvoorspelbaar zijn en niet afleidbaar van haar componenten én niet reduceerbaar tot deze componenten [Emergence: Why Emergency?].

Simpel gezegd: van emergentie is sprake wanneer het geheel slimmer is dan de som van haar onderdelen. Dit gebeurt wanneer een zeer groot aantal relatief eenvoudige onderdelen op een relatief eenvoudige wijze met elkaar gaan interacteren. Uit al deze miljoenen interacties kan zich een hoger structuurniveau of intellligentie ontwikkelen, zonder dat daaraan een plan ten grondslag ligt of daaraan wordt opgelegd. Zelforganiserende en regulerende systemen gebruiken feedback om zichzelf op te werken tot een meer geordende structuur. Gewone webpagina’s zijn niet in staat om zichzelf te organiseren. De eenzijdige manier waarop op het web gelinkt wordt, biedt weinig ruimte voor feedback. Daarom kan het netwerk van websites niet leren terwijl het groeit. Daarom zijn we zo afhankelijk van zoekmachines om in de natuurlijk chaos van het web onze weg te vinden [Johnson 2002]. Een netwerk kan zich alleen organisch evolueren wanneer er tweezijdig gelinkt kan worden. Met de XML-technologie van het semantisch web komt deze mogelijkheid binnen bereik.

Zwerm spreeuwen
Zwerm Spreeuwen
(klik om te vergroten)
Zwermintelligentie is een vorm van kunstmatige intelligentie gebaseerd op het collectieve gedrag van gedecentraliseerde, zichzelf organiserende systemen. Het begrip werd in 1989 geïntroduceerd door Gerardo Beni en Jing Wang, in de context van cellulaire robotsystemen. Dergelijke systemen bestaan uit een populatie van eenvoudige actoren die zowel lokaal met elkaar als met hun omgeving interacteren. De actoren volgen zeer eenvoudige regels. Hoewel er geen gecentraliseerde controlestructuur bestaat die dicteert hoe individuele actoren zich moeten gedragen, leiden de lokale interacties tussen deze actoren tot het ontstaan van complex globaal gedrag.

Zermintelligentie refereert aan het zelfcorrigerend groepsgedrag dat optreedt bij zwermen autonome insecten zoals mieren en bijen. Tijdens het zoeken naar voedsel en het verdedigen van het territorium worden zwakke signalen versterkt en wordt ruis uitgefilterd. In kleine groepen kunnen individuen hun aandacht verdelen en wordt ontregelend gedrag gereduceerd door informele sociale mechanismen. In gemeenschappen of conversatieruimtes met lage toegangsbarrières en honderdduizenden deelnemers wordt dit veel moeilijker. Het beheer van grotere, open gemeenschappen komt niet alleen onder druk te staan door bewust ontregelend gedrag (zoals trolling, flaming, spamming, fooding), maar ook voor een overdaad aan ongestructureerde en ongewogen informatie [Whittaker e.a. 1998; Lampe/Resnick 2004]. Bij een zekere omvang krijgen alle online gemeenschappen last van het signaal-ruis probleem — vooral wanneer er veel tegenstrijdige opinies in omloop zijn. Men kan dit van bovenaf proberen op te lossen door poortwachters en controleurs in te huren. Maar men kan het ook aan de gemeenschap zelf overlaten. In dat geval ontwikkelt de gemeenschap zichzelf door een open source model te volgen.

Groepen individuele gebruikers ontwikkelen een vorm van collectieve intelligentie wanneer zij netwerken creëren en gerelateerde profielen en inhoud filteren [Goldberg e.a. 1993; Massa/Bhattacharjee 2004]. Wanneer de individuele bijdragen door andere leden van een gemeenschap worden gewaardeerd, kunnen er in de loop der tijd gedeelde normen ontstaan over wat een goede of slechte bijdrage is. Bovendien wordt het hierdoor mogelijk om moderatiefilters te gebruiken waardoor men alleen hooggewaardeerde bijdragen te zien krijgt en laaggewaardeerde bijdragen automatisch worden wegselecteerd. Op die manier kunnen binnen een complex systeem met veel ruis toch de kwalitatief goede bijdragen naar boven komen drijven. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘bottom-up journalistiek’ van Slashdot waarin praktisch al het werk door lezers zelf gedaan wordt.

In een hyperarchie (ook wel heterarchie) stroomt informatie langs meerdere en intermediaire paden, waarbij de overdracht van zwakke en luidruchtige signalen wordt verbeterd. Er bestaan meerdere elkaar overlappende punten waarop informatie wordt gesorteerd en geïnterpreteerd. Een hyperarchie maakt het dus mogelijk om een overvloed van informatie effectief te verwerken. Sociale software voorziet gebruikers van een serie instrumenten waarmee zij de complexiteit die eigen is aan hyperarchieën kunnen beheren. In de moderne organisatietheorie is dit inmiddels een gangbaar inzicht. Netwerkorganisaties zijn al jaren de dominante trend. Een Network-Centric Organization (NCO) is een organisatie gebaseerd op principes van flexibiliteit, gedistribueerde informatie, en losse samenwerking. Sociale software is de belangrijkste facilitator van NCO’s als een organisationele vorm [social-software.com].

Index


Kritische massa en uitwisselbaarheid
Het bereiken van een kritische massa is waarschijnlijk de grootste barrière voor het nut van sociaal netwerken: alleen wanneer er voldoende mensen deelnemen aan het netwerk kunnen mensen elkaar vinden. Het gaat erom het fenomeen van het lege restaurant te vermijden: niemand gaat in een leeg restaurant eten, maar (bijna) altijd in een vol restaurant dat daarnaast ligt, zelfs al is de kwaliteit en dienstverlening daar veel minder. Zonder relatief grote aantallen deelnemers, vind er geen socialisatie plaats.

De waarde van een sociaal netwerk neemt exponentieel toe met het aantal deelnemers. Maar dit betekent ook dat het exponentieel zal dalen wanneer er meerdere netwerken zijn die niet in staat zijn om betekenisvolle informatie uit te wisselen, hun geaccumuleerde kennis te delen, of verbindingen aan te gaan met andere gemeenschappen die rond dezelfde onderwerpen zijn georganiseerd. De sociale netwerken bestaan als van elkaar gescheiden, geïsoleerde eilanden van conversatie. De balkanisering van sociale netwerken vormt dus een cruciale rem op de productieve ontwikkeling van die netwerken.

De wet van Metcalfe
Als een technologie eenmaal haar kritische massa heeft bereikt, neemt haar waarde exponentieel toe. “De waarde van een communicatiesysteem groeit als het kwadraat van het aantal gebruikers van het systeem (N²)” [Robert Metcalfe].

Het nut van een sociaal netwerk is dus gelijk aan het kwadraat van het aantal gebruikers. Hoe meer mensen gebruik maken van een netwerk deste waardevoller wordt het. Dat is de magie van het onderling verbonden zijn. Dit staat recht tegenover traditionele modellen van vraag en aanbod, waar een toename van de kwantiteit van iets zijn waarde verminderd.

Omdat een computer niet met zichzelf verbonden kan worden, moet de formule iets worden aangepast:
N(N-1), of N²-N.

De wet van de balkanisering
Met behulp van de wet van Metcalfe kan ook worden verklaard wat het effect is van het opsplitsen van een netwerk.

De waarde van het opsplitsen van een netwerk in N geïsoleerde componenten is 1/N van de waarde van het originele netwerk. Elk van de nieuwe componenten heeft een omvang van 1/N van de omvang van het originele netwerk. Haar waarde is dus 1(N²) van de originele waarde.

Tegelijkertijd zijn er N van deze nieuwe mini-netwerken, waardoor de totale waarde is
N * 1/(N²) = 1/N

Net als in de wereld van instant messaging heeft het gebrek aan uitwisselbaarheid tussen sociale netwerken geleid tot een gefragmenteerde en niet-uniforme markt voor de exploitatie (en conservering) van sociaal kapitaal. De sociale netwerken kunnen geen gegevens delen of uitwisselen en staan geen identiteitsmigraties toe. Het kost gewoon te veel tijd om je contacten in alle sociale netwerken in te voeren. Actieve participatie in meerdere netwerken tegelijkertijd vereist te veel aandacht en energie.

Inmiddels worden er serieuze pogingen gedaan om sociale netwerken uitwisselbaar te maken. Er worden XML-applicaties ontwikkeld die gebaseerd is op een speciale standaard voor sociale software: FOAF-XML (een acroniem van ‘Friend-of-a-Friend’). Zolang er geen gemeenschappelijk standaard is voor sociale netwerken blijven het ‘ommuurde kastelen’. De veelgeroemde openheid van het internet staat op de tocht. Door privatisering van de infrastructuur dreigt het internet te worden verscheurd in discrete, ommuurde domeinen waar bij de grenzen geld gevraagd wordt. We hebben een internet nodig met meer bruggen en minder muren, waar het individu zich gemakkelijk tussen gemeenschappen kan bewegen.

Index


Convergentie van weblog, instant messaging en sociaal netwerken
Er zijn minstens drie technologieën die op het punt staan om met elkaar te fuseren. Ten eerste de technologie van ‘content syndication’ die gebruikt wordt voor de weblogs. Ten tweede de technologie voor synchrone communicatie die gebruikt wordt voor Instant Messaging. En ten derde de technologie van sociaal netwerken zoals deze wordt gebruikt door sites als Facebood and Linkedin. De fusie tussen deze technologieën zal een nieuw type internet doen ontstaan. Stephan Downes noemt dit het ‘Semantic Social Network’ (SSN), anderen noemen het nuchter ‘Yet Another Social Network’ (YASN).

Weblogs maken gebruik van het RSS protocol (Really Simple Syndication, ook wel Rich Site Summary). Dat is een formaat voor metadata dat gebruikt wordt om online informatie te beschrijven. Een RSS bestand —ook wel bekend als een ‘feed’— is een XML-bestand dat de inhoud van een website samenvat. Het RSS-bestand bestaat uit twee onderdelen: een ‘channel’ element, dat de website als een geheel beschrijft, en een serie thema's die individuele bronnen beschrijven. Er bestaan diverse soorten RSS formaten, maar die zijn meestal uitwisselbaar. Het doet er eigenlijk niet toe welk soort RSS je gebruikt. Een RSS-bestandslezer kan meerdere bronnen (feeds) verzamelen en aggregeren. Aanvankelijk was het alleen maar mogelijk om een feed tegelijkertijd te lezen, maar nieuwe diensten combineren lijsten van items van diverse feeds, en scheppen op deze manier thematische of geografische feeds.

Bloggers ontdekten dat hun medium zelf ook mogelijkheden biedt voor sociaal netwerken. Via de blogroll krijgt men zicht op de blogs die door de auteur van een blog regelmatig worden gelezen. Om de binding tussen bloggers te versterken werd een trackback URL ingebouwd in het RSS-bestand. Daarmee kunnen weblogs elkaar attenderen dat er een bron wordt geciteerd. Om de samenhang van de gemeenschap expliciet te maken wordt gebruik gemaakt van technieken zoals blogchalking. Weblogs die begonnen als hoogst persoonlijke dagboeken van individuen die iets te melden haddden, zijn uitgegroeid tot onderling steeds sterker verweven en gestratificeerde netwerken van creatieve sociale en intellectuele uitwisseling. Dit wordt ook wel de blogosfeer genoemd.

Weblogs dragen bij tot wederzijdse aandacht en dus tot socialisatie. Als iemand een keer naar jouw weblog linkt, dan krijg je hem of haar bijna zeker op je radar. Relaties tussen individuele bloggers beginnen daarom steeds meer de vorm aan te nemen van zichzelf organiserende netwerken. Deze wederzijdse aandacht schept iets waarvoor nog geen goede naam of definitie bestaat: een netwerk van bekende vreemden (‘familiar strangers’) die op een bepaalde manier met elkaar interacteren.

Een praktisch voorbeeld van de integratie van weblogs en social software is Gruuve. Wat daaraan nog ontbreekt is de integratie met de presence-technologie die ten grondslag ligt aan het synchrone communicatiemodel van Instant Messaging (IM). Hierdoor worden leden van vriendenkringen die gelijktijdig online zijn in staat gesteld om direct met elkaar te communiceren (zoals nu al mogelijk is met ICQ Universe). De MSN Messenger is slechts een paar stappen verwijderd van een sociaal netwerk. Je hebt al je 'buddies' bij elkaar en jouw buddies weten wie hun buddies zijn. De uitdaging is om een IM-systeem volledig te integreven in een sociaal netwerk.

Index


Sociale netwerken op peer-to-peer basis
Sociale software staat nog in de kinderschoenen maar raast met reuzenstappen naar volwassenheid. We hebben gezien dat het huidige aanbod van sociale software nog een aantal serieuze sociaal-communicatieve beperkingen vertoont. Diverse onderzoekers —Steve Boyd, Leonard Lin— hebben erop gewezen dat er nog andere barrière is voor een produktieve toepassing van sociale netwerksystemen. Het zijn ‘standalone’ systemen die gescheiden zijn van de informatietechnologieën die particuliere en zakelijke internetters gebruiken om hun persoonlijke/zakelijke relaties of relatiegebonden informatie te beheren.

Sociale software kan in twee verschillende formaten toegankelijk worden gemaakt. Ten eerste als een webdienst die toegankelijk is via een webbrowser op een PC, PDA of internet-fähige telefoon. Profiel, identiteit, relaties en gerelateerde content worden opgeslagen op een gehoste versie van de software, en kan versleuteld worden om de privacy van de gebruikers te beschermen. Ten tweede via client software die draait op een pc die lokale opslag van profiel en netwerkdefinities mogelijk maakt, met verbeterde interface, autonoom zoeken en P2P-vermogens.

Hoe zou sociale software idealiter moeten werken? Sociale software moet schaalbaar zijn, consistentie behouden, flexibiliteit bieden, en fragmentatie van de gebruikersbasis voorkomen. De architectuur van sociale software zou volledig gecentreerd moet zijn op de individuele gebruiker. Dit staat tegenover de gecentraliseerde client-server architectuur van de traditionele sociale software: de profielen van alle gebruikers worden opgeslagen in één grote databank. Met deze architectuur zijn sociale netwerken niet in staat om op te schalen met het toenemend aantal gebruikers. Zij zijn niet gebaseerd op open protocollen en de gebruikers worden gefragmenteerd tussen elkaar beconcurrerende service providers. Gebruikers moeten van diverse diensten gebruik maken om de functionaliteiten (‘features’) te krijgen die zij willen. Maar er bestaat voor hen geen gemakkelijk manier om hun informatie op elk van deze diensten consistent te houden.

Wat we nodig hebben is een fusie tussen sociale software en p2p-software: een gedistribueerd model van sociale software dat op de gebruiker is gecentreerd [de beperktere fusie tussen ‘groupware’ + ‘p2p-ware’ = ‘peerware’ is elders beschreven]. Sociale software is een samenstel van technologiën welke gemedieerde communicatie, samenwerking en andere menselijke interacties mogelijk maakt. Geavanceerde sociale software is opgebouwd uit vijf elementen: identiteit, aanwezigheid, relaties, conversaties en groepen [Leonard Lin]. We hoeven niet ongeduldig te wachten tot er nog betere netwerk-technologieën beschikbaar komen waarin deze elementen zijn geïntegreerd. We kunnen alvast oefenen met de sociale software die ons nu ter beschikking staat.

Love at first SocioSite

Index Referenties

  1. Adamic, Lada / Adar, Eytan [2001]
    Friends and Neighbors on the Web

  2. Adamic, Lada A. / Buyukkokten, Orkut / Adar, Eyean [2003]
    A social network caught on the Web
    In: FirstMonday 8(6). June 2003.

  3. Adamic, Lada / Hogg, Tad [2004]
    Enhancing Reputation Mechanisms via Online Social Networks

  4. Agre, Philip E. [2003]
    Peer-to-Peer and the Promise of Internet
    Communications of the ACM, 46(2):39-42.

  5. Allen, Christopher [2004]
    My Advice to Social Networking Services
    3 februari 2004.

  6. Allen, Christopher [2004b]
    Tracing the evolution of social software
    13 oktober 2004.

  7. Allen, G.A. [1979]
    A sociology of friendship and kinship.
    London: George Allen & Unwin.

  8. Amiot, C. E. / Terry, D. J. / Wirawan, D., / Grice, T. A. [2010]
    Changes in social identities over time: The role of coping and adaptation processes.
    British Journal of Social Psychology, 49(4): 803-826.

  9. Antheunis, M.L. / Valkenburg, P.M. / Peter, J. [2010]
    Getting Acquainted Through Social Network Sites: Testing a Model of Online Uncertainty Reduction and Social Attraction.
    In: Computers in Human Behavior, 26: 100-109.

  10. Axelrod, Rober [1984]
    The Evolution of Cooperation.
    Mew York: Basic Books.
    Axelrod analyseert de essentiële voorwaarden voor coöperatie: (i) laat individuen elkaar nog eens of regelmatig ontmoeten; (ii) stel hen in staat om elkaar te herkennen; en (iii) zorg ervoor dat zij informatie krijgen over hoe de ander zich tot nu toe heeft gedragen.

  11. Bakshy, Eyan [2011]
    Rethinking Information Diversity in Networks

  12. Boissevain, J.P. [1974]
    Friends of Friends.
    Oxford: Blackwell.

  13. Boyd, Danah [2004]
    Friendster and Publicly Articulated Social Networking
    In: Conference on Human Factors and Computing Systems (CHI 2004). Vienna: ACM, April 24-29, 2004.

  14. Boyd, Danah [2008]
    Why Youth (Heart) Social Network Sites: The Role of Networked Publics in Teenage Social Life
    In: David Buckingham (ed.) [2008] Youth, Identity, and Digital Media. Cambridge, MA: MIT Press. (pp.119-142)

  15. Boyd Danah [2008]
    Taken Out of Context: American Teen Sociality in Networked Publics
    PhD Dissertation, University of California-Berkeley.

  16. Boyd, Danah [2010]
    Social Network Sites as Networked Publics: Affordances, Dynamics, and Implications.
    In: Papacharissi, Z. (ed), Networked Self: Identity, Community, and Culture on Social Network Sites. New York : Routledge, 2011, pp. 39-58.

  17. Boyd, Danah M. / Ellison, Nicole B. [2007]
    Social network sites: Definition, history, and scholarship
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 13(1), article 11.

  18. Boyd, Stowe [2003]
    The Promise and Pitfalls of Social Networking
    In: Read Darwin, November 2003.

  19. Boyd, Stowe [2005]
    Are You Ready for Social Software?
    In: Read Darwin, May 2005.

  20. Blood, Rebecca [2004]
    Thirteen Ways To Save Orkut

  21. Brown, A. [2011]
    Relationships, Community, and Identity in the New Virtual Society.
    Futurist, 45(2): 29-34.

  22. Buunk, Bram [1993]
    Vriendschap. Een studie over de andere persoonlijke relatie.
    Amsterdam: Bert Bakker.

  23. Burt, Ronald S. [1992]
    The Social Structure of Competition.
    In: Nitin Nohria & Robert G. Eccles (eds.) [1992] Networks and Organizations. Boston: Harvard Business School Press, pp. 57-91.

  24. Cavanagh, Allison [2002]
    Beheviour in Public? - Ethics in Online Ethnography

  25. Chafkin, Max [2007]
    How to Kill a Great Idea!
    In: Inc, 01.06.2007.

  26. Chiang, Yen-Sheng [2004]
    Collective Action Games Embedded in Social Networks

  27. Christofides, E. / Muise, A. / Desmarai, S. [2009]
    Information Disclosure and Control on Facebook: Are They Two Sides of the Same Coin or Two Different Processes?
    In: CyberPsychology & Behavior, 12: 341-345.

  28. Coleman, James S. [1961]
    The Adolescent Society.
    Glencou, Illinois: Free Press

  29. Coleman, James S. [1990]
    Foundations of Social Theory. Cambridge, Mass.: Harvard University Press.

  30. Cross, Rob
    Introduction to Organizational Network Analysis

  31. Cross, Rob / Parker, Adrew [2004]
    The Hidden Power of Social Networks: Understanding How Work Really Gets Done in Organizations.
    Harvard Business School Press, June 2004, 304 pages.

  32. Davis, John P. [2002]
    The experience of ‘bad’ behavior in online social spaces: A survey of online users [pdf]
    Microsoft research. Internal paper.

  33. Davis, John P. / Farnham, Shelly / Jensen, Carlos [2002]
    Decreasing Online ‘Bad’ Behavior [pdf]
    Antisociaal of ‘slecht’ gedrag is een serieus en hardnekkig probleem in diverse virtuele sociale omgevingen. Veel internetters verlaten virtuele gemeenschappen omdat zij ervaring hadden met het ‘slechte’ online gedrag van anderen. Dit onderzoek geeft informatie over de frequentie, contekst en gevolgen van aversief gedrag, en over de methoden die online gemeenschappen hanteren om dit te bestrijden. ‘Slecht’ gedrag is een serieus probleem in veel virtuele omgevingen, zoals chatrooms. Een mogelijke reden is dat sociale normen voor ‘gepast’ interpersoonlijk gedrag in virtuele omgevingen niet zo dwingend zijn als in face-to-face interacties. Om ‘goed’ en ‘slecht’ gedrag in computer-gemedieerde interacties te analyseren wordt hier een spel beschreven. Het onderzoek laat zien hoe de wijze van communicatie het onderling vertrouwen en de samenwerking beïnvloed.

  34. Debatin, B. / Lovejoy, J. / Horn, A. / Hughes, B. [2009]
    Facebook and Online Privacy: Attitudes, Behaviors, and Unintended Consequences.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication 15(1):83-108.

  35. Dodds, Leigh [2004]
    An Introduction to FOAF

  36. Downes, Stephan [2004]
    The Semantic Social Network

  37. Dumbill, Edd [2002]
    Finding friends with XML and RDF
    Verkenning van een XML en RDF applicatie die bekend staat als Friend-of-a-Friend (FOAF). Met FOAF kunnen persoonlijke informatie en relaties worden uitgedrukt. FOAF is een bouwsteen voor het creëeren van informatiesystemen die online gemeenschappen ondersteunen. Het FOAF vocabulair werd ontwikkeld door Dan Brickley and Libby Miller.

  38. Economist, The [2010]
    A world of connections. A special report on social networking.

  39. Ellison, N.B. / Heino, R. / Gibbs, J.L. [2006]
    Managing Impressions Online: Self-presentation Processess in the Online Dating En vironment.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 11: 415-441.

  40. Ellison, N.B. / Steinfield, C. / Lampe, C. [2007]
    The Benefits of Facebook “Friends”: Social Capital and College Students’ Use of Online Social Network Sites.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 12: 1143-1168.

  41. Emergence
    Tijdschrift over complexiteit in organisaties en management.

  42. Feld, Scott L. [1991]
    Why your friends have more friends than you do
    In: AJS 96(6): 1464-77.

  43. Felt, A. / Evans, D. [2008]
    Privacy protector for social networking API’s

  44. FOAF-a-Matic
    Een Javascript applicatie waarmee je een FOAF beschrijving van jezelf kunt geven.

  45. FOAF Vocabulary Specification
    FOAF is een acroniem voor “Friend of a friend”. FOAF is een RDF formaat dat bedoeld is om informatie over mensen te representeren op een manier die gemakkelijk verwerkt, samengevoegd en geaggregeerd kan worden. FOAF documenten beschrijven de kenmerken van en relaties tussen vrienden van vrienden, en hun vrienden, en de verhalen die zij vertellen. Wanneer mensen informatie publiceren in het formaat van het FOAF document kunnen computers deze informatie verwerken. Zo’n document kan ook verwijzingen bevatten naar “zie elders” op het web (zoals documenten van vrienden of leden van een specifieke interessegemeenschap). FOAF documenten zijn geschreven in de XML syntaxis en voldoen aan de conventies van het Resource Description Framework (RDF). Met instrumenten zoals Foaf-a-Matic kunnen op eenvoudige wijze FOAF-bestanden worden aangemaakt.

  46. Friendster

  47. GeOrkut Density Map

  48. Goldberg, D. / Nichols, D. Oki, B.M. /Terry, D. [1992]
    Using collaborative filtering to weave an information tapestry.
    In: Communications of the AMC, 35(12): 61-70.

  49. Goldstein Report
    The best of technology news on the net.

  50. Granovetter, M. [1973]
    The strength of weak ties.
    American Journal of Sociology 78(6): 1360-80.

  51. Guha, R. / Raghavan, Prabhakar / Kumar, Ravi / Tomkins, Andrew [2004]
    Propagation of Trust and Distrust

  52. Haegens, Koen [2011]
    De wereld als jury
    In: De Groene, 30.03.2011.

  53. Haythornthwaite, C. [2005]
    Social networks and Internet connectivity effects.
    Information, Communication, & Society, 8 (2): 125-147.

  54. Hempell, Anthony [2004]
    Orkut at eleven weeks: An exploration of a new online sociale network community
    Een verkenning van het ontstaan van Orkut’s sociale netwerk. In een statistische analyse wordt de groei van het lidmaatschap en haar demografie besproken. Ook wordt er aandacht besteed aan de methoden die sitebeheerders gebruiken om sociale controle te effectueren en waargenomen afwijkend gedrag te bestrijden.

  55. Harman, J.P. / Hansen, C.E. / Cochran, M.E. / Lindsey, C.R. [2005]
    Liar, Liar: Internet Faking but Not Frequency of Use Affects Social Skills, Self-Esteem, Social Anxiety, and Aggression.
    In: Cyberpsychology & Behavior, 1: 1-16.

  56. Holzschlag, Molly [2004]
    Integrated Web Design: Social Networking — The Relationship between Humans and Computers is Coming of Age
    In: informIt.

  57. Hyves.nl

  58. Jensen, C. / Davis, J. / Farnham S. [2002]
    Finding Others Online: Reputation Systems for Social Online Spaces.
    In: Proceedings of CHI 2002, Minneapolis, April 2002.

  59. Jensen, Stine [2011]
    Wakker worden! We leven in McFacebook!
    In: NRC Handelsblad / NRC Next,

  60. Johnson, Steven [2002a]
    Emergence: The Connected Lives of Ants, Brains, Cities, and Software.
    New York: Scribner.

  61. Johnson, Steven [2002b]
    Steven Johnson on ‘Emergence’
    Interview van David Sims en Rael Dornfest.

  62. Jole, Francisco van [2004]
    Met internet naar de vrienden van je vrienden.
    Volkskrant, 21.2.04.

  63. Jordan, Ken / Hauser, Jan / Foster, Steven [2003]
    The Augmented Social Network: Building Identity and Trust into the Next-Generation Internet
    Het doel van het Augmented Social Network (ASN) is (i) om een internetbreed systeem te maken dat efficiëntere en effectievere kennisdeling mogelijk maakt tussen mensen dwars door institutionele, geografische en sociale grenzen heen, (ii) om een vorm van duurzame online identiteit te vestigen die de waarden van de civiele samenleving ondersteunt, (iii) om het vermogen van burgers om relaties te vormen en zichzelf in gemeenschappen te organiseren rond belangen te verbeteren.

  64. Kelly, S. / Sung, C. / Farnham S. [2002]
    Designing for Improved Social Responsability and Content in On-Line Communities
    In: Proceedings of CHI 2002, Minneapolis, April 2002.

  65. Kirkpatrick, David [2010]
    The Facebook effect: The Inside Story of the Company That Is Connecting the World.
    New York: Simon & Schuster. [Geciteerd uit Nederlandse vertaling: Het Facebook Effect: Het verhaal achter het social media succes. Amsterdam: De Boekerij - 2011]

  66. Kleinberg, J.M. [1999]
    Authoritive sources in a hyperlinked environment.
    In: Journal of the ACM 46(5):604-32.

  67. Kollock, Peter [1994]
    The Emergence of Exchange Structures: An Experimental Study of Uncertainty, Commitment, and Trust.
    In: American Journal of Sociology 100(2):313-45.

  68. Kollock, Peter [1998]
    Design principles for online communities
    In: PC Update 15(5): 58-60.

  69. Komrij, Gerrit [2011]
    Facebookmoeheid - 31.03.2011

  70. Krishnamurthy, B. & Wills, C. [2008]
    Characterizing Privacy in Online Social Networks
    In: Proceedings of the first workshop on Online social networks.

  71. Lampe, C. / Ellison, N. / Steinfield, C. [2006]
    A Face(book) in the crowd: Social searching vs. social browsing.
    In: Proceedings of the 2006 20th Anniversary Conference on Computer Supported Cooperative Work 167-170. New York: ACM Press.

  72. Lazersfeld, P. / Merton, R.K. [1954]
    Friendship as a social process: A substantive and methodological analysis.
    In: Berger, M. Abel / Page, C.H. (eds.) Freedom and control in modern society. New York: Van Nostand, pp. 18-66.

  73. Lenhart, A. / Madden, M. [2007]
    Teens, privacy, & online social networks
    Pew Internet and American Life Project Report.

  74. Licklider, J.C.R. / Taylor, Robert W. [1968]
    The Computer as a Communication Device
    In: Science and Technology (April 1968).

  75. Lin, Leonard [2003]
    Next-Generation Distributed Social Software Networks: Design and Applications

  76. Livingstone, Sonia [2008]
    Taking risky opportunities in youthful content creation: teenagers’ use of social networking sites for intimacy, privacy and self-expression.
    New media & society, 10(3):393-411.

  77. Lofland, L., H. [1973]
    A world of strangers: Order and action in urban public space.
    New York: Basic Books.

  78. Luhmann, Niklas [1984/2001]
    Soziale Systeme. Grundriß einer allgemeinen Theorie.
    Frankfurt a. M.: Suhrkamp.

  79. Luhmann, Niklas [1996/2004]
    Die Realität der Massenmedien.
    Wiesbaden: Verlag für Sozialwissenschaften.

  80. Luhmann, Niklas [1997]
    Die Gesellschaft der Gesellschaft.
    Frankfurt a. M.: Suhrkamp.

  81. Madrigal, Alexis [2010]
    Literary Writers and Social Media: A Response to Zadie Smith
    In: The Atlantic, 08.11.2010.

  82. Many-to-Many
    Een groepsweblog over sociale software van Clay Shirky, Liz Lawley, Sébastian Paquet, David Weinberger and Danah Boyd.

  83. Mashable: Social Media

  84. Massa, Paolo / Bhattacherjee, Bobby [2004]
    Using Trust in Recommender Systems: an Experimental Analysis
    Gepresenteerd op het Second International Conference on Trust Management.
    Een analyse van de werking van aanbevelingssystemen waarmee suggesties worden gedaan voor films, boeken, liedjes, websites of software die gebruikers interesant zouden kunnen vinden.

  85. Maturana, H. [1987]
    The Tree of Knowledge.
    Boston: Shambhala.

  86. Mehdizadeh, S. [2010]
    Self-presentation 2.0: Narcissim and Self-Esteem on Facebook.
    In: Cyberpsychology, Behavior and Social Networking, 13: 357-364.

  87. Microsoft: Social Computing

  88. Milgram, S [1967]
    The small world problem.
    In: Psychology Today, 6 (1):62-67.

  89. Milgram, S. [1977]
    The Familiar Stranger: An Aspect of Urban Anonymity. The Individual in a Social World.
    Reading, MA: Addison-Wesley,

  90. Miller, Hugh [1995]
    The Presentation of Self in Electronic Life: Goffman on the Internet.
    The Nottingham Trent University, Department of Social Sciences.

  91. Miller, Peter [2007]
    The Genius of Swarms
    In: National Geographic.

  92. Misztal, B. [1996]
    Trust in Modern Societies: The Search for the Bases of Social Order.
    Cambridge: Polity Press.

  93. Nabeth, T. [2009]
    Social web and identity: a likely encounter.
    Identity in the Information Society, 2(1).

  94. Nohria, Nitin / Eccles, Robert G. (eds.) [1992]
    Networks and Organizations.
    Boston: Harvard Business School Press.

  95. Olsthoorn, Peter [2004]
    Privacy? Nu even niet - Orkutters zijn gewone dorpelingen
    In: Netkwesties, 4 maart 2004.

  96. Oltshoorn, Peter [2011]
    Oprichters van Hyves wilden vooral binnenlopen
    In: Webwereld, 26 juni 2011.

  97. Orgnet.com
    Software voor de analyse van sociale netwerken.

  98. Orkut

  99. Ostrom, E. [1990]
    Governing the commons. The evolution of institutions for collective action.
    New York: Cambridge University Press.
    Het succes van gemeenschappen is volgens Ostrom afhankelijk van zes voorwaarden: (i) duidelijk gedefinieerde groepsgrenzen; (ii) de balans tussen regels die het gebruik van collectieve goederen regelen en de specifiek lokale behoeften en omstandigheden; (iii) de actoren die zich aan deze regels moeten houden kunnen participeren in het veranderen van deze regels; (iv) het recht van gemeenschapsleden om hun eigen regels te ontwerpen wordt gerespecteerd door externe gezagsdragers — voorzover dit niet de regels van democratische rechtstatelijkheid ondergraaft; (v) het bestaan van een systeem van toezicht op het gedrag van leden dat door de de leden zelf wordt georganiseerd; (vi) een gediffentieerd systeem van sancties; (vii) gemeenschapsleden hebben toegang tot laagdrempelige en goedkope mechanismen van conflictoplossing.

  100. Papacharissi, Z. A. (ed.) [2011]
    A networked self: Identity, community and culture on social network sites.
    New York: Routledge.

  101. PieSpy
    PieSpy is een IRC robot die een reeks IRC kanalen observeert. Daaruit worden relaties afgeleid tussen paren gebruikers. Van deze relaties wordt voor elk kanaal een mathematisch model van een sociaal netwerk opgebouwd. Deze sociale netwerken kunnen worden getekend en gebruikt om animatisch van zich evoluerende netwerken te maken.

  102. Pariser, Eli [2011]
    The Filter Bubble - What the Internet is Hiding from You.

  103. Raab, Charles D. [1998] - University of Aberdeen
    Trust, Technology and Privacy
    In: End and Means, 3(1).

  104. Recuero, R. [2005]
    O capital social em redes sociais na Internet
    Revista FAMECOS, 28: 88-106.

  105. Resnick, P. / Zeckahauser, R/ [2001]
    Trust among strangers in internet transactions. Empirical analysis of eBay’s reputation system.
    Technical report, University of Michigan.

  106. Ringelestijn, Tonie van [2003]
    Social software, de nieuwe hype
    In: Netkwesties, 4 maart 2003.

  107. Riphagen, D. [2008]
    The online panopticon: privacy risks for users of social network sites
    Master thesis, University of Delft.

  108. Romeo, Fiona [2004]
    Social Software for children

  109. Scott, John [1991]
    Social Network Analysis. A Handbook.
    London: Sage.

  110. Shirky, Clay [2003a]
    Social Software and the Politics of Groups

  111. Shirky, Clay [2003b]
    a Group is its own worst enemy
    Zie ook de kritiek hierop van Brainstorms.

  112. Skog, D. [2005]
    Social interaction in virtual communities: The significance of technology.
    International Journal of Web Based Communities, 1 (4): 464-474.

  113. Smith, A. D. [1999]
    Problems of conflict management in virtual communities.
    In: Smith, M.A. / Kollock, P. (eds.) Communities in cyberspace. London: Routledge.

  114. Smith, Hilary / Rogers, Yvonne / Brady, Mark [2002]
    The Generation Gap: Managing technology-mediated personal social networks
    Chimera Working Paper Number: 2002-02, September 2002.

  115. social-software.com

  116. Social Software Weblog, The

  117. SocialSoftware.nl

  118. Socialtext
    Enterprise Social Software

  119. Solove, Daniel J. [2006]
    A taxonomy of privacy
    In: University of Pennsylvania Law Review, 15(3).

  120. Spaink, Karin [2004]
    Orkut spot met privacy en auteursrecht
    In: Netkwesties 83.

  121. Spolsky, Joel [2003]
    Building Communities with Software
    Interview met sociale wetenschapper Ray Oldenburg over de behoefte van mensen aan een derde plaats naast werk en huis, om vrienden te ontmoeten, een biertje te drinken, de dagelijkse gebeurtenissen te bespreken en te genieten van wat menselijke interactie.

  122. Starr, Paul [2005]
    The Creation of the Media: Political Origins of Modern Communication.
    New York: Basic Books.

  123. Steel, E. / Fowler, G.A. [2010]
    Facebook in privacy breach
    The Wallstreet Journal: 10-18-2010.

  124. Stutzman, F. [2006]
    An evaluation of identity-sharing behavior in social network communities.
    In: Journal of the International Digital Media and Arts Association, 3 (1): 10-18.

  125. Timmermans, J. H. [2010]
    Playing with paradoxes identity in the web era
    Rotterdam: Erasmus Universiteit.

  126. Tom Tomg, S. / Heide, B. van der / Langwell, l. [2008]
    Too Much of a Good Thing? The Relationship Between Number of Friends and Interpersonal Impressions on Facebook.
    In: Journal of Computer-Mediated Communication, 13: 531-549.

  127. Touhey, J.C. [1974]
    Situated identities, attitude similarity, and interpersonal attraction.
    In: Sociometry, 37(3): 363-74.

  128. Userplane
    Een voorbeeld van hoe een audio/video IM kan worden ingebouwd in sociale netwerk site, zoals MySpace en Connexion.

  129. Valkenburg, P.M. / Peter, J. [2008]
    Adolescents’ Idendity Experiments on the Internet: Consequences for Social Competence and Self-Concept Unity.
    In: Communication Research, 35: 208-231.

  130. Valkenburg, P.M. / Peter, J. [2011]
    Online Communication Among Adolescents: An Integrated Model of Its Attraction, Opportunities, and Risks.
    In: Journal of Adolescent Health, 48: 121-127.

  131. Valkenburg, P.M. / Peter, J. / Schouten, A.P. [2006]
    Friend Networking Sites and Their Relationship to Adolescent’ Well-Being and Social Self-Esteem.
    In: CyberPsychology & Behavior, 9: 584-590.

  132. Veelen, Arjen van [2011]
    Waarom ‘Facebook-zeurpiet’ trending werd
    In:NRCNext, 22.04.2011.

  133. Verbrugge, L.M. [1977]
    The structure of adult friendship.
    In: Social Forces 56: 576-97.

  134. Verbrugge, L.M. [1979]
    Multiplexity in adult friendships.
    In: Social Forces 57: 1286-1309.

  135. Verleun, Angela [2011]
    Dislike — Facebookverlaters.
    Paper, Universiteit van Amsterdam.

  136. Waard, Nynke van [2011]
    See me, Comment me, Befriend me ... Online! - De invloed van sociale netwerk sites op het zelfvertrouwen en het welzijn van adolescenten.
    Masterthese Universiteit van Amsterdam.

  137. Wasserman, S. / Faust, K. [1994]
    Social network analysis: Methods and Applications.
    Cambridge: Cambridge University Press, pp. 188-91.

  138. Watts, D.J. / Strogatz, S.H. [1998]
    Collective dynamics of small-world networks.
    In: Nature 393(6684): 440-442.

  139. Web 2.0 suicide machine

  140. Whittaker, S. et al. [1998]
    The Dynamics of Mass Interaction.
    In: Proc. of Computer-Supported Cooperative Work.
    Seattle Washington: ACM.

  141. Wigman, Menno [2012]
    Sluitingstijd
    In: Tirade.nu (07.03.2012)

  142. XHTML Friends Network
    XFN (XHTML Friends Network) is een eenvoudige manier om sociale relaties te representeren met behulp van hyperlinks. XFN stelt webschrijvers in staat om hun relatie(s) naar de personen in hun blogrolls aan te duiden door een ‘rel’ attribuut aan hun <a href> tags toe te voegen. XFN is een simpele methode om links te annoteren die een persoonlijke relatie aangeven met de persoon die verantwoordelijk is voor de gelinkte bron.

  143. Zarghooni, Sasan [2007]
    A Study of Self-Presentation in Light of Facebook. University of Oslo, Institute of Psychology.

  144. Zwagerman, Joost [2011]
    Uitloggen maakt vrij - Volkskrant 20.4.2011

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

19 September, 2013
Eerst gepubliceerd: April, 2004