Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

CyberActivisme en WolkBewegingen

— Nieuwe actie- en organisatievormen van sociale bewegingen—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
2017

Wolkbeweging
Cyberactivisme
    Machtsvorming van onderop
    Hackers en hacktivisten
Zwermende protestbewegingen
    Zwermen als militaire manoeuvre
    Zwermen als tactiek van sociale bewegingen
Nieuwe stijl van activisme
    Kenmerken van cyberactivisme
Nomadische gedachten
    Internet als publiek domein
    Internet als arena van sociaalpolitieke strijd
    Dilemma’s van collectief handelen
    Virtuele sociale georganiseerdheid
    Democratisch potentieel
    Heerlijk optimisme & technologisch determinisme
    Het eeuwige gelijk van salonrevolutionairen
    Internet als medium van solidariteit

Informatiebronnen
Index Politieke communicatie en electorale mobilisatie
Index Occupy als wolkbeweging
Index FlitsMeute: Happening voor internetters
Index Iran: Anatomie van een twitterende rebellie
Index Egypte: Revolteren met en zonder internet
Index Syrië: Het zwarte gat in het internet
Index Politieke sociologie van het internet
Index CyberTerrorisme: Dodelijk geweld van achter het toetsenbord


Wolkbeweging

 
Wolkbewegingen zijn sociaal-politieke bewegingen die primair via internet geassocieerd zijn en die plotseling ergens op straat of in gebouwen kunnen opduiken om hun protest te laten horen en die weer even snel verdwijnen in de omringende massa. Wolkbewegingen zijn een bijzondere vorm van flitsmeutes. We hebben er flarden van gezien bij omwentelingen tijdens de Arabische lente, maar ook bij de Occupybeweging die zich over de hele wereld heeft verspreid. Hier wordt een poging gedaan om deze nieuwe organisatie- en actievormen te analyseren die ontstaan op het snijvlak van virtuele en lokale domeinen.

Machtsvorming vindt plaats in het publieke domein. Het publieke domein omvat als vanouds de lokale sfeer van de straten en pleinen, fabrieken en kantoren (straatdemonstratie, pleinmanifestaties, bedrijfsbezettingen, sit-ins en affiches plakken). Maar het omvatte ook en vooral het domein van de openbaarheid. Dat domein werd tot voor een paar decennia nog beheerst door een relatief beperkt aantal ‘oude’ media: krant, televisie, tijdschriften, en —inkt op dode bomen— boeken.

Sinds het midden de jaren negentig van de vorige eeuw is daar een nieuw en zeer potent nieuw medium bij gekomen: internet. Het is een medium met ‘democratische potentie’ omdat het burgers in staat stelt om plaats- en tijdonafhankelijk met elkaar in contact te komen; om virtuele netwerken, associaties en netwerken op te bouwen; en om zich gezamenlijk in te zetten voor sociaal-politieke doeleinden. Internet is een medium van nabijheid. Het is een middel waarmee gelijkgestemde burgers elkaar vrijelijk kunnen ontmoeten, waarmee zij losse of meer hechte netwerken kunnen opbouwen, waarmee zij gezamenlijke doelstellingen en programma’s kunnen opstellen, en waarmee zij medestanders kunnen mobiliseren voor gezamenlijke acties en waarmee zij deze acties kunnen coördineren.

Tegenwoordig ontstaan nieuwe sociaal-politieke bewegingen steeds meer in de virtuele ruimtes van het internet. Het zijn bewegingen die zich formeren in de digitale wolk die via onze computers, laptops, mobieltjes en tablets altijd en overal bij ons is.

Wat zijn wolkbewegingen? Hoe komen zij tot stand? Hoe sterk zijn virtuele netwerken en organisaties? Hoe opereren wolkbewegingen in het publieke domein? Zijn wolkbewegingen werkelijk in staat om grotere massa’s te mobiliseren? Het is een onderzoek naar nieuwe vormen van sociaal-politiek activisme, naar nieuwe organisatie- en actievormen.

Index CyberActivisme

“Our sense is that if we do not act boldly and if we do not act together, the economy around the world runs the risk of downward spiral of uncertainty, financial instability and potential collapse of global demand” [Christine Lagarde, hoofd van het IMF].

Machtsvorming van onderop
Internet is een virtuele ruimte waarin mensen van alles en nog wat kunnen doen met de muis en het toetsenbord van de computer of laptop, of met hun mobiele telefoon en tablet. We gaan online relaties met elkaar aan en handelen via de computer onze bankzaken af; we fungeren veelal als telewerkers die op een zelfgekozen plek hun werk verrichten; we bestellen maaltijden via e-bezorgingsdiensten, reserveren concertplaatsen en regelen onze volgende afspraken. We werken en leren, socialiseren en amuseren ons op of via internet.

Het virtuele domein is echter ook een plaats geworden waarop gelijkgezinden met elkaar communiceren om voor bepaalde maatschappelijke of politieke doeleinden op te treden. Internet is een nieuw publiek domein waarop sociale en politieke activiteiten botsen en coöpereren. Het is een virtuele arena voor emancipatie-, democratiserings- en bevrijdingsbewegingen. Maar het is tegelijkertijd een strijdperk voor de meest regressieve, agressieve en repressieve bewegingen.

In deze analyse concentreren we ons op het emanciperend en/of democratisch potentieel van het internet. Op welke manier kunnen negatief geprivilegieerde burgers gebruik maken van het internet om hun belangen en verlangens in de publieke ruimte te articuleren, en in de politieke ruimte effectief door te zetten?

Internet stelt mensen in staat om bijeen te komen en informatie te delen. Het faciliteert de vormen van een geaggregeerde kracht die gevestigde opinies en machten uitdaagt.

Voor negatief geprivilegieerde groepen in nationale en internationale samenlevingsverbanden biedt internet tal van mogelijkheden om hun belangen te behartigen, hun verlangens te articuleren, hun doelstellingen te communiceren en hun activiteiten te coördineren. Cyberactivisten van diverse pluimage hebben in de loop der tijd geleerd hoe zij internet kunnen gebruiken om hun onvrede over de exploitatie en ongelijkheid, onderdrukking en discriminatie te articuleren.

Politieke activisme op het internet —cyberactivisme— vertaalt zich tegenwoordig vooral in het opbouwen van informatieve en interactieve online netwerken over de speciale thematiek van de betreffende sociaal-politieke beweging. Maar het manifesteert zich ook in het kraken of vernietigen van virtuele locaties, kanalen, databanken of applicaties die als ‘vijandig’ worden gedefinieerd.

De sociale netwerksites van het internet, en vooral Facebook (1 miljard gebruikers), LinkedIn (200 miljoen gebruikers) en Twitter (200 miljoen gebruikers), zijn de grootste gecentraliseerde globale fora op het internet. Het gebruik van die netwerken heeft niet alleen onze mechanismen van sociale interactie veranderd, maar ook onze mogelijkheden om krachten te bundelen voor maatschappelijke en politieke doeleinden.

Oost-Timor
In de voormalig Portugese kolonie Oost-Timor bestaat een relatief sterke beweging die streeft naar zelfstandigheid. Begin 1999 werd het virtuele Oost-Timor door een groep hackers van het internet gevaagd. Niet alleen de website van het East Timor Project — opgezet als een virtuele vrijstaat door de Nobel-prijswinnaars Jose Ramos Horta en bisschop Belo — werden vernietigd, maar het hele Oost-Timorese internetdomein (".tp"). Alle websites en e-mail adressen die eindigen op de landenafkorting .tp werden onbereikbaar na een computerkraak bij de Ierse provider (Connect-Ireland) die dit domein onder zijn beheer heeft. Het was een goed georganiseerde aanval op de informationele infrastructuur van Oost-Timor. Sommige waarnemers vermoeden dat de Indonesische regering achter deze cyberaanval op Oost-Timor zat.
Politiek activisme manifesteert zich steeds nadrukkelijker in de virtuele wereld van het hiernaastmaals (cyberica). Politiek gemotiveerde activisten gebruiken internet om hun klachten, programma’s en actiethema’s op wereldschaal te verspreiden, om mensen te mobiliseren voor lokale acties (straatprotesten en plein- demonstraties), en om websites en computernetwerken van politieke tegenstanders te ontregelen of het zwijgen op te leggen.

Internet is een relatief goedkoop en uiterst doelmatige medium waar bronarme maatschappelijke groeperingen relatief gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Actiegroepen die zich inzetten voor de bescherming van persoonsgegevens en privacy tonen met grote regelmaat en volhardend aan dat het in zeer veel gevallen slecht gesteld is met internetbeveiliging. Het was niet erg ingewikkeld om in te breken op de computers van de Nederlandse politie, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfond (ABP) en de KPMG.

Hacktivisten van diverse pluimage slagen er telkens weer in om prominente websites van hun opponenten te kraken. De digitale Chinese muur die het zwaar gecensureerde net van de rest van het internet scheidt wordt schijnbaar even gemakkelijk doorbroken als de vermoedelijk strengst beveiligde computers van het Amerikaanse Pentagon.

Hackers en hacktivisten
Door de toegenomen rol van het internet is niet alleen de wijze van actievoeren veranderd. Ook het hacken is veranderd sinds het internet een grotere rol is gaan spelen in het maatschappelijke en politieke leven. De traditionele hackers concentreerden hun inbraakpogingen op computersystemen waar modale gebruikers geen toegang toe hadden. Hackers vervulden meestal een constructieve rol door iedereen erop te attenderen dat het slecht gesteld is met de informatiebeveiliging en privacybescherming op het internet. Zij toonden keer op keer aan wat de kwetsbaarheden zijn van de informatie-uitwisseling via het internet.

Hacktivisten zijn politieke activisten die het internet gebruiken om sites van tegenstanders tijdelijk uit te schakelen of monddood te maken.

Index Zwermende protestbewegingen

Internet is als meest omvangrijke vorm van politieke openbaarheid bij uitstek een domein waarop zeer grote aantallen mensen kunnen zwermen. Het zwermen van flitsmeutes demonstreert hoe voorheen geïsoleerde individuen zelf een nieuwe manier ontdekken om orde uit chaos te scheppen. Het is een omkering van de gedachte dat geografie in het internettijdperk irrelevant is.

Internet fungeert vooral als medium van nabijheid. Het wordt gebruikt als medium om contact te onderhouden met een beperkt aantal intieme vrienden, familieleden en collega’s. Maar steeds meer mensen ontdekken dat internet zich ook goed leent als medium van collectieve actie, dat wil zeggen als medium van oproep, mobilisatie, organisatie en actiecoördinatie.

Wolkbewegingen constitueren zich primair in het virtuele domein. Daar articuleren zij hun onvrede, formuleren zij hun eisen, programma’s en actiepunten, en daar proberen zij grote aantallen mensen voor hun zaak te winnen. Wanneer zij tot virtuele of lokale acties overgaan, maken zij gebruik van de zwermmethode. Zwermen is een methode waardoor zeer snel een groot aantal mensen vanuit alle richtingen naar een enkele plaats kunnen worden gemobiliseerd, om op die wijze een bepaald doel te bereiken.

Index


Zwermen als tactische manoeuvre
Zwermen is niets nieuws. In de militaire praktijk en theorie is het een klassiek thema. Zwermen is “een bewust gestructureerde, gecoördineerde, strategische manier om van alle richtingen tegelijk aan te vallen” [Arquilla/Ronfeldt 2000].

Zwermen is eigenlijk een oude militaire tactiek.

Zwermen is de tactische (en soms ook operationele) manoeuvre van het samenbundelen van sterk verspreide krachten op een enkel punt vanuit verschillende assen. Je hebt geen overwicht aan strijdkrachten nodig op je opponent, je hebt alleen grotere kracht nodig dan zij op het specifieke conflictpunt [Edwards 2005; Vail 2005a]. Tegenover goed geregisseerde zwermaanvallen is het moeilijk verdedigen. Meer dan twee eeuwen geleden experimenteerde Alexander de Grote met een effectieve contrazwerm manoeuvre.

Toen Alexander de Grote rond 330 v. Chr. strijd voerde om controle te krijgen over de provincie Bactrië, werd hij geconfronteerd met de zwermtactieken van de Scythiaanse boogschutters te paard. Zijn primaire eenheid —de Macedonische Phalanx— kon niet op tegen de mobiele, pulserende, afstandsaanvallen van deze ruiters, die als wespen rond zijn gefixeerde formaties zwermden. Zij vielen de strijdkrachten van Alexander plotseling aan, schoten van afstand hun pijlen af met composietbogen en trokken zich daarna snel weer terug.


Scythische boogschutter
[klik om te vergroten]
Tijdens elke puls valt een ruiter vanuit zijn omcirkelende positie naar voren aan om zijn pijlen rechtuit te schieten tijdens zijn benadering. Daarna zwenkt hij naar rechts af (omdat een rechtshandige man te paard niet naar rechts kan schieten) en rijdt parallel aan de vijandige formatie. Daarbij schiet hij zoveel mogelijk pijlen af, voordat hij omkeert en tijdens de terugtrekking over zijn linker schouder schiet. De punten van hun pijlen waren in slangengif gedrenkt.

Alexander pionierde met een contrazwermtactiek: Vind, Fixeer en Versla. Eerst gebruikte Alexander vaste geografische obstakels (zoals een rivier of fort) om de Scythische cavalerie in het nauw te drijven. Maar tijdens de strijd van Eschate paste Alexander zijn tactiek aan omdat er geen obstakel voorhanden was. Hij besloot om zelf een obstakel te creëren door zijn eigen mannen als ‘aas’ te gebruiken. Hij zond een cavalerie eenheid naar voren voor zijn hoofdleger om de vijandige boogschutters te paard te provoceren tot de aanval. Toen de Scythen rond het cavalerieaas van Alexander begonnen te zwermen, bracht hij zijn lichte infanterie naar voren om de voortgang van zijn cavalerie te verhullen. De daarop volgende aanval van de cavalerie zette de Scythen klem tussen de Macedonische lichte infanterie en de aaskrachten. Dit maakte een effectief einde aan de zwermbewegingen van de vijand. Alexander had een kunstmatig terrein geschapen waarop de Scythische zwerm gefixeerd en verslagen kon worden [Arrian 1971:205; Fuller 1960/1989:219-263; Edwards 2005:181 e.v.].

Binnen de militaire geschiedenis worden zwermtactieken als uiterst effectief gezien. Maar zoals we hebben gezien zijn er ook tamelijk effectieve tegentactieken. Zwermtactieken zijn in de regel superieur aan conventionele tactieken, maar dit is niet altijd het geval.

Conventionele tactiek
Conventionele tactieken kennen slechts een frontale aanval met een of meer flankaanvallen. Van een enkele omsingeling is sprake wanneer een leger een frontale aanval inzet om de vijand vast te pinnen terwijl een mobiel deel van de strijdkrachten een van de flanken van de vijand aanvalt. Dit is wat Alexander de Grote meestal probeerde: hij gebruikte zijn phalanx als vastpin-kracht of ‘aambeeld’ en zijn flankerende cavalerie als de ‘hamer’. Soms is een dubbele omsingeling mogelijk, waarbij het vijandige front en beide flanken tegelijkertijd worden aangevallen. Dat is de tangbeweging die tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdens de Blitzkrieg zowel op het westfront als op het oostfront werd toegepast [Edwards 2005].

Index


Zwermen als tactiek van sociale bewegingen

Overpeinzing van een occupist
Voor protestbewegingen is zwermen een techniek waarmee snel een groot aantal individuen vanuit alle richtingen naar een enkele plaats kunnen worden gemobiliseerd teneinde een specifiek doel te bereiken. Een succesvolle zwerm doorloopt vier verschillende fasen: de lokalisering van het doel, de convergentie, de aanval en de verspreiding.

Om deze fasen op de juiste manier te laten verlopen moeten zij worden gesynchroniseerd tussen een diversiteit van schijnbaar onverbonden individuen. Dat is alleen maar mogelijk als deze individuen beschikken over en verbonden worden door laterale communicatiekanalen. Virtuele sociale netwerken kunnen zwermtactieken gebruiken om zich tegenover opponenten te verenigen en te expanderen. Dit gebeurt door het coördineren van de convergentie van talloze kleine knooppunten —die meestal gescheiden opereren— op een bepaald doel dat van diverse richtingen tegelijk wordt aangevallen, om dan in het niets te verdwijnen ter voorbereiding van de volgende actie.

Rizoom en slimme meute
De zwermstrategie heeft veel weg van een rizoom. Een rizoom is een horizontale wortelstok (rhizoma = massa wortels) die zich onder de grond uitbreidt en die scheuten naar de oppervlakte stuurt. Rizomen verbinden planten in een levend netwerk. Het is een door Gilles Deleuze en Félix Guattari gebruikte term om allerlei soorten niet-hiërarchische netwerken aan te duiden. Levende netwerken zijn moeilijk te verslaan juist omdat zij gedecentreerd zijn georganiseerd en dus geen commando- en controlecentrum hebben dat kan worden uitgeschakeld. In een rizoom kan elk punt verbonden worden aan elk ander punt. Men kan een rizoom breken, maar het groeit weer opnieuw op langs een van haar oude lijnen, of op nieuwe lijnen.

In de militaire theorie is het idee van de rizoom al veel langer toegepast. Maar haar gebruik als een niet-gewelddadige politiek instrument ontwikkelt zich in rap tempo. Rizome tactieken zoals zwermen zijn met succes toegepast bij de WTO protesten in Seattle in 1999, en —met iets minder succes— in de demonstratie bij de Republikeinse Nationale Conventie in 2004 [Kahn/Kellner 2004].

    Het anarchistische Black Block in Seattle bestond uit een relatief klein aantal individuen die bereid waren om geweld te gebruiken te midden van een grote massa vreedzame demonstranten. Door gebruik te maken van hun superieure comminicatietechnieken, in de vorm van sms-berichten, waren zij in staat om snel op een bepaalde plaats te convergeren, de gelokaliseerde politie te overweldigen met een kort maar intens gewelddadig protest, om vervolgens weer op de gaan in de massa voordat de politie haar krachten kon herschikken. Deze pulserende aard van zwermende krachten werd telkens weer herhaald. De politie was niet in staat om zich hieraan aan te passen [Vail 2005a].

Slimme meutes zijn groepen individuen die door mobiele telefoons, tablets en laptops aan elkaar verbonden zijn en die plotseling op een bepaalde locatie bijeenkomen (convergeren) om daar een protest te laten horen of een bepaald doel aan te vallen om vervolgens weer te verdwijnen in de massa.

Hoe kan een informatiedelend netwerk zo effectief en krachtig mogelijk worden georganiseerd? Hoe kunnen omvangrijke virtuele of lokale acties zo snel mogelijk op een bepaald punt worden geconcentreerd? En hoe gaan wolkbewegingen om met de spanningsverhouding tussen (i) de diversiteit van meningen en (ii) de noodzaak van eenheid van actie? Dat zijn vragen die veel cyberactivisten zich stellen.

Er zijn gelukkig ook mensen die met praktische oplossingen komen. Een goed voorbeeld daarvan is MoveOn (Democracy in action). Deze online organisatie verspreidt speciale scripts waarmee tienduizenden mensen hun acties vanuit diverse locaties kunnen synchroniseren. Move.On begon als een eenvoudige mailing lijst, maar spant zich tegenwoordig in om online gemeenschappen op te bouwen voor specifieke doelen.

Of je nu een buurtactie wilt voeren of een grote maatschappelijke verandering wilt bewerkstelligen, er zijn inmiddels zeer geavanceerde voorzieningen beschikbaar (en meestal gratis) die activisten kunnen gebruiken om collectief handelen te faciliteren.

Index Nieuwe Stijl van Activisme

Kenmerken van cyberactivisme
De digitale revolutie heeft het sociaal-politieke activisme grondig veranderd. De manier waarop maatschappelijke conflicten worden uitgevochten wordt altijd al mede bepaald door de ambachtelijke, technische of technologische eigenaardigheden van de middelen waarmee deze strijd wordt uitgevochten. Het pamflet reikt verder dan de mond-op-mond methode, maar minder ver dan de telex, de radio of de televisie. Conventionele petities werken heel anders dan digitale bombardementen van commerciële of overheidssites.

De nieuwe informatie- en communicatietechnologieën vormen een vitale infrastructuur van het informationele kapitalisme. Deze technologieën dringen door in alle publieke en persoonlijke levensterreinen. Het voortbestaan van de kerninstituties van de samenleving wordt hierdoor in toenemende mate afhankelijk van informationele en communicatieve infrastructuren. Dit heeft vergaande gevolgen voor de manier waarop sociaaleconomische en politiek-culturele conflicten worden uitgevochten.

We zijn getuige van een hele nieuwe fase van activisme die zich in meerdere opzichten onderscheidt van het traditionele activisme van sociale bewegingen.

  1. Cyberactivisme
    Cyberactivisme is geen contactactie maar een ‘activisme op afstand’ (cynici noemen dat kliktivisme). Nog meer dan in een guerrillaoorlog is het een strijd waarbij de gevestigde machten hun vijanden niet makkelijk in het vizier krijgen. De vele, niet direct zichtbare, virtueel gecoördineerde tegenstanders zijn in staat om exploiterende, onderdrukkende en discriminerende machtscentra van grote afstand enorme schade te berokkenen.

  2. Symbolische macht
    Lokale sit-ins en virtuele DDoS-actie
    Sit-ins zijn een soort denial-of-service. Met een sit-in actie wordt de boodschap verspreid: “Ik ben bereid om mezelf kwetsbaar op te stellen voor mijn opvattingen. Ik ben bereid om me te laten arresteren.”. Het verschill tussen een DDoS en een sit-in is dat de deelnemers aan een sit-in verwachten om gearresteerd te worden, terwijl de deelnemers aan een DDoS-actie alles doen om niet gepakt te worden [Mohammadi 2011].
    De activiteiten van virtueel geassocieerde bewegingen bestaan niet primair uit demonstraties op straten en pleinen of uit bezettingen van gebouwen of sit-ins. Virtueel activisme begint waar gelijkgezinden elkaar via het internet ontmoeten, ervaringen uitwisselen, plannen beramen en acties of evenementen coördineren. Het zet zich semispontaan —aangespoord door moreelintellectuele, politiekorganisatorische en praktische leiders— voort in het formuleren van gemeenschappelijke klachten, in het articuleren van collectieve eisen, en in het opstellen van een eigen programma en het vaststellen van een strategie en tactiek om dat programma te realiseren. In die mate dat een virtuele protest- of revolutionaire beweging hierin slaagt, verwerft zij symbolische macht in de samenleving.

    Om deze symbolische macht te behouden en innovatief en expansief te gebruiken moet een online beweging minimaal in staat zijn om twee dingen te realiseren:

    • ze moet met behulp van geavanceerde software penetreren in de technologische en virtuele netwerken van de conflicttegenstander: hiervoor moeten de beste hackers en crackers worden gerekruteerd.
    • ze moet de eigen virtuele organisatie verdedigen tegen vijandige aanvallen van buitenaf: hiervoor moeten intelligente poortwachters worden aangesteld die voldoende zijn uitgerust om deze aanvallen af te slaan.

    Online activisme is succesvol wanneer het erin slaagt om in het virtuele publieke domein zoveel macht op te bouwen, dat het van daaruit in staat is om haar program ook op andere politieke domeinen te realiseren. Dan slaat cyberactivisme om in offline activisme of straatactivisme.

  3. Daling van kosten van organisatie en mobilisatie
    De kosten van de verfijnde en geavanceerde technologische instrumenten waarmee maatschappelijke conflicten in de virtuele wereld worden uitgevochten zijn uiterst laag in vergelijking met de kosten van een goed georganiseerde traditionele conflictorganisatie. Door de scherpe daling van de organisatie- en mobilisatiekosten kunnen ook relatief kleine, in gedecentreerde netwerken georganiseerde groepen acties ondernemen die machthebbers doet bibberen, en die het gevoel van onderlinge saamhorigheid en strijdbaarheid versterkt.

    Voor cyberactivisten is het niet per se noodzakelijk om fysiek bijeen te komen teneinde collectief te kunnen handelen. Internet biedt de mogelijkheid om individuele acties van mensen te bundelen in bredere collectieve acties, zonder dat het nodig is dat de deelnemers op hetzelfde tijdstip bijeen komen in eenzelfde ruimte.

    De informatieoorlog heeft dus ook nieuwe acteurs: individuele hackers, niet-gouvernementele organisaties, terroristische organisaties, en andere niet-statelijke actoren.

  4. Gedistribueerd
    De kansen van de individuele burgers om zich wereldwijd te informeren en te interveniëren in de maatschappelijke strijd zijn sterk toegenomen, Een succesvolle informatieoorlog neemt tegenwoordig per definitie het karakter aan van een ‘volksinformatieoorlog’. In een informatieoorlog komt immers iedereen die over de nodige telecommunicatieapparatuur beschikt in aanmerking als aanvaller of aanvalsdoel. Elke computer, elk computernetwerk, elk radiostation en elke mobiele telefoon kan als een middel dienen om in de virtuele wereld conflicten uit te vechten of te beslechten.

  5. Decentralisatie van leiding en controle
    De technologieën waarmee maatschappelijke conflicten in cyberspace worden uitgevochten, vereisen niet alleen verdergaande decentralisatie van leiding en controle, maar bieden ook een groter overzicht over het hele conflictveld of strijdterrein (topsight). Door een beter begrip van het hele strategische plaatje wordt het management van complexiteit versterkt. Innovatief gebruik van het internet reduceert de noodzaak van centraal leiderschap [Castells 1997].

  6. Globale escalatie
    In de nieuwe fase van de virtuele maatschappelijke strijd worden ver verwijderde lokale conflicten zeer snel verplaatst naar regionale, nationale of internationale schaal. Kleinschalige of lokale conflicten escaleren steeds sneller tot nationale of internationale cyberstrategische confrontaties.

    Online confrontaties kunnen dus gemakkelijk escaleren. De logica van escalatie, maar ook haar risico’s zijn bekend: het aantal direct betrokkenen groeit, er worden meerdere en moeilijker oplosbare thema’s bijgehaald, de conflictpartijen polariseren verder, communicatie wordt in toenemende mate gereduceerd tot dreigingen en wederzijdse vijandbeelden verharden zich, er worden vaker radicale en gewelddadiger strategieën en middelen gekozen die onomkeerbare gevolgen hebben [Bader 1991:339].

  7. Moeilijk te onderdrukken
    Het is uiterst moeilijk om zich effectief te beschermen tegen vijandige aanvallen op strategische infrastructuren van informatie en communicatie. Gedecentreerde actie- en organisatievormen en in fijnmazige netwerken verspreid leiderschap zijn moeilijker te bestrijden dan de traditionele campagnes met hun gecentraliseerde organisatie en leiderschap. Voor autoriteiten is het zeer moeilijk om bijvoorbeeld gedistribueerd hacktivisme onder controle te krijgen [Cloward/Piven 2001]. Dat geldt ook voor sociaal-politieke wolkbewegingen die primair via internet geassocieerd zijn en die plotseling ergens op straat of in gebouwen kunnen opduiken om hun protest te laten horen en die weer even snel verdwijnen in de omringende massa. Het eerste principe van zwermende wolkbewegingen is ongrijpbaarheid.

  8. Communicatieve vaardigheden
    Wie op of via het internet cyberactivisten wil organiseren, moet enerzijds in staat zijn om alle relevante informatie met betrekking tot de conflictoorzaak en -gevolgen op een voor de doelgroep begrijpelijke wijze online te presenteren en te actualiseren. Anderzijds moet men ook beschikken over de sociaal- en technisch-communicatieve vaardigheden om met grote aantallen mensen tegelijkertijd te communiceren.

    Organisatoren en leiders van virtuele sociale bewegingen moeten vertrouwd zijn met de verschillende vormen van synchrone en asynchrone communicatie en met de verschillende typen van online communicatie: een-op-een, een-op-velen, velen-op-een, en velen-op-velen. Initiators en organisatoren van online protest- of verzetsbewegingen zijn in de regel zeer gekwalificeerd om deze verschillende vormen en typen van online communicatie op een intelligibele manier met elkaar te combineren.

    De meest doorslaggevende strategische factor in de maatschappelijke strijd op het virtuele domein is toegang tot de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een confrontatie met succes te kunnen afronden. Het is een strijd om het intellect dat vereist is om niet achter te lopen in de wapenrace van een maatschappelijke strijd die op het virtuele publieke domein wordt uitgevochten. Daarbij schuilt het gevaar niet zelden in de eigen organisatie: het zijn vaak ontevreden voormalige medewerkers die zich laten rekruteren door een conflicttegenstander of vijandige mogendheid.

  9. Lokale gevolgen van virtuele strijd
    De virtueel uitgevochten maatschappelijke conflicten lijken een schone oorlog omdat zij uitsluitend met intelligente digitale middelen wordt uitgevochten: op het virtuele strijdveld vallen geen doden. Maar virtuele confrontaties hebben wel degelijk lokale en lichamelijke consequenties. Goed georganiseerde virtuele confrontaties kunnen uiteindelijk tot grootschalige vernietiging van mensenlevens leiden. In de toekomst zouden digitale bommen weleens doorslaggevend kunnen zijn om veranderingen aan te brengen in de krachtsverhouding in een samenleving of interstatelijk verband.

  10. Mondige individuen
    De middelen waarmee een klein- of grootschalige cyberactie uitgevoerd kan worden, zijn in de regel op het internet vrij verkrijgbaar: blokkerings- en inbraaksoftware, strategieën, procedures en listen (tips en trucs), alsmede cursussen voor aspirant, gevorderde of gespecialiseerde hacker, en uitgebreide voorzieningen voor wederzijds advies en steun.

    Zeer veel mensen hebben daarom inmiddels min of meer specialistische kennis van en ervaring met middelen waarmee computers of netwerken kunnen worden gepenetreerd om informatie te bekijken, te wijzigen of ontoegankelijk te maken, en om communicaties af te tappen, te manipuleren of te blokkeren. Zowel particulieren, conflictorganisaties, oppositionele verzetsbewegingen als legers kunnen hun uitrusting op de vrije internetmarkt verkrijgen. In dat opzicht lijkt in het virtuele tijdperk het geweldmonopolie van nationale staten af te brokkelen.

  11. Ubiquitair
    Maatschappelijke conflicten die in de virtuele wereld worden uitgevochten kennen geen vastomlijnd begin en ook geen afgebakend einde: zij worden vaak niet officieel aan- of afgekondigd, maar gebeuren eenvoudig. Zodra een online protest- of verzetsbeweging zich eenmaal op het internet genesteld heeft, is zij altijd en overal aanwezig, en dus zichtbaar en bereikbaar.

Definiërende kenmerken Gevolgen
Lage toegangskosten Op het virtuele strijdveld opereren veel offensieve actoren die bereid en in staat zijn om zeer uiteenlopende en omvangrijke acties te ondernemen.
Strategische informatie over dreiging niet beschikbaar Identiteit en kracht van potentiële conflicttegenstanders is veelal onduidelijk.
Tactische waarschuwing is moeilijk. Niet weten of er een actie, campagne of aanval op komst is, en wanneer deze zal worden uitgevoerd.
Beoordeling van acties van conflicttegenstander is moeilijk Vaak is niet bekend wie precies verantwoordelijk is voor een bepaalde actie, en ook niet wat de doelen van deze cyberactivisten zijn.
Beoordeling van schade is moeilijk Geen volledige informatie over implicaties van offensieve acties of campagnes.
Traditionele grenzen vervagen Niet weten wie voor welke online actie verantwoordelijk is en vanaf welke lokaliteit de acties worden gecoördineerd. Sterke verweving tussen lokale en globale actie, alsmede tussen militaire, politieke en economische acties.
Snelheid van conflictverplaatsing Kleinschalige en lokale conflicten escaleren snel tot nationale of internationale cyberconfrontaties.
Effecten van strijdmiddelen onzeker Conflicttegenstanders zijn zowel aanvallend als verdedigend onzeker over de effecten van de strijdmiddelen die worden ingezet.
Kwetsbaarheid van infrastructuur is onzeker, maar verdacht Thuisland is geen veilige haven. Cyberspace heeft geen verdedigbare grenzen. Kwetsbare partners kunnen duurzame coalities bemoeilijken.

Index Nomadische gedachten

“Men kan zich verzetten tegen invasielegers, maar niet tegen een idee waarvoor de tijd gekomen is” [Victor Hugo].

Het gebruik van nieuwe digitale media heeft niet alleen het karakter en de vormen van sociaal activisme veranderd, maar ook de hele organisatie en dynamiek van de maatschappelijke conflicten. Door het gebruik van sociale media zoals als Facebook en Twitter is de traditionele relatie tussen de wil van het volk en politiek gezag veranderd. Voor negatief geprivilegieerden is het gemakkelijker geworden om samen te werken, zich virtueel te associëren, acties te coördineren en stem te geven aan hun klachten en verlangens.

De platforms van sociale media zijn opgebouwd uit zwakke verbindingen (weak ties). Twitter is een manier van mensen volgen (of gevolgd worden) die je waarschijnlijk nooit ontmoet hebt. Facebook is een efficiënt instrument om je netwerk van kennissen te beheren, om in contact te blijven met mensen die je anders uit het oog zou verliezen. Maar juist die vele zwakke verbindingen kunnen een enorme kracht ontwikkelen. Onze kring van bekenden, en onze netwerken van vrienden-van-vrienden zijn een vruchtbare bron voor nieuwe informatie en van nieuwe ideeën. De kracht van deze virtuele connecties kan met behulp van het internet efficiënt worden geëxploiteerd.

De vraag is of online netwerken in staat zijn om voldoende centraal gezag en effectieve macht op te bouwen. Anders dan organisatorische hiërarchieën, met hun geformaliseerde regels en procedures, worden online netwerken vaak niet gecontroleerd door een centraal gezag. Beslissingen worden veelal consensueel genomen en de verbindingen tussen de leden van de netwerken zijn tamelijk los. Zonder gecentraliseerde leidinggevende structuur en zonder duidelijke gezagslijnen zijn virtuele netwerken slecht in staat om consensus te bereiken en gemeenschappelijke doelen te formuleren. In hoeverre zijn online netwerken überhaupt in staat om strategieën uit te stippelen en tactieken te bepalen? Ook in wolkbewegingen moeten meningsverschillen uiteindelijk door formele mechanismen worden beslecht: regels voor vrije meningsvorming en voor democratische besluitvorming.

Index


Internet als het publieke domein
Het internet is in veel opzichten een modernere, veel grotere versie van publieke sferen en fora die door de eeuwen heen burgerschap mogelijk hebben gemaakt. Vroeger waren dat de bekende fysieke derde plaatsen: de pleinen en parken, de cafés en buurthuizen, de danspaleizen en de wekelijkse markt [Oldenburg 1989; Benschop 2009/12]. Later werden dat de massamedia die als relatief autonome politieke bemiddelingsinstanties fungeerden. Zij fungeerden als ‘managers van de symbolische arena’ (Herbert Gans) die de toegang tot de politieke openbaarheid reguleren. Die rol wordt tegenwoordig steeds meer en in meerdere opzichten door het internet overgenomen.

Voor protestgroepen, sociale bewegingen en collectieve conflicten heeft dit een aantal vergaande consequenties.

  1. De nieuwe media beïnvloeden de zichtbaarheid en bekendheid van bewegingen, van hun programma’s, van hun leiders en van hun acties. Protestbewegingen die hun doelen willen bereiken zijn aangewezen op beïnvloeding van de politieke openbaarheid. Zonder berichtgeving kan er geen omvangrijk verzet tot stand komen.

  2. Media bepalen de publieke agenda. Bij de traditionele media moeten dissidenten door de specifieke filters en selectiemechanismen heen breken. Anders verschijnt hun boodschap niet als probleem en thema op de politieke agenda. Voorheen gold de stelregel: de publieke opinie telt alleen voor zover deze gepubliceerd of uitgezonden is. Veranderingen in de publieke opinie zelf voltrekken zich meestal onderaards en latent. Door de vrije toegang tot het internet is tegenwoordig elke burger in staat om zijn eigen opinie via dit medium direct te ventileren. Zonder tussenkomst van filterende instanties kunnen individuen op het internet hun opinies met anderen uitwisselen en delen. En hierdoor zijn zij in staat om zelf problemen en thema’s op de politieke agenda te plaatsen en zich te ontworstelen aan de modes van het in de massamedia heersende discours.

  3. Opposanten en dissidenten zijn via de nieuwe media veel beter in staat om het publieke beeld en de publieke waarneming van hun acties en bewegingen te beïnvloeden. Internet faciliteert een brede en diepe mediadekking en biedt een zeer uitgebreid repertoire aan presentatiemogelijkheden: etikettering, visualisering en contextualisering. De informatiefunctie van de nieuwe media is sterk verbonden met commentaar, opinievorming en beoordeling. In dat opzicht vervullen zij nu daadwerkelijk de functie die de oude media voor zich opeisten: venster op de wereld.

  4. De traditionele massamedia hebben vooral aandacht voor het opvallende en het buitengewone. Om de aandacht van die media te trekken kiezen protestbewegingen vaak opvallende, buitengewone of spectaculaire presentatie- en actievormen. Met excentrieke en illegale actievormen kan men tamelijk zeker zijn van de aandacht van de massamedia, omdat deze bijzonder geschikt zijn voor bewegende beelden.
    “De reguliere media kunnen alleen gemakkelijke voorstellen doorgeven. Zij hebben er geen idee van hoe ze een verhaal moeten rapporteren dat niet gaat over gemakkelijke kwesties, maar over gekwelde menselijke frustratie en angst” [Lithwick 2011].
    Maar hierdoor verdwijnen de gewone en alledaagse problemen en thema’s vaak onder het mediatapijt. Met de nieuwe media kan elke ontevreden burger zijn of haar klachten van alledag delen met alle andere burgers, zonder dat zij onder druk worden gezet om direct tot spectaculaire acties over te gaan. Op die manier ontstaat er meer aandacht voor alledaagse problemen van gewone mensen.

Index


Internet als publiek domein van sociaal-politieke strijd
“Vrijheid wordt nooit vrijwillig gegeven door de onderdrukker; zij moet worden geëist door de onderdrukten” [Martin Luther King Jr.].

De Facebookrevolutie in Egypte heeft nieuwe brandstof opgeleverd voor de discussie tussen cyberoptimisten en cyberpessimisten. Cyberoptimisten geloven dat nieuwe informatie- en communicatietechnologieën het voertuig zijn van democratie, mensenrechten en democratische rechtsstaat. Cyberpessimisten geloven dat dezelfde technologieën een nieuwe bron van onderdrukking kunnen worden en autoritaire regimes kunnen stutten.

De revolutie in Egypte lijkt de cyberoptimisten in het gelijk te stellen. Met name door het intensieve gebruik van internet kon een verzetsbeweging worden georganiseerd die de overgang naar democratie aanzienlijk heeft versneld. Bovendien was deze Facebookgeneratie in staat om op vreedzame wijze een ongemene volkskracht te mobiliseren die voor alle onderdrukten in de wereld een bron van inspiratie werd.

De geschiedenis van deze revolutie illustreert tegelijkertijd dat deze positieve uitkomsten op geen enkele manier vanzelfsprekend, laat staan onvermijdelijk zijn. Zij heeft ook laten zien hoe autoritaire machthebbers hun onderdanen in bedwang proberen te houden door verscherpt toezicht op alle digitale communicaties, door het gericht uitschakelen van internetdiensten die hen niet bevallen, en door hun eigen aanhang aan te sporen om eigen virtuele netwerken op te bouwen en te penetreren in de netwerken van hun politieke tegenstanders.

Autocratische regimes zoals die in Syrië en China maken niet alleen repressief gebruik van internet om tegenstanders op te sporen; zij gebruiken het ook als alternatief om de eigen achterban te mobiliseren en de voedingsbodem van het regime te versterken. De Egyptische revolutie heeft bovendien laten zien dat autocratische regimes er niet voor terugdeinzen om zelfs het nationale internet en het mobiele telefoonverkeer volledig uit te schakelen zodra zij denken dat de virtuele strijd op internet verloren wordt.

Internet is zelf een steeds omvangrijker en alleen al daarom belangrijker publiek domein geworden waarop maatschappelijke strijd wordt uitgevochten. In deze netoorlog staan per definitie tegengestelde maatschappelijke krachten tegenover elkaar die elkaar met alle mogelijke virtuele middelen, methodieken en strategieën bestrijden. Cybersociologische realisten proberen deze virtuele strijd zo nauwkeurig en nuchter mogelijk te analyseren en te theoretiseren. Zij laten zich daarbij zo min mogelijk inspireren door (heerlijk) techno-optimisme of (treurig) techno-pessimisme.

Het digitale tijdperk heeft een groot potentieel om mensenrechten en democratie te bevorderen. Maar dit is geen automatisme. Net zo min als het een automatisme is dat autocratische leiders het internet gebruiken om hun dictatuur digitaal te versterken. Ook cybersociologen weten dat technologieën niets doen en geen enkel effect sorteren, behalve door dat wat handelingsbekwame individuen ermee doen. Hét internet of de digitale informatie- en communicatietechnologieën doen helemaal niets — het zijn geen handelings- laat staan wilsbekwame actoren.

Niemand gelooft dat de sociale media er op een of andere manier de oorzaak van zijn dat brave burgers plotseling zo boos worden dat ze op straat gaan demonstreren. Sociale media zijn slechts een instrument dat mensen gebruiken om elkaar te informeren, met elkaar te discussiëren en om gezamenlijke —lokale en/of virtuele— activiteiten te coördineren. Mensen willen geen revolutie vanwege de sociale media, maar gebruiken die nieuwe media om hun revolutie te inspireren en te organiseren. De Egyptische revolutie van februari 2011 was geen Facebookrevolutie, maar wel een revolutie die op gang is gebracht door de Facebookgeneratie.

Index


Democratisch potentieel
Veel mensen geloven dat het internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten. Ten eerste is internet een laagdrempelig medium waarvan alle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens naar voren te brengen. Het enige wat men hiervoor nodig heeft is een computer en een internetaansluiting. Ten tweede is het een globaal medium waarmee in principe iedereen snel bereikt kan worden. Geografische grenzen tussen continenten, landen en regio’s en tussen sociale klassen, beroeps-, inkomens- of statusgroepen zouden als sneeuw voor de digitale zon verdampen. Ten derde is het een interactief medium dat ons in staat stelt om online op alle denkbare manieren met elkaar te communiceren.

Internet is een supermedium dat alle vormen en typen van communicatie en interactie ondersteunt.

Internet is een (bijna) allesomvattend supermedium dat voor (bijna) alle burgers toegankelijk is, met een wereldwijd bereik en in meerdere opzichten interactief. De internettechnologie stelt ons in staat om al deze vormen en typen van communicatie afzonderlijk en tegelijkertijd en in willekeurige variaties en combinaties te gebruiken. Dit biedt welhaast ideale condities voor processen van democratische menings- en besluitvorming waarin alle deelnemers afwisselend en naar eigen wens zowel als zenders of ontvangers fungeren. En het biedt daarom tegelijkertijd geheel nieuwe condities voor de formatie van lokale of wereldwijde sociale bewegingen en voor het initiëren, aansturen en coördineren van collectieve acties. In het pre-internettijdperk waren horizontaal-democratische vormen van communicatie en interactie gebonden aan relatief kleine lokale congregaties; tegenwoordig kunnen zij ook plaatsvinden in virtuele gemeenschappen en bewegingen met aanhangers die over de hele wereld zijn verspreid.

Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich tegenwoordig op internet. Zij proberen daar hun doelstellingen uit te dragen, zij articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, zij agiteren tegen andere maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan. En zij gebruiken het internet om hun eigen achterban te informeren, te verbreden en te mobiliseren.

Voor deelnemers aan sociale emancipatiebewegingen of politieke mobilisatiebewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, hun ervaringen kunnen uitwisselen en informatie aan elkaar kunnen doorspelen. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de virtuele openbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.

Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zo’n samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen ‘inherent democratisch medium’ waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. De controle van communicatie en de manipulatie van informatie waren altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen [Castells 2011:347].

In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie) zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet. En daarin op dit punt zijn zij daarom ook tegelijkertijd kwetsbaar.

Index


Heerlijk optimisme en technologisch determinisme
Bij de eerste generaties internetgebruikers overheerste een utopische visie op de toekomst van online gemeenschappen. In deze visie zou de internettechnologie er min of meer automatisch toe leiden dat alle grenzen worden afgebroken en dat de macht van natiestaten wordt teruggedrongen. In de idyllische visie verschijnt internet als een ‘new frontier’ waar mensen in vrede leven, onder hun eigen regels, bevrijd van de dwangmatigheden van een onderdrukkende samenleving en vrij van overheidsbemoeienis. Internet werd gezien als een onstopbare moloch die de hele sociale en politieke organisatie van de samenleving op z’n kop zet. In plaats van het industriële kapitalisme met zijn exploitatie, zijn concentratie en zijn strakke hiërarchieën, zou een volledig laterale netwerksamenleving ontstaan, waarin de vrij geassocieerde burgers alle kennis en inzichten met elkaar delen (open-source) en al delibererend direct democratisch beslissen over de toekomst van de via internet verenigde mensheid. De utopische visie op internet werd gevoed door de hoop dat de wereld aanzienlijk zou verbeteren als elk individu in staat is om met elk willekeurig ander individu te communiceren.

Achter deze nogal naïeve verwachtingen gaat een denkwijze schuil die in de technieksociologie als technologisch determinisme bekend staat. Deze denkwijze kan in twee (vooronder)stellingen worden samengevat. Ten eerste wordt de technologische ontwikkeling opgevat als een gegeven dat zichzelf voortbrengt en slechts één traject volgt. Technologische innovaties zouden zich volgens een eigen logica voltrekken en volgens ontwikkelingswetten die louter technisch en niet sociaal bepaald zijn. Ten tweede wordt verondersteld dat het technologisch proces eenduidige externe of maatschappelijke effecten heeft. Internettechnologie zou per definitie en min of meer automatisch emanciperende en democratiserende effecten met zich meebrengen.

Technologie maakt menselijke interacties mogelijk en begrenst deze tegelijkertijd. Mensen maken gebruik van de technologie die hen ter beschikking staat, en proberen daarmee de wereld te maken waarin zij willen leven. Elke technologie ontstaat binnen de context van een bestaande culturele configuratie, en deze culturele context wordt tegelijkertijd beïnvloed door de technologische ontwikkeling. De internettechnologie groeit, wordt volwassen en infiltreert in de cultuur die haar voortbracht. Met zo’n benadering houden we voldoende afstand van het technologisch determinisme (waarin culturele verschijnselen worden teruggebracht tot technologische innovatie) én het cultureel relativisme (waarin het culturele klimaat bepalend is voor culturele ontwikkelingen) [Winner 1977; MacKenzie/Wajcman 1985].

Internet is geen ding waarvan men kan verwachten dat het als zodanig de oorzaak is van positieve of negatieve veranderingen in onze samenleving en cultuur. Het is een informatie- en communicatiemedium dat invloed heeft op bepaalde sociale handelingspatronen wanneer zij op grote schaal wordt gebruikt. Het biedt voorheen ongekende mogelijkheden voor zelforganisatie van grote aantallen over de hele wereld verspreide individuen, en zij biedt nieuwe mogelijkheden voor culturele expressie en ideële articulatie.

Van alfabeet naar digibeet
De drukpers van Johannes Gutenberg [1400-1468] leidde niet direct tot de afschaffing van de middeleeuwse absolute monarchieën of tot de protestantse reformatie. De technologische vooruitgang van de drukpers bracht niet direct de vaardigheden met zich mee om gedrukte tekst te lezen. Door het drukken van teksten konden deze in principe door iedereen gelezen worden. Het zou nog eeuwen duren voordat nieuwe generaties van geletterden in staat waren om gedrukte tekstenzelf te lezen en ervan te leren.

“Digital literacies can leverage the Web’s architecture of participation, just as the spread of reading skills amplified collective intelligence five centuries ago. Today’s digital literacies can make the difference between being empowered or manipulated, serene or frenetic. Most important, as people who are trying to get along day to day in a hyperscale, warp-speed civilization that seems so often to be beyond anyone’s control, digital literacy is something powerful we can learn as well as exercise for ourselves and each other” [Rheingold 2012:3 - Snetsmart].

Index


Virtuele sociale georganiseerdheid
De deelnemers aan collectieve acties zijn geen geïsoleerde atomen of monaden. Zij zijn op zeer uiteenlopende manieren sociaal georganiseerd. Deze sociale georganiseerdheid bestaat uit sociale netwerken en interactiegemeenschappen. Zij vormen de fundamentele bouwstenen en de celstructuur van sociale bewegingen. In grotere collectieven kunnen interactie en communicatie niet uitsluitend of overwegend verlopen volgens het model van directe interactie. Indirecte, door media bemiddelde communicatie kan directe interactie in veel opzichten overbodig maken. Hierdoor wordt de bovenregionale en zelfs globale informatie en communicatie op explosieve wijze versneld en kunnen articulatie- en mobilisatieprocessen worden vergemakkelijkt.

  1. Virtuele connecties en sociale netwerken dragen bij aan de (horizontale en verticale) coördinatie en terugkoppeling van informatie: geïsoleerde informatiedragers worden met elkaar verbonden en de informatie wordt thematisch en temporeel gestructureerd.
  2. Zij dragen ook bij aan de selectie, sturing en controle van informatie:geheime of ontoegankelijke relevante informatie moet openbaar worden gemaakt; door selectie moet ervoor worden gezorgd dat de deelnemers niet overladen worden met informatie; door sturing en controle moet worden gegarandeerd dat relevante informatie haar adressanten bereikt.
  3. Tenslotte dragen zij bij aan de afweer van (des-)informatiestrategieën van tegenstanders: informatiestromen die door asymmetrische machtsconstellaties zijn vertekend en vervormd, moeten door een virtuele tegenmacht in evenwicht worden gebracht. In een dictatuur wordt onafhankelijke journalistiek per definitie een vorm van activisme, en het verspreiden van informatie is in essentie een daad van agitatie.

Index


Flitsmeutes, digitaal activisme en dilemma’s van collectieve actie
Revolutionaire bewegingen kunnen sterke autoritaire regimes alleen maar verdrijven wanneer de opposanten in een gedecentraliseerde, netwerkachtige organisatievorm kunnen opereren en die toch op het juiste moment de krachten kunnen bundelen op een of meerdere strategische of tactische doelen. Opposanten of dissidenten verbinden zich met elkaar via het internet. Zij ontwikkelen gedistribueerde virtuele organisatievormen waarin het leiderschap verspreid is in fijnmazige netwerken. Dergelijke virtuele oppositionele netwerken ontlenen hun bijzondere kracht aan de combinatie van een vergaande decentralisatie van commando en controle met een groter overzicht over het hele strijdterrein. Hierdoor zijn zij in staat om razendsnel de virtueel geassocieerde krachten te bundelen en over te gaan op massamobilisatie in het lokale publieke domein, zoals het in bezit nemen van straten en pleinen, radio- en televisiestations, parlementen of paleizen.

Lokalisering van het globale
Flitsmeutes zijn een teken dat internetgebruikers ontdekten dat dit nieuwe medium niet alleen geschikt was om wereldwijd connecties aan te knopen, maar dat het ook zeer veel mogelijkheden bood om lokale acties te initiëren en de coördineren. Het lijkt een tegenspraak, maar het gebeurt: de lokalisering van het globale medium.

Een tweede tendens is de actualisering van het internet. Interacties via internet vinden steeds meer plaats in real time. Het massieve gebruik van Twitter is daarvan het meest sprekende voorbeeld.

Men kan dit vergelijken met het fenomeen van de flitsmeute. Flitsmeutes zijn verzamelingen mensen die via internet en andere digitale media gemobiliseerd worden om op een bepaald tijdstip ergens kortstondig bijeen te komen om daar iets absurdistisch of provocerends te doen. Het verschil met de lokale acties van sociaal-politieke verzetsbewegingen is niet alleen hun beperktere omvang, maar vooral ook de duurzaamheid en het doel van de acties. Sociaal-politieke verzetsbewegingen die via het internet worden gemobiliseerd kunnen plotseling opduiken in lokale openbare ruimtes om te demonstreren voor hun gemeenschappelijke eisen. Dat zijn geen absurdistisch geënsceneerde provocaties, maar politiek gemotiveerde collectieve acties die door virtuele mobilisatie worden georganiseerd.

De sprong van virtuele discussie naar lokale participatie is niet zo simpel als het lijkt. Door eindeloze interne discussies in het virtuele publieke domein kunnen lokale collectieve acties worden geblokkeerd. Door de sterke mate van decentralisatie en zware druk van de heersende macht wordt de oppositie die zich via internet probeert te organiseren vaak opgesplitst in facties die elkaar onderling bestrijden. Bovendien kunnen die facties tegen elkaar worden opgezet door infiltratie van inlichtingendiensten en geheime politie. In louter virtuele verbindingen tussen opposanten is het vaak nog lastiger om te achterhalen of je communiceert met echte opposanten of met infiltranten die proberen om de beweging te provoceren en te versplinteren.

Maar toch werd in Egypte en in andere Arabische regimes de sprong van virtuele discussie naar lokale participatie gemaakt. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat opgaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel medebetogers er zullen zijn.

Daarmee is het dilemma van collectieve actie onder een dictatoriaal regime aangegeven. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat opgaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel andere betogers er zullen zijn. Als iedereen die tegen het regime is ook daadwerkelijk komt opdagen is de kans op succes erg groot. Maar de meeste mensen doen alleen mee als ze weten dat iedereen dat zal doen. Als er slechts weinig mensen meedoen met de acties dan zullen zij door het regime hard worden aangepakt.

Via het internet werd in Egypte informatie verspreid over de acties die er in het land plaatsvonden en werd opgeroepen om aan die betogingen mee te doen. Op deze manier kregen ook de twijfelaars langzamerhand het vertrouwen dat hun mening breed werd gedeeld. Juist door deze virtuele organisatie kon het dilemma van collectieve actie worden overwonnen. Virtuele sociale netwerken vergemakkelijken het proces van vereniging in de strijd tegen maatschappelijk onrecht en tegen politieke dictaturen. Zolang het internet niet volledig door een dictatoriaal regime kan worden gecontroleerd, kunnen individuele burgers elkaar in relatieve vrijheid ontmoeten in virtuele sociale netwerken. Daarin kunnen zij ontdekken of er voldoende gelijkgezinden zijn om het risico te nemen daadwerkelijk ‘naar buiten’ te treden om en masse het eigen gezicht te laten zien.

Maatschappelijk prisoners dilemma en de spiraal van zwijgen
Het dilemma van collectieve actie ontstaat wanneer een probleem alleen kan worden opgelost door de samenwerking van veel mensen, maar wanneer er voor elk individu sterke negatieve prikkels zijn om te participeren, vooral als de overwinning niet is gegarandeerd. Het maatschappelijke prisoner’s dilemma ontstaat onder autocratische regimes waar de kosten van dissidentie voor individuen erg hoog zijn en de organisatiemiddelen om het dilemma te overwinnen schaars. Wanneer mensen er particulier opvattingen op nahouden die zij niet met elkaar delen uit angst voor straf of represailles dan leidt dit tot een spiraal van zwijgen waarin veel mensen het regime willen veranderen, maar bang zijn om hierover buiten een zeer kleine kring van vertrouwelingen te spreken [Tufekci 2011].

Index


Het eeuwige gelijk van de salonrevolutionair
Sit-in beweging in de VS [klik om te vergroten]
De sit-in beweging begon in de Verenigde Staten toen vier zwarte studenten van het North Carolina A & T College plaats namen in een sectie van een lunchroom van Woolworth in Greensboro die voor blanken was gereserveerd. De beweging verspreidde zich snel naar andere delen van het zuiden. Op de foto protesteren jonge mensen tegen het discriminerende beleid van Grants.
De echte salonrevolutionairen weten het altijd beter dan de activisten. Toen de arbeidersbeweging de straat op ging om te demonstreren voor verbetering van de werk- en levensomstandigheden, werd dit vanuit de salons afgedaan als zinloze bezigheid, omdat er geen enkel direct doel mee gediend zou zijn. Een rondje door de stad met vlaggen, toeters en gezang, dat zou de wereld niet veranderen. Toen Martin Luther King opriep om met spandoeken voor de deur van restaurants te gaan zitten waarin kleurlingen niet werden toegelaten, werd er vanuit de leunstoelen geroepen dat ergens op je gat gaan zitten geen enkele bijdrage leverde aan de afschaffing van raciale discriminatie. En toen de vrouwen begonnen om feministische praatgroepen te organiseren, konden de salonrevolutionairen hun lachen nauwelijks bedwingen: met praten kon je de mannenheerschappij immers nooit echt verpulveren. Praatgroepen zijn hoogstens een leuke uitlaatklep om frustraties te delen, maar niet om machtsstructuren te veranderen.

Hetzelfde lot is de digitale activisten beschoren die proberen om met de hun ter beschikking staande middelen een vergaande verandering van hun levensomstandigheden te bewerkstelligen. Vanuit de ‘intellectuele’ salon wordt digitaal activisme afgedaan als een luie, individuele, volledig vrijblijvende en ineffectieve vorm van activisme. Digitaal activisme wordt zelfs niet als vorm van collectief handelen beschouwd, maar veeleer als een louter individueel klikgedrag.

Een nogal extreem, maar toch ook exemplarisch voorbeeld van zo’n redenatie werd verwoord door de in Barcelona werkende Belgische filosoof Hans Schnitzler. De titel van zijn verhandeling vat zijn standpunt kernachtig samen: “Revoluties maak je op straat, niet op internet” [Volkskrant 9.2.11].

Hij definieert macht als een effect van het georganiseerde optreden van grote groepen mensen in de publieke arena. “Macht bestaat bij de gratie van de meute, die al dan niet met geweld, het publieke domein voor zich opeist.” Macht is een effect van collectief handelen: macht ontstaat “wanneer mensen samenkomen en eensgezind handelen.”.

Zijn dogmatische vooronderstelling is echter dat de virtuele verbindingen die in de digitale wereld van het internet zijn ontstaan geen onderdeel van het publieke domein zijn. En daarom kan via internet en sociale media geen macht worden gevormd: “het zijn uiteindelijk de massa’s op straat die de regimes aan het wankelen brengen, en niet het twitterende individu.” Het contrast is duidelijk: enerzijds de massa die op straat demonstreert, anderzijds een paar loslopende individuen die in hun eentje van achter hun computer of met hun mobieltje een twitterbericht versturen.

Het virtuele domein is voor de filosoof een domein van los van elkaar staande, niet-geassocieerde individuen. De virtuele ruimte is slechts “een uitlaatklep die het zonder samenscholing kan stellen”. Bovendien is alles wat daar gebeurt volledig “vrijblijvend.”

Een gespierde conclusie ligt voor de hand: “Uiteindelijk draait het om de toeëigening van de straat en niet om het bezit van de digitale snelweg.” Maar het kan nog sterker: “Niet dankzij, maar ondanks Twitter & Facebook gaan mensen de straat op.”

Het zijn ex-cathedra uitgesproken dogma’s die niet echt helpen om te begrijpen wat er niet alleen tijdens de zogenaamde Arabische of Noord-Afrikaanse lente gebeurd is (en gebeurt), maar ook om enige vat te krijgen op de nieuwe vormen van activisme die zich manifesteren in de wolkbewegingen in Europa, de Verenigde Staten, Azië, Rusland, Latijns-Amerika en Australië.

Bijna iedereen weet tegenwoordig dat het internet een nieuw publiek domein is, waarop politieke machtsvorming plaats vindt en politieke controverses worden uitgevochten. Juist, ook, of zelfs filosofen die de krant lezen of wel eens ronddolen op het internet zouden moeten beseffen dat het internet naast alle andere dingen die het faciliteert, ook een nieuw publiek domein is.

De virtuele wereld die met behulp van de informatie- en communicatietechnologie van het internet is ontstaan, is een publieke en daarmee ook politieke arena. Het is een politieke arena waarin:

Het idee dat de activisten van de Arabische lente niet dankzij maar ondanks Twitter en Facebook de straat op zijn gegaan, kan alleen maar gekoesterd worden door iemand die zich onvoldoende heeft geïnformeerd over de feitelijke gang van zaken. Wie denkt dat mensen in virtuele publieke ruimte alleen maar divers (en dus niet en nooit eensgezind) kunnen handelen als kwetterende individuen, die is (virtueel) wereldvreemd. Wie denkt dat mensen in de Noord-Afrikaanse staten zonder Facebook oproep zo massaal de straat waren gegaan, die heeft de werkelijke betekenis van de omwenteling gemist.

Een salonrevolutionair heeft altijd gelijk. Een activist in het digitale tijdperk kan zich dergelijke blunders niet permitteren. Zij smeden virtuele associaties via internet, en zetten deze virtuele organisaties om in lokale acties en programma’s. Internet is weliswaar een globaal medium, maar het leent zich ook uitstekend voor de initiatie en organisatie van lokale gebeurtenissen.

Index


Internet als medium van solidaire nabijheid
Internet is een medium van nabijheid. Ook al verblijven de deelnemers aan de virtuele wereld op zeer uiteenlopende locaties, via internet kunnen zij met elkaar interacteren en komt het (wederzijdse) gevoel van sociale aanwezigheid tot stand. Betekenisvolle en persoonlijke sociale relaties ontstaan in elke situatie waarin de sociale aanwezigheid van de Ander wordt ervaren.

Internet is daarom ook bij uitstek een medium van solidariteit. Tijdens de Egyptische revolutie ontstond een Facebookgroep waarin zo’n half miljoen mensen het plan lanceerden om een virtuele solidariteitsmars te organiseren voor de opposanten in Egypte. De centrale leuze van deze Virtual ‘March of Millions’ in Solidarity with the Egyptian Protestors was even duidelijk als geniaal: “Ik ben aanwezig.”

Virtueel demonstreren voor een gerechtvaardigde zaak terwijl je zelf op een stoel blijft zitten met je pc, laptop, tablet of slimme telefoon. Je gebruikt een apparaat om je mening naar voren te brengen. Dat is (per definitie) een louter individuele symbolische actie. Maar deze kunnen gemakkelijk samenvloeien in virtuele of lokale vormen van collectieve actie. En bedenkt daarbij altijd dit: demonstraties waren vanaf het begin van hun ontstaan gebundelde symbolische articulaties van onvrede met de bestaande toestand.

De organisatoren slaagden erin om een virale online beweging te creëren waaraan misschien wel miljoenen (vooral jongere) burgers in de hele wereld konden deelnemen.

Een jonge Egyptenaar, Samantha Haikal, schreef:

Door creatief gebruik te maken van nieuwe media hebben de opposanten in Egypte en andere Noord-Afrikaanse staten virtuele macht kunnen opbouwen in het publieke domein van het internet. Zo werd het overheidsmonopolie op traditionele media gepasseerd.

Deze symbolische macht van de oppositie werd nog eens versterkt door internationale solidariteitsacties. In de strategische interacties met conflicttegenstanders speelt deze solidariteit een belangrijke rol. De conflictpartij die de meest omvattende internationale solidariteit ontvangt voelt zich hierdoor moreel gesterkt en kan in de regel ook rekenen op monetaire, medische, logistieke en andere steun.

Solidariteit met activisten die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen genadeloze en roofzuchtige heersers is van eminent belang. We kunnen daarbij niet lijfelijk aanwezig zijn om hen te ondersteunen, maar we kunnen ons er via internet wel virtueel mee bemoeien. En we kunnen er zelfs, ook al is het maar symbolisch, wel virtueel aanwezig zijn.

Alleen cynici —die steevast geloven in de impotentie van elke vorm van activisme— kunnen dit digitaal activisme hooghartig afdoen als ‘kliktivisme’ (clicktivism), ‘lui activisme’ (slaptivisme. slaktivisme, zwaktivisme), ‘retweet babbelaars’ of als ‘Facebook Revolutionairen Zonder Ballen’ (FRZB). Macht komt tegenwoordig niet meer alleen uit de loop van een geweer, maar ook uit de beweging van je vingertoppen.

Digitaal activisme is hard en lastig werk
Digitaal activisme wordt vaak als ‘lui’ afgedaan. In werkelijkheid is het heel hard werken. Een van de inspiratoren en organisatoren van de Egyptische revolutie in 2011 formuleert dit als volgt:
    “Een hardwerkend persoon kan bereiken wat een miljard retweets niet kunnen, en die individuen zijn geen kliktivisten. Maar ik wil ook laten weten dat de mensen die ‘klikten’ en retweets verstuurden via Twitter hebben geholpen om het idee permanent door de schermen en radio’s van de mensen te laten stromen. Het is werkelijk onderdeel van een enorme, zich ontwikkelende kring en alle beetjes helpen” [Esra’a Al Shafei - Bahrein — Is digital activism ruined?].

Index Bronnen over cyberactivisme
 

  1. CyberActivism - Online Resources

  2. Anderson, B. [1983]
    Imagined Communities. New York: Verso

  3. Avaaz
    De campagnevoerende beweging die de menselijke stem aan wereldwijde besluitvorming toevoegt. Met meer dan 7 miljoen leden in 2011.

  4. Arquilla, John J. / Ronfeldt, David F.

  5. Arquilla, John J. / Ronfeldt, David F. (eds.) [2001]
    Networks and Netwars: The Future of Terror, Crime, and Militancy
    Santa Monica: RAND.

  6. Arrian [1971]
    The Campaigns of Alexander, New York, NY: Penguin. Oorspronkelijk geschreven in het midden van de 2e eeuw.

  7. Attrition.org
    Een groep die web-onthoofdingen en andere typen cybercriminaliteit in de gaten houdt.

  8. Ayers, Michael [2003]
    Comparing Collective Identity in Online en Offline Feminist Activists.
    In: McCaughey/Ayers 2003: 145-164.

  9. Bader, Veit [1991]
    Collectief Handelen.
    Groningen: Wolters-Noordhoff.

  10. Bauman, Zygmunt [2000]
    Liquid Modernity.
    Cambridge, UK, Malden, MA: Polity Press; Blackwell.

  11. Bentivegna, Sara [2006]
    Rethinking politics in the world of ICTs.
    In: European Journal of Communication, 21(3): 331-343.

  12. Bimber, Bruce / Flanagin, Andrew J. / Stohl, Cynthia [2005]
    Reconceptualizing Collective Action in the Contemporary Media Environment
    In: Communication Theory, 15(4): 365-388.

  13. Brunsting, Suzanne / Postmes, Tom [2002]
    Social Movement Participatio in the Digital Age: Predicting Offline and Online Collective Action.
    In: Small Group Research 33:525-40.

  14. Castells, Manuel
    • [1997] The Power of Identity. Malden, MA: Blackwell.
    • [2009] Communication Power. Oxford University Press.
    • [2012] Networks of Outrage and Hope: Social Movements in the Internet Age. Polity Press.

  15. Chadwick, Andrew / Howard, P. (eds.) [2008]
    The Routledge handbook of Internet politics.
    London, England: Routledge.

  16. Claessen, Jack [2010]
    Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens - CBS

  17. Clausewitz, Carl von [1993]
    On War. New York: Knopf.

  18. Cloward, Richard A. / Piven, Frances Fox [2001]
    Disrupting Cyberspace: A new Frontier for Labor Activism?
    In: New Labour Forum (Spring-Summer): 91-94.

  19. Co-Intelligence Institute, The

  20. Coleman, E. Gabriella [2011]
    Anonymous: From the Lulz to Collective Action
    In: The New Everyday, 6.4. 2011

  21. Communications Review [2011]
    Twitter Revolutions? Addressing Social Media and Dissent

  22. Creveld, Martin L. van
    • [1989] Technology and War: From 2000 BC to the Present. New York: The Free Press.
    • [1996] Command in War. Cambridge, MA: Harvard University Press.
    • [1999] The Rise and Decline of the State. Cambridge University Press.
      Een synopsis van de opkomst van de natiestaten en van de krachten die tot hun ondergang kunnen leiden. Creveld analyseert de evolutie van staten door de eeuwen heen en over de hele wereld: voor de staat (prehistorie - 1300 v. Chr.), de opkomst van de staat (1300-1648), de staat als een instrument (1648-1789), de staat als een ideaal (1789-1945), de verspreding van de staat (1696-1975) en het verval van de staat (1975-?).

  23. Dahlberg, Lincoln / Siapera, Eugenia (eds.) [2007]
    Radical Democracy and the Internet. Interrogating Theory and Practice

  24. Dahlgren,Peter [2004]
    Civic Cultures and Net Activism

  25. Danitz, Tiffany / Strobel, Warren P. [1999]
    The Internet’s Impact on Activism: The Case of Burma.
    In: Studies in Conflict and Terrorism 22:257-269.

  26. Deleuze, Gilles / Guattari, Félix [1980/2004]
    A Thousand Plateaus, part 2 of Capitalism and Schizophrenia. London/New York: Continuum.

  27. Denning, Dorothy. E. [2001]
    Activism, hacktivism, and cyberterrorism: The Internet as a tool for influencing foreign policy
    In Arquilla / Ronfeldt 2001: 239-288.

  28. Diani, Mario [2000]
    Social Movement Networks Virtual and Real.
    In: Information, Communication and Society 3:386-401.

  29. Diani, Mario / McAdam, Doug (eds) [2003]
    Social Movements and Networks: Relational Approaches to Collective Action.
    Oxford: Oxford University Press.

  30. Eagleton-Pierce, Mathew [2001]
    The Internet and the Seattle WTO Protests.
    In: Peace Review 13:331-337.

  31. Earl, Jennifer / Kimport, Katrina [2011]
    Digitally Enabled Social Change. Activism in the Internet Age.
    Massachusetts: MIT Press.

  32. Edelman, M. [2001]
    Social movements: Changing paradigms and forms of politics.
    In: Annual Review of Anthropology 30: 285-317.

  33. Edwards, Sean J.A. [2005]
    Swarming on the Battlefield: Past, Present, and Future.

  34. Erbschloe, Michael [2001]
    Information Warfare: How to Survice Cyber Attacks.
    McGraw-Hill.
    Een verklaring van de methodologieën achter hacks en cyberaanvallen, inclusief de defensieve strategieën en tegenmaatregelen waarmee bedrijven infrastructurele aanvallen, militaire conflicten, informatieverzameling door concurrenten, economische oorlogsvoering en bedrijfsspionage kunnen overleven.

  35. Ernst, Robert (Facebook)

  36. Flanagin, Andrew J. / Stohl, Cynthia / Bimber, Bruce [2006]
    Modeling the structure of collective action
    In: Communication Monographs, 73(1): 29–54.

  37. Fuller, John Frederick Charles [1960/1989]
    The Generalship of Alexander the Great. New York: DaCapo.

  38. Garrett, R. Kelly [2006]
    Protest in an Information Society: A Review of the Literature on Social Movement eand New ICTs. In: Information, Communication and Society 9:202-224.

  39. Gladwell, Malcolm [2010]
    Small Change: Why the revolution will not be tweeted
    In: The New Yorker, 04.10.2010

  40. Guardian

  41. Heffernan, Virginia [2008]
    Facebook politics?
    In: New York Times, September 12, 2008.

  42. Hill, Kevin, A. / Hughes, John E. [1999]
    Cyberpolitics: Citizen Activism in the Age of the Internet.
    Lanham: Rowman & Littlefield.

  43. Howard, Philip N. [2006]
    New media campaigns and the managed citizen.
    Cambridge: Cambridge University Press.

  44. Jordan, Tim / Taylor, Paul A. [2004]
    Hacktivism and Cyberwars: Rebels with a Cause?
    New York: Routledge.

  45. Kahn, R. / Kellner, D. [2004]
    New media and internet activism. From the “Battle of Seattle” to blogging.
    In: New Media & Society, 6(1): 87-95.

  46. Katzenbeisser, Stefan / Petitcolas, Fabien A.P. [1999]
    Information hiding techniques for steganography and digital watermarking. [extract]
    Artech House Books.

  47. Klein, Naomi

  48. Lupia, A. / Sin, G. [2003]
    Which public goods are endangered? How evolving communication technologies affect The logic of collective action.
    In: Public Choice, 117: 315-331.

  49. McCaughey, Martha / Ayers, Michael D. / Silver, David (eds.) [2003]
    Cyberactivism: Online activism in theory and practice
    New York: Routledge.

  50. Margolis, Michael / Resnick, David [2000]
    Politics as usual: The cyberspace ‘revolution’.
    London, England: Sage Publications.

  51. Martinez-Torres, Maria Elena [2001]
    Civil Society, the Internet, and the Zapatistas.
    In: Peace Review 13:347-355.

  52. Maio, Paola di [March 2001]
    Internet Europe: Hacktivism, Cyberterrorism Or Online Democracy?

  53. Milan, S., / Hintz, A. [2011]
    Dynamics of cyber-activism: Organizations, action repertoires, and the policy arena
    In: Proceedings of 2011 European Consortium for Political Research General Conference.

  54. Munsterman, Rubin [2011]
    Zeitgeist verspreidt zich naar Nederland. In: Ftm.nl 11.10.11

  55. National Coalition for Dialogue and Deliberation (NCDD)

  56. Norris, Pippa [2000]
    A virtuous circle: Political communication in postindustrial societies.
    Cambridge, England: Cambridge University Press.

  57. Pierson, Paul [2004]
    Politics in Time: History, Institutions, and Social Analysis.
    Princeton, NJ: Princeton University Press.

  58. Pole, Antoinette [2009]
    Blogging the Political: Politics and Participation in a Networked Society.
    New York: Routledge Press.

  59. Postmes, Tom / Brunsting, Suzanne [2002]
    Collective Action in the Age of the Internet: Mass Communication and Online Mobilization
    In: Social Science Computer Review, 20(3): 290-301.

  60. RoarMag.org

  61. Rheingold, Howard [2002]
    Smart mobs: The Next Social Revolution
    New York: Basic Books.

  62. Robin Hood Tax

  63. Rodgers, Jayne [2003]
    Spatializing International Politics. Analysing Activism on the Internet.
    London: Routledge.

  64. Ronfeldt, David / Arguilla, John / Fuller, Graham E. / Fuller, Melissa [1999]
    The Zapatista “Social Netwar” in Mexico

  65. Rosanvallon, Pierre [2006]
    La contre-démocratie: La politique à l’âge de la défiance.
    Paris: Du Seuil.

  66. Scheferman, Scott [Maart 2001]
    Trojan Warfare Exposed
    Gepubliceerd door SANS [System Administration, Networking, and Security].

  67. Schussman, A. and Earl, J. [2004]
    From barricades to firewalls?: Strategic votings and social movement leadership in Internet Age.
    In: Sociological Inquiry 74(4): 439-463.

  68. Shirkey, Clay [2004]
    Here Comes Everybody: The Power of Organizing without Organizations.
    New York: Penguin Press.

  69. Skocpol, Theda [2003]
    Diminished Democracy: From Membership to Management in American Civic Life.
    Norman, OK: University of Oklahoma Press.

  70. Stein, George J.
    Information War - CyberWar - NetWar

  71. Tarrow, Sidney
    • [1998] Power in movement. Social movements and contentious politics.
      Cambridge, UK: Cambridge University Press.
    • [2005] The New Transnational Activism.
      Cambridge, UK: Cambridge University Press.
    • [2012] Strangers at the Gates: Movements and States in Contentious Politics.
      Cambridge, UK: Cambridge University Press.

  72. Tilly, Charles [1979]
    From Mobilization to Revolution.
    Reading MA: Addison-Wesley.

  73. Trippi, Joe [2004]
    The Revolution Will Not Be Televised: Democracy, the Internet and the Overthrow of Everything.
    New York: Regan Books.

  74. Trouw

  75. Tufekci, Zeynep [2011]
    New Media and the People-Powered Uprisings
    In: Technology Review (MIT), 30.08.2011

  76. Utz, Sonja [2009]
    The (Potential) Benefits of Campaigning via Social Network Sites
    In: Computer-Mediated Communication, 14(2):221-243.

  77. Vail, Jeff

  78. Walgrave, Stefaan / Hooghe, Marc / Bennet, Lance / Stolle, Dietlind []
    Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie
    Antwerpen/Leuven: Reeks Samenleving en toekomst

  79. Wolf, Naomi

  80. Why War?
    Swarming and the Future of Protesting

  81. Yang, Guobin [2007]
    How Do Chinese Civil Associations Respond to the Internet? Findings from a Survey.
    In: China Quarterley 189:122-143.

  82. Zald, Mayer N. / McCarthy, John [1987]
    Social Movements in an organizational Society.
    New Brunswick, NJ: Transaction.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

28 March, 2017
Eerst gepubliceerd: Februari, 2012